سورة الأحقاف

Soera Al-Ahqaf in het Nederlands

De zandduinen

Mushaf

Mishary Rashid AlafasyMP3 downloadenPDF downloaden

Soera Al-Ahqaf (الأحقاف) is de 46e soera van de Koran en telt 35 verzen. De naam betekent ‘De zandduinen’. Het is een Mekkaanse soera, geopenbaard in Mekka vóór de Hidjra, en ze staat in juz 26.

Op deze pagina lees je soera Al-Ahqaf volledig in het Arabisch, vers voor vers met de Nederlandse vertaling van het Dutch Islamic Center en de transliteratie, en kun je naar de recitatie luisteren.

Soera Al-Ahqaf volledig: Arabisch, Nederlandse vertaling en transliteratie

بِسْمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحْمَـٰنِ ٱلرَّحِيمِ

  1. حمٓ۝١

    Hameem

    Ha Miem.1

    Voetnoten
    [1] Bekijk de voetnoten van vers 1 van Soera Al-Baqarah.
  2. تَنزِيلُ ٱلْكِتَـٰبِ مِنَ ٱللَّهِ ٱلْعَزِيزِ ٱلْحَكِيمِ۝٢

    Tanzeelu alkitabi mina Allahi alʿazeezi alhakeemi

    De openbaring van het boek is van Allah, de Almachtige, de Alwijze.

  3. مَا خَلَقْنَا ٱلسَّمَـٰوَٰتِ وَٱلْأَرْضَ وَمَا بَيْنَهُمَآ إِلَّا بِٱلْحَقِّ وَأَجَلٍ مُّسَمًّى ۚ وَٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ عَمَّآ أُنذِرُوا۟ مُعْرِضُونَ۝٣

    Ma khalaqna alssamawati waalarda wama baynahuma illa bialhaqqi waajalin musamman waallatheena kafaroo ʿamma onthiroo muʿridoona

    Wij hebben de hemelen en de aarde en alles wat daar tussen is niet anders geschapen dan in waarheid en voor een vastgestelde termijn. Maar de ongelovigen keren zich van dat waarvoor zij gewaarschuwd zijn af.

  4. قُلْ أَرَءَيْتُم مَّا تَدْعُونَ مِن دُونِ ٱللَّهِ أَرُونِى مَاذَا خَلَقُوا۟ مِنَ ٱلْأَرْضِ أَمْ لَهُمْ شِرْكٌ فِى ٱلسَّمَـٰوَٰتِ ۖ ٱئْتُونِى بِكِتَـٰبٍ مِّن قَبْلِ هَـٰذَآ أَوْ أَثَـٰرَةٍ مِّنْ عِلْمٍ إِن كُنتُمْ صَـٰدِقِينَ۝٤

    Qul araaytum ma tadʿoona min dooni Allahi aroonee matha khalaqoo mina alardi am lahum shirkun fee alssamawati eetoonee bikitabin min qabli hatha aw atharatin min ʿilmin in kuntum sadiqeena

    Zeg (O Mohammed): Vertel mij over datgene wat jullie naast Allah aanroepen! Wat hebben zij van de aarde geschapen? Of wat is hun deel (in de schepping) van de hemelen? Breng mij een boek met wat kennis, als jullie waarachtig zijn!

  5. وَمَنْ أَضَلُّ مِمَّن يَدْعُوا۟ مِن دُونِ ٱللَّهِ مَن لَّا يَسْتَجِيبُ لَهُۥٓ إِلَىٰ يَوْمِ ٱلْقِيَـٰمَةِ وَهُمْ عَن دُعَآئِهِمْ غَـٰفِلُونَ۝٥

    Waman adallu mimman yadʿoo min dooni Allahi man la yastajeebu lahu ila yawmi alqiyamati wahum ʿan duʿaihim ghafiloona

    En wie is er verder afgedwaald dan degene die anderen naast Allah (aanroept), die hem niet antwoorden tot de dag der opstanding, en die zich (zelfs) niet bewust zijn van hun aanroepingen (tot hen).

  6. وَإِذَا حُشِرَ ٱلنَّاسُ كَانُوا۟ لَهُمْ أَعْدَآءً وَكَانُوا۟ بِعِبَادَتِهِمْ كَـٰفِرِينَ۝٦

    Waitha hushira alnnasu kanoo lahum aʿdaan wakanoo biʿibadatihim kafireena

    En als de mensheid verzameld is worden zij vijanden voor hen en zij zullen hun aanbidding ontkennen.

  7. وَإِذَا تُتْلَىٰ عَلَيْهِمْ ءَايَـٰتُنَا بَيِّنَـٰتٍ قَالَ ٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ لِلْحَقِّ لَمَّا جَآءَهُمْ هَـٰذَا سِحْرٌ مُّبِينٌ۝٧

    Waitha tutla ʿalayhim ayatuna bayyinatin qala allatheena kafaroo lilhaqqi lamma jaahum hatha sihrun mubeenun

    En als Onze duidelijke verzen voor hen gereciteerd worden, zeggen de ongelovigen over de waarheid als die hen bereikt: “Dit is duidelijke toverij!”

  8. أَمْ يَقُولُونَ ٱفْتَرَىٰهُ ۖ قُلْ إِنِ ٱفْتَرَيْتُهُۥ فَلَا تَمْلِكُونَ لِى مِنَ ٱللَّهِ شَيْـًٔا ۖ هُوَ أَعْلَمُ بِمَا تُفِيضُونَ فِيهِ ۖ كَفَىٰ بِهِۦ شَهِيدًۢا بَيْنِى وَبَيْنَكُمْ ۖ وَهُوَ ٱلْغَفُورُ ٱلرَّحِيمُ۝٨

    Am yaqooloona iftarahu qul ini iftaraytuhu fala tamlikoona lee mina Allahi shayan huwa aʿlamu bima tufeedoona feehi kafa bihi shaheedan baynee wabaynakum wahuwa alghafooru alrraheemu

    Of zij zeggen: “Hij (Mohammed) heeft het verzonnen.” Zeg (o Mohammed) “Als ik het verzonnen had dan zouden jullie geen macht hebben om mij tegen bestraffing te helpen. Hij is als getuige tussen jullie en mij voldoende! En Hij is de meest Vergevende, de meest Barmhartige.”

  9. قُلْ مَا كُنتُ بِدْعًا مِّنَ ٱلرُّسُلِ وَمَآ أَدْرِى مَا يُفْعَلُ بِى وَلَا بِكُمْ ۖ إِنْ أَتَّبِعُ إِلَّا مَا يُوحَىٰٓ إِلَىَّ وَمَآ أَنَا۠ إِلَّا نَذِيرٌ مُّبِينٌ۝٩

    Qul ma kuntu bidʿan mina alrrusuli wama adree ma yufʿalu bee wala bikum in attabiʿu illa ma yooha ilayya wama ana illa natheerun mubeenun

    Zeg: “Ik ben niet de eerste onder de boodschappers noch weet ik wat er met mij of jullie zal gebeuren. Ik volg slechts wat aan mij geopenbaard is, en ik ben niets anders dan een duidelijke waarschuwer.”

  10. قُلْ أَرَءَيْتُمْ إِن كَانَ مِنْ عِندِ ٱللَّهِ وَكَفَرْتُم بِهِۦ وَشَهِدَ شَاهِدٌ مِّنۢ بَنِىٓ إِسْرَٰٓءِيلَ عَلَىٰ مِثْلِهِۦ فَـَٔامَنَ وَٱسْتَكْبَرْتُمْ ۖ إِنَّ ٱللَّهَ لَا يَهْدِى ٱلْقَوْمَ ٱلظَّـٰلِمِينَ۝١٠

    Qul araaytum in kana min ʿindi Allahi wakafartum bihi washahida shahidun min banee israeela ʿala mithlihi faamana waistakbartum inna Allaha la yahdee alqawma alththalimeena

    Zeg (o Mohammed): “Vertel mij! Als dit (de Koran)van Allah is, en jullie het ontkennen, en een getuige van de kinderen van Israël verklaart dat deze Koran van Allah is zoals, dus hij geloofde terwijl jullie te hoogmoedig zijn.” Waarlijk! Allah leidt niet het volk dat onrechtvaardig is.

  11. وَقَالَ ٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ لِلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ لَوْ كَانَ خَيْرًا مَّا سَبَقُونَآ إِلَيْهِ ۚ وَإِذْ لَمْ يَهْتَدُوا۟ بِهِۦ فَسَيَقُولُونَ هَـٰذَآ إِفْكٌ قَدِيمٌ۝١١

    Waqala allatheena kafaroo lillatheena amanoo law kana khayran ma sabaqoona ilayhi waith lam yahtadoo bihi fasayaqooloona hatha ifkun qadeemun

    En degenen die ongelovig zijn zeggen tegen degenen die geloven: “Als het (de Koran) iets goeds geweest was, zouden zij ons hierin niet zijn voorgegaan! En omdat zij zich daardoor niet hebben laten leiden zullen zij zeggen: “Dit is slechts een oude leugen!”

  12. وَمِن قَبْلِهِۦ كِتَـٰبُ مُوسَىٰٓ إِمَامًا وَرَحْمَةً ۚ وَهَـٰذَا كِتَـٰبٌ مُّصَدِّقٌ لِّسَانًا عَرَبِيًّا لِّيُنذِرَ ٱلَّذِينَ ظَلَمُوا۟ وَبُشْرَىٰ لِلْمُحْسِنِينَ۝١٢

    Wamin qablihi kitabu moosa imaman warahmatan wahatha kitabun musaddiqun lisanan ʿarabiyyan liyunthira allatheena thalamoo wabushra lilmuhsineena

    En hiervoor was het boek van Moesa als een leiding en een genade. En dit (de Koran) is een bevestiging van de eerdere boeken en is geopenbaard in Arabische taal om degenen die zondigen te waarschuwen en goede berichten te brengen aan de weldoeners.

  13. إِنَّ ٱلَّذِينَ قَالُوا۟ رَبُّنَا ٱللَّهُ ثُمَّ ٱسْتَقَـٰمُوا۟ فَلَا خَوْفٌ عَلَيْهِمْ وَلَا هُمْ يَحْزَنُونَ۝١٣

    Inna allatheena qaloo rabbuna Allahu thumma istaqamoo fala khawfun ʿalayhim wala hum yahzanoona

    Waarlijk, degenen die zeggen: “Onze Heer is (slechts) Allah,” en daarna standvastig blijven, voor hen zal er geen angst zijn, noch zullen zij bedroefd zijn.

  14. أُو۟لَـٰٓئِكَ أَصْحَـٰبُ ٱلْجَنَّةِ خَـٰلِدِينَ فِيهَا جَزَآءًۢ بِمَا كَانُوا۟ يَعْمَلُونَ۝١٤

    Olaika ashabu aljannati khalideena feeha jazaan bima kanoo yaʿmaloona

    Dat zullen de bewoners van het paradijs zijn, daarin (altijd) verblijvend, - een beloning voor wat zij gedaan hebben.

  15. وَوَصَّيْنَا ٱلْإِنسَـٰنَ بِوَٰلِدَيْهِ إِحْسَـٰنًا ۖ حَمَلَتْهُ أُمُّهُۥ كُرْهًا وَوَضَعَتْهُ كُرْهًا ۖ وَحَمْلُهُۥ وَفِصَـٰلُهُۥ ثَلَـٰثُونَ شَهْرًا ۚ حَتَّىٰٓ إِذَا بَلَغَ أَشُدَّهُۥ وَبَلَغَ أَرْبَعِينَ سَنَةً قَالَ رَبِّ أَوْزِعْنِىٓ أَنْ أَشْكُرَ نِعْمَتَكَ ٱلَّتِىٓ أَنْعَمْتَ عَلَىَّ وَعَلَىٰ وَٰلِدَىَّ وَأَنْ أَعْمَلَ صَـٰلِحًا تَرْضَىٰهُ وَأَصْلِحْ لِى فِى ذُرِّيَّتِىٓ ۖ إِنِّى تُبْتُ إِلَيْكَ وَإِنِّى مِنَ ٱلْمُسْلِمِينَ۝١٥

    Wawassayna alinsana biwalidayhi ihsanan hamalathu ommuhu kurhan wawadaʿathu kurhan wahamluhu wafisaluhu thalathoona shahran hatta itha balagha ashuddahu wabalagha arbaʿeena sanatan qala rabbi awziʿnee an ashkura niʿmataka allatee anʿamta ʿalayya waʿala walidayya waan aʿmala salihan tardahu waaslih lee fee thurriyyatee innee tubtu ilayka wainnee mina almuslimeena

    En Wij hebben de mens opgelegd om goed voor zijn ouders te zijn. Zijn moeder draagt hem in pijn en brengt hem voort in pijn en de zwangerschap van hem en het zogen van hem is dertig maanden; als hij de volledige kracht heeft en veertig jaar is geworden, zegt hij: “Mijn Heer! Geef mij de kracht en de mogelijkheid om dankbaar te zijn voor Uw gunsten die U mij en mijn ouders heeft gegeven, Zodat ik goede daden mag verrichten die U genoegen doen en maak mijn nageslacht rechtschapen. Waarlijk, ik keer mij vol berouw tot U, (want) ik behoor tot één van de moslims.”

  16. أُو۟لَـٰٓئِكَ ٱلَّذِينَ نَتَقَبَّلُ عَنْهُمْ أَحْسَنَ مَا عَمِلُوا۟ وَنَتَجَاوَزُ عَن سَيِّـَٔاتِهِمْ فِىٓ أَصْحَـٰبِ ٱلْجَنَّةِ ۖ وَعْدَ ٱلصِّدْقِ ٱلَّذِى كَانُوا۟ يُوعَدُونَ۝١٦

    Olaika allatheena nataqabbalu ʿanhum ahsana ma ʿamiloo wanatajawazu ʿan sayyiatihim fee ashabi aljannati waʿda alssidqi allathee kanoo yooʿadoona

    Dat zijn degenen van wie Wij het beste van hun daden aannemen en hun slechte daden vergeven (negeren). (Zij zullen) onder de bewoners van het paradijs zijn, een belofte in waarheid, wat hen beloofd is.

  17. وَٱلَّذِى قَالَ لِوَٰلِدَيْهِ أُفٍّ لَّكُمَآ أَتَعِدَانِنِىٓ أَنْ أُخْرَجَ وَقَدْ خَلَتِ ٱلْقُرُونُ مِن قَبْلِى وَهُمَا يَسْتَغِيثَانِ ٱللَّهَ وَيْلَكَ ءَامِنْ إِنَّ وَعْدَ ٱللَّهِ حَقٌّ فَيَقُولُ مَا هَـٰذَآ إِلَّآ أَسَـٰطِيرُ ٱلْأَوَّلِينَ۝١٧

    Waallathee qala liwalidayhi offin lakuma ataʿidaninee an okhraja waqad khalati alquroonu min qablee wahuma yastagheethani Allaha waylaka amin inna waʿda Allahi haqqun fayaqoolu ma hatha illa asateeru alawwaleena

    Maar degene die tegen zijn ouders zegt: “Foei jullie! Waarschuwen jullie mij dat ik opgewekt zal worden, terwijl de generaties vóór mij overleden zijn (en er nog niet één is opgestaan uit zijn graf).” Dan roepen zij (de ouders) Allah aan voor hulp (en zeggen tegen hun kind): “Wee voor jouw geloof! Waarlijk, de belofte van Allah is waar.” Maar hij zegt: “Dit zijn niet anders dan verhalen van de vroegeren.”

  18. أُو۟لَـٰٓئِكَ ٱلَّذِينَ حَقَّ عَلَيْهِمُ ٱلْقَوْلُ فِىٓ أُمَمٍ قَدْ خَلَتْ مِن قَبْلِهِم مِّنَ ٱلْجِنِّ وَٱلْإِنسِ ۖ إِنَّهُمْ كَانُوا۟ خَـٰسِرِينَ۝١٨

    Olaika allatheena haqqa ʿalayhimu alqawlu fee umamin qad khalat min qablihim mina aljinni waalinsi innahum kanoo khasireena

    Dat zijn degenen waarvoor het woord gerechtvaardigd is onder de voorafgaande generaties van djinn en mensen. Waarlijk! Zij zijn de verliezers.

  19. وَلِكُلٍّ دَرَجَـٰتٌ مِّمَّا عَمِلُوا۟ ۖ وَلِيُوَفِّيَهُمْ أَعْمَـٰلَهُمْ وَهُمْ لَا يُظْلَمُونَ۝١٩

    Walikullin darajatun mimma ʿamiloo waliyuwaffiyahum aʿmalahum wahum la yuthlamoona

    En voor allen zullen er gradaties zijn in overeenstemming met hun daden. Zodat (Allah) hen volledig voor hun daden zal vergoeden, zonder dat hen daarbij onrecht wordt aangedaan.

  20. وَيَوْمَ يُعْرَضُ ٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ عَلَى ٱلنَّارِ أَذْهَبْتُمْ طَيِّبَـٰتِكُمْ فِى حَيَاتِكُمُ ٱلدُّنْيَا وَٱسْتَمْتَعْتُم بِهَا فَٱلْيَوْمَ تُجْزَوْنَ عَذَابَ ٱلْهُونِ بِمَا كُنتُمْ تَسْتَكْبِرُونَ فِى ٱلْأَرْضِ بِغَيْرِ ٱلْحَقِّ وَبِمَا كُنتُمْ تَفْسُقُونَ۝٢٠

    Wayawma yuʿradu allatheena kafaroo ʿala alnnari athhabtum tayyibatikum fee hayatikumu alddunya waistamtaʿtum biha faalyawma tujzawna ʿathaba alhooni bima kuntum tastakbiroona fee alardi bighayri alhaqqi wabima kuntum tafsuqoona

    De dag waarop zij die ongelovig waren, aan het vuur zullen blootgesteld worden. (Hun zal gezegd worden): “Jullie verbruikten jullie goede dingen tijdens jullie wereldse leven. Bovendien hebben jullie ervan genoten! Op deze dag zullen jullie vergoed worden met een vernederende bestraffing, want jullie liepen onterecht hoogmoedig over het land en (daarenboven) leefden jullie in zonde en losbandigheid.”

  21. ۞ وَٱذْكُرْ أَخَا عَادٍ إِذْ أَنذَرَ قَوْمَهُۥ بِٱلْأَحْقَافِ وَقَدْ خَلَتِ ٱلنُّذُرُ مِنۢ بَيْنِ يَدَيْهِ وَمِنْ خَلْفِهِۦٓ أَلَّا تَعْبُدُوٓا۟ إِلَّا ٱللَّهَ إِنِّىٓ أَخَافُ عَلَيْكُمْ عَذَابَ يَوْمٍ عَظِيمٍ۝٢١

    Waothkur akha ʿadin ith anthara qawmahu bialahqafi waqad khalati alnnuthuru min bayni yadayhi wamin khalfihi alla taʿbudoo illa Allaha innee akhafu ʿalaykum ʿathaba yawmin ʿatheemin

    En gedenk de broeder van ‘Ad, toen hij zijn volk in de zandduinen in het zuidelijke gedeelte van het Arabisch Schiereiland waarschuwde. En zeker, voor hem zijn reeds waarschuwers gekomen en na hem (zeggende): “Aanbid niemand anders dan Allah; waarlijk, ik vrees voor jullie de bestraffing van de geweldige dag.”

  22. قَالُوٓا۟ أَجِئْتَنَا لِتَأْفِكَنَا عَنْ ءَالِهَتِنَا فَأْتِنَا بِمَا تَعِدُنَآ إِن كُنتَ مِنَ ٱلصَّـٰدِقِينَ۝٢٢

    Qaloo ajitana litafikana ʿan alihatina fatina bima taʿiduna in kunta mina alssadiqeena

    Zij zeiden: “Ben jij tot ons gekomen om ons van onze goden te laten afkeren? Breng ons dan datgene waarmee je ons bedreigt, als je één van de waarachtigen bent!”

  23. قَالَ إِنَّمَا ٱلْعِلْمُ عِندَ ٱللَّهِ وَأُبَلِّغُكُم مَّآ أُرْسِلْتُ بِهِۦ وَلَـٰكِنِّىٓ أَرَىٰكُمْ قَوْمًا تَجْهَلُونَ۝٢٣

    Qala innama alʿilmu ʿinda Allahi waoballighukum ma orsiltu bihi walakinnee arakum qawman tajhaloona

    Hij zei: “De kennis is alleen bij Allah, en ik verkondig jullie datgene waarmee ik gestuurd ben, maar ik zie dat jullie een volk zijn dat aan de onwetendheid is gegeven!”

  24. فَلَمَّا رَأَوْهُ عَارِضًا مُّسْتَقْبِلَ أَوْدِيَتِهِمْ قَالُوا۟ هَـٰذَا عَارِضٌ مُّمْطِرُنَا ۚ بَلْ هُوَ مَا ٱسْتَعْجَلْتُم بِهِۦ ۖ رِيحٌ فِيهَا عَذَابٌ أَلِيمٌ۝٢٤

    Falamma raawhu ʿaridan mustaqbila awdiyatihim qaloo hatha ʿaridun mumtiruna bal huwa ma istaʿjaltum bihi reehun feeha ʿathabun aleemun

    Toen, wanneer zij het als een zachte wolk zagen die naar hun dalen kwam, zeiden zei: “Dit is een wolk die regen brengt!” Welnee, maar dit is datgene (de bestraffing) waarvan jullie hebben gevraagd om haar te bespoedigen! – een wind met daarin een pijnlijke bestraffing!

  25. تُدَمِّرُ كُلَّ شَىْءٍۭ بِأَمْرِ رَبِّهَا فَأَصْبَحُوا۟ لَا يُرَىٰٓ إِلَّا مَسَـٰكِنُهُمْ ۚ كَذَٰلِكَ نَجْزِى ٱلْقَوْمَ ٱلْمُجْرِمِينَ۝٢٥

    Tudammiru kulla shayin biamri rabbiha faasbahoo la yura illa masakinuhum kathalika najzee alqawma almujrimeena

    Alles vernietigend door het bevel van haar Heer! Zo werden zij degenen waarvan niets meer te zien was, behalve hun woningen! Zo vergoeden Wij het volk dat misdadig is.

  26. وَلَقَدْ مَكَّنَّـٰهُمْ فِيمَآ إِن مَّكَّنَّـٰكُمْ فِيهِ وَجَعَلْنَا لَهُمْ سَمْعًا وَأَبْصَـٰرًا وَأَفْـِٔدَةً فَمَآ أَغْنَىٰ عَنْهُمْ سَمْعُهُمْ وَلَآ أَبْصَـٰرُهُمْ وَلَآ أَفْـِٔدَتُهُم مِّن شَىْءٍ إِذْ كَانُوا۟ يَجْحَدُونَ بِـَٔايَـٰتِ ٱللَّهِ وَحَاقَ بِهِم مَّا كَانُوا۟ بِهِۦ يَسْتَهْزِءُونَ۝٢٦

    Walaqad makkannahum feema in makkannakum feehi wajaʿalna lahum samʿan waabsaran waafidatan fama aghna ʿanhum samʿuhum wala absaruhum wala afidatuhum min shayin ith kanoo yajhadoona biayati Allahi wahaqa bihim ma kanoo bihi yastahzioona

    En voorwaar, Wij hebben hen zeker datgene (macht) gegeven wat Wij jullie niet hebben gegeven! En Wij voorzagen hen met gehoor, zicht, en harten. Toch baatten hun gehoor, hun zicht en hun harten hun niet, Doordat zij de tekenen van Allah ontkenden, en zij waren volledig omringd door datgene wat zij plachten te bespotten!

  27. وَلَقَدْ أَهْلَكْنَا مَا حَوْلَكُم مِّنَ ٱلْقُرَىٰ وَصَرَّفْنَا ٱلْـَٔايَـٰتِ لَعَلَّهُمْ يَرْجِعُونَ۝٢٧

    Walaqad ahlakna ma hawlakum mina alqura wasarrafna alayati laʿallahum yarjiʿoona

    En voorwaar Wij hebben steden om jullie heen vernietigd en Wij hebben de tekenen op verschillende manieren getoond zodat zij mogen terugkeren.

  28. فَلَوْلَا نَصَرَهُمُ ٱلَّذِينَ ٱتَّخَذُوا۟ مِن دُونِ ٱللَّهِ قُرْبَانًا ءَالِهَةًۢ ۖ بَلْ ضَلُّوا۟ عَنْهُمْ ۚ وَذَٰلِكَ إِفْكُهُمْ وَمَا كَانُوا۟ يَفْتَرُونَ۝٢٨

    Falawla nasarahumu allatheena ittakhathoo min dooni Allahi qurbanan alihatan bal dalloo ʿanhum wathalika ifkuhum wama kanoo yaftaroona

    Waarom hebben degenen die zij naast Allah als goden hebben aangenomen, als een manier (om Allah) te benaderen) hen niet geholpen? Welnee, maar zij zijn volledig van hen verdwenen. En dat was hun leugen, en hun bedenkingen die zij bedacht hadden.

  29. وَإِذْ صَرَفْنَآ إِلَيْكَ نَفَرًا مِّنَ ٱلْجِنِّ يَسْتَمِعُونَ ٱلْقُرْءَانَ فَلَمَّا حَضَرُوهُ قَالُوٓا۟ أَنصِتُوا۟ ۖ فَلَمَّا قُضِىَ وَلَّوْا۟ إِلَىٰ قَوْمِهِم مُّنذِرِينَ۝٢٩

    Waith sarafna ilayka nafaran mina aljinni yastamiʿoona alqurana falamma hadaroohu qaloo ansitoo falamma qudiya wallaw ila qawmihim munthireena

    En (gedenk) toen Wij een aantal jinns naar jouw (o Mohammed) richting stuurden. Zij luisterden naar de Koran tijdens hun aanwezigheid (bij de fadjr-recitatie van Mohammed), waarop zij (onderling) zeiden: “Luister aandachtig!” Na afloop keerden zij (vervuld met vrees voor de bestraffing) terug als waarschuwers voor hun volk.

  30. قَالُوا۟ يَـٰقَوْمَنَآ إِنَّا سَمِعْنَا كِتَـٰبًا أُنزِلَ مِنۢ بَعْدِ مُوسَىٰ مُصَدِّقًا لِّمَا بَيْنَ يَدَيْهِ يَهْدِىٓ إِلَى ٱلْحَقِّ وَإِلَىٰ طَرِيقٍ مُّسْتَقِيمٍ۝٣٠

    Qaloo ya qawmana inna samiʿna kitaban onzila min baʿdi moosa musaddiqan lima bayna yadayhi yahdee ila alhaqqi waila tareeqin mustaqeemin

    Zij zeiden: “O volk van ons! Waarlijk, wij hebben een boek (de Koran) gehoord dat ná (de Thaura van) Moesa is neergedaald, ter bevestiging van wat daarvoor was. Het leidt naar de waarheid en naar het rechte pad.

  31. يَـٰقَوْمَنَآ أَجِيبُوا۟ دَاعِىَ ٱللَّهِ وَءَامِنُوا۟ بِهِۦ يَغْفِرْ لَكُم مِّن ذُنُوبِكُمْ وَيُجِرْكُم مِّنْ عَذَابٍ أَلِيمٍ۝٣١

    Ya qawmana ajeeboo daʿiya Allahi waaminoo bihi yaghfir lakum min thunoobikum wayujirkum min ʿathabin aleemin

    O volk van ons! Geef gehoor aan Allahs oproeper (Mohammed) en geloof in hem. Hij (Allah) zal jullie jullie zonden vergeven en jullie van een pijnlijke bestraffing (in de hel) redden."

  32. وَمَن لَّا يُجِبْ دَاعِىَ ٱللَّهِ فَلَيْسَ بِمُعْجِزٍ فِى ٱلْأَرْضِ وَلَيْسَ لَهُۥ مِن دُونِهِۦٓ أَوْلِيَآءُ ۚ أُو۟لَـٰٓئِكَ فِى ضَلَـٰلٍ مُّبِينٍ۝٣٢

    Waman la yujib daʿiya Allahi falaysa bimuʿjizin fee alardi walaysa lahu min doonihi awliyaa olaika fee dalalin mubeenin

    (Maar) zij die geen gehoor geven aan Allah Zijn oproep, zullen niet in staat zijn om op aarde (of elders aan Hem) te ontsnappen, noch zullen er (buiten Hem) awliyaa` (helpers, beschermers) zijn (tegen Allah Zijn bestraffing). Dat zijn degenen die in een duidelijke dwaling verkeren.”

  33. أَوَلَمْ يَرَوْا۟ أَنَّ ٱللَّهَ ٱلَّذِى خَلَقَ ٱلسَّمَـٰوَٰتِ وَٱلْأَرْضَ وَلَمْ يَعْىَ بِخَلْقِهِنَّ بِقَـٰدِرٍ عَلَىٰٓ أَن يُحْـِۧىَ ٱلْمَوْتَىٰ ۚ بَلَىٰٓ إِنَّهُۥ عَلَىٰ كُلِّ شَىْءٍ قَدِيرٌ۝٣٣

    Awalam yaraw anna Allaha allathee khalaqa alssamawati waalarda walam yaʿya bikhalqihinna biqadirin ʿala an yuhyiya almawta bala innahu ʿala kulli shayin qadeerun

    Zien zij dan niet dat Allah, Die de hemelen en de aarde geschapen heeft en door hun schepping niet vermoeid geworden is, in staat is om het leven aan de doden te geven? Welzeker, Hij is zeker tot alles in staat.

  34. وَيَوْمَ يُعْرَضُ ٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ عَلَى ٱلنَّارِ أَلَيْسَ هَـٰذَا بِٱلْحَقِّ ۖ قَالُوا۟ بَلَىٰ وَرَبِّنَا ۚ قَالَ فَذُوقُوا۟ ٱلْعَذَابَ بِمَا كُنتُمْ تَكْفُرُونَ۝٣٤

    Wayawma yuʿradu allatheena kafaroo ʿala alnnari alaysa hatha bialhaqqi qaloo bala warabbina qala fathooqoo alʿathaba bima kuntum takfuroona

    En op de dag dat degenen die ongelovig waren aan het vuur worden blootgesteld (zal er tegen hen gezegd worden): “Is dit niet de waarheid?” Zij zullen zeggen: “Jazeker, bij Onze Heer!” Hij zal zeggen: “Proef dan de bestraffing van het vuur omdat jullie ongelovig waren!”

  35. فَٱصْبِرْ كَمَا صَبَرَ أُو۟لُوا۟ ٱلْعَزْمِ مِنَ ٱلرُّسُلِ وَلَا تَسْتَعْجِل لَّهُمْ ۚ كَأَنَّهُمْ يَوْمَ يَرَوْنَ مَا يُوعَدُونَ لَمْ يَلْبَثُوٓا۟ إِلَّا سَاعَةً مِّن نَّهَارٍۭ ۚ بَلَـٰغٌ ۚ فَهَلْ يُهْلَكُ إِلَّا ٱلْقَوْمُ ٱلْفَـٰسِقُونَ۝٣٥

    Faisbir kama sabara oloo alʿazmi mina alrrusuli wala tastaʿjil lahum kaannahum yawma yarawna ma yooʿadoona lam yalbathoo illa saʿatan min naharin balaghun fahal yuhlaku illa alqawmu alfasiqoona

    Wees daarom geduldig zoals de bezitters (boodschappers)van de sterke wil. En vraag geen bespoediging voor hen. Op de dag dat zij (de ernst van de bestraffing) zien die hen was beloofd, (bekruipt hen het gevoel) dat ze niet langer dan een uur van de dag (op aarde) hebben doorgebracht. (Deze Koran is voldoende als) duidelijke boodschap. Maar niemand anders zal vernietigd worden behalve het volk dat verdorven is.

Veelgestelde vragen

Wat betekent de naam van soera Al-Ahqaf?

Al-Ahqaf betekent ‘De zandduinen’.

In welke juz staat soera Al-Ahqaf?

Soera Al-Ahqaf staat in juz 26.

Hoeveel verzen heeft soera Al-Ahqaf?

Soera Al-Ahqaf telt 35 verzen.

Is soera Al-Ahqaf Mekkaans of Medinaans?

Soera Al-Ahqaf is een Mekkaanse soera.

Welk nummer heeft soera Al-Ahqaf?

Al-Ahqaf is de 46e soera van de Koran.

Bronnen

  • Arabic text: Tanzil Quran Text (Uthmani) (Tanzil Project, CC BY 3.0), reproduced without changes.
  • Translation: Dutch Islamic Center, from QuranEnc.com, version 2.0.10, reproduced without changes.
  • Transliteration: Tanzil.net English transliteration.
  • Recitation: Mishary Rashid Alafasy, via QuranicAudio.com and EveryAyah.com.
  • Word by word: recordings and meanings from Quran.com (Quran Foundation), played when you tap a word.
  • Madinah and IndoPak fonts (Settings): the text in those scripts and their fonts come from the Quran Foundation (Quran.com); the Madinah font is the King Fahd Glorious Quran Printing Complex's Uthmanic Hafs font.

Found a mistake? Report a mistake and we will check it against the source.

Leesinstellingen

Koranlettertype
Lettergrootte Arabisch
100%
Lettergrootte vertaling
100%
Thema

Zet op beginscherm

ReadSurahOpen ReadSurah schermvullend vanaf je startscherm. Soera’s die je al hebt gelezen, openen ook zonder internet.

  1. Tik in Safari op de deelknop. Op nieuwere iPhones staat die in het •••-menu.
  2. Tik op ‘Zet op beginscherm’. Scrol omlaag als je het niet ziet.
  3. Tik op ‘Voeg toe’.