سورة الزخرف

Soera Az-Zukhruf in het Nederlands

De gouden versieringen

Mushaf

Mishary Rashid AlafasyMP3 downloadenPDF downloaden

Soera Az-Zukhruf (الزخرف) is de 43e soera van de Koran en telt 89 verzen. De naam betekent ‘De gouden versieringen’. Het is een Mekkaanse soera, geopenbaard in Mekka vóór de Hidjra, en ze staat in juz 25.

Op deze pagina lees je soera Az-Zukhruf volledig in het Arabisch, vers voor vers met de Nederlandse vertaling van het Dutch Islamic Center en de transliteratie, en kun je naar de recitatie luisteren.

Soera Az-Zukhruf volledig: Arabisch, Nederlandse vertaling en transliteratie

بِسْمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحْمَـٰنِ ٱلرَّحِيمِ

  1. حمٓ۝١

    Hameem

    Ha Miem.1

    Voetnoten
    [1] Bekijk de voetnoten van vers 1 van Soera Al-Baqarah.
  2. وَٱلْكِتَـٰبِ ٱلْمُبِينِ۝٢

    Waalkitabi almubeeni

    Bij het duidelijke Boek.

  3. إِنَّا جَعَلْنَـٰهُ قُرْءَٰنًا عَرَبِيًّا لَّعَلَّكُمْ تَعْقِلُونَ۝٣

    Inna jaʿalnahu quranan ʿarabiyyan laʿallakum taʿqiloona

    Wij hebben waarlijk een Koran het Arabisch gemaakt, zodat jullie in staat zijn het te begrijpen.

  4. وَإِنَّهُۥ فِىٓ أُمِّ ٱلْكِتَـٰبِ لَدَيْنَا لَعَلِىٌّ حَكِيمٌ۝٤

    Wainnahu fee ommi alkitabi ladayna laʿaliyyun hakeemun

    En waarlijk, het is (de Koran) in de Moeder van boeken, waarlijk verheven, vol wijsheid.

  5. أَفَنَضْرِبُ عَنكُمُ ٱلذِّكْرَ صَفْحًا أَن كُنتُمْ قَوْمًا مُّسْرِفِينَ۝٥

    Afanadribu ʿankumu alththikra safhan an kuntum qawman musrifeena

    Dachten jullie dat wij het verloochenen van jullie tegenover de vermaning ongestraft zouden laten, terwijl jullie een volk zijn dat de grenzen overschrijdt.

  6. وَكَمْ أَرْسَلْنَا مِن نَّبِىٍّ فِى ٱلْأَوَّلِينَ۝٦

    Wakam arsalna min nabiyyin fee alawwaleena

    En hoeveel profeten hebben Wij gestuurd onder de eerdere volkeren.

  7. وَمَا يَأْتِيهِم مِّن نَّبِىٍّ إِلَّا كَانُوا۟ بِهِۦ يَسْتَهْزِءُونَ۝٧

    Wama yateehim min nabiyyin illa kanoo bihi yastahzioona

    En nooit kwam er een profeet tot hen of zij bespotten hun eigen profeten.

  8. فَأَهْلَكْنَآ أَشَدَّ مِنْهُم بَطْشًا وَمَضَىٰ مَثَلُ ٱلْأَوَّلِينَ۝٨

    Faahlakna ashadda minhum batshan wamada mathalu alawwaleena

    Toen vernietigden Wij mensen die nog erger waren dan zij – en de voorbeelden van de eerdere volkeren is voorbij gegaan.

  9. وَلَئِن سَأَلْتَهُم مَّنْ خَلَقَ ٱلسَّمَـٰوَٰتِ وَٱلْأَرْضَ لَيَقُولُنَّ خَلَقَهُنَّ ٱلْعَزِيزُ ٱلْعَلِيمُ۝٩

    Walain saaltahum man khalaqa alssamawati waalarda layaqoolunna khalaqahunna alʿazeezu alʿaleemu

    En zeker, als je hen vraagt: “Wie heeft de hemelen en de aarde geschapen?” Zullen zij zeker zeggen: “De Almachtige, de Alwetende heeft hen geschapen."

  10. ٱلَّذِى جَعَلَ لَكُمُ ٱلْأَرْضَ مَهْدًا وَجَعَلَ لَكُمْ فِيهَا سُبُلًا لَّعَلَّكُمْ تَهْتَدُونَ۝١٠

    Allathee jaʿala lakumu alarda mahdan wajaʿala lakum feeha subulan laʿallakum tahtadoona

    Die voor jullie de aarde als een bed heeft gemaakt, en voor jullie daarop wegen heeft aangelegd, zodat jullie je weg kunnen vinden.

  11. وَٱلَّذِى نَزَّلَ مِنَ ٱلسَّمَآءِ مَآءًۢ بِقَدَرٍ فَأَنشَرْنَا بِهِۦ بَلْدَةً مَّيْتًا ۚ كَذَٰلِكَ تُخْرَجُونَ۝١١

    Waallathee nazzala mina alssamai maan biqadarin faansharna bihi baldatan maytan kathalika tukhrajoona

    En Die water (regen) uit de hemel neer heeft gestuurd in een afgepaste maat. Dan hebben Wij het dode land daarmee tot leven gebracht en zo worden jullie ook voortgebracht.

  12. وَٱلَّذِى خَلَقَ ٱلْأَزْوَٰجَ كُلَّهَا وَجَعَلَ لَكُم مِّنَ ٱلْفُلْكِ وَٱلْأَنْعَـٰمِ مَا تَرْكَبُونَ۝١٢

    Waallathee khalaqa alazwaja kullaha wajaʿala lakum mina alfulki waalanʿami ma tarkaboona

    En Die alles in paren geschapen heeft en die voor jullie schepen en vee aangewezen heeft om op te rijden.

  13. لِتَسْتَوُۥا۟ عَلَىٰ ظُهُورِهِۦ ثُمَّ تَذْكُرُوا۟ نِعْمَةَ رَبِّكُمْ إِذَا ٱسْتَوَيْتُمْ عَلَيْهِ وَتَقُولُوا۟ سُبْحَـٰنَ ٱلَّذِى سَخَّرَ لَنَا هَـٰذَا وَمَا كُنَّا لَهُۥ مُقْرِنِينَ۝١٣

    Litastawoo ʿala thuhoorihi thumma tathkuroo niʿmata rabbikum itha istawaytum ʿalayhi wataqooloo subhana allathee sakhkhara lana hatha wama kunna lahu muqrineena

    Zodat jullie stevig op hun ruggen kunnen klimmen en dan de gunst van jullie Heer kunnen gedenken wanneer jullie daarop plaats hebben genomen en dan zeggen: “Verheerlijkt is Hij die dit (bijvoorbeeld een rijdier of auto) aan ons onderworpen heeft, en wij zouden dit nooit zelf aankunnen.”

  14. وَإِنَّآ إِلَىٰ رَبِّنَا لَمُنقَلِبُونَ۝١٤

    Wainna ila rabbina lamunqaliboona

    En waarlijk, tot Onze Heer zullen wij zeker terugkeren!

  15. وَجَعَلُوا۟ لَهُۥ مِنْ عِبَادِهِۦ جُزْءًا ۚ إِنَّ ٱلْإِنسَـٰنَ لَكَفُورٌ مُّبِينٌ۝١٥

    Wajaʿaloo lahu min ʿibadihi juzan inna alinsana lakafoorun mubeenun

    En zij kennen aan sommigen van Zijn dienaren (zoals Jezus, en bij de sjiieten hun twaalf imams) een deel van Hem toe. Waarlijk, de mens is zeker duidelijk ondankbaar!

  16. أَمِ ٱتَّخَذَ مِمَّا يَخْلُقُ بَنَاتٍ وَأَصْفَىٰكُم بِٱلْبَنِينَ۝١٦

    Ami ittakhatha mimma yakhluqu banatin waasfakum bialbaneena

    Of Hij heeft dochters genomen uit dat wat Hij geschapen heeft, en Hij heeft voor jullie zonen uitgekozen?

  17. وَإِذَا بُشِّرَ أَحَدُهُم بِمَا ضَرَبَ لِلرَّحْمَـٰنِ مَثَلًا ظَلَّ وَجْهُهُۥ مُسْوَدًّا وَهُوَ كَظِيمٌ۝١٧

    Waitha bushshira ahaduhum bima daraba lilrrahmani mathalan thalla wajhuhu muswaddan wahuwa katheemun

    En als één van hen het nieuws hoort (de geboorte van een meisje) van wat zij aan de Barmhartigste toeschrijven, wordt zijn gezicht donker en is hij vervuld met droefheid!

  18. أَوَمَن يُنَشَّؤُا۟ فِى ٱلْحِلْيَةِ وَهُوَ فِى ٱلْخِصَامِ غَيْرُ مُبِينٍ۝١٨

    Awaman yunashshao fee alhilyati wahuwa fee alkhisami ghayru mubeenin

    Is degene die groot is gebracht met versieringen en in een ruzie zichzelf niet duidelijk kan maken (door veel emotie) een onderdeel van Allah?

  19. وَجَعَلُوا۟ ٱلْمَلَـٰٓئِكَةَ ٱلَّذِينَ هُمْ عِبَـٰدُ ٱلرَّحْمَـٰنِ إِنَـٰثًا ۚ أَشَهِدُوا۟ خَلْقَهُمْ ۚ سَتُكْتَبُ شَهَـٰدَتُهُمْ وَيُسْـَٔلُونَ۝١٩

    Wajaʿaloo almalaikata allatheena hum ʿibadu alrrahmani inathan ashahidoo khalqahum satuktabu shahadatuhum wayusaloona

    En zij maken de engelen die zelf de dienaren van de Barmhartigste zijn tot vrouwen. Waren zij getuigen van hun schepping? Hun bewijs zal genoteerd worden en zij zullen ondervraagd worden!

  20. وَقَالُوا۟ لَوْ شَآءَ ٱلرَّحْمَـٰنُ مَا عَبَدْنَـٰهُم ۗ مَّا لَهُم بِذَٰلِكَ مِنْ عِلْمٍ ۖ إِنْ هُمْ إِلَّا يَخْرُصُونَ۝٢٠

    Waqaloo law shaa alrrahmanu ma ʿabadnahum ma lahum bithalika min ʿilmin in hum illa yakhrusoona

    En zij zeiden: “Als het de wil van de meest Barmhartige geweest was, zouden wij hen niet aanbidden. Zij hebben geen kennis daarover. Zij doen niets anders dan liegen!"

  21. أَمْ ءَاتَيْنَـٰهُمْ كِتَـٰبًا مِّن قَبْلِهِۦ فَهُم بِهِۦ مُسْتَمْسِكُونَ۝٢١

    Am ataynahum kitaban min qablihi fahum bihi mustamsikoona

    Of hebben Wij hen een Boek hiervoor gegeven waaraan zij zich vasthouden?

  22. بَلْ قَالُوٓا۟ إِنَّا وَجَدْنَآ ءَابَآءَنَا عَلَىٰٓ أُمَّةٍ وَإِنَّا عَلَىٰٓ ءَاثَـٰرِهِم مُّهْتَدُونَ۝٢٢

    Bal qaloo inna wajadna abaana ʿala ommatin wainna ʿala atharihim muhtadoona

    Welnee! Zij zeggen: “Wij vonden onze vaders op een bepaalde godsdienst, en wij leiden onszelf door hun voetstappen.”

  23. وَكَذَٰلِكَ مَآ أَرْسَلْنَا مِن قَبْلِكَ فِى قَرْيَةٍ مِّن نَّذِيرٍ إِلَّا قَالَ مُتْرَفُوهَآ إِنَّا وَجَدْنَآ ءَابَآءَنَا عَلَىٰٓ أُمَّةٍ وَإِنَّا عَلَىٰٓ ءَاثَـٰرِهِم مُّقْتَدُونَ۝٢٣

    Wakathalika ma arsalna min qablika fee qaryatin min natheerin illa qala mutrafooha inna wajadna abaana ʿala ommatin wainna ʿala atharihim muqtadoona

    En ook hebben Wij geen boodschapper voor jou gestuurd naar elke stad of de gemakzuchtige onder hen zeiden: “Wij zagen dat onze vaders een bepaalde godsdienst volgden en wij zullen zeker in hun voetstappen treden.”

  24. ۞ قَـٰلَ أَوَلَوْ جِئْتُكُم بِأَهْدَىٰ مِمَّا وَجَدتُّمْ عَلَيْهِ ءَابَآءَكُمْ ۖ قَالُوٓا۟ إِنَّا بِمَآ أُرْسِلْتُم بِهِۦ كَـٰفِرُونَ۝٢٤

    Qala awalaw jitukum biahda mimma wajadtum ʿalayhi abaakum qaloo inna bima orsiltum bihi kafiroona

    Hij (Mohammed) zei: “Zelfs als ik jullie een betere leiding breng dan die van jullie vaders?” Zij zeiden: “Waarlijk, wij geloven niet in datgene waar jullie mee gestuurd zijn.”

  25. فَٱنتَقَمْنَا مِنْهُمْ ۖ فَٱنظُرْ كَيْفَ كَانَ عَـٰقِبَةُ ٱلْمُكَذِّبِينَ۝٢٥

    Faintaqamna minhum faonthur kayfa kana ʿaqibatu almukaththibeena

    Dus wreekten Wij ons over hen, zie dan wat het einde was van degenen die ontkenden.

  26. وَإِذْ قَالَ إِبْرَٰهِيمُ لِأَبِيهِ وَقَوْمِهِۦٓ إِنَّنِى بَرَآءٌ مِّمَّا تَعْبُدُونَ۝٢٦

    Waith qala ibraheemu liabeehi waqawmihi innanee baraon mimma taʿbudoona

    En (gedenk) toen Ibraahiem tegen zijn vader en zijn volk zei: “Waarlijk ik ben onschuldig aan dat wat jullie aanbidden.

  27. إِلَّا ٱلَّذِى فَطَرَنِى فَإِنَّهُۥ سَيَهْدِينِ۝٢٧

    Illa allathee fataranee fainnahu sayahdeeni

    Behalve Hij Die mij geschapen heeft en waarlijk, Hij zal mij leiden.”

  28. وَجَعَلَهَا كَلِمَةًۢ بَاقِيَةً فِى عَقِبِهِۦ لَعَلَّهُمْ يَرْجِعُونَ۝٢٨

    Wajaʿalaha kalimatan baqiyatan fee ʿaqibihi laʿallahum yarjiʿoona

    En hij liet het een woord onder zijn nageslacht zijn dat altijd duurde, dat zij terug kunnen keren.

  29. بَلْ مَتَّعْتُ هَـٰٓؤُلَآءِ وَءَابَآءَهُمْ حَتَّىٰ جَآءَهُمُ ٱلْحَقُّ وَرَسُولٌ مُّبِينٌ۝٢٩

    Bal mattaʿtu haolai waabaahum hatta jaahumu alhaqqu warasoolun mubeenun

    Nee, maar Ik (Allah) liet hen en hun vaderen genieten (in deze wereld) tot de waarheid (de Koran) tot hen kwam en een duidelijke boodschapper.

  30. وَلَمَّا جَآءَهُمُ ٱلْحَقُّ قَالُوا۟ هَـٰذَا سِحْرٌ وَإِنَّا بِهِۦ كَـٰفِرُونَ۝٣٠

    Walamma jaahumu alhaqqu qaloo hatha sihrun wainna bihi kafiroona

    En toen de waarheid tot hen kwam, zeiden zij: “Dit is toverij en wij geloven daar niet in.”

  31. وَقَالُوا۟ لَوْلَا نُزِّلَ هَـٰذَا ٱلْقُرْءَانُ عَلَىٰ رَجُلٍ مِّنَ ٱلْقَرْيَتَيْنِ عَظِيمٍ۝٣١

    Waqaloo lawla nuzzila hatha alquranu ʿala rajulin mina alqaryatayni ʿatheemun

    En (de ongelovigen die niet beter wisten) zeiden: “Waarom werd deze Koran niet geopenbaard aan een groot man van (één van) de twee steden1.

    Voetnoten
    [1]Mekka of Taaïf, respectievelijk Al-Walied ibn Al-Moeghierah en ‘Orwah ibn Mas’oed Ath-Thaqafie.
  32. أَهُمْ يَقْسِمُونَ رَحْمَتَ رَبِّكَ ۚ نَحْنُ قَسَمْنَا بَيْنَهُم مَّعِيشَتَهُمْ فِى ٱلْحَيَوٰةِ ٱلدُّنْيَا ۚ وَرَفَعْنَا بَعْضَهُمْ فَوْقَ بَعْضٍ دَرَجَـٰتٍ لِّيَتَّخِذَ بَعْضُهُم بَعْضًا سُخْرِيًّا ۗ وَرَحْمَتُ رَبِّكَ خَيْرٌ مِّمَّا يَجْمَعُونَ۝٣٢

    Ahum yaqsimoona rahmata rabbika nahnu qasamna baynahum maʿeeshatahum fee alhayati alddunya warafaʿna baʿdahum fawqa baʿdin darajatin liyattakhitha baʿduhum baʿdan sukhriyyan warahmatu rabbika khayrun mimma yajmaʿoona

    Zijn zij het die de genade van jouw Heer verdelen? Wij zijn het Die onder hen hun levensonderhoud op deze wereld verdelen, en Wij verhieven sommigen van hen in rang boven anderen, waardoor de ene (arme) groep het mikpunt van spot zal zijn voor de andere (rijke) groep. Maar de genade van jou Heer is beter dan wat zij vergaren.

  33. وَلَوْلَآ أَن يَكُونَ ٱلنَّاسُ أُمَّةً وَٰحِدَةً لَّجَعَلْنَا لِمَن يَكْفُرُ بِٱلرَّحْمَـٰنِ لِبُيُوتِهِمْ سُقُفًا مِّن فِضَّةٍ وَمَعَارِجَ عَلَيْهَا يَظْهَرُونَ۝٣٣

    Walawla an yakoona alnnasu ommatan wahidatan lajaʿalna liman yakfuru bialrrahmani libuyootihim suqufan min fiddatin wamaʿarija ʿalayha yathharoona

    En als de mensheid niet één gemeenschap waren, dan zouden Wij voor degenen die in de Barmhartigste ongelovig waren zilveren daken voor hun huizen gemaakt hebben, en trappen waardoor zij konden opstijgen.

  34. وَلِبُيُوتِهِمْ أَبْوَٰبًا وَسُرُرًا عَلَيْهَا يَتَّكِـُٔونَ۝٣٤

    Walibuyootihim abwaban wasururan ʿalayha yattakioona

    En voor hun huisdeuren en tronen waarop zij konden rusten.

  35. وَزُخْرُفًا ۚ وَإِن كُلُّ ذَٰلِكَ لَمَّا مَتَـٰعُ ٱلْحَيَوٰةِ ٱلدُّنْيَا ۚ وَٱلْـَٔاخِرَةُ عِندَ رَبِّكَ لِلْمُتَّقِينَ۝٣٥

    Wazukhrufan wain kullu thalika lamma mataʿu alhayati alddunya waalakhiratu ʿinda rabbika lilmuttaqeena

    En versieringen van goud. Maar dit alles zou niet anders dan een vermaak van deze wereld zijn. En het hiernamaals bij jullie Heer is slechts voor de godvrezenden.

  36. وَمَن يَعْشُ عَن ذِكْرِ ٱلرَّحْمَـٰنِ نُقَيِّضْ لَهُۥ شَيْطَـٰنًا فَهُوَ لَهُۥ قَرِينٌ۝٣٦

    Waman yaʿshu ʿan thikri alrrahmani nuqayyid lahu shaytanan fahuwa lahu qareenun

    En wie zich afkeert van het gedenken van de meest Barmhartige (zowel kennis op doen, de Koran onderhouden, Allah gedenken, vrijwillig aanbidding enz), dan wijzen Wij Shaytaan aan als zijn metgezel.

  37. وَإِنَّهُمْ لَيَصُدُّونَهُمْ عَنِ ٱلسَّبِيلِ وَيَحْسَبُونَ أَنَّهُم مُّهْتَدُونَ۝٣٧

    Wainnahum layasuddoonahum ʿani alssabeeli wayahsaboona annahum muhtadoona

    En waarlijk, zij (de duivels) belemmeren hen (de levenden) op het (rechte) pad en (toch) denken zij dat zij ‘recht’ zijn geleid!

  38. حَتَّىٰٓ إِذَا جَآءَنَا قَالَ يَـٰلَيْتَ بَيْنِى وَبَيْنَكَ بُعْدَ ٱلْمَشْرِقَيْنِ فَبِئْسَ ٱلْقَرِينُ۝٣٨

    Hatta itha jaana qala ya layta baynee wabaynaka buʿda almashriqayni fabisa alqareenu

    Tot (zo iemand) tot Ons komt, zegt hij: “Was er maar tussen ons een afstand van twee oosten, (wat) een erg (soort) metgezel (de satan)!”

  39. وَلَن يَنفَعَكُمُ ٱلْيَوْمَ إِذ ظَّلَمْتُمْ أَنَّكُمْ فِى ٱلْعَذَابِ مُشْتَرِكُونَ۝٣٩

    Walan yanfaʿakumu alyawma ith thalamtum annakum fee alʿathabi mushtarikoona

    En het zal jullie op deze dag niet baten dat jullie de bestraffing met elkaar delen, door jullie onrecht.

  40. أَفَأَنتَ تُسْمِعُ ٱلصُّمَّ أَوْ تَهْدِى ٱلْعُمْىَ وَمَن كَانَ فِى ضَلَـٰلٍ مُّبِينٍ۝٤٠

    Afaanta tusmiʿu alssumma aw tahdee alʿumya waman kana fee dalalin mubeenin

    Kan jij (o Mohammed)de doden laten horen of kan je de blinden leiden of degene die in duidelijke dwaling verkeerd?

  41. فَإِمَّا نَذْهَبَنَّ بِكَ فَإِنَّا مِنْهُم مُّنتَقِمُونَ۝٤١

    Faimma nathhabanna bika fainna minhum muntaqimoona

    En zelfs als Wij jou weg nemen, zullen Wij ons zeker op hen wreken.

  42. أَوْ نُرِيَنَّكَ ٱلَّذِى وَعَدْنَـٰهُمْ فَإِنَّا عَلَيْهِم مُّقْتَدِرُونَ۝٤٢

    Aw nuriyannaka allathee waʿadnahum fainna ʿalayhim muqtadiroona

    Of (als) Wij jouw laten zien datgene waarmee Wij hen zullen bestraffen. Waarlijk, wij hebben de macht over hen.

  43. فَٱسْتَمْسِكْ بِٱلَّذِىٓ أُوحِىَ إِلَيْكَ ۖ إِنَّكَ عَلَىٰ صِرَٰطٍ مُّسْتَقِيمٍ۝٤٣

    Faistamsik biallathee oohiya ilayka innaka ʿala siratin mustaqeemin

    Houd je dus stevig vast aan datgene wat aan jou geopenbaard is. Waarlijk, jij bent op het rechte pad.

  44. وَإِنَّهُۥ لَذِكْرٌ لَّكَ وَلِقَوْمِكَ ۖ وَسَوْفَ تُسْـَٔلُونَ۝٤٤

    Wainnahu lathikrun laka waliqawmika wasawfa tusaloona

    En waarlijk, dit is zeker een overdenking voor jou en je volk en jullie zullen (daarover) ondervraagd worden.

  45. وَسْـَٔلْ مَنْ أَرْسَلْنَا مِن قَبْلِكَ مِن رُّسُلِنَآ أَجَعَلْنَا مِن دُونِ ٱلرَّحْمَـٰنِ ءَالِهَةً يُعْبَدُونَ۝٤٥

    Waisal man arsalna min qablika min rusulina ajaʿalna min dooni alrrahmani alihatan yuʿbadoona

    En vraag diegene van Onze Boodschappers die Wij vóór jou gestuurd hebben: “Hebben Wij ooit goden aangewezen die naast de Barmhartigste aanbeden moeten worden?”

  46. وَلَقَدْ أَرْسَلْنَا مُوسَىٰ بِـَٔايَـٰتِنَآ إِلَىٰ فِرْعَوْنَ وَمَلَإِي۟هِۦ فَقَالَ إِنِّى رَسُولُ رَبِّ ٱلْعَـٰلَمِينَ۝٤٦

    Walaqad arsalna moosa biayatina ila firʿawna wamalaihi faqala innee rasoolu rabbi alʿalameena

    En voorwaar Wij hebben Moesa met Onze tekenen gestuurd naar de Farao en zijn leiders. Hij zei: “Waarlijk, Ik ben een boodschapper van de Heer van de werelden.”

  47. فَلَمَّا جَآءَهُم بِـَٔايَـٰتِنَآ إِذَا هُم مِّنْهَا يَضْحَكُونَ۝٤٧

    Falamma jaahum biayatina itha hum minha yadhakoona

    Maar toen hij tot hen met Onze tekenen kwam, zie! Lachten zij hem uit.

  48. وَمَا نُرِيهِم مِّنْ ءَايَةٍ إِلَّا هِىَ أَكْبَرُ مِنْ أُخْتِهَا ۖ وَأَخَذْنَـٰهُم بِٱلْعَذَابِ لَعَلَّهُمْ يَرْجِعُونَ۝٤٨

    Wama nureehim min ayatin illa hiya akbaru min okhtiha waakhathnahum bialʿathabi laʿallahum yarjiʿoona

    En Wij toonden hen geen teken of het werd door een groter gevolgd, en Wij grepen hen met bestraffing zodat zich misschien zouden afkeren van hun fout.

  49. وَقَالُوا۟ يَـٰٓأَيُّهَ ٱلسَّاحِرُ ٱدْعُ لَنَا رَبَّكَ بِمَا عَهِدَ عِندَكَ إِنَّنَا لَمُهْتَدُونَ۝٤٩

    Waqaloo ya ayyuha alsahiru odʿu lana rabbaka bima ʿahida ʿindaka innana lamuhtadoona

    En zij zeiden: “O jij tovenaar! Roep je Heer voor ons aan vanwege de belofte. Waarlijk, wij zullen dan zeker (recht) geleid worden.”

  50. فَلَمَّا كَشَفْنَا عَنْهُمُ ٱلْعَذَابَ إِذَا هُمْ يَنكُثُونَ۝٥٠

    Falamma kashafna ʿanhumu alʿathaba itha hum yankuthoona

    Maar toen Wij de bestraffing van hen verwijderden, zie! Zij verbraken hun verbond.

  51. وَنَادَىٰ فِرْعَوْنُ فِى قَوْمِهِۦ قَالَ يَـٰقَوْمِ أَلَيْسَ لِى مُلْكُ مِصْرَ وَهَـٰذِهِ ٱلْأَنْهَـٰرُ تَجْرِى مِن تَحْتِىٓ ۖ أَفَلَا تُبْصِرُونَ۝٥١

    Wanada firʿawnu fee qawmihi qala ya qawmi alaysa lee mulku misra wahathihi alanharu tajree min tahtee afala tubsiroona

    En Farao verkondigde onder zijn volk: “O mijn volk! Is het rijk van Egypte niet van mij en deze rivieren die onder mij stromen. Zien jullie hen dan niet?

  52. أَمْ أَنَا۠ خَيْرٌ مِّنْ هَـٰذَا ٱلَّذِى هُوَ مَهِينٌ وَلَا يَكَادُ يُبِينُ۝٥٢

    Am ana khayrun min hatha allathee huwa maheenun wala yakadu yubeenu

    Ben ik niet beter dan deze ene (Moesa) die zonder respect is en zichzelf amper goed kan uitdrukken?

  53. فَلَوْلَآ أُلْقِىَ عَلَيْهِ أَسْوِرَةٌ مِّن ذَهَبٍ أَوْ جَآءَ مَعَهُ ٱلْمَلَـٰٓئِكَةُ مُقْتَرِنِينَ۝٥٣

    Falawla olqiya ʿalayhi aswiratun min thahabin aw jaa maʿahu almalaikatu muqtarineena

    Waarom zijn hem dan geen gouden armbanden gegeven of zijn er engelen met hem gestuurd?"

  54. فَٱسْتَخَفَّ قَوْمَهُۥ فَأَطَاعُوهُ ۚ إِنَّهُمْ كَانُوا۟ قَوْمًا فَـٰسِقِينَ۝٥٤

    Faistakhaffa qawmahu faataʿoohu innahum kanoo qawman fasiqeena

    Dus hij (de Farao) misleidde zijn volk en zij gehoorzaamden hem. Waarlijk, zij waren altijd een volk geweest wat verdorven was (door het blind volgen van de leiders).

  55. فَلَمَّآ ءَاسَفُونَا ٱنتَقَمْنَا مِنْهُمْ فَأَغْرَقْنَـٰهُمْ أَجْمَعِينَ۝٥٥

    Falamma asafoona intaqamna minhum faaghraqnahum ajmaʿeena

    Dus toen zij Ons kwaad maakten, straften Wij hen en verdronken hen allen.

  56. فَجَعَلْنَـٰهُمْ سَلَفًا وَمَثَلًا لِّلْـَٔاخِرِينَ۝٥٦

    Fajaʿalnahum salafan wamathalan lilakhireena

    En Wij maakten hen tot voorlopers en een voorbeeld voor latere generaties.

  57. ۞ وَلَمَّا ضُرِبَ ٱبْنُ مَرْيَمَ مَثَلًا إِذَا قَوْمُكَ مِنْهُ يَصِدُّونَ۝٥٧

    Walamma duriba ibnu maryama mathalan itha qawmuka minhu yasiddoona

    En als de zoon van Maryam als voorbeeld wordt genoemd zie! Jouw volk lacht daarom.

  58. وَقَالُوٓا۟ ءَأَـٰلِهَتُنَا خَيْرٌ أَمْ هُوَ ۚ مَا ضَرَبُوهُ لَكَ إِلَّا جَدَلًۢا ۚ بَلْ هُمْ قَوْمٌ خَصِمُونَ۝٥٨

    Waqaloo aalihatuna khayrun am huwa ma daraboohu laka illa jadalan bal hum qawmun khasimoona

    En zij zeiden: “Zijn onze goden beter of is hij(Isa) dat?” Zij noemen niet het al eerder genoemde voorbeeld behalve als tegenargument. Welnee! Maar zij zijn een volk die redetwisten.

  59. إِنْ هُوَ إِلَّا عَبْدٌ أَنْعَمْنَا عَلَيْهِ وَجَعَلْنَـٰهُ مَثَلًا لِّبَنِىٓ إِسْرَٰٓءِيلَ۝٥٩

    In huwa illa ʿabdun anʿamna ʿalayhi wajaʿalnahu mathalan libanee israeela

    Hij (Isa) was niet meer dan een dienaar maar Wij gaven hem Onze gunst en Wij maakten hem tot een voorbeeld (profeet) voor de Kinderen van Israël.

  60. وَلَوْ نَشَآءُ لَجَعَلْنَا مِنكُم مَّلَـٰٓئِكَةً فِى ٱلْأَرْضِ يَخْلُفُونَ۝٦٠

    Walaw nashao lajaʿalna minkum malaikatan fee alardi yakhlufoona

    En als het Onze wil was geweest, dan zouden Wij jullie tot engelen hebben gemaakt die elkaar op aarde opvolgen.

  61. وَإِنَّهُۥ لَعِلْمٌ لِّلسَّاعَةِ فَلَا تَمْتَرُنَّ بِهَا وَٱتَّبِعُونِ ۚ هَـٰذَا صِرَٰطٌ مُّسْتَقِيمٌ۝٦١

    Wainnahu laʿilmun lilssaʿati fala tamtarunna biha waittabiʿooni hatha siratun mustaqeemun

    En hij (de profeet Isa) is een bekend teken zijn voor het Uur. Heb daarom geen twijfel over het. En volg Mij! Dit is het rechte pad.

  62. وَلَا يَصُدَّنَّكُمُ ٱلشَّيْطَـٰنُ ۖ إِنَّهُۥ لَكُمْ عَدُوٌّ مُّبِينٌ۝٦٢

    Wala yasuddannakumu alshshaytanu innahu lakum ʿaduwwun mubeenun

    En laat Shaytaan jullie niet tegenhouden. Waarlijk, hij is voor jullie een duidelijke vijand.

  63. وَلَمَّا جَآءَ عِيسَىٰ بِٱلْبَيِّنَـٰتِ قَالَ قَدْ جِئْتُكُم بِٱلْحِكْمَةِ وَلِأُبَيِّنَ لَكُم بَعْضَ ٱلَّذِى تَخْتَلِفُونَ فِيهِ ۖ فَٱتَّقُوا۟ ٱللَّهَ وَأَطِيعُونِ۝٦٣

    Walamma jaa ʿeesa bialbayyinati qala qad jitukum bialhikmati waliobayyina lakum baʿda allathee takhtalifoona feehi faittaqoo Allaha waateeʿooni

    En toen Isa met (Onze) duidelijke bewijzen kwam, zei hij: “Ik ben tot jullie met profeetschap gekomen en om sommige delen waarover jullie van mening verschillen duidelijk te maken, vrees daarom Allah en gehoorzaam mij,

  64. إِنَّ ٱللَّهَ هُوَ رَبِّى وَرَبُّكُمْ فَٱعْبُدُوهُ ۚ هَـٰذَا صِرَٰطٌ مُّسْتَقِيمٌ۝٦٤

    Inna Allaha huwa rabbee warabbukum faoʿbudoohu hatha siratun mustaqeemun

    Waarlijk, Allah! Hij is mijn Heer en jullie Heer. Aanbid dus alleen Hem. Dit is het (enige) rechte pad.”

  65. فَٱخْتَلَفَ ٱلْأَحْزَابُ مِنۢ بَيْنِهِمْ ۖ فَوَيْلٌ لِّلَّذِينَ ظَلَمُوا۟ مِنْ عَذَابِ يَوْمٍ أَلِيمٍ۝٦٥

    Faikhtalafa alahzabu min baynihim fawaylun lillatheena thalamoo min ʿathabi yawmin aleemin

    Maar de sekten verschilden van mening onder elkaar. Wee dus, voor degenen die zondigen voor de bestraffing van een pijnlijke Dag1.

    Voetnoten
    [1]Het is binnen de Islam verboden om mensen of geleerden te verheiligen. Sommigen worden zo verheiligd en geloven dat als je deze persoon niet blind volgt, dat je dan niet op het rechte pad bent. Dit zijn allemaal zaken van sekten die leiden naar afgoderij, hier dient voor uitgekeken worden!
  66. هَلْ يَنظُرُونَ إِلَّا ٱلسَّاعَةَ أَن تَأْتِيَهُم بَغْتَةً وَهُمْ لَا يَشْعُرُونَ۝٦٦

    Hal yanthuroona illa alssaʿata an tatiyahum baghtatan wahum la yashʿuroona

    Wachten zij slechts op het Uur – dat plotseling tot hen zal komen, terwijl zij het niet door hebben?

  67. ٱلْأَخِلَّآءُ يَوْمَئِذٍۭ بَعْضُهُمْ لِبَعْضٍ عَدُوٌّ إِلَّا ٱلْمُتَّقِينَ۝٦٧

    Alakhillao yawmaithin baʿduhum libaʿdin ʿaduwwun illa almuttaqeena

    Vrienden op die dag zullen elkaars vijanden zijn behalve de godvrezenden1.

    Voetnoten
    [1]Dat komt omdat de gelovige slechts de andere gelovige tot vriend en steun neemt, zoals ook staat in hoofdstuk 18, De Grot, vers: 28.
  68. يَـٰعِبَادِ لَا خَوْفٌ عَلَيْكُمُ ٱلْيَوْمَ وَلَآ أَنتُمْ تَحْزَنُونَ۝٦٨

    Ya ʿibadi la khawfun ʿalaykumu alyawma wala antum tahzanoona

    “Mijn dienaren, Op deze dag zullen jullie niet vrezen noch zullen jullie bedroefd zijn."

  69. ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ بِـَٔايَـٰتِنَا وَكَانُوا۟ مُسْلِمِينَ۝٦٩

    Allatheena amanoo biayatina wakanoo muslimeena

    (Jullie) die geloofd (kennis opdoen) hebben in Onze tekenen en moslims waren (er na handelen).

  70. ٱدْخُلُوا۟ ٱلْجَنَّةَ أَنتُمْ وَأَزْوَٰجُكُمْ تُحْبَرُونَ۝٧٠

    Odkhuloo aljannata antum waazwajukum tuhbaroona

    Treedt het paradijs in vreugde binnen, jullie en jullie vrouwen."

  71. يُطَافُ عَلَيْهِم بِصِحَافٍ مِّن ذَهَبٍ وَأَكْوَابٍ ۖ وَفِيهَا مَا تَشْتَهِيهِ ٱلْأَنفُسُ وَتَلَذُّ ٱلْأَعْيُنُ ۖ وَأَنتُمْ فِيهَا خَـٰلِدُونَ۝٧١

    Yutafu ʿalayhim bisihafin min thahabin waakwabin wafeeha ma tashtaheehi alanfusu watalaththu alaʿyunu waantum feeha khalidoona

    Gouden dienbladen en bekers zullen onder hen rondgaan, daarin (het paradijs) zal alles wat hun harten konden wensen (zijn), alles waar de ogen zich in kunnen verheugen, en jullie zullen daarin voor altijd verblijven.

  72. وَتِلْكَ ٱلْجَنَّةُ ٱلَّتِىٓ أُورِثْتُمُوهَا بِمَا كُنتُمْ تَعْمَلُونَ۝٧٢

    Watilka aljannatu allatee oorithtumooha bima kuntum taʿmaloona

    Dit is het paradijs wat jullie beërfd hebben door jullie daden die jullie verricht hebben.

  73. لَكُمْ فِيهَا فَـٰكِهَةٌ كَثِيرَةٌ مِّنْهَا تَأْكُلُونَ۝٧٣

    Lakum feeha fakihatun katheeratun minha takuloona

    Daarin zal een overvloed aan fruit zijn dat jullie zullen eten (dit zonder vol te raken).

  74. إِنَّ ٱلْمُجْرِمِينَ فِى عَذَابِ جَهَنَّمَ خَـٰلِدُونَ۝٧٤

    Inna almujrimeena fee ʿathabi jahannama khalidoona

    Waarlijk, de misdadigers (degenen die volharden in hun kwade daden en geen Tawbah doen) zullen in de bestraffing van de hel zijn om daarin voor altijd te verblijven.

  75. لَا يُفَتَّرُ عَنْهُمْ وَهُمْ فِيهِ مُبْلِسُونَ۝٧٥

    La yufattaru ʿanhum wahum feehi mublisoona

    (De bestraffing) zal niet voor hen verlicht worden en zij zullen met groot berouw, spijt en wanhoop daarin in de vernietiging worden geworpen.

  76. وَمَا ظَلَمْنَـٰهُمْ وَلَـٰكِن كَانُوا۟ هُمُ ٱلظَّـٰلِمِينَ۝٧٦

    Wama thalamnahum walakin kanoo humu alththalimeena

    Wij zijn niet onrechtvaardig voor hen maar zij waren de onrechtplegers.

  77. وَنَادَوْا۟ يَـٰمَـٰلِكُ لِيَقْضِ عَلَيْنَا رَبُّكَ ۖ قَالَ إِنَّكُم مَّـٰكِثُونَ۝٧٧

    Wanadaw ya maliku liyaqdi ʿalayna rabbuka qala innakum makithoona

    En zij zullen roepen (jaren en jaren lang): “O Malik! Laat jouw Heer een einde aan ons maken.” Hij zal zeggen: “Waarlijk, jullie zullen voor altijd verblijven.”

  78. لَقَدْ جِئْنَـٰكُم بِٱلْحَقِّ وَلَـٰكِنَّ أَكْثَرَكُمْ لِلْحَقِّ كَـٰرِهُونَ۝٧٨

    Laqad jinakum bialhaqqi walakinna aktharakum lilhaqqi karihoona

    Voorwaar, Wij hebben de waarheid tot jullie gebracht, maar de meesten van jullie haten de waarheid.

  79. أَمْ أَبْرَمُوٓا۟ أَمْرًا فَإِنَّا مُبْرِمُونَ۝٧٩

    Am abramoo amran fainna mubrimoona

    Of hebben jullie een plan bedacht? Wij bedenken ook een plan.

  80. أَمْ يَحْسَبُونَ أَنَّا لَا نَسْمَعُ سِرَّهُمْ وَنَجْوَىٰهُم ۚ بَلَىٰ وَرُسُلُنَا لَدَيْهِمْ يَكْتُبُونَ۝٨٠

    Am yahsaboona anna la nasmaʿu sirrahum wanajwahum bala warusuluna ladayhim yaktuboona

    Of denken zij dat Wij hun geheimen niet horen in hun besloten vergadering? Onze boodschappers (de engelen )schrijven het op.

  81. قُلْ إِن كَانَ لِلرَّحْمَـٰنِ وَلَدٌ فَأَنَا۠ أَوَّلُ ٱلْعَـٰبِدِينَ۝٨١

    Qul in kana lilrrahmani waladun faana awwalu alʿabideena

    Zeg: “Als de meest Barmhartige een zoon had dan zou ik de eerste van Zijn aanbidders zijn1.

    Voetnoten
    [1]Omdat er niemand zo gehoorzaam is bij Allah zoals de Profeet Mohammed vrede zij met hem, maar het is slechts een grote leugen.
  82. سُبْحَـٰنَ رَبِّ ٱلسَّمَـٰوَٰتِ وَٱلْأَرْضِ رَبِّ ٱلْعَرْشِ عَمَّا يَصِفُونَ۝٨٢

    Subhana rabbi alssamawati waalardi rabbi alʿarshi ʿamma yasifoona

    Verheven is de Heer van de hemelen en de aarde, de Heer van de troon! Verheven is Hij boven alles wat jullie (Hem) toekennen."

  83. فَذَرْهُمْ يَخُوضُوا۟ وَيَلْعَبُوا۟ حَتَّىٰ يُلَـٰقُوا۟ يَوْمَهُمُ ٱلَّذِى يُوعَدُونَ۝٨٣

    Fatharhum yakhoodoo wayalʿaboo hatta yulaqoo yawmahumu allathee yooʿadoona

    Laat hen dus (alleen) om onzin te uiten en te spelen tot zij op hun Dag ontmoeten, de Dag die hen beloofd is.

  84. وَهُوَ ٱلَّذِى فِى ٱلسَّمَآءِ إِلَـٰهٌ وَفِى ٱلْأَرْضِ إِلَـٰهٌ ۚ وَهُوَ ٱلْحَكِيمُ ٱلْعَلِيمُ۝٨٤

    Wahuwa allathee fee alssamai ilahun wafee alardi ilahun wahuwa alhakeemu alʿaleemu

    Hij is het Die de enige god is in de hemel en de enige god is op de aarde. En Hij is de Alwijze, de Alwetende.

  85. وَتَبَارَكَ ٱلَّذِى لَهُۥ مُلْكُ ٱلسَّمَـٰوَٰتِ وَٱلْأَرْضِ وَمَا بَيْنَهُمَا وَعِندَهُۥ عِلْمُ ٱلسَّاعَةِ وَإِلَيْهِ تُرْجَعُونَ۝٨٥

    Watabaraka allathee lahu mulku alssamawati waalardi wama baynahuma waʿindahu ʿilmu alssaʿati wailayhi turjaʿoona

    En gezegend is Hij aan Wie het koninkrijk van de hemelen en de aarde toe behoord, en alles wat daar tussen is, en bij Wie de kennis van het Uur is en tot Wie jullie (allen) zullen terugkeren.

  86. وَلَا يَمْلِكُ ٱلَّذِينَ يَدْعُونَ مِن دُونِهِ ٱلشَّفَـٰعَةَ إِلَّا مَن شَهِدَ بِٱلْحَقِّ وَهُمْ يَعْلَمُونَ۝٨٦

    Wala yamliku allatheena yadʿoona min doonihi alshshafaʿata illa man shahida bialhaqqi wahum yaʿlamoona

    En degenen die naast Allah worden aanroepen hebben geen macht voor bemiddeling; - behalve degenen die van de waarheid getuigen, terwijl zij het weten1.

    Voetnoten
    [1]Zoals de Profeet Mohammed, Allah schenkt hem op de dag des oordeels de mogelijkheid om voorspraak te doen voor zijn gemeenschap, maar dat kan hij niet uit zichzelf doen vandaar dat de moslim slechts Allah sht smeekt om het te verkrijgen op die zware dag.
  87. وَلَئِن سَأَلْتَهُم مَّنْ خَلَقَهُمْ لَيَقُولُنَّ ٱللَّهُ ۖ فَأَنَّىٰ يُؤْفَكُونَ۝٨٧

    Walain saaltahum man khalaqahum layaqoolunna Allahu faanna yufakoona

    En als jullie hen vragen wie hen geschapen heeft, zullen zij zeker: “Allah” zeggen. Hoe kan het dan dat zij zich afkeren.

  88. وَقِيلِهِۦ يَـٰرَبِّ إِنَّ هَـٰٓؤُلَآءِ قَوْمٌ لَّا يُؤْمِنُونَ۝٨٨

    Waqeelihi yarabbi inna haolai qawmun la yuminoona

    (Allah kent) de uitspraak : “O mijn Heer! Waarlijk, dit is een volk dat niet gelooft!”

  89. فَٱصْفَحْ عَنْهُمْ وَقُلْ سَلَـٰمٌ ۚ فَسَوْفَ يَعْلَمُونَ۝٨٩

    Faisfah ʿanhum waqul salamun fasawfa yaʿlamoona

    Keer je dus niet van hen af (maar blijf oproepen), en zeg: “Vrede! Maar zij zullen het gauw te weten komen.

Veelgestelde vragen

Wat betekent de naam van soera Az-Zukhruf?

Az-Zukhruf betekent ‘De gouden versieringen’.

In welke juz staat soera Az-Zukhruf?

Soera Az-Zukhruf staat in juz 25.

Hoeveel verzen heeft soera Az-Zukhruf?

Soera Az-Zukhruf telt 89 verzen.

Is soera Az-Zukhruf Mekkaans of Medinaans?

Soera Az-Zukhruf is een Mekkaanse soera.

Welk nummer heeft soera Az-Zukhruf?

Az-Zukhruf is de 43e soera van de Koran.

Bronnen

  • Arabic text: Tanzil Quran Text (Uthmani) (Tanzil Project, CC BY 3.0), reproduced without changes.
  • Translation: Dutch Islamic Center, from QuranEnc.com, version 2.0.10, reproduced without changes.
  • Transliteration: Tanzil.net English transliteration.
  • Recitation: Mishary Rashid Alafasy, via QuranicAudio.com and EveryAyah.com.
  • Word by word: recordings and meanings from Quran.com (Quran Foundation), played when you tap a word.
  • Madinah and IndoPak fonts (Settings): the text in those scripts and their fonts come from the Quran Foundation (Quran.com); the Madinah font is the King Fahd Glorious Quran Printing Complex's Uthmanic Hafs font.

Found a mistake? Report a mistake and we will check it against the source.

Leesinstellingen

Koranlettertype
Lettergrootte Arabisch
100%
Lettergrootte vertaling
100%
Thema

Zet op beginscherm

ReadSurahOpen ReadSurah schermvullend vanaf je startscherm. Soera’s die je al hebt gelezen, openen ook zonder internet.

  1. Tik in Safari op de deelknop. Op nieuwere iPhones staat die in het •••-menu.
  2. Tik op ‘Zet op beginscherm’. Scrol omlaag als je het niet ziet.
  3. Tik op ‘Voeg toe’.