سورة يونس
Soera Yunus in het Nederlands
Jona
- 10
- 109 verzen
- Mekkaans
- Juz 11
- Pagina’s 208–221
Mishary Rashid AlafasyMP3 downloadenPDF downloaden
Soera Yunus (يونس) is de 10e soera van de Koran en telt 109 verzen. De naam betekent ‘Jona’. Het is een Mekkaanse soera, geopenbaard in Mekka vóór de Hidjra, en ze staat in juz 11.
Op deze pagina lees je soera Yunus volledig in het Arabisch, vers voor vers met de Nederlandse vertaling van het Dutch Islamic Center en de transliteratie, en kun je naar de recitatie luisteren.
Soera Yunus volledig: Arabisch, Nederlandse vertaling en transliteratie
بِسْمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحْمَـٰنِ ٱلرَّحِيمِ
-
الٓر ۚ تِلْكَ ءَايَـٰتُ ٱلْكِتَـٰبِ ٱلْحَكِيمِ١
Aliflamra tilka ayatu alkitabi alhakeemi
Alif, Lam, Ra.1 Dit zijn de verzen van het boek met wijsheid gevuld.
Voetnoten
[1] Bekijk de voetnoten van vers 1 van Soera Al-Baqarah. -
أَكَانَ لِلنَّاسِ عَجَبًا أَنْ أَوْحَيْنَآ إِلَىٰ رَجُلٍ مِّنْهُمْ أَنْ أَنذِرِ ٱلنَّاسَ وَبَشِّرِ ٱلَّذِينَ ءَامَنُوٓا۟ أَنَّ لَهُمْ قَدَمَ صِدْقٍ عِندَ رَبِّهِمْ ۗ قَالَ ٱلْكَـٰفِرُونَ إِنَّ هَـٰذَا لَسَـٰحِرٌ مُّبِينٌ٢
Akana lilnnasi ʿajaban an awhayna ila rajulin minhum an anthiri alnnasa wabashshiri allatheena amanoo anna lahum qadama sidqin ʿinda rabbihim qala alkafiroona inna hatha lasahirun mubeenun
Is het verbazendwekkend voor de mensheid dat Wij Onze openbaring naar een man (de Profeet mohammed vrede zij met hem) uit hun gemeenschap hebben gestuurd (zeggende): “Waarschuw de mensheid en geef het goede nieuws aan degenen die geloven, dat zij van hun Heer de beloningen van hun goede daden zullen krijgen.” (Maar) de ongelovigen zeggen: “Dit is zeker een duidelijke tovenaar!”
-
إِنَّ رَبَّكُمُ ٱللَّهُ ٱلَّذِى خَلَقَ ٱلسَّمَـٰوَٰتِ وَٱلْأَرْضَ فِى سِتَّةِ أَيَّامٍ ثُمَّ ٱسْتَوَىٰ عَلَى ٱلْعَرْشِ ۖ يُدَبِّرُ ٱلْأَمْرَ ۖ مَا مِن شَفِيعٍ إِلَّا مِنۢ بَعْدِ إِذْنِهِۦ ۚ ذَٰلِكُمُ ٱللَّهُ رَبُّكُمْ فَٱعْبُدُوهُ ۚ أَفَلَا تَذَكَّرُونَ٣
Inna rabbakumu Allahu allathee khalaqa alssamawati waalarda fee sittati ayyamin thumma istawa ʿala alʿarshi yudabbiru alamra ma min shafeeʿin illa min baʿdi ithnihi thalikumu Allahu rabbukum faoʿbudoohu afala tathakkaroona
Zeker, jullie Heer is Allah, Die de hemelen en de aarde in zes dagen heeft geschapen en toen boven de troon verheven is, alle dingen besturend. Geen bemiddelaar zonder Zijn toestemming. Dat is Allah, jullie Heer; aanbid Hem dus (alleen). Trekken jullie er dan geen lering uit?
-
إِلَيْهِ مَرْجِعُكُمْ جَمِيعًا ۖ وَعْدَ ٱللَّهِ حَقًّا ۚ إِنَّهُۥ يَبْدَؤُا۟ ٱلْخَلْقَ ثُمَّ يُعِيدُهُۥ لِيَجْزِىَ ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ وَعَمِلُوا۟ ٱلصَّـٰلِحَـٰتِ بِٱلْقِسْطِ ۚ وَٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ لَهُمْ شَرَابٌ مِّنْ حَمِيمٍ وَعَذَابٌ أَلِيمٌۢ بِمَا كَانُوا۟ يَكْفُرُونَ٤
Ilayhi marjiʿukum jameeʿan waʿda Allahi haqqan innahu yabdao alkhalqa thumma yuʿeeduhu liyajziya allatheena amanoo waʿamiloo alssalihati bialqisti waallatheena kafaroo lahum sharabun min hameemin waʿathabun aleemun bima kanoo yakfuroona
Tot Hem is de terugkeer van jullie allen. De belofte van Allah is waar. Hij is het Die de schepping begint en het daarna zal herhalen; dat Hij degenen die geloven en goede daden verrichten moge belonen. Maar degenen die ongelovig zijn, zullen een dronk van kokende vloeistoffen hebben en een pijnlijke bestraffing ondergaan omdat zij ongelovig waren.
-
هُوَ ٱلَّذِى جَعَلَ ٱلشَّمْسَ ضِيَآءً وَٱلْقَمَرَ نُورًا وَقَدَّرَهُۥ مَنَازِلَ لِتَعْلَمُوا۟ عَدَدَ ٱلسِّنِينَ وَٱلْحِسَابَ ۚ مَا خَلَقَ ٱللَّهُ ذَٰلِكَ إِلَّا بِٱلْحَقِّ ۚ يُفَصِّلُ ٱلْـَٔايَـٰتِ لِقَوْمٍ يَعْلَمُونَ٥
Huwa allathee jaʿala alshshamsa diyaan waalqamara nooran waqaddarahu manazila litaʿlamoo ʿadada alssineena waalhisaba ma khalaqa Allahu thalika illa bialhaqqi yufassilu alayati liqawmin yaʿlamoona
Hij is het die de zon als schijnend object maakte en de maan als een licht en haar fasen uitgemeten heeft, zodat jullie het aantal jaren weten en de berekening. Allah heeft dit niet anders dan in waarheid geschapen. Hij legt de tekenen nauwkeurig uit voor de mensen die kennis hebben.
-
إِنَّ فِى ٱخْتِلَـٰفِ ٱلَّيْلِ وَٱلنَّهَارِ وَمَا خَلَقَ ٱللَّهُ فِى ٱلسَّمَـٰوَٰتِ وَٱلْأَرْضِ لَـَٔايَـٰتٍ لِّقَوْمٍ يَتَّقُونَ٦
Inna fee ikhtilafi allayli waalnnahari wama khalaqa Allahu fee alssamawati waalardi laayatin liqawmin yattaqoona
Waarlijk, de afwisseling van dag en nacht en alles wat Allah in de hemelen en op aarde geschapen heeft, zijn tekenen voor de mensen die hun plicht ten opzichte van Allah vervullen en Hem veel vrezen.
-
إِنَّ ٱلَّذِينَ لَا يَرْجُونَ لِقَآءَنَا وَرَضُوا۟ بِٱلْحَيَوٰةِ ٱلدُّنْيَا وَٱطْمَأَنُّوا۟ بِهَا وَٱلَّذِينَ هُمْ عَنْ ءَايَـٰتِنَا غَـٰفِلُونَ٧
Inna allatheena la yarjoona liqaana waradoo bialhayati alddunya waitmaannoo biha waallatheena hum ʿan ayatina ghafiloona
Waarlijk, degenen die niet op een ontmoeting met Ons hopen, maar tevreden zijn met het leven in de huidige wereld en er gerust mee zijn (dit zijn daden van het hart vandaar dat de moslim zich daar veel bezig mee moet houden dus zijn hart reinigen tot hij Allah ontmoet), en degenen die onachtzaam voor Onze tekenen zijn.
-
أُو۟لَـٰٓئِكَ مَأْوَىٰهُمُ ٱلنَّارُ بِمَا كَانُوا۟ يَكْسِبُونَ٨
Olaika mawahumu alnnaru bima kanoo yaksiboona
Voor hen zal hun verblijfplaats het vuur zijn, door datgene wat zij verdiend hebben.
-
إِنَّ ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ وَعَمِلُوا۟ ٱلصَّـٰلِحَـٰتِ يَهْدِيهِمْ رَبُّهُم بِإِيمَـٰنِهِمْ ۖ تَجْرِى مِن تَحْتِهِمُ ٱلْأَنْهَـٰرُ فِى جَنَّـٰتِ ٱلنَّعِيمِ٩
Inna allatheena amanoo waʿamiloo alssalihati yahdeehim rabbuhum bieemanihim tajree min tahtihimu alanharu fee jannati alnnaʿeemi
Waarlijk, degene die geloven en goede daden verrichten, zullen door hun Heer geleid worden door hun geloof; onder hen zullen rivieren stromen in de tuinen der geneugten.
-
دَعْوَىٰهُمْ فِيهَا سُبْحَـٰنَكَ ٱللَّهُمَّ وَتَحِيَّتُهُمْ فِيهَا سَلَـٰمٌ ۚ وَءَاخِرُ دَعْوَىٰهُمْ أَنِ ٱلْحَمْدُ لِلَّهِ رَبِّ ٱلْعَـٰلَمِينَ١٠
Daʿwahum feeha subhanaka allahumma watahiyyatuhum feeha salamun waakhiru daʿwahum ani alhamdu lillahi rabbi alʿalameena
Hun manier van verzoek zal daarin zijn: “Verheerlijkt zij U, O Allah” en “vrede’ zal hun groet daarin zijn en de afsluiting van hun verzoek zal zijn: “Alle lof en dank aan Allah, de Heer van de wereldwezens”.
-
۞ وَلَوْ يُعَجِّلُ ٱللَّهُ لِلنَّاسِ ٱلشَّرَّ ٱسْتِعْجَالَهُم بِٱلْخَيْرِ لَقُضِىَ إِلَيْهِمْ أَجَلُهُمْ ۖ فَنَذَرُ ٱلَّذِينَ لَا يَرْجُونَ لِقَآءَنَا فِى طُغْيَـٰنِهِمْ يَعْمَهُونَ١١
Walaw yuʿajjilu Allahu lilnnasi alshsharra istiʿjalahum bialkhayri laqudiya ilayhim ajaluhum fanatharu allatheena la yarjoona liqaana fee tughyanihim yaʿmahoona
En als Allah voor de mensheid het kwade zou bespoedigen, zoals hij het goede voor hun bespoedigt, Dan zouden zij vernietigt zijn dus laten wij degenen die geen ontmoeting met Ons verwachten in hun overtredingen, blind ronddwalen in verwarring.
-
وَإِذَا مَسَّ ٱلْإِنسَـٰنَ ٱلضُّرُّ دَعَانَا لِجَنۢبِهِۦٓ أَوْ قَاعِدًا أَوْ قَآئِمًا فَلَمَّا كَشَفْنَا عَنْهُ ضُرَّهُۥ مَرَّ كَأَن لَّمْ يَدْعُنَآ إِلَىٰ ضُرٍّ مَّسَّهُۥ ۚ كَذَٰلِكَ زُيِّنَ لِلْمُسْرِفِينَ مَا كَانُوا۟ يَعْمَلُونَ١٢
Waitha massa alinsana alddurru daʿana lijanbihi aw qaʿidan aw qaiman falamma kashafna ʿanhu durrahu marra kaan lam yadʿuna ila durrin massahu kathalika zuyyina lilmusrifeena ma kanoo yaʿmaloona
En als het kwaad de mens raakt, roept hij Ons, liggend op zijn zijde, zittend of staand, maar als Wij het kwaad van hem verwijderd hebben, gaat hij door op zijn weg alsof hij Ons nooit aangeroepen heeft voor een kwaad wat hem bedreigde! Dus zo lijkt het voor de buitensporigen mooi wat zij gedaan hebben.
-
وَلَقَدْ أَهْلَكْنَا ٱلْقُرُونَ مِن قَبْلِكُمْ لَمَّا ظَلَمُوا۟ ۙ وَجَآءَتْهُمْ رُسُلُهُم بِٱلْبَيِّنَـٰتِ وَمَا كَانُوا۟ لِيُؤْمِنُوا۟ ۚ كَذَٰلِكَ نَجْزِى ٱلْقَوْمَ ٱلْمُجْرِمِينَ١٣
Walaqad ahlakna alquroona min qablikum lamma thalamoo wajaathum rusuluhum bialbayyinati wama kanoo liyuminoo kathalika najzee alqawma almujrimeena
En voorwaar, toen zij zondigden hebben Wij generaties voor jullie vernietigd, terwijl hun boodschappers met duidelijke bewijzen bij hen kwamen, maar zij behoorden niet tot degenen die geloofden. Dus vergelden Wij de mensen die misdadigers zijn.
-
ثُمَّ جَعَلْنَـٰكُمْ خَلَـٰٓئِفَ فِى ٱلْأَرْضِ مِنۢ بَعْدِهِمْ لِنَنظُرَ كَيْفَ تَعْمَلُونَ١٤
Thumma jaʿalnakum khalaifa fee alardi min baʿdihim linanthura kayfa taʿmaloona
Toen lieten Wij jullie na hen volgen, generatie na generatie op aarde, zodat Wij konden zien hoe jullie werkten!
-
وَإِذَا تُتْلَىٰ عَلَيْهِمْ ءَايَاتُنَا بَيِّنَـٰتٍ ۙ قَالَ ٱلَّذِينَ لَا يَرْجُونَ لِقَآءَنَا ٱئْتِ بِقُرْءَانٍ غَيْرِ هَـٰذَآ أَوْ بَدِّلْهُ ۚ قُلْ مَا يَكُونُ لِىٓ أَنْ أُبَدِّلَهُۥ مِن تِلْقَآئِ نَفْسِىٓ ۖ إِنْ أَتَّبِعُ إِلَّا مَا يُوحَىٰٓ إِلَىَّ ۖ إِنِّىٓ أَخَافُ إِنْ عَصَيْتُ رَبِّى عَذَابَ يَوْمٍ عَظِيمٍ١٥
Waitha tutla ʿalayhim ayatuna bayyinatin qala allatheena la yarjoona liqaana iti biquranin ghayri hatha aw baddilhu qul ma yakoonu lee an obaddilahu min tilqai nafsee in attabiʿu illa ma yooha ilayya innee akhafu in ʿasaytu rabbee ʿathaba yawmin ʿatheemin
En toen Onze duidelijke verzen voor hen gereciteerd werden, zeiden degenen die niet op een ontmoeting met Ons hoopten: “Breng ons een andere Koran dan deze, of verander het.” Zeg: “Het is niet aan mij om het op eigen gezag te veranderen; ik volg slechts dat wat aan mij geopenbaard is. Waarlijk, ik vrees als ik ongehoorzaam ben aan mijn Heer de bestraffing van de grote dag.”
-
قُل لَّوْ شَآءَ ٱللَّهُ مَا تَلَوْتُهُۥ عَلَيْكُمْ وَلَآ أَدْرَىٰكُم بِهِۦ ۖ فَقَدْ لَبِثْتُ فِيكُمْ عُمُرًا مِّن قَبْلِهِۦٓ ۚ أَفَلَا تَعْقِلُونَ١٦
Qul law shaa Allahu ma talawtuhu ʿalaykum wala adrakum bihi faqad labithtu feekum ʿumuran min qablihi afala taʿqiloona
Zeg: “Als Allah het gewild had, dan zou ik het niet voor jullie reciteren of zou Hij het niet aan jullie bekend maken. Waarlijk, ik heb reeds een leven lang hiervoor in jullie midden verkeerd. Hebben jullie dan geen verstand?”
-
فَمَنْ أَظْلَمُ مِمَّنِ ٱفْتَرَىٰ عَلَى ٱللَّهِ كَذِبًا أَوْ كَذَّبَ بِـَٔايَـٰتِهِۦٓ ۚ إِنَّهُۥ لَا يُفْلِحُ ٱلْمُجْرِمُونَ١٧
Faman athlamu mimmani iftara ʿala Allahi kathiban aw kaththaba biayatihi innahu la yuflihu almujrimoona
Wie begaat er een grotere zonden dan degenen die een leugen over Allah verzint of Zijn tekenen ontkent? Zeker, de misdadigers zullen nooit slagen!
-
وَيَعْبُدُونَ مِن دُونِ ٱللَّهِ مَا لَا يَضُرُّهُمْ وَلَا يَنفَعُهُمْ وَيَقُولُونَ هَـٰٓؤُلَآءِ شُفَعَـٰٓؤُنَا عِندَ ٱللَّهِ ۚ قُلْ أَتُنَبِّـُٔونَ ٱللَّهَ بِمَا لَا يَعْلَمُ فِى ٱلسَّمَـٰوَٰتِ وَلَا فِى ٱلْأَرْضِ ۚ سُبْحَـٰنَهُۥ وَتَعَـٰلَىٰ عَمَّا يُشْرِكُونَ١٨
Wayaʿbudoona min dooni Allahi ma la yadurruhum wala yanfaʿuhum wayaqooloona haolai shufaʿaona ʿinda Allahi qul atunabbioona Allaha bima la yaʿlamu fee alssamawati wala fee alardi subhanahu wataʿala ʿamma yushrikoona
En dan naast Allah zaken aanbidden die hen niet schaden, maar waar zij ook geen profijt van hebben en zij zeggen: “Dit zijn onze bemiddelaars bij Allah.” Zeg: “Vertellen jullie Allah iets waarvan Hij in de hemelen of op aarde geen weet heeft?” Verheerlijkt en verheven is Hij boven alles wat zij Hem als deelgenoten toekennen!
-
وَمَا كَانَ ٱلنَّاسُ إِلَّآ أُمَّةً وَٰحِدَةً فَٱخْتَلَفُوا۟ ۚ وَلَوْلَا كَلِمَةٌ سَبَقَتْ مِن رَّبِّكَ لَقُضِىَ بَيْنَهُمْ فِيمَا فِيهِ يَخْتَلِفُونَ١٩
Wama kana alnnasu illa ommatan wahidatan faikhtalafoo walawla kalimatun sabaqat min rabbika laqudiya baynahum feema feehi yakhtalifoona
De mensheid was een gemeenschap vervolgens verdeelden zij zich (later) en was het woord van jullie Heer niet vooruitgegaan, dan was er zeker tussen hen geoordeeld over datgene waarover zij verschilden.
-
وَيَقُولُونَ لَوْلَآ أُنزِلَ عَلَيْهِ ءَايَةٌ مِّن رَّبِّهِۦ ۖ فَقُلْ إِنَّمَا ٱلْغَيْبُ لِلَّهِ فَٱنتَظِرُوٓا۟ إِنِّى مَعَكُم مِّنَ ٱلْمُنتَظِرِينَ٢٠
Wayaqooloona lawla onzila ʿalayhi ayatun min rabbihi faqul innama alghaybu lillahi faintathiroo innee maʿakum mina almuntathireena
En zij zeggen: “Waarom wordt er van onze Heer geen teken voor hem naar beneden gestuurd?” Zeg: “Het onzichtbare behoort aan alleen Allah, wacht dus, waarlijk ik ben onder degenen die wachten (op Allahs oordeel).”
-
وَإِذَآ أَذَقْنَا ٱلنَّاسَ رَحْمَةً مِّنۢ بَعْدِ ضَرَّآءَ مَسَّتْهُمْ إِذَا لَهُم مَّكْرٌ فِىٓ ءَايَاتِنَا ۚ قُلِ ٱللَّهُ أَسْرَعُ مَكْرًا ۚ إِنَّ رُسُلَنَا يَكْتُبُونَ مَا تَمْكُرُونَ٢١
Waitha athaqna alnnasa rahmatan min baʿdi darraa massathum itha lahum makrun fee ayatina quli Allahu asraʿu makran inna rusulana yaktuboona ma tamkuroona
En toen Wij de mensheid aan de genade lieten proeven nadat hen enige tegenslag getroffen had, zie! Zij zweren tegen Onze tekenen samen! Zeg: “Allah is sneller in het plannen!” Zeker, Onze Boodschappers schrijven alles waar jullie over plannen op.
-
هُوَ ٱلَّذِى يُسَيِّرُكُمْ فِى ٱلْبَرِّ وَٱلْبَحْرِ ۖ حَتَّىٰٓ إِذَا كُنتُمْ فِى ٱلْفُلْكِ وَجَرَيْنَ بِهِم بِرِيحٍ طَيِّبَةٍ وَفَرِحُوا۟ بِهَا جَآءَتْهَا رِيحٌ عَاصِفٌ وَجَآءَهُمُ ٱلْمَوْجُ مِن كُلِّ مَكَانٍ وَظَنُّوٓا۟ أَنَّهُمْ أُحِيطَ بِهِمْ ۙ دَعَوُا۟ ٱللَّهَ مُخْلِصِينَ لَهُ ٱلدِّينَ لَئِنْ أَنجَيْتَنَا مِنْ هَـٰذِهِۦ لَنَكُونَنَّ مِنَ ٱلشَّـٰكِرِينَ٢٢
Huwa allathee yusayyirukum fee albarri waalbahri hatta itha kuntum fee alfulki wajarayna bihim bireehin tayyibatin wafarihoo biha jaatha reehun ʿasifun wajaahumu almawju min kulli makanin wathannoo annahum oheeta bihim daʿawoo Allaha mukhliseena lahu alddeena lain anjaytana min hathihi lanakoonanna mina alshshakireena
Hij is het Die het jullie mogelijk maakt om over land en zee te reizen tot jullie in de schepen zijn en jullie met hen met een gunstige wind varen, en zij zijn daar blij mee, dan komt er een storm en de golven komen van alle kanten, en zij denken dat zij daardoor omsingeld zijn, zij roepen Allah aan, en zuiveren hun geloof voor Hem alleen, zeggende: "Als U ons hiervan bevrijdt, dan zullen wij zeker dankbaar zijn."
-
فَلَمَّآ أَنجَىٰهُمْ إِذَا هُمْ يَبْغُونَ فِى ٱلْأَرْضِ بِغَيْرِ ٱلْحَقِّ ۗ يَـٰٓأَيُّهَا ٱلنَّاسُ إِنَّمَا بَغْيُكُمْ عَلَىٰٓ أَنفُسِكُم ۖ مَّتَـٰعَ ٱلْحَيَوٰةِ ٱلدُّنْيَا ۖ ثُمَّ إِلَيْنَا مَرْجِعُكُمْ فَنُنَبِّئُكُم بِمَا كُنتُمْ تَعْمَلُونَ٢٣
Falamma anjahum itha hum yabghoona fee alardi bighayri alhaqqi ya ayyuha alnnasu innama baghyukum ʿala anfusikum mataʿa alhayati alddunya thumma ilayna marjiʿukum fanunabbiokum bima kuntum taʿmaloona
Maar als Hij hen bevrijdt, zie! Zij zijn opstandig op aarde. O Mensheid! Jullie opstandigheid is slechts tegen jullie zelf – een kort vermaak in dit wereldlijke leven, dan is jullie terugkeer tot Ons en Wij zullen jullie vertellen wat jullie gedaan hebben.
-
إِنَّمَا مَثَلُ ٱلْحَيَوٰةِ ٱلدُّنْيَا كَمَآءٍ أَنزَلْنَـٰهُ مِنَ ٱلسَّمَآءِ فَٱخْتَلَطَ بِهِۦ نَبَاتُ ٱلْأَرْضِ مِمَّا يَأْكُلُ ٱلنَّاسُ وَٱلْأَنْعَـٰمُ حَتَّىٰٓ إِذَآ أَخَذَتِ ٱلْأَرْضُ زُخْرُفَهَا وَٱزَّيَّنَتْ وَظَنَّ أَهْلُهَآ أَنَّهُمْ قَـٰدِرُونَ عَلَيْهَآ أَتَىٰهَآ أَمْرُنَا لَيْلًا أَوْ نَهَارًا فَجَعَلْنَـٰهَا حَصِيدًا كَأَن لَّمْ تَغْنَ بِٱلْأَمْسِ ۚ كَذَٰلِكَ نُفَصِّلُ ٱلْـَٔايَـٰتِ لِقَوْمٍ يَتَفَكَّرُونَ٢٤
Innama mathalu alhayati alddunya kamain anzalnahu mina alssamai faikhtalata bihi nabatu alardi mimma yakulu alnnasu waalanʿamu hatta itha akhathati alardu zukhrufaha waizzayyanat wathanna ahluha annahum qadiroona ʿalayha ataha amruna laylan aw naharan fajaʿalnaha haseedan kaan lam taghna bialamsi kathalika nufassilu alayati liqawmin yatafakkaroona
Waarlijk, de gelijkenis van (dit) wereldlijke leven is als de regen die Wij uit de hemel naar beneden sturen, waardoor de aarde allerlei gewassen voortbrengt, waarvan de mens en de dieren eten totdat de aarde bekleed is met zijn versieringen en volledig versierd wordt, en haar bevolking denkt dat zij al de macht over de beschikking daarvan heeft. Ons bevel hen dan bereikt bij nacht of bij dag en Wij maken het als een leeg gemaaid veld, alsof het gisteren niet gebloeid had! Dus Wij leggen Onze tekenen nauwkeurig uit aan een volk dat nadenkt.
-
وَٱللَّهُ يَدْعُوٓا۟ إِلَىٰ دَارِ ٱلسَّلَـٰمِ وَيَهْدِى مَن يَشَآءُ إِلَىٰ صِرَٰطٍ مُّسْتَقِيمٍ٢٥
WaAllahu yadʿoo ila dari alssalami wayahdee man yashao ila siratin mustaqeemin
Allah roept op naar het Huis van de Vrede en leidt wie Hij wil op het rechte pad.
-
۞ لِّلَّذِينَ أَحْسَنُوا۟ ٱلْحُسْنَىٰ وَزِيَادَةٌ ۖ وَلَا يَرْهَقُ وُجُوهَهُمْ قَتَرٌ وَلَا ذِلَّةٌ ۚ أُو۟لَـٰٓئِكَ أَصْحَـٰبُ ٱلْجَنَّةِ ۖ هُمْ فِيهَا خَـٰلِدُونَ٢٦
Lillatheena ahsanoo alhusna waziyadatun wala yarhaqu wujoohahum qatarun wala thillatun olaika ashabu aljannati hum feeha khalidoona
Voor degenen die het goede hebben gedaan is er het beste en zelfs nog meer. Noch duisternis noch stof noch enige vernedering zal hun gezicht bedekken. Zij zijn de bewoners van het paradijs, en zij zullen daarin voor altijd verblijven.
-
وَٱلَّذِينَ كَسَبُوا۟ ٱلسَّيِّـَٔاتِ جَزَآءُ سَيِّئَةٍۭ بِمِثْلِهَا وَتَرْهَقُهُمْ ذِلَّةٌ ۖ مَّا لَهُم مِّنَ ٱللَّهِ مِنْ عَاصِمٍ ۖ كَأَنَّمَآ أُغْشِيَتْ وُجُوهُهُمْ قِطَعًا مِّنَ ٱلَّيْلِ مُظْلِمًا ۚ أُو۟لَـٰٓئِكَ أَصْحَـٰبُ ٱلنَّارِ ۖ هُمْ فِيهَا خَـٰلِدُونَ٢٧
Waallatheena kasaboo alssayyiati jazao sayyiatin bimithliha watarhaquhum thillatun ma lahum mina Allahi min ʿasimin kaannama oghshiyat wujoohuhum qitaʿan mina allayli muthliman olaika ashabu alnnari hum feeha khalidoona
En degenen die slechte daden hebben gepleegd, de vergoeding van een slechte daad is gelijkwaardig daaraan, en een vernedering zal hun (gezichten) bedekken. Zij zullen voor Allah geen verdediger hebben. Hun gezichten zullen bedekt zijn zoals zij zijn, met stukken van de duisternis van de nacht. Zij zijn de bewoners van het vuur, zij zullen daarin voor altijd verblijven.
-
وَيَوْمَ نَحْشُرُهُمْ جَمِيعًا ثُمَّ نَقُولُ لِلَّذِينَ أَشْرَكُوا۟ مَكَانَكُمْ أَنتُمْ وَشُرَكَآؤُكُمْ ۚ فَزَيَّلْنَا بَيْنَهُمْ ۖ وَقَالَ شُرَكَآؤُهُم مَّا كُنتُمْ إِيَّانَا تَعْبُدُونَ٢٨
Wayawma nahshuruhum jameeʿan thumma naqoolu lillatheena ashrakoo makanakum antum washurakaokum fazayyalna baynahum waqala shurakaohum ma kuntum iyyana taʿbudoona
En de Dag waarop Wij hen allen zullen verzamelen, dan zullen Wij tegen degenen zeggen die deelgenoten in de aanbidding aan Ons toekenden: “Stop op jullie plaats! Jullie en jullie deelgenoten,” dan zullen Wij hen scheiden en de deelgenoten zullen zeggen: “Wij waren het niet die jullie aanbaden.”
-
فَكَفَىٰ بِٱللَّهِ شَهِيدًۢا بَيْنَنَا وَبَيْنَكُمْ إِن كُنَّا عَنْ عِبَادَتِكُمْ لَغَـٰفِلِينَ٢٩
Fakafa biAllahi shaheedan baynana wabaynakum in kunna ʿan ʿibadatikum laghafileena
Zo voldoende is Allah voor ons als getuige tussen jullie en ons, dat Wij voorwaar niets wisten van jullie aanbidding.
-
هُنَالِكَ تَبْلُوا۟ كُلُّ نَفْسٍ مَّآ أَسْلَفَتْ ۚ وَرُدُّوٓا۟ إِلَى ٱللَّهِ مَوْلَىٰهُمُ ٱلْحَقِّ ۖ وَضَلَّ عَنْهُم مَّا كَانُوا۟ يَفْتَرُونَ٣٠
Hunalika tabloo kullu nafsin ma aslafat waruddoo ila Allahi mawlahumu alhaqqi wadalla ʿanhum ma kanoo yaftaroona
Daar (de dag des oordeel)! Iedereen zal (precies) weten wat hij hiervoor verdiend heeft, en zij zullen tot Allah teruggebracht worden, hun rechtmatig Heer en hun bedachte valse goden zullen van hen verdwijnen.
-
قُلْ مَن يَرْزُقُكُم مِّنَ ٱلسَّمَآءِ وَٱلْأَرْضِ أَمَّن يَمْلِكُ ٱلسَّمْعَ وَٱلْأَبْصَـٰرَ وَمَن يُخْرِجُ ٱلْحَىَّ مِنَ ٱلْمَيِّتِ وَيُخْرِجُ ٱلْمَيِّتَ مِنَ ٱلْحَىِّ وَمَن يُدَبِّرُ ٱلْأَمْرَ ۚ فَسَيَقُولُونَ ٱللَّهُ ۚ فَقُلْ أَفَلَا تَتَّقُونَ٣١
Qul man yarzuqukum mina alssamai waalardi amman yamliku alssamʿa waalabsara waman yukhriju alhayya mina almayyiti wayukhriju almayyita mina alhayyi waman yudabbiru alamra fasayaqooloona Allahu faqul afala tattaqoona
Zeg: “Wie voorziet jullie uit de hemel en de aarde? Of wie bezit het gehoor en het gezicht? En wie brengt de levenden voort uit de doden en de doden uit de levenden? En wie regelt de zaken? Zij zullen zeggen: “Allah.” Zeg: “Zijn jullie dan niet bang voor Allah Zijn bestraffing?”
-
فَذَٰلِكُمُ ٱللَّهُ رَبُّكُمُ ٱلْحَقُّ ۖ فَمَاذَا بَعْدَ ٱلْحَقِّ إِلَّا ٱلضَّلَـٰلُ ۖ فَأَنَّىٰ تُصْرَفُونَ٣٢
Fathalikumu Allahu rabbukumu alhaqqu famatha baʿda alhaqqi illa alddalalu faanna tusrafoona
Dat is Allah, jullie Heer in de waarheid. Wat kan er dan na de waarheid nog zijn, behalve valsheid? Hoe kunnen jullie je dan alsnog afwenden?
-
كَذَٰلِكَ حَقَّتْ كَلِمَتُ رَبِّكَ عَلَى ٱلَّذِينَ فَسَقُوٓا۟ أَنَّهُمْ لَا يُؤْمِنُونَ٣٣
Kathalika haqqat kalimatu rabbika ʿala allatheena fasaqoo annahum la yuminoona
Dus het woord van jullie Heer is gerechtvaardig tegen degenen die opstandig zijn. Voorwaar zij zullen niet geloven.
-
قُلْ هَلْ مِن شُرَكَآئِكُم مَّن يَبْدَؤُا۟ ٱلْخَلْقَ ثُمَّ يُعِيدُهُۥ ۚ قُلِ ٱللَّهُ يَبْدَؤُا۟ ٱلْخَلْقَ ثُمَّ يُعِيدُهُۥ ۖ فَأَنَّىٰ تُؤْفَكُونَ٣٤
Qul hal min shurakaikum man yabdao alkhalqa thumma yuʿeeduhu quli Allahu yabdao alkhalqa thumma yuʿeeduhu faanna tufakoona
Zeg: “Zijn jullie deelgenoten (valse goden) degenen die de schepping beginnen en haar herhalen?” Zeg: “Allah begint de schepping en daarna herhaalt Hij haar (na de dood). Hoe kunnen jullie dan zo afgedwaald zijn?”
-
قُلْ هَلْ مِن شُرَكَآئِكُم مَّن يَهْدِىٓ إِلَى ٱلْحَقِّ ۚ قُلِ ٱللَّهُ يَهْدِى لِلْحَقِّ ۗ أَفَمَن يَهْدِىٓ إِلَى ٱلْحَقِّ أَحَقُّ أَن يُتَّبَعَ أَمَّن لَّا يَهِدِّىٓ إِلَّآ أَن يُهْدَىٰ ۖ فَمَا لَكُمْ كَيْفَ تَحْكُمُونَ٣٥
Qul hal min shurakaikum man yahdee ila alhaqqi quli Allahu yahdee lilhaqqi afaman yahdee ila alhaqqi ahaqqu an yuttabaʿa amman la yahiddee illa an yuhda fama lakum kayfa tahkumoona
Zeg: “Zijn jullie deelgenoten degenen die jullie naar de waarheid leiden?” Zeg: “Het is Allah Die naar de waarheid leidt. Hij is het Die leiding tot de waarheid geeft, heeft degene die naar de waarheid leid er niet meer recht op om gevolgen te worden, dan degene die niet in staat is om te leiden behalve als hij zelf geleid wordt? Wat scheelt jullie dan? Hoe beoordelen jullie (het)?”
-
وَمَا يَتَّبِعُ أَكْثَرُهُمْ إِلَّا ظَنًّا ۚ إِنَّ ٱلظَّنَّ لَا يُغْنِى مِنَ ٱلْحَقِّ شَيْـًٔا ۚ إِنَّ ٱللَّهَ عَلِيمٌۢ بِمَا يَفْعَلُونَ٣٦
Wama yattabiʿu aktharuhum illa thannan inna alththanna la yughnee mina alhaqqi shayan inna Allaha ʿaleemun bima yafʿaloona
En de meesten van hen volgen niets anders dan gissingen. Zeker, gissingen kunnen de waarheid niet uitwissen. Zeker, Allah is goed op de hoogte wat zij doen.
-
وَمَا كَانَ هَـٰذَا ٱلْقُرْءَانُ أَن يُفْتَرَىٰ مِن دُونِ ٱللَّهِ وَلَـٰكِن تَصْدِيقَ ٱلَّذِى بَيْنَ يَدَيْهِ وَتَفْصِيلَ ٱلْكِتَـٰبِ لَا رَيْبَ فِيهِ مِن رَّبِّ ٱلْعَـٰلَمِينَ٣٧
Wama kana hatha alquranu an yuftara min dooni Allahi walakin tasdeeqa allathee bayna yadayhi watafseela alkitabi la rayba feehi min rabbi alʿalameena
En deze Koran is niet iets dat ooit gemaakt kan worden dan door iemand anders dan Allah, maar het is een bevestiging van (de openbaring) die hiervoor was en een volledige uitleg van het Boek waar geen twijfel in is van de Heer van de wereldwezens.
-
أَمْ يَقُولُونَ ٱفْتَرَىٰهُ ۖ قُلْ فَأْتُوا۟ بِسُورَةٍ مِّثْلِهِۦ وَٱدْعُوا۟ مَنِ ٱسْتَطَعْتُم مِّن دُونِ ٱللَّهِ إِن كُنتُمْ صَـٰدِقِينَ٣٨
Am yaqooloona iftarahu qul fatoo bisooratin mithlihi waodʿoo mani istataʿtum min dooni Allahi in kuntum sadiqeena
Of zeggen zij: “Hij (de Profeet mohammed vrede zij met hem) heeft het verzonnen (de Koran)?” Zeg: “Breng dan een soerah gelijk aan het, en roep iedereen die jullie kunnen, naast Allah, als jullie waarachtig zijn!”
-
بَلْ كَذَّبُوا۟ بِمَا لَمْ يُحِيطُوا۟ بِعِلْمِهِۦ وَلَمَّا يَأْتِهِمْ تَأْوِيلُهُۥ ۚ كَذَٰلِكَ كَذَّبَ ٱلَّذِينَ مِن قَبْلِهِمْ ۖ فَٱنظُرْ كَيْفَ كَانَ عَـٰقِبَةُ ٱلظَّـٰلِمِينَ٣٩
Bal kaththaboo bima lam yuheetoo biʿilmihi walamma yatihim taweeluhu kathalika kaththaba allatheena min qablihim faonthur kayfa kana ʿaqibatu alththalimeena
Welzeker! zij ontkennen1 de kennis die zij niet kunnen omvatten en waarvan er geen interpretatie (wat overeen kwam met hun lusten) tot hen is gekomen. Dus degenen vóór hen ontkenden. Zie dan wat het einde van de onrechtvaardigen is.
Voetnoten
[1]Doordat zij zich niet volledig willen overgeven aan de wil van Allah. -
وَمِنْهُم مَّن يُؤْمِنُ بِهِۦ وَمِنْهُم مَّن لَّا يُؤْمِنُ بِهِۦ ۚ وَرَبُّكَ أَعْلَمُ بِٱلْمُفْسِدِينَ٤٠
Waminhum man yuminu bihi waminhum man la yuminu bihi warabbuka aʿlamu bialmufsideena
En van hen zijn er sommigen die daarin geloven en sommigen die daar niet in geloven en jullie Heer is goed op de hoogte van de verderfzaaiers.
-
وَإِن كَذَّبُوكَ فَقُل لِّى عَمَلِى وَلَكُمْ عَمَلُكُمْ ۖ أَنتُم بَرِيٓـُٔونَ مِمَّآ أَعْمَلُ وَأَنَا۠ بَرِىٓءٌ مِّمَّا تَعْمَلُونَ٤١
Wain kaththabooka faqul lee ʿamalee walakum ʿamalukum antum bareeoona mimma aʿmalu waana bareeon mimma taʿmaloona
En als zij jou (de Profeet mohammed vrede zij met hem) verloochenen, zeg dan: “Voor mij zijn mijn daden en voor jullie zijn jullie daden! Jullie zijn niet verantwoordelijk voor wat ik doe en ik ben niet verantwoordelijk voor wat jullie doen!”
-
وَمِنْهُم مَّن يَسْتَمِعُونَ إِلَيْكَ ۚ أَفَأَنتَ تُسْمِعُ ٱلصُّمَّ وَلَوْ كَانُوا۟ لَا يَعْقِلُونَ٤٢
Waminhum man yastamiʿoona ilayka afaanta tusmiʿu alssumma walaw kanoo la yaʿqiloona
En onder hen zijn er die naar jou (de Profeet mohammed vrede zij met hem) luisteren, maar kan jij doven horend maken, zelfs als zij het niet zien1.
Voetnoten
[1]doordat hun harten blind zijn, zijn ook hun ogen blind voor de waarheid, vandaar dat de moslim moet leren hoe hij zijn hart kan reinigen. -
وَمِنْهُم مَّن يَنظُرُ إِلَيْكَ ۚ أَفَأَنتَ تَهْدِى ٱلْعُمْىَ وَلَوْ كَانُوا۟ لَا يُبْصِرُونَ٤٣
Waminhum man yanthuru ilayka afaanta tahdee alʿumya walaw kanoo la yubsiroona
En onder hen zijn er die naar jouw (de Profeet Mohammed vrede zij met hem) kijken, maar kun jij de blinden leiden, zelfs als zij niet zien1.
Voetnoten
[1]dus wanneer de hart onrein is zal heel het lichaam onrein zijn en zeker niet op de waarheid afkomen. -
إِنَّ ٱللَّهَ لَا يَظْلِمُ ٱلنَّاسَ شَيْـًٔا وَلَـٰكِنَّ ٱلنَّاسَ أَنفُسَهُمْ يَظْلِمُونَ٤٤
Inna Allaha la yathlimu alnnasa shayan walakinna alnnasa anfusahum yathlimoona
Waarlijk! Allah doet de mensheid geen enkel onrecht aan, maar de mensheid doet zichzelf onrecht aan.
-
وَيَوْمَ يَحْشُرُهُمْ كَأَن لَّمْ يَلْبَثُوٓا۟ إِلَّا سَاعَةً مِّنَ ٱلنَّهَارِ يَتَعَارَفُونَ بَيْنَهُمْ ۚ قَدْ خَسِرَ ٱلَّذِينَ كَذَّبُوا۟ بِلِقَآءِ ٱللَّهِ وَمَا كَانُوا۟ مُهْتَدِينَ٤٥
Wayawma yahshuruhum kaan lam yalbathoo illa saʿatan mina alnnahari yataʿarafoona baynahum qad khasira allatheena kaththaboo biliqai Allahi wama kanoo muhtadeena
En op de Dag waarop Hij hen samen zal verzamelen (herrijzen), (zal het zijn) alsof zij slechts een uur van een dag (in het leven van deze wereld) zijn geweest Zij zullen elkaar herkennen. Geruïneerd zijn zij die de ontmoeting met Allah ontkenden en zij waren niet geleid.
-
وَإِمَّا نُرِيَنَّكَ بَعْضَ ٱلَّذِى نَعِدُهُمْ أَوْ نَتَوَفَّيَنَّكَ فَإِلَيْنَا مَرْجِعُهُمْ ثُمَّ ٱللَّهُ شَهِيدٌ عَلَىٰ مَا يَفْعَلُونَ٤٦
Waimma nuriyannaka baʿda allathee naʿiduhum aw natawaffayannaka failayna marjiʿuhum thumma Allahu shaheedun ʿala ma yafʿaloona
Toen Wij jou een deel van datgene dat wij aan hen beloofd hadden laten zien, - of Wij lieten jou sterven – (in beiden gevallen) is er tot Ons de terugkeer, en vervolgens is Allah de getuige over wat zij doen.
-
وَلِكُلِّ أُمَّةٍ رَّسُولٌ ۖ فَإِذَا جَآءَ رَسُولُهُمْ قُضِىَ بَيْنَهُم بِٱلْقِسْطِ وَهُمْ لَا يُظْلَمُونَ٤٧
Walikulli ommatin rasoolun faitha jaa rasooluhum qudiya baynahum bialqisti wahum la yuthlamoona
En voor iedere gemeenschap is er een boodschapper; als hun boodschapper komt, zal de zaak tussen hen met rechtvaardigheid beoordeeld worden, en zij zullen niet onrechtvaardig behandeld worden.
-
وَيَقُولُونَ مَتَىٰ هَـٰذَا ٱلْوَعْدُ إِن كُنتُمْ صَـٰدِقِينَ٤٨
Wayaqooloona mata hatha alwaʿdu in kuntum sadiqeena
En zij zeggen: “Wanneer zal deze belofte zijn, - als je de waarheid spreekt?”
-
قُل لَّآ أَمْلِكُ لِنَفْسِى ضَرًّا وَلَا نَفْعًا إِلَّا مَا شَآءَ ٱللَّهُ ۗ لِكُلِّ أُمَّةٍ أَجَلٌ ۚ إِذَا جَآءَ أَجَلُهُمْ فَلَا يَسْتَـْٔخِرُونَ سَاعَةً ۖ وَلَا يَسْتَقْدِمُونَ٤٩
Qul la amliku linafsee darran wala nafʿan illa ma shaa Allahu likulli ommatin ajalun itha jaa ajaluhum fala yastakhiroona saʿatan wala yastaqdimoona
Zeg: “Ik heb geen macht over wat voor schade of voordeel er voor mijzelf is behalve wat Allah wil. Voor elke gemeenschap is er een vastgestelde termijn; als die termijn bereikt is, kan geen uur het vertragen, nog een uur kan het bespoedigen.”
-
قُلْ أَرَءَيْتُمْ إِنْ أَتَىٰكُمْ عَذَابُهُۥ بَيَـٰتًا أَوْ نَهَارًا مَّاذَا يَسْتَعْجِلُ مِنْهُ ٱلْمُجْرِمُونَ٥٠
Qul araaytum in atakum ʿathabuhu bayatan aw naharan matha yastaʿjilu minhu almujrimoona
Zeg: “Vertel mij – als Zijn bestraffing jullie bij nacht of de dag zal treffen – welk deel zullen daarvan misdadigers bespoedigen?”
-
أَثُمَّ إِذَا مَا وَقَعَ ءَامَنتُم بِهِۦٓ ۚ ءَآلْـَٔـٰنَ وَقَدْ كُنتُم بِهِۦ تَسْتَعْجِلُونَ٥١
Athumma itha ma waqaʿa amantum bihi alana waqad kuntum bihi tastaʿjiloona
Is het dan zo als het werkelijk gebeurd is, jullie daarin zullen geloven? (er zal tegen hen gezegd worden) Nu pas geloven jullie? En (vroeger) bespoedigden jullie het!”
-
ثُمَّ قِيلَ لِلَّذِينَ ظَلَمُوا۟ ذُوقُوا۟ عَذَابَ ٱلْخُلْدِ هَلْ تُجْزَوْنَ إِلَّا بِمَا كُنتُمْ تَكْسِبُونَ٥٢
Thumma qeela lillatheena thalamoo thooqoo ʿathaba alkhuldi hal tujzawna illa bima kuntum taksiboona
Dan zal tegen degenen die zichzelf onrecht hebben aangedaan, gezegd worden: “Proef de eeuwige bestraffing! Zijn jullie vergolden voor datgene wat jullie verworven? ”
-
۞ وَيَسْتَنۢبِـُٔونَكَ أَحَقٌّ هُوَ ۖ قُلْ إِى وَرَبِّىٓ إِنَّهُۥ لَحَقٌّ ۖ وَمَآ أَنتُم بِمُعْجِزِينَ٥٣
Wayastanbioonaka ahaqqun huwa qul ee warabbee innahu lahaqqun wama antum bimuʿjizeena
En zij vragen jou om hen in te lichten: “Is het waar (de straf na de dood)?” Zeg: “Jazeker! Bij mijn Heer! Het is de waarheid en jullie kunnen daarvan niet ontsnappen!”
-
وَلَوْ أَنَّ لِكُلِّ نَفْسٍ ظَلَمَتْ مَا فِى ٱلْأَرْضِ لَٱفْتَدَتْ بِهِۦ ۗ وَأَسَرُّوا۟ ٱلنَّدَامَةَ لَمَّا رَأَوُا۟ ٱلْعَذَابَ ۖ وَقُضِىَ بَيْنَهُم بِٱلْقِسْطِ ۚ وَهُمْ لَا يُظْلَمُونَ٥٤
Walaw anna likulli nafsin thalamat ma fee alardi laiftadat bihi waasarroo alnnadamata lamma raawoo alʿathaba waqudiya baynahum bialqisti wahum la yuthlamoona
En als ieder persoon die onrecht heeft gedaan de hele aarde bezit en een losprijs voor zichzelf zocht, en zij zullen in hun harten spijt voelen als zij de bestraffing zien, en zij zullen rechtvaardig beoordeeld worden en hen zal geen onrecht aangedaan worden.
-
أَلَآ إِنَّ لِلَّهِ مَا فِى ٱلسَّمَـٰوَٰتِ وَٱلْأَرْضِ ۗ أَلَآ إِنَّ وَعْدَ ٱللَّهِ حَقٌّ وَلَـٰكِنَّ أَكْثَرَهُمْ لَا يَعْلَمُونَ٥٥
Ala inna lillahi ma fee alssamawati waalardi ala inna waʿda Allahi haqqun walakinna aktharahum la yaʿlamoona
Geen twijfel, zeker, alles wat in de hemelen en op aarde is behoort aan Allah. Geen twijfel, zeker Allahs belofte is waar. Maar de meesten van hen weten het niet.
-
هُوَ يُحْىِۦ وَيُمِيتُ وَإِلَيْهِ تُرْجَعُونَ٥٦
Huwa yuhyee wayumeetu wailayhi turjaʿoona
Hij is het Die doet leven en sterven , en tot Hem zullen jullie (allen) terugkeren.
-
يَـٰٓأَيُّهَا ٱلنَّاسُ قَدْ جَآءَتْكُم مَّوْعِظَةٌ مِّن رَّبِّكُمْ وَشِفَآءٌ لِّمَا فِى ٱلصُّدُورِ وَهُدًى وَرَحْمَةٌ لِّلْمُؤْمِنِينَ٥٧
Ya ayyuha alnnasu qad jaatkum mawʿithatun min rabbikum washifaon lima fee alssudoori wahudan warahmatun lilmumineena
O mensheid! Er is tot jullie een vermaning gekomen van jullie Heer (de Koran) waar in zich genezing bevindt voor (de ziektes van jullie hart en ook lichaam, Roeqia heet dat) in jullie borsten – een leiding (tegen de dwaling) en een genade voor de gelovigen.
-
قُلْ بِفَضْلِ ٱللَّهِ وَبِرَحْمَتِهِۦ فَبِذَٰلِكَ فَلْيَفْرَحُوا۟ هُوَ خَيْرٌ مِّمَّا يَجْمَعُونَ٥٨
Qul bifadli Allahi wabirahmatihi fabithalika falyafrahoo huwa khayrun mimma yajmaʿoona
Zeg: “Met de gunst van Allah en in Zijn genade; laat hen daarin verheugen.” Dat is beter dan de weelde die zij verzamelen.
-
قُلْ أَرَءَيْتُم مَّآ أَنزَلَ ٱللَّهُ لَكُم مِّن رِّزْقٍ فَجَعَلْتُم مِّنْهُ حَرَامًا وَحَلَـٰلًا قُلْ ءَآللَّهُ أَذِنَ لَكُمْ ۖ أَمْ عَلَى ٱللَّهِ تَفْتَرُونَ٥٩
Qul araaytum ma anzala Allahu lakum min rizqin fajaʿaltum minhu haraman wahalalan qul allahu athina lakum am ʿala Allahi taftaroona
Zeg: “Vertel mij wat voor voorzieningen Allah voor jullie naar beneden heeft gestuurd. Waarvan jullie deels wettig of onwettig hebben gemaakt.” Zeg: “Heeft Allah jullie toegestaan (dat te doen) of bedenk jullie een leugen over Allah?”
-
وَمَا ظَنُّ ٱلَّذِينَ يَفْتَرُونَ عَلَى ٱللَّهِ ٱلْكَذِبَ يَوْمَ ٱلْقِيَـٰمَةِ ۗ إِنَّ ٱللَّهَ لَذُو فَضْلٍ عَلَى ٱلنَّاسِ وَلَـٰكِنَّ أَكْثَرَهُمْ لَا يَشْكُرُونَ٦٠
Wama thannu allatheena yaftaroona ʿala Allahi alkathiba yawma alqiyamati inna Allaha lathoo fadlin ʿala alnnasi walakinna aktharahum la yashkuroona
En wat denken degenen die leugens over Allah bedenken op de Dag der Opstanding. Waarlijk, Allah is de bezitter van de gunsten voor de mensheid, maar de meesten van hen zijn ondankbaar.
-
وَمَا تَكُونُ فِى شَأْنٍ وَمَا تَتْلُوا۟ مِنْهُ مِن قُرْءَانٍ وَلَا تَعْمَلُونَ مِنْ عَمَلٍ إِلَّا كُنَّا عَلَيْكُمْ شُهُودًا إِذْ تُفِيضُونَ فِيهِ ۚ وَمَا يَعْزُبُ عَن رَّبِّكَ مِن مِّثْقَالِ ذَرَّةٍ فِى ٱلْأَرْضِ وَلَا فِى ٱلسَّمَآءِ وَلَآ أَصْغَرَ مِن ذَٰلِكَ وَلَآ أَكْبَرَ إِلَّا فِى كِتَـٰبٍ مُّبِينٍ٦١
Wama takoonu fee shanin wama tatloo minhu min quranin wala taʿmaloona min ʿamalin illa kunna ʿalaykum shuhoodan ith tufeedoona feehi wama yaʿzubu ʿan rabbika min mithqali tharratin fee alardi wala fee alssamai wala asghara min thalika wala akbara illa fee kitabin mubeenun
Wat jij ook doet, en welk gedeelte van de Koran jij ook reciteert – en wat jij ook doet, Wij zijn daarvan getuigen, als jullie dat doen. En niets, ter grootte van het gewicht van een atoom (of een kleine mier) is voor jouw Heer op de aarde of in de hemel verborgen. Noch wat groter of kleiner dan dat is, of er is een duidelijk boek geschreven.
-
أَلَآ إِنَّ أَوْلِيَآءَ ٱللَّهِ لَا خَوْفٌ عَلَيْهِمْ وَلَا هُمْ يَحْزَنُونَ٦٢
Ala inna awliyaa Allahi la khawfun ʿalayhim wala hum yahzanoona
Geen twijfel! Waarlijk, de helpers (awliah in het Arabisch) van Allah zullen geen vrees hebben noch zullen zij bedroefd zijn.
-
ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ وَكَانُوا۟ يَتَّقُونَ٦٣
Allatheena amanoo wakanoo yattaqoona
Degenen die geloven en Allah veel vrezen en zich van slechte daden en zonden afzijdig houden door goede daden te verrichten,
-
لَهُمُ ٱلْبُشْرَىٰ فِى ٱلْحَيَوٰةِ ٱلدُّنْيَا وَفِى ٱلْـَٔاخِرَةِ ۚ لَا تَبْدِيلَ لِكَلِمَـٰتِ ٱللَّهِ ۚ ذَٰلِكَ هُوَ ٱلْفَوْزُ ٱلْعَظِيمُ٦٤
Lahumu albushra fee alhayati alddunya wafee alakhirati la tabdeela likalimati Allahi thalika huwa alfawzu alʿatheemu
Voor hen is er goed nieuws, in het leven van de huidige wereld en het hiernamaals. Geen verandering kan er in het woord van Allah zijn, dit is zeker een overweldigend succes.
-
وَلَا يَحْزُنكَ قَوْلُهُمْ ۘ إِنَّ ٱلْعِزَّةَ لِلَّهِ جَمِيعًا ۚ هُوَ ٱلسَّمِيعُ ٱلْعَلِيمُ٦٥
Wala yahzunka qawluhum inna alʿizzata lillahi jameeʿan huwa alssameeʿu alʿaleemu
En laat hun (de mensen van haat tegen de waarheid) woorden je niet bedroeven, want alle macht en eer behoort aan Allah. Hij is Alhorend, Alwetend.
-
أَلَآ إِنَّ لِلَّهِ مَن فِى ٱلسَّمَـٰوَٰتِ وَمَن فِى ٱلْأَرْضِ ۗ وَمَا يَتَّبِعُ ٱلَّذِينَ يَدْعُونَ مِن دُونِ ٱللَّهِ شُرَكَآءَ ۚ إِن يَتَّبِعُونَ إِلَّا ٱلظَّنَّ وَإِنْ هُمْ إِلَّا يَخْرُصُونَ٦٦
Ala inna lillahi man fee alssamawati waman fee alardi wama yattabiʿu allatheena yadʿoona min dooni Allahi shurakaa in yattabiʿoona illa alththanna wain hum illa yakhrusoona
Geen twijfel! Waarlijk aan Allah behoort wat in de hemelen en wat op aarde is. En degenen die deelgenoten naast Allah aanroepen en vereren volgen eigenlijk niet de deelgenoten, zij volgen slechts een gissing en verzinnen leugens.
-
هُوَ ٱلَّذِى جَعَلَ لَكُمُ ٱلَّيْلَ لِتَسْكُنُوا۟ فِيهِ وَٱلنَّهَارَ مُبْصِرًا ۚ إِنَّ فِى ذَٰلِكَ لَـَٔايَـٰتٍ لِّقَوْمٍ يَسْمَعُونَ٦٧
Huwa allathee jaʿala lakumu allayla litaskunoo feehi waalnnahara mubsiran inna fee thalika laayatin liqawmin yasmaʿoona
Hij is het Die voor jullie de nacht heeft aangewezen zodat jullie daarin kunnen rusten en de dag om zaken zichtbaar te maken. Waarlijk hierin zijn tekenen voor een volk dat luistert.
-
قَالُوا۟ ٱتَّخَذَ ٱللَّهُ وَلَدًا ۗ سُبْحَـٰنَهُۥ ۖ هُوَ ٱلْغَنِىُّ ۖ لَهُۥ مَا فِى ٱلسَّمَـٰوَٰتِ وَمَا فِى ٱلْأَرْضِ ۚ إِنْ عِندَكُم مِّن سُلْطَـٰنٍۭ بِهَـٰذَآ ۚ أَتَقُولُونَ عَلَى ٱللَّهِ مَا لَا تَعْلَمُونَ٦٨
Qaloo ittakhatha Allahu waladan subhanahu huwa alghaniyyu lahu ma fee alssamawati wama fee alardi in ʿindakum min sultanin bihatha ataqooloona ʿala Allahi ma la taʿlamoona
Zij zeggen: “Allah heeft een zoon gekregen.” Verheerlijkt zij Hij boven wat jullie liegen. Hij is de rijke (Hij heeft niks nodig terwijl alles hem zo hard nodig heeft). Aan Hem behoort alles wat in de hemelen is en wat op aarde is. Geen bewijs hebben jullie hiervoor. Zeggen jullie over Allah dingen waar jullie geen kennis over hebben?
-
قُلْ إِنَّ ٱلَّذِينَ يَفْتَرُونَ عَلَى ٱللَّهِ ٱلْكَذِبَ لَا يُفْلِحُونَ٦٩
Qul inna allatheena yaftaroona ʿala Allahi alkathiba la yuflihoona
Zeg: “Waarlijk: “Wie een leugen over Allah verzint zal nooit succes hebben.”
-
مَتَـٰعٌ فِى ٱلدُّنْيَا ثُمَّ إِلَيْنَا مَرْجِعُهُمْ ثُمَّ نُذِيقُهُمُ ٱلْعَذَابَ ٱلشَّدِيدَ بِمَا كَانُوا۟ يَكْفُرُونَ٧٠
Mataʿun fee alddunya thumma ilayna marjiʿuhum thumma nutheequhumu alʿathaba alshshadeeda bima kanoo yakfuroona
Een kort vermaak in deze wereld! – En dan zullen zij tot Ons terugkeren, dan zullen Wij hen de strengste bestraffing laten proeven want zij waren ongelovig.
-
۞ وَٱتْلُ عَلَيْهِمْ نَبَأَ نُوحٍ إِذْ قَالَ لِقَوْمِهِۦ يَـٰقَوْمِ إِن كَانَ كَبُرَ عَلَيْكُم مَّقَامِى وَتَذْكِيرِى بِـَٔايَـٰتِ ٱللَّهِ فَعَلَى ٱللَّهِ تَوَكَّلْتُ فَأَجْمِعُوٓا۟ أَمْرَكُمْ وَشُرَكَآءَكُمْ ثُمَّ لَا يَكُنْ أَمْرُكُمْ عَلَيْكُمْ غُمَّةً ثُمَّ ٱقْضُوٓا۟ إِلَىَّ وَلَا تُنظِرُونِ٧١
Waotlu ʿalayhim nabaa noohin ith qala liqawmihi ya qawmi in kana kabura ʿalaykum maqamee watathkeeree biayati Allahi faʿala Allahi tawakkaltu faajmiʿoo amrakum washurakaakum thumma la yakun amrukum ʿalaykum ghummatan thumma iqdoo ilayya wala tunthirooni
En reciteer voor hen het nieuws van Noeh, toen hij tot zijn volk zei:” O mijn volk, als mijn verblijf en mijn herinnering van de tekenen van Allah moeilijk voor jullie is, dan leg ik mijn vertrouwen in Allah. En jullie je plannen beraadslagen, jullie en jullie deelgenoten, en laat jullie plan niet een twijfel voor jullie zijn. Geef mij dan mijn straf en geef mij geen uitstel.
-
فَإِن تَوَلَّيْتُمْ فَمَا سَأَلْتُكُم مِّنْ أَجْرٍ ۖ إِنْ أَجْرِىَ إِلَّا عَلَى ٱللَّهِ ۖ وَأُمِرْتُ أَنْ أَكُونَ مِنَ ٱلْمُسْلِمِينَ٧٢
Fain tawallaytum fama saaltukum min ajrin in ajriya illa ʿala Allahi waomirtu an akoona mina almuslimeena
Maar als jullie je afkeren dan vraag ik van jullie geen beloning, mijn beloning is slechts van Allah, en mij is bevolen om één van de moslims te zijn.”
-
فَكَذَّبُوهُ فَنَجَّيْنَـٰهُ وَمَن مَّعَهُۥ فِى ٱلْفُلْكِ وَجَعَلْنَـٰهُمْ خَلَـٰٓئِفَ وَأَغْرَقْنَا ٱلَّذِينَ كَذَّبُوا۟ بِـَٔايَـٰتِنَا ۖ فَٱنظُرْ كَيْفَ كَانَ عَـٰقِبَةُ ٱلْمُنذَرِينَ٧٣
Fakaththaboohu fanajjaynahu waman maʿahu fee alfulki wajaʿalnahum khalaifa waaghraqna allatheena kaththaboo biayatina faonthur kayfa kana ʿaqibatu almunthareena
Zij verloochenden hem, maar Wij leverden hem en degenen met hem met een schip af, en lieten generaties elkaar opvolgen, terwijl Wij degenen die Onze tekenen ontkenden, verdronken. Zie dan wat het einde was van degenen die gewaarschuwd waren.
-
ثُمَّ بَعَثْنَا مِنۢ بَعْدِهِۦ رُسُلًا إِلَىٰ قَوْمِهِمْ فَجَآءُوهُم بِٱلْبَيِّنَـٰتِ فَمَا كَانُوا۟ لِيُؤْمِنُوا۟ بِمَا كَذَّبُوا۟ بِهِۦ مِن قَبْلُ ۚ كَذَٰلِكَ نَطْبَعُ عَلَىٰ قُلُوبِ ٱلْمُعْتَدِينَ٧٤
Thumma baʿathna min baʿdihi rusulan ila qawmihim fajaoohum bialbayyinati fama kanoo liyuminoo bima kaththaboo bihi min qablu kathalika natbaʿu ʿala quloobi almuʿtadeena
Na hem stuurden Wij toen Boodschappers naar hun volk, zij brachten duidelijke bewijzen, maar zij wilden niet geloven wat zij bij voorhand al verworpen hadden. Dus zegelden Wij de harten van de overtreders.
-
ثُمَّ بَعَثْنَا مِنۢ بَعْدِهِم مُّوسَىٰ وَهَـٰرُونَ إِلَىٰ فِرْعَوْنَ وَمَلَإِي۟هِۦ بِـَٔايَـٰتِنَا فَٱسْتَكْبَرُوا۟ وَكَانُوا۟ قَوْمًا مُّجْرِمِينَ٧٥
Thumma baʿathna min baʿdihim moosa waharoona ila firʿawna wamalaihi biayatina faistakbaroo wakanoo qawman mujrimeena
Hierna stuurden Wij met Onze tekenen Moesa en Haaroen naar de Farao en zijn notabelen. Maar zij gedroegen zich arrogant en waren een misdadig volk.
-
فَلَمَّا جَآءَهُمُ ٱلْحَقُّ مِنْ عِندِنَا قَالُوٓا۟ إِنَّ هَـٰذَا لَسِحْرٌ مُّبِينٌ٧٦
Falamma jaahumu alhaqqu min ʿindina qaloo inna hatha lasihrun mubeenun
Toen zij dus met de waarheid van Ons tot hen kwamen, zeiden zij: “Dit is zeker duidelijke toverij.”
-
قَالَ مُوسَىٰٓ أَتَقُولُونَ لِلْحَقِّ لَمَّا جَآءَكُمْ ۖ أَسِحْرٌ هَـٰذَا وَلَا يُفْلِحُ ٱلسَّـٰحِرُونَ٧٧
Qala moosa ataqooloona lilhaqqi lamma jaakum asihrun hatha wala yuflihu alssahiroona
Moesa zei: “Zeggen jullie (dit) over de waarheid die tot jullie is gekomen? Is dit toverij? Maar de tovenaars zullen nooit slagen.”
-
قَالُوٓا۟ أَجِئْتَنَا لِتَلْفِتَنَا عَمَّا وَجَدْنَا عَلَيْهِ ءَابَآءَنَا وَتَكُونَ لَكُمَا ٱلْكِبْرِيَآءُ فِى ٱلْأَرْضِ وَمَا نَحْنُ لَكُمَا بِمُؤْمِنِينَ٧٨
Qaloo ajitana litalfitana ʿamma wajadna ʿalayhi abaana watakoona lakuma alkibriyao fee alardi wama nahnu lakuma bimumineena
Zij zeiden: “Ben je tot ons gekomen om ons van het geloof van onze voorvaderen te laten afkeren – en dat jullie twee grootsheid in dit land hebben? Wij zullen jullie twee niet geloven!”
-
وَقَالَ فِرْعَوْنُ ٱئْتُونِى بِكُلِّ سَـٰحِرٍ عَلِيمٍ٧٩
Waqala firʿawnu itoonee bikulli sahirin ʿaleemin
En Farao zei: “Breng mij iedere goedgetrainde tovenaar.”
-
فَلَمَّا جَآءَ ٱلسَّحَرَةُ قَالَ لَهُم مُّوسَىٰٓ أَلْقُوا۟ مَآ أَنتُم مُّلْقُونَ٨٠
Falamma jaa alssaharatu qala lahum moosa alqoo ma antum mulqoona
En toen de tovenaars kwamen, zei Moesa tegen hen: “Gooi neer wat jullie neer willen gooien!”
-
فَلَمَّآ أَلْقَوْا۟ قَالَ مُوسَىٰ مَا جِئْتُم بِهِ ٱلسِّحْرُ ۖ إِنَّ ٱللَّهَ سَيُبْطِلُهُۥٓ ۖ إِنَّ ٱللَّهَ لَا يُصْلِحُ عَمَلَ ٱلْمُفْسِدِينَ٨١
Falamma alqaw qala moosa ma jitum bihi alssihru inna Allaha sayubtiluhu inna Allaha la yuslihu ʿamala almufsideena
Toen zij het (hun staffen) neer gegooid hadden, zei Moesa: “Waar jullie mee gekomen zijn is toverij, Allah zal het zeker vernietigen. Waarlijk, Allah rechtvaardigt het werk van verderfzaaiers niet."
-
وَيُحِقُّ ٱللَّهُ ٱلْحَقَّ بِكَلِمَـٰتِهِۦ وَلَوْ كَرِهَ ٱلْمُجْرِمُونَ٨٢
Wayuhiqqu Allahu alhaqqa bikalimatihi walaw kariha almujrimoona
En Allah stelt de waarheid vast en maakt het duidelijk met Zijn woorden, hoe erg de misdadigers het ook haten.
-
فَمَآ ءَامَنَ لِمُوسَىٰٓ إِلَّا ذُرِّيَّةٌ مِّن قَوْمِهِۦ عَلَىٰ خَوْفٍ مِّن فِرْعَوْنَ وَمَلَإِي۟هِمْ أَن يَفْتِنَهُمْ ۚ وَإِنَّ فِرْعَوْنَ لَعَالٍ فِى ٱلْأَرْضِ وَإِنَّهُۥ لَمِنَ ٱلْمُسْرِفِينَ٨٣
Fama amana limoosa illa thurriyyatun min qawmihi ʿala khawfin min firʿawna wamalaihim an yaftinahum wainna firʿawna laʿalin fee alardi wainnahu lamina almusrifeena
Maar niemand geloofden Moesa behalve wat kinderen van zijn volk, vanwege de vrees voor de Farao en diens notabelen, dat zij hun zouden vervolgen; en werkelijk, de Farao was een arrogante tiran op aarde, hij behoorden zeker tot de onmatigenden.
-
وَقَالَ مُوسَىٰ يَـٰقَوْمِ إِن كُنتُمْ ءَامَنتُم بِٱللَّهِ فَعَلَيْهِ تَوَكَّلُوٓا۟ إِن كُنتُم مُّسْلِمِينَ٨٤
Waqala moosa ya qawmi in kuntum amantum biAllahi faʿalayhi tawakkaloo in kuntum muslimeena
En Moesa zei: “O mijn volk! Als jullie in Allah geloofd hebben, geef Hem dan jullie vertrouwen als jullie moslims zijn.”
-
فَقَالُوا۟ عَلَى ٱللَّهِ تَوَكَّلْنَا رَبَّنَا لَا تَجْعَلْنَا فِتْنَةً لِّلْقَوْمِ ٱلظَّـٰلِمِينَ٨٥
Faqaloo ʿala Allahi tawakkalna rabbana la tajʿalna fitnatan lilqawmi alththalimeena
Zij zeiden: “In Allah leggen wij ons vertrouwen. Onze Heer! Maak ons niet een beproeving voor een volk dat onrechtvaardig is.
-
وَنَجِّنَا بِرَحْمَتِكَ مِنَ ٱلْقَوْمِ ٱلْكَـٰفِرِينَ٨٦
Wanajjina birahmatika mina alqawmi alkafireena
En red ons door Uw genade van het ongelovige volk.”
-
وَأَوْحَيْنَآ إِلَىٰ مُوسَىٰ وَأَخِيهِ أَن تَبَوَّءَا لِقَوْمِكُمَا بِمِصْرَ بُيُوتًا وَٱجْعَلُوا۟ بُيُوتَكُمْ قِبْلَةً وَأَقِيمُوا۟ ٱلصَّلَوٰةَ ۗ وَبَشِّرِ ٱلْمُؤْمِنِينَ٨٧
Waawhayna ila moosa waakheehi an tabawwaa liqawmikuma bimisra buyootan waijʿaloo buyootakum qiblatan waaqeemoo alssalata wabashshiri almumineena
En Wij openbaarden aan Moesa en zijn broed (zeggende): “Neem huizen voor jullie mensen in Egypte en maak jullie huizen plaatsen van jullie aanbidding, en verricht het gebed perfect en geef het goede nieuws aan de gelovigen.”
-
وَقَالَ مُوسَىٰ رَبَّنَآ إِنَّكَ ءَاتَيْتَ فِرْعَوْنَ وَمَلَأَهُۥ زِينَةً وَأَمْوَٰلًا فِى ٱلْحَيَوٰةِ ٱلدُّنْيَا رَبَّنَا لِيُضِلُّوا۟ عَن سَبِيلِكَ ۖ رَبَّنَا ٱطْمِسْ عَلَىٰٓ أَمْوَٰلِهِمْ وَٱشْدُدْ عَلَىٰ قُلُوبِهِمْ فَلَا يُؤْمِنُوا۟ حَتَّىٰ يَرَوُا۟ ٱلْعَذَابَ ٱلْأَلِيمَ٨٨
Waqala moosa rabbana innaka atayta firʿawna wamalaahu zeenatan waamwalan fee alhayati alddunya rabbana liyudilloo ʿan sabeelika rabbana itmis ʿala amwalihim waoshdud ʿala quloobihim fala yuminoo hatta yarawoo alʿathaba alaleema
En Moesa zei: “Onze Heer! U hebt zeker de Farao en zijn notabelen schitter en weelde van dit leven gegeven, En daarmee laten zij de mensen van Uw rechte pad dwalen. Onze Heer! Vernietig hun weelde en verhard hun harten, Want zij zullen toch niet geloven pas tot zij een pijnlijke bestraffing zien.”
-
قَالَ قَدْ أُجِيبَت دَّعْوَتُكُمَا فَٱسْتَقِيمَا وَلَا تَتَّبِعَآنِّ سَبِيلَ ٱلَّذِينَ لَا يَعْلَمُونَ٨٩
Qala qad ojeebat daʿwatukuma faistaqeema wala tattabiʿanni sabeela allatheena la yaʿlamoona
Allah zei: “Waarlijk, het smeekgebed van jullie beiden is geaccepteerd. Blijf jullie beiden dus op het rechte pad en volg niet het pad van degenen die niet weten1.
Voetnoten
[1]Moesa en Haroen smeekten jaren lang vol in vertrouwen zonder ongeduldig te zijn over de acceptatie van hun smeekbede, dat zouden wij ook moeten doen. -
۞ وَجَـٰوَزْنَا بِبَنِىٓ إِسْرَٰٓءِيلَ ٱلْبَحْرَ فَأَتْبَعَهُمْ فِرْعَوْنُ وَجُنُودُهُۥ بَغْيًا وَعَدْوًا ۖ حَتَّىٰٓ إِذَآ أَدْرَكَهُ ٱلْغَرَقُ قَالَ ءَامَنتُ أَنَّهُۥ لَآ إِلَـٰهَ إِلَّا ٱلَّذِىٓ ءَامَنَتْ بِهِۦ بَنُوٓا۟ إِسْرَٰٓءِيلَ وَأَنَا۠ مِنَ ٱلْمُسْلِمِينَ٩٠
Wajawazna bibanee israeela albahra faatbaʿahum firʿawnu wajunooduhu baghyan waʿadwan hatta itha adrakahu algharaqu qala amantu annahu la ilaha illa allathee amanat bihi banoo israeela waana mina almuslimeena
En Wij namen de Kinderen van Israël dwars door de zee en de Farao volgden met zijn leger in onderdrukking en vijandigheid, toen hij verdronk, zei hij: “Ik geloof dat niemand het recht heeft om aanbeden te worden behalve Hij, in Wie de Kinderen van Israël geloven en ik ben één van degenen die moslim.”
-
ءَآلْـَٔـٰنَ وَقَدْ عَصَيْتَ قَبْلُ وَكُنتَ مِنَ ٱلْمُفْسِدِينَ٩١
Alana waqad ʿasayta qablu wakunta mina almufsideena
Nu (geloof je pas) terwijl je eerder weigerde te geloven en je tot de verderfzaaiers behoorde.
-
فَٱلْيَوْمَ نُنَجِّيكَ بِبَدَنِكَ لِتَكُونَ لِمَنْ خَلْفَكَ ءَايَةً ۚ وَإِنَّ كَثِيرًا مِّنَ ٱلنَّاسِ عَنْ ءَايَـٰتِنَا لَغَـٰفِلُونَ٩٢
Faalyawma nunajjeeka bibadanika litakoona liman khalfaka ayatan wainna katheeran mina alnnasi ʿan ayatina laghafiloona
Deze dag zullen Wij dus je (dode) lichaam (uit de zee) brengen dat je een teken moge zijn voor degenen die na jou komen! En waarlijk, velen van de mensheid zijn achteloos voor Onze tekenen.
-
وَلَقَدْ بَوَّأْنَا بَنِىٓ إِسْرَٰٓءِيلَ مُبَوَّأَ صِدْقٍ وَرَزَقْنَـٰهُم مِّنَ ٱلطَّيِّبَـٰتِ فَمَا ٱخْتَلَفُوا۟ حَتَّىٰ جَآءَهُمُ ٱلْعِلْمُ ۚ إِنَّ رَبَّكَ يَقْضِى بَيْنَهُمْ يَوْمَ ٱلْقِيَـٰمَةِ فِيمَا كَانُوا۟ فِيهِ يَخْتَلِفُونَ٩٣
Walaqad bawwana banee israeela mubawwaa sidqin warazaqnahum mina alttayyibati fama ikhtalafoo hatta jaahumu alʿilmu inna rabbaka yaqdee baynahum yawma alqiyamati feema kanoo feehi yakhtalifoona
En zeker hebben Wij de Kinderen van Israël een eerbare verblijfplaats gegeven en hen van goede zaken voorzien, en zij verschilden niet van mening tot de kennis tot hen kwam. Waarlijk, Allah zal tussen hen getuigen op de Dag der Opstanding in datgene waarvan zij van mening verschilden.
-
فَإِن كُنتَ فِى شَكٍّ مِّمَّآ أَنزَلْنَآ إِلَيْكَ فَسْـَٔلِ ٱلَّذِينَ يَقْرَءُونَ ٱلْكِتَـٰبَ مِن قَبْلِكَ ۚ لَقَدْ جَآءَكَ ٱلْحَقُّ مِن رَّبِّكَ فَلَا تَكُونَنَّ مِنَ ٱلْمُمْتَرِينَ٩٤
Fain kunta fee shakkin mimma anzalnna ilayka faisali allatheena yaqraoona alkitaba min qablika laqad jaaka alhaqqu min rabbika fala takoonanna mina almumtareena
Als jij twijfelt over wat Wij aan jou geopenbaard hebben vraag dan degenen die het Boek lezen voor jou. Waarlijk, de Waarheid is tot jou gekomen van jouw Heer. Wees dus niet iemand die twijfelt.
-
وَلَا تَكُونَنَّ مِنَ ٱلَّذِينَ كَذَّبُوا۟ بِـَٔايَـٰتِ ٱللَّهِ فَتَكُونَ مِنَ ٱلْخَـٰسِرِينَ٩٥
Wala takoonanna mina allatheena kaththaboo biayati Allahi fatakoona mina alkhasireena
En behoor niet tot degenen die de tekenen van Allah weerleggen, want dan zullen jullie één van de verliezers zijn.
-
إِنَّ ٱلَّذِينَ حَقَّتْ عَلَيْهِمْ كَلِمَتُ رَبِّكَ لَا يُؤْمِنُونَ٩٦
Inna allatheena haqqat ʿalayhim kalimatu rabbika la yuminoona
Waarlijk! Degenen waarvoor het Woord van jouw Heer gerechtvaardigd is, zullen niet geloven.
-
وَلَوْ جَآءَتْهُمْ كُلُّ ءَايَةٍ حَتَّىٰ يَرَوُا۟ ٱلْعَذَابَ ٱلْأَلِيمَ٩٧
Walaw jaathum kullu ayatin hatta yarawoo alʿathaba alaleema
Zelfs als alle tekenen tot hen komen – tot zij een pijnlijke bestraffing zien.
-
فَلَوْلَا كَانَتْ قَرْيَةٌ ءَامَنَتْ فَنَفَعَهَآ إِيمَـٰنُهَآ إِلَّا قَوْمَ يُونُسَ لَمَّآ ءَامَنُوا۟ كَشَفْنَا عَنْهُمْ عَذَابَ ٱلْخِزْىِ فِى ٱلْحَيَوٰةِ ٱلدُّنْيَا وَمَتَّعْنَـٰهُمْ إِلَىٰ حِينٍ٩٨
Falawla kanat qaryatun amanat fanafaʿaha eemanuha illa qawma yoonusa lamma amanoo kashafna ʿanhum ʿathaba alkhizyi fee alhayati alddunya wamattaʿnahum ila heenin
Er was geen stad die geloofde en waarvan het geloof hen (op dat moment) van de bestraffing gered had. Behalve het volk van Yoenoes; toen zij geloofden, verwijderden Wij hen van de bestraffing van de vernedering in het leven van wereld, en stonden hen toe er een tijdje van te genieten.
-
وَلَوْ شَآءَ رَبُّكَ لَـَٔامَنَ مَن فِى ٱلْأَرْضِ كُلُّهُمْ جَمِيعًا ۚ أَفَأَنتَ تُكْرِهُ ٱلنَّاسَ حَتَّىٰ يَكُونُوا۟ مُؤْمِنِينَ٩٩
Walaw shaa rabbuka laamana man fee alardi kulluhum jameeʿan afaanta tukrihu alnnasa hatta yakoonoo mumineena
En als jullie Heer het gewild had, dan hadden allen op aarde geloofd. Zal jij dan de mensheid dwingen tot zij gelovig zijn?
-
وَمَا كَانَ لِنَفْسٍ أَن تُؤْمِنَ إِلَّا بِإِذْنِ ٱللَّهِ ۚ وَيَجْعَلُ ٱلرِّجْسَ عَلَى ٱلَّذِينَ لَا يَعْقِلُونَ١٠٠
Wama kana linafsin an tumina illa biithni Allahi wayajʿalu alrrijsa ʿala allatheena la yaʿqiloona
Het is niet aan iemand om te geloven, behalve met de toestemming van Allah, en Hij zal toorn plaatsen over degenen die achteloos zijn.
-
قُلِ ٱنظُرُوا۟ مَاذَا فِى ٱلسَّمَـٰوَٰتِ وَٱلْأَرْضِ ۚ وَمَا تُغْنِى ٱلْـَٔايَـٰتُ وَٱلنُّذُرُ عَن قَوْمٍ لَّا يُؤْمِنُونَ١٠١
Quli onthuroo matha fee alssamawati waalardi wama tughnee alayatu waalnnuthuru ʿan qawmin la yuminoona
Zeg: “Zie, wat er in de hemelen en op aarde is,” maar noch tekenen noch waarschuwers zijn degenen die niet geloven tot nut.
-
فَهَلْ يَنتَظِرُونَ إِلَّا مِثْلَ أَيَّامِ ٱلَّذِينَ خَلَوْا۟ مِن قَبْلِهِمْ ۚ قُلْ فَٱنتَظِرُوٓا۟ إِنِّى مَعَكُم مِّنَ ٱلْمُنتَظِرِينَ١٠٢
Fahal yantathiroona illa mithla ayyami allatheena khalaw min qablihim qul faintathiroo innee maʿakum mina almuntathireena
Wachten zij dan (op een ramp) ) zoals in de dagen van de mensen die voor hen heen zijn gegaan. Zeg: “Wachten jullie maar, ik ben ook onder degenen die wachten.”
-
ثُمَّ نُنَجِّى رُسُلَنَا وَٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ ۚ كَذَٰلِكَ حَقًّا عَلَيْنَا نُنجِ ٱلْمُؤْمِنِينَ١٠٣
Thumma nunajjee rusulana waallatheena amanoo kathalika haqqan ʿalayna nunjee almumineena
Vervolgens redden Wij Onze Boodschappers en degenen die geloven! Wij zijn verplicht om de gelovigen te redden (maar weet dat de redding laat kan komen dat is aan Allah hij is de Alwijze).
-
قُلْ يَـٰٓأَيُّهَا ٱلنَّاسُ إِن كُنتُمْ فِى شَكٍّ مِّن دِينِى فَلَآ أَعْبُدُ ٱلَّذِينَ تَعْبُدُونَ مِن دُونِ ٱللَّهِ وَلَـٰكِنْ أَعْبُدُ ٱللَّهَ ٱلَّذِى يَتَوَفَّىٰكُمْ ۖ وَأُمِرْتُ أَنْ أَكُونَ مِنَ ٱلْمُؤْمِنِينَ١٠٤
Qul ya ayyuha alnnasu in kuntum fee shakkin min deenee fala aʿbudu allatheena taʿbudoona min dooni Allahi walakin aʿbudu Allaha allathee yatawaffakum waomirtu an akoona mina almumineena
Zeg: “O, jij mensheid! Als je over mijn godsdienst twijfelt, (weet) dan (dat) ik nooit degenen naast Allah zal aanbidden die jullie aanbidden. Maar ik aanbid Allah die jullie dood veroorzaakt, en mij is bevolen om één van de gelovigen te zijn.”
-
وَأَنْ أَقِمْ وَجْهَكَ لِلدِّينِ حَنِيفًا وَلَا تَكُونَنَّ مِنَ ٱلْمُشْرِكِينَ١٠٥
Waan aqim wajhaka lilddeeni haneefan wala takoonanna mina almushrikeena
En: “Richt je gezicht geheel op de godsdienst als aanhanger van het zuivere geloof en wees nooit één van de afgodenaanbidders.”
-
وَلَا تَدْعُ مِن دُونِ ٱللَّهِ مَا لَا يَنفَعُكَ وَلَا يَضُرُّكَ ۖ فَإِن فَعَلْتَ فَإِنَّكَ إِذًا مِّنَ ٱلظَّـٰلِمِينَ١٠٦
Wala tadʿu min dooni Allahi ma la yanfaʿuka wala yadurruka fain faʿalta fainnaka ithan mina alththalimeena
En roep naast Allah niet iemand aan waar jullie geen baat bij hebben, noch jullie kan kwetsen, maar (in het geval) jullie dat doen, zullen jullie zeker tot de onrechtvaardigen behoren.
-
وَإِن يَمْسَسْكَ ٱللَّهُ بِضُرٍّ فَلَا كَاشِفَ لَهُۥٓ إِلَّا هُوَ ۖ وَإِن يُرِدْكَ بِخَيْرٍ فَلَا رَآدَّ لِفَضْلِهِۦ ۚ يُصِيبُ بِهِۦ مَن يَشَآءُ مِنْ عِبَادِهِۦ ۚ وَهُوَ ٱلْغَفُورُ ٱلرَّحِيمُ١٠٧
Wain yamsaska Allahu bidurrin fala kashifa lahu illa huwa wain yuridka bikhayrin fala radda lifadlihi yuseebu bihi man yashao min ʿibadihi wahuwa alghafooru alrraheemu
En als Allah je kwetst, dan kan niemand behalve Hij het verwijderen, en als Hij het goede met jullie voor heeft, dan is er niemand die Zijn gunsten die Hij aan de slaven die Hij wil laat welgevallen, kan verwijderen. Hij is de meest Genadevolle, de meest Barmhartige.
-
قُلْ يَـٰٓأَيُّهَا ٱلنَّاسُ قَدْ جَآءَكُمُ ٱلْحَقُّ مِن رَّبِّكُمْ ۖ فَمَنِ ٱهْتَدَىٰ فَإِنَّمَا يَهْتَدِى لِنَفْسِهِۦ ۖ وَمَن ضَلَّ فَإِنَّمَا يَضِلُّ عَلَيْهَا ۖ وَمَآ أَنَا۠ عَلَيْكُم بِوَكِيلٍ١٠٨
Qul ya ayyuha alnnasu qad jaakumu alhaqqu min rabbikum famani ihtada fainnama yahtadee linafsihi waman dalla fainnama yadillu ʿalayha wama ana ʿalaykum biwakeelin
Zeg: “O, jij mensheid! Nu de Waarheid tot jullie is gekomen van jullie Heer. Dus iedereen die leiding ontvangt, doet het goede voor zichzelf, en iedereen die dwaalt doet het voor zijn eigen verlies, en ik ben niet over jullie ingesteld als een voogd."
-
وَٱتَّبِعْ مَا يُوحَىٰٓ إِلَيْكَ وَٱصْبِرْ حَتَّىٰ يَحْكُمَ ٱللَّهُ ۚ وَهُوَ خَيْرُ ٱلْحَـٰكِمِينَ١٠٩
Waittabiʿ ma yooha ilayka waisbir hatta yahkuma Allahu wahuwa khayru alhakimeena
En volg de openbaring die jou gestuurd is en wees geduldig tot Allah zijn oordeel geeft. En Hij is de beste beoordelaars.
Veelgestelde vragen
Wat betekent de naam van soera Yunus?
Yunus betekent ‘Jona’.
In welke juz staat soera Yunus?
Soera Yunus staat in juz 11.
Hoeveel verzen heeft soera Yunus?
Soera Yunus telt 109 verzen.
Is soera Yunus Mekkaans of Medinaans?
Soera Yunus is een Mekkaanse soera.
Welk nummer heeft soera Yunus?
Yunus is de 10e soera van de Koran.
Bronnen
- Arabic text: Tanzil Quran Text (Uthmani) (Tanzil Project, CC BY 3.0), reproduced without changes.
- Translation: Dutch Islamic Center, from QuranEnc.com, version 2.0.10, reproduced without changes.
- Transliteration: Tanzil.net English transliteration.
- Recitation: Mishary Rashid Alafasy, via QuranicAudio.com and EveryAyah.com.
- Word by word: recordings and meanings from Quran.com (Quran Foundation), played when you tap a word.
- Madinah and IndoPak fonts (Settings): the text in those scripts and their fonts come from the Quran Foundation (Quran.com); the Madinah font is the King Fahd Glorious Quran Printing Complex's Uthmanic Hafs font.
Found a mistake? Report a mistake and we will check it against the source.