سورة الذاريات
Soera Adh-Dhariyat in het Nederlands
De verstrooiende winden
- 51
- 60 verzen
- Mekkaans
- Juz 26–27
- Pagina’s 520–523
Mishary Rashid AlafasyMP3 downloadenPDF downloaden
Soera Adh-Dhariyat (الذاريات) is de 51e soera van de Koran en telt 60 verzen. De naam betekent ‘De verstrooiende winden’. Het is een Mekkaanse soera, geopenbaard in Mekka vóór de Hidjra, en ze strekt zich uit over juz 26 en 27.
Op deze pagina lees je soera Adh-Dhariyat volledig in het Arabisch, vers voor vers met de Nederlandse vertaling van het Dutch Islamic Center en de transliteratie, en kun je naar de recitatie luisteren.
Soera Adh-Dhariyat volledig: Arabisch, Nederlandse vertaling en transliteratie
بِسْمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحْمَـٰنِ ٱلرَّحِيمِ
-
وَٱلذَّٰرِيَـٰتِ ذَرْوًا١
Waalththariyati tharwan
Bij (de winden) die doen verspreiden;
-
فَٱلْحَـٰمِلَـٰتِ وِقْرًا٢
Faalhamilati wiqran
En (de wolken) die een zwaar gewicht aan water dragen;
-
فَٱلْجَـٰرِيَـٰتِ يُسْرًا٣
Faaljariyati yusran
En (de schepen) die in gemak op zee drijven;
-
فَٱلْمُقَسِّمَـٰتِ أَمْرًا٤
Faalmuqassimati amran
En bij de (engelen) die verdelen volgens Allah Zijn bevel.
-
إِنَّمَا تُوعَدُونَ لَصَادِقٌ٥
Innama tooʿadoona lasadiqun
Waarlijk, dat wat jullie beloofd is gaat gebeuren!
-
وَإِنَّ ٱلدِّينَ لَوَٰقِعٌ٦
Wainna alddeena lawaqiʿun
En waarlijk, de vergoeding (op de Dag des oordeels) zal zeker plaatsvinden.
-
وَٱلسَّمَآءِ ذَاتِ ٱلْحُبُكِ٧
Waalssamai thati alhubuki
Bij de hemel vol in schoonheid.
-
إِنَّكُمْ لَفِى قَوْلٍ مُّخْتَلِفٍ٨
Innakum lafee qawlin mukhtalifin
Voorwaar, jullie hebben verschillende opvattingen (over de Koran).
-
يُؤْفَكُ عَنْهُ مَنْ أُفِكَ٩
Yufaku ʿanhu man ofika
Afkeer van de Koran heeft degene die zelf afgekeerd is.
-
قُتِلَ ٱلْخَرَّٰصُونَ١٠
Qutila alkharrasoona
Vervloekt zijn de leugenaars.
-
ٱلَّذِينَ هُمْ فِى غَمْرَةٍ سَاهُونَ١١
Allatheena hum fee ghamratin sahoona
Die onder een verdrinking van achteloosheid zijn.
-
يَسْـَٔلُونَ أَيَّانَ يَوْمُ ٱلدِّينِ١٢
Yasaloona ayyana yawmu alddeeni
Zij vragen: “Wanneer zal de dag van de vergoeding zijn?”
-
يَوْمَ هُمْ عَلَى ٱلنَّارِ يُفْتَنُونَ١٣
Yawma hum ʿala alnnari yuftanoona
(Het zal) een dag (zijn) waarop zij boven het vuur beproefd worden!
-
ذُوقُوا۟ فِتْنَتَكُمْ هَـٰذَا ٱلَّذِى كُنتُم بِهِۦ تَسْتَعْجِلُونَ١٤
Thooqoo fitnatakum hatha allathee kuntum bihi tastaʿjiloona
“Proef jullie beproeving! Dit is wat jullie wilden bespoedigen!"
-
إِنَّ ٱلْمُتَّقِينَ فِى جَنَّـٰتٍ وَعُيُونٍ١٥
Inna almuttaqeena fee jannatin waʿuyoonin
Waarlijk, de godvrezenden zullen in het midden van de tuinen en de bronnen zijn.
-
ءَاخِذِينَ مَآ ءَاتَىٰهُمْ رَبُّهُمْ ۚ إِنَّهُمْ كَانُوا۟ قَبْلَ ذَٰلِكَ مُحْسِنِينَ١٦
Akhitheena ma atahum rabbuhum innahum kanoo qabla thalika muhsineena
Zich in de zaken verheugend die hun Heer hen gegeven heeft. Waarlijk, vroeger waren (tijdens hun leven) zij de weldoeners (zijn wij dat nu ook?).
-
كَانُوا۟ قَلِيلًا مِّنَ ٱلَّيْلِ مَا يَهْجَعُونَ١٧
Kanoo qaleelan mina allayli ma yahjaʿoona
Zij sliepen maar weinig tijdens de nacht (want het grootste deel daarvan brachten zij door in gebed al dobberend tussen liefde, vrees en hoop).
-
وَبِٱلْأَسْحَارِ هُمْ يَسْتَغْفِرُونَ١٨
Wabialashari hum yastaghfiroona
En in de laatste uren van de nacht vragen zij Allah om vergiffenis (dus na het nachtgebed en vóór salat al-Fadjr, het nachtgebed mag ook kort zijn).
-
وَفِىٓ أَمْوَٰلِهِمْ حَقٌّ لِّلسَّآئِلِ وَٱلْمَحْرُومِ١٩
Wafee amwalihim haqqun lilssaili waalmahroomi
En van hun bezittingen was er een rechtmatig aandeel voor de vragende armen en de armen die zich weerhielden van bedelarij.
-
وَفِى ٱلْأَرْضِ ءَايَـٰتٌ لِّلْمُوقِنِينَ٢٠
Wafee alardi ayatun lilmooqineena
En op aarde zijn er tekenen voor degenen die een zeker geloof hebben.
-
وَفِىٓ أَنفُسِكُمْ ۚ أَفَلَا تُبْصِرُونَ٢١
Wafee anfusikum afala tubsiroona
En ook in jullie zelf, zien jullie dan niet!
-
وَفِى ٱلسَّمَآءِ رِزْقُكُمْ وَمَا تُوعَدُونَ٢٢
Wafee alssamai rizqukum wama tooʿadoona
En in de hemel is jullie voorziening en dat wat jullie beloofd is.
-
فَوَرَبِّ ٱلسَّمَآءِ وَٱلْأَرْضِ إِنَّهُۥ لَحَقٌّ مِّثْلَ مَآ أَنَّكُمْ تَنطِقُونَ٢٣
Fawarabbi alssamai waalardi innahu lahaqqun mithla ma annakum tantiqoona
Bij de Heer van de hemel en de aarde, het (de Koran) is de waarheid even als het de waarheid is dat jullie kunnen spreken.
-
هَلْ أَتَىٰكَ حَدِيثُ ضَيْفِ إِبْرَٰهِيمَ ٱلْمُكْرَمِينَ٢٤
Hal ataka hadeethu dayfi ibraheema almukrameena
Heeft het verhaal van de edele gasten van Ibraahiem jullie bereikt?
-
إِذْ دَخَلُوا۟ عَلَيْهِ فَقَالُوا۟ سَلَـٰمًا ۖ قَالَ سَلَـٰمٌ قَوْمٌ مُّنكَرُونَ٢٥
Ith dakhaloo ʿalayhi faqaloo salaman qala salamun qawmun munkaroona
Toen zij tot hem kwamen en zeiden: “Vrede zij met jou!” Hij antwoordde: “Vrede zij met jullie” en zei: “Jullie zijn onbekende mensen voor mij.”
-
فَرَاغَ إِلَىٰٓ أَهْلِهِۦ فَجَآءَ بِعِجْلٍ سَمِينٍ٢٦
Faragha ila ahlihi fajaa biʿijlin sameenin
Toen keerde hij zich tot zijn huishouding, en bracht zo een flink kalf.
-
فَقَرَّبَهُۥٓ إِلَيْهِمْ قَالَ أَلَا تَأْكُلُونَ٢٧
Faqarrabahu ilayhim qala ala takuloona
En plaatste het voor hen (zeggende): “Willen jullie niet eten?”
-
فَأَوْجَسَ مِنْهُمْ خِيفَةً ۖ قَالُوا۟ لَا تَخَفْ ۖ وَبَشَّرُوهُ بِغُلَـٰمٍ عَلِيمٍ٢٨
Faawjasa minhum kheefatan qaloo la takhaf wabashsharoohu bighulamin ʿaleemin
Toen werd hij bang voor hen (omdat engelen niet eten en drinken). Zij zeiden: “Vrees niet” En zij gaven hem het goede nieuws van (de geboorte van) een zoon die kennis zal hebben.
-
فَأَقْبَلَتِ ٱمْرَأَتُهُۥ فِى صَرَّةٍ فَصَكَّتْ وَجْهَهَا وَقَالَتْ عَجُوزٌ عَقِيمٌ٢٩
Faaqbalati imraatuhu fee sarratin fasakkat wajhaha waqalat ʿajoozun ʿaqeemun
Toen kwam zijn vrouw tevoorschijn met een luide stem, zij sloeg haar gezicht en zei: ”Ik ben een oude onvruchtbare vrouw!”
-
قَالُوا۟ كَذَٰلِكِ قَالَ رَبُّكِ ۖ إِنَّهُۥ هُوَ ٱلْحَكِيمُ ٱلْعَلِيمُ٣٠
Qaloo kathaliki qala rabbuki innahu huwa alhakeemu alʿaleemu
Zij zeiden: "Zo heeft jouw Heer bepaald. Waarlijk, Hij is de Alwijze, de Alwetende.”
-
۞ قَالَ فَمَا خَطْبُكُمْ أَيُّهَا ٱلْمُرْسَلُونَ٣١
Qala fama khatbukum ayyuha almursaloona
(Ibraahiem zei): “Met welk doel zijn jullie gekomen, o boodschappers?”
-
قَالُوٓا۟ إِنَّآ أُرْسِلْنَآ إِلَىٰ قَوْمٍ مُّجْرِمِينَ٣٢
Qaloo inna orsilna ila qawmin mujrimeena
Zij zeiden: “Wij zijn tot een volk gestuurd dat misdadig is;
-
لِنُرْسِلَ عَلَيْهِمْ حِجَارَةً مِّن طِينٍ٣٣
Linursila ʿalayhim hijaratan min teenin
Om stenen van klei naar hen te sturen.”
-
مُّسَوَّمَةً عِندَ رَبِّكَ لِلْمُسْرِفِينَ٣٤
Musawwamatan ʿinda rabbika lilmusrifeena
Gekenmerkt door jullie Heer voor de overtreders.
-
فَأَخْرَجْنَا مَن كَانَ فِيهَا مِنَ ٱلْمُؤْمِنِينَ٣٥
Faakhrajna man kana feeha mina almumineena
Dus Wij hebben de gelovigen naar buiten (uit de stad) gebracht.
-
فَمَا وَجَدْنَا فِيهَا غَيْرَ بَيْتٍ مِّنَ ٱلْمُسْلِمِينَ٣٦
Fama wajadna feeha ghayra baytin mina almuslimeena
Maar Wij vonden geen enkel huis van de gelovigen, behalve één (van Loet).
-
وَتَرَكْنَا فِيهَآ ءَايَةً لِّلَّذِينَ يَخَافُونَ ٱلْعَذَابَ ٱلْأَلِيمَ٣٧
Watarakna feeha ayatan lillatheena yakhafoona alʿathaba alaleema
En Wij hebben daar een teken achtergelaten voor degenen die een pijnlijke bestraffing vrezen.
-
وَفِى مُوسَىٰٓ إِذْ أَرْسَلْنَـٰهُ إِلَىٰ فِرْعَوْنَ بِسُلْطَـٰنٍ مُّبِينٍ٣٨
Wafee moosa ith arsalnahu ila firʿawna bisultanin mubeenin
En bij Moesa. Toen Wij hem naar Farao stuurden met een duidelijk bewijs.
-
فَتَوَلَّىٰ بِرُكْنِهِۦ وَقَالَ سَـٰحِرٌ أَوْ مَجْنُونٌ٣٩
Fatawalla biruknihi waqala sahirun aw majnoonun
Maar (Farao) keerde zich af tezamen met zijn legers, en zei: “Een tovenaar of een dwaas.”
-
فَأَخَذْنَـٰهُ وَجُنُودَهُۥ فَنَبَذْنَـٰهُمْ فِى ٱلْيَمِّ وَهُوَ مُلِيمٌ٤٠
Faakhathnahu wajunoodahu fanabathnahum fee alyammi wahuwa muleemun
Dus namen Wij hem en zijn leger, en gooiden hen in de zee terwijl hij schuldig was.
-
وَفِى عَادٍ إِذْ أَرْسَلْنَا عَلَيْهِمُ ٱلرِّيحَ ٱلْعَقِيمَ٤١
Wafee ʿadin ith arsalna ʿalayhimu alrreeha alʿaqeema
En bij de ‘Ad toen Wij naar hen een orkaan naar hen toezonden;
-
مَا تَذَرُ مِن شَىْءٍ أَتَتْ عَلَيْهِ إِلَّا جَعَلَتْهُ كَٱلرَّمِيمِ٤٢
Ma tatharu min shayin atat ʿalayhi illa jaʿalathu kaalrrameemi
En er was niets waar het (de wind) mee in aanraking kwam of het werd daardoor vernietigd.
-
وَفِى ثَمُودَ إِذْ قِيلَ لَهُمْ تَمَتَّعُوا۟ حَتَّىٰ حِينٍ٤٣
Wafee thamooda ith qeela lahum tamattaʿoo hatta heenin
En bij de Thamoed toen hen verteld werd: “Vermaak jullie maar voor een bepaalde periode!”
-
فَعَتَوْا۟ عَنْ أَمْرِ رَبِّهِمْ فَأَخَذَتْهُمُ ٱلصَّـٰعِقَةُ وَهُمْ يَنظُرُونَ٤٤
Faʿataw ʿan amri rabbihim faakhathathumu alssaʿiqatu wahum yanthuroona
Maar brutaal minachtten zij het bevel van hun Heer, dus de bliksemflits overmeesterde hen terwijl zij toekeken.
-
فَمَا ٱسْتَطَـٰعُوا۟ مِن قِيَامٍ وَمَا كَانُوا۟ مُنتَصِرِينَ٤٥
Fama istataʿoo min qiyamin wama kanoo muntasireena
Toen waren zij niet in staat op te staan, noch konden zij zichzelf helpen.
-
وَقَوْمَ نُوحٍ مِّن قَبْلُ ۖ إِنَّهُمْ كَانُوا۟ قَوْمًا فَـٰسِقِينَ٤٦
Waqawma noohin min qablu innahum kanoo qawman fasiqeena
(Zo was) het volk van Noeh vóór hen. Waarlijk, zij waren een volk dat verdorven was.
-
وَٱلسَّمَآءَ بَنَيْنَـٰهَا بِأَيْي۟دٍ وَإِنَّا لَمُوسِعُونَ٤٧
Waalssamaa banaynaha biaydin wainna lamoosiʿoona
Met kracht hebben Wij de hemel gebouwd. Waarlijk, Wij zijn in staat om de omvangrijkheid en ruimte daarvan uit te breiden.
-
وَٱلْأَرْضَ فَرَشْنَـٰهَا فَنِعْمَ ٱلْمَـٰهِدُونَ٤٨
Waalarda farashnaha faniʿma almahidoona
En Wij hebben de aarde uitgespreid, wat een uitmuntende spreider zijn Wij!
-
وَمِن كُلِّ شَىْءٍ خَلَقْنَا زَوْجَيْنِ لَعَلَّكُمْ تَذَكَّرُونَ٤٩
Wamin kulli shayin khalaqna zawjayni laʿallakum tathakkaroona
En alles hebben Wij in paren geschapen, dat jullie er lering uit zullen trekken.
-
فَفِرُّوٓا۟ إِلَى ٱللَّهِ ۖ إِنِّى لَكُم مِّنْهُ نَذِيرٌ مُّبِينٌ٥٠
Fafirroo ila Allahi innee lakum minhu natheerun mubeenun
Vlucht dus naar Allah (d.m.v. berouw, gehoorzaamheid en vermijding van zonden), (want) waarlijk, ik (Mohammed) ben (door) Hem naar jullie (gezonden) als een duidelijke waarschuwer (voor Zijn beangstigende bestraffing).
-
وَلَا تَجْعَلُوا۟ مَعَ ٱللَّهِ إِلَـٰهًا ءَاخَرَ ۖ إِنِّى لَكُم مِّنْهُ نَذِيرٌ مُّبِينٌ٥١
Wala tajʿaloo maʿa Allahi ilahan akhara innee lakum minhu natheerun mubeenun
En (waag het niet) om eender welke andere god (in aanbidding) te verenigen met Allah. Voorzeker, ik ben voor jullie en op Zijn gezag een duidelijke waarschuwer.
-
كَذَٰلِكَ مَآ أَتَى ٱلَّذِينَ مِن قَبْلِهِم مِّن رَّسُولٍ إِلَّا قَالُوا۟ سَاحِرٌ أَوْ مَجْنُونٌ٥٢
Kathalika ma ata allatheena min qablihim min rasoolin illa qaloo sahirun aw majnoonun
Zo ook kwam er geen boodschapper tot degenen voor hem of zij zeiden: “Een tovenaar of een dwaas!”
-
أَتَوَاصَوْا۟ بِهِۦ ۚ بَلْ هُمْ قَوْمٌ طَاغُونَ٥٣
Atawasaw bihi bal hum qawmun taghoona
Hebben zij deze uitspraak overgeleverd aan elkaar? Nee, zij zijn zelf een volk dat de grenzen overtreedt!
-
فَتَوَلَّ عَنْهُمْ فَمَآ أَنتَ بِمَلُومٍ٥٤
Fatawalla ʿanhum fama anta bimaloomin
Keer je dus af van hen, jou (o Mohammed) kan niets verweten worden.
-
وَذَكِّرْ فَإِنَّ ٱلذِّكْرَىٰ تَنفَعُ ٱلْمُؤْمِنِينَ٥٥
Wathakkir fainna alththikra tanfaʿu almumineena
En vermaan want waarlijk, de vermaning is tot voordeel voor de gelovigen.
-
وَمَا خَلَقْتُ ٱلْجِنَّ وَٱلْإِنسَ إِلَّا لِيَعْبُدُونِ٥٦
Wama khalaqtu aljinna waalinsa illa liyaʿbudooni
En Ik (Allah) heb de djinn en de mens slechts geschapen om (alléén) Mij te aanbidden (de Tawhied, datgene waartoe alle profeten hebben opgeroepen).
-
مَآ أُرِيدُ مِنْهُم مِّن رِّزْقٍ وَمَآ أُرِيدُ أَن يُطْعِمُونِ٥٧
Ma oreedu minhum min rizqin wama oreedu an yutʿimooni
Ik zoek geen voorziening van hen noch vraag Ik hen om Mij te voeden.
-
إِنَّ ٱللَّهَ هُوَ ٱلرَّزَّاقُ ذُو ٱلْقُوَّةِ ٱلْمَتِينُ٥٨
Inna Allaha huwa alrrazzaqu thoo alquwwati almateenu
Waarlijk, Allah is de Voorziener van alles. Eigenaar van de macht – de Allersterkste.
-
فَإِنَّ لِلَّذِينَ ظَلَمُوا۟ ذَنُوبًا مِّثْلَ ذَنُوبِ أَصْحَـٰبِهِمْ فَلَا يَسْتَعْجِلُونِ٥٩
Fainna lillatheena thalamoo thanooban mithla thanoobi ashabihim fala yastaʿjiloona
En waarlijk, degenen die onrecht plegen, hun deel van de bestraffing is gelijk aan de bestraffing zoals hun soortgenoten (die heengegaan zijn) laat hen daarom niet vragen om het te bespoedigen!
-
فَوَيْلٌ لِّلَّذِينَ كَفَرُوا۟ مِن يَوْمِهِمُ ٱلَّذِى يُوعَدُونَ٦٠
Fawaylun lillatheena kafaroo min yawmihimu allathee yooʿadoona
Wee dan de ongelovigen op die dag die hen beloofd is.
Veelgestelde vragen
Wat betekent de naam van soera Adh-Dhariyat?
Adh-Dhariyat betekent ‘De verstrooiende winden’.
In welke juz staat soera Adh-Dhariyat?
Soera Adh-Dhariyat strekt zich uit over juz 26 en 27.
Hoeveel verzen heeft soera Adh-Dhariyat?
Soera Adh-Dhariyat telt 60 verzen.
Is soera Adh-Dhariyat Mekkaans of Medinaans?
Soera Adh-Dhariyat is een Mekkaanse soera.
Welk nummer heeft soera Adh-Dhariyat?
Adh-Dhariyat is de 51e soera van de Koran.
Bronnen
- Arabic text: Tanzil Quran Text (Uthmani) (Tanzil Project, CC BY 3.0), reproduced without changes.
- Translation: Dutch Islamic Center, from QuranEnc.com, version 2.0.10, reproduced without changes.
- Transliteration: Tanzil.net English transliteration.
- Recitation: Mishary Rashid Alafasy, via QuranicAudio.com and EveryAyah.com.
- Word by word: recordings and meanings from Quran.com (Quran Foundation), played when you tap a word.
- Madinah and IndoPak fonts (Settings): the text in those scripts and their fonts come from the Quran Foundation (Quran.com); the Madinah font is the King Fahd Glorious Quran Printing Complex's Uthmanic Hafs font.
Found a mistake? Report a mistake and we will check it against the source.