سورة يس
Soera Yasin in het Nederlands
- 36
- 83 verzen
- Mekkaans
- Juz 22–23
- Pagina’s 440–445
Mishary Rashid AlafasyMP3 downloadenPDF downloaden
Soera Yasin (يس) is de 36e soera van de Koran en telt 83 verzen. Het is een Mekkaanse soera, geopenbaard in Mekka vóór de Hidjra, en ze strekt zich uit over juz 22 en 23.
Op deze pagina lees je soera Yasin volledig in het Arabisch, vers voor vers met de Nederlandse vertaling van het Dutch Islamic Center en de transliteratie, en kun je naar de recitatie luisteren.
Soera Yasin volledig: Arabisch, Nederlandse vertaling en transliteratie
بِسْمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحْمَـٰنِ ٱلرَّحِيمِ
-
يسٓ١
Yaseen
Ya sien.1
Voetnoten
[1] Bekijk de voetnoten van vers 1 van Soera Al-Baqarah. -
وَٱلْقُرْءَانِ ٱلْحَكِيمِ٢
Waalqurani alhakeemi
Bij de Koran, vol wijsheid (Allah zweert op wat Hij wilt van zijn schepping, maar zijn dienaren mogen alleen op Allah zweren).
-
إِنَّكَ لَمِنَ ٱلْمُرْسَلِينَ٣
Innaka lamina almursaleena
Waarlijk, jij bent één van de boodschappers,
-
عَلَىٰ صِرَٰطٍ مُّسْتَقِيمٍ٤
ʿAla siratin mustaqeemin
Op een rechte weg.
-
تَنزِيلَ ٱلْعَزِيزِ ٱلرَّحِيمِ٥
Tanzeela alʿazeezi alrraheemi
(Dit is) een openbaring die door de Almachtige, de Genadevolle is gestuurd,
-
لِتُنذِرَ قَوْمًا مَّآ أُنذِرَ ءَابَآؤُهُمْ فَهُمْ غَـٰفِلُونَ٦
Litunthira qawman ma onthira abaohum fahum ghafiloona
Zodat jij (o Mohammed) een volk wiens voorvaders niet gewaarschuwd zijn en dus waren zij onachtzaam.
-
لَقَدْ حَقَّ ٱلْقَوْلُ عَلَىٰٓ أَكْثَرِهِمْ فَهُمْ لَا يُؤْمِنُونَ٧
Laqad haqqa alqawlu ʿala aktharihim fahum la yuminoona
Voorwaar het woord (van de bestraffing) is voor de meesten van hen bepaald, dus zullen zij niet geloven.
-
إِنَّا جَعَلْنَا فِىٓ أَعْنَـٰقِهِمْ أَغْلَـٰلًا فَهِىَ إِلَى ٱلْأَذْقَانِ فَهُم مُّقْمَحُونَ٨
Inna jaʿalna fee aʿnaqihim aghlalan fahiya ila alathqani fahum muqmahoona
Waarlijk! Wij hebben om hun nekken ijzeren kettingen geplaatst die tot hun kinnen reiken, waardoor hun hoofd omlaag gedwongen wordt.
-
وَجَعَلْنَا مِنۢ بَيْنِ أَيْدِيهِمْ سَدًّا وَمِنْ خَلْفِهِمْ سَدًّا فَأَغْشَيْنَـٰهُمْ فَهُمْ لَا يُبْصِرُونَ٩
Wajaʿalna min bayni aydeehim saddan wamin khalfihim saddan faaghshaynahum fahum la yubsiroona
En Wij hebben een hindernis voor hen gelegd, en een hindernis achter hen en Wij hebben hun bedekt zodat zij niet kunnen zien.
-
وَسَوَآءٌ عَلَيْهِمْ ءَأَنذَرْتَهُمْ أَمْ لَمْ تُنذِرْهُمْ لَا يُؤْمِنُونَ١٠
Wasawaon ʿalayhim aanthartahum am lam tunthirhum la yuminoona
Het maakt hen niet uit of je hen waarschuwt of niet, zij zullen niet geloven.
-
إِنَّمَا تُنذِرُ مَنِ ٱتَّبَعَ ٱلذِّكْرَ وَخَشِىَ ٱلرَّحْمَـٰنَ بِٱلْغَيْبِ ۖ فَبَشِّرْهُ بِمَغْفِرَةٍ وَأَجْرٍ كَرِيمٍ١١
Innama tunthiru mani ittabaʿa alththikra wakhashiya alrrahmana bialghaybi fabashshirhu bimaghfiratin waajrin kareemin
Jij kan slechts degene waarschuwen die de Vermaning volgt en de Barmhartigste ongezien vreest. Geef deze mensen het goede nieuws van de vergiffenis en de gulle beloning.
-
إِنَّا نَحْنُ نُحْىِ ٱلْمَوْتَىٰ وَنَكْتُبُ مَا قَدَّمُوا۟ وَءَاثَـٰرَهُمْ ۚ وَكُلَّ شَىْءٍ أَحْصَيْنَـٰهُ فِىٓ إِمَامٍ مُّبِينٍ١٢
Inna nahnu nuhyee almawta wanaktubu ma qaddamoo waatharahum wakulla shayin ahsaynahu fee imamin mubeenin
Waarlijk, Wij geven leven aan de doden en Wij noteren wat zij vooruit hebben gezonden en hun sporen (leggen we ook vast) en alle dingen hebben Wij opgesomd (genoteerd) in een duidelijk Boek.
-
وَٱضْرِبْ لَهُم مَّثَلًا أَصْحَـٰبَ ٱلْقَرْيَةِ إِذْ جَآءَهَا ٱلْمُرْسَلُونَ١٣
Waidrib lahum mathalan ashaba alqaryati ith jaaha almursaloona
En geef hen een voorbeeld: het (verhaal van de) bewoners van de stad. Toen er boodschappers tot hen kwamen.
-
إِذْ أَرْسَلْنَآ إِلَيْهِمُ ٱثْنَيْنِ فَكَذَّبُوهُمَا فَعَزَّزْنَا بِثَالِثٍ فَقَالُوٓا۟ إِنَّآ إِلَيْكُم مُّرْسَلُونَ١٤
Ith arsalna ilayhimu ithnayni fakaththaboohuma faʿazzazna bithalithin faqaloo inna ilaykum mursaloona
Toen Wij hen twee boodschappers hadden gezonden verloochenden zij hen beiden, dus versterkten Wij hen met een derde, en zij zeiden: “Waarlijk! Wij zijn als boodschappers naar jullie gestuurd.”
-
قَالُوا۟ مَآ أَنتُمْ إِلَّا بَشَرٌ مِّثْلُنَا وَمَآ أَنزَلَ ٱلرَّحْمَـٰنُ مِن شَىْءٍ إِنْ أَنتُمْ إِلَّا تَكْذِبُونَ١٥
Qaloo ma antum illa basharun mithluna wama anzala alrrahmanu min shayin in antum illa takthiboona
Zij zeiden: “Jullie zijn slechts mensen zoals wij, en de Barmhartigste heeft niets geopenbaard, jullie vertellen slechts leugens.”
-
قَالُوا۟ رَبُّنَا يَعْلَمُ إِنَّآ إِلَيْكُمْ لَمُرْسَلُونَ١٦
Qaloo rabbuna yaʿlamu inna ilaykum lamursaloona
De boodschappers zeiden: “Onze Heer weet dat wij als boodschappers tot jullie zijn gestuurd, -
-
وَمَا عَلَيْنَآ إِلَّا ٱلْبَلَـٰغُ ٱلْمُبِينُ١٧
Wama ʿalayna illa albalaghu almubeenu
En het is slechts onze plicht om duidelijk te verkondigen.”
-
قَالُوٓا۟ إِنَّا تَطَيَّرْنَا بِكُمْ ۖ لَئِن لَّمْ تَنتَهُوا۟ لَنَرْجُمَنَّكُمْ وَلَيَمَسَّنَّكُم مِّنَّا عَذَابٌ أَلِيمٌ١٨
Qaloo inna tatayyarna bikum lain lam tantahoo lanarjumannakum walayamassannakum minna ʿathabun aleemun
De (mensen) zeiden: “Wat ons betreft, wij zien een kwaad voorteken in jullie, als jullie niet stoppen, zullen wij jullie zeker stenigen en een pijnlijke bestraffing zal jullie van ons treffen.”
-
قَالُوا۟ طَـٰٓئِرُكُم مَّعَكُمْ ۚ أَئِن ذُكِّرْتُم ۚ بَلْ أَنتُمْ قَوْمٌ مُّسْرِفُونَ١٩
Qaloo tairukum maʿakum ain thukkirtum bal antum qawmun musrifoona
Zij zeiden: “Jullie kwade voortekenen zijn bij jullie! (Is het) omdat jullie vermaand worden? Nee, jullie zijn een volk dat buitensporig is."
-
وَجَآءَ مِنْ أَقْصَا ٱلْمَدِينَةِ رَجُلٌ يَسْعَىٰ قَالَ يَـٰقَوْمِ ٱتَّبِعُوا۟ ٱلْمُرْسَلِينَ٢٠
Wajaa min aqsa almadeenati rajulun yasʿa qala ya qawmi ittabiʿoo almursaleena
En er kwam van het verste gedeelte van de stad een man aanrennen die zei: “O mijn volk! Gehoorzaam de boodschappers;
-
ٱتَّبِعُوا۟ مَن لَّا يَسْـَٔلُكُمْ أَجْرًا وَهُم مُّهْتَدُونَ٢١
Ittabiʿoo man la yasalukum ajran wahum muhtadoona
Gehoorzaam degenen die geen betaling van jullie vragen, en die rechtgeleid zijn.
-
وَمَا لِىَ لَآ أَعْبُدُ ٱلَّذِى فَطَرَنِى وَإِلَيْهِ تُرْجَعُونَ٢٢
Wama liya la aʿbudu allathee fataranee wailayhi turjaʿoona
En waarom zou ik Hem (Allah) niet aanbidden Die mij geschapen heeft en tot Wie ik zal terugkeren.
-
ءَأَتَّخِذُ مِن دُونِهِۦٓ ءَالِهَةً إِن يُرِدْنِ ٱلرَّحْمَـٰنُ بِضُرٍّ لَّا تُغْنِ عَنِّى شَفَـٰعَتُهُمْ شَيْـًٔا وَلَا يُنقِذُونِ٢٣
Aattakhithu min doonihi alihatan in yuridni alrrahmanu bidurrin la tughni ʿannee shafaʿatuhum shayan wala yunqithooni
Zal ik naast hem valse goden aanbidden als de Barmhartigste mij kwaad wil berokken dan hun bemiddeling nutteloos voor mij zijn noch kunnen zij mij redden?
-
إِنِّىٓ إِذًا لَّفِى ضَلَـٰلٍ مُّبِينٍ٢٤
Innee ithan lafee dalalin mubeenin
Dan voorwaar zal ik in een duidelijke afdwaling verkeren.
-
إِنِّىٓ ءَامَنتُ بِرَبِّكُمْ فَٱسْمَعُونِ٢٥
Innee amantu birabbikum faismaʿooni
Waarlijk! Ik heb in jullie Heer geloofd, luister dus naar mij!”
-
قِيلَ ٱدْخُلِ ٱلْجَنَّةَ ۖ قَالَ يَـٰلَيْتَ قَوْمِى يَعْلَمُونَ٢٦
Qeela odkhuli aljannata qala ya layta qawmee yaʿlamoona
Er werd gezegd (nadat zijn volk hem vermoord had): “Treed het paradijs binnen.” Hij zei: “Ik wou dat mijn volk het maar wist!-
-
بِمَا غَفَرَ لِى رَبِّى وَجَعَلَنِى مِنَ ٱلْمُكْرَمِينَ٢٧
Bima ghafara lee rabbee wajaʿalanee mina almukrameena
Dat mijn Heer mij heeft vergeven en mij tot één van de edelen heeft gemaakt!”
-
۞ وَمَآ أَنزَلْنَا عَلَىٰ قَوْمِهِۦ مِنۢ بَعْدِهِۦ مِن جُندٍ مِّنَ ٱلسَّمَآءِ وَمَا كُنَّا مُنزِلِينَ٢٨
Wama anzalna ʿala qawmihi min baʿdihi min jundin mina alssamai wama kunna munzileena
En Wij hebben niet na hem (zijn dood) een leger uit de hemel naar zijn volk gestuurd noch sturen Wij hen.
-
إِن كَانَتْ إِلَّا صَيْحَةً وَٰحِدَةً فَإِذَا هُمْ خَـٰمِدُونَ٢٩
In kanat illa sayhatan wahidatan faitha hum khamidoona
Er was slechts een enkele afschuwelijke schreeuw en zie! Zij waren vernietigd.
-
يَـٰحَسْرَةً عَلَى ٱلْعِبَادِ ۚ مَا يَأْتِيهِم مِّن رَّسُولٍ إِلَّا كَانُوا۟ بِهِۦ يَسْتَهْزِءُونَ٣٠
Ya hasratan ʿala alʿibadi ma yateehim min rasoolin illa kanoo bihi yastahzioona
Spijtig voor de dienaren (die niet naar Allah luisteren) er is geen boodschapper tot hen gekomen of zij dreven de spot met hem.
-
أَلَمْ يَرَوْا۟ كَمْ أَهْلَكْنَا قَبْلَهُم مِّنَ ٱلْقُرُونِ أَنَّهُمْ إِلَيْهِمْ لَا يَرْجِعُونَ٣١
Alam yaraw kam ahlakna qablahum mina alqurooni annahum ilayhim la yarjiʿoona
Hebben zij niet gezien hoeveel generaties Wij vóór hen vernietigd hebben? Waarlijk, zij zullen niet tot hen terugkeren.
-
وَإِن كُلٌّ لَّمَّا جَمِيعٌ لَّدَيْنَا مُحْضَرُونَ٣٢
Wain kullun lamma jameeʿun ladayna muhdaroona
En zeker allen – ieder van hen zal voor Ons gebracht worden.
-
وَءَايَةٌ لَّهُمُ ٱلْأَرْضُ ٱلْمَيْتَةُ أَحْيَيْنَـٰهَا وَأَخْرَجْنَا مِنْهَا حَبًّا فَمِنْهُ يَأْكُلُونَ٣٣
Waayatun lahumu alardu almaytatu ahyaynaha waakhrajna minha habban faminhu yakuloona
En een teken voor hen is het dode land. Wij gaven het leven, en Wij brachten daar granen uit voort, zodat zij daarvan eten.
-
وَجَعَلْنَا فِيهَا جَنَّـٰتٍ مِّن نَّخِيلٍ وَأَعْنَـٰبٍ وَفَجَّرْنَا فِيهَا مِنَ ٱلْعُيُونِ٣٤
Wajaʿalna feeha jannatin min nakheelin waaʿnabin wafajjarna feeha mina alʿuyooni
En Wij hebben daarin tuinen van dadelpalmen en druiven gemaakt en Wij hebben ervoor gezorgd dat waterbronnen daarin stromen.
-
لِيَأْكُلُوا۟ مِن ثَمَرِهِۦ وَمَا عَمِلَتْهُ أَيْدِيهِمْ ۖ أَفَلَا يَشْكُرُونَ٣٥
Liyakuloo min thamarihi wama ʿamilathu aydeehim afala yashkuroona
Zodat zij van het fruit daarvan mogen eten, en hun handen hebben het niet gemaakt. Zullen zij dan niet dankbaar zijn?
-
سُبْحَـٰنَ ٱلَّذِى خَلَقَ ٱلْأَزْوَٰجَ كُلَّهَا مِمَّا تُنۢبِتُ ٱلْأَرْضُ وَمِنْ أَنفُسِهِمْ وَمِمَّا لَا يَعْلَمُونَ٣٦
Subhana allathee khalaqa alazwaja kullaha mimma tunbitu alardu wamin anfusihim wamimma la yaʿlamoona
Verheven is Hij Die alle paren geschapen heeft van wat de aarde produceert, en paren van hun eigen soort en van datgene waar zij niets van weten.
-
وَءَايَةٌ لَّهُمُ ٱلَّيْلُ نَسْلَخُ مِنْهُ ٱلنَّهَارَ فَإِذَا هُم مُّظْلِمُونَ٣٧
Waayatun lahumu allaylu naslakhu minhu alnnahara faitha hum muthlimoona
En een teken voor hen is de nacht, Wij hebben het van de dag afgehaald, en zie zij zijn in de duisternis.
-
وَٱلشَّمْسُ تَجْرِى لِمُسْتَقَرٍّ لَّهَا ۚ ذَٰلِكَ تَقْدِيرُ ٱلْعَزِيزِ ٱلْعَلِيمِ٣٨
Waalshshamsu tajree limustaqarrin laha thalika taqdeeru alʿazeezi alʿaleemi
En de zon vaart haar eigen koers voor een (vastgestelde) termijn. Dat is de bepaling van de Almachtige, de Alwetende.
-
وَٱلْقَمَرَ قَدَّرْنَـٰهُ مَنَازِلَ حَتَّىٰ عَادَ كَٱلْعُرْجُونِ ٱلْقَدِيمِ٣٩
Waalqamara qaddarnahu manazila hatta ʿada kaalʿurjooni alqadeemi
En de maan, daarvoor hebben Wij standen uitgemeten tot het als een oude droge, gebogen dadelstok terugkeert.
-
لَا ٱلشَّمْسُ يَنۢبَغِى لَهَآ أَن تُدْرِكَ ٱلْقَمَرَ وَلَا ٱلَّيْلُ سَابِقُ ٱلنَّهَارِ ۚ وَكُلٌّ فِى فَلَكٍ يَسْبَحُونَ٤٠
La alshshamsu yanbaghee laha an tudrika alqamara wala allaylu sabiqu alnnahari wakullun fee falakin yasbahoona
Het is niet aan de zon om de maan in te halen noch gaat de nacht de dag voorgaan. Zij bewegen allen, ieder in een vaste baan.
-
وَءَايَةٌ لَّهُمْ أَنَّا حَمَلْنَا ذُرِّيَّتَهُمْ فِى ٱلْفُلْكِ ٱلْمَشْحُونِ٤١
Waayatun lahum anna hamalna thurriyyatahum fee alfulki almashhooni
En een teken voor hen is het dat Wij hun nageslacht in een volgeladen ark hebben gedreven.
-
وَخَلَقْنَا لَهُم مِّن مِّثْلِهِۦ مَا يَرْكَبُونَ٤٢
Wakhalaqna lahum min mithlihi ma yarkaboona
En Wij hebben voor hen hetzelfde als nog toe geschapen zodat zij daarop aan boord kunnen gaan.
-
وَإِن نَّشَأْ نُغْرِقْهُمْ فَلَا صَرِيخَ لَهُمْ وَلَا هُمْ يُنقَذُونَ٤٣
Wain nasha nughriqhum fala sareekha lahum wala hum yunqathoona
En als Wij het willen, zullen Wij hen verdrinken en er zal voor hen geen kreet zijn noch zullen zij gered worden.
-
إِلَّا رَحْمَةً مِّنَّا وَمَتَـٰعًا إِلَىٰ حِينٍ٤٤
Illa rahmatan minna wamataʿan ila heenin
Behalve als een genade van Ons en en als een kort vermaak.
-
وَإِذَا قِيلَ لَهُمُ ٱتَّقُوا۟ مَا بَيْنَ أَيْدِيكُمْ وَمَا خَلْفَكُمْ لَعَلَّكُمْ تُرْحَمُونَ٤٥
Waitha qeela lahumu ittaqoo ma bayna aydeekum wama khalfakum laʿallakum turhamoona
En toen er tegen hen gezegd werd: “Vrees voor dat wat voor jullie is (een bestraffing) en wat achter jullie is, zodat zij genade kunnen ontvangen."
-
وَمَا تَأْتِيهِم مِّنْ ءَايَةٍ مِّنْ ءَايَـٰتِ رَبِّهِمْ إِلَّا كَانُوا۟ عَنْهَا مُعْرِضِينَ٤٦
Wama tateehim min ayatin min ayati rabbihim illa kanoo ʿanha muʿrideena
En er is geen tekenen van hun Heer tot hen gekomen of zij keerden zich daarvan af.
-
وَإِذَا قِيلَ لَهُمْ أَنفِقُوا۟ مِمَّا رَزَقَكُمُ ٱللَّهُ قَالَ ٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ لِلَّذِينَ ءَامَنُوٓا۟ أَنُطْعِمُ مَن لَّوْ يَشَآءُ ٱللَّهُ أَطْعَمَهُۥٓ إِنْ أَنتُمْ إِلَّا فِى ضَلَـٰلٍ مُّبِينٍ٤٧
Waitha qeela lahum anfiqoo mimma razaqakumu Allahu qala allatheena kafaroo lillatheena amanoo anutʿimu man law yashao Allahu atʿamahu in antum illa fee dalalin mubeenin
En toen er (door de armen onder de sahaabah) tegen hen gezegd werd: “Geef uit van datgene waarmee Allah jullie heeft voorzien,” zeiden de ongelovigen (al spottend) tegen de gelovigen: “Zullen wij degenen voeden die Allah had kunnen voeden, indien Hij dat wenste?” (Als jullie overtuigd zijn van deze uitspraak), weet dan dat jullie (in deze ongelovige toestand) in een duidelijke dwaling verkeren.
-
وَيَقُولُونَ مَتَىٰ هَـٰذَا ٱلْوَعْدُ إِن كُنتُمْ صَـٰدِقِينَ٤٨
Wayaqooloona mata hatha alwaʿdu in kuntum sadiqeena
En zij zeiden: “Wanneer zal deze belofte vervuld worden als jullie waarachtig zijn?”
-
مَا يَنظُرُونَ إِلَّا صَيْحَةً وَٰحِدَةً تَأْخُذُهُمْ وَهُمْ يَخِصِّمُونَ٤٩
Ma yanthuroona illa sayhatan wahidatan takhuthuhum wahum yakhissimoona
Zij wachten slechts tot een enkele schreeuw (bestraffing) zal hen grijpen terwijl zij aan de argumenteren zijn!
-
فَلَا يَسْتَطِيعُونَ تَوْصِيَةً وَلَآ إِلَىٰٓ أَهْلِهِمْ يَرْجِعُونَ٥٠
Fala yastateeʿoona tawsiyatan wala ila ahlihim yarjiʿoona
Zij zullen dan niet in staat zijn om een verzoek te vragen noch kunnen zij naar hun familie terugkeren.
-
وَنُفِخَ فِى ٱلصُّورِ فَإِذَا هُم مِّنَ ٱلْأَجْدَاثِ إِلَىٰ رَبِّهِمْ يَنسِلُونَ٥١
Wanufikha fee alssoori faitha hum mina alajdathi ila rabbihim yansiloona
En de bazuin zal geblazen worden waarna zij uit hun graven komen voor hun Heer.
-
قَالُوا۟ يَـٰوَيْلَنَا مَنۢ بَعَثَنَا مِن مَّرْقَدِنَا ۜ ۗ هَـٰذَا مَا وَعَدَ ٱلرَّحْمَـٰنُ وَصَدَقَ ٱلْمُرْسَلُونَ٥٢
Qaloo ya waylana man baʿathana min marqadina hatha ma waʿada alrrahmanu wasadaqa almursaloona
Zij zullen zeggen: “Wee voor ons! Wie heeft ons uit onze slaapplaats doen herrijzen. Dit is wat de Barmhartige heeft beloofd, en de boodschappers hebben de waarheid gesproken!”
-
إِن كَانَتْ إِلَّا صَيْحَةً وَٰحِدَةً فَإِذَا هُمْ جَمِيعٌ لَّدَيْنَا مُحْضَرُونَ٥٣
In kanat illa sayhatan wahidatan faitha hum jameeʿun ladayna muhdaroona
Het zal maar een enkele schreeuw zijn, waarna zij allen voor Ons worden gebracht!
-
فَٱلْيَوْمَ لَا تُظْلَمُ نَفْسٌ شَيْـًٔا وَلَا تُجْزَوْنَ إِلَّا مَا كُنتُمْ تَعْمَلُونَ٥٤
Faalyawma la tuthlamu nafsun shayan wala tujzawna illa ma kuntum taʿmaloona
En op deze Dag zal niemand onrecht worden aangedaan noch zal jullie iets verweten worden behalve wat jullie verricht hebben.
-
إِنَّ أَصْحَـٰبَ ٱلْجَنَّةِ ٱلْيَوْمَ فِى شُغُلٍ فَـٰكِهُونَ٥٥
Inna ashaba aljannati alyawma fee shughulin fakihoona
Waarlijk, de bewoners van het paradijs zullen op die Dag bezig zijn met prettige dingen.
-
هُمْ وَأَزْوَٰجُهُمْ فِى ظِلَـٰلٍ عَلَى ٱلْأَرَآئِكِ مُتَّكِـُٔونَ٥٦
Hum waazwajuhum fee thilalin ʿala alaraiki muttakioona
Zij en hun vrouwen zullen in een prettige schaduw zijn, leunend op banken.
-
لَهُمْ فِيهَا فَـٰكِهَةٌ وَلَهُم مَّا يَدَّعُونَ٥٧
Lahum feeha fakihatun walahum ma yaddaʿoona
Zij zullen daarin (alle soorten fruit) hebben en alles waar zij om vragen1.
Voetnoten
[1]Het fruit van het paradijs zal vijftig smaken hebben die elke seconde vernieuwd worden door weer vijftig nieuwe smaken. -
سَلَـٰمٌ قَوْلًا مِّن رَّبٍّ رَّحِيمٍ٥٨
Salamun qawlan min rabbin raheemin
“Vrede zij met jullie”, een woord van de meest Genadevolle Heer.
-
وَٱمْتَـٰزُوا۟ ٱلْيَوْمَ أَيُّهَا ٱلْمُجْرِمُونَ٥٩
Waimtazoo alyawma ayyuha almujrimoona
“O jullie misdadigers zonder je deze Dag af.”
-
۞ أَلَمْ أَعْهَدْ إِلَيْكُمْ يَـٰبَنِىٓ ءَادَمَ أَن لَّا تَعْبُدُوا۟ ٱلشَّيْطَـٰنَ ۖ إِنَّهُۥ لَكُمْ عَدُوٌّ مُّبِينٌ٦٠
Alam aʿhad ilaykum ya banee adama an la taʿbudoo alshshaytana innahu lakum ʿaduwwun mubeenun
Heb Ik jullie, o kinderen van Adam, niet bevolen om Shaytaan niet te aanbidden. Waarlijk hij is een duidelijke vijand voor jullie.
-
وَأَنِ ٱعْبُدُونِى ۚ هَـٰذَا صِرَٰطٌ مُّسْتَقِيمٌ٦١
Waani oʿbudoonee hatha siratun mustaqeemun
En dat jullie Mij moeten aanbidden. Dat is een rechte weg.
-
وَلَقَدْ أَضَلَّ مِنكُمْ جِبِلًّا كَثِيرًا ۖ أَفَلَمْ تَكُونُوا۟ تَعْقِلُونَ٦٢
Walaqad adalla minkum jibillan katheeran afalam takoonoo taʿqiloona
En voorwaar hij heeft een groot gedeelte van jullie misleid. Begrepen jullie het dan niet?
-
هَـٰذِهِۦ جَهَنَّمُ ٱلَّتِى كُنتُمْ تُوعَدُونَ٦٣
Hathihi jahannamu allatee kuntum tooʿadoona
Dit is de hel wat jullie beloofd werd!
-
ٱصْلَوْهَا ٱلْيَوْمَ بِمَا كُنتُمْ تَكْفُرُونَ٦٤
Islawha alyawma bima kuntum takfuroona
Brand er deze Dag in, voor waar jullie ongelovig aan waren.
-
ٱلْيَوْمَ نَخْتِمُ عَلَىٰٓ أَفْوَٰهِهِمْ وَتُكَلِّمُنَآ أَيْدِيهِمْ وَتَشْهَدُ أَرْجُلُهُم بِمَا كَانُوا۟ يَكْسِبُونَ٦٥
Alyawma nakhtimu ʿala afwahihim watukallimuna aydeehim watashhadu arjuluhum bima kanoo yaksiboona
Deze Dag zullen Wij hun monden verzegelen en hun handen zullen tot Ons spreken, en hun benen zullen getuigenis aflegen van wat zij hebben verricht.
-
وَلَوْ نَشَآءُ لَطَمَسْنَا عَلَىٰٓ أَعْيُنِهِمْ فَٱسْتَبَقُوا۟ ٱلصِّرَٰطَ فَأَنَّىٰ يُبْصِرُونَ٦٦
Walaw nashao latamasna ʿala aʿyunihim faistabaqoo alssirata faanna yubsiroona
En als wij het zouden willen, dan hadden wij zeker hun zicht weggevaagd, waarna zij voor het pad moesten zwoegen, hoe zouden zij dan zien?
-
وَلَوْ نَشَآءُ لَمَسَخْنَـٰهُمْ عَلَىٰ مَكَانَتِهِمْ فَمَا ٱسْتَطَـٰعُوا۟ مُضِيًّا وَلَا يَرْجِعُونَ٦٧
Walaw nashao lamasakhnahum ʿala makanatihim fama istataʿoo mudiyyan wala yarjiʿoona
En als wij het zouden willen, dan konden Wij hen veranderen op hun plaats. Dan zouden zij niet in staat zijn om vooruit te komen noch zouden zij kunnen terugkeren.
-
وَمَن نُّعَمِّرْهُ نُنَكِّسْهُ فِى ٱلْخَلْقِ ۖ أَفَلَا يَعْقِلُونَ٦٨
Waman nuʿammirhu nunakkishu fee alkhalqi afala yaʿqiloona
En degene die Wij een lang leven geven, doen Wij degraderen1 in Zijn schepping (waarmee zwakheid, dementie en afhankelijkheid gepaard gaan). Zullen (de ontkenners) hun gezond verstand dan niet gebruiken (in gehoorzaamheid aan Allah)?
Voetnoten
[1] Hiermee bedoelen we de achteruitgang die optreedt bij het ouder worden, waarbij de goede eigenschappen verloren gaan. -
وَمَا عَلَّمْنَـٰهُ ٱلشِّعْرَ وَمَا يَنۢبَغِى لَهُۥٓ ۚ إِنْ هُوَ إِلَّا ذِكْرٌ وَقُرْءَانٌ مُّبِينٌ٦٩
Wama ʿallamnahu alshshiʿra wama yanbaghee lahu in huwa illa thikrun waquranun mubeenun
En Wij hebben hem niet in de dichtkunst onderwezen, noch is dat passend voor hem. Dit is slechts een vermaning en een duidelijke Koran.
-
لِّيُنذِرَ مَن كَانَ حَيًّا وَيَحِقَّ ٱلْقَوْلُ عَلَى ٱلْكَـٰفِرِينَ٧٠
Liyunthira man kana hayyan wayahiqqa alqawlu ʿala alkafireena
Om daarmee degene die leven te waarschuwen en dat het woord (van Allah) tegen de ongelovigen rechtvaardig is.
-
أَوَلَمْ يَرَوْا۟ أَنَّا خَلَقْنَا لَهُم مِّمَّا عَمِلَتْ أَيْدِينَآ أَنْعَـٰمًا فَهُمْ لَهَا مَـٰلِكُونَ٧١
Awalam yaraw anna khalaqna lahum mimma ʿamilat aydeena anʿaman fahum laha malikoona
Zien zij dan niet wat Wij voor hen geschapen hebben geschapen met onze handen1, Het vee, zodat zij de eigenaren daarvan kunnen zijn.
Voetnoten
[1]Zoals vaak gezegd, dat het begrip van de metgezellen van de Profeet Mohammed, vrede zij met hem, in de Namen en Eigenschappen van Allah geloven, hier blind in geloven, zonder de betekenis te verdraaien, hier een hoedanigheid aan toe te voegen, te vergelijken of te ontkennen. -
وَذَلَّلْنَـٰهَا لَهُمْ فَمِنْهَا رَكُوبُهُمْ وَمِنْهَا يَأْكُلُونَ٧٢
Wathallalnaha lahum faminha rakoobuhum waminha yakuloona
En Wij hebben het vee aan hen onderworpen zodat zij sommigen van hen mogen hebben om op te rijden en sommigen om te eten.
-
وَلَهُمْ فِيهَا مَنَـٰفِعُ وَمَشَارِبُ ۖ أَفَلَا يَشْكُرُونَ٧٣
Walahum feeha manafiʿu wamasharibu afala yashkuroona
En zij hebben voordeel van hen, en een bron van drinken, zullen zij dan niet dankbaar zijn?
-
وَٱتَّخَذُوا۟ مِن دُونِ ٱللَّهِ ءَالِهَةً لَّعَلَّهُمْ يُنصَرُونَ٧٤
Waittakhathoo min dooni Allahi alihatan laʿallahum yunsaroona
En zij hebben naast Allah valse goden aangenomen, hopende dat zij door hen geholpen worden.
-
لَا يَسْتَطِيعُونَ نَصْرَهُمْ وَهُمْ لَهُمْ جُندٌ مُّحْضَرُونَ٧٥
La yastateeʿoona nasrahum wahum lahum jundun muhdaroona
Zij kunnen hen niet helpen, maar zij zullen als een groep voortgebracht worden tegen degenen die hen aanbaden.
-
فَلَا يَحْزُنكَ قَوْلُهُمْ ۘ إِنَّا نَعْلَمُ مَا يُسِرُّونَ وَمَا يُعْلِنُونَ٧٦
Fala yahzunka qawluhum inna naʿlamu ma yusirroona wama yuʿlinoona
En laat hun spraak, jou dan niet bedroeven. Waarlijk, Wij weten wat zij verbergen en wat zij openbaar maken.
-
أَوَلَمْ يَرَ ٱلْإِنسَـٰنُ أَنَّا خَلَقْنَـٰهُ مِن نُّطْفَةٍ فَإِذَا هُوَ خَصِيمٌ مُّبِينٌ٧٧
Awalam yara alinsanu anna khalaqnahu min nutfatin faitha huwa khaseemun mubeenun
Ziet de mens dan niet dat Wij hem uit een druppel (mannelijk zaad) hebben geschapen? En toch stelt hij zich (hiertegenover) op als een duidelijke tegenstander!
-
وَضَرَبَ لَنَا مَثَلًا وَنَسِىَ خَلْقَهُۥ ۖ قَالَ مَن يُحْىِ ٱلْعِظَـٰمَ وَهِىَ رَمِيمٌ٧٨
Wadaraba lana mathalan wanasiya khalqahu qala man yuhyee alʿithama wahiya rameemun
En (hierover) gaf hij Ons een gelijkenis terwijl hij de schepping van zichzelf over het hoofd zag. (met een bot in de hand) vraagt hij: “Wie zal deze vergruisde beenderen tot leven brengen terwijl ze gerot en tot stof zijn geworden?”
-
قُلْ يُحْيِيهَا ٱلَّذِىٓ أَنشَأَهَآ أَوَّلَ مَرَّةٍ ۖ وَهُوَ بِكُلِّ خَلْقٍ عَلِيمٌ٧٩
Qul yuhyeeha allathee anshaaha awwala marratin wahuwa bikulli khalqin ʿaleemun
Zeg (o Mohammed) tegen hen: “Hij zal hen doen herleven zoals Hij hen de eerste keer heeft geschapen! En Hij is Alwetend over de gehele schepping!
-
ٱلَّذِى جَعَلَ لَكُم مِّنَ ٱلشَّجَرِ ٱلْأَخْضَرِ نَارًا فَإِذَآ أَنتُم مِّنْهُ تُوقِدُونَ٨٠
Allathee jaʿala lakum mina alshshajari alakhdari naran faitha antum minhu tooqidoona
Hij Die jullie d.m.v. de groene boom van vuur heeft voorzien, waarna jullie er een vuur mee ontsteken.”
-
أَوَلَيْسَ ٱلَّذِى خَلَقَ ٱلسَّمَـٰوَٰتِ وَٱلْأَرْضَ بِقَـٰدِرٍ عَلَىٰٓ أَن يَخْلُقَ مِثْلَهُم ۚ بَلَىٰ وَهُوَ ٱلْخَلَّـٰقُ ٱلْعَلِيمُ٨١
Awalaysa allathee khalaqa alssamawati waalarda biqadirin ʿala an yakhluqa mithlahum bala wahuwa alkhallaqu alʿaleemu
Is Hij Die de hemelen en de aarde heeft geschapen niet in staat om iets te scheppen wat daaraan gelijk is? Zeker wel! Want voorwaar, Hij is de Schepper, de Alwetende.
-
إِنَّمَآ أَمْرُهُۥٓ إِذَآ أَرَادَ شَيْـًٔا أَن يَقُولَ لَهُۥ كُن فَيَكُونُ٨٢
Innama amruhu itha arada shayan an yaqoola lahu kun fayakoonu
Waarlijk, wanneer hij iets wil dan luidt Zijn bevel slechts: “Wees!” en het is.
-
فَسُبْحَـٰنَ ٱلَّذِى بِيَدِهِۦ مَلَكُوتُ كُلِّ شَىْءٍ وَإِلَيْهِ تُرْجَعُونَ٨٣
Fasubhana allathee biyadihi malakootu kulli shayin wailayhi turjaʿoona
Dus verheven is Degene in Wiens hand zich de soevereiniteit over alle zaken bevindt. En tot Hem zullen jullie (uiteindelijk) allen terugkeren.
Veelgestelde vragen
In welke juz staat soera Yasin?
Soera Yasin strekt zich uit over juz 22 en 23.
Hoeveel verzen heeft soera Yasin?
Soera Yasin telt 83 verzen.
Is soera Yasin Mekkaans of Medinaans?
Soera Yasin is een Mekkaanse soera.
Welk nummer heeft soera Yasin?
Yasin is de 36e soera van de Koran.
Bronnen
- Arabic text: Tanzil Quran Text (Uthmani) (Tanzil Project, CC BY 3.0), reproduced without changes.
- Translation: Dutch Islamic Center, from QuranEnc.com, version 2.0.10, reproduced without changes.
- Transliteration: Tanzil.net English transliteration.
- Recitation: Mishary Rashid Alafasy, via QuranicAudio.com and EveryAyah.com.
- Word by word: recordings and meanings from Quran.com (Quran Foundation), played when you tap a word.
- Madinah and IndoPak fonts (Settings): the text in those scripts and their fonts come from the Quran Foundation (Quran.com); the Madinah font is the King Fahd Glorious Quran Printing Complex's Uthmanic Hafs font.
Found a mistake? Report a mistake and we will check it against the source.