سورة العنكبوت

Soera Al-Ankabut in het Nederlands

De spin

Mushaf

Mishary Rashid AlafasyMP3 downloadenPDF downloaden

Soera Al-Ankabut (العنكبوت) is de 29e soera van de Koran en telt 69 verzen. De naam betekent ‘De spin’. Het is een Mekkaanse soera, geopenbaard in Mekka vóór de Hidjra, en ze strekt zich uit over juz 20 en 21.

Op deze pagina lees je soera Al-Ankabut volledig in het Arabisch, vers voor vers met de Nederlandse vertaling van het Dutch Islamic Center en de transliteratie, en kun je naar de recitatie luisteren.

Soera Al-Ankabut volledig: Arabisch, Nederlandse vertaling en transliteratie

بِسْمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحْمَـٰنِ ٱلرَّحِيمِ

  1. الٓمٓ۝١

    Aliflammeem

    Alif Laam Miem.1

    Voetnoten
    [1] Bekijk de voetnoten van vers 1 van Soera Al-Baqarah.
  2. أَحَسِبَ ٱلنَّاسُ أَن يُتْرَكُوٓا۟ أَن يَقُولُوٓا۟ ءَامَنَّا وَهُمْ لَا يُفْتَنُونَ۝٢

    Ahasiba alnnasu an yutrakoo an yaqooloo amanna wahum la yuftanoona

    Denken de mensen dat zij met rust worden gelaten omdat zij zeggen: “Wij geloven,” en (vervolgens) niet beproefd zullen worden?

  3. وَلَقَدْ فَتَنَّا ٱلَّذِينَ مِن قَبْلِهِمْ ۖ فَلَيَعْلَمَنَّ ٱللَّهُ ٱلَّذِينَ صَدَقُوا۟ وَلَيَعْلَمَنَّ ٱلْكَـٰذِبِينَ۝٣

    Walaqad fatanna allatheena min qablihim falayaʿlamanna Allahu allatheena sadaqoo walayaʿlamanna alkathibeena

    En voorzeker, Wij hebben degenen die hen zijn voorgegaan (ook) beproefd. Zeker, Allah zal degenen die waarachtig zijn (in hun geloof) tonen, maar (ook) de leugenaars.

  4. أَمْ حَسِبَ ٱلَّذِينَ يَعْمَلُونَ ٱلسَّيِّـَٔاتِ أَن يَسْبِقُونَا ۚ سَآءَ مَا يَحْكُمُونَ۝٤

    Am hasiba allatheena yaʿmaloona alssayyiati an yasbiqoona saa ma yahkumoona

    Of degenen die slechte daden verrichten en denken dat zij voorsprong hebben (zodat zij kunnen ontsnappen aan de bestraffing)? Slecht is dat wat zij beoordelen!

  5. مَن كَانَ يَرْجُوا۟ لِقَآءَ ٱللَّهِ فَإِنَّ أَجَلَ ٱللَّهِ لَـَٔاتٍ ۚ وَهُوَ ٱلسَّمِيعُ ٱلْعَلِيمُ۝٥

    Man kana yarjoo liqaa Allahi fainna ajala Allahi laatin wahuwa alssameeʿu alʿaleemu

    En als een rampspoed de mensen raakt, dan roepen zij oprecht om alleen hun Heer, zich tot Hem in berouw kerend, maar als Hij hen Zijn genade laat proeven, zie! Een deel van hen kent deelgenoten in de aanbidding aan hun Heer toe1.

    Voetnoten
    [1]dat waren de afgodendienaars van toen, maar die van onze tijd zijn nog erger, zij richten zich slecht tot hun deelgenoten.
  6. وَمَن جَـٰهَدَ فَإِنَّمَا يُجَـٰهِدُ لِنَفْسِهِۦٓ ۚ إِنَّ ٱللَّهَ لَغَنِىٌّ عَنِ ٱلْعَـٰلَمِينَ۝٦

    Waman jahada fainnama yujahidu linafsihi inna Allaha laghaniyyun ʿani alʿalameena

    En iedereen die strijdt, strijdt slechts voor zichzelf. Voorwaar, Allah is vrij van alle behoeften van de werelden.

  7. وَٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ وَعَمِلُوا۟ ٱلصَّـٰلِحَـٰتِ لَنُكَفِّرَنَّ عَنْهُمْ سَيِّـَٔاتِهِمْ وَلَنَجْزِيَنَّهُمْ أَحْسَنَ ٱلَّذِى كَانُوا۟ يَعْمَلُونَ۝٧

    Waallatheena amanoo waʿamiloo alssalihati lanukaffiranna ʿanhum sayyiatihim walanajziyannahum ahsana allathee kanoo yaʿmaloona

    Degenen die geloven en goede daden verrichten, zeker, Wij zullen van hen hun kwade daden kwijtschelden en zullen hen belonen volgens het beste wat zij plachten te doen.

  8. وَوَصَّيْنَا ٱلْإِنسَـٰنَ بِوَٰلِدَيْهِ حُسْنًا ۖ وَإِن جَـٰهَدَاكَ لِتُشْرِكَ بِى مَا لَيْسَ لَكَ بِهِۦ عِلْمٌ فَلَا تُطِعْهُمَآ ۚ إِلَىَّ مَرْجِعُكُمْ فَأُنَبِّئُكُم بِمَا كُنتُمْ تَعْمَلُونَ۝٨

    Wawassayna alinsana biwalidayhi husnan wain jahadaka litushrika bee ma laysa laka bihi ʿilmun fala tutiʿhuma ilayya marjiʿukum faonabbiokum bima kuntum taʿmaloona

    En Wij hebben de mens opgelegd om goed (en plichtsgetrouw) naar zijn ouders te zijn maar als zij er op aandringen dat jij deelgenoten aan mij toekent waarvan je geen kennis over hebt, gehoorzaam hen dan niet (dus gehoorzaam alleen in goedheid, dat geldt ook voor de vrouw in het huwelijk). Tot Mij is jullie terugkeer en Ik zal jullie inlichten wat jullie gedaan hebben.

  9. وَٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ وَعَمِلُوا۟ ٱلصَّـٰلِحَـٰتِ لَنُدْخِلَنَّهُمْ فِى ٱلصَّـٰلِحِينَ۝٩

    Waallatheena amanoo waʿamiloo alssalihati lanudkhilannahum fee alssaliheena

    En voor degenen die geloven en goede daden verrichten, zeker, Wij zullen hen de (poorten van) de rechtvaardigen binnen laten gaan.

  10. وَمِنَ ٱلنَّاسِ مَن يَقُولُ ءَامَنَّا بِٱللَّهِ فَإِذَآ أُوذِىَ فِى ٱللَّهِ جَعَلَ فِتْنَةَ ٱلنَّاسِ كَعَذَابِ ٱللَّهِ وَلَئِن جَآءَ نَصْرٌ مِّن رَّبِّكَ لَيَقُولُنَّ إِنَّا كُنَّا مَعَكُمْ ۚ أَوَلَيْسَ ٱللَّهُ بِأَعْلَمَ بِمَا فِى صُدُورِ ٱلْعَـٰلَمِينَ۝١٠

    Wamina alnnasi man yaqoolu amanna biAllahi faitha oothiya fee Allahi jaʿala fitnata alnnasi kaʿathabi Allahi walain jaa nasrun min rabbika layaqoolunna inna kunna maʿakum awalaysa Allahu biaʿlama bima fee sudoori alʿalameena

    En onder de mensen (het gaat hier om de huichelaars) zijn er die zeggen: “Wij geloven in Allah” maar als hen schade wordt berokkend (door het stevig vast houden aan het geloof, aan de Soenah) dan beschouwen zij de beproeving van de mensen (net zo erg) als Allah Zijn bestraffing (en dat is Shirk) en als de overwinning van jullie Heer komt, zullen zij zeggen: “Waarlijk! Wij waren met jullie.” Is Allah niet Degene Die het best bewust is wat in de borsten van de werelden is.

  11. وَلَيَعْلَمَنَّ ٱللَّهُ ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ وَلَيَعْلَمَنَّ ٱلْمُنَـٰفِقِينَ۝١١

    Walayaʿlamanna Allahu allatheena amanoo walayaʿlamanna almunafiqeena

    Waarlijk, Allah kent degenen die geloven en waarlijk, Hij kent de hypocrieten.

  12. وَقَالَ ٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ لِلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ ٱتَّبِعُوا۟ سَبِيلَنَا وَلْنَحْمِلْ خَطَـٰيَـٰكُمْ وَمَا هُم بِحَـٰمِلِينَ مِنْ خَطَـٰيَـٰهُم مِّن شَىْءٍ ۖ إِنَّهُمْ لَكَـٰذِبُونَ۝١٢

    Waqala allatheena kafaroo lillatheena amanoo ittabiʿoo sabeelana walnahmil khatayakum wama hum bihamileena min khatayahum min shayin innahum lakathiboona

    En degenen die ongelovig zijn zeggen tegen de gelovigen: “Volg onze manier (ons systeem)en wij zullen echt jullie zonden dragen.” En nooit zullen zij iets van hun zonden dragen. Zeker, zij zijn leugenaars.

  13. وَلَيَحْمِلُنَّ أَثْقَالَهُمْ وَأَثْقَالًا مَّعَ أَثْقَالِهِمْ ۖ وَلَيُسْـَٔلُنَّ يَوْمَ ٱلْقِيَـٰمَةِ عَمَّا كَانُوا۟ يَفْتَرُونَ۝١٣

    Walayahmilunna athqalahum waathqalan maʿa athqalihim walayusalunna yawma alqiyamati ʿamma kanoo yaftaroona

    En waarlijk, zij zullen hun eigen last dragen en andere lasten naast hun eigen, en waarlijk, zij zullen ondervraagd worden op de Dag der Opstanding over wat zij plachten te verzinnen.

  14. وَلَقَدْ أَرْسَلْنَا نُوحًا إِلَىٰ قَوْمِهِۦ فَلَبِثَ فِيهِمْ أَلْفَ سَنَةٍ إِلَّا خَمْسِينَ عَامًا فَأَخَذَهُمُ ٱلطُّوفَانُ وَهُمْ ظَـٰلِمُونَ۝١٤

    Walaqad arsalna noohan ila qawmihi falabitha feehim alfa sanatin illa khamseena ʿaman faakhathahumu alttoofanu wahum thalimoona

    En voorwaar, Wij hebben Noeh naar zijn volk gestuurd, en hij bleef onder hen duizend jaren minus vijftig jaar en de zondvloed overspoelde hen terwijl zij onrechtvaardigen waren.

  15. فَأَنجَيْنَـٰهُ وَأَصْحَـٰبَ ٱلسَّفِينَةِ وَجَعَلْنَـٰهَآ ءَايَةً لِّلْعَـٰلَمِينَ۝١٥

    Faanjaynahu waashaba alssafeenati wajaʿalnaha ayatan lilʿalameena

    Toen redden Wij hem en degenen die met hem in de ark waren en maakte het als een waarschuwing voor de werelden.

  16. وَإِبْرَٰهِيمَ إِذْ قَالَ لِقَوْمِهِ ٱعْبُدُوا۟ ٱللَّهَ وَٱتَّقُوهُ ۖ ذَٰلِكُمْ خَيْرٌ لَّكُمْ إِن كُنتُمْ تَعْلَمُونَ۝١٦

    Waibraheema ith qala liqawmihi oʿbudoo Allaha waittaqoohu thalikum khayrun lakum in kuntum taʿlamoona

    En (gedenk) Ibraahiem toen hij tegen zijn volk zei: “Aanbid (alleen) Allah en vrees Hem, dat is beter voor jullie als jullie dat maar wisten.

  17. إِنَّمَا تَعْبُدُونَ مِن دُونِ ٱللَّهِ أَوْثَـٰنًا وَتَخْلُقُونَ إِفْكًا ۚ إِنَّ ٱلَّذِينَ تَعْبُدُونَ مِن دُونِ ٱللَّهِ لَا يَمْلِكُونَ لَكُمْ رِزْقًا فَٱبْتَغُوا۟ عِندَ ٱللَّهِ ٱلرِّزْقَ وَٱعْبُدُوهُ وَٱشْكُرُوا۟ لَهُۥٓ ۖ إِلَيْهِ تُرْجَعُونَ۝١٧

    Innama taʿbudoona min dooni Allahi awthanan watakhluqoona ifkan inna allatheena taʿbudoona min dooni Allahi la yamlikoona lakum rizqan faibtaghoo ʿinda Allahi alrrizqa waoʿbudoohu waoshkuroo lahu ilayhi turjaʿoona

    Jullie aanbidden naast Allah slecht maar afgoden en jullie verzinnen alleen maar leugens. Waarlijk, degenen die jullie naast Allah aanbidden hebben geen macht en geven jullie geen levensonderhoud, zoek dus jullie levensonderhoud (alleen) bij Allah, en aanbidt Hem (alleen) en wees Hem dankbaar. Tot Hem (alleen) zullen jullie teruggebracht worden.”

  18. وَإِن تُكَذِّبُوا۟ فَقَدْ كَذَّبَ أُمَمٌ مِّن قَبْلِكُمْ ۖ وَمَا عَلَى ٱلرَّسُولِ إِلَّا ٱلْبَلَـٰغُ ٱلْمُبِينُ۝١٨

    Wain tukaththiboo faqad kaththaba omamun min qablikum wama ʿala alrrasooli illa albalaghu almubeenu

    En als jullie ontkennen, volkeren vóór jullie hebben ontkend. En de taak van de boodschappers is slechts het duidelijk verkondigen.

  19. أَوَلَمْ يَرَوْا۟ كَيْفَ يُبْدِئُ ٱللَّهُ ٱلْخَلْقَ ثُمَّ يُعِيدُهُۥٓ ۚ إِنَّ ذَٰلِكَ عَلَى ٱللَّهِ يَسِيرٌ۝١٩

    Awalam yaraw kayfa yubdio Allahu alkhalqa thumma yuʿeeduhu inna thalika ʿala Allahi yaseerun

    En zien zij dan niet hoe Allah de schepping laat ontstaan en het dan herhaalt. Waarlijk, dat is gemakkelijk voor Allah.

  20. قُلْ سِيرُوا۟ فِى ٱلْأَرْضِ فَٱنظُرُوا۟ كَيْفَ بَدَأَ ٱلْخَلْقَ ۚ ثُمَّ ٱللَّهُ يُنشِئُ ٱلنَّشْأَةَ ٱلْـَٔاخِرَةَ ۚ إِنَّ ٱللَّهَ عَلَىٰ كُلِّ شَىْءٍ قَدِيرٌ۝٢٠

    Qul seeroo fee alardi faonthuroo kayfa badaa alkhalqa thumma Allahu yunshio alnnashata alakhirata inna Allaha ʿala kulli shayin qadeerun

    Zeg: “Reis over het land en door de zee en zie hoe (Allah) de schepping liet ontstaan en dan zal Allah de schepping in het hiernamaals opnieuw voortbrengen. Waarlijk, Allah is tot alle zaken in staat.”

  21. يُعَذِّبُ مَن يَشَآءُ وَيَرْحَمُ مَن يَشَآءُ ۖ وَإِلَيْهِ تُقْلَبُونَ۝٢١

    Yuʿaththibu man yashao wayarhamu man yashao wailayhi tuqlaboona

    Hij straft wie Hij wil en Hij toont genade aan wie Hij wil en tot Hem zullen jullie terugkeren.

  22. وَمَآ أَنتُم بِمُعْجِزِينَ فِى ٱلْأَرْضِ وَلَا فِى ٱلسَّمَآءِ ۖ وَمَا لَكُم مِّن دُونِ ٱللَّهِ مِن وَلِىٍّ وَلَا نَصِيرٍ۝٢٢

    Wama antum bimuʿjizeena fee alardi wala fee alssamai wama lakum min dooni Allahi min waliyyin wala naseerin

    En jullie kunnen op aarde of in de hemel niet ontsnappen. En naast Allah hebben jullie noch een beschermheer noch enige helper1.

    Voetnoten
    [1]ook niet de metgezel Ali of Fatimah zoals de afgedwaalde sjiieten in geloven, niemand naast Allah sht.
  23. وَٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ بِـَٔايَـٰتِ ٱللَّهِ وَلِقَآئِهِۦٓ أُو۟لَـٰٓئِكَ يَئِسُوا۟ مِن رَّحْمَتِى وَأُو۟لَـٰٓئِكَ لَهُمْ عَذَابٌ أَلِيمٌ۝٢٣

    Waallatheena kafaroo biayati Allahi waliqaihi olaika yaisoo min rahmatee waolaika lahum ʿathabun aleemun

    En degenen die niet in de tekenen van Allah geloven en de ontmoeting met Hem, zij zijn het die geen hoop op Mijn genade hebben en zij zijn het die een pijnlijke bestraffing zullen ondergaan.

  24. فَمَا كَانَ جَوَابَ قَوْمِهِۦٓ إِلَّآ أَن قَالُوا۟ ٱقْتُلُوهُ أَوْ حَرِّقُوهُ فَأَنجَىٰهُ ٱللَّهُ مِنَ ٱلنَّارِ ۚ إِنَّ فِى ذَٰلِكَ لَـَٔايَـٰتٍ لِّقَوْمٍ يُؤْمِنُونَ۝٢٤

    Fama kana jawaba qawmihi illa an qaloo oqtuloohu aw harriqoohu faanjahu Allahu mina alnnari inna fee thalika laayatin liqawmin yuminoona

    Niets was dus het antwoord van het volk behalve dat zij zeiden: “Dood hem of verbrand hem.” Toen redde Allah hem van het vuur. Waarlijk, hierin zijn zeker tekenen voor een volk dat gelooft!

  25. وَقَالَ إِنَّمَا ٱتَّخَذْتُم مِّن دُونِ ٱللَّهِ أَوْثَـٰنًا مَّوَدَّةَ بَيْنِكُمْ فِى ٱلْحَيَوٰةِ ٱلدُّنْيَا ۖ ثُمَّ يَوْمَ ٱلْقِيَـٰمَةِ يَكْفُرُ بَعْضُكُم بِبَعْضٍ وَيَلْعَنُ بَعْضُكُم بَعْضًا وَمَأْوَىٰكُمُ ٱلنَّارُ وَمَا لَكُم مِّن نَّـٰصِرِينَ۝٢٥

    Waqala innama ittakhathtum min dooni Allahi awthanan mawaddata baynikum fee alhayati alddunya thumma yawma alqiyamati yakfuru baʿdukum bibaʿdin wayalʿanu baʿdukum baʿdan wamawakumu alnnaru wama lakum min nasireena

    En hij zei: “Jullie hebben afgoden in plaats van Allah genomen en de liefde tussen jullie is slechts in het leven van deze wereld, maar op de Dag der Opstanding zullen jullie elkaar verwerpen en elkaar vervloeken en jullie verblijfplaats zal in het vuur zijn en jullie zullen geen helper hebben.”

  26. ۞ فَـَٔامَنَ لَهُۥ لُوطٌ ۘ وَقَالَ إِنِّى مُهَاجِرٌ إِلَىٰ رَبِّىٓ ۖ إِنَّهُۥ هُوَ ٱلْعَزِيزُ ٱلْحَكِيمُ۝٢٦

    Faamana lahu lootun waqala innee muhajirun ila rabbee innahu huwa alʿazeezu alhakeemu

    Dus geloofde Loet in hem (Ibraahiem). Hij (Ibraahiem) zei: “Ik zal omwille van mijn Heer emigreren. Waarlijk, Hij is de Almachtige, Alwijze."

  27. وَوَهَبْنَا لَهُۥٓ إِسْحَـٰقَ وَيَعْقُوبَ وَجَعَلْنَا فِى ذُرِّيَّتِهِ ٱلنُّبُوَّةَ وَٱلْكِتَـٰبَ وَءَاتَيْنَـٰهُ أَجْرَهُۥ فِى ٱلدُّنْيَا ۖ وَإِنَّهُۥ فِى ٱلْـَٔاخِرَةِ لَمِنَ ٱلصَّـٰلِحِينَ۝٢٧

    Wawahabna lahu ishaqa wayaʿqooba wajaʿalna fee thurriyyatihi alnnubuwwata waalkitaba waataynahu ajrahu fee alddunya wainnahu fee alakhirati lamina alssaliheena

    En Wij begunstigden hem met Isaac en Yacoeb en bevalen voor zijn nageslacht het profeetschap en het Boek, en Wij gaven hem zijn beloning in deze wereld en waarlijk in het hiernamaals is hij onder de rechtvaardigen.

  28. وَلُوطًا إِذْ قَالَ لِقَوْمِهِۦٓ إِنَّكُمْ لَتَأْتُونَ ٱلْفَـٰحِشَةَ مَا سَبَقَكُم بِهَا مِنْ أَحَدٍ مِّنَ ٱلْعَـٰلَمِينَ۝٢٨

    Walootan ith qala liqawmihi innakum latatoona alfahishata ma sabaqakum biha min ahadin mina alʿalameena

    En (gedenk) Loet toen hij tegen zijn volk zei: “Pleeg geen gruweldaden waarin niemand van de werelden jullie daarin is voorafgegaan.

  29. أَئِنَّكُمْ لَتَأْتُونَ ٱلرِّجَالَ وَتَقْطَعُونَ ٱلسَّبِيلَ وَتَأْتُونَ فِى نَادِيكُمُ ٱلْمُنكَرَ ۖ فَمَا كَانَ جَوَابَ قَوْمِهِۦٓ إِلَّآ أَن قَالُوا۟ ٱئْتِنَا بِعَذَابِ ٱللَّهِ إِن كُنتَ مِنَ ٱلصَّـٰدِقِينَ۝٢٩

    Ainnakum latatoona alrrijala wataqtaʿoona alssabeela watatoona fee nadeekumu almunkara fama kana jawaba qawmihi illa an qaloo itina biʿathabi Allahi in kunta mina alssadiqeena

    Waarlijk jullie benaderen de mannen en versperren de wegen (beroven de reizigers)! En jullie plegen het verwerpelijke in jullie samenkomsten. Maar zijn volk gaf hem geen ander antwoord dan: “Breng Allah Zijn bestraffing over ons als je tot de waarachtige behoort.”

  30. قَالَ رَبِّ ٱنصُرْنِى عَلَى ٱلْقَوْمِ ٱلْمُفْسِدِينَ۝٣٠

    Qala rabbi onsurnee ʿala alqawmi almufsideena

    Hij zei: “Mijn Heer! Geef mij de overwinning over het volk dat uit verderfzaaiers bestaat."

  31. وَلَمَّا جَآءَتْ رُسُلُنَآ إِبْرَٰهِيمَ بِٱلْبُشْرَىٰ قَالُوٓا۟ إِنَّا مُهْلِكُوٓا۟ أَهْلِ هَـٰذِهِ ٱلْقَرْيَةِ ۖ إِنَّ أَهْلَهَا كَانُوا۟ ظَـٰلِمِينَ۝٣١

    Walamma jaat rusuluna ibraheema bialbushra qaloo inna muhlikoo ahli hathihi alqaryati inna ahlaha kanoo thalimeena

    En toen Onze Boodschappers (de engelen) met goed nieuws tot Ibraahiem kwamen, zeiden zij: “Waarlijk, wij gaan het volk van deze stad vernietigen, waarlijk haar inwoners zijn onrechtvaardig.”

  32. قَالَ إِنَّ فِيهَا لُوطًا ۚ قَالُوا۟ نَحْنُ أَعْلَمُ بِمَن فِيهَا ۖ لَنُنَجِّيَنَّهُۥ وَأَهْلَهُۥٓ إِلَّا ٱمْرَأَتَهُۥ كَانَتْ مِنَ ٱلْغَـٰبِرِينَ۝٣٢

    Qala inna feeha lootan qaloo nahnu aʿlamu biman feeha lanunajjiyannahu waahlahu illa imraatahu kanat mina alghabireena

    Ibraahiem zei: “Maar daar is Loet in.” Zij zeiden: “Wij weten beter wie daar is, en waarlijk, wij zullen hem en zijn familie redden – behalve zijn vrouw, zij zal tot degenen die achterblijven behoren1.”

    Voetnoten
    [1]De zonde van zijn vrouw was niet het verrichten van verdorvenheid maar slechts het steunen en goedkeuren ervan, Dat is bij Allah gelijk.
  33. وَلَمَّآ أَن جَآءَتْ رُسُلُنَا لُوطًا سِىٓءَ بِهِمْ وَضَاقَ بِهِمْ ذَرْعًا وَقَالُوا۟ لَا تَخَفْ وَلَا تَحْزَنْ ۖ إِنَّا مُنَجُّوكَ وَأَهْلَكَ إِلَّا ٱمْرَأَتَكَ كَانَتْ مِنَ ٱلْغَـٰبِرِينَ۝٣٣

    Walamma an jaat rusuluna lootan seea bihim wadaqa bihim tharʿan waqaloo la takhaf wala tahzan inna munajjooka waahlaka illa imraataka kanat mina alghabireena

    En toen Onze boodschappers bij Loet kwamen was hij bedroefd vanwege hen en maakte zich zorgen over hen, zij zeiden: “Heb geen angst en wees niet bedroefd! Waarlijk wij zullen jou en je familie redden behalve je vrouw, zij zal tot degenen behoren die achterblijven.

  34. إِنَّا مُنزِلُونَ عَلَىٰٓ أَهْلِ هَـٰذِهِ ٱلْقَرْيَةِ رِجْزًا مِّنَ ٱلسَّمَآءِ بِمَا كَانُوا۟ يَفْسُقُونَ۝٣٤

    Inna munziloona ʿala ahli hathihi alqaryati rijzan mina alssamai bima kanoo yafsuqoona

    Waarlijk, Wij laten een bestraffing voor de mensen van deze stad vanuit de hemel neerdalen omdat zij opstandig zijn.”

  35. وَلَقَد تَّرَكْنَا مِنْهَآ ءَايَةًۢ بَيِّنَةً لِّقَوْمٍ يَعْقِلُونَ۝٣٥

    Walaqad tarakna minha ayatan bayyinatan liqawmin yaʿqiloona

    En voorwaar, Wij hebben daarvan een duidelijke tekenen nagelaten voor een volk dat begrijpt.

  36. وَإِلَىٰ مَدْيَنَ أَخَاهُمْ شُعَيْبًا فَقَالَ يَـٰقَوْمِ ٱعْبُدُوا۟ ٱللَّهَ وَٱرْجُوا۟ ٱلْيَوْمَ ٱلْـَٔاخِرَ وَلَا تَعْثَوْا۟ فِى ٱلْأَرْضِ مُفْسِدِينَ۝٣٦

    Waila madyana akhahum shuʿayban faqala ya qawmi oʿbudoo Allaha waorjoo alyawma alakhira wala taʿthaw fee alardi mufsideena

    En tot (het volk van Median) stuurden Wij hun broeder Shoe’aib. Hij zei: “O mijn volk! Aanbid Allah en hoop op de Laatste Dag, en zaai geen verderf op aarde zoals de verderfzaaiers."

  37. فَكَذَّبُوهُ فَأَخَذَتْهُمُ ٱلرَّجْفَةُ فَأَصْبَحُوا۟ فِى دَارِهِمْ جَـٰثِمِينَ۝٣٧

    Fakaththaboohu faakhathathumu alrrajfatu faasbahoo fee darihim jathimeena

    En zij verloochenden hem dus greep een aardbeving hen en zij lagen dood, geknield in hun woningen.

  38. وَعَادًا وَثَمُودَا۟ وَقَد تَّبَيَّنَ لَكُم مِّن مَّسَـٰكِنِهِمْ ۖ وَزَيَّنَ لَهُمُ ٱلشَّيْطَـٰنُ أَعْمَـٰلَهُمْ فَصَدَّهُمْ عَنِ ٱلسَّبِيلِ وَكَانُوا۟ مُسْتَبْصِرِينَ۝٣٨

    Waʿadan wathamooda waqad tabayyana lakum min masakinihim wazayyana lahumu alshshaytanu aʿmalahum fasaddahum ʿani alssabeeli wakanoo mustabsireena

    En het volk van ‘Ad en Thamoed! En voorwaar, (hun vernietiging) is een duidelijke verschijning voor jullie door hun huizen. Shaytaan maakte hun daden schoonschijnend voor hen en zij keerden zich van het (rechte) pad af, hoewel zij inzicht hadden (inzicht zonder overgaven aan Allah is waardeloos).

  39. وَقَـٰرُونَ وَفِرْعَوْنَ وَهَـٰمَـٰنَ ۖ وَلَقَدْ جَآءَهُم مُّوسَىٰ بِٱلْبَيِّنَـٰتِ فَٱسْتَكْبَرُوا۟ فِى ٱلْأَرْضِ وَمَا كَانُوا۟ سَـٰبِقِينَ۝٣٩

    Waqaroona wafirʿawna wahamana walaqad jaahum moosa bialbayyinati faistakbaroo fee alardi wama kanoo sabiqeena

    En (Wij vernietigden ook) Karoen, Farao en Haman. En voorwaar, Moesa kwam tot hen met duidelijke tekenen maar zij waren hoogmoedig in het land, toch konden zij Ons niet ontwijken.

  40. فَكُلًّا أَخَذْنَا بِذَنۢبِهِۦ ۖ فَمِنْهُم مَّنْ أَرْسَلْنَا عَلَيْهِ حَاصِبًا وَمِنْهُم مَّنْ أَخَذَتْهُ ٱلصَّيْحَةُ وَمِنْهُم مَّنْ خَسَفْنَا بِهِ ٱلْأَرْضَ وَمِنْهُم مَّنْ أَغْرَقْنَا ۚ وَمَا كَانَ ٱللَّهُ لِيَظْلِمَهُمْ وَلَـٰكِن كَانُوٓا۟ أَنفُسَهُمْ يَظْلِمُونَ۝٤٠

    Fakullan akhathna bithanbihi faminhum man arsalna ʿalayhi hasiban waminhum man akhathathu alssayhatu waminhum man khasafna bihi alarda waminhum man aghraqna wama kana Allahu liyathlimahum walakin kanoo anfusahum yathlimoona

    Dus straften Wij ieder voor zijn zonden, onder hen waren sommigen aan wie Wij een krachtige wind met een regen van stenen stuurden en onder hen waren sommigen die door een verschrikkelijke schreeuw overmand werden, en onder hen waren sommigen die Wij door de aarde lieten opzwellen en onder hen waren sommigen die Wij verdronken. Het was Allah niet Die hen onrecht had aangedaan, maar zij hadden zichzelf onrecht aangedaan.

  41. مَثَلُ ٱلَّذِينَ ٱتَّخَذُوا۟ مِن دُونِ ٱللَّهِ أَوْلِيَآءَ كَمَثَلِ ٱلْعَنكَبُوتِ ٱتَّخَذَتْ بَيْتًا ۖ وَإِنَّ أَوْهَنَ ٱلْبُيُوتِ لَبَيْتُ ٱلْعَنكَبُوتِ ۖ لَوْ كَانُوا۟ يَعْلَمُونَ۝٤١

    Mathalu allatheena ittakhathoo min dooni Allahi awliyaa kamathali alʿankabooti ittakhathat baytan wainna awhana albuyooti labaytu alʿankabooti law kanoo yaʿlamoona

    De gelijkenis van degenen die anderen dan Allah als helper nemen is als de gelijkenis van een spin die (voor zichzelf) een huis bouwt, maar waarlijk het fragielste (zwakste) huis is het huis van een spin – als jullie dat maar wisten.

  42. إِنَّ ٱللَّهَ يَعْلَمُ مَا يَدْعُونَ مِن دُونِهِۦ مِن شَىْءٍ ۚ وَهُوَ ٱلْعَزِيزُ ٱلْحَكِيمُ۝٤٢

    Inna Allaha yaʿlamu ma yadʿoona min doonihi min shayin wahuwa alʿazeezu alhakeemu

    Waarlijk, Allah weet wat voor zaken zij aanroepen in plaats van Hem. Hij is de Almachtige, de Alwijze.

  43. وَتِلْكَ ٱلْأَمْثَـٰلُ نَضْرِبُهَا لِلنَّاسِ ۖ وَمَا يَعْقِلُهَآ إِلَّا ٱلْعَـٰلِمُونَ۝٤٣

    Watilka alamthalu nadribuha lilnnasi wama yaʿqiluha illa alʿalimoona

    En deze voorbeelden geven Wij aan de mensheid, maar niemand zal het begrijpen behalve degenen die kennis hebben.

  44. خَلَقَ ٱللَّهُ ٱلسَّمَـٰوَٰتِ وَٱلْأَرْضَ بِٱلْحَقِّ ۚ إِنَّ فِى ذَٰلِكَ لَـَٔايَةً لِّلْمُؤْمِنِينَ۝٤٤

    Khalaqa Allahu alssamawati waalarda bialhaqqi inna fee thalika laayatan lilmumineena

    “(Alleen) Allah heeft de hemelen en de aarde geschapen met waarheid.“ Waarlijk! Daarin is zeker een teken voor degenen die geloven.

  45. ٱتْلُ مَآ أُوحِىَ إِلَيْكَ مِنَ ٱلْكِتَـٰبِ وَأَقِمِ ٱلصَّلَوٰةَ ۖ إِنَّ ٱلصَّلَوٰةَ تَنْهَىٰ عَنِ ٱلْفَحْشَآءِ وَٱلْمُنكَرِ ۗ وَلَذِكْرُ ٱللَّهِ أَكْبَرُ ۗ وَٱللَّهُ يَعْلَمُ مَا تَصْنَعُونَ۝٤٥

    Otlu ma oohiya ilayka mina alkitabi waaqimi alssalata inna alssalata tanha ʿani alfahshai waalmunkari walathikru Allahi akbaru waAllahu yaʿlamu ma tasnaʿoona

    Reciteer wat aan jouw van het Boek is geopenbaard en verricht je gebeden perfect. Voorwaar, het gebed weerhoudt van onzedelijkheid en slechte zaken en het gedenken (dhikr) van Allah is voorwaar groter. En Allah weet wat jullie doen.

  46. ۞ وَلَا تُجَـٰدِلُوٓا۟ أَهْلَ ٱلْكِتَـٰبِ إِلَّا بِٱلَّتِى هِىَ أَحْسَنُ إِلَّا ٱلَّذِينَ ظَلَمُوا۟ مِنْهُمْ ۖ وَقُولُوٓا۟ ءَامَنَّا بِٱلَّذِىٓ أُنزِلَ إِلَيْنَا وَأُنزِلَ إِلَيْكُمْ وَإِلَـٰهُنَا وَإِلَـٰهُكُمْ وَٰحِدٌ وَنَحْنُ لَهُۥ مُسْلِمُونَ۝٤٦

    Wala tujadiloo ahla alkitabi illa biallatee hiya ahsanu illa allatheena thalamoo minhum waqooloo amanna biallathee onzila ilayna waonzila ilaykum wailahuna wailahukum wahidun wanahnu lahu muslimoona

    En redetwist niet met de mensen van het Boek behalve als het (op een manier) is die beter is, behalve met diegene van hen die zondigen en zeg: “Wij geloven in datgene wat aan ons is geopenbaard en wat aan jullie geopenbaard is; onze God en jullie God is één en aan Hem hebben wij onszelf overgegeven.”

  47. وَكَذَٰلِكَ أَنزَلْنَآ إِلَيْكَ ٱلْكِتَـٰبَ ۚ فَٱلَّذِينَ ءَاتَيْنَـٰهُمُ ٱلْكِتَـٰبَ يُؤْمِنُونَ بِهِۦ ۖ وَمِنْ هَـٰٓؤُلَآءِ مَن يُؤْمِنُ بِهِۦ ۚ وَمَا يَجْحَدُ بِـَٔايَـٰتِنَآ إِلَّا ٱلْكَـٰفِرُونَ۝٤٧

    Wakathalika anzalna ilayka alkitaba faallatheena ataynahumu alkitaba yuminoona bihi wamin haolai man yuminu bihi wama yajhadu biayatina illa alkafiroona

    En zo hebben Wij dit Boek aan jou neergezonden en degenen die Wij het Boek gegeven hebben geloven daarin. Zoals ook sommigen van hen daarin geloven. En niemand behalve de ongeloven verwerpen Onze tekenen.

  48. وَمَا كُنتَ تَتْلُوا۟ مِن قَبْلِهِۦ مِن كِتَـٰبٍ وَلَا تَخُطُّهُۥ بِيَمِينِكَ ۖ إِذًا لَّٱرْتَابَ ٱلْمُبْطِلُونَ۝٤٨

    Wama kunta tatloo min qablihi min kitabin wala takhuttuhu biyameenika ithan lairtaba almubtiloona

    Noch heb jij (o Mohammed) voor de Koran een ander boek aan hen voorgedragen, noch heb je het met je rechterhand geschreven. Als dat het geval zijn geweest dan zouden de dwalende zeker in twijfel hebben verkeerd.

  49. بَلْ هُوَ ءَايَـٰتٌۢ بَيِّنَـٰتٌ فِى صُدُورِ ٱلَّذِينَ أُوتُوا۟ ٱلْعِلْمَ ۚ وَمَا يَجْحَدُ بِـَٔايَـٰتِنَآ إِلَّا ٱلظَّـٰلِمُونَ۝٤٩

    Bal huwa ayatun bayyinatun fee sudoori allatheena ootoo alʿilma wama yajhadu biayatina illa alththalimoona

    Welnee! Het zijn duidelijke tekenen in de borsten van degenen bewaard die kennis gegeven is. En geen behalve de onrechtvaardigen ontkennen Onze tekenen.

  50. وَقَالُوا۟ لَوْلَآ أُنزِلَ عَلَيْهِ ءَايَـٰتٌ مِّن رَّبِّهِۦ ۖ قُلْ إِنَّمَا ٱلْـَٔايَـٰتُ عِندَ ٱللَّهِ وَإِنَّمَآ أَنَا۠ نَذِيرٌ مُّبِينٌ۝٥٠

    Waqaloo lawla onzila ʿalayhi ayatun min rabbihi qul innama alayatu ʿinda Allahi wainnama ana natheerun mubeenun

    En zij zeggen: “Waarom zijn er geen tekenen van Zijn Heer naar hem gestuurd?” Zeg: “De tekenen zijn slechts bij Allah en ik ben alleen maar een duidelijke waarschuwer.”

  51. أَوَلَمْ يَكْفِهِمْ أَنَّآ أَنزَلْنَا عَلَيْكَ ٱلْكِتَـٰبَ يُتْلَىٰ عَلَيْهِمْ ۚ إِنَّ فِى ذَٰلِكَ لَرَحْمَةً وَذِكْرَىٰ لِقَوْمٍ يُؤْمِنُونَ۝٥١

    Awalam yakfihim anna anzalna ʿalayka alkitaba yutla ʿalayhim inna fee thalika larahmatan wathikra liqawmin yuminoona

    Is het niet voldoende voor hen dat Wij voor jou (o Mohammed) het Boek neer hebben neergezonden, Waaruit gereciteerd wordt voor hen? Waarlijk, hierin is een genade en een waarschuwing voor een volk dat gelooft.

  52. قُلْ كَفَىٰ بِٱللَّهِ بَيْنِى وَبَيْنَكُمْ شَهِيدًا ۖ يَعْلَمُ مَا فِى ٱلسَّمَـٰوَٰتِ وَٱلْأَرْضِ ۗ وَٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ بِٱلْبَـٰطِلِ وَكَفَرُوا۟ بِٱللَّهِ أُو۟لَـٰٓئِكَ هُمُ ٱلْخَـٰسِرُونَ۝٥٢

    Qul kafa biAllahi baynee wabaynakum shaheedan yaʿlamu ma fee alssamawati waalardi waallatheena amanoo bialbatili wakafaroo biAllahi olaika humu alkhasiroona

    Zeg: “Allah is voldoende als een getuige tussen ons. Hij weet wat in de hemelen en wat op aarde is.” En degenen die in de leugen geloven, en niet in Allah geloven , zij zijn het die de verliezers zijn.

  53. وَيَسْتَعْجِلُونَكَ بِٱلْعَذَابِ ۚ وَلَوْلَآ أَجَلٌ مُّسَمًّى لَّجَآءَهُمُ ٱلْعَذَابُ وَلَيَأْتِيَنَّهُم بَغْتَةً وَهُمْ لَا يَشْعُرُونَ۝٥٣

    Wayastaʿjiloonaka bialʿathabi walawla ajalun musamman lajaahumu alʿathabu walayatiyannahum baghtatan wahum la yashʿuroona

    En zij vragen jou om de bestraffing te bespoedigen, en als het niet voor een vastgestelde termijn was geweest, zou de bestraffing zeker over hen gekomen zijn. En zeker, het zal plotseling over hen komen terwijl zij het niet voorzien!

  54. يَسْتَعْجِلُونَكَ بِٱلْعَذَابِ وَإِنَّ جَهَنَّمَ لَمُحِيطَةٌۢ بِٱلْكَـٰفِرِينَ۝٥٤

    Yastaʿjiloonaka bialʿathabi wainna jahannama lamuheetatun bialkafireena

    Zij vragen je om de bestraffing te bespoedigen. En waarlijk! De Hel zal de ongelovigen zeker omringen.

  55. يَوْمَ يَغْشَىٰهُمُ ٱلْعَذَابُ مِن فَوْقِهِمْ وَمِن تَحْتِ أَرْجُلِهِمْ وَيَقُولُ ذُوقُوا۟ مَا كُنتُمْ تَعْمَلُونَ۝٥٥

    Yawma yaghshahumu alʿathabu min fawqihim wamin tahti arjulihim wayaqoolu thooqoo ma kuntum taʿmaloona

    Op die Dag waarop de bestraffing hen van boven en van onder hun voeten zal bedekken, zal gezegd worden: “Proef wat jullie gewoonlijk deden.”

  56. يَـٰعِبَادِىَ ٱلَّذِينَ ءَامَنُوٓا۟ إِنَّ أَرْضِى وَٰسِعَةٌ فَإِيَّـٰىَ فَٱعْبُدُونِ۝٥٦

    Ya ʿibadiya allatheena amanoo inna ardee wasiʿatun faiyyaya faoʿbudooni

    O Mijn dienaren die geloven! Zeker, Mijn aarde is uitgestrekt. Aanbid mij dus (verwijst naar de Hidjrah).

  57. كُلُّ نَفْسٍ ذَآئِقَةُ ٱلْمَوْتِ ۖ ثُمَّ إِلَيْنَا تُرْجَعُونَ۝٥٧

    Kullu nafsin thaiqatu almawti thumma ilayna turjaʿoona

    Iedereen zal de dood proeven. Dan zullen jullie tot Ons terugkeren.

  58. وَٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ وَعَمِلُوا۟ ٱلصَّـٰلِحَـٰتِ لَنُبَوِّئَنَّهُم مِّنَ ٱلْجَنَّةِ غُرَفًا تَجْرِى مِن تَحْتِهَا ٱلْأَنْهَـٰرُ خَـٰلِدِينَ فِيهَا ۚ نِعْمَ أَجْرُ ٱلْعَـٰمِلِينَ۝٥٨

    Waallatheena amanoo waʿamiloo alssalihati lanubawwiannahum mina aljannati ghurafan tajree min tahtiha alanharu khalideena feeha niʿma ajru alʿamileena

    En degenen die geloven en goede daden verrichten, voor hun zullen Wij zeker verheven kamers geven in het paradijs, waaronder rivieren stromen om daar voor eeuwig in te wonen. Voortreffelijk is de beloning voor degene die goed doen.

  59. ٱلَّذِينَ صَبَرُوا۟ وَعَلَىٰ رَبِّهِمْ يَتَوَكَّلُونَ۝٥٩

    Allatheena sabaroo waʿala rabbihim yatawakkaloona

    Degenen die geduldig zijn en hun vertrouwen (alleen) in hun Heer leggen.

  60. وَكَأَيِّن مِّن دَآبَّةٍ لَّا تَحْمِلُ رِزْقَهَا ٱللَّهُ يَرْزُقُهَا وَإِيَّاكُمْ ۚ وَهُوَ ٱلسَّمِيعُ ٱلْعَلِيمُ۝٦٠

    Wakaayyin min dabbatin la tahmilu rizqaha Allahu yarzuquha waiyyakum wahuwa alssameeʿu alʿaleemu

    En hoeveel bewegende schepselen zijn er die niet voor hun eigen voorziening kunnen zorgen! Allah voorziet hen en jullie. En Hij is de Alhorende, de Alwetende.

  61. وَلَئِن سَأَلْتَهُم مَّنْ خَلَقَ ٱلسَّمَـٰوَٰتِ وَٱلْأَرْضَ وَسَخَّرَ ٱلشَّمْسَ وَٱلْقَمَرَ لَيَقُولُنَّ ٱللَّهُ ۖ فَأَنَّىٰ يُؤْفَكُونَ۝٦١

    Walain saaltahum man khalaqa alssamawati waalarda wasakhkhara alshshamsa waalqamara layaqoolunna Allahu faanna yufakoona

    Als jij hen zou vragen: “Wie heeft de hemelen en de aarde geschapen en de zon en de maan onderworpen?” Zullen zij zeker antwoorden: “Allah.” Hoe kunnen zij dan afwijken?

  62. ٱللَّهُ يَبْسُطُ ٱلرِّزْقَ لِمَن يَشَآءُ مِنْ عِبَادِهِۦ وَيَقْدِرُ لَهُۥٓ ۚ إِنَّ ٱللَّهَ بِكُلِّ شَىْءٍ عَلِيمٌ۝٦٢

    Allahu yabsutu alrrizqa liman yashao min ʿibadihi wayaqdiru lahu inna Allaha bikulli shayin ʿaleemun

    Allah vergroot de voorziening van Zijn dienaren van Wie Hij wil en beperkt het voor hen. Waarlijk, Allah is van alle zaken Alwetend.

  63. وَلَئِن سَأَلْتَهُم مَّن نَّزَّلَ مِنَ ٱلسَّمَآءِ مَآءً فَأَحْيَا بِهِ ٱلْأَرْضَ مِنۢ بَعْدِ مَوْتِهَا لَيَقُولُنَّ ٱللَّهُ ۚ قُلِ ٱلْحَمْدُ لِلَّهِ ۚ بَلْ أَكْثَرُهُمْ لَا يَعْقِلُونَ۝٦٣

    Walain saaltahum man nazzala mina alssamai maan faahya bihi alarda min baʿdi mawtiha layaqoolunna Allahu quli alhamdu lillahi bal aktharuhum la yaʿqiloona

    Als jij hun zou vragen: “Wie stuurt de regen van de hemel naar beneden en wie geeft daarmee leven op aarde na haar dood?” Dan zouden zij zeker antwoorden: “Allah.” Zeg: Alle lofprijzingen en dank is aan Allah!” Nee! De meesten van hen denken niet na.

  64. وَمَا هَـٰذِهِ ٱلْحَيَوٰةُ ٱلدُّنْيَآ إِلَّا لَهْوٌ وَلَعِبٌ ۚ وَإِنَّ ٱلدَّارَ ٱلْـَٔاخِرَةَ لَهِىَ ٱلْحَيَوَانُ ۚ لَوْ كَانُوا۟ يَعْلَمُونَ۝٦٤

    Wama hathihi alhayatu alddunya illa lahwun walaʿibun wainna alddara alakhirata lahiya alhayawanu law kanoo yaʿlamoona

    En dit leven van deze wereld is slechts vermaak en spel! En waarlijk, het Huis van het hiernamaals, - dat is het echte leven, als zij dat maar wisten.

  65. فَإِذَا رَكِبُوا۟ فِى ٱلْفُلْكِ دَعَوُا۟ ٱللَّهَ مُخْلِصِينَ لَهُ ٱلدِّينَ فَلَمَّا نَجَّىٰهُمْ إِلَى ٱلْبَرِّ إِذَا هُمْ يُشْرِكُونَ۝٦٥

    Faitha rakiboo fee alfulki daʿawoo Allaha mukhliseena lahu alddeena falamma najjahum ila albarri itha hum yushrikoona

    En als zij aan boord gaan van een schip (en het stormt hard), dan roepen zij alleen Allah aan door hun geloof te zuiveren tegenover Hem, maar zodra Hij hen veilig terug aan land brengt (nadat zij ternauwernood aan de verdrinkingsdood waren ontsnapt), kennen zij (toch) deelgenoten aan Allah toe).

  66. لِيَكْفُرُوا۟ بِمَآ ءَاتَيْنَـٰهُمْ وَلِيَتَمَتَّعُوا۟ ۖ فَسَوْفَ يَعْلَمُونَ۝٦٦

    Liyakfuroo bima ataynahum waliyatamattaʿoo fasawfa yaʿlamoona

    Dus worden zij ondankbaar voor datgene wat Wij hen gegeven hebben, en zij nemen hun vermaak, maar zij zullen er wel achter komen.

  67. أَوَلَمْ يَرَوْا۟ أَنَّا جَعَلْنَا حَرَمًا ءَامِنًا وَيُتَخَطَّفُ ٱلنَّاسُ مِنْ حَوْلِهِمْ ۚ أَفَبِٱلْبَـٰطِلِ يُؤْمِنُونَ وَبِنِعْمَةِ ٱللَّهِ يَكْفُرُونَ۝٦٧

    Awalam yaraw anna jaʿalna haraman aminan wayutakhattafu alnnasu min hawlihim afabialbatili yuminoona wabiniʿmati Allahi yakfuroona

    Hebben zij niet gezien dat Wij hun woonplaats (Mekka) als verboden gebied hebben gemaakt en veilig, en dat de mensen er om hen heen weggegrist worden? Geloven zij in de leugen en ontkennen de gunsten van Allah?

  68. وَمَنْ أَظْلَمُ مِمَّنِ ٱفْتَرَىٰ عَلَى ٱللَّهِ كَذِبًا أَوْ كَذَّبَ بِٱلْحَقِّ لَمَّا جَآءَهُۥٓ ۚ أَلَيْسَ فِى جَهَنَّمَ مَثْوًى لِّلْكَـٰفِرِينَ۝٦٨

    Waman athlamu mimmani iftara ʿala Allahi kathiban aw kaththaba bialhaqqi lamma jaahu alaysa fee jahannama mathwan lilkafireena

    En wie begaat er een grotere zonde dan degene die een leugen over Allah verzint of de waarheid ontkent, wanneer het tot hem komt? Is er geen verblijfplaats in de hel voor de ongelovigen?

  69. وَٱلَّذِينَ جَـٰهَدُوا۟ فِينَا لَنَهْدِيَنَّهُمْ سُبُلَنَا ۚ وَإِنَّ ٱللَّهَ لَمَعَ ٱلْمُحْسِنِينَ۝٦٩

    Waallatheena jahadoo feena lanahdiyannahum subulana wainna Allaha lamaʿa almuhsineena

    En wat degene betreft die hard voor Ons streven, Wij zullen hen zeker naar Onze paden leiden. En waarlijk, Allah is met de weldoeners.

Veelgestelde vragen

Wat betekent de naam van soera Al-Ankabut?

Al-Ankabut betekent ‘De spin’.

In welke juz staat soera Al-Ankabut?

Soera Al-Ankabut strekt zich uit over juz 20 en 21.

Hoeveel verzen heeft soera Al-Ankabut?

Soera Al-Ankabut telt 69 verzen.

Is soera Al-Ankabut Mekkaans of Medinaans?

Soera Al-Ankabut is een Mekkaanse soera.

Welk nummer heeft soera Al-Ankabut?

Al-Ankabut is de 29e soera van de Koran.

Bronnen

  • Arabic text: Tanzil Quran Text (Uthmani) (Tanzil Project, CC BY 3.0), reproduced without changes.
  • Translation: Dutch Islamic Center, from QuranEnc.com, version 2.0.10, reproduced without changes.
  • Transliteration: Tanzil.net English transliteration.
  • Recitation: Mishary Rashid Alafasy, via QuranicAudio.com and EveryAyah.com.
  • Word by word: recordings and meanings from Quran.com (Quran Foundation), played when you tap a word.
  • Madinah and IndoPak fonts (Settings): the text in those scripts and their fonts come from the Quran Foundation (Quran.com); the Madinah font is the King Fahd Glorious Quran Printing Complex's Uthmanic Hafs font.

Found a mistake? Report a mistake and we will check it against the source.

Leesinstellingen

Koranlettertype
Lettergrootte Arabisch
100%
Lettergrootte vertaling
100%
Thema

Zet op beginscherm

ReadSurahOpen ReadSurah schermvullend vanaf je startscherm. Soera’s die je al hebt gelezen, openen ook zonder internet.

  1. Tik in Safari op de deelknop. Op nieuwere iPhones staat die in het •••-menu.
  2. Tik op ‘Zet op beginscherm’. Scrol omlaag als je het niet ziet.
  3. Tik op ‘Voeg toe’.