سورة الأنفال

Soera Al-Anfal in het Nederlands

De oorlogsbuit

Mushaf

Mishary Rashid AlafasyMP3 downloadenPDF downloaden

Soera Al-Anfal (الأنفال) is de 8e soera van de Koran en telt 75 verzen. De naam betekent ‘De oorlogsbuit’. Het is een Medinaanse soera, geopenbaard in Medina na de Hidjra, en ze strekt zich uit over juz 9 en 10.

Op deze pagina lees je soera Al-Anfal volledig in het Arabisch, vers voor vers met de Nederlandse vertaling van het Dutch Islamic Center en de transliteratie, en kun je naar de recitatie luisteren.

Soera Al-Anfal volledig: Arabisch, Nederlandse vertaling en transliteratie

بِسْمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحْمَـٰنِ ٱلرَّحِيمِ

  1. يَسْـَٔلُونَكَ عَنِ ٱلْأَنفَالِ ۖ قُلِ ٱلْأَنفَالُ لِلَّهِ وَٱلرَّسُولِ ۖ فَٱتَّقُوا۟ ٱللَّهَ وَأَصْلِحُوا۟ ذَاتَ بَيْنِكُمْ ۖ وَأَطِيعُوا۟ ٱللَّهَ وَرَسُولَهُۥٓ إِن كُنتُم مُّؤْمِنِينَ۝١

    Yasaloonaka ʿani alanfali quli alanfalu lillahi waalrrasooli faittaqoo Allaha waaslihoo thata baynikum waateeʿoo Allaha warasoolahu in kuntum mumineena

    Zij vragen jou over de oorlogsbuit. Zeg: “De oorlogsbuit is voor Allah en Zijn boodschapper.” Vrees Allah dus en schik alle geschillen tussen jullie en gehoorzaam Allah en Zijn boodschapper, als jullie gelovigen zijn.

  2. إِنَّمَا ٱلْمُؤْمِنُونَ ٱلَّذِينَ إِذَا ذُكِرَ ٱللَّهُ وَجِلَتْ قُلُوبُهُمْ وَإِذَا تُلِيَتْ عَلَيْهِمْ ءَايَـٰتُهُۥ زَادَتْهُمْ إِيمَـٰنًا وَعَلَىٰ رَبِّهِمْ يَتَوَكَّلُونَ۝٢

    Innama almuminoona allatheena itha thukira Allahu wajilat quloobuhum waitha tuliyat ʿalayhim ayatuhu zadathum eemanan waʿala rabbihim yatawakkaloona

    De gelovigen zijn slechts degenen die, als Allah genoemd wordt, vrees voelen in hun hart en als Zijn verzen voor hen gereciteerd worden laten zij hun geloof toenemen; en zij leggen hun vertrouwen in hun Heer;

  3. ٱلَّذِينَ يُقِيمُونَ ٱلصَّلَوٰةَ وَمِمَّا رَزَقْنَـٰهُمْ يُنفِقُونَ۝٣

    Allatheena yuqeemoona alssalata wamimma razaqnahum yunfiqoona

    Degene die het gebed perfect verricht en uitgeeft van wat Wij hen voorzien hebben.

  4. أُو۟لَـٰٓئِكَ هُمُ ٱلْمُؤْمِنُونَ حَقًّا ۚ لَّهُمْ دَرَجَـٰتٌ عِندَ رَبِّهِمْ وَمَغْفِرَةٌ وَرِزْقٌ كَرِيمٌ۝٤

    Olaika humu almuminoona haqqan lahum darajatun ʿinda rabbihim wamaghfiratun warizqun kareemun

    Zij zijn het die gelovigen in de waarheid zijn. Voor hen zijn er niveaus van waardigheid bij hen Heer en vergeving en een geweldige voorziening.

  5. كَمَآ أَخْرَجَكَ رَبُّكَ مِنۢ بَيْتِكَ بِٱلْحَقِّ وَإِنَّ فَرِيقًا مِّنَ ٱلْمُؤْمِنِينَ لَكَـٰرِهُونَ۝٥

    Kama akhrajaka rabbuka min baytika bialhaqqi wainna fareeqan mina almumineena lakarihoona

    Zoals jouw Heer ervoor zorgde dat jij je huis met de waarheid verliet en waarlijk, een deel van de gelovigen heeft daar afkeer van;

  6. يُجَـٰدِلُونَكَ فِى ٱلْحَقِّ بَعْدَ مَا تَبَيَّنَ كَأَنَّمَا يُسَاقُونَ إِلَى ٱلْمَوْتِ وَهُمْ يَنظُرُونَ۝٦

    Yujadiloonaka fee alhaqqi baʿdama tabayyana kaannama yusaqoona ila almawti wahum yanthuroona

    Met jou redetwistend over de waarheid, nadat deze duidelijk is geworden, alsof zij de dood werden ingejaagd, terwijl zij (ernaar) kijken.

  7. وَإِذْ يَعِدُكُمُ ٱللَّهُ إِحْدَى ٱلطَّآئِفَتَيْنِ أَنَّهَا لَكُمْ وَتَوَدُّونَ أَنَّ غَيْرَ ذَاتِ ٱلشَّوْكَةِ تَكُونُ لَكُمْ وَيُرِيدُ ٱللَّهُ أَن يُحِقَّ ٱلْحَقَّ بِكَلِمَـٰتِهِۦ وَيَقْطَعَ دَابِرَ ٱلْكَـٰفِرِينَ۝٧

    Waith yaʿidukumu Allahu ihda alttaifatayni annaha lakum watawaddoona anna ghayra thati alshshawkati takoonu lakum wayureedu Allahu an yuhiqqa alhaqqa bikalimatihi wayaqtaʿa dabira alkafireena

    En (gedenk) toen Allah jullie één van de twee groepen beloofde, dat het van jullie zou zijn, jullie wensten dat het niet bewapend zou zijn als het van jullie zou zijn, maar Allah wilde Zijn woorden met de waarheid rechtvaardigen en sneed de wortels van de ongelovigen af.

  8. لِيُحِقَّ ٱلْحَقَّ وَيُبْطِلَ ٱلْبَـٰطِلَ وَلَوْ كَرِهَ ٱلْمُجْرِمُونَ۝٨

    Liyuhiqqa alhaqqa wayubtila albatila walaw kariha almujrimoona

    Zodat Hij ervoor zou zorgen dat de waarheid zou zegevieren en dat de leugen tot niets gereduceerd zou worden, ondanks het feit dat de misdadigers het haten.

  9. إِذْ تَسْتَغِيثُونَ رَبَّكُمْ فَٱسْتَجَابَ لَكُمْ أَنِّى مُمِدُّكُم بِأَلْفٍ مِّنَ ٱلْمَلَـٰٓئِكَةِ مُرْدِفِينَ۝٩

    Ith tastagheethoona rabbakum faistajaba lakum annee mumiddukum bialfin mina almalaikati murdifeena

    (Gedenk de Slag van Badr) waarop jullie bij jullie Heer om hulp smeekten en Hij (Mohammed's smeekbede voor) jullie verhoorde (en zei): “Ik zal jullie met duizend engelen helpen ieder achter de ander (elkaar volgend) in de rij.”

  10. وَمَا جَعَلَهُ ٱللَّهُ إِلَّا بُشْرَىٰ وَلِتَطْمَئِنَّ بِهِۦ قُلُوبُكُمْ ۚ وَمَا ٱلنَّصْرُ إِلَّا مِنْ عِندِ ٱللَّهِ ۚ إِنَّ ٱللَّهَ عَزِيزٌ حَكِيمٌ۝١٠

    Wama jaʿalahu Allahu illa bushra walitatmainna bihi quloobukum wama alnnasru illa min ʿindi Allahi inna Allaha ʿazeezun hakeemun

    Allah heeft het slechts als goede berichten gemaakt en dat jullie hart daarbij rust kunnen vinden. En er is geen overwinning zonder de hulp van Allah. Waarlijk, Allah is Almachtig, Alwijs.

  11. إِذْ يُغَشِّيكُمُ ٱلنُّعَاسَ أَمَنَةً مِّنْهُ وَيُنَزِّلُ عَلَيْكُم مِّنَ ٱلسَّمَآءِ مَآءً لِّيُطَهِّرَكُم بِهِۦ وَيُذْهِبَ عَنكُمْ رِجْزَ ٱلشَّيْطَـٰنِ وَلِيَرْبِطَ عَلَىٰ قُلُوبِكُمْ وَيُثَبِّتَ بِهِ ٱلْأَقْدَامَ۝١١

    Ith yughashsheekumu alnnuʿasa amanatan minhu wayunazzilu ʿalaykum mina alssamai maan liyutahhirakum bihi wayuthhiba ʿankum rijza alshshaytani waliyarbita ʿala quloobikum wayuthabbita bihi alaqdama

    (Gedenk) toen Hij jullie met slaap bedekte als veiligheid voor Hem. Hij veroorzaakte de regen vallend op jullie van de hemel om jullie daarmee te reinigen en jullie van de influisteringen van Shaytaan te verwijderen en om jullie harten te versterken en jullie voeten stevig te maken.

  12. إِذْ يُوحِى رَبُّكَ إِلَى ٱلْمَلَـٰٓئِكَةِ أَنِّى مَعَكُمْ فَثَبِّتُوا۟ ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ ۚ سَأُلْقِى فِى قُلُوبِ ٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ ٱلرُّعْبَ فَٱضْرِبُوا۟ فَوْقَ ٱلْأَعْنَاقِ وَٱضْرِبُوا۟ مِنْهُمْ كُلَّ بَنَانٍ۝١٢

    Ith yoohee rabbuka ila almalaikati annee maʿakum fathabbitoo allatheena amanoo saolqee fee quloobi allatheena kafaroo alrruʿba faidriboo fawqa alaʿnaqi waidriboo minhum kulla bananin

    (Gedenk) wanneer jullie Heer de engelen inspireerde: “Waarlijk, Ik ben bij jullie, houd degenen die geloven standvastig. Ik zal een angst in de harten van de ongelovigen veroorzaken, sla hen dus over de nekken en sla op al hun toppen.”

  13. ذَٰلِكَ بِأَنَّهُمْ شَآقُّوا۟ ٱللَّهَ وَرَسُولَهُۥ ۚ وَمَن يُشَاقِقِ ٱللَّهَ وَرَسُولَهُۥ فَإِنَّ ٱللَّهَ شَدِيدُ ٱلْعِقَابِ۝١٣

    Thalika biannahum shaqqoo Allaha warasoolahu waman yushaqiqi Allaha warasoolahu fainna Allaha shadeedu alʿiqabi

    Dit omdat zij Allah en Zijn boodschapper ontkenden en ongehoorzaam waren, dan waarlijk, Allah is streng in de bestraffing.

  14. ذَٰلِكُمْ فَذُوقُوهُ وَأَنَّ لِلْكَـٰفِرِينَ عَذَابَ ٱلنَّارِ۝١٤

    Thalikum fathooqoohu waanna lilkafireena ʿathaba alnnari

    Dit is de bestraffing, proef het dus en zeker voor de ongelovigen is de bestraffing van het vuur.

  15. يَـٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوٓا۟ إِذَا لَقِيتُمُ ٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ زَحْفًا فَلَا تُوَلُّوهُمُ ٱلْأَدْبَارَ۝١٥

    Ya ayyuha allatheena amanoo itha laqeetumu allatheena kafaroo zahfan fala tuwalloohumu aladbara

    O, jullie die geloven. Als jullie de ongelovigen ontmoeten op het slagveld, keer hen nooit jullie ruggen toe.

  16. وَمَن يُوَلِّهِمْ يَوْمَئِذٍ دُبُرَهُۥٓ إِلَّا مُتَحَرِّفًا لِّقِتَالٍ أَوْ مُتَحَيِّزًا إِلَىٰ فِئَةٍ فَقَدْ بَآءَ بِغَضَبٍ مِّنَ ٱللَّهِ وَمَأْوَىٰهُ جَهَنَّمُ ۖ وَبِئْسَ ٱلْمَصِيرُ۝١٦

    Waman yuwallihim yawmaithin duburahu illa mutaharrifan liqitalin aw mutahayyizan ila fiatin faqad baa bighadabin mina Allahi wamawahu jahannamu wabisa almaseeru

    En iedereen die hen zijn rug toekeert op zo’n dag – tenzij het een oorlogsstrategie is of een hergroepering van het (eigen) leger – heeft zeker over zichzelf de toorn van Allah uitgeroepen. En zijn verblijfplaats is de hel en dat is zeker een slechte bestemming!

  17. فَلَمْ تَقْتُلُوهُمْ وَلَـٰكِنَّ ٱللَّهَ قَتَلَهُمْ ۚ وَمَا رَمَيْتَ إِذْ رَمَيْتَ وَلَـٰكِنَّ ٱللَّهَ رَمَىٰ ۚ وَلِيُبْلِىَ ٱلْمُؤْمِنِينَ مِنْهُ بَلَآءً حَسَنًا ۚ إِنَّ ٱللَّهَ سَمِيعٌ عَلِيمٌ۝١٧

    Falam taqtuloohum walakinna Allaha qatalahum wama ramayta ith ramayta walakinna Allaha rama waliyubliya almumineena minhu balaan hasanan inna Allaha sameeʿun ʿaleemun

    Jullie hebben hen niet gedood, maar Allah heeft hen gedood en jij hebt niet gegooid toen jij gooide, maar Allah gooide, zodat Hij de gelovigen door een eerlijke beoordeling van Hem moge testen. Waarlijk Allah is de Alhorende, Alwetende.

  18. ذَٰلِكُمْ وَأَنَّ ٱللَّهَ مُوهِنُ كَيْدِ ٱلْكَـٰفِرِينَ۝١٨

    Thalikum waanna Allaha moohinu kaydi alkafireena

    Dit (is het feit) en zeker, Allah verzwakt de bedrieglijke samenzweringen van de ongelovigen.

  19. إِن تَسْتَفْتِحُوا۟ فَقَدْ جَآءَكُمُ ٱلْفَتْحُ ۖ وَإِن تَنتَهُوا۟ فَهُوَ خَيْرٌ لَّكُمْ ۖ وَإِن تَعُودُوا۟ نَعُدْ وَلَن تُغْنِىَ عَنكُمْ فِئَتُكُمْ شَيْـًٔا وَلَوْ كَثُرَتْ وَأَنَّ ٱللَّهَ مَعَ ٱلْمُؤْمِنِينَ۝١٩

    In tastaftihoo faqad jaakumu alfathu wain tantahoo fahuwa khayrun lakum wain taʿoodoo naʿud walan tughniya ʿankum fiatukum shayan walaw kathurat waanna Allaha maʿa almumineena

    (O, ongelovigen) als jullie om een beoordeling vragen, nu is de beoordeling voor jullie gekomen en als jullie stoppen, is dat beter voor jullie en als jullie terugkeren zullen Wij terugkeren en jullie legers zullen jullie niet baten, hoe groot zij ook zullen zijn, en waarlijk, Allah is bij de gelovigen.

  20. يَـٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوٓا۟ أَطِيعُوا۟ ٱللَّهَ وَرَسُولَهُۥ وَلَا تَوَلَّوْا۟ عَنْهُ وَأَنتُمْ تَسْمَعُونَ۝٢٠

    Ya ayyuha allatheena amanoo ateeʿoo Allaha warasoolahu wala tawallaw ʿanhu waantum tasmaʿoona

    O jullie die geloven! Gehoorzaam Allah en Zijn boodschapper en keer je niet van hem af, terwijl jullie horen.

  21. وَلَا تَكُونُوا۟ كَٱلَّذِينَ قَالُوا۟ سَمِعْنَا وَهُمْ لَا يَسْمَعُونَ۝٢١

    Wala takoonoo kaallatheena qaloo samiʿna wahum la yasmaʿoona

    En wees niet zoals degenen die zeiden: “Wij hebben gehoord,” maar zij hoorden niet.

  22. ۞ إِنَّ شَرَّ ٱلدَّوَآبِّ عِندَ ٱللَّهِ ٱلصُّمُّ ٱلْبُكْمُ ٱلَّذِينَ لَا يَعْقِلُونَ۝٢٢

    Inna sharra alddawabbi ʿinda Allahi alssummu albukmu allatheena la yaʿqiloona

    Waarlijk! De ergste van de levende wezens zijn in het oog van Allah de doven en de stommen, degenen die niet begrijpen.

  23. وَلَوْ عَلِمَ ٱللَّهُ فِيهِمْ خَيْرًا لَّأَسْمَعَهُمْ ۖ وَلَوْ أَسْمَعَهُمْ لَتَوَلَّوا۟ وَّهُم مُّعْرِضُونَ۝٢٣

    Walaw ʿalima Allahu feehim khayran laasmaʿahum walaw asmaʿahum latawallaw wahum muʿridoona

    Als Allah iets goeds van hen geweten had, dan had Hij hen laten luisteren, maar zij zouden zich afwenden, afkerig.

  24. يَـٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ ٱسْتَجِيبُوا۟ لِلَّهِ وَلِلرَّسُولِ إِذَا دَعَاكُمْ لِمَا يُحْيِيكُمْ ۖ وَٱعْلَمُوٓا۟ أَنَّ ٱللَّهَ يَحُولُ بَيْنَ ٱلْمَرْءِ وَقَلْبِهِۦ وَأَنَّهُۥٓ إِلَيْهِ تُحْشَرُونَ۝٢٤

    Ya ayyuha allatheena amanoo istajeeboo lillahi walilrrasooli itha daʿakum lima yuhyeekum waiʿlamoo anna Allaha yahoolu bayna almari waqalbihi waannahu ilayhi tuhsharoona

    O jullie die geloven! Geef gehoor aan Allah en (Zijn) boodschapper wanneer Hij jullie roept naar datgene wat jullie tot leven brengt en weet dat Allah tussen de mens en zijn hart komt1. En waarlijk, tot Hem zullen jullie allen verzameld worden.

    Voetnoten
    [1] Hierom is het zuiveren van het hart een belangrijke verplichting. De Profeet Mohammed heeft dit 13 jaar lang de metgezellen onderwezen (het reinigen van het hart en het opvoeden van de ego), dit door middel van kennis over de openbaring en dit vervolgens op te volgen.
  25. وَٱتَّقُوا۟ فِتْنَةً لَّا تُصِيبَنَّ ٱلَّذِينَ ظَلَمُوا۟ مِنكُمْ خَآصَّةً ۖ وَٱعْلَمُوٓا۟ أَنَّ ٱللَّهَ شَدِيدُ ٱلْعِقَابِ۝٢٥

    Waittaqoo fitnatan la tuseebanna allatheena thalamoo minkum khassatan waiʿlamoo anna Allaha shadeedu alʿiqabi

    En vrees de beproeving die niet alleen degene die onrecht pleegt aanvalt en weet dat Allah streng in de bestraffing is.

  26. وَٱذْكُرُوٓا۟ إِذْ أَنتُمْ قَلِيلٌ مُّسْتَضْعَفُونَ فِى ٱلْأَرْضِ تَخَافُونَ أَن يَتَخَطَّفَكُمُ ٱلنَّاسُ فَـَٔاوَىٰكُمْ وَأَيَّدَكُم بِنَصْرِهِۦ وَرَزَقَكُم مِّنَ ٱلطَّيِّبَـٰتِ لَعَلَّكُمْ تَشْكُرُونَ۝٢٦

    Waothkuroo ith antum qaleelun mustadʿafoona fee alardi takhafoona an yatakhattafakumu alnnasu faawakum waayyadakum binasrihi warazaqakum mina alttayyibati laʿallakum tashkuroona

    En gedenk toen jullie weinig en zwak waren en dat jullie toen bang waren dat de mensen jullie zouden kidnappen, maar dat Hij een veilige plaats voor jullie had gemaakt, jullie met Zijn hulp gesterkt had en jullie van goede dingen had voorzien, zodat jullie dankbaar mogen zijn.

  27. يَـٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ لَا تَخُونُوا۟ ٱللَّهَ وَٱلرَّسُولَ وَتَخُونُوٓا۟ أَمَـٰنَـٰتِكُمْ وَأَنتُمْ تَعْلَمُونَ۝٢٧

    Ya ayyuha allatheena amanoo la takhoonoo Allaha waalrrasoola watakhoonoo amanatikum waantum taʿlamoona

    O, jullie die geloven. Bedrieg Allah en Zijn Boodschapper niet, noch verraad bewust datgene wat jullie toevertrouwd is.

  28. وَٱعْلَمُوٓا۟ أَنَّمَآ أَمْوَٰلُكُمْ وَأَوْلَـٰدُكُمْ فِتْنَةٌ وَأَنَّ ٱللَّهَ عِندَهُۥٓ أَجْرٌ عَظِيمٌ۝٢٨

    Waiʿlamoo annama amwalukum waawladukum fitnatun waanna Allaha ʿindahu ajrun ʿatheemun

    En weet dat jullie bezittingen en jullie kinderen niets anders zijn dan een beproeving en dat er bij Allah zeker een geweldige beloning is.

  29. يَـٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوٓا۟ إِن تَتَّقُوا۟ ٱللَّهَ يَجْعَل لَّكُمْ فُرْقَانًا وَيُكَفِّرْ عَنكُمْ سَيِّـَٔاتِكُمْ وَيَغْفِرْ لَكُمْ ۗ وَٱللَّهُ ذُو ٱلْفَضْلِ ٱلْعَظِيمِ۝٢٩

    Ya ayyuha allatheena amanoo in tattaqoo Allaha yajʿal lakum furqanan wayukaffir ʿankum sayyiatikum wayaghfir lakum waAllahu thoo alfadli alʿatheemi

    O jullie die geloven! Als jullie Allah gehoorzamen en Hem vrezen, dan zal Hij jullie het onderscheidingsvermogen geven om tussen goed en slecht te kunnen oordelen en hij zal jullie zonden uitwissen en jullie vergeven. En Allah is de Eigenaar van een grote welvaart.

  30. وَإِذْ يَمْكُرُ بِكَ ٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ لِيُثْبِتُوكَ أَوْ يَقْتُلُوكَ أَوْ يُخْرِجُوكَ ۚ وَيَمْكُرُونَ وَيَمْكُرُ ٱللَّهُ ۖ وَٱللَّهُ خَيْرُ ٱلْمَـٰكِرِينَ۝٣٠

    Waith yamkuru bika allatheena kafaroo liyuthbitooka aw yaqtulooka aw yukhrijooka wayamkuroona wayamkuru Allahu waAllahu khayru almakireena

    En weet toen de ongelovigen tegen jou samenspanden om jou gevangen te nemen of je te vermoorden of je uit te drijven; zij spanden samen en Allah maakte plannen en Allah is de beste van de plannenmakers.

  31. وَإِذَا تُتْلَىٰ عَلَيْهِمْ ءَايَـٰتُنَا قَالُوا۟ قَدْ سَمِعْنَا لَوْ نَشَآءُ لَقُلْنَا مِثْلَ هَـٰذَآ ۙ إِنْ هَـٰذَآ إِلَّآ أَسَـٰطِيرُ ٱلْأَوَّلِينَ۝٣١

    Waitha tutla ʿalayhim ayatuna qaloo qad samiʿna law nashao laqulna mithla hatha in hatha illa asateeru alawwaleena

    En als Onze verzen voor hen gereciteerd worden, zeggen zij: “Wij hebben dit gehoord; als wij willen, kunnen wij iets dergelijks zeggen. Dit zijn niets dan verhalen van de voorvaderen.”

  32. وَإِذْ قَالُوا۟ ٱللَّهُمَّ إِن كَانَ هَـٰذَا هُوَ ٱلْحَقَّ مِنْ عِندِكَ فَأَمْطِرْ عَلَيْنَا حِجَارَةً مِّنَ ٱلسَّمَآءِ أَوِ ٱئْتِنَا بِعَذَابٍ أَلِيمٍ۝٣٢

    Waith qaloo allahumma in kana hatha huwa alhaqqa min ʿindika faamtir ʿalayna hijaratan mina alssamai awi itina biʿathabin aleemin

    En weet toen zij zeiden: “O Allah! Als dit inderdaad de waarheid door U (geopenbaard is), laat het dan voor ons stenen regenen uit de hemel of breng ons een pijnlijke bestraffing.”

  33. وَمَا كَانَ ٱللَّهُ لِيُعَذِّبَهُمْ وَأَنتَ فِيهِمْ ۚ وَمَا كَانَ ٱللَّهُ مُعَذِّبَهُمْ وَهُمْ يَسْتَغْفِرُونَ۝٣٣

    Wama kana Allahu liyuʿaththibahum waanta feehim wama kana Allahu muʿaththibahum wahum yastaghfiroona

    En Allah zal hen niet straffen, terwijl jij nog in hun midden verkeert, noch zal Hij hen straffen als zij vergeving zoeken.

  34. وَمَا لَهُمْ أَلَّا يُعَذِّبَهُمُ ٱللَّهُ وَهُمْ يَصُدُّونَ عَنِ ٱلْمَسْجِدِ ٱلْحَرَامِ وَمَا كَانُوٓا۟ أَوْلِيَآءَهُۥٓ ۚ إِنْ أَوْلِيَآؤُهُۥٓ إِلَّا ٱلْمُتَّقُونَ وَلَـٰكِنَّ أَكْثَرَهُمْ لَا يَعْلَمُونَ۝٣٤

    Wama lahum alla yuʿaththibahumu Allahu wahum yasuddoona ʿani almasjidi alharami wama kanoo awliyaahu in awliyaohu illa almuttaqoona walakinna aktharahum la yaʿlamoona

    En waarom zal Allah hen niet straffen, terwijl zij mensen van de Masdjied Al-Haram tegenhouden en zij niet hun beschermers zijn. De beschermers zijn slechts de godsvrezenden, maar de meesten van hen weten niet.

  35. وَمَا كَانَ صَلَاتُهُمْ عِندَ ٱلْبَيْتِ إِلَّا مُكَآءً وَتَصْدِيَةً ۚ فَذُوقُوا۟ ٱلْعَذَابَ بِمَا كُنتُمْ تَكْفُرُونَ۝٣٥

    Wama kana salatuhum ʿinda albayti illa mukaan watasdiyatan fathooqoo alʿathaba bima kuntum takfuroona

    En hun gebed bij het Huis (de Ka’bah te Mekkah) hield niets anders in dan gefluit en handgeklap. Proef daarom de bestraffing, want jullie waren ongelovigen.

  36. إِنَّ ٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ يُنفِقُونَ أَمْوَٰلَهُمْ لِيَصُدُّوا۟ عَن سَبِيلِ ٱللَّهِ ۚ فَسَيُنفِقُونَهَا ثُمَّ تَكُونُ عَلَيْهِمْ حَسْرَةً ثُمَّ يُغْلَبُونَ ۗ وَٱلَّذِينَ كَفَرُوٓا۟ إِلَىٰ جَهَنَّمَ يُحْشَرُونَ۝٣٦

    Inna allatheena kafaroo yunfiqoona amwalahum liyasuddoo ʿan sabeeli Allahi fasayunfiqoonaha thumma takoonu ʿalayhim hasratan thumma yughlaboona waallatheena kafaroo ila jahannama yuhsharoona

    Waarlijk, de ongelovigen besteden hun welvaart om (de mensen) te verhinderen de weg van Allah op te gaan en zo zullen zij doorgaan met het besteden daarvan; maar aan het einde zal het een lijden voor hen worden. Zij zullen dan overwonnen worden, en de ongelovigen zullen in de hel verzameld worden,

  37. لِيَمِيزَ ٱللَّهُ ٱلْخَبِيثَ مِنَ ٱلطَّيِّبِ وَيَجْعَلَ ٱلْخَبِيثَ بَعْضَهُۥ عَلَىٰ بَعْضٍ فَيَرْكُمَهُۥ جَمِيعًا فَيَجْعَلَهُۥ فِى جَهَنَّمَ ۚ أُو۟لَـٰٓئِكَ هُمُ ٱلْخَـٰسِرُونَ۝٣٧

    Liyameeza Allahu alkhabeetha mina alttayyibi wayajʿala alkhabeetha baʿdahu ʿala baʿdin fayarkumahu jameeʿan fayajʿalahu fee jahannama olaika humu alkhasiroona

    Zodat Allah onderscheid kan maken tussen de slechten en de goeden, (resp. de ongelovigen en de gelovigen). Hij plaatst de slechten boven elkaar, Hij stapelt ze op en verbant ze naar de hel. Dat, dat zijn de (ware) verliezers!

  38. قُل لِّلَّذِينَ كَفَرُوٓا۟ إِن يَنتَهُوا۟ يُغْفَرْ لَهُم مَّا قَدْ سَلَفَ وَإِن يَعُودُوا۟ فَقَدْ مَضَتْ سُنَّتُ ٱلْأَوَّلِينَ۝٣٨

    Qul lillatheena kafaroo in yantahoo yughfar lahum ma qad salafa wain yaʿoodoo faqad madat sunnatu alawwaleena

    Zeg tegen degenen die ongelovig waren, dat het hen vergeven zal worden, als zij stoppen met hun verleden. Maar als zij er weer naar terugkeren dat zij dan voorbeelden zijn voor die (gestraften) die hen vooraf zijn gegaan.

  39. وَقَـٰتِلُوهُمْ حَتَّىٰ لَا تَكُونَ فِتْنَةٌ وَيَكُونَ ٱلدِّينُ كُلُّهُۥ لِلَّهِ ۚ فَإِنِ ٱنتَهَوْا۟ فَإِنَّ ٱللَّهَ بِمَا يَعْمَلُونَ بَصِيرٌ۝٣٩

    Waqatiloohum hatta la takoona fitnatun wayakoona alddeenu kulluhu lillahi faini intahaw fainna Allaha bima yaʿmaloona baseerun

    En bestrijd hen totdat er geen ongeloof meer is, (noch enig verzet bestaat tegen Allah Zijn wetten), zodat de religie (en de aanbidding) exlusief voor Allah zullen zijn. Maar als zij stoppen dan is Allah zeker de Ziener van hetgeen zij doen.

  40. وَإِن تَوَلَّوْا۟ فَٱعْلَمُوٓا۟ أَنَّ ٱللَّهَ مَوْلَىٰكُمْ ۚ نِعْمَ ٱلْمَوْلَىٰ وَنِعْمَ ٱلنَّصِيرُ۝٤٠

    Wain tawallaw faiʿlamoo anna Allaha mawlakum niʿma almawla waniʿma alnnaseeru

    En als zij zich ervan afkeren weet dan dat Allah jouw beschermer is. Wat een uitmuntende beschermer en (wat) een uitmuntende helper!

  41. ۞ وَٱعْلَمُوٓا۟ أَنَّمَا غَنِمْتُم مِّن شَىْءٍ فَأَنَّ لِلَّهِ خُمُسَهُۥ وَلِلرَّسُولِ وَلِذِى ٱلْقُرْبَىٰ وَٱلْيَتَـٰمَىٰ وَٱلْمَسَـٰكِينِ وَٱبْنِ ٱلسَّبِيلِ إِن كُنتُمْ ءَامَنتُم بِٱللَّهِ وَمَآ أَنزَلْنَا عَلَىٰ عَبْدِنَا يَوْمَ ٱلْفُرْقَانِ يَوْمَ ٱلْتَقَى ٱلْجَمْعَانِ ۗ وَٱللَّهُ عَلَىٰ كُلِّ شَىْءٍ قَدِيرٌ۝٤١

    Waiʿlamoo annama ghanimtum min shayin faanna lillahi khumusahu walilrrasooli walithee alqurba waalyatama waalmasakeeni waibni alssabeeli in kuntum amantum biAllahi wama anzalna ʿala ʿabdina yawma alfurqani yawma iltaqa aljamʿani waAllahu ʿala kulli shayin qadeerun

    En weet dat wat jullie ook van de oorlogsbuit mogen verkrijgen, één vijfde aan Allah, de Boodschapper, de naaste verwanten en ook aan de wezen, de behoeftigen en de reiziger; als jullie in Allah geloven en in wat Wij neer hebben gezonden naar Onze slaaf op de dag van het onderscheid, de dag wanneer de twee legers ontmoetten – en Allah is tot alle zaken in staat.

  42. إِذْ أَنتُم بِٱلْعُدْوَةِ ٱلدُّنْيَا وَهُم بِٱلْعُدْوَةِ ٱلْقُصْوَىٰ وَٱلرَّكْبُ أَسْفَلَ مِنكُمْ ۚ وَلَوْ تَوَاعَدتُّمْ لَٱخْتَلَفْتُمْ فِى ٱلْمِيعَـٰدِ ۙ وَلَـٰكِن لِّيَقْضِىَ ٱللَّهُ أَمْرًا كَانَ مَفْعُولًا لِّيَهْلِكَ مَنْ هَلَكَ عَنۢ بَيِّنَةٍ وَيَحْيَىٰ مَنْ حَىَّ عَنۢ بَيِّنَةٍ ۗ وَإِنَّ ٱللَّهَ لَسَمِيعٌ عَلِيمٌ۝٤٢

    Ith antum bialʿudwati alddunya wahum bialʿudwati alquswa waalrrakbu asfala minkum walaw tawaʿadtum laikhtalaftum fee almeeʿadi walakin liyaqdiya Allahu amran kana mafʿoolan liyahlika man halaka ʿan bayyinatin wayahya man hayya ʿan bayyinatin wainna Allaha lasameeʿun ʿaleemun

    En (gedenk) toen jullie aan de nabijgelegen kant van het dal waren en zij aan de verafgelegen kant. En de karavaan op lagere grond dan jullie. Zelfs als jullie een wederzijdse afspraak hadden gemaakt om elkaar te ontmoetten, zouden jullie hier zeker in gefaald zijn maar Allah had de zaak reeds beslist; zodat degenen die vernietigd moesten worden vernietigd zouden worden na een duidelijk bewijs en degenen die in leven moesten blijven na een duidelijk bewijs bleven leven. En zeker, Allah is Alhorend, Alwetend.

  43. إِذْ يُرِيكَهُمُ ٱللَّهُ فِى مَنَامِكَ قَلِيلًا ۖ وَلَوْ أَرَىٰكَهُمْ كَثِيرًا لَّفَشِلْتُمْ وَلَتَنَـٰزَعْتُمْ فِى ٱلْأَمْرِ وَلَـٰكِنَّ ٱللَّهَ سَلَّمَ ۗ إِنَّهُۥ عَلِيمٌۢ بِذَاتِ ٱلصُّدُورِ۝٤٣

    Ith yureekahumu Allahu fee manamika qaleelan walaw arakahum katheeran lafashiltum walatanazaʿtum fee alamri walakinna Allaha sallama innahu ʿaleemun bithati alssudoori

    En (gedenk) dat toen Allah hen als een klein aantal in je droom liet zien, als Hij hen als een groot aantal had laten zien, zouden jullie zeker ontmoedigd worden en jullie zouden zeker redetwisten om tot een beslissing te komen. Maar Allah heeft jullie gered. Zeker Hij is de Alwetende van wat in jullie borsten is.

  44. وَإِذْ يُرِيكُمُوهُمْ إِذِ ٱلْتَقَيْتُمْ فِىٓ أَعْيُنِكُمْ قَلِيلًا وَيُقَلِّلُكُمْ فِىٓ أَعْيُنِهِمْ لِيَقْضِىَ ٱللَّهُ أَمْرًا كَانَ مَفْعُولًا ۗ وَإِلَى ٱللَّهِ تُرْجَعُ ٱلْأُمُورُ۝٤٤

    Waith yureekumoohum ithi iltaqaytum fee aʿyunikum qaleelan wayuqallilukum fee aʿyunihim liyaqdiya Allahu amran kana mafʿoolan waila Allahi turjaʿu alomooru

    En (gedenk) toen jullie (het) troffen, Hij hen in jullie ogen als slechts weinig liet zien en Hij liet jullie in hun ogen als slechts weinig lijken, zodat Allah een zaak kon volbrengen die reeds beslist was en tot Allah keren alle zaken terug.

  45. يَـٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوٓا۟ إِذَا لَقِيتُمْ فِئَةً فَٱثْبُتُوا۟ وَٱذْكُرُوا۟ ٱللَّهَ كَثِيرًا لَّعَلَّكُمْ تُفْلِحُونَ۝٤٥

    Ya ayyuha allatheena amanoo itha laqeetum fiatan faothbutoo waothkuroo Allaha katheeran laʿallakum tuflihoona

    O jullie die geloven! Wanneer jullie op een leger stuiten, sta dan ferm tegen hen en gedenk veel de naam van Allah, zodat jullie zullen slagen.

  46. وَأَطِيعُوا۟ ٱللَّهَ وَرَسُولَهُۥ وَلَا تَنَـٰزَعُوا۟ فَتَفْشَلُوا۟ وَتَذْهَبَ رِيحُكُمْ ۖ وَٱصْبِرُوٓا۟ ۚ إِنَّ ٱللَّهَ مَعَ ٱلصَّـٰبِرِينَ۝٤٦

    Waateeʿoo Allaha warasoolahu wala tanazaʿoo fatafshaloo watathhaba reehukum waisbiroo inna Allaha maʿa alssabireena

    En gehoorzaam Allah en Zijn boodschapper en redetwist niet, zodat jullie de moed niet verliezen en jullie kracht je niet verlaat en wees geduldig (in hulp en ondersteuning). Weet dat Allah aan de kant van de geduldigen staat.

  47. وَلَا تَكُونُوا۟ كَٱلَّذِينَ خَرَجُوا۟ مِن دِيَـٰرِهِم بَطَرًا وَرِئَآءَ ٱلنَّاسِ وَيَصُدُّونَ عَن سَبِيلِ ٱللَّهِ ۚ وَٱللَّهُ بِمَا يَعْمَلُونَ مُحِيطٌ۝٤٧

    Wala takoonoo kaallatheena kharajoo min diyarihim bataran wariaa alnnasi wayasuddoona ʿan sabeeli Allahi waAllahu bima yaʿmaloona muheetun

    En wees niet zoals degenen die trots uit hun huizen komen om door de mensen gezien te worden en de (mensen) op het weg van Allah tegenhouden. En Allah is omringend door alles wat zij doen.

  48. وَإِذْ زَيَّنَ لَهُمُ ٱلشَّيْطَـٰنُ أَعْمَـٰلَهُمْ وَقَالَ لَا غَالِبَ لَكُمُ ٱلْيَوْمَ مِنَ ٱلنَّاسِ وَإِنِّى جَارٌ لَّكُمْ ۖ فَلَمَّا تَرَآءَتِ ٱلْفِئَتَانِ نَكَصَ عَلَىٰ عَقِبَيْهِ وَقَالَ إِنِّى بَرِىٓءٌ مِّنكُمْ إِنِّىٓ أَرَىٰ مَا لَا تَرَوْنَ إِنِّىٓ أَخَافُ ٱللَّهَ ۚ وَٱللَّهُ شَدِيدُ ٱلْعِقَابِ۝٤٨

    Waith zayyana lahumu alshshaytanu aʿmalahum waqala la ghaliba lakumu alyawma mina alnnasi wainnee jarun lakum falamma taraati alfiatani nakasa ʿala ʿaqibayhi waqala innee bareeon minkum innee ara ma la tarawna innee akhafu Allaha waAllahu shadeedu alʿiqabi

    (En gedenk) toen Iblies hun (kwade) daden voor hen juist deed lijken (door hen op te hitsen tegen de moslims) en zei: “Op deze dag zal geen mens de overhand krijgen over jullie (troepen) want ik (zal jullie bijstaan) zoals het een goede buur (betaamt).” Maar toen de twee legers (van moslims en ongelovigen) elkaar in het oog kregen, keerde hij op zijn hielen terug en zei: “Waarlijk, ik heb niets met jullie te maken. Voorwaar, ik zie wat jullie niet zien. Waarlijk! Ik vrees (dat) Allah (mij zal vernietigen), want Allah is streng in de bestraffing.”

  49. إِذْ يَقُولُ ٱلْمُنَـٰفِقُونَ وَٱلَّذِينَ فِى قُلُوبِهِم مَّرَضٌ غَرَّ هَـٰٓؤُلَآءِ دِينُهُمْ ۗ وَمَن يَتَوَكَّلْ عَلَى ٱللَّهِ فَإِنَّ ٱللَّهَ عَزِيزٌ حَكِيمٌ۝٤٩

    Ith yaqoolu almunafiqoona waallatheena fee quloobihim maradun gharra haolai deenuhum waman yatawakkal ʿala Allahi fainna Allaha ʿazeezun hakeemun

    Toen de hypocrieten en degenen in wiens harten een ziekte was, zeiden: ”Deze mensen zijn door hun godsdienst misleid.” Maar iedereen die zijn vertrouwen in Allah legt, dan zeker, Allah is Almachtig, Alwijs.

  50. وَلَوْ تَرَىٰٓ إِذْ يَتَوَفَّى ٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ ۙ ٱلْمَلَـٰٓئِكَةُ يَضْرِبُونَ وُجُوهَهُمْ وَأَدْبَـٰرَهُمْ وَذُوقُوا۟ عَذَابَ ٱلْحَرِيقِ۝٥٠

    Walaw tara ith yatawaffa allatheena kafaroo almalaikatu yadriboona wujoohahum waadbarahum wathooqoo ʿathaba alhareeqi

    En als jij kon zien wanneer de engelen de zielen van de ongelovigen wegnamen, zij beukten op hun gezichten en hun ruggen (zeggende): “Proef de bestraffing van het laaiende vuur.”

  51. ذَٰلِكَ بِمَا قَدَّمَتْ أَيْدِيكُمْ وَأَنَّ ٱللَّهَ لَيْسَ بِظَلَّـٰمٍ لِّلْعَبِيدِ۝٥١

    Thalika bima qaddamat aydeekum waanna Allaha laysa bithallamin lilʿabeedi

    Dit is vanwege wat jullie handen vooruit hebben gestuurd. En waarlijk, Allah is niet onrechtvaardig voor Zijn slaven.

  52. كَدَأْبِ ءَالِ فِرْعَوْنَ ۙ وَٱلَّذِينَ مِن قَبْلِهِمْ ۚ كَفَرُوا۟ بِـَٔايَـٰتِ ٱللَّهِ فَأَخَذَهُمُ ٱللَّهُ بِذُنُوبِهِمْ ۗ إِنَّ ٱللَّهَ قَوِىٌّ شَدِيدُ ٱلْعِقَابِ۝٥٢

    Kadabi ali firʿawna waallatheena min qablihim kafaroo biayati Allahi faakhathahumu Allahu bithunoobihim inna Allaha qawiyyun shadeedu alʿiqabi

    (Hun gedrag is) gelijk aan het gedrag van de mensen van de Farao en van degenen vóór hen, zij verwierpen de tekenen van Allah, dus strafte Allah hen voor hun zonden. Waarlijk, Allah is het sterkste, streng in de bestraffing.

  53. ذَٰلِكَ بِأَنَّ ٱللَّهَ لَمْ يَكُ مُغَيِّرًا نِّعْمَةً أَنْعَمَهَا عَلَىٰ قَوْمٍ حَتَّىٰ يُغَيِّرُوا۟ مَا بِأَنفُسِهِمْ ۙ وَأَنَّ ٱللَّهَ سَمِيعٌ عَلِيمٌ۝٥٣

    Thalika bianna Allaha lam yaku mughayyiran niʿmatan anʿamaha ʿala qawmin hatta yughayyiroo ma bianfusihim waanna Allaha sameeʿun ʿaleemun

    Dit is omdat Allah nooit een gunst verandert wanneer Hij het aan een volk gegeven heeft, totdat zij veranderen wat in henzelf is. En waarlijk, Allah is Alhorend, Alwetend.

  54. كَدَأْبِ ءَالِ فِرْعَوْنَ ۙ وَٱلَّذِينَ مِن قَبْلِهِمْ ۚ كَذَّبُوا۟ بِـَٔايَـٰتِ رَبِّهِمْ فَأَهْلَكْنَـٰهُم بِذُنُوبِهِمْ وَأَغْرَقْنَآ ءَالَ فِرْعَوْنَ ۚ وَكُلٌّ كَانُوا۟ ظَـٰلِمِينَ۝٥٤

    Kadabi ali firʿawna waallatheena min qablihim kaththaboo biayati rabbihim faahlaknahum bithunoobihim waaghraqna ala firʿawna wakullun kanoo thalimeena

    (Hun gedrag is) gelijk aan het gedrag van de mensen van de Farao en van degenen vóór hen. Zij verloochenden de tekenen van hun Heer, dus hebben Wij hen voor hun zonden vernietigd en Wij verdronken de mensen van de Farao, want zij waren allen onrechtvaardig.

  55. إِنَّ شَرَّ ٱلدَّوَآبِّ عِندَ ٱللَّهِ ٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ فَهُمْ لَا يُؤْمِنُونَ۝٥٥

    Inna sharra alddawabbi ʿinda Allahi allatheena kafaroo fahum la yuminoona

    Waarlijk, de ergste van de levende wezens zijn in de ogen van Allah degenen die ongelovig zijn, dus zullen zij niet geloven.

  56. ٱلَّذِينَ عَـٰهَدتَّ مِنْهُمْ ثُمَّ يَنقُضُونَ عَهْدَهُمْ فِى كُلِّ مَرَّةٍ وَهُمْ لَا يَتَّقُونَ۝٥٦

    Allatheena ʿahadta minhum thumma yanqudoona ʿahdahum fee kulli marratin wahum la yattaqoona

    Zij zijn degenen met wie jij een verbond afgesloten hebt, maar zij verbraken het verbond steeds weer en zij vreesden Allah niet.

  57. فَإِمَّا تَثْقَفَنَّهُمْ فِى ٱلْحَرْبِ فَشَرِّدْ بِهِم مَّنْ خَلْفَهُمْ لَعَلَّهُمْ يَذَّكَّرُونَ۝٥٧

    Faimma tathqafannahum fee alharbi fasharrid bihim man khalfahum laʿallahum yaththakkaroona

    Als jullie hen dus in de oorlog ontmoet, straf hen dan streng om degenen die achter hen staan uiteen te drijven, zodat zij een les mogen leren.

  58. وَإِمَّا تَخَافَنَّ مِن قَوْمٍ خِيَانَةً فَٱنۢبِذْ إِلَيْهِمْ عَلَىٰ سَوَآءٍ ۚ إِنَّ ٱللَّهَ لَا يُحِبُّ ٱلْخَآئِنِينَ۝٥٨

    Waimma takhafanna min qawmin khiyanatan fainbith ilayhim ʿala sawain inna Allaha la yuhibbu alkhaineena

    Als jij verraad vreest van mensen, gooi hen dan het verbond terug (zoals het zal zijn) op gelijke voorwaarden. Zeker, Allah houdt niet van verraders.

  59. وَلَا يَحْسَبَنَّ ٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ سَبَقُوٓا۟ ۚ إِنَّهُمْ لَا يُعْجِزُونَ۝٥٩

    Wala yahsabanna allatheena kafaroo sabaqoo innahum la yuʿjizoona

    En laat degenen die ongelovig zijn niet denken dat zij het kunnen achterlaten. Waarlijk, zij zullen nooit in staat zijn zichzelf te redden.

  60. وَأَعِدُّوا۟ لَهُم مَّا ٱسْتَطَعْتُم مِّن قُوَّةٍ وَمِن رِّبَاطِ ٱلْخَيْلِ تُرْهِبُونَ بِهِۦ عَدُوَّ ٱللَّهِ وَعَدُوَّكُمْ وَءَاخَرِينَ مِن دُونِهِمْ لَا تَعْلَمُونَهُمُ ٱللَّهُ يَعْلَمُهُمْ ۚ وَمَا تُنفِقُوا۟ مِن شَىْءٍ فِى سَبِيلِ ٱللَّهِ يُوَفَّ إِلَيْكُمْ وَأَنتُمْ لَا تُظْلَمُونَ۝٦٠

    Waaʿiddoo lahum ma istataʿtum min quwwatin wamin ribati alkhayli turhiboona bihi ʿaduwwa Allahi waʿaduwwakum waakhareena min doonihim la taʿlamoonahumu Allahu yaʿlamuhum wama tunfiqoo min shayin fee sabeeli Allahi yuwaffa ilaykum waantum la tuthlamoona

    En zet alles wat jullie hebben aan machtsmiddelen in, ook strijdrossen, om de vijand van Allah en jullie vijand en de anderen bij hen te bedreigen, misschien weten jullie het niet, maar Allah weet het. En alles wat jullie voor de zaak van Allah uitgeven, zal jullie vergoed worden en jullie zullen niet onrechtvaardig behandeld worden.

  61. ۞ وَإِن جَنَحُوا۟ لِلسَّلْمِ فَٱجْنَحْ لَهَا وَتَوَكَّلْ عَلَى ٱللَّهِ ۚ إِنَّهُۥ هُوَ ٱلسَّمِيعُ ٱلْعَلِيمُ۝٦١

    Wain janahoo lilssalmi faijnah laha watawakkal ʿala Allahi innahu huwa alssameeʿu alʿaleemu

    Maar als zij neigen naar het behoud van vrede, neig daar dan ook naartoe en vertrouw op Allah. Waarlijk, Hij is de Alhorende Alwetende.

  62. وَإِن يُرِيدُوٓا۟ أَن يَخْدَعُوكَ فَإِنَّ حَسْبَكَ ٱللَّهُ ۚ هُوَ ٱلَّذِىٓ أَيَّدَكَ بِنَصْرِهِۦ وَبِٱلْمُؤْمِنِينَ۝٦٢

    Wain yureedoo an yakhdaʿooka fainna hasbaka Allahu huwa allathee ayyadaka binasrihi wabialmumineena

    En als zij van plan zijn jullie te bedriegen, dan waarlijk, is Allah voldoende voor jullie. Hij is het die jullie ondersteund heeft met Zijn hulp en met de gelovigen.

  63. وَأَلَّفَ بَيْنَ قُلُوبِهِمْ ۚ لَوْ أَنفَقْتَ مَا فِى ٱلْأَرْضِ جَمِيعًا مَّآ أَلَّفْتَ بَيْنَ قُلُوبِهِمْ وَلَـٰكِنَّ ٱللَّهَ أَلَّفَ بَيْنَهُمْ ۚ إِنَّهُۥ عَزِيزٌ حَكِيمٌ۝٦٣

    Waallafa bayna quloobihim law anfaqta ma fee alardi jameeʿan ma allafta bayna quloobihim walakinna Allaha allafa baynahum innahu ʿazeezun hakeemun

    En Hij heeft hun harten verenigd. En als jij alles wat op aarde is, zou uitgeven, dan had jij hun harten niet kunnen verenigen, maar Allah heeft hen verenigd. Zeker, Hij is de Almachtige, Alwijze.

  64. يَـٰٓأَيُّهَا ٱلنَّبِىُّ حَسْبُكَ ٱللَّهُ وَمَنِ ٱتَّبَعَكَ مِنَ ٱلْمُؤْمِنِينَ۝٦٤

    Ya ayyuha alnnabiyyu hasbuka Allahu wamani ittabaʿaka mina almumineena

    O Profeet! Allah is voldoende voor jou en ook voor degenen van de gelovigen die jou volgen.

  65. يَـٰٓأَيُّهَا ٱلنَّبِىُّ حَرِّضِ ٱلْمُؤْمِنِينَ عَلَى ٱلْقِتَالِ ۚ إِن يَكُن مِّنكُمْ عِشْرُونَ صَـٰبِرُونَ يَغْلِبُوا۟ مِا۟ئَتَيْنِ ۚ وَإِن يَكُن مِّنكُم مِّا۟ئَةٌ يَغْلِبُوٓا۟ أَلْفًا مِّنَ ٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ بِأَنَّهُمْ قَوْمٌ لَّا يَفْقَهُونَ۝٦٥

    Ya ayyuha alnnabiyyu harridi almumineena ʿala alqitali in yakun minkum ʿishroona sabiroona yaghliboo miatayni wain yakun minkum miatun yaghliboo alfan mina allatheena kafaroo biannahum qawmun la yafqahoona

    O Profeet! Moedig de gelovigen aan tot vechten. Als er twintig standvastigen onder jullie zijn, zullen zij tweehonderd overwinnen en als er honderd standvastigen zijn dan zullen zij duizend van degenen die ongelovig zijn overwinnen, (want zij) zijn mensen die niet begrijpen.

  66. ٱلْـَٔـٰنَ خَفَّفَ ٱللَّهُ عَنكُمْ وَعَلِمَ أَنَّ فِيكُمْ ضَعْفًا ۚ فَإِن يَكُن مِّنكُم مِّا۟ئَةٌ صَابِرَةٌ يَغْلِبُوا۟ مِا۟ئَتَيْنِ ۚ وَإِن يَكُن مِّنكُمْ أَلْفٌ يَغْلِبُوٓا۟ أَلْفَيْنِ بِإِذْنِ ٱللَّهِ ۗ وَٱللَّهُ مَعَ ٱلصَّـٰبِرِينَ۝٦٦

    Alana khaffafa Allahu ʿankum waʿalima anna feekum daʿfan fain yakun minkum miatun sabiratun yaghliboo miatayni wain yakun minkum alfun yaghliboo alfayni biithni Allahi waAllahu maʿa alssabireena

    Nu heeft Allah jullie (taak) verlicht want Hij weet dat er zwakheid in jullie is. Als er dus bij jullie honderd standvastigen zijn, dan kunnen zij tweehonderd overwinnen en als er duizend van jullie zijn, dan zullen zij met de toestemming van Allah tweeduizend overwinnen. En Allah is met de geduldigen.

  67. مَا كَانَ لِنَبِىٍّ أَن يَكُونَ لَهُۥٓ أَسْرَىٰ حَتَّىٰ يُثْخِنَ فِى ٱلْأَرْضِ ۚ تُرِيدُونَ عَرَضَ ٱلدُّنْيَا وَٱللَّهُ يُرِيدُ ٱلْـَٔاخِرَةَ ۗ وَٱللَّهُ عَزِيزٌ حَكِيمٌ۝٦٧

    Ma kana linabiyyin an yakoona lahu asra hatta yuthkhina fee alardi tureedoona ʿarada alddunya waAllahu yureedu alakhirata waAllahu ʿazeezun hakeemun

    Het is niet aan een profeet dat hij krijgsgevangenen moet hebben tot hij zijn kracht op aarde gevestigd heeft. Jullie wensen het goede van deze wereld, maar Allah wenst (voor jullie) het hiernamaals. En Allah is Almachtig, Alwijs.

  68. لَّوْلَا كِتَـٰبٌ مِّنَ ٱللَّهِ سَبَقَ لَمَسَّكُمْ فِيمَآ أَخَذْتُمْ عَذَابٌ عَظِيمٌ۝٦٨

    Lawla kitabun mina Allahi sabaqa lamassakum feema akhathtum ʿathabun ʿatheemun

    Als het niet een voorafgaand gebod van Allah was geweest dan zou een zware bestraffing jullie geraakt hebben voor wat jullie genomen hebben.

  69. فَكُلُوا۟ مِمَّا غَنِمْتُمْ حَلَـٰلًا طَيِّبًا ۚ وَٱتَّقُوا۟ ٱللَّهَ ۚ إِنَّ ٱللَّهَ غَفُورٌ رَّحِيمٌ۝٦٩

    Fakuloo mimma ghanimtum halalan tayyiban waittaqoo Allaha inna Allaha ghafoorun raheemun

    Eet dus van de oorlogsbuit die jullie hebben verkregen, wettig en goed. En vrees Allah, zeker, Allah is de meest Genadevolle, de meest Barmhartige.

  70. يَـٰٓأَيُّهَا ٱلنَّبِىُّ قُل لِّمَن فِىٓ أَيْدِيكُم مِّنَ ٱلْأَسْرَىٰٓ إِن يَعْلَمِ ٱللَّهُ فِى قُلُوبِكُمْ خَيْرًا يُؤْتِكُمْ خَيْرًا مِّمَّآ أُخِذَ مِنكُمْ وَيَغْفِرْ لَكُمْ ۗ وَٱللَّهُ غَفُورٌ رَّحِيمٌ۝٧٠

    Ya ayyuha alnnabiyyu qul liman fee aydeekum mina alasra in yaʿlami Allahu fee quloobikum khayran yutikum khayran mimma okhitha minkum wayaghfir lakum waAllahu ghafoorun raheemun

    O Profeet! Zeg tegen de gevangenen die in jouw handen zijn: “Als Allah iets goeds in jullie harten weet, dan geeft Hij jullie iets beters dan wat van jullie is afgenomen en Hij zal jullie vergeven." En Allah is de meest Genadevolle, de meest Barmhartige.

  71. وَإِن يُرِيدُوا۟ خِيَانَتَكَ فَقَدْ خَانُوا۟ ٱللَّهَ مِن قَبْلُ فَأَمْكَنَ مِنْهُمْ ۗ وَٱللَّهُ عَلِيمٌ حَكِيمٌ۝٧١

    Wain yureedoo khiyanataka faqad khanoo Allaha min qablu faamkana minhum waAllahu ʿaleemun hakeemun

    Maar als zij de bedoeling hebben jou te bedriegen, zij hebben voorheen ook Allah bedrogen. Dus gaf Hij (jou) macht over hen. En Allah is Alwetend, Alwijs.

  72. إِنَّ ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ وَهَاجَرُوا۟ وَجَـٰهَدُوا۟ بِأَمْوَٰلِهِمْ وَأَنفُسِهِمْ فِى سَبِيلِ ٱللَّهِ وَٱلَّذِينَ ءَاوَوا۟ وَّنَصَرُوٓا۟ أُو۟لَـٰٓئِكَ بَعْضُهُمْ أَوْلِيَآءُ بَعْضٍ ۚ وَٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ وَلَمْ يُهَاجِرُوا۟ مَا لَكُم مِّن وَلَـٰيَتِهِم مِّن شَىْءٍ حَتَّىٰ يُهَاجِرُوا۟ ۚ وَإِنِ ٱسْتَنصَرُوكُمْ فِى ٱلدِّينِ فَعَلَيْكُمُ ٱلنَّصْرُ إِلَّا عَلَىٰ قَوْمٍۭ بَيْنَكُمْ وَبَيْنَهُم مِّيثَـٰقٌ ۗ وَٱللَّهُ بِمَا تَعْمَلُونَ بَصِيرٌ۝٧٢

    Inna allatheena amanoo wahajaroo wajahadoo biamwalihim waanfusihim fee sabeeli Allahi waallatheena awaw wanasaroo olaika baʿduhum awliyao baʿdin waallatheena amanoo walam yuhajiroo ma lakum min walayatihim min shayin hatta yuhajiroo waini istansarookum fee alddeeni faʿalaykumu alnnasru illa ʿala qawmin baynakum wabaynahum meethaqun waAllahu bima taʿmaloona baseerun

    Waarlijk, degenen die geloofden, emigreerden en hard streefden en met hun bezit en met hun leven vochten voor de zaak van Allah en degenen die hen asiel verleenden en hulp – dit zijn allen bondgenoten van elkaar. En voor degenen die geloofden en niet emigreerden ben je niet verplicht hen te beschermen totdat zij emigreren, maar als zij jullie hulp in de godsdienst zoeken, is het jullie plicht hen te helpen, behalve tegen de mensen, waarmee jullie een verdrag van wederzijdse verbondenheid hebben afgesloten en Allah is de Alziende van wat jullie doen.

  73. وَٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ بَعْضُهُمْ أَوْلِيَآءُ بَعْضٍ ۚ إِلَّا تَفْعَلُوهُ تَكُن فِتْنَةٌ فِى ٱلْأَرْضِ وَفَسَادٌ كَبِيرٌ۝٧٣

    Waallatheena kafaroo baʿduhum awliyao baʿdin illa tafʿaloohu takun fitnatun fee alardi wafasadun kabeerun

    En de ongelovigen zijn bondgenoten voor elkaar (en) als jullie dat niet doen (elkaar hulp aanbieden) dan zal er verzoeking zijn en onderdrukking op aarde en groot onheil en corruptie.

  74. وَٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ وَهَاجَرُوا۟ وَجَـٰهَدُوا۟ فِى سَبِيلِ ٱللَّهِ وَٱلَّذِينَ ءَاوَوا۟ وَّنَصَرُوٓا۟ أُو۟لَـٰٓئِكَ هُمُ ٱلْمُؤْمِنُونَ حَقًّا ۚ لَّهُم مَّغْفِرَةٌ وَرِزْقٌ كَرِيمٌ۝٧٤

    Waallatheena amanoo wahajaroo wajahadoo fee sabeeli Allahi waallatheena awaw wanasaroo olaika humu almuminoona haqqan lahum maghfiratun warizqun kareemun

    En degenen die geloofden en emigreerden en hard streefden voor de zaak van Allah en degenen die hen (territoriaal) asiel en hulp verleenden: dit zijn de oprechte gelovigen. Voor hen is er vergiffenis en een waardige voorziening (in het paradijs).

  75. وَٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ مِنۢ بَعْدُ وَهَاجَرُوا۟ وَجَـٰهَدُوا۟ مَعَكُمْ فَأُو۟لَـٰٓئِكَ مِنكُمْ ۚ وَأُو۟لُوا۟ ٱلْأَرْحَامِ بَعْضُهُمْ أَوْلَىٰ بِبَعْضٍ فِى كِتَـٰبِ ٱللَّهِ ۗ إِنَّ ٱللَّهَ بِكُلِّ شَىْءٍ عَلِيمٌۢ۝٧٥

    Waallatheena amanoo min baʿdu wahajaroo wajahadoo maʿakum faolaika minkum waoloo alarhami baʿduhum awla bibaʿdin fee kitabi Allahi inna Allaha bikulli shayin ʿaleemun

    En degenen die na afloop geloofden, emigreerden en hard streefden met jou; zij behoren tot jullie. Maar bloedverwanten hebben voorrang bij de erfenis in het besluit van Allah. Waarlijk, Allah is Alwetend van alle zaken.

Veelgestelde vragen

Wat betekent de naam van soera Al-Anfal?

Al-Anfal betekent ‘De oorlogsbuit’.

In welke juz staat soera Al-Anfal?

Soera Al-Anfal strekt zich uit over juz 9 en 10.

Hoeveel verzen heeft soera Al-Anfal?

Soera Al-Anfal telt 75 verzen.

Is soera Al-Anfal Mekkaans of Medinaans?

Soera Al-Anfal is een Medinaanse soera.

Welk nummer heeft soera Al-Anfal?

Al-Anfal is de 8e soera van de Koran.

Bronnen

  • Arabic text: Tanzil Quran Text (Uthmani) (Tanzil Project, CC BY 3.0), reproduced without changes.
  • Translation: Dutch Islamic Center, from QuranEnc.com, version 2.0.10, reproduced without changes.
  • Transliteration: Tanzil.net English transliteration.
  • Recitation: Mishary Rashid Alafasy, via QuranicAudio.com and EveryAyah.com.
  • Word by word: recordings and meanings from Quran.com (Quran Foundation), played when you tap a word.
  • Madinah and IndoPak fonts (Settings): the text in those scripts and their fonts come from the Quran Foundation (Quran.com); the Madinah font is the King Fahd Glorious Quran Printing Complex's Uthmanic Hafs font.

Found a mistake? Report a mistake and we will check it against the source.

Leesinstellingen

Koranlettertype
Lettergrootte Arabisch
100%
Lettergrootte vertaling
100%
Thema

Zet op beginscherm

ReadSurahOpen ReadSurah schermvullend vanaf je startscherm. Soera’s die je al hebt gelezen, openen ook zonder internet.

  1. Tik in Safari op de deelknop. Op nieuwere iPhones staat die in het •••-menu.
  2. Tik op ‘Zet op beginscherm’. Scrol omlaag als je het niet ziet.
  3. Tik op ‘Voeg toe’.