سورة فصلت
Soera Fussilat in het Nederlands
In detail uitgelegd
- 41
- 54 verzen
- Mekkaans
- Juz 24–25
- Pagina’s 477–482
Mishary Rashid AlafasyMP3 downloadenPDF downloaden
Soera Fussilat (فصلت) is de 41e soera van de Koran en telt 54 verzen. De naam betekent ‘In detail uitgelegd’. Het is een Mekkaanse soera, geopenbaard in Mekka vóór de Hidjra, en ze strekt zich uit over juz 24 en 25.
Op deze pagina lees je soera Fussilat volledig in het Arabisch, vers voor vers met de Nederlandse vertaling van het Dutch Islamic Center en de transliteratie, en kun je naar de recitatie luisteren.
Soera Fussilat volledig: Arabisch, Nederlandse vertaling en transliteratie
بِسْمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحْمَـٰنِ ٱلرَّحِيمِ
-
حمٓ١
Hameem
Ha Miem.1
Voetnoten
[1] Bekijk de voetnoten van vers 1 van Soera Al-Baqarah. -
تَنزِيلٌ مِّنَ ٱلرَّحْمَـٰنِ ٱلرَّحِيمِ٢
Tanzeelun mina alrrahmani alrraheemi
Deze Koran is een openbaring van Allah, de meest Barmhartige, de meest Genadevolle.
-
كِتَـٰبٌ فُصِّلَتْ ءَايَـٰتُهُۥ قُرْءَانًا عَرَبِيًّا لِّقَوْمٍ يَعْلَمُونَ٣
Kitabun fussilat ayatuhu quranan ʿarabiyyan liqawmin yaʿlamoona
Een Boek waarin de verzen in detail worden uitgelegd: - Een Koran in het Arabisch voor de mensen die weten.
-
بَشِيرًا وَنَذِيرًا فَأَعْرَضَ أَكْثَرُهُمْ فَهُمْ لَا يَسْمَعُونَ٤
Basheeran wanatheeran faaʿrada aktharuhum fahum la yasmaʿoona
Goed bericht gevend aan de gelovigen (die in de Eenheid van Allah geloven, Hem vrezen en veel van Hem houden) en een waarschuwing, maar de meesten van hen keren zich af, dus luisteren zij niet.
-
وَقَالُوا۟ قُلُوبُنَا فِىٓ أَكِنَّةٍ مِّمَّا تَدْعُونَآ إِلَيْهِ وَفِىٓ ءَاذَانِنَا وَقْرٌ وَمِنۢ بَيْنِنَا وَبَيْنِكَ حِجَابٌ فَٱعْمَلْ إِنَّنَا عَـٰمِلُونَ٥
Waqaloo quloobuna fee akinnatin mimma tadʿoona ilayhi wafee athanina waqrun wamin baynina wabaynika hijabun faiʿmal innana ʿamiloona
En zij zeggen: “Over onze harten zijn sluiers voor datgene waar jij ons naar uitnodigt, en in onze oren is doofheid en tussen ons en jou is een scherm, werk dus (op jouw manier); waarlijk wij werken (op onze manier).
-
قُلْ إِنَّمَآ أَنَا۠ بَشَرٌ مِّثْلُكُمْ يُوحَىٰٓ إِلَىَّ أَنَّمَآ إِلَـٰهُكُمْ إِلَـٰهٌ وَٰحِدٌ فَٱسْتَقِيمُوٓا۟ إِلَيْهِ وَٱسْتَغْفِرُوهُ ۗ وَوَيْلٌ لِّلْمُشْرِكِينَ٦
Qul innama ana basharun mithlukum yooha ilayya annama ilahukum ilahun wahidun faistaqeemoo ilayhi waistaghfiroohu wawaylun lilmushrikeena
Zeg: “Ik ben slechts een mens zoals jullie. Mij is geopenbaard dat jullie God één God is, volg daarom het rechte pad tot Hem en gehoorzaam Hem en zoek de vergiffenis van Hem. En wee voor de afgodenaanbidders."
-
ٱلَّذِينَ لَا يُؤْتُونَ ٱلزَّكَوٰةَ وَهُم بِٱلْـَٔاخِرَةِ هُمْ كَـٰفِرُونَ٧
Allatheena la yutoona alzzakata wahum bialakhirati hum kafiroona
Degenen die niet de Zakat betalen en zij zijn de ongelovigen in het hiernamaals.
-
إِنَّ ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ وَعَمِلُوا۟ ٱلصَّـٰلِحَـٰتِ لَهُمْ أَجْرٌ غَيْرُ مَمْنُونٍ٨
Inna allatheena amanoo waʿamiloo alssalihati lahum ajrun ghayru mamnoonin
Waarlijk, degenen die geloven en goede daden verrichten, voor hen is er een eindeloze beloning die nooit zal stoppen.
-
۞ قُلْ أَئِنَّكُمْ لَتَكْفُرُونَ بِٱلَّذِى خَلَقَ ٱلْأَرْضَ فِى يَوْمَيْنِ وَتَجْعَلُونَ لَهُۥٓ أَندَادًا ۚ ذَٰلِكَ رَبُّ ٱلْعَـٰلَمِينَ٩
Qul ainnakum latakfuroona biallathee khalaqa alarda fee yawmayni watajʿaloona lahu andadan thalika rabbu alʿalameena
Zeg: “Geloven jullie echt niet in Hem Die de aarde in twee dagen geschapen heeft en kennen jullie Hem deelgenoten toe? Terwijl hij de Heer van de werelden is."
-
وَجَعَلَ فِيهَا رَوَٰسِىَ مِن فَوْقِهَا وَبَـٰرَكَ فِيهَا وَقَدَّرَ فِيهَآ أَقْوَٰتَهَا فِىٓ أَرْبَعَةِ أَيَّامٍ سَوَآءً لِّلسَّآئِلِينَ١٠
Wajaʿala feeha rawasiya min fawqiha wabaraka feeha waqaddara feeha aqwataha fee arbaʿati ayyamin sawaan lilssaileena
Hij heeft daarin stevige bergen van boven af geplaatst, en Hij heeft het gezegend en heeft daarin het onderhoud afgestemd in vier dagen gelijk voor al degenen die vragen.
-
ثُمَّ ٱسْتَوَىٰٓ إِلَى ٱلسَّمَآءِ وَهِىَ دُخَانٌ فَقَالَ لَهَا وَلِلْأَرْضِ ٱئْتِيَا طَوْعًا أَوْ كَرْهًا قَالَتَآ أَتَيْنَا طَآئِعِينَ١١
Thumma istawa ila alssamai wahiya dukhanun faqala laha walilardi itiya tawʿan aw karhan qalata atayna taiʿeena
Toen verhief Hij zich (op de manier dat bij zijn grootheid past) naar de hemel toen het rook was, en zei daartegen en tegen de aarde: “Komen jullie beiden, gewillig of ongewillig.” Zij zeiden beiden: “Wij komen gewillig.”
-
فَقَضَىٰهُنَّ سَبْعَ سَمَـٰوَاتٍ فِى يَوْمَيْنِ وَأَوْحَىٰ فِى كُلِّ سَمَآءٍ أَمْرَهَا ۚ وَزَيَّنَّا ٱلسَّمَآءَ ٱلدُّنْيَا بِمَصَـٰبِيحَ وَحِفْظًا ۚ ذَٰلِكَ تَقْدِيرُ ٱلْعَزِيزِ ٱلْعَلِيمِ١٢
Faqadahunna sabʿa samawatin fee yawmayni waawha fee kulli samain amraha wazayyanna alssamaa alddunya bimasabeeha wahifthan thalika taqdeeru alʿazeezi alʿaleemi
Toen voltooide deze tot zeven hemelen in twee dagen en Hij gaf elke hemel zijn eigen werk. En Wij versierden de dichtstbijzijnde hemel met lichten om zowel een versiering als een verdediging te zijn. Zo is het Besluit van Hem, de Almachtige, de Alwetende.
-
فَإِنْ أَعْرَضُوا۟ فَقُلْ أَنذَرْتُكُمْ صَـٰعِقَةً مِّثْلَ صَـٰعِقَةِ عَادٍ وَثَمُودَ١٣
Fain aʿradoo fuqul anthartukum saʿiqatan mithla saʿiqati ʿadin wathamooda
Maar als zij zich afkeren, zeg dan: “Ik heb jullie voor een geweldige bliksemflits gewaarschuwd zoals die ‘Ad en Thamoed overmande.”
-
إِذْ جَآءَتْهُمُ ٱلرُّسُلُ مِنۢ بَيْنِ أَيْدِيهِمْ وَمِنْ خَلْفِهِمْ أَلَّا تَعْبُدُوٓا۟ إِلَّا ٱللَّهَ ۖ قَالُوا۟ لَوْ شَآءَ رَبُّنَا لَأَنزَلَ مَلَـٰٓئِكَةً فَإِنَّا بِمَآ أُرْسِلْتُم بِهِۦ كَـٰفِرُونَ١٤
Ith jaathumu alrrusulu min bayni aydeehim wamin khalfihim alla taʿbudoo illa Allaha qaloo law shaa rabbuna laanzala malaikatan fainna bima orsiltum bihi kafiroona
Toen de boodschappers tot hem kwamen, van voor hen en achter hen (zeggende): “Aanbid geen ander dan Allah”, zeiden zij: “Als onze Heer het zo gewild had, zou Hij zeker de engelen naar beneden gestuurd hebben. Zeker! Wij geloven niet in datgene waarmee jij (O Mohammed) gestuurd bent.”
-
فَأَمَّا عَادٌ فَٱسْتَكْبَرُوا۟ فِى ٱلْأَرْضِ بِغَيْرِ ٱلْحَقِّ وَقَالُوا۟ مَنْ أَشَدُّ مِنَّا قُوَّةً ۖ أَوَلَمْ يَرَوْا۟ أَنَّ ٱللَّهَ ٱلَّذِى خَلَقَهُمْ هُوَ أَشَدُّ مِنْهُمْ قُوَّةً ۖ وَكَانُوا۟ بِـَٔايَـٰتِنَا يَجْحَدُونَ١٥
Faamma ʿadun faistakbaroo fee alardi bighayri alhaqqi waqaloo man ashaddu minna quwwatan awalam yaraw anna Allaha allathee khalaqahum huwa ashaddu minhum quwwatan wakanoo biayatina yajhadoona
Wat het volk van ‘Ad betreft, Zij stelden zich zonder recht arrogant op en zij zeiden: “Wie is in kracht machtiger dan ons?” Zien zij niet dat Allah, Die hen geschapen heeft, machtiger in kracht is dan hen? En zij ontkenden Onze tekenen!
-
فَأَرْسَلْنَا عَلَيْهِمْ رِيحًا صَرْصَرًا فِىٓ أَيَّامٍ نَّحِسَاتٍ لِّنُذِيقَهُمْ عَذَابَ ٱلْخِزْىِ فِى ٱلْحَيَوٰةِ ٱلدُّنْيَا ۖ وَلَعَذَابُ ٱلْـَٔاخِرَةِ أَخْزَىٰ ۖ وَهُمْ لَا يُنصَرُونَ١٦
Faarsalna ʿalayhim reehan sarsaran fee ayyamin nahisatin linutheeqahum ʿathaba alkhizyi fee alhayati alddunya walaʿathabu alakhirati akhza wahum la yunsaroona
Dus stuurden Wij een woeste wind over hen in dagen van slechte voortekenen (voor hen), dat Wij hen een voorproefje van een vernederende bestraffing in het huidige leven zouden geven, maar zeker, de bestraffing in het hiernamaals zal nog vernederender zijn, en zij zullen nooit geholpen worden.
-
وَأَمَّا ثَمُودُ فَهَدَيْنَـٰهُمْ فَٱسْتَحَبُّوا۟ ٱلْعَمَىٰ عَلَى ٱلْهُدَىٰ فَأَخَذَتْهُمْ صَـٰعِقَةُ ٱلْعَذَابِ ٱلْهُونِ بِمَا كَانُوا۟ يَكْسِبُونَ١٧
Waamma thamoodu fahadaynahum faistahabboo alʿama ʿala alhuda faakhathathum saʿiqatu alʿathabi alhooni bima kanoo yaksiboona
En wat Thamoed betreft, Wij hebben hen het pad van de waarheid getoond en hen dat duidelijk gemaakt door Onze boodschapper getoond, maar in plaats van leiding gaven zij de voorkeur aan afdwaling dus de vreselijke bestraffing greep hen, vanwege hun eigen verdiensten (daden).
-
وَنَجَّيْنَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ وَكَانُوا۟ يَتَّقُونَ١٨
Wanajjayna allatheena amanoo wakanoo yattaqoona
En Wij redden hen die geloofden en die Allah vreesden (en het kwaad vermeden).
-
وَيَوْمَ يُحْشَرُ أَعْدَآءُ ٱللَّهِ إِلَى ٱلنَّارِ فَهُمْ يُوزَعُونَ١٩
Wayawma yuhsharu aʿdao Allahi ila alnnari fahum yoozaʿoona
En de Dag dat de vijanden van Allah bij het vuur verzameld zullen worden, zullen zij naar het vuur geduwd worden.
-
حَتَّىٰٓ إِذَا مَا جَآءُوهَا شَهِدَ عَلَيْهِمْ سَمْعُهُمْ وَأَبْصَـٰرُهُمْ وَجُلُودُهُم بِمَا كَانُوا۟ يَعْمَلُونَ٢٠
Hatta itha ma jaooha shahida ʿalayhim samʿuhum waabsaruhum wajulooduhum bima kanoo yaʿmaloona
Tot wanneer zij het bereikten zullen hun gehoor hun zicht en hun huid vanwege hun verdiensten tegen hen getuigden.
-
وَقَالُوا۟ لِجُلُودِهِمْ لِمَ شَهِدتُّمْ عَلَيْنَا ۖ قَالُوٓا۟ أَنطَقَنَا ٱللَّهُ ٱلَّذِىٓ أَنطَقَ كُلَّ شَىْءٍ وَهُوَ خَلَقَكُمْ أَوَّلَ مَرَّةٍ وَإِلَيْهِ تُرْجَعُونَ٢١
Waqaloo lijuloodihim lima shahidtum ʿalayna qaloo antaqana Allahu allathee antaqa kulla shayin wahuwa khalaqakum awwala marratin wailayhi turjaʿoona
En zij zullen tegen hun huiden zeggen: “Waarom getuigen jullie tegen ons?” Zij zullen zeggen: “Allah laat ons spreken – zoals Hij alle dingen laat spreken en Hij heeft jullie de eerste keer geschapen en tot Hem zullen jullie terugkeren.”
-
وَمَا كُنتُمْ تَسْتَتِرُونَ أَن يَشْهَدَ عَلَيْكُمْ سَمْعُكُمْ وَلَآ أَبْصَـٰرُكُمْ وَلَا جُلُودُكُمْ وَلَـٰكِن ظَنَنتُمْ أَنَّ ٱللَّهَ لَا يَعْلَمُ كَثِيرًا مِّمَّا تَعْمَلُونَ٢٢
Wama kuntum tastatiroona an yashhada ʿalaykum samʿukum wala absarukum wala juloodukum walakin thanantum anna Allaha la yaʿlamu katheeran mimma taʿmaloona
En jullie kunnen je niet voor jezelf verstoppen want jullie oren, en jullie ogen en jullie huid zullen tegen jullie getuigen, maar jullie dachten dat Allah niet veel wist over de daden die jullie deden.
-
وَذَٰلِكُمْ ظَنُّكُمُ ٱلَّذِى ظَنَنتُم بِرَبِّكُمْ أَرْدَىٰكُمْ فَأَصْبَحْتُم مِّنَ ٱلْخَـٰسِرِينَ٢٣
Wathalikum thannukumu allathee thanantum birabbikum ardakum faasbahtum mina alkhasireena
En die gedachten van jullie die jullie over jullie Heer hebben gedacht heeft jullie tot de vernietiging gebracht en jullie zijn tot het uiteindelijke verlies gekomen.
-
فَإِن يَصْبِرُوا۟ فَٱلنَّارُ مَثْوًى لَّهُمْ ۖ وَإِن يَسْتَعْتِبُوا۟ فَمَا هُم مِّنَ ٱلْمُعْتَبِينَ٢٤
Fain yasbiroo faalnnaru mathwan lahum wain yastaʿtiboo fama hum mina almuʿtabeena
Dus als zij geduld hebben, zal het vuur toch hun verblijf voor hen zijn, en als zij smeken om genade, zullen zij niet degenen zijn die vergeven zullen worden.
-
۞ وَقَيَّضْنَا لَهُمْ قُرَنَآءَ فَزَيَّنُوا۟ لَهُم مَّا بَيْنَ أَيْدِيهِمْ وَمَا خَلْفَهُمْ وَحَقَّ عَلَيْهِمُ ٱلْقَوْلُ فِىٓ أُمَمٍ قَدْ خَلَتْ مِن قَبْلِهِم مِّنَ ٱلْجِنِّ وَٱلْإِنسِ ۖ إِنَّهُمْ كَانُوا۟ خَـٰسِرِينَ٢٥
Waqayyadna lahum quranaa fazayyanoo lahum ma bayna aydeehim wama khalfahum wahaqqa ʿalayhimu alqawlu fee omamin qad khalat min qablihim mina aljinni waalinsi innahum kanoo khasireena
En Wij hebben hen (duivelse) metgezellen aangewezen die (hen verblinden door) de dingen (te) verdraaien (zowel dat wat er zich voor hen bevindt (hun wereldse, zondige levens waarin het genot wordt nagejaagd en het geloof aan de kant wordt gezet) als van wat er zich achter hen bevindt (hun ontkenning van de afrekening en de opstanding). En het woord is tegen hen gerechtvaardigd zoals het gerechtvaardigd was tegen degenen onder de voorafgaande generaties djinns en mensen die vóór hen overleden zijn. Voorwaar, zij waren (allen) verliezers.
-
وَقَالَ ٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ لَا تَسْمَعُوا۟ لِهَـٰذَا ٱلْقُرْءَانِ وَٱلْغَوْا۟ فِيهِ لَعَلَّكُمْ تَغْلِبُونَ٢٦
Waqala allatheena kafaroo la tasmaʿoo lihatha alqurani wailghaw feehi laʿallakum taghliboona
En degenen die ongelovig waren zeiden: “Luister niet naar deze Koran en verstoor het onder haar (recitatie) zodat jullie mogen overwinnen.”
-
فَلَنُذِيقَنَّ ٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ عَذَابًا شَدِيدًا وَلَنَجْزِيَنَّهُمْ أَسْوَأَ ٱلَّذِى كَانُوا۟ يَعْمَلُونَ٢٧
Falanutheeqanna allatheena kafaroo ʿathaban shadeedan walanajziyannahum aswaa allathee kanoo yaʿmaloona
Maar zeker, Wij zullen degenen die ongelovig zijn een zware bestraffing laten proeven en zeker, Wij zullen hen met het ergste wat zij gedaan hebben vergoeden.
-
ذَٰلِكَ جَزَآءُ أَعْدَآءِ ٱللَّهِ ٱلنَّارُ ۖ لَهُمْ فِيهَا دَارُ ٱلْخُلْدِ ۖ جَزَآءًۢ بِمَا كَانُوا۟ بِـَٔايَـٰتِنَا يَجْحَدُونَ٢٨
Thalika jazao aʿdai Allahi alnnaru lahum feeha daru alkhuldi jazaan bima kanoo biayatina yajhadoona
Dat is de vergelding van de vijanden van Allah. Het vuur, daarin zal voor het eeuwige tehuis zijn, een verdiende vergelding omdat zij Onze tekenen plachten te ontkennen.
-
وَقَالَ ٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ رَبَّنَآ أَرِنَا ٱلَّذَيْنِ أَضَلَّانَا مِنَ ٱلْجِنِّ وَٱلْإِنسِ نَجْعَلْهُمَا تَحْتَ أَقْدَامِنَا لِيَكُونَا مِنَ ٱلْأَسْفَلِينَ٢٩
Waqala allatheena kafaroo rabbana arina allathayni adallana mina aljinni waalinsi najʿalhuma tahta aqdamina liyakoona mina alasfaleena
En degenen die ongelovig zijn zullen zeggen: “Onze Heer! Laat ons degenen onder de djinns en de mensen zien die ons hebben doen afdwalen, wij zullen hen onder onze voeten vermorzelen zodat zij de laagste worden.”
-
إِنَّ ٱلَّذِينَ قَالُوا۟ رَبُّنَا ٱللَّهُ ثُمَّ ٱسْتَقَـٰمُوا۟ تَتَنَزَّلُ عَلَيْهِمُ ٱلْمَلَـٰٓئِكَةُ أَلَّا تَخَافُوا۟ وَلَا تَحْزَنُوا۟ وَأَبْشِرُوا۟ بِٱلْجَنَّةِ ٱلَّتِى كُنتُمْ تُوعَدُونَ٣٠
Inna allatheena qaloo rabbuna Allahu thumma istaqamoo tatanazzalu ʿalayhimu almalaikatu alla takhafoo wala tahzanoo waabshiroo bialjannati allatee kuntum tooʿadoona
Waarlijk, degenen die zeggen: “Onze Heer is (alleen) Allah,” en dan recht staan (in geloof), voor hen zullen de engelen neer dalen (zeggende): “Vrees niet noch wees bedroefd! Maar ontvang het goede nieuws van het paradijs wat jullie beloofd is!
-
نَحْنُ أَوْلِيَآؤُكُمْ فِى ٱلْحَيَوٰةِ ٱلدُّنْيَا وَفِى ٱلْـَٔاخِرَةِ ۖ وَلَكُمْ فِيهَا مَا تَشْتَهِىٓ أَنفُسُكُمْ وَلَكُمْ فِيهَا مَا تَدَّعُونَ٣١
Nahnu awliyaokum fee alhayati alddunya wafee alakhirati walakum feeha ma tashtahee anfusukum walakum feeha ma taddaʿoona
Wij zijn jullie beschermers in het leven van deze wereld geweest en (dus) zijn dat in het hiernamaals. Daar zullen jullie alles hebben wat jullie hart wenst, en daarin zullen jullie (alles) hebben waar jullie om vragen.
-
نُزُلًا مِّنْ غَفُورٍ رَّحِيمٍ٣٢
Nuzulan min ghafoorin raheemin
Een vermaak van de meest Vergevende, de meest Genadevolle.”
-
وَمَنْ أَحْسَنُ قَوْلًا مِّمَّن دَعَآ إِلَى ٱللَّهِ وَعَمِلَ صَـٰلِحًا وَقَالَ إِنَّنِى مِنَ ٱلْمُسْلِمِينَ٣٣
Waman ahsanu qawlan mimman daʿa ila Allahi waʿamila salihan waqala innanee mina almuslimeena
En welke uitspraak is beter dan degenen die uitnodigt naar Allah, en goede daden verricht, en zegt: “Ik ben één van de moslims.”
-
وَلَا تَسْتَوِى ٱلْحَسَنَةُ وَلَا ٱلسَّيِّئَةُ ۚ ٱدْفَعْ بِٱلَّتِى هِىَ أَحْسَنُ فَإِذَا ٱلَّذِى بَيْنَكَ وَبَيْنَهُۥ عَدَٰوَةٌ كَأَنَّهُۥ وَلِىٌّ حَمِيمٌ٣٤
Wala tastawee alhasanatu wala alssayyiatu idfaʿ biallatee hiya ahsanu faitha allathee baynaka wabaynahu ʿadawatun kaannahu waliyyun hameemun
De goede daad en de slechte daad kunnen niet gelijk zijn. Vervang (het kwaad) met iets beters dan waarlijk zie je, hij die jouw vijand was, (zal) je hartsvriend (worden).
-
وَمَا يُلَقَّىٰهَآ إِلَّا ٱلَّذِينَ صَبَرُوا۟ وَمَا يُلَقَّىٰهَآ إِلَّا ذُو حَظٍّ عَظِيمٍ٣٥
Wama yulaqqaha illa allatheena sabaroo wama yulaqqaha illa thoo haththin ʿatheemin
Maar niemand is het gegeven behalve degenen die geduldig zijn en niemand is het gegeven behalve de eigenaar van een groot deel.
-
وَإِمَّا يَنزَغَنَّكَ مِنَ ٱلشَّيْطَـٰنِ نَزْغٌ فَٱسْتَعِذْ بِٱللَّهِ ۖ إِنَّهُۥ هُوَ ٱلسَّمِيعُ ٱلْعَلِيمُ٣٦
Waimma yanzaghannaka mina alshshaytani nazghun faistaʿith biAllahi innahu huwa alssameeʿu alʿaleemu
En als Shaytaan jou met een kwade influistering benadert (om je van het goede te weerhouden), zoek dan toevlucht bij Allah (om het teniet te doen). Waarlijk, Hij is de Alhorende (van alle uitspraken), de Alwetende (van alle daden).
-
وَمِنْ ءَايَـٰتِهِ ٱلَّيْلُ وَٱلنَّهَارُ وَٱلشَّمْسُ وَٱلْقَمَرُ ۚ لَا تَسْجُدُوا۟ لِلشَّمْسِ وَلَا لِلْقَمَرِ وَٱسْجُدُوا۟ لِلَّهِ ٱلَّذِى خَلَقَهُنَّ إِن كُنتُمْ إِيَّاهُ تَعْبُدُونَ٣٧
Wamin ayatihi allaylu waalnnaharu waalshshamsu waalqamaru la tasjudoo lilshshamsi wala lilqamari waosjudoo lillahi alathee khalaqahunna in kuntum iyyahu taʿbudoona
En van Zijn tekenen zijn de nacht en de dag, en de zon en de maan. Kniel niet voor de zon of de maan maar kniel voor Allah Die hen geschapen heeft, als jullie Hem (echt) aanbidden.
-
فَإِنِ ٱسْتَكْبَرُوا۟ فَٱلَّذِينَ عِندَ رَبِّكَ يُسَبِّحُونَ لَهُۥ بِٱلَّيْلِ وَٱلنَّهَارِ وَهُمْ لَا يَسْـَٔمُونَ ۩٣٨
Faini istakbaroo faallatheena ʿinda rabbika yusabbihoona lahu biallayli waalnnahari wahum la yasamoona
Maar als zij te trots zijn (om zo te doen). Degene die bij jouw (O Mohammed) Heer zijn die Hem nacht en dag verheerlijken en zij zijn nooit vermoeid (de engelen).
-
وَمِنْ ءَايَـٰتِهِۦٓ أَنَّكَ تَرَى ٱلْأَرْضَ خَـٰشِعَةً فَإِذَآ أَنزَلْنَا عَلَيْهَا ٱلْمَآءَ ٱهْتَزَّتْ وَرَبَتْ ۚ إِنَّ ٱلَّذِىٓ أَحْيَاهَا لَمُحْىِ ٱلْمَوْتَىٰٓ ۚ إِنَّهُۥ عَلَىٰ كُلِّ شَىْءٍ قَدِيرٌ٣٩
Wamin ayatihi annaka tara alarda khashiʿatan faitha anzalna ʿalayha almaa ihtazzat warabat inna allathee ahyaha lamuhyee almawta innahu ʿala kulli shayin qadeerun
En onder Zijn tekenen is dat je de aarde onvruchtbaar ziet, maar Wij sturen daar water naar toe, en dan is vol leven en groei. Waarlijk, Hij Die het leven geeft, zeker (Hij) is in staat om de doden tot leven te brengen (en ook om onze dode harten levend te maken). Voorwaar! Hij is tot alle zaken in staat.
-
إِنَّ ٱلَّذِينَ يُلْحِدُونَ فِىٓ ءَايَـٰتِنَا لَا يَخْفَوْنَ عَلَيْنَآ ۗ أَفَمَن يُلْقَىٰ فِى ٱلنَّارِ خَيْرٌ أَم مَّن يَأْتِىٓ ءَامِنًا يَوْمَ ٱلْقِيَـٰمَةِ ۚ ٱعْمَلُوا۟ مَا شِئْتُمْ ۖ إِنَّهُۥ بِمَا تَعْمَلُونَ بَصِيرٌ٤٠
Inna allatheena yulhidoona fee ayatina la yakhfawna ʿalayna afaman yulqa fee alnnari khayrun am man yatee aminan yawma alqiyamati iʿmaloo ma shitum innahu bima taʿmaloona baseerun
Waarlijk degenen die zich van Onze tekenen afwenden zijn niet voor Ons verborgen. Is degene die in het vuur blijft beter of degene die veilig is op de Dag der Opstanding? Doe wat jullie willen. Waarlijk! Hij is de Alziende van wat jullie doen.
-
إِنَّ ٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ بِٱلذِّكْرِ لَمَّا جَآءَهُمْ ۖ وَإِنَّهُۥ لَكِتَـٰبٌ عَزِيزٌ٤١
Inna allatheena kafaroo bialththikri lamma jaahum wainnahu lakitabun ʿazeezun
Waarlijk, degenen die niet in de vermaning geloven toen het tot hen kwam. En waarlijk, het is zeker een almachtig Boek.
-
لَّا يَأْتِيهِ ٱلْبَـٰطِلُ مِنۢ بَيْنِ يَدَيْهِ وَلَا مِنْ خَلْفِهِۦ ۖ تَنزِيلٌ مِّنْ حَكِيمٍ حَمِيدٍ٤٢
La yateehi albatilu min bayni yadayhi wala min khalfihi tanzeelun min hakeemin hameedin
Valsheid kan daar niet in voorkomen noch van voren of van achteren, (het is) door de Alwijze neergezonden. Waard om geprezen te worden.
-
مَّا يُقَالُ لَكَ إِلَّا مَا قَدْ قِيلَ لِلرُّسُلِ مِن قَبْلِكَ ۚ إِنَّ رَبَّكَ لَذُو مَغْفِرَةٍ وَذُو عِقَابٍ أَلِيمٍ٤٣
Ma yuqalu laka illa ma qad qeela lilrrusuli min qablika inna rabbaka lathoo maghfiratin wathoo ʿiqabin aleemin
Niets is tegen jou gezegd behalve wat tegen de boodschappers vóór jou gezegd is. Waarlijk jouw Heer is de Bezitter van de vergiffenis en (ook) de Bezitter van een pijnlijke bestraffing.
-
وَلَوْ جَعَلْنَـٰهُ قُرْءَانًا أَعْجَمِيًّا لَّقَالُوا۟ لَوْلَا فُصِّلَتْ ءَايَـٰتُهُۥٓ ۖ ءَا۬عْجَمِىٌّ وَعَرَبِىٌّ ۗ قُلْ هُوَ لِلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ هُدًى وَشِفَآءٌ ۖ وَٱلَّذِينَ لَا يُؤْمِنُونَ فِىٓ ءَاذَانِهِمْ وَقْرٌ وَهُوَ عَلَيْهِمْ عَمًى ۚ أُو۟لَـٰٓئِكَ يُنَادَوْنَ مِن مَّكَانٍۭ بَعِيدٍ٤٤
Walaw jaʿalnahu quranan aʿjamiyyan laqaloo lawla fussilat ayatuhu aaʿjamiyyun waʿarabiyyun qul huwa lillatheena amanoo hudan washifaon waallatheena la yuminoona fee athanihim waqrun wahuwa ʿalayhim ʿaman olaika yunadawna min makanin baʿeedin
En als Wij deze Koran in een vreemde taal, anders dan Arabisch, hadden gestuurd zouden zij gezegd hebben: “Waarom zijn de verzen niet nauwkeurig uitgelegd, (terwijl degene) aan wie het geopenbaard is een Arabier is." Zeg (o Mohammed): “Het is voor degenen die geloven een leiding en een genezing. En wat de ongelovigen betreft, er is zwaarte in hun oren en het is blindheid voor hen. Dit zijn degenen die van een verre plaats geroepen worden.
-
وَلَقَدْ ءَاتَيْنَا مُوسَى ٱلْكِتَـٰبَ فَٱخْتُلِفَ فِيهِ ۗ وَلَوْلَا كَلِمَةٌ سَبَقَتْ مِن رَّبِّكَ لَقُضِىَ بَيْنَهُمْ ۚ وَإِنَّهُمْ لَفِى شَكٍّ مِّنْهُ مُرِيبٍ٤٥
Walaqad atayna moosa alkitaba faikhtulifa feehi walawla kalimatun sabaqat min rabbika laqudiya baynahum wainnahum lafee shakkin minhu mureebin
En voorwaar, Wij gaven Moesa het Boek, waarna hierover (door zijn volk) van mening werd verschild. En als het niet vanwege het woord dat van jouw Heer vooruit was gegaan zouden tussen hen zeker geoordeeld. Maar waarlijk, zij hebben daarover grote twijfel.
-
مَّنْ عَمِلَ صَـٰلِحًا فَلِنَفْسِهِۦ ۖ وَمَنْ أَسَآءَ فَعَلَيْهَا ۗ وَمَا رَبُّكَ بِظَلَّـٰمٍ لِّلْعَبِيدِ٤٦
Man ʿamila salihan falinafsihi waman asaa faʿalayha wama rabbuka bithallamin lilʿabeedi
Iedereen die goede daden verricht doet dit ten nutte van zichzelf en iedereen die kwaad doet schaadt zichzelf en jullie Heer is niet onrechtvaardig voor (Zijn) dienaren.
-
۞ إِلَيْهِ يُرَدُّ عِلْمُ ٱلسَّاعَةِ ۚ وَمَا تَخْرُجُ مِن ثَمَرَٰتٍ مِّنْ أَكْمَامِهَا وَمَا تَحْمِلُ مِنْ أُنثَىٰ وَلَا تَضَعُ إِلَّا بِعِلْمِهِۦ ۚ وَيَوْمَ يُنَادِيهِمْ أَيْنَ شُرَكَآءِى قَالُوٓا۟ ءَاذَنَّـٰكَ مَا مِنَّا مِن شَهِيدٍ٤٧
Ilayhi yuraddu ʿilmu alssaʿati wama takhruju min thamaratin min akmamiha wama tahmilu min ontha wala tadaʿu illa biʿilmihi wayawma yunadeehim ayna shurakaee qaloo athannaka ma minna min shaheedin
Tot Allah behoort de kennis van het Uur. Geen fruit komt uit haar schede, noch ontvangt een vrouw, noch brengt voort behalve door Zijn kennis. En op de Dag wanneer Hij tot hen roept: “Waar zijn Mijn (zogenoemde) deelgenoten?” Zij zullen zeggen: “Wij vertellen U dat geen van ons daarvan getuigt!”
-
وَضَلَّ عَنْهُم مَّا كَانُوا۟ يَدْعُونَ مِن قَبْلُ ۖ وَظَنُّوا۟ مَا لَهُم مِّن مَّحِيصٍ٤٨
Wadalla ʿanhum ma kanoo yadʿoona min qablu wathannoo ma lahum min maheesin
En degenen die zij hiervoor plachten aan te roepen, baten hen niet en zij zullen zien dat zij geen toevlucht hebben.
-
لَّا يَسْـَٔمُ ٱلْإِنسَـٰنُ مِن دُعَآءِ ٱلْخَيْرِ وَإِن مَّسَّهُ ٱلشَّرُّ فَيَـُٔوسٌ قَنُوطٌ٤٩
La yasamu alinsanu min duʿai alkhayri wain massahu alshsharru fayaoosun qanootun
De mens krijgt er nooit genoeg van om het goede te vragen, maar als het kwaad hem raakt, dan geeft hij alle hoop op en is verloren in wanhoop.
-
وَلَئِنْ أَذَقْنَـٰهُ رَحْمَةً مِّنَّا مِنۢ بَعْدِ ضَرَّآءَ مَسَّتْهُ لَيَقُولَنَّ هَـٰذَا لِى وَمَآ أَظُنُّ ٱلسَّاعَةَ قَآئِمَةً وَلَئِن رُّجِعْتُ إِلَىٰ رَبِّىٓ إِنَّ لِى عِندَهُۥ لَلْحُسْنَىٰ ۚ فَلَنُنَبِّئَنَّ ٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ بِمَا عَمِلُوا۟ وَلَنُذِيقَنَّهُم مِّنْ عَذَابٍ غَلِيظٍ٥٠
Walain athaqnahu rahmatan minna min baʿdi darraa massathu layaqoolanna hatha lee wama athunnu alssaʿata qaimatan walain rujiʿtu ila rabbee inna lee ʿindahu lalhusna falanunabbianna allatheena kafaroo bima ʿamiloo walanutheeqannahum min ʿathabin ghaleethin
En waarlijk, als Wij hem de genade van Ons laten proeven, nadat tegenslag hem geraakt heeft, zal hij zeker zeggen: “Dit ligt aan mijn eigen (inspanningen), ik denk niet dat het Uur is aangebroken. Maar als ik tot mijn Heer word teruggebracht. Zal daar zeker voor mij het beste zijn bij Hem. Dan, laten Wij waarlijk aan de ongelovigen zien wat zij gedaan hebben en Wij zullen hen een zware bestraffing laten proeven."
-
وَإِذَآ أَنْعَمْنَا عَلَى ٱلْإِنسَـٰنِ أَعْرَضَ وَنَـَٔا بِجَانِبِهِۦ وَإِذَا مَسَّهُ ٱلشَّرُّ فَذُو دُعَآءٍ عَرِيضٍ٥١
Waitha anʿamna ʿala alinsani aʿrada wanaa bijanibihi waitha massahu alshsharru fathoo duʿain ʿareedin
En als Wij de mens gunsten laten zien, trekt hij zich terug en keert zich af, maar als het kwaad hem raakt, dan neemt hij zijn toevlucht tot lange smeekbeden.
-
قُلْ أَرَءَيْتُمْ إِن كَانَ مِنْ عِندِ ٱللَّهِ ثُمَّ كَفَرْتُم بِهِۦ مَنْ أَضَلُّ مِمَّنْ هُوَ فِى شِقَاقٍۭ بَعِيدٍ٥٢
Qul araaytum in kana min ʿindi Allahi thumma kafartum bihi man adallu mimman huwa fee shiqaqin baʿeedin
Zeg: “Vertel mij of het (de Koran) van Allah afkomstig is of jullie daar niet in geloven – wie dwaalt er meer dan degene die er ver vandaan is (de Koran)."
-
سَنُرِيهِمْ ءَايَـٰتِنَا فِى ٱلْـَٔافَاقِ وَفِىٓ أَنفُسِهِمْ حَتَّىٰ يَتَبَيَّنَ لَهُمْ أَنَّهُ ٱلْحَقُّ ۗ أَوَلَمْ يَكْفِ بِرَبِّكَ أَنَّهُۥ عَلَىٰ كُلِّ شَىْءٍ شَهِيدٌ٥٣
Sanureehim ayatina fee alafaqi wafee anfusihim hatta yatabayyana lahum annahu alhaqqu awalam yakfi birabbika annahu ʿala kulli shayin shaheedun
Wij zullen hen Onze tekenen laten zien in het universum en in hun zelf, tot het duidelijk voor hen wordt dat dit de waarheid is. Is het niet voldoende dat jouw Heer de getuige van alles is?
-
أَلَآ إِنَّهُمْ فِى مِرْيَةٍ مِّن لِّقَآءِ رَبِّهِمْ ۗ أَلَآ إِنَّهُۥ بِكُلِّ شَىْءٍ مُّحِيطٌۢ٥٤
Ala innahum fee miryatin min liqai rabbihim ala innahu bikulli shayin muheetun
Waarlijk! Twijfelen zij over de Ontmoeting met hun Heer. Waarlijk! Hij is het Die alle zaken omringt!
Veelgestelde vragen
Wat betekent de naam van soera Fussilat?
Fussilat betekent ‘In detail uitgelegd’.
In welke juz staat soera Fussilat?
Soera Fussilat strekt zich uit over juz 24 en 25.
Hoeveel verzen heeft soera Fussilat?
Soera Fussilat telt 54 verzen.
Is soera Fussilat Mekkaans of Medinaans?
Soera Fussilat is een Mekkaanse soera.
Welk nummer heeft soera Fussilat?
Fussilat is de 41e soera van de Koran.
Bronnen
- Arabic text: Tanzil Quran Text (Uthmani) (Tanzil Project, CC BY 3.0), reproduced without changes.
- Translation: Dutch Islamic Center, from QuranEnc.com, version 2.0.10, reproduced without changes.
- Transliteration: Tanzil.net English transliteration.
- Recitation: Mishary Rashid Alafasy, via QuranicAudio.com and EveryAyah.com.
- Word by word: recordings and meanings from Quran.com (Quran Foundation), played when you tap a word.
- Madinah and IndoPak fonts (Settings): the text in those scripts and their fonts come from the Quran Foundation (Quran.com); the Madinah font is the King Fahd Glorious Quran Printing Complex's Uthmanic Hafs font.
Found a mistake? Report a mistake and we will check it against the source.