سورة الإسراء

Soera Al-Isra in het Nederlands

De nachtreis

Mushaf

Mishary Rashid AlafasyMP3 downloadenPDF downloaden

Soera Al-Isra (الإسراء) is de 17e soera van de Koran en telt 111 verzen. De naam betekent ‘De nachtreis’. Het is een Mekkaanse soera, geopenbaard in Mekka vóór de Hidjra, en ze staat in juz 15.

Op deze pagina lees je soera Al-Isra volledig in het Arabisch, vers voor vers met de Nederlandse vertaling van het Dutch Islamic Center en de transliteratie, en kun je naar de recitatie luisteren.

Soera Al-Isra volledig: Arabisch, Nederlandse vertaling en transliteratie

بِسْمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحْمَـٰنِ ٱلرَّحِيمِ

  1. سُبْحَـٰنَ ٱلَّذِىٓ أَسْرَىٰ بِعَبْدِهِۦ لَيْلًا مِّنَ ٱلْمَسْجِدِ ٱلْحَرَامِ إِلَى ٱلْمَسْجِدِ ٱلْأَقْصَا ٱلَّذِى بَـٰرَكْنَا حَوْلَهُۥ لِنُرِيَهُۥ مِنْ ءَايَـٰتِنَآ ۚ إِنَّهُۥ هُوَ ٱلسَّمِيعُ ٱلْبَصِيرُ۝١

    Subhana allathee asra biʿabdihi laylan mina almasjidi alharami ila almasjidi alaqsa allathee barakna hawlahu linuriyahu min ayatina innahu huwa alssameeʿu albaseeru

    Verheerlijkt is Hij Die Zijn dienaar voor een nacht reis meenam van Al-Masjid al-Haram naar de verste Moskee (de Al Aqsa moskee) in de buurt die Wij gezegend hebben zodat Wij hem Onze tekenen kunnen laten zien. Waarlijk, Hij is de Alhorende, de Alziende.

  2. وَءَاتَيْنَا مُوسَى ٱلْكِتَـٰبَ وَجَعَلْنَـٰهُ هُدًى لِّبَنِىٓ إِسْرَٰٓءِيلَ أَلَّا تَتَّخِذُوا۟ مِن دُونِى وَكِيلًا۝٢

    Waatayna moosa alkitaba wajaʿalnahu hudan libanee israeela alla tattakhithoo min doonee wakeelan

    En Wij gaven Moesa het Boek en maken het tot een leiding voor de Kinderen van Israël (zeggende): “Neem niet een ander naast Mij tot beschermer. ”

  3. ذُرِّيَّةَ مَنْ حَمَلْنَا مَعَ نُوحٍ ۚ إِنَّهُۥ كَانَ عَبْدًا شَكُورًا۝٣

    Thurriyyata man hamalna maʿa noohin innahu kana ʿabdan shakooran

    Ook als leiding voor de nageslacht van degenen die Wij (in de ark) van Noeh hebben gedragen! Waarlijk, hij was een dankbare dienaar.

  4. وَقَضَيْنَآ إِلَىٰ بَنِىٓ إِسْرَٰٓءِيلَ فِى ٱلْكِتَـٰبِ لَتُفْسِدُنَّ فِى ٱلْأَرْضِ مَرَّتَيْنِ وَلَتَعْلُنَّ عُلُوًّا كَبِيرًا۝٤

    Waqadayna ila banee israeela fee alkitabi latufsidunna fee alardi marratayni walataʿlunna ʿuluwwan kabeeran

    En Wij hebben voor de Kinderen van Israël in het Boek bepaald dat jullie inderdaad twee maal ellende zullen verrichten op aarde en dat jullie bijzonder arrogant zullen worden!

  5. فَإِذَا جَآءَ وَعْدُ أُولَىٰهُمَا بَعَثْنَا عَلَيْكُمْ عِبَادًا لَّنَآ أُو۟لِى بَأْسٍ شَدِيدٍ فَجَاسُوا۟ خِلَـٰلَ ٱلدِّيَارِ ۚ وَكَانَ وَعْدًا مَّفْعُولًا۝٥

    Faitha jaa waʿdu oolahuma baʿathna ʿalaykum ʿibadan lana olee basin shadeedin fajasoo khilala alddiyari wakana waʿdan mafʿoolan

    Dus toen de belofte van de eerste twee beloften kwam, stuurden Wij tot jullie Onze dienaren, bezitters van zware kracht (die jullie een verschrikkelijke oorlog gaven). Zij kwamen in het allerbinnenste van jullie huizen. En de belofte van Allah komt altijd ten uitvoer.

  6. ثُمَّ رَدَدْنَا لَكُمُ ٱلْكَرَّةَ عَلَيْهِمْ وَأَمْدَدْنَـٰكُم بِأَمْوَٰلٍ وَبَنِينَ وَجَعَلْنَـٰكُمْ أَكْثَرَ نَفِيرًا۝٦

    Thumma radadna lakumu alkarrata ʿalayhim waamdadnakum biamwalin wabaneena wajaʿalnakum akthara nafeeran

    Toen gaven Wij jullie de overwinning over hen. En Wij hielpen jullie met welvaart en kinderen en maakten jullie talrijker in mankracht.

  7. إِنْ أَحْسَنتُمْ أَحْسَنتُمْ لِأَنفُسِكُمْ ۖ وَإِنْ أَسَأْتُمْ فَلَهَا ۚ فَإِذَا جَآءَ وَعْدُ ٱلْـَٔاخِرَةِ لِيَسُـۥٓـُٔوا۟ وُجُوهَكُمْ وَلِيَدْخُلُوا۟ ٱلْمَسْجِدَ كَمَا دَخَلُوهُ أَوَّلَ مَرَّةٍ وَلِيُتَبِّرُوا۟ مَا عَلَوْا۟ تَتْبِيرًا۝٧

    In ahsantum ahsantum lianfusikum wain asatum falaha faitha jaa waʿdu alakhirati liyasoooo wujoohakum waliyadkhuloo almasjida kama dakhaloohu awwala marratin waliyutabbiroo ma ʿalaw tatbeeran

    Als jullie goed doen, doen jullie goed voor jullie zelf, en als jullie kwaad doen (doen jullie dat) tegen jezelf. Toen de tweede belofte kwam voor de vervulling, (stonden Wij het jullie vijanden toe) om jullie gezichten te schaden en de Moskee (de Al Aqsa moskee) binnen te treden, zoals zij het reeds eerder binnentraden, en om alles wat in hun handen viel volledig te vernietigen.

  8. عَسَىٰ رَبُّكُمْ أَن يَرْحَمَكُمْ ۚ وَإِنْ عُدتُّمْ عُدْنَا ۘ وَجَعَلْنَا جَهَنَّمَ لِلْكَـٰفِرِينَ حَصِيرًا۝٨

    ʿAsa rabbukum an yarhamakum wain ʿudtum ʿudna wajaʿalna jahannama lilkafireena haseeran

    Wellicht dat jullie Heer jullie genadig zal zijn, maar als jullie terugkeren, dan zullen Wij (tot Onze bestraffing) terugkeren. En Wij hebben de hel tot een gevangenis van de ongelovigen gemaakt.

  9. إِنَّ هَـٰذَا ٱلْقُرْءَانَ يَهْدِى لِلَّتِى هِىَ أَقْوَمُ وَيُبَشِّرُ ٱلْمُؤْمِنِينَ ٱلَّذِينَ يَعْمَلُونَ ٱلصَّـٰلِحَـٰتِ أَنَّ لَهُمْ أَجْرًا كَبِيرًا۝٩

    Inna hatha alqurana yahdee lillatee hiya aqwamu wayubashshiru almumineena allatheena yaʿmaloona alssalihati anna lahum ajran kabeeran

    Waarlijk, deze Koran leidt tot datgene wat het rechtvaardigste en het beste is en geeft goed nieuws voor de gelovigen die goede werken verrichten, dat zij een grote beloning zullen verkrijgen.

  10. وَأَنَّ ٱلَّذِينَ لَا يُؤْمِنُونَ بِٱلْـَٔاخِرَةِ أَعْتَدْنَا لَهُمْ عَذَابًا أَلِيمًا۝١٠

    Waanna allatheena la yuminoona bialakhirati aʿtadna lahum ʿathaban aleeman

    En voor degenen die niet in het hiernamaals zullen geloven, voor hen hebben Wij een pijnlijke bestraffing voorbereid.

  11. وَيَدْعُ ٱلْإِنسَـٰنُ بِٱلشَّرِّ دُعَآءَهُۥ بِٱلْخَيْرِ ۖ وَكَانَ ٱلْإِنسَـٰنُ عَجُولًا۝١١

    Wayadʿu alinsanu bialshsharri duʿaahu bialkhayri wakana alinsanu ʿajoolan

    En de mens smeekt om het kwaade zoals hij voor het goede smeekt en de mens is haastig.

  12. وَجَعَلْنَا ٱلَّيْلَ وَٱلنَّهَارَ ءَايَتَيْنِ ۖ فَمَحَوْنَآ ءَايَةَ ٱلَّيْلِ وَجَعَلْنَآ ءَايَةَ ٱلنَّهَارِ مُبْصِرَةً لِّتَبْتَغُوا۟ فَضْلًا مِّن رَّبِّكُمْ وَلِتَعْلَمُوا۟ عَدَدَ ٱلسِّنِينَ وَٱلْحِسَابَ ۚ وَكُلَّ شَىْءٍ فَصَّلْنَـٰهُ تَفْصِيلًا۝١٢

    Wajaʿalna allayla waalnnahara ayatayni famahawna ayata allayli wajaʿalna ayata alnnahari mubsiratan litabtaghoo fadlan min rabbikum walitaʿlamoo ʿadada alssineena waalhisaba wakulla shayin fassalnahu tafseelan

    En Wij hebben de nacht en de dag tot twee tekenen gemaakt. Toen hebben Wij het teken van de nacht donker gemaakt en het teken van de dag heldergemaakt, opdat jullie de gunst van jullie Heer zoeken en dat jullie de jaartelling en de berekening zullen kennen. En Wij hebben alles duidelijk uitgelegd.

  13. وَكُلَّ إِنسَـٰنٍ أَلْزَمْنَـٰهُ طَـٰٓئِرَهُۥ فِى عُنُقِهِۦ ۖ وَنُخْرِجُ لَهُۥ يَوْمَ ٱلْقِيَـٰمَةِ كِتَـٰبًا يَلْقَىٰهُ مَنشُورًا۝١٣

    Wakulla insanin alzamnahu tairahu fee ʿunuqihi wanukhriju lahu yawma alqiyamati kitaban yalqahu manshooran

    En Wij hebben (de voorbestemde) daden van iedereen om zijn nek vastgemaakt, en op de Dag der Opstanding zullen Wij een boek voor hem tevoorschijn brengen, dat hij wijd geopend zal vinden.

  14. ٱقْرَأْ كِتَـٰبَكَ كَفَىٰ بِنَفْسِكَ ٱلْيَوْمَ عَلَيْكَ حَسِيبًا۝١٤

    Iqra kitabaka kafa binafsika alyawma ʿalayka haseeban

    (Er zal tegen hem gezegd worden): “Lees je boek. Jij bent zelf genoeg voor jezelf als berekenaar op deze Dag.”

  15. مَّنِ ٱهْتَدَىٰ فَإِنَّمَا يَهْتَدِى لِنَفْسِهِۦ ۖ وَمَن ضَلَّ فَإِنَّمَا يَضِلُّ عَلَيْهَا ۚ وَلَا تَزِرُ وَازِرَةٌ وِزْرَ أُخْرَىٰ ۗ وَمَا كُنَّا مُعَذِّبِينَ حَتَّىٰ نَبْعَثَ رَسُولًا۝١٥

    Mani ihtada fainnama yahtadee linafsihi waman dalla fainnama yadillu ʿalayha wala taziru waziratun wizra okhra wama kunna muʿaththibeena hatta nabʿatha rasoolan

    Iedereen die geleid wordt, wordt slechts geleid ten baten van zichzelf. En iedereen die dwaalt, dwaalt slecht voor zijn eigen verlies. Geen kan de last van een ander dragen. En Wij bestraffen nooit (iemand van jullie) tot Wij een boodschapper hebben gezonden (die verduidelijkt wat er van jullie wordt verwacht).

  16. وَإِذَآ أَرَدْنَآ أَن نُّهْلِكَ قَرْيَةً أَمَرْنَا مُتْرَفِيهَا فَفَسَقُوا۟ فِيهَا فَحَقَّ عَلَيْهَا ٱلْقَوْلُ فَدَمَّرْنَـٰهَا تَدْمِيرًا۝١٦

    Waitha aradna an nuhlika qaryatan amarna mutrafeeha fafasaqoo feeha fahaqqa ʿalayha alqawlu fadammarnaha tadmeeran

    En als Wij besluiten om een stad te vernietigen. Sturen Wij een laatste bevel voor degenen onder hen die het goede nieuws volgen van dit leven is gegeven, vervolgens overtreden zij het en dus het woord (van bestraffing) is tegen hen gerechtvaardigd. Dan vernietigen Wij het met een volledige vernietiging.

  17. وَكَمْ أَهْلَكْنَا مِنَ ٱلْقُرُونِ مِنۢ بَعْدِ نُوحٍ ۗ وَكَفَىٰ بِرَبِّكَ بِذُنُوبِ عِبَادِهِۦ خَبِيرًۢا بَصِيرًا۝١٧

    Wakam ahlakna mina alqurooni min baʿdi noohin wakafa birabbika bithunoobi ʿibadihi khabeeran baseeran

    En hoeveel generaties hebben Wij na Noeh vernietigd! En jullie Heer is voldoende als Alwetende en Alziende van de zonden van Zijn dienaren.

  18. مَّن كَانَ يُرِيدُ ٱلْعَاجِلَةَ عَجَّلْنَا لَهُۥ فِيهَا مَا نَشَآءُ لِمَن نُّرِيدُ ثُمَّ جَعَلْنَا لَهُۥ جَهَنَّمَ يَصْلَىٰهَا مَذْمُومًا مَّدْحُورًا۝١٨

    Man kana yureedu alʿajilata ʿajjalna lahu feeha ma nashao liman nureedu thumma jaʿalna lahu jahannama yaslaha mathmooman madhooran

    Iedereen die het haastige wenst, geven Wij wat Wij willen voor degenen die Wij willen. Dan, erna, hebben Wij de hel voor hem aangewezen, hij zal daarin vernederd en verworpen branden – ver van Allah Zijn genade verwijderd.

  19. وَمَنْ أَرَادَ ٱلْـَٔاخِرَةَ وَسَعَىٰ لَهَا سَعْيَهَا وَهُوَ مُؤْمِنٌ فَأُو۟لَـٰٓئِكَ كَانَ سَعْيُهُم مَّشْكُورًا۝١٩

    Waman arada alakhirata wasaʿa laha saʿyaha wahuwa muminun faolaika kana saʿyuhum mashkooran

    En iedereen die het hiernamaals wenst en daarvoor streeft, met de nodige inspanning voor het terwijl hij een gelovige is, zij zullen degenen zijn wiens streven gewaardeerd wordt, dankend en belonend.

  20. كُلًّا نُّمِدُّ هَـٰٓؤُلَآءِ وَهَـٰٓؤُلَآءِ مِنْ عَطَآءِ رَبِّكَ ۚ وَمَا كَانَ عَطَآءُ رَبِّكَ مَحْظُورًا۝٢٠

    Kullan numiddu haolai wahaolai min ʿatai rabbika wama kana ʿatao rabbika mahthooran

    Voor ieder – de ene zowel als de ander – geven Wij de overvloed van jullie Heer. En de overvloed van jullie Heer kan nooit verboden worden.

  21. ٱنظُرْ كَيْفَ فَضَّلْنَا بَعْضَهُمْ عَلَىٰ بَعْضٍ ۚ وَلَلْـَٔاخِرَةُ أَكْبَرُ دَرَجَـٰتٍ وَأَكْبَرُ تَفْضِيلًا۝٢١

    Onthur kayfa faddalna baʿdahum ʿala baʿdin walalakhiratu akbaru darajatin waakbaru tafdeelan

    Zie hoe Wij aan de ene boven de ander hebben verkozen en waarlijk, het hiernamaals zal hoger in rang en in waardering zijn.

  22. لَّا تَجْعَلْ مَعَ ٱللَّهِ إِلَـٰهًا ءَاخَرَ فَتَقْعُدَ مَذْمُومًا مَّخْذُولًا۝٢٢

    La tajʿal maʿa Allahi ilahan akhara fataqʿuda mathmooman makhthoolan

    Ken aan Allah geen andere god toe (o mens)! Of jij zult vernederd worden en achter worden gelaten.

  23. ۞ وَقَضَىٰ رَبُّكَ أَلَّا تَعْبُدُوٓا۟ إِلَّآ إِيَّاهُ وَبِٱلْوَٰلِدَيْنِ إِحْسَـٰنًا ۚ إِمَّا يَبْلُغَنَّ عِندَكَ ٱلْكِبَرَ أَحَدُهُمَآ أَوْ كِلَاهُمَا فَلَا تَقُل لَّهُمَآ أُفٍّ وَلَا تَنْهَرْهُمَا وَقُل لَّهُمَا قَوْلًا كَرِيمًا۝٢٣

    Waqada rabbuka alla taʿbudoo illa iyyahu wabialwalidayni ihsanan imma yablughanna ʿindaka alkibara ahaduhuma aw kilahuma fala taqul lahuma offin wala tanharhuma waqul lahuma qawlan kareeman

    En jullie Heer heeft bepaald (en bevolen) dat jullie (niets of niemand) zullen aanbidden buiten Hem (zoals het pure monotheïsme dit ook voorschrijft), en dat jullie plichtsgetrouw (en gehoorzaam) zullen zijn naar jullie ouders toe (tenzij dit ongehoorzaamheid aan Allah inhoudt). En als één van hen of beide, in jouw levensloop een hoge ouderdom bereiken, zeg dan nooit een oneerbiedig woord tegen hen (en vooral niet als zij in nood zijn aan jouw hulp, verzorging of ondersteuning). En snauw hen niet af (door jouw stem tegen hen te verheffen, of door niet netjes te zijn tegen hen) , maar spreek hen aan met respectvolle woorden.1

    Voetnoten
    [1] In dit vers komt het erop neer dat wij onze ouders behandelen zoals zij ons van kinds af aan hebben behandeld, verzorgd en ondersteund.
  24. وَٱخْفِضْ لَهُمَا جَنَاحَ ٱلذُّلِّ مِنَ ٱلرَّحْمَةِ وَقُل رَّبِّ ٱرْحَمْهُمَا كَمَا رَبَّيَانِى صَغِيرًا۝٢٤

    Waikhfid lahuma janaha alththulli mina alrrahmati waqul rabbi irhamhuma kama rabbayanee sagheeran

    En laat de vleugel van onderwerping en nederigheid door genade over hen neerdalen en zeg: “Onze Heer! Geef hen Uw genade, Zoals zij mij ook hebben mij opgevoed toen ik klein was.”

  25. رَّبُّكُمْ أَعْلَمُ بِمَا فِى نُفُوسِكُمْ ۚ إِن تَكُونُوا۟ صَـٰلِحِينَ فَإِنَّهُۥ كَانَ لِلْأَوَّٰبِينَ غَفُورًا۝٢٥

    Rabbukum aʿlamu bima fee nufoosikum in takoonoo saliheena fainnahu kana lilawwabeena ghafooran

    Jullie Heer weet het beste wat in jullie innerlijk aanwezig is. Als jullie rechtvaardig zijn dan, waarlijk, is Hij altijd de meest vergevende voor degenen die zich steeds opnieuw in gehoorzaamheid en berouw tot Hem keren.

  26. وَءَاتِ ذَا ٱلْقُرْبَىٰ حَقَّهُۥ وَٱلْمِسْكِينَ وَٱبْنَ ٱلسَّبِيلِ وَلَا تُبَذِّرْ تَبْذِيرًا۝٢٦

    Waati tha alqurba haqqahu waalmiskeena waibna alssabeeli wala tubaththir tabtheeran

    En geef aan de verwanten, de armen en de reizigers hun recht. En verspil niet door meer uit te geven (om zo anderen dan Allah te behagen).

  27. إِنَّ ٱلْمُبَذِّرِينَ كَانُوٓا۟ إِخْوَٰنَ ٱلشَّيَـٰطِينِ ۖ وَكَانَ ٱلشَّيْطَـٰنُ لِرَبِّهِۦ كَفُورًا۝٢٧

    Inna almubaththireena kanoo ikhwana alshshayateeni wakana alshshaytanu lirabbihi kafooran

    Waarlijk, verspillers zijn de broeders (en de fans) van Shaytaan, en de duivel is altijd ondankbaar aan zijn Heer.

  28. وَإِمَّا تُعْرِضَنَّ عَنْهُمُ ٱبْتِغَآءَ رَحْمَةٍ مِّن رَّبِّكَ تَرْجُوهَا فَقُل لَّهُمْ قَوْلًا مَّيْسُورًا۝٢٨

    Waimma tuʿridanna ʿanhumu ibtighaa rahmatin min rabbika tarjooha faqul lahum qawlan maysooran

    En als jij (o Mohammed) je afkeert van hen, strevend naar de genade van je Heer, spreek dan met zachte woorden tot hen.

  29. وَلَا تَجْعَلْ يَدَكَ مَغْلُولَةً إِلَىٰ عُنُقِكَ وَلَا تَبْسُطْهَا كُلَّ ٱلْبَسْطِ فَتَقْعُدَ مَلُومًا مَّحْسُورًا۝٢٩

    Wala tajʿal yadaka maghloolatan ila ʿunuqika wala tabsutha kulla albasti fataqʿuda malooman mahsooran

    En laat niet jullie handen gebonden aan jullie nek, noch strekt het tot het uiterste uit anders blijf jij vol met verwijt en spijt achter.

  30. إِنَّ رَبَّكَ يَبْسُطُ ٱلرِّزْقَ لِمَن يَشَآءُ وَيَقْدِرُ ۚ إِنَّهُۥ كَانَ بِعِبَادِهِۦ خَبِيرًۢا بَصِيرًا۝٣٠

    Inna rabbaka yabsutu alrrizqa liman yashao wayaqdiru innahu kana biʿibadihi khabeeran baseeran

    Waarlijk, jullie Heer schenkt de voorziening aan wie Hij wil en Hij beperkt (voor wie Hij wil). Waarlijk. Hij is altijd Alwetend, Alziend van Zijn dienaren .

  31. وَلَا تَقْتُلُوٓا۟ أَوْلَـٰدَكُمْ خَشْيَةَ إِمْلَـٰقٍ ۖ نَّحْنُ نَرْزُقُهُمْ وَإِيَّاكُمْ ۚ إِنَّ قَتْلَهُمْ كَانَ خِطْـًٔا كَبِيرًا۝٣١

    Wala taqtuloo awladakum khashyata imlaqin nahnu narzuquhum waiyyakum inna qatlahum kana khitan kabeeran

    (Als jullie er van overtuigd zijn dat Allah de Voorziener is), dood jullie kinderen dan niet uit angst voor armoede (en ellende). Het zijn Wij Die zowel jullie kinderen als julliezelf voorzien. Voorzeker, hen doden is een enorm grote (en onmenselijke) zonde.

  32. وَلَا تَقْرَبُوا۟ ٱلزِّنَىٰٓ ۖ إِنَّهُۥ كَانَ فَـٰحِشَةً وَسَآءَ سَبِيلًا۝٣٢

    Wala taqraboo alzzina innahu kana fahishatan wasaa sabeelan

    En nader het overspel niet (maar houd ook afstand van al haar aanleidingen). Waarlijk, het is een zedeloosheid (die niet alleen indruist tegen de natuurlijke aarde maar ook tegen Allah Zijn wetten) en een kwade weg.

  33. وَلَا تَقْتُلُوا۟ ٱلنَّفْسَ ٱلَّتِى حَرَّمَ ٱللَّهُ إِلَّا بِٱلْحَقِّ ۗ وَمَن قُتِلَ مَظْلُومًا فَقَدْ جَعَلْنَا لِوَلِيِّهِۦ سُلْطَـٰنًا فَلَا يُسْرِف فِّى ٱلْقَتْلِ ۖ إِنَّهُۥ كَانَ مَنصُورًا۝٣٣

    Wala taqtuloo alnnafsa allatee harrama Allahu illa bialhaqqi waman qutila mathlooman faqad jaʿalna liwaliyyihi sultanan fala yusrif fee alqatli innahu kana mansooran

    En dood niet de ziel waarover Allah een verbod heeft uitgesproken, behalve voor een gerechtelijke zaak. En ieder die doodt daarvoor hebben Wij de erfgenamen het gezag gegeven. Maar laat hen niet de grenzen van het nemen van een leven overtreden. Waarlijk, hij wordt geholpen.

  34. وَلَا تَقْرَبُوا۟ مَالَ ٱلْيَتِيمِ إِلَّا بِٱلَّتِى هِىَ أَحْسَنُ حَتَّىٰ يَبْلُغَ أَشُدَّهُۥ ۚ وَأَوْفُوا۟ بِٱلْعَهْدِ ۖ إِنَّ ٱلْعَهْدَ كَانَ مَسْـُٔولًا۝٣٤

    Wala taqraboo mala alyateemi illa biallatee hiya ahsanu hatta yablugha ashuddahu waawfoo bialʿahdi inna alʿahda kana masoolan

    En nader de bezittingen van de wees niet behalve op goede wijze tot hij de leeftijd van volle kracht heeft bereikt. En vervul elk verbond. Waarlijk! Over het verbond zal gevraagd worden.

  35. وَأَوْفُوا۟ ٱلْكَيْلَ إِذَا كِلْتُمْ وَزِنُوا۟ بِٱلْقِسْطَاسِ ٱلْمُسْتَقِيمِ ۚ ذَٰلِكَ خَيْرٌ وَأَحْسَنُ تَأْوِيلًا۝٣٥

    Waawfoo alkayla itha kiltum wazinoo bialqistasi almustaqeemi thalika khayrun waahsanu taweelan

    En geef de volle maat wanneer jullie wegen en weeg met een geijkte balans. Dat is goed en leidt naar een goed eind.

  36. وَلَا تَقْفُ مَا لَيْسَ لَكَ بِهِۦ عِلْمٌ ۚ إِنَّ ٱلسَّمْعَ وَٱلْبَصَرَ وَٱلْفُؤَادَ كُلُّ أُو۟لَـٰٓئِكَ كَانَ عَنْهُ مَسْـُٔولًا۝٣٦

    Wala taqfu ma laysa laka bihi ʿilmun inna alssamʿa waalbasara waalfuada kullu olaika kana ʿanhu masoolan

    En volg niet waarvan je geen kennis hebt. Waarlijk! Het gehoor, het gezicht en het hart ieder zal ondervraagd worden.

  37. وَلَا تَمْشِ فِى ٱلْأَرْضِ مَرَحًا ۖ إِنَّكَ لَن تَخْرِقَ ٱلْأَرْضَ وَلَن تَبْلُغَ ٱلْجِبَالَ طُولًا۝٣٧

    Wala tamshi fee alardi marahan innaka lan takhriqa alarda walan tablugha aljibala toolan

    En loop niet verwaand en arrogant over de aarde. Waarlijk, jullie kunnen de aarde noch doorboren noch in haar doordringen, noch kunnen jullie het formaat van een berg in de hoogte krijgen.

  38. كُلُّ ذَٰلِكَ كَانَ سَيِّئُهُۥ عِندَ رَبِّكَ مَكْرُوهًا۝٣٨

    Kullu thalika kana sayyiohu ʿinda rabbika makroohan

    Alle slechte eigenschappen hiervan zijn bij jullie Heer gehaat.

  39. ذَٰلِكَ مِمَّآ أَوْحَىٰٓ إِلَيْكَ رَبُّكَ مِنَ ٱلْحِكْمَةِ ۗ وَلَا تَجْعَلْ مَعَ ٱللَّهِ إِلَـٰهًا ءَاخَرَ فَتُلْقَىٰ فِى جَهَنَّمَ مَلُومًا مَّدْحُورًا۝٣٩

    Thalika mimma awha ilayka rabbuka mina alhikmati wala tajʿal maʿa Allahi ilahan akhara fatulqa fee jahannama malooman madhooran

    Dit is (een deel) van de wijsheid wat jouw Heer aan je geopenbaard heeft. En ken aan Allah geen andere god toe zodat je niet in de hel wordt gegooid, schuldig en verworpen – van Allah Zijn genade.

  40. أَفَأَصْفَىٰكُمْ رَبُّكُم بِٱلْبَنِينَ وَٱتَّخَذَ مِنَ ٱلْمَلَـٰٓئِكَةِ إِنَـٰثًا ۚ إِنَّكُمْ لَتَقُولُونَ قَوْلًا عَظِيمًا۝٤٠

    Afaasfakum rabbukum bialbaneena waittakhatha mina almalaikati inathan innakum lataqooloona qawlan ʿatheeman

    Heeft dan jullie Heer jullie verkozen middels jullie zonen of heeft hij van de engelen dochters genomen? Waarlijk! Jullie zeggen zeker iets vreselijks.

  41. وَلَقَدْ صَرَّفْنَا فِى هَـٰذَا ٱلْقُرْءَانِ لِيَذَّكَّرُوا۟ وَمَا يَزِيدُهُمْ إِلَّا نُفُورًا۝٤١

    Walaqad sarrafna fee hatha alqurani liyaththakkaroo wama yazeeduhum illa nufooran

    En zeker, Wij hebben in deze Qor’aan uitgelegd zodat zij acht mogen slaan, maar het doet hen in slechtheid en tegenzin vermeerderen.

  42. قُل لَّوْ كَانَ مَعَهُۥٓ ءَالِهَةٌ كَمَا يَقُولُونَ إِذًا لَّٱبْتَغَوْا۟ إِلَىٰ ذِى ٱلْعَرْشِ سَبِيلًا۝٤٢

    Qul law kana maʿahu alihatun kama yaqooloona ithan laibtaghaw ila thee alʿarshi sabeelan

    Zeg: “Als er andere goden waren geweest samen met Allah wat zij toekennen, dan zouden zij zeker een weg naar de Heer van de Troon hebben gezocht.”

  43. سُبْحَـٰنَهُۥ وَتَعَـٰلَىٰ عَمَّا يَقُولُونَ عُلُوًّا كَبِيرًا۝٤٣

    Subhanahu wataʿala ʿamma yaqooloona ʿuluwwan kabeeran

    Verheerlijkt en verheven is Hij! Van het grote leugen dat zij vertellen!

  44. تُسَبِّحُ لَهُ ٱلسَّمَـٰوَٰتُ ٱلسَّبْعُ وَٱلْأَرْضُ وَمَن فِيهِنَّ ۚ وَإِن مِّن شَىْءٍ إِلَّا يُسَبِّحُ بِحَمْدِهِۦ وَلَـٰكِن لَّا تَفْقَهُونَ تَسْبِيحَهُمْ ۗ إِنَّهُۥ كَانَ حَلِيمًا غَفُورًا۝٤٤

    Tusabbihu lahu alssamawatu alssabʿu waalardu waman feehinna wain min shayin illa yusabbihu bihamdihi walakin la tafqahoona tasbeehahum innahu kana haleeman ghafooran

    De zeven hemelen en de aarde en alles wat daarin is verheerlijken Hem en er is niets dat Hem niet verheerlijkt met zijn lofprijzingen. Maar jullie begrijpen hun verheerlijking niet. Waarlijk, Hij is meest Verdraagzaam, meest Vergevend.

  45. وَإِذَا قَرَأْتَ ٱلْقُرْءَانَ جَعَلْنَا بَيْنَكَ وَبَيْنَ ٱلَّذِينَ لَا يُؤْمِنُونَ بِٱلْـَٔاخِرَةِ حِجَابًا مَّسْتُورًا۝٤٥

    Waitha qarata alqurana jaʿalna baynaka wabayna allatheena la yuminoona bialakhirati hijaban mastooran

    En als jij de Koran reciteert dan zetten Wij tussen jou en degenen die niet geloven in het hiernamaals, een sluier zodat zij het niet zullen horen.

  46. وَجَعَلْنَا عَلَىٰ قُلُوبِهِمْ أَكِنَّةً أَن يَفْقَهُوهُ وَفِىٓ ءَاذَانِهِمْ وَقْرًا ۚ وَإِذَا ذَكَرْتَ رَبَّكَ فِى ٱلْقُرْءَانِ وَحْدَهُۥ وَلَّوْا۟ عَلَىٰٓ أَدْبَـٰرِهِمْ نُفُورًا۝٤٦

    Wajaʿalna ʿala quloobihim akinnatan an yafqahoohu wafee athanihim waqran waitha thakarta rabbaka fee alqurani wahdahu wallaw ʿala adbarihim nufooran

    En Wij hebben een sluier over hun harten geplaatst dus zij zullen het niet begrijpen, en in hun oren doofheid. En wanneer jij alleen jouw Heer in de Koran noemt, keren zij hun rug toe, vluchtend in extreme afkeer.

  47. نَّحْنُ أَعْلَمُ بِمَا يَسْتَمِعُونَ بِهِۦٓ إِذْ يَسْتَمِعُونَ إِلَيْكَ وَإِذْ هُمْ نَجْوَىٰٓ إِذْ يَقُولُ ٱلظَّـٰلِمُونَ إِن تَتَّبِعُونَ إِلَّا رَجُلًا مَّسْحُورًا۝٤٧

    Nahnu aʿlamu bima yastamiʿoona bihi ith yastamiʿoona ilayka waith hum najwa ith yaqoolu alththalimoona in tattabiʿoona illa rajulan mashooran

    Wij weten het beste waar zij naar luisteren, als zij naar jou luisteren. En wanneer zij in het geheim beraadslagen, dan hoor je de onrechtvaardigen zeggen: “Jullie volgen niemand anders dan een behekste man.”

  48. ٱنظُرْ كَيْفَ ضَرَبُوا۟ لَكَ ٱلْأَمْثَالَ فَضَلُّوا۟ فَلَا يَسْتَطِيعُونَ سَبِيلًا۝٤٨

    Onthur kayfa daraboo laka alamthala fadalloo fala yastateeʿoona sabeelan

    Kijk dan wat voor voorbeelden zij voor jou hebben gegeven. Zij dwalen dus af en nooit zullen zij de weg vinden.

  49. وَقَالُوٓا۟ أَءِذَا كُنَّا عِظَـٰمًا وَرُفَـٰتًا أَءِنَّا لَمَبْعُوثُونَ خَلْقًا جَدِيدًا۝٤٩

    Waqaloo aitha kunna ʿithaman warufatan ainna lamabʿoothoona khalqan jadeedan

    En zij zeggen: “Als wij (tot) botten en stof (zijn geworden) zullen wij dan echt als een nieuwe schepping herrijzen?”

  50. ۞ قُلْ كُونُوا۟ حِجَارَةً أَوْ حَدِيدًا۝٥٠

    Qul koonoo hijaratan aw hadeedan

    Zeg: “Wees stenen of ijzer,”

  51. أَوْ خَلْقًا مِّمَّا يَكْبُرُ فِى صُدُورِكُمْ ۚ فَسَيَقُولُونَ مَن يُعِيدُنَا ۖ قُلِ ٱلَّذِى فَطَرَكُمْ أَوَّلَ مَرَّةٍ ۚ فَسَيُنْغِضُونَ إِلَيْكَ رُءُوسَهُمْ وَيَقُولُونَ مَتَىٰ هُوَ ۖ قُلْ عَسَىٰٓ أَن يَكُونَ قَرِيبًا۝٥١

    Aw khalqan mimma yakburu fee sudoorikum fasayaqooloona man yuʿeeduna quli allathee fatarakum awwala marratin fasayunghidoona ilayka ruoosahum wayaqooloona mata huwa qul ʿasa an yakoona qareeban

    Of een geschapen object wat nog groter in jullie borsten is (belangrijker).” Dan zullen zij zeggen: “Wie zal ons weer (tot leven) brengen?” Zeg: “Hij Die jullie al eerder heeft geschapen!” Dan zullen zij tot jou met hun hoofd schudden en zeggen: “Wanneer zal dat zijn?” Zeg: “Wellicht is het al gauw!”

  52. يَوْمَ يَدْعُوكُمْ فَتَسْتَجِيبُونَ بِحَمْدِهِۦ وَتَظُنُّونَ إِن لَّبِثْتُمْ إِلَّا قَلِيلًا۝٥٢

    Yawma yadʿookum fatastajeeboona bihamdihi watathunnoona in labithtum illa qaleelan

    Op de Dag dat Hij jullie zal roepen en jullie zullen dan gehoor geven met zijn lofprijzing. En jullie zullen denken dat jullie (in deze wereld) maar een korte tijd hebben verbleven!

  53. وَقُل لِّعِبَادِى يَقُولُوا۟ ٱلَّتِى هِىَ أَحْسَنُ ۚ إِنَّ ٱلشَّيْطَـٰنَ يَنزَغُ بَيْنَهُمْ ۚ إِنَّ ٱلشَّيْطَـٰنَ كَانَ لِلْإِنسَـٰنِ عَدُوًّا مُّبِينًا۝٥٣

    Waqul liʿibadee yaqooloo allatee hiya ahsanu inna alshshaytana yanzaghu baynahum inna alshshaytana kana lilinsani ʿaduwwan mubeenan

    (O Mohammed), zeg tegen Mijn (gelovige) dienaren dat zij enkel met goede woorden aanspreken. Want voorzeker, Shaytaan probeert slechts hun onderlinge relaties te verslechten. Zeker, Shaytaan is voor de mens een duidelijke vijand.

  54. رَّبُّكُمْ أَعْلَمُ بِكُمْ ۖ إِن يَشَأْ يَرْحَمْكُمْ أَوْ إِن يَشَأْ يُعَذِّبْكُمْ ۚ وَمَآ أَرْسَلْنَـٰكَ عَلَيْهِمْ وَكِيلًا۝٥٤

    Rabbukum aʿlamu bikum in yasha yarhamkum aw in yasha yuʿaththibkum wama arsalnaka ʿalayhim wakeelan

    Jullie Heer kent jullie het beste, als Hij wil dan is Hij genadig voor jullie, of als Hij wil dan bestraft Hij jullie. En Wij hebben jou niet gestuurd als een hoeder (aandringer) over hen.

  55. وَرَبُّكَ أَعْلَمُ بِمَن فِى ٱلسَّمَـٰوَٰتِ وَٱلْأَرْضِ ۗ وَلَقَدْ فَضَّلْنَا بَعْضَ ٱلنَّبِيِّـۧنَ عَلَىٰ بَعْضٍ ۖ وَءَاتَيْنَا دَاوُۥدَ زَبُورًا۝٥٥

    Warabbuka aʿlamu biman fee alssamawati waalardi walaqad faddalna baʿda alnnabiyyeena ʿala baʿdin waatayna dawooda zabooran

    En jullie Heer kent het beste alles wat in de hemelen is en wat op aarde is en voorwaar Wij hebben aan een paar van de Profeten de voorkeur gegeven boven anderen en aan Dawoed gaven Wij de Psalmen.

  56. قُلِ ٱدْعُوا۟ ٱلَّذِينَ زَعَمْتُم مِّن دُونِهِۦ فَلَا يَمْلِكُونَ كَشْفَ ٱلضُّرِّ عَنكُمْ وَلَا تَحْوِيلًا۝٥٦

    Quli odʿu allatheena zaʿamtum min doonihi fala yamlikoona kashfa alddurri ʿankum wala tahweelan

    Zeg (o Mohammed), “Roep degenen naast Hem - die jullie hebben veronderstelt. Zij hebben noch de macht om de tegenspoed bij jullie te laten verwijderen noch om het te veranderen."

  57. أُو۟لَـٰٓئِكَ ٱلَّذِينَ يَدْعُونَ يَبْتَغُونَ إِلَىٰ رَبِّهِمُ ٱلْوَسِيلَةَ أَيُّهُمْ أَقْرَبُ وَيَرْجُونَ رَحْمَتَهُۥ وَيَخَافُونَ عَذَابَهُۥٓ ۚ إِنَّ عَذَابَ رَبِّكَ كَانَ مَحْذُورًا۝٥٧

    Olaika allatheena yadʿoona yabtaghoona ila rabbihimu alwaseelata ayyuhum aqrabu wayarjoona rahmatahu wayakhafoona ʿathabahu inna ʿathaba rabbika kana mahthooran

    Degenen die zij aanroepen verlangen middelen om nader tot hun Heer te komen en zij hopen op Zijn genade en vrezen Zijn bestraffing. Waarlijk de bestraffing van jullie Heer is iets om waakzaam voor te zijn.

  58. وَإِن مِّن قَرْيَةٍ إِلَّا نَحْنُ مُهْلِكُوهَا قَبْلَ يَوْمِ ٱلْقِيَـٰمَةِ أَوْ مُعَذِّبُوهَا عَذَابًا شَدِيدًا ۚ كَانَ ذَٰلِكَ فِى ٱلْكِتَـٰبِ مَسْطُورًا۝٥٨

    Wain min qaryatin illa nahnu muhlikooha qabla yawmi alqiyamati aw muʿaththibooha ʿathaban shadeedan kana thalika fee alkitabi mastooran

    En er is geen stad of Wij zullen het voor de Dag der Opstanding vernietigen of het met een zware bestraffing straffen. Dit is geschreven in het Boek (in de Loeh el Mahfoez).

  59. وَمَا مَنَعَنَآ أَن نُّرْسِلَ بِٱلْـَٔايَـٰتِ إِلَّآ أَن كَذَّبَ بِهَا ٱلْأَوَّلُونَ ۚ وَءَاتَيْنَا ثَمُودَ ٱلنَّاقَةَ مُبْصِرَةً فَظَلَمُوا۟ بِهَا ۚ وَمَا نُرْسِلُ بِٱلْـَٔايَـٰتِ إِلَّا تَخْوِيفًا۝٥٩

    Wama manaʿana an nursila bialayati illa an kaththaba biha alawwaloona waatayna thamooda alnnaqata mubsiratan fathalamoo biha wama nursilu bialayati illa takhweefan

    En niets weerhoudt Ons om de tekenen neer te zenden behalve dat de eersten (mensen) het ontkennen. En Wij stuurden een kamelin naar de Thamoed als een duidelijk teken, maar zij deden haar onrecht aan. En Wij stuurden de tekenen niet anders dan als waarschuwing en om hen bang te maken (voor de vernietiging).

  60. وَإِذْ قُلْنَا لَكَ إِنَّ رَبَّكَ أَحَاطَ بِٱلنَّاسِ ۚ وَمَا جَعَلْنَا ٱلرُّءْيَا ٱلَّتِىٓ أَرَيْنَـٰكَ إِلَّا فِتْنَةً لِّلنَّاسِ وَٱلشَّجَرَةَ ٱلْمَلْعُونَةَ فِى ٱلْقُرْءَانِ ۚ وَنُخَوِّفُهُمْ فَمَا يَزِيدُهُمْ إِلَّا طُغْيَـٰنًا كَبِيرًا۝٦٠

    Waith qulna laka inna rabbaka ahata bialnnasi wama jaʿalna alrruya allatee araynaka illa fitnatan lilnnasi waalshshajarata almalʿoonata fee alqurani wanukhawwifuhum fama yazeeduhum illa tughyanan kabeeran

    En (gedenk) dat toen Wij jullie vertelden: “Waarlijk! Jullie Heer heeft de mensheid omringd.” En Wij schonken het inzicht wat Wij aan jou als een beproeving voor de mensheid lieten zien en ook de vervloekte boom in de Qor’aan, Wij waarschuwden en maakten hen bang maar het deed hen slechts toenemen in slechtheid, een groot ongeloof, onderdrukking en ongehoorzaamheid aan Allah.

  61. وَإِذْ قُلْنَا لِلْمَلَـٰٓئِكَةِ ٱسْجُدُوا۟ لِـَٔادَمَ فَسَجَدُوٓا۟ إِلَّآ إِبْلِيسَ قَالَ ءَأَسْجُدُ لِمَنْ خَلَقْتَ طِينًا۝٦١

    Waith qulna lilmalaikati osjudoo liadama fasajadoo illa ibleesa qala aasjudu liman khalaqta teenan

    En (gedenk) toen Wij tot de engelen zeiden: “Kniel neer voor Adam.” Zij knielden neer behalve Iblies. Hij zei: “Zal ik neer knielen voor iemand die U uit klei geschapen heeft?”

  62. قَالَ أَرَءَيْتَكَ هَـٰذَا ٱلَّذِى كَرَّمْتَ عَلَىَّ لَئِنْ أَخَّرْتَنِ إِلَىٰ يَوْمِ ٱلْقِيَـٰمَةِ لَأَحْتَنِكَنَّ ذُرِّيَّتَهُۥٓ إِلَّا قَلِيلًا۝٦٢

    Qala araaytaka hatha allathee karramta ʿalayya lain akhkhartani ila yawmi alqiyamati laahtanikanna thurriyyatahu illa qaleelan

    (Iblies) zei: “Ziet U deze persoon die U boven mij heeft geëerd (door mij te vragen voor hem te buigen)? Als U mij uitstel geeft tot aan de Dag der Opstanding dan zal ik zeker zijn nageslacht grijpen en misleiden, op een paar enkelingen na.”

  63. قَالَ ٱذْهَبْ فَمَن تَبِعَكَ مِنْهُمْ فَإِنَّ جَهَنَّمَ جَزَآؤُكُمْ جَزَآءً مَّوْفُورًا۝٦٣

    Qala ithhab faman tabiʿaka minhum fainna jahannama jazaokum jazaan mawfooran

    (Allah) zei: “Verdwijn en ieder van hen die jou volgt, voorzeker! De hel zal de vergoeding voor jullie zijn – een voldoende vergoeding.

  64. وَٱسْتَفْزِزْ مَنِ ٱسْتَطَعْتَ مِنْهُم بِصَوْتِكَ وَأَجْلِبْ عَلَيْهِم بِخَيْلِكَ وَرَجِلِكَ وَشَارِكْهُمْ فِى ٱلْأَمْوَٰلِ وَٱلْأَوْلَـٰدِ وَعِدْهُمْ ۚ وَمَا يَعِدُهُمُ ٱلشَّيْطَـٰنُ إِلَّا غُرُورًا۝٦٤

    Waistafziz mani istataʿta minhum bisawtika waajlib ʿalayhim bikhaylika warajlika washarikhum fee alamwali waalawladi waʿidhum wama yaʿiduhumu alshshaytanu illa ghurooran

    En provoceer hen – bij wie het je lukt – met je stem (d.m.v. muziek, gezang en valsheden), en val hen aan met jouw (zondige) cavalerie en infanterie! deel gezamenlijk je welvaart met hen en je kinderen en beloof hen zaken.” Maar Shaytaan belooft hen niets anders dan bedrog.

  65. إِنَّ عِبَادِى لَيْسَ لَكَ عَلَيْهِمْ سُلْطَـٰنٌ ۚ وَكَفَىٰ بِرَبِّكَ وَكِيلًا۝٦٥

    Inna ʿibadee laysa laka ʿalayhim sultanun wakafa birabbika wakeelan

    Waarlijk! Jij hebt geen gezag noch autoriteit over Mijn (gelovige) dienaren. En voldoende is jullie Heer als Hoeder (tegen Shaytaan).

  66. رَّبُّكُمُ ٱلَّذِى يُزْجِى لَكُمُ ٱلْفُلْكَ فِى ٱلْبَحْرِ لِتَبْتَغُوا۟ مِن فَضْلِهِۦٓ ۚ إِنَّهُۥ كَانَ بِكُمْ رَحِيمًا۝٦٦

    Rabbukumu allathee yuzjee lakumu alfulka fee albahri litabtaghoo min fadlihi innahu kana bikum raheeman

    Jullie Heer is Degene Die voor jullie de schepen over de zee laat varen zodat jullie Zijn gunsten zullen zoeken. Waarlijk! Hij is altijd de meest genadige voor jullie.

  67. وَإِذَا مَسَّكُمُ ٱلضُّرُّ فِى ٱلْبَحْرِ ضَلَّ مَن تَدْعُونَ إِلَّآ إِيَّاهُ ۖ فَلَمَّا نَجَّىٰكُمْ إِلَى ٱلْبَرِّ أَعْرَضْتُمْ ۚ وَكَانَ ٱلْإِنسَـٰنُ كَفُورًا۝٦٧

    Waitha massakumu alddurru fee albahri dalla man tadʿoona illa iyyahu falamma najjakum ila albarri aʿradtum wakana alinsanu kafooran

    En als een beproeving op zee jullie schaadt, dan zullen degene die jullie naast Allah aanroepen verdwijnen behalve Hij. Maar als Hij jullie in veiligheid aan land brengt, keren jullie je (van Hem) af. En de mens is zeker ondankbaar.

  68. أَفَأَمِنتُمْ أَن يَخْسِفَ بِكُمْ جَانِبَ ٱلْبَرِّ أَوْ يُرْسِلَ عَلَيْكُمْ حَاصِبًا ثُمَّ لَا تَجِدُوا۟ لَكُمْ وَكِيلًا۝٦٨

    Afaamintum an yakhsifa bikum janiba albarri aw yursila ʿalaykum hasiban thumma la tajidoo lakum wakeelan

    Voelen jullie je dan zo veilig dat Hij er niet voor zal zorgen dat een stuk land jullie niet zal opslokken of dat Hij jullie niet een wilde zandstorm stuurt? Dan zullen jullie geen beschermer vinden.

  69. أَمْ أَمِنتُمْ أَن يُعِيدَكُمْ فِيهِ تَارَةً أُخْرَىٰ فَيُرْسِلَ عَلَيْكُمْ قَاصِفًا مِّنَ ٱلرِّيحِ فَيُغْرِقَكُم بِمَا كَفَرْتُمْ ۙ ثُمَّ لَا تَجِدُوا۟ لَكُمْ عَلَيْنَا بِهِۦ تَبِيعًا۝٦٩

    Am amintum an yuʿeedakum feehi taratan okhra fayursila ʿalaykum qasifan mina alrreehi fayughriqakum bima kafartum thumma la tajidoo lakum ʿalayna bihi tabeeʿan

    Of voelen jullie je zo veilig dat Hij jullie niet een tweede keer op zee stuurt en dan een orkaan naar jullie toestuurt en jullie laat verdrinken vanwege jullie ongeloof, dan zullen jullie geen wreker daarin tegen Ons vinden.

  70. ۞ وَلَقَدْ كَرَّمْنَا بَنِىٓ ءَادَمَ وَحَمَلْنَـٰهُمْ فِى ٱلْبَرِّ وَٱلْبَحْرِ وَرَزَقْنَـٰهُم مِّنَ ٱلطَّيِّبَـٰتِ وَفَضَّلْنَـٰهُمْ عَلَىٰ كَثِيرٍ مِّمَّنْ خَلَقْنَا تَفْضِيلًا۝٧٠

    Walaqad karramna banee adama wahamalnahum fee albarri waalbahri warazaqnahum mina alttayyibati wafaddalnahum ʿala katheerin mimman khalaqna tafdeelan

    Voorzeker, Wij hebben de kinderen van Adam geëerd (met Onze gunsten waaronder kennis, spraak, gematigdheid, ect), en Wij hebben hen over land gedragen (op rijdieren) en over zee (in boten). (Verder hebben Wij) hen overladen met alle (toegestane) goedheden, en (bovendien) hebben Wij aan hen de bevoorrechte voorkeur gegeven boven vele andere die Wij hebben geschapen.

  71. يَوْمَ نَدْعُوا۟ كُلَّ أُنَاسٍۭ بِإِمَـٰمِهِمْ ۖ فَمَنْ أُوتِىَ كِتَـٰبَهُۥ بِيَمِينِهِۦ فَأُو۟لَـٰٓئِكَ يَقْرَءُونَ كِتَـٰبَهُمْ وَلَا يُظْلَمُونَ فَتِيلًا۝٧١

    Yawma nadʿoo kulla onasin biimamihim faman ootiya kitabahu biyameenihi faolaika yaqraoona kitabahum wala yuthlamoona fateelan

    (En gedenk) de Dag wanneer Wij alle mensen samen zullen roepen met hun leiders (in het goede of slechte, onze leider is de Profeet Mohammed vrede zij met hem). Iedereen die dus dit geschrift in zijn rechterhand krijgt, van hen worden de geschriften gelezen en zij zullen niet in het minste onrechtvaardig behandeld worden.

  72. وَمَن كَانَ فِى هَـٰذِهِۦٓ أَعْمَىٰ فَهُوَ فِى ٱلْـَٔاخِرَةِ أَعْمَىٰ وَأَضَلُّ سَبِيلًا۝٧٢

    Waman kana fee hathihi aʿma fahuwa fee alakhirati aʿma waadallu sabeelan

    En iedereen die in deze wereld blind is, zal blind in het hiernamaals zijn en van het pad verder afdwalen.

  73. وَإِن كَادُوا۟ لَيَفْتِنُونَكَ عَنِ ٱلَّذِىٓ أَوْحَيْنَآ إِلَيْكَ لِتَفْتَرِىَ عَلَيْنَا غَيْرَهُۥ ۖ وَإِذًا لَّٱتَّخَذُوكَ خَلِيلًا۝٧٣

    Wain kadoo layaftinoonaka ʿani allathee awhayna ilayka litaftariya ʿalayna ghayrahu waithan laittakhathooka khaleelan

    Waarlijk, zij stonden op het punt om je van datgene wat Wij aan jou geopenbaard hebben af te leiden, om iets anders dan dat tegen Ons te verzinnen en zij zouden jou beslist als vriend hebben aangenomen!

  74. وَلَوْلَآ أَن ثَبَّتْنَـٰكَ لَقَدْ كِدتَّ تَرْكَنُ إِلَيْهِمْ شَيْـًٔا قَلِيلًا۝٧٤

    Walawla an thabbatnaka laqad kidta tarkanu ilayhim shayan qaleelan

    En als Wij jou niet standvastig hadden gemaakt dan was jij daar toe een beetje geneigd.

  75. إِذًا لَّأَذَقْنَـٰكَ ضِعْفَ ٱلْحَيَوٰةِ وَضِعْفَ ٱلْمَمَاتِ ثُمَّ لَا تَجِدُ لَكَ عَلَيْنَا نَصِيرًا۝٧٥

    Ithan laathaqnaka diʿfa alhayati wadiʿfa almamati thumma la tajidu laka ʿalayna naseeran

    In dat geval zouden Wij jou een dubbele deel (van de bestraffing) hebben laten proeven in dit leven en een dubbele deel na de dood. En dan zou jij niemand gevonden hebben die jou tegen Ons kon helpen.

  76. وَإِن كَادُوا۟ لَيَسْتَفِزُّونَكَ مِنَ ٱلْأَرْضِ لِيُخْرِجُوكَ مِنْهَا ۖ وَإِذًا لَّا يَلْبَثُونَ خِلَـٰفَكَ إِلَّا قَلِيلًا۝٧٦

    Wain kadoo layastafizzoonaka mina alardi liyukhrijooka minha waithan la yalbathoona khilafaka illa qaleelan

    En waarlijk, zij wilden jou zo bang maken dat zij jou uit het land zouden verdrijven. Maar in dat geval zouden zij (daarin) niet na jou verblijven, behalve maar een korte tijd.

  77. سُنَّةَ مَن قَدْ أَرْسَلْنَا قَبْلَكَ مِن رُّسُلِنَا ۖ وَلَا تَجِدُ لِسُنَّتِنَا تَحْوِيلًا۝٧٧

    Sunnata man qad arsalna qablaka min rusulina wala tajidu lisunnatina tahweelan

    (Dit is Onze) weg met de boodschappers die Wij voor jou hebben gestuurd, en jij zal daar geen verandering in vinden.

  78. أَقِمِ ٱلصَّلَوٰةَ لِدُلُوكِ ٱلشَّمْسِ إِلَىٰ غَسَقِ ٱلَّيْلِ وَقُرْءَانَ ٱلْفَجْرِ ۖ إِنَّ قُرْءَانَ ٱلْفَجْرِ كَانَ مَشْهُودًا۝٧٨

    Aqimi alssalata lidulooki alshshamsi ila ghasaqi allayli waqurana alfajri inna qurana alfajri kana mashhoodan

    Verricht de gebeden perfect zodra de zon afwijkt tot aan de duisternis van de nacht en reciteer de Qor’aan in de vroege ochtend. Waarlijk de recitatie van de Qor’aan in de vroege ochtend (de Fadjr gebed) wordt altijd getuigd (door de engelen).

  79. وَمِنَ ٱلَّيْلِ فَتَهَجَّدْ بِهِۦ نَافِلَةً لَّكَ عَسَىٰٓ أَن يَبْعَثَكَ رَبُّكَ مَقَامًا مَّحْمُودًا۝٧٩

    Wamina allayli fatahajjad bihi nafilatan laka ʿasa an yabʿathaka rabbuka maqaman mahmoodan

    (Ontwaak uit je slaap) En verricht het gebed tijdens delen van de nacht (dit heet Qiyaam Al-Layl) zodat dit (als) extra daden voor jou (kan worden genoteerd). (Want o Mohammed), wellicht zal jouw Heer jouw (hierdoor op de Dag der opstanding) in status zal verheffen.

  80. وَقُل رَّبِّ أَدْخِلْنِى مُدْخَلَ صِدْقٍ وَأَخْرِجْنِى مُخْرَجَ صِدْقٍ وَٱجْعَل لِّى مِن لَّدُنكَ سُلْطَـٰنًا نَّصِيرًا۝٨٠

    Waqul rabbi adkhilnee mudkhala sidqin waakhrijnee mukhraja sidqin waijʿal lee min ladunka sultanan naseeran

    En zeg: “Mijn Heer! Laat mij binnenkomst goed zijn, en zo ook mijn vertrek goed zijn. En geef mij van U gezag om mij te helpen."

  81. وَقُلْ جَآءَ ٱلْحَقُّ وَزَهَقَ ٱلْبَـٰطِلُ ۚ إِنَّ ٱلْبَـٰطِلَ كَانَ زَهُوقًا۝٨١

    Waqul jaa alhaqqu wazahaqa albatilu inna albatila kana zahooqan

    En zeg: “De waarheid is (Mekka) binnengekomen en de valsheid is verdwenen (en heeft plaats moeten ruimen voor het zuivere monotheïsme). Want voorzeker, de valsheid (hoe snel dan ook) zal verdwijnen.”

  82. وَنُنَزِّلُ مِنَ ٱلْقُرْءَانِ مَا هُوَ شِفَآءٌ وَرَحْمَةٌ لِّلْمُؤْمِنِينَ ۙ وَلَا يَزِيدُ ٱلظَّـٰلِمِينَ إِلَّا خَسَارًا۝٨٢

    Wanunazzilu mina alqurani ma huwa shifaon warahmatun lilmumineena wala yazeedu alththalimeena illa khasaran

    En Wij zenden datgene van de Qor-aan neer wat een genezing is (van zowel de lichamelijke en geestelijke aandoeningen) en een genade is voor degenen die (hierin) geloven. En voor de onrechtplegers (dat is ieder die zijn rug keert van de openbaring) vergroot dit niets anders dan (hun) verlies.

  83. وَإِذَآ أَنْعَمْنَا عَلَى ٱلْإِنسَـٰنِ أَعْرَضَ وَنَـَٔا بِجَانِبِهِۦ ۖ وَإِذَا مَسَّهُ ٱلشَّرُّ كَانَ يَـُٔوسًا۝٨٣

    Waitha anʿamna ʿala alinsani aʿrada wanaa bijanibihi waitha massahu alshsharru kana yaoosan

    En toen Wij Onze gunsten over de mens gaven, keerde hij zich af en werd arrogant, ver van het rechte pad. En als het kwaad hem raakt is hij in grote wanhoop.

  84. قُلْ كُلٌّ يَعْمَلُ عَلَىٰ شَاكِلَتِهِۦ فَرَبُّكُمْ أَعْلَمُ بِمَنْ هُوَ أَهْدَىٰ سَبِيلًا۝٨٤

    Qul kullun yaʿmalu ʿala shakilatihi farabbukum aʿlamu biman huwa ahda sabeelan

    Zeg: “Iedereen handelt volgens zijn eigen manier en jullie Heer weet het beste wie naar de rechte weg geleid is.”

  85. وَيَسْـَٔلُونَكَ عَنِ ٱلرُّوحِ ۖ قُلِ ٱلرُّوحُ مِنْ أَمْرِ رَبِّى وَمَآ أُوتِيتُم مِّنَ ٱلْعِلْمِ إِلَّا قَلِيلًا۝٨٥

    Wayasaloonaka ʿani alrroohi quli alrroohu min amri rabbee wama ooteetum mina alʿilmi illa qaleelan

    En (de joden) vragen jou over de ziel (die het lichaam in leven houdt). Antwoord (hen): “De kennis over de ziel is slechts bij mijn Heer (en komt niemand anders toe). En van (Allah Zijn verheven) kennis wordt jullie maar weinig gegeven.”

  86. وَلَئِن شِئْنَا لَنَذْهَبَنَّ بِٱلَّذِىٓ أَوْحَيْنَآ إِلَيْكَ ثُمَّ لَا تَجِدُ لَكَ بِهِۦ عَلَيْنَا وَكِيلًا۝٨٦

    Walain shina lanathhabanna biallathee awhayna ilayka thumma la tajidu laka bihi ʿalayna wakeelan

    En als Wij gewild hadden dan hadden Wij zeker datgene wat Wij aan jou geopenbaard hadden weg kunnen nemen. Dan zou je geen beschermer voor jou tegen Ons kunnen vinden.

  87. إِلَّا رَحْمَةً مِّن رَّبِّكَ ۚ إِنَّ فَضْلَهُۥ كَانَ عَلَيْكَ كَبِيرًا۝٨٧

    Illa rahmatan min rabbika inna fadlahu kana ʿalayka kabeeran

    Behalve als een genade van jouw Heer. Waarlijk! Zijn gunsten voor jou zijn altijd groot.

  88. قُل لَّئِنِ ٱجْتَمَعَتِ ٱلْإِنسُ وَٱلْجِنُّ عَلَىٰٓ أَن يَأْتُوا۟ بِمِثْلِ هَـٰذَا ٱلْقُرْءَانِ لَا يَأْتُونَ بِمِثْلِهِۦ وَلَوْ كَانَ بَعْضُهُمْ لِبَعْضٍ ظَهِيرًا۝٨٨

    Qul laini ijtamaʿati alinsu waaljinnu ʿala an yatoo bimithli hatha alqurani la yatoona bimithlihi walaw kana baʿduhum libaʿdin thaheeran

    (O Mohammed,) zeg: “Als (alle) mensen en djinn waren samengekomen om iets gelijkwaardigs aan deze Qor-aan te maken (m.b.t. de welsprekendheid en het waarheidsgehalte), dan zouden zij niets kunnen bedenken wat er op lijkt. Zelfs al zouden zij elkaar daarbij te hulp schieten.”1

    Voetnoten
    [1] Deze aayah werd geopenbaard als weerlegging van enkelen die de moed hadden om te zeggen: “Als wij (echt) willen dan bedenken wij uitspraken van hetzelfde niveau!”
  89. وَلَقَدْ صَرَّفْنَا لِلنَّاسِ فِى هَـٰذَا ٱلْقُرْءَانِ مِن كُلِّ مَثَلٍ فَأَبَىٰٓ أَكْثَرُ ٱلنَّاسِ إِلَّا كُفُورًا۝٨٩

    Walaqad sarrafna lilnnasi fee hatha alqurani min kulli mathalin faaba aktharu alnnasi illa kufooran

    En voorwaar, Wij hebben in deze Qor’aan nauwkeurig elk soort gelijkenis uitgelegd, maar het grootste gedeelte van de mensheid weigert (de waarheid en neemt niets anders aan) dan ongeloof.

  90. وَقَالُوا۟ لَن نُّؤْمِنَ لَكَ حَتَّىٰ تَفْجُرَ لَنَا مِنَ ٱلْأَرْضِ يَنۢبُوعًا۝٩٠

    Waqaloo lan numina laka hatta tafjura lana mina alardi yanbooʿan

    En zij zeggen: “Wij zullen niet in jou geloven tot jij een bron uit de aarde voor ons laat ontspringen.

  91. أَوْ تَكُونَ لَكَ جَنَّةٌ مِّن نَّخِيلٍ وَعِنَبٍ فَتُفَجِّرَ ٱلْأَنْهَـٰرَ خِلَـٰلَهَا تَفْجِيرًا۝٩١

    Aw takoona laka jannatun min nakheelin waʿinabin fatufajjira alanhara khilalaha tafjeeran

    Of je hebt een tuin van dadelpalmen en druivenstokken en laat een rivier overvloedig daartussen vloeien.

  92. أَوْ تُسْقِطَ ٱلسَّمَآءَ كَمَا زَعَمْتَ عَلَيْنَا كِسَفًا أَوْ تَأْتِىَ بِٱللَّهِ وَٱلْمَلَـٰٓئِكَةِ قَبِيلًا۝٩٢

    Aw tusqita alssamaa kama zaʿamta ʿalayna kisafan aw tatiya biAllahi waalmalaikati qabeelan

    Of je laat de hemel in stukken op ons vallen, zoals jij dat voordoet, of je brengt Allah en de engelen voor ons in het aangezicht.

  93. أَوْ يَكُونَ لَكَ بَيْتٌ مِّن زُخْرُفٍ أَوْ تَرْقَىٰ فِى ٱلسَّمَآءِ وَلَن نُّؤْمِنَ لِرُقِيِّكَ حَتَّىٰ تُنَزِّلَ عَلَيْنَا كِتَـٰبًا نَّقْرَؤُهُۥ ۗ قُلْ سُبْحَانَ رَبِّى هَلْ كُنتُ إِلَّا بَشَرًا رَّسُولًا۝٩٣

    Aw yakoona laka baytun min zukhrufin aw tarqa fee alssamai walan numina liruqiyyika hatta tunazzila ʿalayna kitaban naqraohu qul subhana rabbee hal kuntu illa basharan rasoolan

    Of je hebt een huis van goud of je stijgt naar de hemel op en zelfs dan zullen zij (de ongelovigen) geen geloof hechten aan je opstijging tot jij voor hun een boek naar beneden brengt dat zij kunnen lezen.” Zeg: “Verheerlijkt is mijn Heer boven alle kwaad dat zij met Hem verenigen! Ben ik niet slechts een mens die als boodschapper is gestuurd?”

  94. وَمَا مَنَعَ ٱلنَّاسَ أَن يُؤْمِنُوٓا۟ إِذْ جَآءَهُمُ ٱلْهُدَىٰٓ إِلَّآ أَن قَالُوٓا۟ أَبَعَثَ ٱللَّهُ بَشَرًا رَّسُولًا۝٩٤

    Wama manaʿa alnnasa an yuminoo ith jaahumu alhuda illa an qaloo abaʿatha Allahu basharan rasoolan

    En niets weerhoudt de mens van het geloven als de leiding tot hen komt, behalve dat zij zeggen: “Heeft Allah een mens als boodschapper gestuurd?”

  95. قُل لَّوْ كَانَ فِى ٱلْأَرْضِ مَلَـٰٓئِكَةٌ يَمْشُونَ مُطْمَئِنِّينَ لَنَزَّلْنَا عَلَيْهِم مِّنَ ٱلسَّمَآءِ مَلَكًا رَّسُولًا۝٩٥

    Qul law kana fee alardi malaikatun yamshoona mutmainneena lanazzalna ʿalayhim mina alssamai malakan rasoolan

    Zeg: “Als er op aarde engelen waren die in vrede en veiligheid rondliepen (dus die samen met jullie op aarde wonen) dan zouden Wij zeker voor hen een engel uit de hemel als boodschapper hebben gestuurd.”

  96. قُلْ كَفَىٰ بِٱللَّهِ شَهِيدًۢا بَيْنِى وَبَيْنَكُمْ ۚ إِنَّهُۥ كَانَ بِعِبَادِهِۦ خَبِيرًۢا بَصِيرًا۝٩٦

    Qul kafa biAllahi shaheedan baynee wabaynakum innahu kana biʿibadihi khabeeran baseeran

    Zeg: “Allah is als getuige tussen ons voldoende. Waarlijk! Hij is de Alwetende, de Alziende van Zijn dienaren.”

  97. وَمَن يَهْدِ ٱللَّهُ فَهُوَ ٱلْمُهْتَدِ ۖ وَمَن يُضْلِلْ فَلَن تَجِدَ لَهُمْ أَوْلِيَآءَ مِن دُونِهِۦ ۖ وَنَحْشُرُهُمْ يَوْمَ ٱلْقِيَـٰمَةِ عَلَىٰ وُجُوهِهِمْ عُمْيًا وَبُكْمًا وَصُمًّا ۖ مَّأْوَىٰهُمْ جَهَنَّمُ ۖ كُلَّمَا خَبَتْ زِدْنَـٰهُمْ سَعِيرًا۝٩٧

    Waman yahdi Allahu fahuwa almuhtadi waman yudlil falan tajida lahum awliyaa min doonihi wanahshuruhum yawma alqiyamati ʿala wujoohihim ʿumyan wabukman wasumman mawahum jahannamu kullama khabat zidnahum saʿeeran

    En hij die door Allah geleid wordt, hij wordt recht geleid, maar hij die Hij laat dwalen, voor zo iemand kunnen jullie geen helpers naast Hem vinden en Wij zullen hen op de Dag der Opstanding op hun gezichten doen opwekken terwijl zij blind, stom en doof zijn, hun verblijfplaats zal de hel zijn en als het afneemt zullen Wij voor hen de felheid van het vuur doen toenemen1.

    Voetnoten
    [1]Dus degene die in deze wereld op zijn gezicht loopt inplaats van op zijn voeten zal ook zo opgewekt worden. M.a.w: degene die in plaats van de waarheid van zijn Heer te volgen de valsheid volgt zal op zijn gezicht worden opgewekt.
  98. ذَٰلِكَ جَزَآؤُهُم بِأَنَّهُمْ كَفَرُوا۟ بِـَٔايَـٰتِنَا وَقَالُوٓا۟ أَءِذَا كُنَّا عِظَـٰمًا وَرُفَـٰتًا أَءِنَّا لَمَبْعُوثُونَ خَلْقًا جَدِيدًا۝٩٨

    Thalika jazaohum biannahum kafaroo biayatina waqaloo aitha kunna ʿithaman warufatan ainna lamabʿoothoona khalqan jadeedan

    Dat is hun vergelding omdat zij Onze tekenen ontkenden en zeiden: “Als wij tot botten en stof vergaan zijn, zullen wij dan werkelijk als een nieuwe schepping herrijzen?”

  99. ۞ أَوَلَمْ يَرَوْا۟ أَنَّ ٱللَّهَ ٱلَّذِى خَلَقَ ٱلسَّمَـٰوَٰتِ وَٱلْأَرْضَ قَادِرٌ عَلَىٰٓ أَن يَخْلُقَ مِثْلَهُمْ وَجَعَلَ لَهُمْ أَجَلًا لَّا رَيْبَ فِيهِ فَأَبَى ٱلظَّـٰلِمُونَ إِلَّا كُفُورًا۝٩٩

    Awalam yaraw anna Allaha allathee khalaqa alssamawati waalarda qadirun ʿala an yakhluqa mithlahum wajaʿala lahum ajalan la rayba feehi faaba alththalimoona illa kufooran

    Zien zij dan niet dat Allah, Die de hemelen en de aarde geschapen heeft, in staat is om het gelijke daarvan te scheppen. En Hij heeft voor hen tot een vastgestelde termijn besloten, waar geen twijfel over is. Maar de onrechtvaardigen weigeren (de waarheid en accepteren niets anders) dan ongeloof.

  100. قُل لَّوْ أَنتُمْ تَمْلِكُونَ خَزَآئِنَ رَحْمَةِ رَبِّىٓ إِذًا لَّأَمْسَكْتُمْ خَشْيَةَ ٱلْإِنفَاقِ ۚ وَكَانَ ٱلْإِنسَـٰنُ قَتُورًا۝١٠٠

    Qul law antum tamlikoona khazaina rahmati rabbee ithan laamsaktum khashyata alinfaqi wakana alinsanu qatooran

    Zeg: “Als jullie de schatten van de genade van mijn Heer bezaten, dan zouden jullie zeker jullie weerhouden (van het uitgeven) uit vrees dat (het uitgeput zou raken) en de mens is altijd gierig!”

  101. وَلَقَدْ ءَاتَيْنَا مُوسَىٰ تِسْعَ ءَايَـٰتٍۭ بَيِّنَـٰتٍ ۖ فَسْـَٔلْ بَنِىٓ إِسْرَٰٓءِيلَ إِذْ جَآءَهُمْ فَقَالَ لَهُۥ فِرْعَوْنُ إِنِّى لَأَظُنُّكَ يَـٰمُوسَىٰ مَسْحُورًا۝١٠١

    Walaqad atayna moosa tisʿa ayatin bayyinatin faisal banee israeela ith jaahum faqala lahu firʿawnu innee laathunnuka ya moosa mashooran

    En voorwaar Wij gaven Moesa negen duidelijke tekenen. Vraag dan de Kinderen van Israël toen hij tot hen kwam, en de Farao tegen hem zei: “O Moesa! Ik denk inderdaad dat jij betoverd bent.”

  102. قَالَ لَقَدْ عَلِمْتَ مَآ أَنزَلَ هَـٰٓؤُلَآءِ إِلَّا رَبُّ ٱلسَّمَـٰوَٰتِ وَٱلْأَرْضِ بَصَآئِرَ وَإِنِّى لَأَظُنُّكَ يَـٰفِرْعَوْنُ مَثْبُورًا۝١٠٢

    Qala laqad ʿalimta ma anzala haolai illa rabbu alssamawati waalardi basaira wainnee laathunnuka ya firʿawnu mathbooran

    (Moesa) zei: “Waarlijk jij weet dat deze tekenen door niemand anders dan door de Heer van de hemelen en de aarde als duidelijk naar beneden zijn gestuurd. En ik denk zeker O Farao dat jij tot de vernietiging gedoemd bent!”

  103. فَأَرَادَ أَن يَسْتَفِزَّهُم مِّنَ ٱلْأَرْضِ فَأَغْرَقْنَـٰهُ وَمَن مَّعَهُۥ جَمِيعًا۝١٠٣

    Faarada an yastafizzahum mina alardi faaghraqnahu waman maʿahu jameeʿan

    Dus liet hij hen uit het land verwijderen. Maar Wij verdronken hem en allen die met hem waren.

  104. وَقُلْنَا مِنۢ بَعْدِهِۦ لِبَنِىٓ إِسْرَٰٓءِيلَ ٱسْكُنُوا۟ ٱلْأَرْضَ فَإِذَا جَآءَ وَعْدُ ٱلْـَٔاخِرَةِ جِئْنَا بِكُمْ لَفِيفًا۝١٠٤

    Waqulna min baʿdihi libanee israeela oskunoo alarda faitha jaa waʿdu alakhirati jina bikum lafeefan

    En na hem zeiden Wij tot de Kinderen van Israël: “Woon in het land, en als de uiteindelijke en laatste belofte (de Dag des oordeels) nadert op aarde. Dan brengen Wij jullie op als een gemengde menigte1."

    Voetnoten
    [1]Voor de afrekening van goede en slechte daden.
  105. وَبِٱلْحَقِّ أَنزَلْنَـٰهُ وَبِٱلْحَقِّ نَزَلَ ۗ وَمَآ أَرْسَلْنَـٰكَ إِلَّا مُبَشِّرًا وَنَذِيرًا۝١٠٥

    Wabialhaqqi anzalnahu wabialhaqqi nazala wama arsalnaka illa mubashshiran wanatheeran

    En met Waarheid hebben Wij het neergezonden, en met Waarheid is het neergedaald. En Wij hebben jou gestuurd als niets anders dan drager van goed nieuws en als waarschuwer.

  106. وَقُرْءَانًا فَرَقْنَـٰهُ لِتَقْرَأَهُۥ عَلَى ٱلنَّاسِ عَلَىٰ مُكْثٍ وَنَزَّلْنَـٰهُ تَنزِيلًا۝١٠٦

    Waquranan faraqnahu litaqraahu ʿala alnnasi ʿala mukthin wanazzalnahu tanzeelan

    En (het is) de Koran die Wij in delen hebben onderverdeeld zodat jullie het voor de mensen zullen reciteren . En Wij hebben het in verschillende periodes geopenbaard1.

    Voetnoten
    [1]Zodat zij in staat zijn het te begrijpen, daarom is het erg belangrijk voor de moslim om de Arabische taal onder de knie te krijgen ook al is het niet je moedertaal.
  107. قُلْ ءَامِنُوا۟ بِهِۦٓ أَوْ لَا تُؤْمِنُوٓا۟ ۚ إِنَّ ٱلَّذِينَ أُوتُوا۟ ٱلْعِلْمَ مِن قَبْلِهِۦٓ إِذَا يُتْلَىٰ عَلَيْهِمْ يَخِرُّونَ لِلْأَذْقَانِ سُجَّدًا۝١٠٧

    Qul aminoo bihi aw la tuminoo inna allatheena ootoo alʿilma min qablihi itha yutla ʿalayhim yakhirroona lilathqani sujjadan

    Zeg: “Geloof erin of geloof er niet in. Waarlijk! Degenen die daarvoor kennis (één van de vele bewijzen dat kennis opdoen over de Islam verplicht is) hebben gekregen, werpen zich met hun aangezicht nederig op de aarde als het voor hen gereciteerd wordt.”

  108. وَيَقُولُونَ سُبْحَـٰنَ رَبِّنَآ إِن كَانَ وَعْدُ رَبِّنَا لَمَفْعُولًا۝١٠٨

    Wayaqooloona subhana rabbina in kana waʿdu rabbina lamafʿoolan

    En zij zeggen: “Verheerlijkt is onze Heer! Waarlijk de belofte van onze Heer zal vervuld worden.”

  109. وَيَخِرُّونَ لِلْأَذْقَانِ يَبْكُونَ وَيَزِيدُهُمْ خُشُوعًا ۩۝١٠٩

    Wayakhirroona lilathqani yabkoona wayazeeduhum khushooʿan

    En zij werpen zich wenend op hun aangezicht en dat draagt bij aan hun nederigheid.

  110. قُلِ ٱدْعُوا۟ ٱللَّهَ أَوِ ٱدْعُوا۟ ٱلرَّحْمَـٰنَ ۖ أَيًّا مَّا تَدْعُوا۟ فَلَهُ ٱلْأَسْمَآءُ ٱلْحُسْنَىٰ ۚ وَلَا تَجْهَرْ بِصَلَاتِكَ وَلَا تُخَافِتْ بِهَا وَٱبْتَغِ بَيْنَ ذَٰلِكَ سَبِيلًا۝١١٠

    Quli odʿoo Allaha awi odʿoo alrrahmana ayyan ma tadʿoo falahu alasmao alhusna wala tajhar bisalatika wala tukhafit biha waibtaghi bayna thalika sabeelan

    (O boodschapper), zeg (tegen de ongelovigen die jouw aanroeping ontkennen): “Roep Hem aan met ‘Allah’ of met ‘de meest Genadevolle’, maar hoe jullie Hem ook aanroepen, aan Allah behoren de beste Namen (én eigenschappen). En reciteer (de Qoranische verzen) in jullie gebeden niet te luid, maar ook niet te zacht (een balans in alles hebben leren wij door de Islam daarom is het ook een geheel levenswijze). Zoek dus (voor jouw stemgeluid) naar de gulden middenweg.

  111. وَقُلِ ٱلْحَمْدُ لِلَّهِ ٱلَّذِى لَمْ يَتَّخِذْ وَلَدًا وَلَمْ يَكُن لَّهُۥ شَرِيكٌ فِى ٱلْمُلْكِ وَلَمْ يَكُن لَّهُۥ وَلِىٌّ مِّنَ ٱلذُّلِّ ۖ وَكَبِّرْهُ تَكْبِيرًۢا۝١١١

    Waquli alhamdu lillahi allathee lam yattakhith waladan walam yakun lahu shareekun fee almulki walam yakun lahu waliyyun mina alththulli wakabbirhu takbeeran

    En zeg: “Alle lof en dank is aan Allah, Die geen zoon heeft genomen en Die geen deelgenoten in (Zijn) Rijk heeft, noch Die zo laag is dat Hij een voogd heeft. En verheerlijk Hem met alle pracht.

Veelgestelde vragen

Wat betekent de naam van soera Al-Isra?

Al-Isra betekent ‘De nachtreis’.

In welke juz staat soera Al-Isra?

Soera Al-Isra staat in juz 15.

Hoeveel verzen heeft soera Al-Isra?

Soera Al-Isra telt 111 verzen.

Is soera Al-Isra Mekkaans of Medinaans?

Soera Al-Isra is een Mekkaanse soera.

Welk nummer heeft soera Al-Isra?

Al-Isra is de 17e soera van de Koran.

Bronnen

  • Arabic text: Tanzil Quran Text (Uthmani) (Tanzil Project, CC BY 3.0), reproduced without changes.
  • Translation: Dutch Islamic Center, from QuranEnc.com, version 2.0.10, reproduced without changes.
  • Transliteration: Tanzil.net English transliteration.
  • Recitation: Mishary Rashid Alafasy, via QuranicAudio.com and EveryAyah.com.
  • Word by word: recordings and meanings from Quran.com (Quran Foundation), played when you tap a word.
  • Madinah and IndoPak fonts (Settings): the text in those scripts and their fonts come from the Quran Foundation (Quran.com); the Madinah font is the King Fahd Glorious Quran Printing Complex's Uthmanic Hafs font.

Found a mistake? Report a mistake and we will check it against the source.

Leesinstellingen

Koranlettertype
Lettergrootte Arabisch
100%
Lettergrootte vertaling
100%
Thema

Zet op beginscherm

ReadSurahOpen ReadSurah schermvullend vanaf je startscherm. Soera’s die je al hebt gelezen, openen ook zonder internet.

  1. Tik in Safari op de deelknop. Op nieuwere iPhones staat die in het •••-menu.
  2. Tik op ‘Zet op beginscherm’. Scrol omlaag als je het niet ziet.
  3. Tik op ‘Voeg toe’.