سورة الأحزاب

Soera Al-Ahzab in het Nederlands

De bondgenoten

Mushaf

Mishary Rashid AlafasyMP3 downloadenPDF downloaden

Soera Al-Ahzab (الأحزاب) is de 33e soera van de Koran en telt 73 verzen. De naam betekent ‘De bondgenoten’. Het is een Medinaanse soera, geopenbaard in Medina na de Hidjra, en ze strekt zich uit over juz 21 en 22.

Op deze pagina lees je soera Al-Ahzab volledig in het Arabisch, vers voor vers met de Nederlandse vertaling van het Dutch Islamic Center en de transliteratie, en kun je naar de recitatie luisteren.

Soera Al-Ahzab volledig: Arabisch, Nederlandse vertaling en transliteratie

بِسْمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحْمَـٰنِ ٱلرَّحِيمِ

  1. يَـٰٓأَيُّهَا ٱلنَّبِىُّ ٱتَّقِ ٱللَّهَ وَلَا تُطِعِ ٱلْكَـٰفِرِينَ وَٱلْمُنَـٰفِقِينَ ۗ إِنَّ ٱللَّهَ كَانَ عَلِيمًا حَكِيمًا۝١

    Ya ayyuha alnnabiyyu ittaqi Allaha wala tutiʿi alkafireena waalmunafiqeena inna Allaha kana ʿaleeman hakeeman

    O Profeet! Vrees Allah en gehoorzaam de ongelovigen en de hypocrieten niet. Waarlijk! Allah is altijd Alwetend, Alwijs.

  2. وَٱتَّبِعْ مَا يُوحَىٰٓ إِلَيْكَ مِن رَّبِّكَ ۚ إِنَّ ٱللَّهَ كَانَ بِمَا تَعْمَلُونَ خَبِيرًا۝٢

    Waittabiʿ ma yooha ilayka min rabbika inna Allaha kana bima taʿmaloona khabeeran

    En volg dat wat van jouw Heer aan jouw geopenbaard wordt. Waarlijk, Allah weet (op de hoogte) wat jullie doen.

  3. وَتَوَكَّلْ عَلَى ٱللَّهِ ۚ وَكَفَىٰ بِٱللَّهِ وَكِيلًا۝٣

    Watawakkal ʿala Allahi wakafa biAllahi wakeelan

    En leg je vertrouwen in Allah en Allah is voldoende als beschermer.

  4. مَّا جَعَلَ ٱللَّهُ لِرَجُلٍ مِّن قَلْبَيْنِ فِى جَوْفِهِۦ ۚ وَمَا جَعَلَ أَزْوَٰجَكُمُ ٱلَّـٰٓـِٔى تُظَـٰهِرُونَ مِنْهُنَّ أُمَّهَـٰتِكُمْ ۚ وَمَا جَعَلَ أَدْعِيَآءَكُمْ أَبْنَآءَكُمْ ۚ ذَٰلِكُمْ قَوْلُكُم بِأَفْوَٰهِكُمْ ۖ وَٱللَّهُ يَقُولُ ٱلْحَقَّ وَهُوَ يَهْدِى ٱلسَّبِيلَ۝٤

    Ma jaʿala Allahu lirajulin min qalbayni fee jawfihi wama jaʿala azwajakumu allaee tuthahiroona minhunna ommahatikum wama jaʿala adʿiyaakum abnaakum thalikum qawlukum biafwahikum waAllahu yaqoolu alhaqqa wahuwa yahdee alssabeela

    Allah heeft geen enkel mens twee harten in zijn lichaam gegeven (dit houdt in dat ongeloof en geloof niet in hetzelfde hart kunnen huizen). Noch heeft Hij jullie vrouwen zo gemaakt dat jullie verklaren dat zij als de rug van jullie moeder zijn, jullie ware moeders, noch laat Hij jullie, jullie geadopteerde zonen, jullie eigen zonen zijn. Dat is slechts een uitspraak uit jullie mond. Maar Allah zegt de waarheid en Hij leidt naar de (juiste) weg.

  5. ٱدْعُوهُمْ لِـَٔابَآئِهِمْ هُوَ أَقْسَطُ عِندَ ٱللَّهِ ۚ فَإِن لَّمْ تَعْلَمُوٓا۟ ءَابَآءَهُمْ فَإِخْوَٰنُكُمْ فِى ٱلدِّينِ وَمَوَٰلِيكُمْ ۚ وَلَيْسَ عَلَيْكُمْ جُنَاحٌ فِيمَآ أَخْطَأْتُم بِهِۦ وَلَـٰكِن مَّا تَعَمَّدَتْ قُلُوبُكُمْ ۚ وَكَانَ ٱللَّهُ غَفُورًا رَّحِيمًا۝٥

    Odʿoohum liabaihim huwa aqsatu ʿinda Allahi fain lam taʿlamoo abaahum faikhwanukum fee alddeeni wamawaleekum walaysa ʿalaykum junahun feema akhtatum bihi walakin ma taʿammadat quloobukum wakana Allahu ghafooran raheeman

    Noem hen (de kinderen) bij (de namen van) hun vaders, dat is meer juist (en rechtvaardiger) bij Allah. Maar als jullie hun (echte) vaders niet kennen (noem hen dan) jullie broeders in geloof of jullie bevrijde slaven. En er rust geen zonde op jullie als jullie daarin een fout begaan, behalve datgene wat opzettelijke in jullie harten bevindt (m.b.t. vergissingen) is Allah meest Vergevend (i.t.t. opzettelijkheid), meest Genadevol (voor de berouwvollen).

  6. ٱلنَّبِىُّ أَوْلَىٰ بِٱلْمُؤْمِنِينَ مِنْ أَنفُسِهِمْ ۖ وَأَزْوَٰجُهُۥٓ أُمَّهَـٰتُهُمْ ۗ وَأُو۟لُوا۟ ٱلْأَرْحَامِ بَعْضُهُمْ أَوْلَىٰ بِبَعْضٍ فِى كِتَـٰبِ ٱللَّهِ مِنَ ٱلْمُؤْمِنِينَ وَٱلْمُهَـٰجِرِينَ إِلَّآ أَن تَفْعَلُوٓا۟ إِلَىٰٓ أَوْلِيَآئِكُم مَّعْرُوفًا ۚ كَانَ ذَٰلِكَ فِى ٱلْكِتَـٰبِ مَسْطُورًا۝٦

    Alnnabiyyu awla bialmumineena min anfusihim waazwajuhu ommahatuhum waoloo alarhami baʿduhum awla bibaʿdin fee kitabi Allahi mina almumineena waalmuhajireena illa an tafʿaloo ila awliyaikum maʿroofan kana thalika fee alkitabi mastooran

    De Profeet heeft meer recht op de gelovigen dan zijzelf en zijn vrouwen zijn hun moeders. En bloedverwantschap onder elkander hebben hechtere persoonlijke banden in het Besluit van Allah dan de (erfenis) gelovigen en de emigranten behalve dat wat jullie aan goedheid voor jullie broeders wensen te geven. Dit staat geschreven in het Boek (Koran).

  7. وَإِذْ أَخَذْنَا مِنَ ٱلنَّبِيِّـۧنَ مِيثَـٰقَهُمْ وَمِنكَ وَمِن نُّوحٍ وَإِبْرَٰهِيمَ وَمُوسَىٰ وَعِيسَى ٱبْنِ مَرْيَمَ ۖ وَأَخَذْنَا مِنْهُم مِّيثَـٰقًا غَلِيظًا۝٧

    Waith akhathna mina alnnabiyyeena meethaqahum waminka wamin noohin waibraheema wamoosa waʿeesa ibni maryama waakhathna minhum meethaqan ghaleethan

    En (gedenk) toen Wij van de Profeten hun verbond afnamen en van jou, en van Noeh, Ibraahiem, Moesa en Isa de zoon van Maryam. Wij namen van hen een sterk verbond af.

  8. لِّيَسْـَٔلَ ٱلصَّـٰدِقِينَ عَن صِدْقِهِمْ ۚ وَأَعَدَّ لِلْكَـٰفِرِينَ عَذَابًا أَلِيمًا۝٨

    Liyasala alssadiqeena ʿan sidqihim waaʿadda lilkafireena ʿathaban aleeman

    Dat Hij de waarachtigen over hun eerlijkheid zal ondervragen (wat dan met degene die niet eerlijk is met Allah). En Hij heeft voor de ongelovigen een pijnlijke bestraffing voorbereid.

  9. يَـٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ ٱذْكُرُوا۟ نِعْمَةَ ٱللَّهِ عَلَيْكُمْ إِذْ جَآءَتْكُمْ جُنُودٌ فَأَرْسَلْنَا عَلَيْهِمْ رِيحًا وَجُنُودًا لَّمْ تَرَوْهَا ۚ وَكَانَ ٱللَّهُ بِمَا تَعْمَلُونَ بَصِيرًا۝٩

    Ya ayyuha allatheena amanoo othkuroo niʿmata Allahi ʿalaykum ith jaatkum junoodun faarsalna ʿalayhim reehan wajunoodan lam tarawha wakana Allahu bima taʿmaloona baseeran

    O jullie die geloven! Gedenk Allahs gunst over jullie wanneer jullie een leger tegenkwamen en Wij wind en een leger tegen hen stuurden die jullie niet gezien hebben. En Allah is Alziend over wat jullie doen.

  10. إِذْ جَآءُوكُم مِّن فَوْقِكُمْ وَمِنْ أَسْفَلَ مِنكُمْ وَإِذْ زَاغَتِ ٱلْأَبْصَـٰرُ وَبَلَغَتِ ٱلْقُلُوبُ ٱلْحَنَاجِرَ وَتَظُنُّونَ بِٱللَّهِ ٱلظُّنُونَا۠۝١٠

    Ith jaookum min fawqikum wamin asfala minkum waith zaghati alabsaru wabalaghati alquloobu alhanajira watathunnoona biAllahi alththunoona

    En toen zij tot jullie kwamen van boven en van beneden en toen de ogen wild (uit angst) werden en de harten in hun kelen klopten, en toen jullie valse vermoedens kregen over Allah1.

    Voetnoten
    [1]Deze vermoedens verdwenen doordat zij altijd berouw toonden na elke fout en door hun sterke overgaven die de metgezellen hadden.
  11. هُنَالِكَ ٱبْتُلِىَ ٱلْمُؤْمِنُونَ وَزُلْزِلُوا۟ زِلْزَالًا شَدِيدًا۝١١

    Hunalika ibtuliya almuminoona wazulziloo zilzalan shadeedan

    Daar werden de gelovigen beproefd en door een zware beproeving door elkaar geschud.

  12. وَإِذْ يَقُولُ ٱلْمُنَـٰفِقُونَ وَٱلَّذِينَ فِى قُلُوبِهِم مَّرَضٌ مَّا وَعَدَنَا ٱللَّهُ وَرَسُولُهُۥٓ إِلَّا غُرُورًا۝١٢

    Waith yaqoolu almunafiqoona waallatheena fee quloobihim maradun ma waʿadana Allahu warasooluhu illa ghurooran

    En toen de hypocrieten en degenen in wiens harten een ziekte is zeiden: “Allah en Zijn boodschapper hebben ons niets dan ontgoocheling beloofd!”

  13. وَإِذْ قَالَت طَّآئِفَةٌ مِّنْهُمْ يَـٰٓأَهْلَ يَثْرِبَ لَا مُقَامَ لَكُمْ فَٱرْجِعُوا۟ ۚ وَيَسْتَـْٔذِنُ فَرِيقٌ مِّنْهُمُ ٱلنَّبِىَّ يَقُولُونَ إِنَّ بُيُوتَنَا عَوْرَةٌ وَمَا هِىَ بِعَوْرَةٍ ۖ إِن يُرِيدُونَ إِلَّا فِرَارًا۝١٣

    Waith qalat taifatun minhum ya ahla yathriba la muqama lakum fairjiʿoo wayastathinu fareequn minhumu alnnabiyya yaqooloona inna buyootana ʿawratun wama hiya biʿawratin in yureedoona illa firaran

    En toen een deel van hen zei: “O mensen van Yatrib! Er is geen (mogelijke) positie voor jullie, trek je daarom terug!” En een deel van hen (de hypocrieten) vroegen om toestemming van de Profeet (zeggende): “Waarlijk onze huizen liggen open.” En zij lagen niet open. Maar zij wensten te vluchten (omdat de hypocrieten altijd excuses hebben om te vluchten van de verplichtingen).

  14. وَلَوْ دُخِلَتْ عَلَيْهِم مِّنْ أَقْطَارِهَا ثُمَّ سُئِلُوا۟ ٱلْفِتْنَةَ لَـَٔاتَوْهَا وَمَا تَلَبَّثُوا۟ بِهَآ إِلَّا يَسِيرًا۝١٤

    Walaw dukhilat ʿalayhim min aqtariha thumma suiloo alfitnata laatawha wama talabbathoo biha illa yaseeran

    En als de vijand van alle kanten naar binnen was gekomen en zij zouden aan de beproeving hebben blootgestaan, dan zouden zij dat gedaan hebben en zij hadden daarvoor maar weinig getwijfeld.

  15. وَلَقَدْ كَانُوا۟ عَـٰهَدُوا۟ ٱللَّهَ مِن قَبْلُ لَا يُوَلُّونَ ٱلْأَدْبَـٰرَ ۚ وَكَانَ عَهْدُ ٱللَّهِ مَسْـُٔولًا۝١٥

    Walaqad kanoo ʿahadoo Allaha min qablu la yuwalloona aladbara wakana ʿahdu Allahi masoolan

    En voorwaar zij hadden reeds een verdrag met Allah afgesloten om niet hun ruggen toe te keren (maar de hypocrieten komen dat niet na) en het verdrag met Allah moet opgevolgd worden.

  16. قُل لَّن يَنفَعَكُمُ ٱلْفِرَارُ إِن فَرَرْتُم مِّنَ ٱلْمَوْتِ أَوِ ٱلْقَتْلِ وَإِذًا لَّا تُمَتَّعُونَ إِلَّا قَلِيلًا۝١٦

    Qul lan yanfaʿakumu alfiraru in farartum mina almawti awi alqatli waithan la tumattaʿoona illa qaleelan

    Zeg: “Het vluchten maakt jullie niet vrij van het vluchten van de dood of het gedood worden, en dan zullen jullie niet meer dan een korte duur daarvan genieten!”

  17. قُلْ مَن ذَا ٱلَّذِى يَعْصِمُكُم مِّنَ ٱللَّهِ إِنْ أَرَادَ بِكُمْ سُوٓءًا أَوْ أَرَادَ بِكُمْ رَحْمَةً ۚ وَلَا يَجِدُونَ لَهُم مِّن دُونِ ٱللَّهِ وَلِيًّا وَلَا نَصِيرًا۝١٧

    Qul man tha allathee yaʿsimukum mina Allahi in arada bikum sooan aw arada bikum rahmatan wala yajidoona lahum min dooni Allahi waliyyan wala naseeran

    Zeg: “Wie is degenen die jullie tegen Allah kan beschermen als Hij het zich voor heeft genomen jullie te kwetsen, of jullie genade te betonen?" En zij zullen niet, naast Allah, voor henzelf een beschermer of een helper kunnen vinden.

  18. ۞ قَدْ يَعْلَمُ ٱللَّهُ ٱلْمُعَوِّقِينَ مِنكُمْ وَٱلْقَآئِلِينَ لِإِخْوَٰنِهِمْ هَلُمَّ إِلَيْنَا ۖ وَلَا يَأْتُونَ ٱلْبَأْسَ إِلَّا قَلِيلًا۝١٨

    Qad yaʿlamu Allahu almuʿawwiqeena minkum waalqaileena liikhwanihim halumma ilayna wala yatoona albasa illa qaleelan

    Allah is Alwetend over degenen onder jullie die de (mannen) van het strijden voor Allah Zijn zaak tegenhouden en en die tegen hun broeders zeggen: “Kom hier naar ons,” terwijl zij (zelf) maar weinig tot de strijd komen.

  19. أَشِحَّةً عَلَيْكُمْ ۖ فَإِذَا جَآءَ ٱلْخَوْفُ رَأَيْتَهُمْ يَنظُرُونَ إِلَيْكَ تَدُورُ أَعْيُنُهُمْ كَٱلَّذِى يُغْشَىٰ عَلَيْهِ مِنَ ٱلْمَوْتِ ۖ فَإِذَا ذَهَبَ ٱلْخَوْفُ سَلَقُوكُم بِأَلْسِنَةٍ حِدَادٍ أَشِحَّةً عَلَى ٱلْخَيْرِ ۚ أُو۟لَـٰٓئِكَ لَمْ يُؤْمِنُوا۟ فَأَحْبَطَ ٱللَّهُ أَعْمَـٰلَهُمْ ۚ وَكَانَ ذَٰلِكَ عَلَى ٱللَّهِ يَسِيرًا۝١٩

    Ashihhatan ʿalaykum faitha jaa alkhawfu raaytahum yanthuroona ilayka tadooru aʿyunuhum kaallathee yughsha ʿalayhi mina almawti faitha thahaba alkhawfu salaqookum bialsinatin hidadin ashihhatan ʿala alkhayri olaika lam yuminoo faahbata Allahu aʿmalahum wakana thalika ʿala Allahi yaseeran

    Gierig zijn zij (de hypocrieten) tegen jullie(uit haat). Als de angst dan komt, zien jij hen naar jou kijken, hun ogen zoals (iemand) die vreest omdat hij de dood in de ogen kijkt, maar als de angst verdwijnt, dan zullen zij jullie met scherpe tongen beschimpen, gierig voor (wat) goeds. Zulke hebben niet geloofd. Daarom maakt Allah hun daden vruchteloos en dat is gemakkelijk voor Allah.

  20. يَحْسَبُونَ ٱلْأَحْزَابَ لَمْ يَذْهَبُوا۟ ۖ وَإِن يَأْتِ ٱلْأَحْزَابُ يَوَدُّوا۟ لَوْ أَنَّهُم بَادُونَ فِى ٱلْأَعْرَابِ يَسْـَٔلُونَ عَنْ أَنۢبَآئِكُمْ ۖ وَلَوْ كَانُوا۟ فِيكُم مَّا قَـٰتَلُوٓا۟ إِلَّا قَلِيلًا۝٢٠

    Yahsaboona alahzaba lam yathhaboo wain yati alahzabu yawaddoo law annahum badoona fee alaʿrabi yasaloona ʿan anbaikum walaw kanoo feekum ma qataloo illa qaleelan

    Zij denken dat de bondgenoten nog niet zijn weg gegaan en wanneer de bondgenoten (weer) komen, wensten zij dat zij zich op het platteland zouden bevinden (zodat zij niet hoeven te strijden). En dat zij daarvandaan vragen over jullie toestand. En als zij zich onder jullie zouden bevinden, Dan zouden zij niet strijden, Op enkelen na.

  21. لَّقَدْ كَانَ لَكُمْ فِى رَسُولِ ٱللَّهِ أُسْوَةٌ حَسَنَةٌ لِّمَن كَانَ يَرْجُوا۟ ٱللَّهَ وَٱلْيَوْمَ ٱلْـَٔاخِرَ وَذَكَرَ ٱللَّهَ كَثِيرًا۝٢١

    Laqad kana lakum fee rasooli Allahi oswatun hasanatun liman kana yarjoo Allaha waalyawma alakhira wathakara Allaha katheeran

    Voorzeker, de Boodschapper van Allah is (in elk opzicht) een lichtend voorbeeld voor (zowel de gelovigen als de hypocrieten onder) jullie, voor wie (op de veelbelovende ontmoeting met) Allah hoopt en (op Zijn genade in) het hiernamaals. (Zuiver daarom jullie harten) door Allah veelvuldig te gedenken.

  22. وَلَمَّا رَءَا ٱلْمُؤْمِنُونَ ٱلْأَحْزَابَ قَالُوا۟ هَـٰذَا مَا وَعَدَنَا ٱللَّهُ وَرَسُولُهُۥ وَصَدَقَ ٱللَّهُ وَرَسُولُهُۥ ۚ وَمَا زَادَهُمْ إِلَّآ إِيمَـٰنًا وَتَسْلِيمًا۝٢٢

    Walamma raa almuminoona alahzaba qaloo hatha ma waʿadana Allahu warasooluhu wasadaqa Allahu warasooluhu wama zadahum illa eemanan watasleeman

    En nadat de gelovigen de bondgenoten (onder de ongelovigen) zagen (naderen), zeiden zij: “Dit is wat Allah en Zijn Boodschapper ons hebben beloofd,” en Allah en Zijn Boodschapper komen hun beloftes (altijd) na. En dit deed hen slechts toenemen in geloof en overgaven.

  23. مِّنَ ٱلْمُؤْمِنِينَ رِجَالٌ صَدَقُوا۟ مَا عَـٰهَدُوا۟ ٱللَّهَ عَلَيْهِ ۖ فَمِنْهُم مَّن قَضَىٰ نَحْبَهُۥ وَمِنْهُم مَّن يَنتَظِرُ ۖ وَمَا بَدَّلُوا۟ تَبْدِيلًا۝٢٣

    Mina almumineena rijalun sadaqoo ma ʿahadoo Allaha ʿalayhi faminhum man qada nahbahu waminhum man yantathiru wama baddaloo tabdeelan

    Onder de gelovigen zijn er (standvastige) mannen (en vrouwen) die trouw blijven aan de belofte die zij aan Allah hebben gemaakt. Waaronder (mannen) van wie de (vurige) wens (om ter wille van Allah te sterven) in vervulling kwam, en anderen die (daar ongeduldig op) wachtten. En (aan deze belofte) hebben zij niets veranderd, (noch zijn ze daarop teruggekomen).

  24. لِّيَجْزِىَ ٱللَّهُ ٱلصَّـٰدِقِينَ بِصِدْقِهِمْ وَيُعَذِّبَ ٱلْمُنَـٰفِقِينَ إِن شَآءَ أَوْ يَتُوبَ عَلَيْهِمْ ۚ إِنَّ ٱللَّهَ كَانَ غَفُورًا رَّحِيمًا۝٢٤

    Liyajziya Allahu alssadiqeena bisidqihim wayuʿaththiba almunafiqeena in shaa aw yatooba ʿalayhim inna Allaha kana ghafooran raheeman

    Zodat Allah de waarachtigen zal belonen (en bijstaan) voor hun waarachtigheid. En als Hij (dat echt) wil dan bestraft Hij de hypocrieten (met de hel), ofwel aanvaardt Hij hun berouw. (Want) voorwaar, Allah is meest Vergevingsgezind, meest Barmhartig.

  25. وَرَدَّ ٱللَّهُ ٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ بِغَيْظِهِمْ لَمْ يَنَالُوا۟ خَيْرًا ۚ وَكَفَى ٱللَّهُ ٱلْمُؤْمِنِينَ ٱلْقِتَالَ ۚ وَكَانَ ٱللَّهُ قَوِيًّا عَزِيزًا۝٢٥

    Waradda Allahu allatheena kafaroo bighaythihim lam yanaloo khayran wakafa Allahu almumineena alqitala wakana Allahu qawiyyan ʿazeezan

    En Allah dreef de ongelovige (bondgenoten) terug door kommer en kwel (vanwege de triomf van de moslims), waarbij zij (in) geen enkel (opzicht) voordeel konden trekken. (Het was) Allah die de gelovigen in het gevecht heeft gevrijwaard (d.m.v. legers bestaande uit windhozen en engelen). En Allah is Krachtig (over alles) Almachtig (en niets of niemand die met Hem om de heerschappij zou kunnen wedijveren).

  26. وَأَنزَلَ ٱلَّذِينَ ظَـٰهَرُوهُم مِّنْ أَهْلِ ٱلْكِتَـٰبِ مِن صَيَاصِيهِمْ وَقَذَفَ فِى قُلُوبِهِمُ ٱلرُّعْبَ فَرِيقًا تَقْتُلُونَ وَتَأْسِرُونَ فَرِيقًا۝٢٦

    Waanzala allatheena thaharoohum min ahli alkitabi min sayaseehim waqathafa fee quloobihimu alrruʿba fareeqan taqtuloona watasiroona fareeqan

    En onder de mensen van het Boek (nl. Banoe Qoraydah) – die (de bondgenoten) ondersteunden (door hun verbond met Mohammed te verbreken) – heeft Allah uit hun (beveiligde) forten door de (knieën) doen gaan. (Bovendien) vulde Hij hun harten met angst (waarna) jullie een deel (van de verraders) ter dood brachten (om een voorbeeld te stellen), en een ander deel gevangennamen.

  27. وَأَوْرَثَكُمْ أَرْضَهُمْ وَدِيَـٰرَهُمْ وَأَمْوَٰلَهُمْ وَأَرْضًا لَّمْ تَطَـُٔوهَا ۚ وَكَانَ ٱللَّهُ عَلَىٰ كُلِّ شَىْءٍ قَدِيرًا۝٢٧

    Waawrathakum ardahum wadiyarahum waamwalahum waardan lam tataooha wakana Allahu ʿala kulli shayin qadeeran

    En Hij heeft jullie aangesteld over hun landerijen, hun huizen en hun bezittingen (waaronder hun wapens en hun kuddes) en een land dat jullie nooit (eerder) hebben betreden (nl. het land van Khaybar). En Allah is tot alle dingen in staat, (want niets is Hem teveel).

  28. يَـٰٓأَيُّهَا ٱلنَّبِىُّ قُل لِّأَزْوَٰجِكَ إِن كُنتُنَّ تُرِدْنَ ٱلْحَيَوٰةَ ٱلدُّنْيَا وَزِينَتَهَا فَتَعَالَيْنَ أُمَتِّعْكُنَّ وَأُسَرِّحْكُنَّ سَرَاحًا جَمِيلًا۝٢٨

    Ya ayyuha alnnabiyyu qul liazwajika in kuntunna turidna alhayata alddunya wazeenataha fataʿalayna omattiʿkunna waosarrihkunna sarahan jameelan

    O Profeet! Zeg tegen jouw vrouwen: “Als jullie het leven van deze wereld wensen, en haar schijn, - Kom dan! Ik zal een voorziening voor jullie maken en jullie op een mooie manier laten gaan (van jullie scheiden).

  29. وَإِن كُنتُنَّ تُرِدْنَ ٱللَّهَ وَرَسُولَهُۥ وَٱلدَّارَ ٱلْـَٔاخِرَةَ فَإِنَّ ٱللَّهَ أَعَدَّ لِلْمُحْسِنَـٰتِ مِنكُنَّ أَجْرًا عَظِيمًا۝٢٩

    Wain kuntunna turidna Allaha warasoolahu waalddara alakhirata fainna Allaha aʿadda lilmuhsinati minkunna ajran ʿatheeman

    Maar als jullie Allah en Zijn boodschapper wensen en het Huis in het hiernamaals, dan waarlijk, Allah heeft voor weldoensters onder jullie een geweldige beloning voorbereid.”

  30. يَـٰنِسَآءَ ٱلنَّبِىِّ مَن يَأْتِ مِنكُنَّ بِفَـٰحِشَةٍ مُّبَيِّنَةٍ يُضَـٰعَفْ لَهَا ٱلْعَذَابُ ضِعْفَيْنِ ۚ وَكَانَ ذَٰلِكَ عَلَى ٱللَّهِ يَسِيرًا۝٣٠

    Ya nisaa alnnabiyyi man yati minkunna bifahishatin mubayyinatin yudaʿaf laha alʿathabu diʿfayni wakana thalika ʿala Allahi yaseeran

    O vrouw!en van de Profeet! Ieder van jullie die een openlijke verdorvenheid pleegt, voor haar zal de straf verdubbeld worden, en dat is gemakkelijk voor Allah.

  31. ۞ وَمَن يَقْنُتْ مِنكُنَّ لِلَّهِ وَرَسُولِهِۦ وَتَعْمَلْ صَـٰلِحًا نُّؤْتِهَآ أَجْرَهَا مَرَّتَيْنِ وَأَعْتَدْنَا لَهَا رِزْقًا كَرِيمًا۝٣١

    Waman yaqnut minkunna lillahi warasoolihi wataʿmal salihan nutiha ajraha marratayni waaʿtadna laha rizqan kareeman

    En wie van jullie gehoorzaam aan Allah en Zijn Boodschapper is, en goede daden verricht, zullen Wij een dubbele beloning geven en Wij hebben voor haar een edele voorziening voorbereid.

  32. يَـٰنِسَآءَ ٱلنَّبِىِّ لَسْتُنَّ كَأَحَدٍ مِّنَ ٱلنِّسَآءِ ۚ إِنِ ٱتَّقَيْتُنَّ فَلَا تَخْضَعْنَ بِٱلْقَوْلِ فَيَطْمَعَ ٱلَّذِى فِى قَلْبِهِۦ مَرَضٌ وَقُلْنَ قَوْلًا مَّعْرُوفًا۝٣٢

    Ya nisaa alnnabiyyi lastunna kaahadin mina alnnisai ini ittaqaytunna fala takhdaʿna bialqawli fayatmaʿa allathee fee qalbihi maradun waqulna qawlan maʿroofan

    O vrouw! En van de Profeet! Jullie zijn niet als de andere vrouwen. Als jullie je aan jullie plicht houden, wees dan niet zacht in de spraak opdat degene in wiens hart een ziekte is in verleiding zal worden gebracht, maar spreek met goede woorden.

  33. وَقَرْنَ فِى بُيُوتِكُنَّ وَلَا تَبَرَّجْنَ تَبَرُّجَ ٱلْجَـٰهِلِيَّةِ ٱلْأُولَىٰ ۖ وَأَقِمْنَ ٱلصَّلَوٰةَ وَءَاتِينَ ٱلزَّكَوٰةَ وَأَطِعْنَ ٱللَّهَ وَرَسُولَهُۥٓ ۚ إِنَّمَا يُرِيدُ ٱللَّهُ لِيُذْهِبَ عَنكُمُ ٱلرِّجْسَ أَهْلَ ٱلْبَيْتِ وَيُطَهِّرَكُمْ تَطْهِيرًا۝٣٣

    Waqarna fee buyootikunna wala tabarrajna tabarruja aljahiliyyati aloola waaqimna alssalata waateena alzzakata waatiʿna Allaha warasoolahu innama yureedu Allahu liyuthhiba ʿankumu alrrijsa ahla albayti wayutahhirakum tatheeran

    En verblijf in jullie huizen, en stel je (schoonheid) niet tentoon zoals in de tijden van onwetendheid, en verricht de gebeden perfect en geef Zakat en gehoorzaam Allah en Zijn Boodschapper. Allah wenst slechts om slechte daden en zonden van jullie te verwijderen. O, leden van de familie en reinig jezelf met een grondige reiniging1.

    Voetnoten
    [1]dit vers gaat over de vrouwen van de Profeet Mohammed. En ondanks dat verklaren de sjieten de vrouwen van onze Profeet en alle metgezellen (op zes na, tot ongelovigen), wat een ongeloof en afdwaling is dat.
  34. وَٱذْكُرْنَ مَا يُتْلَىٰ فِى بُيُوتِكُنَّ مِنْ ءَايَـٰتِ ٱللَّهِ وَٱلْحِكْمَةِ ۚ إِنَّ ٱللَّهَ كَانَ لَطِيفًا خَبِيرًا۝٣٤

    Waothkurna ma yutla fee buyootikunna min ayati Allahi waalhikmati inna Allaha kana lateefan khabeeran

    En gedenk dat wat in jullie huizen van de verzen van Allah en wijsheid gereciteerd wordt. Waarlijk Allah is meest zachtaardig, Alwetend van alle zaken.

  35. إِنَّ ٱلْمُسْلِمِينَ وَٱلْمُسْلِمَـٰتِ وَٱلْمُؤْمِنِينَ وَٱلْمُؤْمِنَـٰتِ وَٱلْقَـٰنِتِينَ وَٱلْقَـٰنِتَـٰتِ وَٱلصَّـٰدِقِينَ وَٱلصَّـٰدِقَـٰتِ وَٱلصَّـٰبِرِينَ وَٱلصَّـٰبِرَٰتِ وَٱلْخَـٰشِعِينَ وَٱلْخَـٰشِعَـٰتِ وَٱلْمُتَصَدِّقِينَ وَٱلْمُتَصَدِّقَـٰتِ وَٱلصَّـٰٓئِمِينَ وَٱلصَّـٰٓئِمَـٰتِ وَٱلْحَـٰفِظِينَ فُرُوجَهُمْ وَٱلْحَـٰفِظَـٰتِ وَٱلذَّٰكِرِينَ ٱللَّهَ كَثِيرًا وَٱلذَّٰكِرَٰتِ أَعَدَّ ٱللَّهُ لَهُم مَّغْفِرَةً وَأَجْرًا عَظِيمًا۝٣٥

    Inna almuslimeena waalmuslimati waalmumineena waalmuminati waalqaniteena waalqanitati waalssadiqeena waalssadiqati waalssabireena waalssabirati waalkhashiʿeena waalkhashiʿati waalmutasaddiqeena waalmutasaddiqati waalssaimeena waalssaimati waalhafitheena furoojahum waalhafithati waalththakireena Allaha katheeran waalththakirati aʿadda Allahu lahum maghfiratan waajran ʿatheeman

    Waarlijk, de mannelijke en vrouwelijke moslims (die zowel in het openbaar als privé hun harten aan Allah onderwerpen), de gelovige mannen en vrouwen (in Allah als hun Heer, Mohammed als hun Profeet, en de Islam als hun godsdienst en levenswijze), de mannen en vrouwen die (Allah en Zijn Profeet) gehoorzaam zijn, de mannen en vrouwen die waarachtig zijn (zowel in hun uitspraken als in hun daden), de mannen en vrouwen die geduldig zijn (door hun lusten en hartstochten in bedwang te houden, door weg te blijven van zonden en door beproevingen te doorstaan), de mannen en vrouwen die nederig zijn (vanwege hun ontzag voor Allah), de mannen en vrouwen die (de zakaat betalen en een deel van hun vermogens aan) liefdadigheid uitgeven, de mannen en vrouwen die (niet alleen ramadan) vasten (maar ook de aanbevolen dagen op vrijwillige basis meevasten), de mannen en vrouwen die hun kuisheid beschermen (tegen ontucht en overspel), en de mannen en vrouwen die Allah veelvuldig gedenken met hun harten en hun tongen (na het gebed en tijdens de nacht) – het is voor hen dat Allah vergiffenis (voor hun zonden) heeft voorbereid, (gevolgd door) een grootse beloning (in het paradijs).

  36. وَمَا كَانَ لِمُؤْمِنٍ وَلَا مُؤْمِنَةٍ إِذَا قَضَى ٱللَّهُ وَرَسُولُهُۥٓ أَمْرًا أَن يَكُونَ لَهُمُ ٱلْخِيَرَةُ مِنْ أَمْرِهِمْ ۗ وَمَن يَعْصِ ٱللَّهَ وَرَسُولَهُۥ فَقَدْ ضَلَّ ضَلَـٰلًا مُّبِينًا۝٣٦

    Wama kana limuminin wala muminatin itha qada Allahu warasooluhu amran an yakoona lahumu alkhiyaratu min amrihim waman yaʿsi Allaha warasoolahu faqad dalla dalalan mubeenan

    Het is niet voor een gelovige, man of vrouw, als Allah en Zijn Boodschapper over een bepaalde zaak een besluit hebben genomen (een wet) en dat zij een andere keuze maken in hun zaak. En iedereen die Allah en Zijn Boodschapper ongehoorzaam is, verkeert zeker in een duidelijke dwaling.

  37. وَإِذْ تَقُولُ لِلَّذِىٓ أَنْعَمَ ٱللَّهُ عَلَيْهِ وَأَنْعَمْتَ عَلَيْهِ أَمْسِكْ عَلَيْكَ زَوْجَكَ وَٱتَّقِ ٱللَّهَ وَتُخْفِى فِى نَفْسِكَ مَا ٱللَّهُ مُبْدِيهِ وَتَخْشَى ٱلنَّاسَ وَٱللَّهُ أَحَقُّ أَن تَخْشَىٰهُ ۖ فَلَمَّا قَضَىٰ زَيْدٌ مِّنْهَا وَطَرًا زَوَّجْنَـٰكَهَا لِكَىْ لَا يَكُونَ عَلَى ٱلْمُؤْمِنِينَ حَرَجٌ فِىٓ أَزْوَٰجِ أَدْعِيَآئِهِمْ إِذَا قَضَوْا۟ مِنْهُنَّ وَطَرًا ۚ وَكَانَ أَمْرُ ٱللَّهِ مَفْعُولًا۝٣٧

    Waith taqoolu lillathee anʿama Allahu ʿalayhi waanʿamta ʿalayhi amsik ʿalayka zawjaka waittaqi Allaha watukhfee fee nafsika ma Allahu mubdeehi watakhsha alnnasa waAllahu ahaqqu an takhshahu falamma qada zaydun minha wataran zawwajnakaha likay la yakoona ʿala almumineena harajun fee azwaji adʿiyaihim itha qadaw minhunna wataran wakana amru Allahi mafʿoolan

    En (gedenk) toen jij tegen hem (Zaid ibn Haarithah) van de Profeet zei, die Allah gunsten had verleend en jij hebt hem gunsten verleend: “Hou je vrouw voor jezelf en vrees Allah.” Maar jij verborg in jezelf dat Allah openbaar zal maken, jij vreesde voor de mensen terwijl Allah een meer recht over jou heeft dat je Hem zult vrezen. Dus toen Zaid van zijn vrouw scheidde gaven Wij haar aan jou om te huwen zodat er geen moeilijkheden onder de gelovigen zijn met betrekking tot het (huwen van) de vrouwen van hun geadopteerde zonen wanneer deze op hen zijn uitgekeken. En Allah Zijn bevel komt altijd ten uitvoer.

  38. مَّا كَانَ عَلَى ٱلنَّبِىِّ مِنْ حَرَجٍ فِيمَا فَرَضَ ٱللَّهُ لَهُۥ ۖ سُنَّةَ ٱللَّهِ فِى ٱلَّذِينَ خَلَوْا۟ مِن قَبْلُ ۚ وَكَانَ أَمْرُ ٱللَّهِ قَدَرًا مَّقْدُورًا۝٣٨

    Ma kana ʿala alnnabiyyi min harajin feema farada Allahu lahu sunnata Allahi fee allatheena khalaw min qablu wakana amru Allahi qadaran maqdooran

    Er is geen blaam voor de Profeet in dat wat Allah voor hem wettig heeft gemaakt. Dat is Allah Zijn weg geweest met degenen die daarvoor zijn heengegaan. En het bevel van Allah is een vastgestelde beschikking.

  39. ٱلَّذِينَ يُبَلِّغُونَ رِسَـٰلَـٰتِ ٱللَّهِ وَيَخْشَوْنَهُۥ وَلَا يَخْشَوْنَ أَحَدًا إِلَّا ٱللَّهَ ۗ وَكَفَىٰ بِٱللَّهِ حَسِيبًا۝٣٩

    Allatheena yuballighoona risalati Allahi wayakhshawnahu wala yakhshawna ahadan illa Allaha wakafa biAllahi haseeban

    Degenen die de Boodschap van Allah verkondigen en Hem vrezen, en niemand behalve Allah vrezen. En voldoende is Allah als berekenaar.

  40. مَّا كَانَ مُحَمَّدٌ أَبَآ أَحَدٍ مِّن رِّجَالِكُمْ وَلَـٰكِن رَّسُولَ ٱللَّهِ وَخَاتَمَ ٱلنَّبِيِّـۧنَ ۗ وَكَانَ ٱللَّهُ بِكُلِّ شَىْءٍ عَلِيمًا۝٤٠

    Ma kana muhammadun aba ahadin min rijalikum walakin rasoola Allahi wakhatama alnnabiyyeena wakana Allahu bikulli shayin ʿaleeman

    Mohammed is niet de vader van jullie, maar hij is een boodschapper van Allah, en de laatste van de profeten. En Allah is op de hoogte van alles.

  41. يَـٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ ٱذْكُرُوا۟ ٱللَّهَ ذِكْرًا كَثِيرًا۝٤١

    Ya ayyuha allatheena amanoo othkuroo Allaha thikran katheeran

    O jullie die geloven! Gedenk Allah veelvuldig.

  42. وَسَبِّحُوهُ بُكْرَةً وَأَصِيلًا۝٤٢

    Wasabbihoohu bukratan waaseelan

    (Dus) verheerlijk en loof Hem ’s morgens en ’s avonds1.

    Voetnoten
    [1]Dat zijn de gedenkingen van de ochtend en de avond waarvan de moslim een band mee heeft.
  43. هُوَ ٱلَّذِى يُصَلِّى عَلَيْكُمْ وَمَلَـٰٓئِكَتُهُۥ لِيُخْرِجَكُم مِّنَ ٱلظُّلُمَـٰتِ إِلَى ٱلنُّورِ ۚ وَكَانَ بِٱلْمُؤْمِنِينَ رَحِيمًا۝٤٣

    Huwa allathee yusallee ʿalaykum wamalaikatuhu liyukhrijakum mina alththulumati ila alnnoori wakana bialmumineena raheeman

    Hij is het Die salaat (als Allah tevreden is met Zijn dienaar) naar jullie stuurt en ook Zijn engelen, dat Hij jullie uit de duisternis naar het licht brengt. En Hij is altijd de meest Genadevolle voor de gelovigen.

  44. تَحِيَّتُهُمْ يَوْمَ يَلْقَوْنَهُۥ سَلَـٰمٌ ۚ وَأَعَدَّ لَهُمْ أَجْرًا كَرِيمًا۝٤٤

    Tahiyyatuhum yawma yalqawnahu salamun waaʿadda lahum ajran kareeman

    Hun begroetingen op de dag dat zij Hem zullen ontmoeten zullen “vrede” zijn! En Hij heeft voor hen een geweldige beloning voorbereid.

  45. يَـٰٓأَيُّهَا ٱلنَّبِىُّ إِنَّآ أَرْسَلْنَـٰكَ شَـٰهِدًا وَمُبَشِّرًا وَنَذِيرًا۝٤٥

    Ya ayyuha alnnabiyyu inna arsalnaka shahidan wamubashshiran wanatheeran

    O Profeet! Waarlijk Wij hebben jou als getuige gestuurd en een drager van goed nieuws en een waarschuwer,-

  46. وَدَاعِيًا إِلَى ٱللَّهِ بِإِذْنِهِۦ وَسِرَاجًا مُّنِيرًا۝٤٦

    Wadaʿiyan ila Allahi biithnihi wasirajan muneeran

    En als iemand die tot Allah uitnodigt, met Zijn toestemming, is het als een verlichtende lamp.

  47. وَبَشِّرِ ٱلْمُؤْمِنِينَ بِأَنَّ لَهُم مِّنَ ٱللَّهِ فَضْلًا كَبِيرًا۝٤٧

    Wabashshiri almumineena bianna lahum mina Allahi fadlan kabeeran

    En verkondig aan de gelovigen het goede nieuws, dat zij van Allah een grote overvloed zullen krijgen.

  48. وَلَا تُطِعِ ٱلْكَـٰفِرِينَ وَٱلْمُنَـٰفِقِينَ وَدَعْ أَذَىٰهُمْ وَتَوَكَّلْ عَلَى ٱللَّهِ ۚ وَكَفَىٰ بِٱللَّهِ وَكِيلًا۝٤٨

    Wala tutiʿi alkafireena waalmunafiqeena wadaʿ athahum watawakkal ʿala Allahi wakafa biAllahi wakeelan

    En gehoorzaam niet de ongelovigen en de hypocrieten, en laat hun. En leg je vertrouwen in Allah en Allah is voldoende als een beschermer.

  49. يَـٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوٓا۟ إِذَا نَكَحْتُمُ ٱلْمُؤْمِنَـٰتِ ثُمَّ طَلَّقْتُمُوهُنَّ مِن قَبْلِ أَن تَمَسُّوهُنَّ فَمَا لَكُمْ عَلَيْهِنَّ مِنْ عِدَّةٍ تَعْتَدُّونَهَا ۖ فَمَتِّعُوهُنَّ وَسَرِّحُوهُنَّ سَرَاحًا جَمِيلًا۝٤٩

    Ya ayyuha allatheena amanoo itha nakahtumu almuminati thumma tallaqtumoohunna min qabli an tamassoohunna fama lakum ʿalayhinna min ʿiddatin taʿtaddoonaha famattiʿoohunna wasarrihoohunna sarahan jameelan

    O jullie die geloven! Als jullie gelovige vrouwen trouwen en hen dan van hen scheiden vóór jullie hen hebben aangeraakt dan is er geen ‘wachttijd' om rekening mee te houden voor hen. Geef hen dus een gift en laat hen gaan op een goede manier (dus scheiden binnen de Islam is zonder haat, geweld, oorlog, wraak).

  50. يَـٰٓأَيُّهَا ٱلنَّبِىُّ إِنَّآ أَحْلَلْنَا لَكَ أَزْوَٰجَكَ ٱلَّـٰتِىٓ ءَاتَيْتَ أُجُورَهُنَّ وَمَا مَلَكَتْ يَمِينُكَ مِمَّآ أَفَآءَ ٱللَّهُ عَلَيْكَ وَبَنَاتِ عَمِّكَ وَبَنَاتِ عَمَّـٰتِكَ وَبَنَاتِ خَالِكَ وَبَنَاتِ خَـٰلَـٰتِكَ ٱلَّـٰتِى هَاجَرْنَ مَعَكَ وَٱمْرَأَةً مُّؤْمِنَةً إِن وَهَبَتْ نَفْسَهَا لِلنَّبِىِّ إِنْ أَرَادَ ٱلنَّبِىُّ أَن يَسْتَنكِحَهَا خَالِصَةً لَّكَ مِن دُونِ ٱلْمُؤْمِنِينَ ۗ قَدْ عَلِمْنَا مَا فَرَضْنَا عَلَيْهِمْ فِىٓ أَزْوَٰجِهِمْ وَمَا مَلَكَتْ أَيْمَـٰنُهُمْ لِكَيْلَا يَكُونَ عَلَيْكَ حَرَجٌ ۗ وَكَانَ ٱللَّهُ غَفُورًا رَّحِيمًا۝٥٠

    Ya ayyuha alnnabiyyu inna ahlalna laka azwajaka allatee atayta ojoorahunna wama malakat yameenuka mimma afaa Allahu ʿalayka wabanati ʿammika wabanati ʿammatika wabanati khalika wabanati khalatika allatee hajarna maʿaka waimraatan muminatan in wahabat nafsaha lilnnabiyyi in arada alnnabiyyu an yastankihaha khalisatan laka min dooni almumineena qad ʿalimna ma faradna ʿalayhim fee azwajihim wama malakat aymanuhum likayla yakoona ʿalayka harajun wakana Allahu ghafooran raheeman

    O Profeet! Waarlijk, Wij hebben jullie vrouwen voor jullie wettig gemaakt waarvoor jullie hun bruidsschat (omdat de vrouw binnen de Islam waardevol is) hebben betaald en degenen die jullie rechterhand bezitten en die Allah aan jullie heeft gegeven en de dochters van jouw oom van de vaderskant, en de dochters van jouw tante van de vaderskant, en de dochters van jouw oom van moederskant, de dochters van jouw tante van moederskant die met jullie zijn geëmigreerd, en een gelovige vrouw als zij zichzelf aan de Profeet aanbiedt (om te trouwen), en de Profeet haar wenst te huwen – een voorrecht alleen voor jou, niet voor de (rest van) van de gelovigen. Voorwaar, Wij weten wat Wij hen met betrekking tot de vrouwen en die hun rechterhanden bezitten hebben opgelegd zodat er voor jou geen moeilijkheden zijn. En Allah is meest Vergevend, meest Genadevol.

  51. ۞ تُرْجِى مَن تَشَآءُ مِنْهُنَّ وَتُـْٔوِىٓ إِلَيْكَ مَن تَشَآءُ ۖ وَمَنِ ٱبْتَغَيْتَ مِمَّنْ عَزَلْتَ فَلَا جُنَاحَ عَلَيْكَ ۚ ذَٰلِكَ أَدْنَىٰٓ أَن تَقَرَّ أَعْيُنُهُنَّ وَلَا يَحْزَنَّ وَيَرْضَيْنَ بِمَآ ءَاتَيْتَهُنَّ كُلُّهُنَّ ۚ وَٱللَّهُ يَعْلَمُ مَا فِى قُلُوبِكُمْ ۚ وَكَانَ ٱللَّهُ عَلِيمًا حَلِيمًا۝٥١

    Turjee man tashao minhunna watuwee ilayka man tashao wamani ibtaghayta mimman ʿazalta fala junaha ʿalayka thalika adna an taqarra aʿyunuhunna wala yahzanna wayardayna bima ataytahunna kulluhunna waAllahu yaʿlamu ma fee quloobikum wakana Allahu ʿaleeman haleeman

    Jij kan weren wie je van hen wenst en je mag terugnemen wie je wenst. En wie je ook wilt van degenen die je opzij hebt gezet, het is geen zonde voor jou dat is beter; dat zij tevreden zijn en niet bedroefd en dat zij blij zijn met alles wat je hen geeft. Allah weet wat in jullie harten is. En Allah is Alwetend, meest Verdraagzaam.

  52. لَّا يَحِلُّ لَكَ ٱلنِّسَآءُ مِنۢ بَعْدُ وَلَآ أَن تَبَدَّلَ بِهِنَّ مِنْ أَزْوَٰجٍ وَلَوْ أَعْجَبَكَ حُسْنُهُنَّ إِلَّا مَا مَلَكَتْ يَمِينُكَ ۗ وَكَانَ ٱللَّهُ عَلَىٰ كُلِّ شَىْءٍ رَّقِيبًا۝٥٢

    La yahillu laka alnnisao min baʿdu wala an tabaddala bihinna min azwajin walaw aʿjabaka husnuhunna illa ma malakat yameenuka wakana Allahu ʿala kulli shayin raqeeban

    Het is je niet toegestaan om hierna te huwen, noch om hen voor andere vrouwen in te wisselen zelfs als hun schoonheid je aantrekt, behalve degenen die je rechterhand bezitten. En Allah is altijd een toeschouwer over alle zaken.

  53. يَـٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ لَا تَدْخُلُوا۟ بُيُوتَ ٱلنَّبِىِّ إِلَّآ أَن يُؤْذَنَ لَكُمْ إِلَىٰ طَعَامٍ غَيْرَ نَـٰظِرِينَ إِنَىٰهُ وَلَـٰكِنْ إِذَا دُعِيتُمْ فَٱدْخُلُوا۟ فَإِذَا طَعِمْتُمْ فَٱنتَشِرُوا۟ وَلَا مُسْتَـْٔنِسِينَ لِحَدِيثٍ ۚ إِنَّ ذَٰلِكُمْ كَانَ يُؤْذِى ٱلنَّبِىَّ فَيَسْتَحْىِۦ مِنكُمْ ۖ وَٱللَّهُ لَا يَسْتَحْىِۦ مِنَ ٱلْحَقِّ ۚ وَإِذَا سَأَلْتُمُوهُنَّ مَتَـٰعًا فَسْـَٔلُوهُنَّ مِن وَرَآءِ حِجَابٍ ۚ ذَٰلِكُمْ أَطْهَرُ لِقُلُوبِكُمْ وَقُلُوبِهِنَّ ۚ وَمَا كَانَ لَكُمْ أَن تُؤْذُوا۟ رَسُولَ ٱللَّهِ وَلَآ أَن تَنكِحُوٓا۟ أَزْوَٰجَهُۥ مِنۢ بَعْدِهِۦٓ أَبَدًا ۚ إِنَّ ذَٰلِكُمْ كَانَ عِندَ ٱللَّهِ عَظِيمًا۝٥٣

    Ya ayyuha allatheena amanoo la tadkhuloo buyoota alnnabiyyi illa an yuthana lakum ila taʿamin ghayra nathireena inahu walakin itha duʿeetum faodkhuloo faitha taʿimtum faintashiroo wala mustaniseena lihadeethin inna thalikum kana yuthee alnnabiyya fayastahyee minkum waAllahu la yastahyee mina alhaqqi waitha saaltumoohunna mataʿan faisaloohunna min warai hijabin thalikum atharu liquloobikum waquloobihinna wama kana lakum an tuthoo rasoola Allahi wala an tankihoo azwajahu min baʿdihi abadan inna thalikum kana ʿinda Allahi ʿatheeman

    O jullie die geloven! Ga niet het huis van de Profeet binnen behalve als er jullie toestemming is gegeven voor een maaltijd (en dan) niet (zo vroeg dat) jullie wachten op de bereiding daarvan. Maar als jullie zijn uitgenodigd, ga naar binnen, en als jullie de maaltijd gebruikt hebben, vertrek dan zonder te blijven zitten praten. Waarlijk, zulk (gedrag) ergert de Profeet en hij is verlegen om jullie (te vragen te vertrekken), maar Allah schaamt zich niet om jullie de waarheid (te vertellen). En als jullie (zijn vrouwen) om iets vragen, vraag dan achter een gordijn, dat is zuiverder voor jullie harten en voor hun harten. En het is niet (goed) voor jullie dat jullie Allahs boodschapper ergeren, noch dat jullie ooit zijn vrouwen na hem zullen trouwen. Waarlijk! Dat zal een gruweldaad in het aangezicht van Allah zijn.

  54. إِن تُبْدُوا۟ شَيْـًٔا أَوْ تُخْفُوهُ فَإِنَّ ٱللَّهَ كَانَ بِكُلِّ شَىْءٍ عَلِيمًا۝٥٤

    In tubdoo shayan aw tukhfoohu fainna Allaha kana bikulli shayin ʿaleeman

    Of jullie iets openbaar maken of verbergen, waarlijk, Allah is altijd Alwetend van alles.

  55. لَّا جُنَاحَ عَلَيْهِنَّ فِىٓ ءَابَآئِهِنَّ وَلَآ أَبْنَآئِهِنَّ وَلَآ إِخْوَٰنِهِنَّ وَلَآ أَبْنَآءِ إِخْوَٰنِهِنَّ وَلَآ أَبْنَآءِ أَخَوَٰتِهِنَّ وَلَا نِسَآئِهِنَّ وَلَا مَا مَلَكَتْ أَيْمَـٰنُهُنَّ ۗ وَٱتَّقِينَ ٱللَّهَ ۚ إِنَّ ٱللَّهَ كَانَ عَلَىٰ كُلِّ شَىْءٍ شَهِيدًا۝٥٥

    La junaha ʿalayhinna fee abaihinna wala abnaihinna wala ikhwanihinna wala abnai ikhwanihinna wala abnai akhawatihinna wala nisaihinna wala ma malakat aymanuhunna waittaqeena Allaha inna Allaha kana ʿala kulli shayin shaheedan

    Het is geen zonde voor hen (om hun sluiers af te doen) bij hun vaders of bij hun zonen of hun broers of de zonen van hun broers of de zonen van hun zussen of hun eigen (gelovige) vrouwen of hun (vrouwelijke) slaven verschijnen en hun plicht tot Allah onderhouden. Waarlijk, Allah is de getuige van alles.

  56. إِنَّ ٱللَّهَ وَمَلَـٰٓئِكَتَهُۥ يُصَلُّونَ عَلَى ٱلنَّبِىِّ ۚ يَـٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ صَلُّوا۟ عَلَيْهِ وَسَلِّمُوا۟ تَسْلِيمًا۝٥٦

    Inna Allaha wamalaikatahu yusalloona ʿala alnnabiyyi ya ayyuha allatheena amanoo salloo ʿalayhi wasallimoo tasleeman

    Allah prijst de Profeet en Zijn engelen verrichten smeekbeden (voor de Profeet). O jullie die geloven! Verricht smeekbeden voor hem en groet hem veelvoudig.

  57. إِنَّ ٱلَّذِينَ يُؤْذُونَ ٱللَّهَ وَرَسُولَهُۥ لَعَنَهُمُ ٱللَّهُ فِى ٱلدُّنْيَا وَٱلْـَٔاخِرَةِ وَأَعَدَّ لَهُمْ عَذَابًا مُّهِينًا۝٥٧

    Inna allatheena yuthoona Allaha warasoolahu laʿanahumu Allahu fee alddunya waalakhirati waaʿadda lahum ʿathaban muheenan

    Waarlijk, degenen die Allah en Zijn boodschapper ergeren die heeft Allah in deze wereld en in het hiernamaals vervloekt en heeft voor hen een vernederende bestraffing voorbereid.

  58. وَٱلَّذِينَ يُؤْذُونَ ٱلْمُؤْمِنِينَ وَٱلْمُؤْمِنَـٰتِ بِغَيْرِ مَا ٱكْتَسَبُوا۟ فَقَدِ ٱحْتَمَلُوا۟ بُهْتَـٰنًا وَإِثْمًا مُّبِينًا۝٥٨

    Waallatheena yuthoona almumineena waalmuminati bighayri ma iktasaboo faqadi ihtamaloo buhtanan waithman mubeenan

    En degenen die gelovige mannen en vrouwen onverdiend ergeren, dragen een lasterlijke en duidelijke zonde voor henzelf.

  59. يَـٰٓأَيُّهَا ٱلنَّبِىُّ قُل لِّأَزْوَٰجِكَ وَبَنَاتِكَ وَنِسَآءِ ٱلْمُؤْمِنِينَ يُدْنِينَ عَلَيْهِنَّ مِن جَلَـٰبِيبِهِنَّ ۚ ذَٰلِكَ أَدْنَىٰٓ أَن يُعْرَفْنَ فَلَا يُؤْذَيْنَ ۗ وَكَانَ ٱللَّهُ غَفُورًا رَّحِيمًا۝٥٩

    Ya ayyuha alnnabiyyu qul liazwajika wabanatika wanisai almumineena yudneena ʿalayhinna min jalabeebihinna thalika adna an yuʿrafna fala yuthayna wakana Allahu ghafooran raheeman

    O Profeet! Vertel je vrouwen en je dochters en de vrouwen van de gelovigen om hun mantels (sluiers) over hun lichamen te trekken. Dat zal beter zijn, dat zij bekend zullen staan zodat zij niet worden lastig gevallen. En Allah is altijd meest Vergevend, meest Genadevol.

  60. ۞ لَّئِن لَّمْ يَنتَهِ ٱلْمُنَـٰفِقُونَ وَٱلَّذِينَ فِى قُلُوبِهِم مَّرَضٌ وَٱلْمُرْجِفُونَ فِى ٱلْمَدِينَةِ لَنُغْرِيَنَّكَ بِهِمْ ثُمَّ لَا يُجَاوِرُونَكَ فِيهَآ إِلَّا قَلِيلًا۝٦٠

    Lain lam yantahi almunafiqoona waallatheena fee quloobihim maradun waalmurjifoona fee almadeenati lanughriyannaka bihim thumma la yujawiroonaka feeha illa qaleelan

    Als de hypocrieten en degenen in wiens harten een ziekte is en degenen die valse berichten verspreiden onder de mensen van Al-Medina niet stoppen, dan zullen Wij jou hen zeker laten verslaan, dan zullen zij niet in staat zijn om je buren te blijven, behalve een korte tijd.

  61. مَّلْعُونِينَ ۖ أَيْنَمَا ثُقِفُوٓا۟ أُخِذُوا۟ وَقُتِّلُوا۟ تَقْتِيلًا۝٦١

    Malʿooneena aynama thuqifoo okhithoo waquttiloo taqteelan

    Vervloek zijn deze mensen waar zij ook gevonden worden, zij zullen gegrepen worden en gedood worden.

  62. سُنَّةَ ٱللَّهِ فِى ٱلَّذِينَ خَلَوْا۟ مِن قَبْلُ ۖ وَلَن تَجِدَ لِسُنَّةِ ٱللَّهِ تَبْدِيلًا۝٦٢

    Sunnata Allahi fee allatheena khalaw min qablu walan tajida lisunnati Allahi tabdeelan

    Dat was de manier van Allah in het geval van degenen die heengegaan zijn. En jullie zullen geen verandering vinden in de manier van Allah.

  63. يَسْـَٔلُكَ ٱلنَّاسُ عَنِ ٱلسَّاعَةِ ۖ قُلْ إِنَّمَا عِلْمُهَا عِندَ ٱللَّهِ ۚ وَمَا يُدْرِيكَ لَعَلَّ ٱلسَّاعَةَ تَكُونُ قَرِيبًا۝٦٣

    Yasaluka alnnasu ʿani alssaʿati qul innama ʿilmuha ʿinda Allahi wama yudreeka laʿalla alssaʿata takoonu qareeban

    De mensen vragen je over het Uur, zeg: “De kennis daarvan is alleen bij Allah. En wat doet jou het weten? Het kan zijn dat het Uur nabij is!”

  64. إِنَّ ٱللَّهَ لَعَنَ ٱلْكَـٰفِرِينَ وَأَعَدَّ لَهُمْ سَعِيرًا۝٦٤

    Inna Allaha laʿana alkafireena waaʿadda lahum saʿeeran

    Waarlijk, Allah heeft de ongelovigen vervloekt en heeft voor hen een laaiend vuur voorbereid.

  65. خَـٰلِدِينَ فِيهَآ أَبَدًا ۖ لَّا يَجِدُونَ وَلِيًّا وَلَا نَصِيرًا۝٦٥

    Khalideena feeha abadan la yajidoona waliyyan wala naseeran

    Daarin zullen zij voor altijd verblijven en zij zullen noch een beschermer noch een helper vinden.

  66. يَوْمَ تُقَلَّبُ وُجُوهُهُمْ فِى ٱلنَّارِ يَقُولُونَ يَـٰلَيْتَنَآ أَطَعْنَا ٱللَّهَ وَأَطَعْنَا ٱلرَّسُولَا۠۝٦٦

    Yawma tuqallabu wujoohuhum fee alnnari yaqooloona ya laytana ataʿna Allaha waataʿna alrrasoola

    Op de Dag dat hun gezichten afgewend zijn en van alle kanten in het vuur rollen, zullen zij zeggen: “O, hadden wij Allah maar gehoorzaamd en hadden wij de Boodschapper maar gehoorzaamd.”

  67. وَقَالُوا۟ رَبَّنَآ إِنَّآ أَطَعْنَا سَادَتَنَا وَكُبَرَآءَنَا فَأَضَلُّونَا ٱلسَّبِيلَا۠۝٦٧

    Waqaloo rabbana inna ataʿna sadatana wakubaraana faadalloona alssabeela

    En zij zullen zeggen: “Onze Heer! Waarlijk wij hebben onze leiders gehoorzaamd en onze notabelen, en zij hebben ons van de weg misleid.

  68. رَبَّنَآ ءَاتِهِمْ ضِعْفَيْنِ مِنَ ٱلْعَذَابِ وَٱلْعَنْهُمْ لَعْنًا كَبِيرًا۝٦٨

    Rabbana atihim diʿfayni mina alʿathabi wailʿanhum laʿnan kabeeran

    Onze Heer! Geef hen een dubbele bestraffing en vervloek hen met een machtige vervloeking.”

  69. يَـٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ لَا تَكُونُوا۟ كَٱلَّذِينَ ءَاذَوْا۟ مُوسَىٰ فَبَرَّأَهُ ٱللَّهُ مِمَّا قَالُوا۟ ۚ وَكَانَ عِندَ ٱللَّهِ وَجِيهًا۝٦٩

    Ya ayyuha allatheena amanoo la takoonoo kaallatheena athaw moosa fabarraahu Allahu mimma qaloo wakana ʿinda Allahi wajeehan

    O jullie die geloven! Wees niet zoals degenen die Moesa ergerden, maar Allah heeft zijn onschuld bewezen van wat zij beweerden, en in Allah Zijn aangezicht is hij eerbaar.

  70. يَـٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ ٱتَّقُوا۟ ٱللَّهَ وَقُولُوا۟ قَوْلًا سَدِيدًا۝٧٠

    Ya ayyuha allatheena amanoo ittaqoo Allaha waqooloo qawlan sadeedan

    O jullie die geloven! Vrees Allah en spreek de waarheid.

  71. يُصْلِحْ لَكُمْ أَعْمَـٰلَكُمْ وَيَغْفِرْ لَكُمْ ذُنُوبَكُمْ ۗ وَمَن يُطِعِ ٱللَّهَ وَرَسُولَهُۥ فَقَدْ فَازَ فَوْزًا عَظِيمًا۝٧١

    Yuslih lakum aʿmalakum wayaghfir lakum thunoobakum waman yutiʿi Allaha warasoolahu faqad faza fawzan ʿatheeman

    Hij zal jullie naar (aanvaardbare) daden leiden en jullie je zonden vergeven. En al wie gehoorzaam is aan Allah en Zijn boodschapper, heeft een triomfantelijke overwinning behaald.

  72. إِنَّا عَرَضْنَا ٱلْأَمَانَةَ عَلَى ٱلسَّمَـٰوَٰتِ وَٱلْأَرْضِ وَٱلْجِبَالِ فَأَبَيْنَ أَن يَحْمِلْنَهَا وَأَشْفَقْنَ مِنْهَا وَحَمَلَهَا ٱلْإِنسَـٰنُ ۖ إِنَّهُۥ كَانَ ظَلُومًا جَهُولًا۝٧٢

    Inna ʿaradna alamanata ʿala alssamawati waalardi waaljibali faabayna an yahmilnaha waashfaqna minha wahamalaha alinsanu innahu kana thalooman jahoolan

    Waarlijk. Wij hebben de godsdienstige verplichtingen aan de hemelen en de aarde en de bergen aangeboden, maar zij hebben het afgewezen (uit vrees en grootheid voor Allah) en waren daar bang voor (dat ze het niet kunnen dragen). Maar de mens droeg het. Waarlijk, Hij was onrechtvaardig en onwetend.

  73. لِّيُعَذِّبَ ٱللَّهُ ٱلْمُنَـٰفِقِينَ وَٱلْمُنَـٰفِقَـٰتِ وَٱلْمُشْرِكِينَ وَٱلْمُشْرِكَـٰتِ وَيَتُوبَ ٱللَّهُ عَلَى ٱلْمُؤْمِنِينَ وَٱلْمُؤْمِنَـٰتِ ۗ وَكَانَ ٱللَّهُ غَفُورًا رَّحِيمًۢا۝٧٣

    Liyuʿaththiba Allahu almunafiqeena waalmunafiqati waalmushrikeena waalmushrikati wayatooba Allahu ʿala almumineena waalmuminati wakana Allahu ghafooran raheeman

    Zodat Allah de mannelijke en vrouwelijke hypocrieten en mannen en vrouwen die deelgenoten in de aanbidding aan Hem toevoegen zal bestraffen. En Allah zal de gelovigen, mannen en vrouwen vergeven. En Allah is meest Vergevend, meest genadevol.

Veelgestelde vragen

Wat betekent de naam van soera Al-Ahzab?

Al-Ahzab betekent ‘De bondgenoten’.

In welke juz staat soera Al-Ahzab?

Soera Al-Ahzab strekt zich uit over juz 21 en 22.

Hoeveel verzen heeft soera Al-Ahzab?

Soera Al-Ahzab telt 73 verzen.

Is soera Al-Ahzab Mekkaans of Medinaans?

Soera Al-Ahzab is een Medinaanse soera.

Welk nummer heeft soera Al-Ahzab?

Al-Ahzab is de 33e soera van de Koran.

Bronnen

  • Arabic text: Tanzil Quran Text (Uthmani) (Tanzil Project, CC BY 3.0), reproduced without changes.
  • Translation: Dutch Islamic Center, from QuranEnc.com, version 2.0.10, reproduced without changes.
  • Transliteration: Tanzil.net English transliteration.
  • Recitation: Mishary Rashid Alafasy, via QuranicAudio.com and EveryAyah.com.
  • Word by word: recordings and meanings from Quran.com (Quran Foundation), played when you tap a word.
  • Madinah and IndoPak fonts (Settings): the text in those scripts and their fonts come from the Quran Foundation (Quran.com); the Madinah font is the King Fahd Glorious Quran Printing Complex's Uthmanic Hafs font.

Found a mistake? Report a mistake and we will check it against the source.

Leesinstellingen

Koranlettertype
Lettergrootte Arabisch
100%
Lettergrootte vertaling
100%
Thema

Zet op beginscherm

ReadSurahOpen ReadSurah schermvullend vanaf je startscherm. Soera’s die je al hebt gelezen, openen ook zonder internet.

  1. Tik in Safari op de deelknop. Op nieuwere iPhones staat die in het •••-menu.
  2. Tik op ‘Zet op beginscherm’. Scrol omlaag als je het niet ziet.
  3. Tik op ‘Voeg toe’.