سورة البقرة
Soera Al-Baqara in het Nederlands
De koe
- 2
- 286 verzen
- Medinaans
- Juz 1–3
- Pagina’s 2–49
Mishary Rashid AlafasyMP3 downloadenPDF downloaden
Soera Al-Baqara (البقرة) is de 2e soera van de Koran en telt 286 verzen. De naam betekent ‘De koe’. Het is een Medinaanse soera, geopenbaard in Medina na de Hidjra, en ze strekt zich uit over juz 1, 2 en 3.
Op deze pagina lees je soera Al-Baqara volledig in het Arabisch, vers voor vers met de Nederlandse vertaling van het Dutch Islamic Center en de transliteratie, en kun je naar de recitatie luisteren.
Soera Al-Baqara volledig: Arabisch, Nederlandse vertaling en transliteratie
بِسْمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحْمَـٰنِ ٱلرَّحِيمِ
-
الٓمٓ١
Aliflammeem
Alief, Lam, Miem.1
Voetnoten
[1] Deze afgebroken letters aan het begin van deze soera wijzen op het wonder van de Koran; de polytheïsten werden ermee uitgedaagd, maar slaagden er niet in om ertegenin te gaan. De Koran is samengesteld uit deze letters, die de Arabische taal vormen. Het onvermogen van de Arabieren om het equivalent ervan te produceren, ondanks dat ze de meest welbespraakte mensen zijn, duidt erop dat de Koran een openbaring van Allah is. -
ذَٰلِكَ ٱلْكِتَـٰبُ لَا رَيْبَ ۛ فِيهِ ۛ هُدًى لِّلْمُتَّقِينَ٢
Thalika alkitabu la rayba feehi hudan lilmuttaqeena
Dit is het Boek, waarover geen twijfel bestaat, een leidraad voor degenen die godvrezend zijn.
-
ٱلَّذِينَ يُؤْمِنُونَ بِٱلْغَيْبِ وَيُقِيمُونَ ٱلصَّلَوٰةَ وَمِمَّا رَزَقْنَـٰهُمْ يُنفِقُونَ٣
Allatheena yuminoona bialghaybi wayuqeemoona alssalata wamimma razaqnahum yunfiqoona
Die in het onzichtbare geloven en de gebeden volmaakt verrichten en datgene, waar Wij hen van voorzien hebben besteden1.
Voetnoten
[1]en dit voor henzelf, hun ouders, hun kinderen, hun echtgenoten ect besteden en ook aalmoezen aan de armen geven en geld besteden op Allah Zijn Weg. -
وَٱلَّذِينَ يُؤْمِنُونَ بِمَآ أُنزِلَ إِلَيْكَ وَمَآ أُنزِلَ مِن قَبْلِكَ وَبِٱلْـَٔاخِرَةِ هُمْ يُوقِنُونَ٤
Waallatheena yuminoona bima onzila ilayka wama onzila min qablika wabialakhirati hum yooqinoona
En die geloven in datgene dat aan jou is neergezonden. En wat vóór jou is neergezonden. En zij geloven met zekerheid in het hiernamaals.
-
أُو۟لَـٰٓئِكَ عَلَىٰ هُدًى مِّن رَّبِّهِمْ ۖ وَأُو۟لَـٰٓئِكَ هُمُ ٱلْمُفْلِحُونَ٥
Olaika ʿala hudan min rabbihim waolaika humu almuflihoona
Zij hebben de leiding van hun Heer en zullen daarom succes hebben.
-
إِنَّ ٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ سَوَآءٌ عَلَيْهِمْ ءَأَنذَرْتَهُمْ أَمْ لَمْ تُنذِرْهُمْ لَا يُؤْمِنُونَ٦
Inna allatheena kafaroo sawaon ʿalayhim aanthartahum am lam tunthirhum la yuminoona
Waarlijk, voor degenen die ongelovig zijn maakt het niet uit of jij ze al dan niet waarschuwt: ze zullen toch niet geloven.
-
خَتَمَ ٱللَّهُ عَلَىٰ قُلُوبِهِمْ وَعَلَىٰ سَمْعِهِمْ ۖ وَعَلَىٰٓ أَبْصَـٰرِهِمْ غِشَـٰوَةٌ ۖ وَلَهُمْ عَذَابٌ عَظِيمٌ٧
Khatama Allahu ʿala quloobihim waʿala samʿihim waʿala absarihim ghishawatun walahum ʿathabun ʿatheemun
Allah heeft een zegel op hun harten en op hun gehoor geplaatst en over hun gehoor en over hun ogen is er een bedekking. Hun zal een grote bestraffing ten deel vallen.
-
وَمِنَ ٱلنَّاسِ مَن يَقُولُ ءَامَنَّا بِٱللَّهِ وَبِٱلْيَوْمِ ٱلْـَٔاخِرِ وَمَا هُم بِمُؤْمِنِينَ٨
Wamina alnnasi man yaqoolu amanna biAllahi wabialyawmi alakhiri wama hum bimumineena
En in de mensheid zijn een aantal die zeggen: “Wij geloven in Allah en de laatste dag” terwijl zij daar eigenlijk niet in geloven.
-
يُخَـٰدِعُونَ ٱللَّهَ وَٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ وَمَا يَخْدَعُونَ إِلَّآ أَنفُسَهُمْ وَمَا يَشْعُرُونَ٩
Yukhadiʿoona Allaha waallatheena amanoo wama yakhdaʿoona illa anfusahum wama yashʿuroona
Zij (denken) dat zij Allah en degenen die geloven bedriegen, terwijl zij slechts zichzelf bedriegen en zij beseffen (het) niet.
-
فِى قُلُوبِهِم مَّرَضٌ فَزَادَهُمُ ٱللَّهُ مَرَضًا ۖ وَلَهُمْ عَذَابٌ أَلِيمٌۢ بِمَا كَانُوا۟ يَكْذِبُونَ١٠
Fee quloobihim maradun fazadahumu Allahu maradan walahum ʿathabun aleemun bima kanoo yakthiboona
In hun harten is een ziekte en Allah heeft de ziekte doen toenemen. En er is voor hen een pijnlijke bestraffing, vanwege wat zij plachten te loochenen.
-
وَإِذَا قِيلَ لَهُمْ لَا تُفْسِدُوا۟ فِى ٱلْأَرْضِ قَالُوٓا۟ إِنَّمَا نَحْنُ مُصْلِحُونَ١١
Waitha qeela lahum la tufsidoo fee alardi qaloo innama nahnu muslihoona
En wanneer er tegen hen gezegd werd: "Zaai geen verderf op aarde", dan zeggen zij: "Wij zijn slechts vredestichters."
-
أَلَآ إِنَّهُمْ هُمُ ٱلْمُفْسِدُونَ وَلَـٰكِن لَّا يَشْعُرُونَ١٢
Ala innahum humu almufsidoona walakin la yashʿuroona
Waarlijk! Zij zijn degenen die verderf zaaien maar zij beseffen het niet.
-
وَإِذَا قِيلَ لَهُمْ ءَامِنُوا۟ كَمَآ ءَامَنَ ٱلنَّاسُ قَالُوٓا۟ أَنُؤْمِنُ كَمَآ ءَامَنَ ٱلسُّفَهَآءُ ۗ أَلَآ إِنَّهُمْ هُمُ ٱلسُّفَهَآءُ وَلَـٰكِن لَّا يَعْلَمُونَ١٣
Waitha qeela lahum aminoo kama amana alnnasu qaloo anuminu kama amana alssufahao ala innahum humu alssufahao walakin la yaʿlamoona
En wanneer tot hen gezegd wordt: “Geloof zoals de mens geloofd heeft,” zeggen zij: “Moeten wij geloven zoals die dwazen geloofd hebben?” Waarlijk, zij zijn de dwazen, maar zij weten het niet.
-
وَإِذَا لَقُوا۟ ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ قَالُوٓا۟ ءَامَنَّا وَإِذَا خَلَوْا۟ إِلَىٰ شَيَـٰطِينِهِمْ قَالُوٓا۟ إِنَّا مَعَكُمْ إِنَّمَا نَحْنُ مُسْتَهْزِءُونَ١٤
Waitha laqoo allatheena amanoo qaloo amanna waitha khalaw ila shayateenihim qaloo inna maʿakum innama nahnu mustahzioona
En als ze gelovigen tegenkomen, zeggen zij: “Wij geloven,” maar als zij alleen zijn met hun duivels zeggen zij: “Waarlijk wij behoren bij jullie, waarlijk, wij spotten slechts.”
-
ٱللَّهُ يَسْتَهْزِئُ بِهِمْ وَيَمُدُّهُمْ فِى طُغْيَـٰنِهِمْ يَعْمَهُونَ١٥
Allahu yastahzio bihim wayamudduhum fee tughyanihim yaʿmahoona
Allah spot met hen en laat hun in hun overtredingen(vermeerderd) blind rondlopen.
-
أُو۟لَـٰٓئِكَ ٱلَّذِينَ ٱشْتَرَوُا۟ ٱلضَّلَـٰلَةَ بِٱلْهُدَىٰ فَمَا رَبِحَت تِّجَـٰرَتُهُمْ وَمَا كَانُوا۟ مُهْتَدِينَ١٦
Olaika allatheena ishtarawoo alddalalata bialhuda fama rabihat tijaratuhum wama kanoo muhtadeena
Zij zijn degenen die het kwaad voor leiding hebben gekocht: hun handel is dus zonder winst. En zij zijn niet geleid.
-
مَثَلُهُمْ كَمَثَلِ ٱلَّذِى ٱسْتَوْقَدَ نَارًا فَلَمَّآ أَضَآءَتْ مَا حَوْلَهُۥ ذَهَبَ ٱللَّهُ بِنُورِهِمْ وَتَرَكَهُمْ فِى ظُلُمَـٰتٍ لَّا يُبْصِرُونَ١٧
Mathaluhum kamathali allathee istawqada naran falamma adaat ma hawlahu thahaba Allahu binoorihim watarakahum fee thulumatin la yubsiroona
Zij lijken op degenen die een vuur aansteken; als het dan rond om hen heen licht is, neemt Allah hun licht weg en laat hen in het donker achter. Zij kunnen (dus) niet zien1.
Voetnoten
[1]door hun zieke harten en slechte daden, daarom is het zo belangrijk om te werken aan je hart doormiddel kennis te vergaren en dat te gebruiken om het hart te reinigen. -
صُمٌّۢ بُكْمٌ عُمْىٌ فَهُمْ لَا يَرْجِعُونَ١٨
Summun bukmun ʿumyun fahum la yarjiʿoona
Zij zijn doof, stom en blind en keren dus niet terug1.
Voetnoten
[1]door hun slechte handelingen zonder terug te keren naar Allah in berouw. -
أَوْ كَصَيِّبٍ مِّنَ ٱلسَّمَآءِ فِيهِ ظُلُمَـٰتٌ وَرَعْدٌ وَبَرْقٌ يَجْعَلُونَ أَصَـٰبِعَهُمْ فِىٓ ءَاذَانِهِم مِّنَ ٱلصَّوَٰعِقِ حَذَرَ ٱلْمَوْتِ ۚ وَٱللَّهُ مُحِيطٌۢ بِٱلْكَـٰفِرِينَ١٩
Aw kasayyibin mina alssamai feehi thulumatun waraʿdun wabarqun yajʿaloona asabiʿahum fee athanihim mina alssawaʿiqi hathara almawti waAllahu muheetun bialkafireena
Of als de regenbui uit de hemel waarin duisternis, donder en bliksem is. Zij stoppen hun vingers in hun oren om de donderslag niet te horen, omdat zij bang voor de dood zijn. Maar Allah omsluit altijd de ongelovigen.
-
يَكَادُ ٱلْبَرْقُ يَخْطَفُ أَبْصَـٰرَهُمْ ۖ كُلَّمَآ أَضَآءَ لَهُم مَّشَوْا۟ فِيهِ وَإِذَآ أَظْلَمَ عَلَيْهِمْ قَامُوا۟ ۚ وَلَوْ شَآءَ ٱللَّهُ لَذَهَبَ بِسَمْعِهِمْ وَأَبْصَـٰرِهِمْ ۚ إِنَّ ٱللَّهَ عَلَىٰ كُلِّ شَىْءٍ قَدِيرٌ٢٠
Yakadu albarqu yakhtafu absarahum kullama adaa lahum mashaw feehi waitha athlama ʿalayhim qamoo walaw shaa Allahu lathahaba bisamʿihim waabsarihim inna Allaha ʿala kulli shayin qadeerun
De bliksem verblindt hen haast, als het voor hen flitst dan lopen zij erin en als het donker is, staan ze stil. En als Allah het gewild had, had Hij hun gehoor en gezicht weg kunnen nemen. Allah heeft beslist macht over alle zaken.
-
يَـٰٓأَيُّهَا ٱلنَّاسُ ٱعْبُدُوا۟ رَبَّكُمُ ٱلَّذِى خَلَقَكُمْ وَٱلَّذِينَ مِن قَبْلِكُمْ لَعَلَّكُمْ تَتَّقُونَ٢١
Ya ayyuha alnnasu oʿbudoo rabbakumu allathee khalaqakum waallatheena min qablikum laʿallakum tattaqoona
O Mensheid! Aanbid jullie Heer Die jullie geschapen heeft en degenen vóór jullie, zodat jullie godvrezend worden.
-
ٱلَّذِى جَعَلَ لَكُمُ ٱلْأَرْضَ فِرَٰشًا وَٱلسَّمَآءَ بِنَآءً وَأَنزَلَ مِنَ ٱلسَّمَآءِ مَآءً فَأَخْرَجَ بِهِۦ مِنَ ٱلثَّمَرَٰتِ رِزْقًا لَّكُمْ ۖ فَلَا تَجْعَلُوا۟ لِلَّهِ أَندَادًا وَأَنتُمْ تَعْلَمُونَ٢٢
Allathee jaʿala lakumu alarda firashan waalssamaa binaan waanzala mina alssamai maan faakhraja bihi mina alththamarati rizqan lakum fala tajʿaloo lillahi andadan waantum taʿlamoona
Die de aarde als rustplaats voor jullie gemaakt heeft, en de hemel als een dak en regen van de hemel naar beneden stuurt en fruit voor jullie als levensonderhoud heeft voortgebracht. Neem geen deelgenoten aan bij Allah terwijl jullie weten.
-
وَإِن كُنتُمْ فِى رَيْبٍ مِّمَّا نَزَّلْنَا عَلَىٰ عَبْدِنَا فَأْتُوا۟ بِسُورَةٍ مِّن مِّثْلِهِۦ وَٱدْعُوا۟ شُهَدَآءَكُم مِّن دُونِ ٱللَّهِ إِن كُنتُمْ صَـٰدِقِينَ٢٣
Wain kuntum fee raybin mimma nazzalna ʿala ʿabdina fatoo bisooratin min mithlihi waodʿoo shuhadaakum min dooni Allahi in kuntum sadiqeena
En als jullie twijfelen over hetgeen Wij naar beneden gezonden hebben aan Onze slaaf, maak dan een soerah van gelijk niveau en roep je getuigen op naast Allah, als jullie waarachtig zijn.
-
فَإِن لَّمْ تَفْعَلُوا۟ وَلَن تَفْعَلُوا۟ فَٱتَّقُوا۟ ٱلنَّارَ ٱلَّتِى وَقُودُهَا ٱلنَّاسُ وَٱلْحِجَارَةُ ۖ أُعِدَّتْ لِلْكَـٰفِرِينَ٢٤
Fain lam tafʿaloo walan tafʿaloo faittaqoo alnnara allatee waqooduha alnnasu waalhijaratu oʿiddat lilkafireena
Maar als jullie dat niet doen, en jullie kunnen dat nooit doen, vrees dan het vuur dat door een brandstof gevoed wordt die uit mensen en stenen bestaat, voorbereid voor de ongelovigen.
-
وَبَشِّرِ ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ وَعَمِلُوا۟ ٱلصَّـٰلِحَـٰتِ أَنَّ لَهُمْ جَنَّـٰتٍ تَجْرِى مِن تَحْتِهَا ٱلْأَنْهَـٰرُ ۖ كُلَّمَا رُزِقُوا۟ مِنْهَا مِن ثَمَرَةٍ رِّزْقًا ۙ قَالُوا۟ هَـٰذَا ٱلَّذِى رُزِقْنَا مِن قَبْلُ ۖ وَأُتُوا۟ بِهِۦ مُتَشَـٰبِهًا ۖ وَلَهُمْ فِيهَآ أَزْوَٰجٌ مُّطَهَّرَةٌ ۖ وَهُمْ فِيهَا خَـٰلِدُونَ٢٥
Wabashshiri allatheena amanoo waʿamiloo alssalihati anna lahum jannatin tajree min tahtiha alanharu kullama ruziqoo minha min thamaratin rizqan qaloo hatha allathee ruziqna min qablu waotoo bihi mutashabihan walahum feeha azwajun mutahharatun wahum feeha khalidoona
En breng degenen die geloven (en hierin standvastig blijven) blijde tijding en goede daden verrichten, dat zij in de tuinen zullen zijn waar rivieren onderdoor stromen. Elke keer als zij daarvan fruit ontvangen zullen zij zeggen: “Dit is wat wij al eerder hebben gekregen1,” en zij zullen zaken krijgen die overeen lijken te komen en zij zullen daar reine echtgenotes hebben en zij zullen daar voor altijd verblijven.
Voetnoten
[1]in het paradijs zijn er ook wereldse namen zoals; fruit, honing, druiven ect. Echter is dit niet vergelijkbaar met het fruit of honing van het wereldse. -
۞ إِنَّ ٱللَّهَ لَا يَسْتَحْىِۦٓ أَن يَضْرِبَ مَثَلًا مَّا بَعُوضَةً فَمَا فَوْقَهَا ۚ فَأَمَّا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ فَيَعْلَمُونَ أَنَّهُ ٱلْحَقُّ مِن رَّبِّهِمْ ۖ وَأَمَّا ٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ فَيَقُولُونَ مَاذَآ أَرَادَ ٱللَّهُ بِهَـٰذَا مَثَلًا ۘ يُضِلُّ بِهِۦ كَثِيرًا وَيَهْدِى بِهِۦ كَثِيرًا ۚ وَمَا يُضِلُّ بِهِۦٓ إِلَّا ٱلْفَـٰسِقِينَ٢٦
Inna Allaha la yastahyee an yadriba mathalan ma baʿoodatan fama fawqaha faamma allatheena amanoo fayaʿlamoona annahu alhaqqu min rabbihim waamma allatheena kafaroo fayaqooloona matha arada Allahu bihatha mathalan yudillu bihi katheeran wayahdee bihi katheeran wama yudillu bihi illa alfasiqeena
Waarlijk, Allah schaamt zich niet om een parabel over zelfs maar een mug te beschrijven of iets anders als het kleiner is. En voor degenen die geloven is dit de waarheid van hun Heer, maar de ongelovigen zeggen: “Wat bedoelde Allah met deze parabel?” Door de parabel misleidt Hij er velen, en velen leidt Hij erdoor. En Hij misleidt slechts degenen die niet aan Allah Zijn gehoorzaamheid beantwoorden.
-
ٱلَّذِينَ يَنقُضُونَ عَهْدَ ٱللَّهِ مِنۢ بَعْدِ مِيثَـٰقِهِۦ وَيَقْطَعُونَ مَآ أَمَرَ ٱللَّهُ بِهِۦٓ أَن يُوصَلَ وَيُفْسِدُونَ فِى ٱلْأَرْضِ ۚ أُو۟لَـٰٓئِكَ هُمُ ٱلْخَـٰسِرُونَ٢٧
Allatheena yanqudoona ʿahda Allahi min baʿdi meethaqihi wayaqtaʿoona ma amara Allahu bihi an yoosala wayufsidoona fee alardi olaika humu alkhasiroona
Degenen die het Verbond met Allah verbreken nadat zij het zijn aangegaan en losbreken wat Allah bevolen heeft te verbinden en misdaden plegen op aarde, zij zijn het die de verliezers zijn.
-
كَيْفَ تَكْفُرُونَ بِٱللَّهِ وَكُنتُمْ أَمْوَٰتًا فَأَحْيَـٰكُمْ ۖ ثُمَّ يُمِيتُكُمْ ثُمَّ يُحْيِيكُمْ ثُمَّ إِلَيْهِ تُرْجَعُونَ٢٨
Kayfa takfuroona biAllahi wakuntum amwatan faahyakum thumma yumeetukum thumma yuhyeekum thumma ilayhi turjaʿoona
Hoe kun je niet in Allah geloven! Jullie zagen toch dat jullie dood waren en Hij jullie het leven heeft gegeven. Toen gaf Hij jullie de dood en opnieuw bracht Hij jullie tot leven en tot Hem zullen jullie terugkeren.
-
هُوَ ٱلَّذِى خَلَقَ لَكُم مَّا فِى ٱلْأَرْضِ جَمِيعًا ثُمَّ ٱسْتَوَىٰٓ إِلَى ٱلسَّمَآءِ فَسَوَّىٰهُنَّ سَبْعَ سَمَـٰوَٰتٍ ۚ وَهُوَ بِكُلِّ شَىْءٍ عَلِيمٌ٢٩
Huwa allathee khalaqa lakum ma fee alardi jameeʿan thumma istawa ila alssamai fasawwahunna sabʿa samawatin wahuwa bikulli shayin ʿaleemun
Hij is Degene die alles, wat zich op aarde bevindt, voor jullie heeft geschapen. Daarna verhief Hij zich (op de manier die bij hem past) naar de Hemel en vormde deze tot zeven Hemelen. En Hij is op de hoogte van alles.
-
وَإِذْ قَالَ رَبُّكَ لِلْمَلَـٰٓئِكَةِ إِنِّى جَاعِلٌ فِى ٱلْأَرْضِ خَلِيفَةً ۖ قَالُوٓا۟ أَتَجْعَلُ فِيهَا مَن يُفْسِدُ فِيهَا وَيَسْفِكُ ٱلدِّمَآءَ وَنَحْنُ نُسَبِّحُ بِحَمْدِكَ وَنُقَدِّسُ لَكَ ۖ قَالَ إِنِّىٓ أَعْلَمُ مَا لَا تَعْلَمُونَ٣٠
Waith qala rabbuka lilmalaikati innee jaʿilun fee alardi khaleefatan qaloo atajʿalu feeha man yufsidu feeha wayasfiku alddimaa wanahnu nusabbihu bihamdika wanuqaddisu laka qala innee aʿlamu ma la taʿlamoona
En (gedenk) toen jullie Heer tegen de engelen zei: “Ik zal de mens generatie na generatie op aarde plaatsen.” Zij zeiden: “Zult U daar iemand plaatsen die misdaden pleegt en bloed laat vloeien – terwijl wij U verheerlijken, U prijzen en danken en U heilig maken.” Hij (Allah) zei: “Ik weet wat jullie niet weten.”
-
وَعَلَّمَ ءَادَمَ ٱلْأَسْمَآءَ كُلَّهَا ثُمَّ عَرَضَهُمْ عَلَى ٱلْمَلَـٰٓئِكَةِ فَقَالَ أَنۢبِـُٔونِى بِأَسْمَآءِ هَـٰٓؤُلَآءِ إِن كُنتُمْ صَـٰدِقِينَ٣١
Waʿallama adama alasmaa kullaha thumma ʿaradahum ʿala almalaikati faqala anbioonee biasmai haolai in kuntum sadiqeena
En Hij onderwees Adam de namen en toen liet Hij hem de engelen zien en zei: “Vertel Mij hiervan de namen, als jullie waarachtig zijn.”
-
قَالُوا۟ سُبْحَـٰنَكَ لَا عِلْمَ لَنَآ إِلَّا مَا عَلَّمْتَنَآ ۖ إِنَّكَ أَنتَ ٱلْعَلِيمُ ٱلْحَكِيمُ٣٢
Qaloo subhanaka la ʿilma lana illa ma ʿallamtana innaka anta alʿaleemu alhakeemu
Zij (de engelen) zeiden: “Verheerlijkt bent U, wij hebben geen kennis behalve van wat U ons onderwezen heeft. U bent de Alwetende, de Alwijze.
-
قَالَ يَـٰٓـَٔادَمُ أَنۢبِئْهُم بِأَسْمَآئِهِمْ ۖ فَلَمَّآ أَنۢبَأَهُم بِأَسْمَآئِهِمْ قَالَ أَلَمْ أَقُل لَّكُمْ إِنِّىٓ أَعْلَمُ غَيْبَ ٱلسَّمَـٰوَٰتِ وَٱلْأَرْضِ وَأَعْلَمُ مَا تُبْدُونَ وَمَا كُنتُمْ تَكْتُمُونَ٣٣
Qala ya adamu anbihum biasmaihim falamma anbaahum biasmaihim qala alam aqul lakum innee aʿlamu ghayba alssamawati waalardi waaʿlamu ma tubdoona wama kuntum taktumoona
Hij zei: “O Adam, vertel hun de namen.” En toen hij hun de namen had verteld, zei Hij: “Heb Ik je niet verteld dat Ik het onzichtbare in de hemelen en op de aarde ken en Ik weet wat jullie openlijk doen en wat jullie in het verborgen doen.
-
وَإِذْ قُلْنَا لِلْمَلَـٰٓئِكَةِ ٱسْجُدُوا۟ لِـَٔادَمَ فَسَجَدُوٓا۟ إِلَّآ إِبْلِيسَ أَبَىٰ وَٱسْتَكْبَرَ وَكَانَ مِنَ ٱلْكَـٰفِرِينَ٣٤
Waith qulna lilmalaikati osjudoo liadama fasajadoo illa ibleesa aba waistakbara wakana mina alkafireena
En toen Wij tot de engelen zeiden: “Buig (jullie hoofden) voor Adam!” Daarop bogen zij allen (het hoofd), behalve Iblies. Hij weigerde hoogmoedig (daar hij zich beter vond dan Adam) en werd zo één van de (ongehoorzame) ongelovigen.
-
وَقُلْنَا يَـٰٓـَٔادَمُ ٱسْكُنْ أَنتَ وَزَوْجُكَ ٱلْجَنَّةَ وَكُلَا مِنْهَا رَغَدًا حَيْثُ شِئْتُمَا وَلَا تَقْرَبَا هَـٰذِهِ ٱلشَّجَرَةَ فَتَكُونَا مِنَ ٱلظَّـٰلِمِينَ٣٥
Waqulna ya adamu oskun anta wazawjuka aljannata wakula minha raghadan haythu shituma wala taqraba hathihi alshshajarata fatakoona mina alththalimeena
En Wij zeiden: “O Adam! Woon tezamen met jouw vrouw in het paradijs en eet beiden vrijelijk met plezier en genot van de zaken daarvan, zoveel als je maar wilt, maar kom niet bij deze boom of jullie beiden zullen tot de zondaren behoren.”
-
فَأَزَلَّهُمَا ٱلشَّيْطَـٰنُ عَنْهَا فَأَخْرَجَهُمَا مِمَّا كَانَا فِيهِ ۖ وَقُلْنَا ٱهْبِطُوا۟ بَعْضُكُمْ لِبَعْضٍ عَدُوٌّ ۖ وَلَكُمْ فِى ٱلْأَرْضِ مُسْتَقَرٌّ وَمَتَـٰعٌ إِلَىٰ حِينٍ٣٦
Faazallahuma alshshaytanu ʿanha faakhrajahuma mimma kana feehi waqulna ihbitoo baʿdukum libaʿdin ʿaduwwun walakum fee alardi mustaqarrun wamataʿun ila heenin
Toen liet Shaytaan hen daaruit (het paradijs) glijden en verwijderde hen van waar zij waren. Wij zeiden: “Ga naar beneden, allemaal, met vijandigheid tussen jullie. Op de aarde zal een woonplaats voor jullie zijn en voor een zekere tijd vermaak.”
-
فَتَلَقَّىٰٓ ءَادَمُ مِن رَّبِّهِۦ كَلِمَـٰتٍ فَتَابَ عَلَيْهِ ۚ إِنَّهُۥ هُوَ ٱلتَّوَّابُ ٱلرَّحِيمُ٣٧
Fatalaqqa adamu min rabbihi kalimatin fataba ʿalayhi innahu huwa alttawwabu alrraheemu
Daarop ontving Adam van zijn Heer (nieuwe) woorden (woorden van eerlijke berouw), waarop zijn Heer hem vergaf (door zijn berouw te aanvaarden). Waarlijk, Hij is Degene Die vergeeft, de Genadevolle.
-
قُلْنَا ٱهْبِطُوا۟ مِنْهَا جَمِيعًا ۖ فَإِمَّا يَأْتِيَنَّكُم مِّنِّى هُدًى فَمَن تَبِعَ هُدَاىَ فَلَا خَوْفٌ عَلَيْهِمْ وَلَا هُمْ يَحْزَنُونَ٣٨
Qulna ihbitoo minha jameeʿan faimma yatiyannakum minnee hudan faman tabiʿa hudaya fala khawfun ʿalayhim wala hum yahzanoona
Wij zeiden: “Gaan jullie allemaal van deze plaats naar beneden, en als er van Mij leiding tot jullie komt en iedereen die Mijn leiding volgt, zij zullen niet vrezen, noch zullen zij bedroefd zijn.
-
وَٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ وَكَذَّبُوا۟ بِـَٔايَـٰتِنَآ أُو۟لَـٰٓئِكَ أَصْحَـٰبُ ٱلنَّارِ ۖ هُمْ فِيهَا خَـٰلِدُونَ٣٩
Waallatheena kafaroo wakaththaboo biayatina olaika ashabu alnnari hum feeha khalidoona
Maar degenen die niet geloven en onze tekenen loochenen, dat zijn de bewoners van het vuur, zij zullen daarin voor altijd verblijven.
-
يَـٰبَنِىٓ إِسْرَٰٓءِيلَ ٱذْكُرُوا۟ نِعْمَتِىَ ٱلَّتِىٓ أَنْعَمْتُ عَلَيْكُمْ وَأَوْفُوا۟ بِعَهْدِىٓ أُوفِ بِعَهْدِكُمْ وَإِيَّـٰىَ فَٱرْهَبُونِ٤٠
Ya banee israeela othkuroo niʿmatiya allatee anʿamtu ʿalaykum waawfoo biʿahdee oofi biʿahdikum waiyyaya fairhabooni
O Kinderen van Israël! Gedenk Mijn gunst die Ik jullie gegeven heb, en vervul jullie verplichtingen voor Mijn verbond zodat Ik (Mijn verplichtingen) van jullie verbond (met jullie vervul) en vrees geen ander dan Mij.
-
وَءَامِنُوا۟ بِمَآ أَنزَلْتُ مُصَدِّقًا لِّمَا مَعَكُمْ وَلَا تَكُونُوٓا۟ أَوَّلَ كَافِرٍۭ بِهِۦ ۖ وَلَا تَشْتَرُوا۟ بِـَٔايَـٰتِى ثَمَنًا قَلِيلًا وَإِيَّـٰىَ فَٱتَّقُونِ٤١
Waaminoo bima anzaltu musaddiqan lima maʿakum wala takoonoo awwala kafirin bihi wala tashtaroo biayatee thamanan qaleelan waiyyaya faittaqooni
En geloof in wat Ik naar beneden heb gezonden dat wat met jullie is bevestigd en wees niet de eersten die dat niet geloven en verkoop niet Mijn verzen voor een klein bedrag en vrees Mij en alleen Mij.
-
وَلَا تَلْبِسُوا۟ ٱلْحَقَّ بِٱلْبَـٰطِلِ وَتَكْتُمُوا۟ ٱلْحَقَّ وَأَنتُمْ تَعْلَمُونَ٤٢
Wala talbisoo alhaqqa bialbatili wataktumoo alhaqqa waantum taʿlamoona
En vermeng de waarheid niet met de leugen, en verberg de waarheid ook niet terwijl jullie (de waarheid) kennen.
-
وَأَقِيمُوا۟ ٱلصَّلَوٰةَ وَءَاتُوا۟ ٱلزَّكَوٰةَ وَٱرْكَعُوا۟ مَعَ ٱلرَّٰكِعِينَ٤٣
Waaqeemoo alssalata waatoo alzzakata wairkaʿoo maʿa alrrakiʿeena
En verricht de gebeden correct en geef zakaat en buig met degenen die buigen.
-
۞ أَتَأْمُرُونَ ٱلنَّاسَ بِٱلْبِرِّ وَتَنسَوْنَ أَنفُسَكُمْ وَأَنتُمْ تَتْلُونَ ٱلْكِتَـٰبَ ۚ أَفَلَا تَعْقِلُونَ٤٤
Atamuroona alnnasa bialbirri watansawna anfusakum waantum tatloona alkitaba afala taʿqiloona
Jullie gebieden vroomheid en rechtvaardigheid en dat alle daden voor de gehoorzaamheid van Allah zijn van de mensen maar jullie vergeten het zelf, terwijl jullie de Geschriften reciteren. Hebben jullie dan geen verstand?
-
وَٱسْتَعِينُوا۟ بِٱلصَّبْرِ وَٱلصَّلَوٰةِ ۚ وَإِنَّهَا لَكَبِيرَةٌ إِلَّا عَلَى ٱلْخَـٰشِعِينَ٤٥
Waistaʿeenoo bialssabri waalssalati wainnaha lakabeeratun illa ʿala alkhashiʿeena
En vraag hulp middels (het vermogen om) geduld (op te brengen in en om) het gebed (door de lusten en verlangens van de ego te bedwingen). En voorzeker, dit (gebed) is bijzonder zwaar en moeilijk behalve voor de khaashi’ien (degene die vrees hebben voor Allah gebaseerd op kennis, vandaar dat ze hun gebeden op tijd verrichten waar ze ook zijn)
-
ٱلَّذِينَ يَظُنُّونَ أَنَّهُم مُّلَـٰقُوا۟ رَبِّهِمْ وَأَنَّهُمْ إِلَيْهِ رَٰجِعُونَ٤٦
Allatheena yathunnoona annahum mulaqoo rabbihim waannahum ilayhi rajiʿoona
(Zij zijn degenen) die er zeker van zijn dat zij hun Heer zullen ontmoeten en dat zij tot Hem zullen terugkeren.
-
يَـٰبَنِىٓ إِسْرَٰٓءِيلَ ٱذْكُرُوا۟ نِعْمَتِىَ ٱلَّتِىٓ أَنْعَمْتُ عَلَيْكُمْ وَأَنِّى فَضَّلْتُكُمْ عَلَى ٱلْعَـٰلَمِينَ٤٧
Ya banee israeela othkuroo niʿmatiya allatee anʿamtu ʿalaykum waannee faddaltukum ʿala alʿalameena
O Kinderen van Israël! Gedenk Mijn gunst die Ik jullie heb geschonken en dat Ik aan jullie de voorkeur gaf van de wereldwezens.
-
وَٱتَّقُوا۟ يَوْمًا لَّا تَجْزِى نَفْسٌ عَن نَّفْسٍ شَيْـًٔا وَلَا يُقْبَلُ مِنْهَا شَفَـٰعَةٌ وَلَا يُؤْخَذُ مِنْهَا عَدْلٌ وَلَا هُمْ يُنصَرُونَ٤٨
Waittaqoo yawman la tajzee nafsun ʿan nafsin shayan wala yuqbalu minha shafaʿatun wala yukhathu minha ʿadlun wala hum yunsaroona
En vrees de dag (van het oordeel) wanneer niemand een ander kan helpen, noch zal inmenging geaccepteerd worden van hem, noch zal er een vergoeding van hem genomen worden, noch zal hij hulp krijgen.
-
وَإِذْ نَجَّيْنَـٰكُم مِّنْ ءَالِ فِرْعَوْنَ يَسُومُونَكُمْ سُوٓءَ ٱلْعَذَابِ يُذَبِّحُونَ أَبْنَآءَكُمْ وَيَسْتَحْيُونَ نِسَآءَكُمْ ۚ وَفِى ذَٰلِكُم بَلَآءٌ مِّن رَّبِّكُمْ عَظِيمٌ٤٩
Waith najjaynakum min ali firʿawna yasoomoonakum sooa alʿathabi yuthabbihoona abnaakum wayastahyoona nisaakum wafee thalikum balaon min rabbikum ʿatheemun
En (weet dan nog) dat Wij jullie van de mensen van de Farao, die jullie vreselijke martelingen oplegden, jullie zonen vermoordden en jullie vrouwen spaarden, verlosten, en daarin was een machtig vonnis van jullie Heer.
-
وَإِذْ فَرَقْنَا بِكُمُ ٱلْبَحْرَ فَأَنجَيْنَـٰكُمْ وَأَغْرَقْنَآ ءَالَ فِرْعَوْنَ وَأَنتُمْ تَنظُرُونَ٥٠
Waith faraqna bikumu albahra faanjaynakum waaghraqna ala firʿawna waantum tanthuroona
En (herinner je) dat Wij de zee voor jullie splitsten en jullie redden en de mensen van de Farao lieten verdrinken, terwijl jullie toekeken.
-
وَإِذْ وَٰعَدْنَا مُوسَىٰٓ أَرْبَعِينَ لَيْلَةً ثُمَّ ٱتَّخَذْتُمُ ٱلْعِجْلَ مِنۢ بَعْدِهِۦ وَأَنتُمْ ظَـٰلِمُونَ٥١
Waith waʿadna moosa arbaʿeena laylatan thumma ittakhathtumu alʿijla min baʿdihi waantum thalimoona
En (herinner je) dat Wij voor Moesa veertig nachten hadden aangewezen en dat jullie een kalf namen en jullie onrechtplegers werden.
-
ثُمَّ عَفَوْنَا عَنكُم مِّنۢ بَعْدِ ذَٰلِكَ لَعَلَّكُمْ تَشْكُرُونَ٥٢
Thumma ʿafawna ʿankum min baʿdi thalika laʿallakum tashkuroona
Daarna vergaven Wij jullie zodat jullie dankbaar zouden zijn.
-
وَإِذْ ءَاتَيْنَا مُوسَى ٱلْكِتَـٰبَ وَٱلْفُرْقَانَ لَعَلَّكُمْ تَهْتَدُونَ٥٣
Waith atayna moosa alkitaba waalfurqana laʿallakum tahtadoona
En (herinner je) dat Wij Moesa de geschriften gaven en het onderscheid (tussen goed en kwaad) zodat jullie rechtgeleid zijn.
-
وَإِذْ قَالَ مُوسَىٰ لِقَوْمِهِۦ يَـٰقَوْمِ إِنَّكُمْ ظَلَمْتُمْ أَنفُسَكُم بِٱتِّخَاذِكُمُ ٱلْعِجْلَ فَتُوبُوٓا۟ إِلَىٰ بَارِئِكُمْ فَٱقْتُلُوٓا۟ أَنفُسَكُمْ ذَٰلِكُمْ خَيْرٌ لَّكُمْ عِندَ بَارِئِكُمْ فَتَابَ عَلَيْكُمْ ۚ إِنَّهُۥ هُوَ ٱلتَّوَّابُ ٱلرَّحِيمُ٥٤
Waith qala moosa liqawmihi ya qawmi innakum thalamtum anfusakum biittikhathikumu alʿijla fatooboo ila bariikum faoqtuloo anfusakum thalikum khayrun lakum ʿinda bariikum fataba ʿalaykum innahu huwa alttawwabu alrraheemu
En (herinner je) wanneer Moesa tegen zijn mensen zei: “O mijn mensen! Waarlijk jullie hebben jezelf onrecht aangedaan door het kalf te aanbidden. Keren jullie je dus in berouw tot jullie Schepper en dood elkaar in het zicht van jullie Schepper dan is dat beter voor jullie.” Toen accepteerde Hij jullie berouw, waarlijk, Hij is Degene Die het berouw accepteert, de Genadevolle.
-
وَإِذْ قُلْتُمْ يَـٰمُوسَىٰ لَن نُّؤْمِنَ لَكَ حَتَّىٰ نَرَى ٱللَّهَ جَهْرَةً فَأَخَذَتْكُمُ ٱلصَّـٰعِقَةُ وَأَنتُمْ تَنظُرُونَ٥٥
Waith qultum ya moosa lan numina laka hatta nara Allaha jahratan faakhathatkumu alssaʿiqatu waantum tanthuroona
En (herinner je) wanneer jullie zeiden: “O Moesa! Wij zullen je nooit geloven totdat wij Allah duidelijk zien.” Maar jullie werden door de bliksem gegrepen toen jullie keken.
-
ثُمَّ بَعَثْنَـٰكُم مِّنۢ بَعْدِ مَوْتِكُمْ لَعَلَّكُمْ تَشْكُرُونَ٥٦
Thumma baʿathnakum min baʿdi mawtikum laʿallakum tashkuroona
En vervolgens deden wij jullie na jullie dood opstaan, opdat jullie dankbaar zouden zijn.
-
وَظَلَّلْنَا عَلَيْكُمُ ٱلْغَمَامَ وَأَنزَلْنَا عَلَيْكُمُ ٱلْمَنَّ وَٱلسَّلْوَىٰ ۖ كُلُوا۟ مِن طَيِّبَـٰتِ مَا رَزَقْنَـٰكُمْ ۖ وَمَا ظَلَمُونَا وَلَـٰكِن كَانُوٓا۟ أَنفُسَهُمْ يَظْلِمُونَ٥٧
Wathallalna ʿalaykumu alghamama waanzalna ʿalaykumu almanna waalssalwa kuloo min tayyibati ma razaqnakum wama thalamoona walakin kanoo anfusahum yathlimoona
En Wij zorgden ervoor dat de wolken schaduw voor je wierpen en de Manna (zoet water) en de Salwa (vlees van duiven) naar beneden stuurden (zeggende): “Eet van de goede en wettige zaken, waarin Wij jullie hebben voorzien.” En zij hebben Ons geen onrecht aangedaan, maar hebben zichzelf onrecht aangedaan.
-
وَإِذْ قُلْنَا ٱدْخُلُوا۟ هَـٰذِهِ ٱلْقَرْيَةَ فَكُلُوا۟ مِنْهَا حَيْثُ شِئْتُمْ رَغَدًا وَٱدْخُلُوا۟ ٱلْبَابَ سُجَّدًا وَقُولُوا۟ حِطَّةٌ نَّغْفِرْ لَكُمْ خَطَـٰيَـٰكُمْ ۚ وَسَنَزِيدُ ٱلْمُحْسِنِينَ٥٨
Waith qulna odkhuloo hathihi alqaryata fakuloo minha haythu shitum raghadan waodkhuloo albaba sujjadan waqooloo hittatun naghfir lakum khatayakum wasanazeedu almuhsineena
(En herinner je) toen Wij zeiden: “Ga deze stad binnen en eet daar met plezier en genot zoveel als jullie willen en ga de poort in en kniel neer en zeg: “Vergeef ons” en Wij zullen jullie jullie zonden vergeven en zullen de (beloning) voor de weldoeners doen toenemen.”
-
فَبَدَّلَ ٱلَّذِينَ ظَلَمُوا۟ قَوْلًا غَيْرَ ٱلَّذِى قِيلَ لَهُمْ فَأَنزَلْنَا عَلَى ٱلَّذِينَ ظَلَمُوا۟ رِجْزًا مِّنَ ٱلسَّمَآءِ بِمَا كَانُوا۟ يَفْسُقُونَ٥٩
Fabaddala allatheena thalamoo qawlan ghayra allathee qeela lahum faanzalna ʿala allatheena thalamoo rijzan mina alssamai bima kanoo yafsuqoona
Maar degenen die gezondigd hadden veranderden de woorden die ze tegen elkaar spraken, zodat Wij een bestraffing op de zondaren van de hemel toezonden, want zij rebelleerden tegen Allah Zijn gehoorzaamheid.
-
۞ وَإِذِ ٱسْتَسْقَىٰ مُوسَىٰ لِقَوْمِهِۦ فَقُلْنَا ٱضْرِب بِّعَصَاكَ ٱلْحَجَرَ ۖ فَٱنفَجَرَتْ مِنْهُ ٱثْنَتَا عَشْرَةَ عَيْنًا ۖ قَدْ عَلِمَ كُلُّ أُنَاسٍ مَّشْرَبَهُمْ ۖ كُلُوا۟ وَٱشْرَبُوا۟ مِن رِّزْقِ ٱللَّهِ وَلَا تَعْثَوْا۟ فِى ٱلْأَرْضِ مُفْسِدِينَ٦٠
Waithi istasqa moosa liqawmihi faqulna idrib biʿasaka alhajara fainfajarat minhu ithnata ʿashrata ʿaynan qad ʿalima kullu onasin mashrabahum kuloo waishraboo min rizqi Allahi wala taʿthaw fee alardi mufsideena
En (herinner je) toen Moesa water voor zijn mensen vroeg, zeiden Wij: “Sla met je staf tegen de steen.” Toen stroomde het uit twaalf bronnen. Iedere (groep) mensen kende zijn plaats bij het water. Eet en drink van wat Allah jullie heeft voorzien en handel niet verdorven door ellende op de aarde te veroorzaken.
-
وَإِذْ قُلْتُمْ يَـٰمُوسَىٰ لَن نَّصْبِرَ عَلَىٰ طَعَامٍ وَٰحِدٍ فَٱدْعُ لَنَا رَبَّكَ يُخْرِجْ لَنَا مِمَّا تُنۢبِتُ ٱلْأَرْضُ مِنۢ بَقْلِهَا وَقِثَّآئِهَا وَفُومِهَا وَعَدَسِهَا وَبَصَلِهَا ۖ قَالَ أَتَسْتَبْدِلُونَ ٱلَّذِى هُوَ أَدْنَىٰ بِٱلَّذِى هُوَ خَيْرٌ ۚ ٱهْبِطُوا۟ مِصْرًا فَإِنَّ لَكُم مَّا سَأَلْتُمْ ۗ وَضُرِبَتْ عَلَيْهِمُ ٱلذِّلَّةُ وَٱلْمَسْكَنَةُ وَبَآءُو بِغَضَبٍ مِّنَ ٱللَّهِ ۗ ذَٰلِكَ بِأَنَّهُمْ كَانُوا۟ يَكْفُرُونَ بِـَٔايَـٰتِ ٱللَّهِ وَيَقْتُلُونَ ٱلنَّبِيِّـۧنَ بِغَيْرِ ٱلْحَقِّ ۗ ذَٰلِكَ بِمَا عَصَوا۟ وَّكَانُوا۟ يَعْتَدُونَ٦١
Waith qultum ya moosa lan nasbira ʿala taʿamin wahidin faodʿu lana rabbaka yukhrij lana mimma tunbitu alardu min baqliha waqiththaiha wafoomiha waʿadasiha wabasaliha qala atastabdiloona allathee huwa adna biallathee huwa khayrun ihbitoo misran fainna lakum ma saaltum waduribat ʿalayhimu alththillatu waalmaskanatu wabaoo bighadabin mina Allahi thalika biannahum kanoo yakfuroona biayati Allahi wayaqtuloona alnnabiyyeena bighayri alhaqqi thalika bima ʿasaw wakanoo yaʿtadoona
En (herinner je) toen jullie zeiden: “O Moesa! Wij verdragen het niet om maar één soort voedsel te eten. Vraag je Heer daarom om voor ons voort te brengen wat op de aarde groeit: haar kruiden, komkommers, graan, knoflook, linzen en uien.” Hij zei: “Willen jullie dat wat beter voor jullie is, inruilen voor wat minder is? Ga naar wat voor stad dan ook en jullie zullen vinden wat jullie willen!” En zij waren met vernedering en ellende bedekt en zij riepen de toorn van Allah over zich af omdat zij niet in de tekenen geloofden, de profeten valselijk omgebracht hadden, omdat zij ongehoorzaam waren en de grenzen overschreden hadden.
-
إِنَّ ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ وَٱلَّذِينَ هَادُوا۟ وَٱلنَّصَـٰرَىٰ وَٱلصَّـٰبِـِٔينَ مَنْ ءَامَنَ بِٱللَّهِ وَٱلْيَوْمِ ٱلْـَٔاخِرِ وَعَمِلَ صَـٰلِحًا فَلَهُمْ أَجْرُهُمْ عِندَ رَبِّهِمْ وَلَا خَوْفٌ عَلَيْهِمْ وَلَا هُمْ يَحْزَنُونَ٦٢
Inna allatheena amanoo waallatheena hadoo waalnnasara waalssabieena man amana biAllahi waalyawmi alakhiri waʿamila salihan falahum ajruhum ʿinda rabbihim wala khawfun ʿalayhim wala hum yahzanoona
Waarlijk! Degenen die geloven en die van de joden en christenen en Sabijnen zijn (zij geloven allen in slechts één God, namelijk Allah, en geen deelgenoten naast hem), die in Allah en de laatste dag geloven en goede daden verrichten, zullen hun beloning bij hun Heer hebben, bij hen zal geen angst zijn, noch zullen zij bedroefd zijn.
-
وَإِذْ أَخَذْنَا مِيثَـٰقَكُمْ وَرَفَعْنَا فَوْقَكُمُ ٱلطُّورَ خُذُوا۟ مَآ ءَاتَيْنَـٰكُم بِقُوَّةٍ وَٱذْكُرُوا۟ مَا فِيهِ لَعَلَّكُمْ تَتَّقُونَ٦٣
Waith akhathna meethaqakum warafaʿna fawqakumu alttoora khuthoo ma ataynakum biquwwatin waothkuroo ma feehi laʿallakum tattaqoona
En (herinner je o kinderen van Israël) toen Wij het verbond aangingen en Wij boven jullie de berg Thoer lieten oprijzen (zeggende): “Houd jullie vast aan wat Wij jullie gegeven hebben en gedenk de inhoud op zo’n manier dat jullie godvrezend worden.
-
ثُمَّ تَوَلَّيْتُم مِّنۢ بَعْدِ ذَٰلِكَ ۖ فَلَوْلَا فَضْلُ ٱللَّهِ عَلَيْكُمْ وَرَحْمَتُهُۥ لَكُنتُم مِّنَ ٱلْخَـٰسِرِينَ٦٤
Thumma tawallaytum min baʿdi thalika falawla fadlu Allahi ʿalaykum warahmatuhu lakuntum mina alkhasireena
Hierna keerden jullie je ervan af. Als Allah jullie geen gunst en genade verleend had, dan zouden jullie zeker onder de verliezers zijn.
-
وَلَقَدْ عَلِمْتُمُ ٱلَّذِينَ ٱعْتَدَوْا۟ مِنكُمْ فِى ٱلسَّبْتِ فَقُلْنَا لَهُمْ كُونُوا۟ قِرَدَةً خَـٰسِـِٔينَ٦٥
Walaqad ʿalimtumu allatheena iʿtadaw minkum fee alssabti faqulna lahum koonoo qiradatan khasieena
En waarlijk jullie kenden degenen onder jullie die de regels van de Sabbath (de zaterdag) overtraden. Wij zeiden tegen hen: “Wees apen, veracht en verworpen.”
-
فَجَعَلْنَـٰهَا نَكَـٰلًا لِّمَا بَيْنَ يَدَيْهَا وَمَا خَلْفَهَا وَمَوْعِظَةً لِّلْمُتَّقِينَ٦٦
Fajaʿalnaha nakalan lima bayna yadayha wama khalfaha wamawʿithatan lilmuttaqeena
Dus hebben we deze bestraffing als een voorbeeld voor henzelf gemaakt en voor de latere generatie een les voor degenen die godvrezend zijn.
-
وَإِذْ قَالَ مُوسَىٰ لِقَوْمِهِۦٓ إِنَّ ٱللَّهَ يَأْمُرُكُمْ أَن تَذْبَحُوا۟ بَقَرَةً ۖ قَالُوٓا۟ أَتَتَّخِذُنَا هُزُوًا ۖ قَالَ أَعُوذُ بِٱللَّهِ أَنْ أَكُونَ مِنَ ٱلْجَـٰهِلِينَ٦٧
Waith qala moosa liqawmihi inna Allaha yamurukum an tathbahoo baqaratan qaloo atattakhithuna huzuwan qala aʿoothu biAllahi an akoona mina aljahileena
En (herinner je) dat Moesa tegen zijn mensen zei: “Waarlijk Allah heeft jullie bevolen dat jullie een koe moeten slachten. ”Zij zeiden: “Steek je de draak met ons?” Hij zei: “Ik neem mijn toevlucht tot Allah om niet tot de onwetenden te behoren.”
-
قَالُوا۟ ٱدْعُ لَنَا رَبَّكَ يُبَيِّن لَّنَا مَا هِىَ ۚ قَالَ إِنَّهُۥ يَقُولُ إِنَّهَا بَقَرَةٌ لَّا فَارِضٌ وَلَا بِكْرٌ عَوَانٌۢ بَيْنَ ذَٰلِكَ ۖ فَٱفْعَلُوا۟ مَا تُؤْمَرُونَ٦٨
Qaloo odʿu lana rabbaka yubayyin lana ma hiya qala innahu yaqoolu innaha baqaratun la faridun wala bikrun ʿawanun bayna thalika faifʿaloo ma tumaroona
Zij zeiden: “Roep je Heer voor ons aan, zodat Hij voor ons duidelijk maakt hoe het is!” Hij zei: “Hij zegt: “Waarlijk het is een koe die niet te oud of te jong moet zijn, maar zij moet hiertussen in zijn, doe dus wat jullie bevolen is.”
-
قَالُوا۟ ٱدْعُ لَنَا رَبَّكَ يُبَيِّن لَّنَا مَا لَوْنُهَا ۚ قَالَ إِنَّهُۥ يَقُولُ إِنَّهَا بَقَرَةٌ صَفْرَآءُ فَاقِعٌ لَّوْنُهَا تَسُرُّ ٱلنَّـٰظِرِينَ٦٩
Qaloo odʿu lana rabbaka yubayyin lana ma lawnuha qala innahu yaqoolu innaha baqaratun safrao faqiʿun lawnuha tasurru alnnathireena
Zij zeiden: “Roep je Heer voor ons aan om duidelijkheid te krijgen over haar kleur.” Hij zei: “Hij zegt, het is een gele koe, helder van kleur, een plezier voor de degene die naar haar kijkt.”
-
قَالُوا۟ ٱدْعُ لَنَا رَبَّكَ يُبَيِّن لَّنَا مَا هِىَ إِنَّ ٱلْبَقَرَ تَشَـٰبَهَ عَلَيْنَا وَإِنَّآ إِن شَآءَ ٱللَّهُ لَمُهْتَدُونَ٧٠
Qaloo odʿu lana rabbaka yubayyin lana ma hiya inna albaqara tashabaha ʿalayna wainna in shaa Allahu lamuhtadoona
Zij zeiden: “Roep je Heer voor ons aan om duidelijk te maken hoe ze (de koe) er uit ziet. Waarlijk voor ons zijn alle koeien gelijk. En zeker, als Allah het wil, worden wij geleid.”
-
قَالَ إِنَّهُۥ يَقُولُ إِنَّهَا بَقَرَةٌ لَّا ذَلُولٌ تُثِيرُ ٱلْأَرْضَ وَلَا تَسْقِى ٱلْحَرْثَ مُسَلَّمَةٌ لَّا شِيَةَ فِيهَا ۚ قَالُوا۟ ٱلْـَٔـٰنَ جِئْتَ بِٱلْحَقِّ ۚ فَذَبَحُوهَا وَمَا كَادُوا۟ يَفْعَلُونَ٧١
Qala innahu yaqoolu innaha baqaratun la thaloolun tutheeru alarda wala tasqee alhartha musallamatun la shiyata feeha qaloo alana jita bialhaqqi fathabahooha wama kadoo yafʿaloona
Hij (Moesa) zei: “Waarlijk, Hij zegt: “Het moet een koe zijn die niet getraind is om het land te ploegen noch om de velden te irrigeren, gezond, en geen andere kleur hebbend dan het heldere geel. ”Zij zeiden: “Nu heb je de waarheid gesproken.” Dus slachtten zij het hoewel zij het bijna niet hadden gedaan.
-
وَإِذْ قَتَلْتُمْ نَفْسًا فَٱدَّٰرَْٰٔتُمْ فِيهَا ۖ وَٱللَّهُ مُخْرِجٌ مَّا كُنتُمْ تَكْتُمُونَ٧٢
Waith qataltum nafsan faiddaratum feeha waAllahu mukhrijun ma kuntum taktumoona
En (herinner je) toen jullie een man hadden gedood en je een ander daarvoor beschuldigden. Maar Allah liet alles zien wat jullie verborgen.
-
فَقُلْنَا ٱضْرِبُوهُ بِبَعْضِهَا ۚ كَذَٰلِكَ يُحْىِ ٱللَّهُ ٱلْمَوْتَىٰ وَيُرِيكُمْ ءَايَـٰتِهِۦ لَعَلَّكُمْ تَعْقِلُونَ٧٣
Faqulna idriboohu bibaʿdiha kathalika yuhyee Allahu almawta wayureekum ayatihi laʿallakum taʿqiloona
Dus zeiden Wij: “Raak hem aan met een stuk daarvan (van de geslachte koe). Dus Allah brengt de doden tot leven en laat jullie Zijn tekenen zien (zowel de tekenen van zijn grootheid in de schepping als zijn tekenen in de openbaring), zodat jullie zullen begrijpen.
-
ثُمَّ قَسَتْ قُلُوبُكُم مِّنۢ بَعْدِ ذَٰلِكَ فَهِىَ كَٱلْحِجَارَةِ أَوْ أَشَدُّ قَسْوَةً ۚ وَإِنَّ مِنَ ٱلْحِجَارَةِ لَمَا يَتَفَجَّرُ مِنْهُ ٱلْأَنْهَـٰرُ ۚ وَإِنَّ مِنْهَا لَمَا يَشَّقَّقُ فَيَخْرُجُ مِنْهُ ٱلْمَآءُ ۚ وَإِنَّ مِنْهَا لَمَا يَهْبِطُ مِنْ خَشْيَةِ ٱللَّهِ ۗ وَمَا ٱللَّهُ بِغَـٰفِلٍ عَمَّا تَعْمَلُونَ٧٤
Thumma qasat quloobukum min baʿdi thalika fahiya kaalhijarati aw ashaddu qaswatan wainna mina alhijarati lama yatafajjaru minhu alanharu wainna minha lama yashshaqqaqu fayakhruju minhu almao wainna minha lama yahbitu min khashyati Allahi wama Allahu bighafilin ʿamma taʿmaloona
Daarna verhardden jullie harten zich en werden als steen of nog harder. En waarlijk er zijn stenen waaruit rivieren ontspringen en voorwaar er zijn (stenen) die splijten zodat het water er uitstroomt en waarlijk er zijn (stenen) die neervallen uit vrees voor Allah. En Allah is niet onachtzaam van jullie daden.
-
۞ أَفَتَطْمَعُونَ أَن يُؤْمِنُوا۟ لَكُمْ وَقَدْ كَانَ فَرِيقٌ مِّنْهُمْ يَسْمَعُونَ كَلَـٰمَ ٱللَّهِ ثُمَّ يُحَرِّفُونَهُۥ مِنۢ بَعْدِ مَا عَقَلُوهُ وَهُمْ يَعْلَمُونَ٧٥
Afatatmaʿoona an yuminoo lakum waqad kana fareequn minhum yasmaʿoona kalama Allahi thumma yuharrifoonahu min baʿdi ma ʿaqaloohu wahum yaʿlamoona
Smachten jullie ernaar dat zij in jullie godsdienst zullen geloven, ondanks het feit dat een deel van hen naar het woord van Allah luisterde en het dan veranderde, nadat zij het hadden begrepen terwijl zij het weten?
-
وَإِذَا لَقُوا۟ ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ قَالُوٓا۟ ءَامَنَّا وَإِذَا خَلَا بَعْضُهُمْ إِلَىٰ بَعْضٍ قَالُوٓا۟ أَتُحَدِّثُونَهُم بِمَا فَتَحَ ٱللَّهُ عَلَيْكُمْ لِيُحَآجُّوكُم بِهِۦ عِندَ رَبِّكُمْ ۚ أَفَلَا تَعْقِلُونَ٧٦
Waitha laqoo allatheena amanoo qaloo amanna waitha khala baʿduhum ila baʿdin qaloo atuhaddithoonahum bima fataha Allahu ʿalaykum liyuhajjookum bihi ʿinda rabbikum afala taʿqiloona
En als zij degenen die geloven ontmoeten, zeggen zij: “Wij geloven,” maar als zij elkaar privé ontmoeten zeggen zij: “Zullen jullie hun vertellen wat Allah aan jullie geopenbaard heeft zodat zij met jullie zullen discussiëren voor jullie Heer?” Hebben jullie dan geen verstand?”
-
أَوَلَا يَعْلَمُونَ أَنَّ ٱللَّهَ يَعْلَمُ مَا يُسِرُّونَ وَمَا يُعْلِنُونَ٧٧
Awala yaʿlamoona anna Allaha yaʿlamu ma yusirroona wama yuʿlinoona
Weten zij dan niet dat Allah weet, wat zij verbergen en in de openbaarheid brengen?
-
وَمِنْهُمْ أُمِّيُّونَ لَا يَعْلَمُونَ ٱلْكِتَـٰبَ إِلَّآ أَمَانِىَّ وَإِنْ هُمْ إِلَّا يَظُنُّونَ٧٨
Waminhum ommiyyoona la yaʿlamoona alkitaba illa amaniyya wain hum illa yathunnoona
En onder hen zijn ongeletterde mensen, die het boek niet kennen, maar zij leggen hun hoop in valse verlangens en zij doen niet anders dan gissen.
-
فَوَيْلٌ لِّلَّذِينَ يَكْتُبُونَ ٱلْكِتَـٰبَ بِأَيْدِيهِمْ ثُمَّ يَقُولُونَ هَـٰذَا مِنْ عِندِ ٱللَّهِ لِيَشْتَرُوا۟ بِهِۦ ثَمَنًا قَلِيلًا ۖ فَوَيْلٌ لَّهُم مِّمَّا كَتَبَتْ أَيْدِيهِمْ وَوَيْلٌ لَّهُم مِّمَّا يَكْسِبُونَ٧٩
Fawaylun lillatheena yaktuboona alkitaba biaydeehim thumma yaqooloona hatha min ʿindi Allahi liyashtaroo bihi thamanan qaleelan fawaylun lahum mimma katabat aydeehim wawaylun lahum mimma yaksiboona
Wee voor hen dan die het Boek met hun eigen handen schrijven en zeggen: “Dit is van Allah,” om het voor een kleine prijs te verhandelen! Wee voor hen voor wat hun handen geschreven hebben en wee voor hen die daaraan verdienen.
-
وَقَالُوا۟ لَن تَمَسَّنَا ٱلنَّارُ إِلَّآ أَيَّامًا مَّعْدُودَةً ۚ قُلْ أَتَّخَذْتُمْ عِندَ ٱللَّهِ عَهْدًا فَلَن يُخْلِفَ ٱللَّهُ عَهْدَهُۥٓ ۖ أَمْ تَقُولُونَ عَلَى ٱللَّهِ مَا لَا تَعْلَمُونَ٨٠
Waqaloo lan tamassana alnnaru illa ayyaman maʿdoodatan qul attakhathtum ʿinda Allahi ʿahdan falan yukhlifa Allahu ʿahdahu am taqooloona ʿala Allahi ma la taʿlamoona
En zij zeggen: “Het vuur zal ons niet anders raken dan voor een paar vastgestelde dagen. "Zeg: “Heb je een verbond met Allah gesloten, zodat Allah Zijn verbond niet zal verbreken? Of zeggen jullie iets over Allah waar je niets van af weet?
-
بَلَىٰ مَن كَسَبَ سَيِّئَةً وَأَحَـٰطَتْ بِهِۦ خَطِيٓـَٔتُهُۥ فَأُو۟لَـٰٓئِكَ أَصْحَـٰبُ ٱلنَّارِ ۖ هُمْ فِيهَا خَـٰلِدُونَ٨١
Bala man kasaba sayyiatan waahatat bihi khateeatuhu faolaika ashabu alnnari hum feeha khalidoona
Welzeker! Iedereen die het kwaad verdient en waarvan de zonden hem omringt, zullen de bewoners van het vuur zijn; zij zullen daarin voor altijd verblijven.
-
وَٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ وَعَمِلُوا۟ ٱلصَّـٰلِحَـٰتِ أُو۟لَـٰٓئِكَ أَصْحَـٰبُ ٱلْجَنَّةِ ۖ هُمْ فِيهَا خَـٰلِدُونَ٨٢
Waallatheena amanoo waʿamiloo alssalihati olaika ashabu aljannati hum feeha khalidoona
En degenen die geloven en goede daden verrichten, zij zullen de bewoners van het paradijs zijn, zij zullen daarin voor altijd verblijven.
-
وَإِذْ أَخَذْنَا مِيثَـٰقَ بَنِىٓ إِسْرَٰٓءِيلَ لَا تَعْبُدُونَ إِلَّا ٱللَّهَ وَبِٱلْوَٰلِدَيْنِ إِحْسَانًا وَذِى ٱلْقُرْبَىٰ وَٱلْيَتَـٰمَىٰ وَٱلْمَسَـٰكِينِ وَقُولُوا۟ لِلنَّاسِ حُسْنًا وَأَقِيمُوا۟ ٱلصَّلَوٰةَ وَءَاتُوا۟ ٱلزَّكَوٰةَ ثُمَّ تَوَلَّيْتُمْ إِلَّا قَلِيلًا مِّنكُمْ وَأَنتُم مُّعْرِضُونَ٨٣
Waith akhathna meethaqa banee israeela la taʿbudoona illa Allaha wabialwalidayni ihsanan wathee alqurba waalyatama waalmasakeeni waqooloo lilnnasi husnan waaqeemoo alssalata waatoo alzzakata thumma tawallaytum illa qaleelan minkum waantum muʿridoona
En (herinner je) wanneer Wij een verbond met de kinderen van Israël sloten, zeggende: “Aanbid niemand behalve Allah en wees plichtsgetrouw en goed voor de ouders en verwanten en de wezen en de armen, en spreek goed tegen de mensen en verricht de gebeden en geef zakaat. Vervolgens onttrokken jullie je er aan, behalve slechts een paar van jullie, Terwijl jullie je afwendden.
-
وَإِذْ أَخَذْنَا مِيثَـٰقَكُمْ لَا تَسْفِكُونَ دِمَآءَكُمْ وَلَا تُخْرِجُونَ أَنفُسَكُم مِّن دِيَـٰرِكُمْ ثُمَّ أَقْرَرْتُمْ وَأَنتُمْ تَشْهَدُونَ٨٤
Waith akhathna meethaqakum la tasfikoona dimaakum wala tukhrijoona anfusakum min diyarikum thumma aqrartum waantum tashhadoona
En (herinner je) dat Wij het verbond met jullie afsloten (zeggende): “Vergiet geen bloed van jullie mensen, noch ban jullie mensen uit hun huizen. Bekrachtig dit dan en wees (hier) getuige van.
-
ثُمَّ أَنتُمْ هَـٰٓؤُلَآءِ تَقْتُلُونَ أَنفُسَكُمْ وَتُخْرِجُونَ فَرِيقًا مِّنكُم مِّن دِيَـٰرِهِمْ تَظَـٰهَرُونَ عَلَيْهِم بِٱلْإِثْمِ وَٱلْعُدْوَٰنِ وَإِن يَأْتُوكُمْ أُسَـٰرَىٰ تُفَـٰدُوهُمْ وَهُوَ مُحَرَّمٌ عَلَيْكُمْ إِخْرَاجُهُمْ ۚ أَفَتُؤْمِنُونَ بِبَعْضِ ٱلْكِتَـٰبِ وَتَكْفُرُونَ بِبَعْضٍ ۚ فَمَا جَزَآءُ مَن يَفْعَلُ ذَٰلِكَ مِنكُمْ إِلَّا خِزْىٌ فِى ٱلْحَيَوٰةِ ٱلدُّنْيَا ۖ وَيَوْمَ ٱلْقِيَـٰمَةِ يُرَدُّونَ إِلَىٰٓ أَشَدِّ ٱلْعَذَابِ ۗ وَمَا ٱللَّهُ بِغَـٰفِلٍ عَمَّا تَعْمَلُونَ٨٥
Thumma antum haolai taqtuloona anfusakum watukhrijoona fareeqan minkum min diyarihim tathaharoona ʿalayhim bialithmi waalʿudwani wain yatookum osara tufadoohum wahuwa muharramun ʿalaykum ikhrajuhum afatuminoona bibaʿdi alkitabi watakfuroona bibaʿdin fama jazao man yafʿalu thalika minkum illa khizyun fee alhayati alddunya wayawma alqiyamati yuraddoona ila ashaddi alʿathabi wama Allahu bighafilin ʿamma taʿmaloona
Hierna zijn jullie het die elkaar vermoorden en een gedeelte van jullie uit hun huizen verjagen, hen in zonde en overtreding helpen. En als zij als gevangenen tot jullie komen, leggen jullie ze een losprijs op, hoewel hun uitbanning voor jullie verboden was. Geloven jullie dan in een deel van de geschriften en verwerpen de rest? Wat is dan de prijs van degenen die dit onder jullie doen. Behalve schande in het leven van deze wereld en op de dag van de opstanding zullen zij de zwaarste bestraffing toegewezen krijgen. En Allah is niet onachtzaam over wat jullie doen.
-
أُو۟لَـٰٓئِكَ ٱلَّذِينَ ٱشْتَرَوُا۟ ٱلْحَيَوٰةَ ٱلدُّنْيَا بِٱلْـَٔاخِرَةِ ۖ فَلَا يُخَفَّفُ عَنْهُمُ ٱلْعَذَابُ وَلَا هُمْ يُنصَرُونَ٨٦
Olaika allatheena ishtarawoo alhayata alddunya bialakhirati fala yukhaffafu ʿanhumu alʿathabu wala hum yunsaroona
Zij zijn degenen die het hiernamaals voor het aardse leven hebben verkocht. Hun bestraffing zal niet verlicht worden, noch zullen zij geholpen worden.
-
وَلَقَدْ ءَاتَيْنَا مُوسَى ٱلْكِتَـٰبَ وَقَفَّيْنَا مِنۢ بَعْدِهِۦ بِٱلرُّسُلِ ۖ وَءَاتَيْنَا عِيسَى ٱبْنَ مَرْيَمَ ٱلْبَيِّنَـٰتِ وَأَيَّدْنَـٰهُ بِرُوحِ ٱلْقُدُسِ ۗ أَفَكُلَّمَا جَآءَكُمْ رَسُولٌۢ بِمَا لَا تَهْوَىٰٓ أَنفُسُكُمُ ٱسْتَكْبَرْتُمْ فَفَرِيقًا كَذَّبْتُمْ وَفَرِيقًا تَقْتُلُونَ٨٧
Walaqad atayna moosa alkitaba waqaffayna min baʿdihi bialrrusuli waatayna ʿeesa ibna maryama albayyinati waayyadnahu biroohi alqudusi afakullama jaakum rasoolun bima la tahwa anfusukumu istakbartum fafareeqan kaththabtum wafareeqan taqtuloona
En zeker, Wij gaven Moesa het boek en lieten na hem een aantal boodschappers komen. En Wij gaven Isa, de zoon van Maryam duidelijke tekenen en ondersteunde hem met de heilige geest (Djibril). Is het zo dat elke keer als er een boodschapper kwam met iets wat jullie niet wensten, jullie arrogant werden? Sommige geloofden jullie niet, anderen vermoordden jullie.
-
وَقَالُوا۟ قُلُوبُنَا غُلْفٌۢ ۚ بَل لَّعَنَهُمُ ٱللَّهُ بِكُفْرِهِمْ فَقَلِيلًا مَّا يُؤْمِنُونَ٨٨
Waqaloo quloobuna ghulfun bal laʿanahumu Allahu bikufrihim faqaleelan ma yuminoona
En zij zeggen: “Onze harten zijn ingepakt.“ Nee, Allah heeft jullie voor jullie ongeloof vervloekt, zo weinig is het dat zij geloven.
-
وَلَمَّا جَآءَهُمْ كِتَـٰبٌ مِّنْ عِندِ ٱللَّهِ مُصَدِّقٌ لِّمَا مَعَهُمْ وَكَانُوا۟ مِن قَبْلُ يَسْتَفْتِحُونَ عَلَى ٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ فَلَمَّا جَآءَهُم مَّا عَرَفُوا۟ كَفَرُوا۟ بِهِۦ ۚ فَلَعْنَةُ ٱللَّهِ عَلَى ٱلْكَـٰفِرِينَ٨٩
Walamma jaahum kitabun min ʿindi Allahi musaddiqun lima maʿahum wakanoo min qablu yastaftihoona ʿala allatheena kafaroo falamma jaahum ma ʿarafoo kafaroo bihi falaʿnatu Allahi ʿala alkafireena
En toen er tot hen een boek kwam van Allah dat bevestigde wat al bij hen is, daarvoor hebben zij Allah aangeroepen om zo de overwinning over degenen die niet geloven te krijgen, maar toen tot hen datgene kwam wat zij herkenden, geloofden zij het niet. Laat dus de vloek van Allah over de ongelovigen zijn.
-
بِئْسَمَا ٱشْتَرَوْا۟ بِهِۦٓ أَنفُسَهُمْ أَن يَكْفُرُوا۟ بِمَآ أَنزَلَ ٱللَّهُ بَغْيًا أَن يُنَزِّلَ ٱللَّهُ مِن فَضْلِهِۦ عَلَىٰ مَن يَشَآءُ مِنْ عِبَادِهِۦ ۖ فَبَآءُو بِغَضَبٍ عَلَىٰ غَضَبٍ ۚ وَلِلْكَـٰفِرِينَ عَذَابٌ مُّهِينٌ٩٠
Bisama ishtaraw bihi anfusahum an yakfuroo bima anzala Allahu baghyan an yunazzila Allahu min fadlihi ʿala man yashao min ʿibadihi fabaoo bighadabin ʿala ghadabin walilkafireena ʿathabun muheenun
Slecht is het dat zij zichzelf hebben verkocht, dat zij ongelovig zijn in wat Allah geopenbaard heeft, Zij vinden het onterecht dat Allah hun Zijn gunsten moet openbaren aan wie Hij wil van Zijn slaven. Zij hebben zo dus de toorn over zichzelf afgeroepen. En voor de ongelovigen is er een vernederende bestraffing.
-
وَإِذَا قِيلَ لَهُمْ ءَامِنُوا۟ بِمَآ أَنزَلَ ٱللَّهُ قَالُوا۟ نُؤْمِنُ بِمَآ أُنزِلَ عَلَيْنَا وَيَكْفُرُونَ بِمَا وَرَآءَهُۥ وَهُوَ ٱلْحَقُّ مُصَدِّقًا لِّمَا مَعَهُمْ ۗ قُلْ فَلِمَ تَقْتُلُونَ أَنۢبِيَآءَ ٱللَّهِ مِن قَبْلُ إِن كُنتُم مُّؤْمِنِينَ٩١
Waitha qeela lahum aminoo bima anzala Allahu qaloo numinu bima onzila ʿalayna wayakfuroona bima waraahu wahuwa alhaqqu musaddiqan lima maʿahum qul falima taqtuloona anbiyaa Allahi min qablu in kuntum mumineena
En als er tegen hen gezegd wordt: “Geloof in wat Allah aan jullie neer heeft gezonden”, zeggen zij: “Wij geloven in wat aan ons is neergezonden.” En zij zijn ongelovig aan wat daarna is gekomen terwijl dat de Waarheid is, wat bevestigt wat reeds bij hen is. Zeg: “Waarom hebben jullie al eerder de profeten van Allah gedood, als jullie echt gelovigen waren?”
-
۞ وَلَقَدْ جَآءَكُم مُّوسَىٰ بِٱلْبَيِّنَـٰتِ ثُمَّ ٱتَّخَذْتُمُ ٱلْعِجْلَ مِنۢ بَعْدِهِۦ وَأَنتُمْ ظَـٰلِمُونَ٩٢
Walaqad jaakum moosa bialbayyinati thumma ittakhathtumu alʿijla min baʿdihi waantum thalimoona
En waarlijk Moesa kwam tot jullie met duidelijke bewijzen, maar jullie aanbaden het kalf nadat hij vertrokken was, en jullie werden de onrechtvaardigen.
-
وَإِذْ أَخَذْنَا مِيثَـٰقَكُمْ وَرَفَعْنَا فَوْقَكُمُ ٱلطُّورَ خُذُوا۟ مَآ ءَاتَيْنَـٰكُم بِقُوَّةٍ وَٱسْمَعُوا۟ ۖ قَالُوا۟ سَمِعْنَا وَعَصَيْنَا وَأُشْرِبُوا۟ فِى قُلُوبِهِمُ ٱلْعِجْلَ بِكُفْرِهِمْ ۚ قُلْ بِئْسَمَا يَأْمُرُكُم بِهِۦٓ إِيمَـٰنُكُمْ إِن كُنتُم مُّؤْمِنِينَ٩٣
Waith akhathna meethaqakum warafaʿna fawqakumu alttoora khuthoo ma ataynakum biquwwatin waismaʿoo qaloo samiʿna waʿasayna waoshriboo fee quloobihimu alʿijla bikufrihim qul bisama yamurukum bihi eemanukum in kuntum mumineena
En (herinner je) toen Wij het verbond met jullie afsloten en Wij de berg Thoer boven jullie verhieven (zeggende): “Houd je stevig vast aan wat Wij jullie gegeven hebben en luister (naar Ons woord). Zij zeiden: “Wij hebben gehoord en waren ongehoorzaam.” En hun harten (namen) de aanbidding van het kalf (op) vanwege hun ongeloof. Zeg: “Het slechtste is waarlijk dat wat jullie geloof doet loochenen, als jullie echt gelovigen zijn.”
-
قُلْ إِن كَانَتْ لَكُمُ ٱلدَّارُ ٱلْـَٔاخِرَةُ عِندَ ٱللَّهِ خَالِصَةً مِّن دُونِ ٱلنَّاسِ فَتَمَنَّوُا۟ ٱلْمَوْتَ إِن كُنتُمْ صَـٰدِقِينَ٩٤
Qul in kanat lakumu alddaru alakhiratu ʿinda Allahi khalisatan min dooni alnnasi fatamannawoo almawta in kuntum sadiqeena
Zeg tegen (hen): “Als de laatste verblijfplaats in het hiernamaals met Allah echt voor jullie is en niet voor anderen van de mensheid, verlang dan naar de dood als jullie waarachtig zijn.”
-
وَلَن يَتَمَنَّوْهُ أَبَدًۢا بِمَا قَدَّمَتْ أَيْدِيهِمْ ۗ وَٱللَّهُ عَلِيمٌۢ بِٱلظَّـٰلِمِينَ٩٥
Walan yatamannawhu abadan bima qaddamat aydeehim waAllahu ʿaleemun bialththalimeena
Maar zij zullen er nooit naar verlangen vanwege wat hun handen vooruit hebben gestuurd. En Allah is alwetend over de onrechtvaardigen.
-
وَلَتَجِدَنَّهُمْ أَحْرَصَ ٱلنَّاسِ عَلَىٰ حَيَوٰةٍ وَمِنَ ٱلَّذِينَ أَشْرَكُوا۟ ۚ يَوَدُّ أَحَدُهُمْ لَوْ يُعَمَّرُ أَلْفَ سَنَةٍ وَمَا هُوَ بِمُزَحْزِحِهِۦ مِنَ ٱلْعَذَابِ أَن يُعَمَّرَ ۗ وَٱللَّهُ بَصِيرٌۢ بِمَا يَعْمَلُونَ٩٦
Walatajidannahum ahrasa alnnasi ʿala hayatin wamina allatheena ashrakoo yawaddu ahaduhum law yuʿammaru alfa sanatin wama huwa bimuzahzihihi mina alʿathabi an yuʿammara waAllahu baseerun bima yaʿmaloona
En waarlijk, jullie zullen ontdekken dat zij het hebzuchtigst voor het leven zijn van de hele mensheid. Ieder van hen wenste dat hem een leven van duizend jaar gegeven zou worden. Maar de gave van zo’n leven redt hen niet het minste van de bestraffing. En Allah ziet alles wat zij doen.
-
قُلْ مَن كَانَ عَدُوًّا لِّجِبْرِيلَ فَإِنَّهُۥ نَزَّلَهُۥ عَلَىٰ قَلْبِكَ بِإِذْنِ ٱللَّهِ مُصَدِّقًا لِّمَا بَيْنَ يَدَيْهِ وَهُدًى وَبُشْرَىٰ لِلْمُؤْمِنِينَ٩٧
Qul man kana ʿaduwwan lijibreela fainnahu nazzalahu ʿala qalbika biithni Allahi musaddiqan lima bayna yadayhi wahudan wabushra lilmumineena
Zeg: “Iedereen die een vijand van Jibriël is, waarlijk hij heeft het (de Koran) gebracht, door Allah Zijn toestemming, recht naar je hart, bevestigend wat vóór was en als Leiding en goed nieuws voor de gelovigen.
-
مَن كَانَ عَدُوًّا لِّلَّهِ وَمَلَـٰٓئِكَتِهِۦ وَرُسُلِهِۦ وَجِبْرِيلَ وَمِيكَىٰلَ فَإِنَّ ٱللَّهَ عَدُوٌّ لِّلْكَـٰفِرِينَ٩٨
Man kana ʿaduwwan lillahi wamalaikatihi warusulihi wajibreela wameekala fainna Allaha ʿaduwwun lilkafireena
Iedereen die een vijand van Allah, Zijn Engelen, Zijn Boodschappers, Jibriël en Mikaa'il is, waarlijk Allah is een vijand voor de ongelovigen.
-
وَلَقَدْ أَنزَلْنَآ إِلَيْكَ ءَايَـٰتٍۭ بَيِّنَـٰتٍ ۖ وَمَا يَكْفُرُ بِهَآ إِلَّا ٱلْفَـٰسِقُونَ٩٩
Walaqad anzalna ilayka ayatin bayyinatin wama yakfuru biha illa alfasiqoona
En waarlijk Wij hebben aan jullie duidelijke tekenen gezonden en niemand is daar ongelovig aan behalve de verdorvenen.
-
أَوَكُلَّمَا عَـٰهَدُوا۟ عَهْدًا نَّبَذَهُۥ فَرِيقٌ مِّنْهُم ۚ بَلْ أَكْثَرُهُمْ لَا يُؤْمِنُونَ١٠٠
Awakullama ʿahadoo ʿahdan nabathahu fareequn minhum bal aktharuhum la yuminoona
Is het niet het geval dat elke keer wanneer Wij een verbond afsluiten een deel van hen het terzijde gooit? Nee! De waarheid geloven de meesten van hen niet.
-
وَلَمَّا جَآءَهُمْ رَسُولٌ مِّنْ عِندِ ٱللَّهِ مُصَدِّقٌ لِّمَا مَعَهُمْ نَبَذَ فَرِيقٌ مِّنَ ٱلَّذِينَ أُوتُوا۟ ٱلْكِتَـٰبَ كِتَـٰبَ ٱللَّهِ وَرَآءَ ظُهُورِهِمْ كَأَنَّهُمْ لَا يَعْلَمُونَ١٠١
Walamma jaahum rasoolun min ʿindi Allahi musaddiqun lima maʿahum nabatha fareequn mina allatheena ootoo alkitaba kitaba Allahi waraa thuhoorihim kaannahum la yaʿlamoona
En toen er een boodschapper van Allah (nl. Mohammed) tot hen kwam, bevestigend van wat zij (reeds) bezaten (aan kennis). (Maar toch) keerde een groep van hen – die de geschriften waren gegeven – het boek van Allah (nl. de Thaura) de rug toe. Alsof zij (de waarheid) niet kenden!
-
وَٱتَّبَعُوا۟ مَا تَتْلُوا۟ ٱلشَّيَـٰطِينُ عَلَىٰ مُلْكِ سُلَيْمَـٰنَ ۖ وَمَا كَفَرَ سُلَيْمَـٰنُ وَلَـٰكِنَّ ٱلشَّيَـٰطِينَ كَفَرُوا۟ يُعَلِّمُونَ ٱلنَّاسَ ٱلسِّحْرَ وَمَآ أُنزِلَ عَلَى ٱلْمَلَكَيْنِ بِبَابِلَ هَـٰرُوتَ وَمَـٰرُوتَ ۚ وَمَا يُعَلِّمَانِ مِنْ أَحَدٍ حَتَّىٰ يَقُولَآ إِنَّمَا نَحْنُ فِتْنَةٌ فَلَا تَكْفُرْ ۖ فَيَتَعَلَّمُونَ مِنْهُمَا مَا يُفَرِّقُونَ بِهِۦ بَيْنَ ٱلْمَرْءِ وَزَوْجِهِۦ ۚ وَمَا هُم بِضَآرِّينَ بِهِۦ مِنْ أَحَدٍ إِلَّا بِإِذْنِ ٱللَّهِ ۚ وَيَتَعَلَّمُونَ مَا يَضُرُّهُمْ وَلَا يَنفَعُهُمْ ۚ وَلَقَدْ عَلِمُوا۟ لَمَنِ ٱشْتَرَىٰهُ مَا لَهُۥ فِى ٱلْـَٔاخِرَةِ مِنْ خَلَـٰقٍ ۚ وَلَبِئْسَ مَا شَرَوْا۟ بِهِۦٓ أَنفُسَهُمْ ۚ لَوْ كَانُوا۟ يَعْلَمُونَ١٠٢
Waittabaʿoo ma tatloo alshshayateenu ʿala mulki sulaymana wama kafara sulaymanu walakinna alshshayateena kafaroo yuʿallimoona alnnasa alssihra wama onzila ʿala almalakayni bibabila haroota wamaroota wama yuʿallimani min ahadin hatta yaqoola innama nahnu fitnatun fala takfur fayataʿallamoona minhuma ma yufarriqoona bihi bayna almari wazawjihi wama hum bidarreena bihi min ahadin illa biithni Allahi wayataʿallamoona ma yadurruhum wala yanfaʿuhum walaqad ʿalimoo lamani ishtarahu ma lahu fee alakhirati min khalaqin walabisa ma sharaw bihi anfusahum law kanoo yaʿlamoona
Zij volgden (en sympathiseerden met) wat de duivels (valselijk) hadden uitgegeven (aan toverkunst en zwarte magie) in de regeringstijd van Soelaymaan. Soelaymaan was niet ongelovig (en kon dus onmogelijk ‘sihr’ hebben bedreven), maar het waren de duivels die ongeloof pleegden door de mens ‘sihr’ te onderwijzen. Alsook de zaken die te Baabil (nl. Sawaad of het platteland van Irak) aan de twee engelen Haaroot en Maaroot werden bekendgemaakt (door een andere engel). Geen van beiden (engelen) onderwees iemand (zulke zaken) totdat zij hen van advies hadden gediend: “Wij zijn slechts een beproeving (van Allah voor de mens), dus wees niet ongelovig (en laat jullie niet beetnemen)!” En van deze engelen leerden de mensen hoe een man van zijn vrouw te scheiden (m.b.v. onderlinge haatgevoelens). Maar hiermee (nl. ‘sihr’) konden (de tovenaars) niemand schade berokkenen, tenzij met Allah Zijn toestemming. (In feite) leerden zij slechts datgene wat hun schade zal toebrengen (in het hiernamaals) en dat (zwarte magie) hen van generlei voordeel kon zijn. En waarlijk, (de joden) wisten dat de bedrijvers (van ‘sihr’) geen aandeel zouden hebben aan (de tuinen van het paradijs in) het hiernamaals (doordat ze ‘sihr’ verkozen boven het Boek van Allah). En hoe slecht was het, dat zij hun zielen (aan de duivel) verkochten? Hadden zij het maar geweten.
-
وَلَوْ أَنَّهُمْ ءَامَنُوا۟ وَٱتَّقَوْا۟ لَمَثُوبَةٌ مِّنْ عِندِ ٱللَّهِ خَيْرٌ ۖ لَّوْ كَانُوا۟ يَعْلَمُونَ١٠٣
Walaw annahum amanoo waittaqaw lamathoobatun min ʿindi Allahi khayrun law kanoo yaʿlamoona
En als zij geloofd zouden hebben en zichzelf behoed tegen het kwaad en hun plicht ten opzichte van Allah zouden hebben vervuld, zou de beloning van hun Heer veel beter zijn, als zij dat maar wisten!
-
يَـٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ لَا تَقُولُوا۟ رَٰعِنَا وَقُولُوا۟ ٱنظُرْنَا وَٱسْمَعُوا۟ ۗ وَلِلْكَـٰفِرِينَ عَذَابٌ أَلِيمٌ١٠٤
Ya ayyuha allatheena amanoo la taqooloo raʿina waqooloo onthurna waismaʿoo walilkafireena ʿathabun aleemun
O jullie die geloven! Zeg niet, luister naar ons, dan luisteren wij naar jou maar zeg: “Laat ons begrijpen en hoor.” En voor de ongelovigen is er een pijnlijke bestraffing.
-
مَّا يَوَدُّ ٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ مِنْ أَهْلِ ٱلْكِتَـٰبِ وَلَا ٱلْمُشْرِكِينَ أَن يُنَزَّلَ عَلَيْكُم مِّنْ خَيْرٍ مِّن رَّبِّكُمْ ۗ وَٱللَّهُ يَخْتَصُّ بِرَحْمَتِهِۦ مَن يَشَآءُ ۚ وَٱللَّهُ ذُو ٱلْفَضْلِ ٱلْعَظِيمِ١٠٥
Ma yawaddu allatheena kafaroo min ahli alkitabi wala almushrikeena an yunazzala ʿalaykum min khayrin min rabbikum waAllahu yakhtassu birahmatihi man yashao waAllahu thoo alfadli alʿatheemi
De ongelovigen onder de mensen van het Boek en de afgodenaanbidders hebben er afkeer van dat jullie iets goeds van jullie Heer neergezonden krijgen. En Allah begunstigt met Zijn Genade wie Hij wil. En Allah is de Eigenaar van de geweldige gunst.
-
۞ مَا نَنسَخْ مِنْ ءَايَةٍ أَوْ نُنسِهَا نَأْتِ بِخَيْرٍ مِّنْهَآ أَوْ مِثْلِهَآ ۗ أَلَمْ تَعْلَمْ أَنَّ ٱللَّهَ عَلَىٰ كُلِّ شَىْءٍ قَدِيرٌ١٠٦
Ma nansakh min ayatin aw nunsiha nati bikhayrin minha aw mithliha alam taʿlam anna Allaha ʿala kulli shayin qadeerun
Van elk vers dat Wij teniet doen of laten vergeten1 brengen Wij een betere of een gelijkwaardige vers. Weten jullie dan niet dat Allah in staat is om alles te doen?
Voetnoten
[1]Allah vergeet natuurlijk niet want hij is de Alwetende, maar hier worden de nieuwe wetten van Allah bedoeld. -
أَلَمْ تَعْلَمْ أَنَّ ٱللَّهَ لَهُۥ مُلْكُ ٱلسَّمَـٰوَٰتِ وَٱلْأَرْضِ ۗ وَمَا لَكُم مِّن دُونِ ٱللَّهِ مِن وَلِىٍّ وَلَا نَصِيرٍ١٠٧
Alam taʿlam anna Allaha lahu mulku alssamawati waalardi wama lakum min dooni Allahi min waliyyin wala naseerin
Weten jullie niet dat het Allah is, Die het domein van de hemelen en de aarde bezit? En naast Allah hebben jullie noch een voogd, noch een helper.
-
أَمْ تُرِيدُونَ أَن تَسْـَٔلُوا۟ رَسُولَكُمْ كَمَا سُئِلَ مُوسَىٰ مِن قَبْلُ ۗ وَمَن يَتَبَدَّلِ ٱلْكُفْرَ بِٱلْإِيمَـٰنِ فَقَدْ ضَلَّ سَوَآءَ ٱلسَّبِيلِ١٠٨
Am tureedoona an tasaloo rasoolakum kama suila moosa min qablu waman yatabaddali alkufra bialeemani faqad dalla sawaa alssabeeli
Of willen jullie je boodschapper vragen zoals Moesa hiervoor gevraagd is. En degene die het geloof in ongeloof veranderd, is waarlijk van het Rechte Pad afgedwaald.
-
وَدَّ كَثِيرٌ مِّنْ أَهْلِ ٱلْكِتَـٰبِ لَوْ يَرُدُّونَكُم مِّنۢ بَعْدِ إِيمَـٰنِكُمْ كُفَّارًا حَسَدًا مِّنْ عِندِ أَنفُسِهِم مِّنۢ بَعْدِ مَا تَبَيَّنَ لَهُمُ ٱلْحَقُّ ۖ فَٱعْفُوا۟ وَٱصْفَحُوا۟ حَتَّىٰ يَأْتِىَ ٱللَّهُ بِأَمْرِهِۦٓ ۗ إِنَّ ٱللَّهَ عَلَىٰ كُلِّ شَىْءٍ قَدِيرٌ١٠٩
Wadda katheerun min ahli alkitabi law yaruddoonakum min baʿdi eemanikum kuffaran hasadan min ʿindi anfusihim min baʿdi ma tabayyana lahumu alhaqqu faoʿfoo waisfahoo hatta yatiya Allahu biamrihi inna Allaha ʿala kulli shayin qadeerun
Veel mensen van het boek wensen uit jaloersheid dat zij jullie tot het ongeloof kunnen brengen nadat jullie geloofd hebben, zelfs nadat de waarheid hen duidelijk geworden is. Maar vergeef en let er niet op tot Allah Zijn bevelen geeft. Waarlijk Allah is tot alles in staat.
-
وَأَقِيمُوا۟ ٱلصَّلَوٰةَ وَءَاتُوا۟ ٱلزَّكَوٰةَ ۚ وَمَا تُقَدِّمُوا۟ لِأَنفُسِكُم مِّنْ خَيْرٍ تَجِدُوهُ عِندَ ٱللَّهِ ۗ إِنَّ ٱللَّهَ بِمَا تَعْمَلُونَ بَصِيرٌ١١٠
Waaqeemoo alssalata waatoo alzzakata wama tuqaddimoo lianfusikum min khayrin tajidoohu ʿinda Allahi inna Allaha bima taʿmaloona baseerun
En verricht je gebeden correct en geef zakaat en wat dan ook van het goede jullie naar voren sturen is voor jullie zelf, en dat zullen jullie bij Allah vinden. Voorwaar Allah is de Alziende over wat jullie doen.
-
وَقَالُوا۟ لَن يَدْخُلَ ٱلْجَنَّةَ إِلَّا مَن كَانَ هُودًا أَوْ نَصَـٰرَىٰ ۗ تِلْكَ أَمَانِيُّهُمْ ۗ قُلْ هَاتُوا۟ بُرْهَـٰنَكُمْ إِن كُنتُمْ صَـٰدِقِينَ١١١
Waqaloo lan yadkhula aljannata illa man kana hoodan aw nasara tilka amaniyyuhum qul hatoo burhanakum in kuntum sadiqeena
En zij zeggen: “Niemand zal het paradijs binnentreden tenzij hij een jood of christen is.” Dat zijn hun eigen wensen. Zeg: “Geef bewijs als jullie waarachtig zijn.”
-
بَلَىٰ مَنْ أَسْلَمَ وَجْهَهُۥ لِلَّهِ وَهُوَ مُحْسِنٌ فَلَهُۥٓ أَجْرُهُۥ عِندَ رَبِّهِۦ وَلَا خَوْفٌ عَلَيْهِمْ وَلَا هُمْ يَحْزَنُونَ١١٢
Bala man aslama wajhahu lillahi wahuwa muhsinun falahu ajruhu ʿinda rabbihi wala khawfun ʿalayhim wala hum yahzanoona
Inderdaad! Eénieder die (zichzelf) in volle overgave aan Allah onderwerpt en een moehsin is, zal zijn beloning bij zijn Heer aantreffen. Zij zullen niet vrezen noch zullen zij bedroefd zijn.
-
وَقَالَتِ ٱلْيَهُودُ لَيْسَتِ ٱلنَّصَـٰرَىٰ عَلَىٰ شَىْءٍ وَقَالَتِ ٱلنَّصَـٰرَىٰ لَيْسَتِ ٱلْيَهُودُ عَلَىٰ شَىْءٍ وَهُمْ يَتْلُونَ ٱلْكِتَـٰبَ ۗ كَذَٰلِكَ قَالَ ٱلَّذِينَ لَا يَعْلَمُونَ مِثْلَ قَوْلِهِمْ ۚ فَٱللَّهُ يَحْكُمُ بَيْنَهُمْ يَوْمَ ٱلْقِيَـٰمَةِ فِيمَا كَانُوا۟ فِيهِ يَخْتَلِفُونَ١١٣
Waqalati alyahoodu laysati alnnasara ʿala shayin waqalati alnnasara laysati alyahoodu ʿala shayin wahum yatloona alkitaba kathalika qala allatheena la yaʿlamoona mithla qawlihim faAllahu yahkumu baynahum yawma alqiyamati feema kanoo feehi yakhtalifoona
De joden zeggen dat de christenen niets volgen en de christenen zeggen dat de joden niets volgen hoewel zij de geschriften reciteren. Hetzelfde zeggen (de heidenen), die het niet weten. Allah zal op de dag der opstanding onder hen oordelen over datgene waarin zij van mening verschilden.
-
وَمَنْ أَظْلَمُ مِمَّن مَّنَعَ مَسَـٰجِدَ ٱللَّهِ أَن يُذْكَرَ فِيهَا ٱسْمُهُۥ وَسَعَىٰ فِى خَرَابِهَآ ۚ أُو۟لَـٰٓئِكَ مَا كَانَ لَهُمْ أَن يَدْخُلُوهَآ إِلَّا خَآئِفِينَ ۚ لَهُمْ فِى ٱلدُّنْيَا خِزْىٌ وَلَهُمْ فِى ٱلْـَٔاخِرَةِ عَذَابٌ عَظِيمٌ١١٤
Waman athlamu mimman manaʿa masajida Allahi an yuthkara feeha ismuhu wasaʿa fee kharabiha olaika ma kana lahum an yadkhulooha illa khaifeena lahum fee alddunya khizyun walahum fee alakhirati ʿathabun ʿatheemun
En wie is er onrechtvaardiger dan degenen die verbieden dat Allah Zijn Naam verheerlijkt wordt en veel wordt genoemd in Allah Zijn moskeeën en naar hun eigen ondergang streven? Het was niet passend dat zij hen zouden betreden anders dan in vrees. Voor hen is de schande in deze wereld en zij zullen een grote bestraffing in het hiernamaals hebben.
-
وَلِلَّهِ ٱلْمَشْرِقُ وَٱلْمَغْرِبُ ۚ فَأَيْنَمَا تُوَلُّوا۟ فَثَمَّ وَجْهُ ٱللَّهِ ۚ إِنَّ ٱللَّهَ وَٰسِعٌ عَلِيمٌ١١٥
Walillahi almashriqu waalmaghribu faaynama tuwalloo fathamma wajhu Allahi inna Allaha wasiʿun ʿaleemun
En aan Allah behoort het oosten en het westen, dus waar jullie jezelf ook naar wenden, daar is het aangezicht van Allah. Allah is voldoende voor de behoefte van Zijn schepselen. Alwetend.
-
وَقَالُوا۟ ٱتَّخَذَ ٱللَّهُ وَلَدًا ۗ سُبْحَـٰنَهُۥ ۖ بَل لَّهُۥ مَا فِى ٱلسَّمَـٰوَٰتِ وَٱلْأَرْضِ ۖ كُلٌّ لَّهُۥ قَـٰنِتُونَ١١٦
Waqaloo itakhatha Allahu waladan subhanahu bal lahu ma fee alssamawati waalardi kullun lahu qanitoona
En zij zeggen: “Allah heeft een zoon gekregen." Verheerlijkt is Hij. Nee, aan Hem behoort alles wat in de hemelen is en wat op aarde is en allen onderwerpen zich in gehoorzaamheid aan Hem.
-
بَدِيعُ ٱلسَّمَـٰوَٰتِ وَٱلْأَرْضِ ۖ وَإِذَا قَضَىٰٓ أَمْرًا فَإِنَّمَا يَقُولُ لَهُۥ كُن فَيَكُونُ١١٧
Badeeʿu alssamawati waalardi waitha qada amran fainnama yaqoolu lahu kun fayakoonu
Als de Voortbrenger van de hemelen en de aarde tot iets besluit, zegt Hij slechts: “Wees” en het is.
-
وَقَالَ ٱلَّذِينَ لَا يَعْلَمُونَ لَوْلَا يُكَلِّمُنَا ٱللَّهُ أَوْ تَأْتِينَآ ءَايَةٌ ۗ كَذَٰلِكَ قَالَ ٱلَّذِينَ مِن قَبْلِهِم مِّثْلَ قَوْلِهِمْ ۘ تَشَـٰبَهَتْ قُلُوبُهُمْ ۗ قَدْ بَيَّنَّا ٱلْـَٔايَـٰتِ لِقَوْمٍ يُوقِنُونَ١١٨
Waqala allatheena la yaʿlamoona lawla yukallimuna Allahu aw tateena ayatun kathalika qala allatheena min qablihim mithla qawlihim tashabahat quloobuhum qad bayyanna alayati liqawmin yooqinoona
En degenen die geen kennis hebben zeggen: “Waarom spreekt Allah niet tot ons of waarom komt er geen teken tot ons?” Zo spraken ook de mensen vóór hen, met dezelfde soort bewoording. Hun harten zijn hetzelfde, Wij hebben beslist de tekenen voor de mensen die geloven gemaakt.
-
إِنَّآ أَرْسَلْنَـٰكَ بِٱلْحَقِّ بَشِيرًا وَنَذِيرًا ۖ وَلَا تُسْـَٔلُ عَنْ أَصْحَـٰبِ ٱلْجَحِيمِ١١٩
Inna arsalnaka bialhaqqi basheeran wanatheeran wala tusalu Aaan ashabi aljaheemi
Waarlijk, Wij hebben jou met de waarheid gestuurd, een brenger van goed nieuws en een waarschuwer. En jij zult niet ondervraagd worden over de bewoners van het laaiende vuur.
-
وَلَن تَرْضَىٰ عَنكَ ٱلْيَهُودُ وَلَا ٱلنَّصَـٰرَىٰ حَتَّىٰ تَتَّبِعَ مِلَّتَهُمْ ۗ قُلْ إِنَّ هُدَى ٱللَّهِ هُوَ ٱلْهُدَىٰ ۗ وَلَئِنِ ٱتَّبَعْتَ أَهْوَآءَهُم بَعْدَ ٱلَّذِى جَآءَكَ مِنَ ٱلْعِلْمِ ۙ مَا لَكَ مِنَ ٱللَّهِ مِن وَلِىٍّ وَلَا نَصِيرٍ١٢٠
Walan tarda ʿanka alyahoodu wala alnnasara hatta tattabiʿa millatahum qul inna huda Allahi huwa alhuda walaini ittabaʿta ahwaahum baʿda allathee jaaka mina alʿilmi ma laka mina Allahi min waliyyin wala naseerin
Nooit zullen de joden en christenen blij met jou zijn tot je hun godsdienst zal volgen. Zeg: “Waarlijk de leiding van Allah, is de enige leiding. En als jij hun wensen moet volgen, nadat je kennis hebt gekregen dan zou je tegenover Allah noch een ‘beschermer’ noch een ‘helper’ vinden.
-
ٱلَّذِينَ ءَاتَيْنَـٰهُمُ ٱلْكِتَـٰبَ يَتْلُونَهُۥ حَقَّ تِلَاوَتِهِۦٓ أُو۟لَـٰٓئِكَ يُؤْمِنُونَ بِهِۦ ۗ وَمَن يَكْفُرْ بِهِۦ فَأُو۟لَـٰٓئِكَ هُمُ ٱلْخَـٰسِرُونَ١٢١
Allatheena ataynahumu alkitaba yatloonahu haqqa tilawatihi olaika yuminoona bihi waman yakfur bihi faolaika humu alkhasiroona
Degenen aan wie Wij het boek hebben gegeven (de ware volgelingen van de profeten die niet hun geloof niet hebben vervalst, zij waren allen moslims), reciteren het zoals het gereciteerd behoort te worden. Zij zijn degenen die daar in geloven. En degenen die daar niet in geloven, dat zijn degenen die de verliezers zijn.
-
يَـٰبَنِىٓ إِسْرَٰٓءِيلَ ٱذْكُرُوا۟ نِعْمَتِىَ ٱلَّتِىٓ أَنْعَمْتُ عَلَيْكُمْ وَأَنِّى فَضَّلْتُكُمْ عَلَى ٱلْعَـٰلَمِينَ١٢٢
Ya banee israeela othkuroo niʿmatiya allatee anʿamtu ʿalaykum waannee faddaltukum ʿala alʿalameena
O kinderen van Israël, gedenk Mijn gunst die Ik jullie heb verleend en dat Ik aan jullie boven alle wereldwezens de voorkeur gaf.
-
وَٱتَّقُوا۟ يَوْمًا لَّا تَجْزِى نَفْسٌ عَن نَّفْسٍ شَيْـًٔا وَلَا يُقْبَلُ مِنْهَا عَدْلٌ وَلَا تَنفَعُهَا شَفَـٰعَةٌ وَلَا هُمْ يُنصَرُونَ١٢٣
Waittaqoo yawman la tajzee nafsun ʿan nafsin shayan wala yuqbalu minha ʿadlun wala tanfaʿuha shafaʿatun wala hum yunsaroona
En vrees de Dag (des Oordeels) waarop geen mens iets voor een ander kan betekenen. Losgeld zal van hem niet geaccepteerd worden en bemiddeling zal hem van geen nut zijn. En hulp (tegen de bestraffing) zal er nooit komen.
-
۞ وَإِذِ ٱبْتَلَىٰٓ إِبْرَٰهِـۧمَ رَبُّهُۥ بِكَلِمَـٰتٍ فَأَتَمَّهُنَّ ۖ قَالَ إِنِّى جَاعِلُكَ لِلنَّاسِ إِمَامًا ۖ قَالَ وَمِن ذُرِّيَّتِى ۖ قَالَ لَا يَنَالُ عَهْدِى ٱلظَّـٰلِمِينَ١٢٤
Waithi ibtala ibraheema rabbuhu bikalimatin faatammahunna qala innee jaʿiluka lilnnasi imaman qala wamin thurriyyatee qala la yanalu ʿahdee alththalimeena
En (herinner je) dat de Heer van Ibraahiem hem met enige bevelen beproefde, welke hij vervulde. Hij (Allah) zei (tot hem): “Waarlijk Ik zal van jou een leider maken van de mensheid.” Ibraahiem zei: “En ook mijn nageslacht?” Allah zei: “Mijn verbond (profeetschap) heeft geen onrechtvaardigen onder zich.
-
وَإِذْ جَعَلْنَا ٱلْبَيْتَ مَثَابَةً لِّلنَّاسِ وَأَمْنًا وَٱتَّخِذُوا۟ مِن مَّقَامِ إِبْرَٰهِـۧمَ مُصَلًّى ۖ وَعَهِدْنَآ إِلَىٰٓ إِبْرَٰهِـۧمَ وَإِسْمَـٰعِيلَ أَن طَهِّرَا بَيْتِىَ لِلطَّآئِفِينَ وَٱلْعَـٰكِفِينَ وَٱلرُّكَّعِ ٱلسُّجُودِ١٢٥
Waith jaʿalna albayta mathabatan lilnnasi waamnan waittakhithoo min maqami ibraheema musallan waʿahidna ila ibraheema waismaʿeela an tahhira baytiya lilttaifeena waalʿakifeena waalrrukkaʿi alssujoodi
En (herinner je) dat Wij het Huis (de Ka’ba in Mekka) tot een plaats van toevlucht en tot een veilige plaats gemaakt hebben. En neem voor jouw (mensen) de plek van Ibraahiem als een gebedsplaats en Wij hebben Ibraahiem en Ismaël bevolen dat zij Mijn huis moeten reinigen voor degenen die daar om heen lopen of daar verblijven of daar buigen en neerknielen.
-
وَإِذْ قَالَ إِبْرَٰهِـۧمُ رَبِّ ٱجْعَلْ هَـٰذَا بَلَدًا ءَامِنًا وَٱرْزُقْ أَهْلَهُۥ مِنَ ٱلثَّمَرَٰتِ مَنْ ءَامَنَ مِنْهُم بِٱللَّهِ وَٱلْيَوْمِ ٱلْـَٔاخِرِ ۖ قَالَ وَمَن كَفَرَ فَأُمَتِّعُهُۥ قَلِيلًا ثُمَّ أَضْطَرُّهُۥٓ إِلَىٰ عَذَابِ ٱلنَّارِ ۖ وَبِئْسَ ٱلْمَصِيرُ١٢٦
Waith qala ibraheemu rabbi ijʿal hatha baladan aminan waorzuq ahlahu mina alththamarati man amana minhum biAllahi waalyawmi alakhiri qala waman kafara faomattiʿuhu qaleelan thumma adtarruhu ila ʿathabi alnnari wabisa almaseeru
En (herinner je) toen Ibraahiem zei: “Mijn Heer, maak van deze stad een veilige plaats en voorzie haar bevolking, die in Allah en de laatste dag geloven van fruit.” Hij antwoordde: “De ongelovigen zal Ik een tijdje tevredenheid geven, en dan zal Ik hen aan de bestraffing van het vuur onderwerpen, en dat is zeker de ergste bestemming.”
-
وَإِذْ يَرْفَعُ إِبْرَٰهِـۧمُ ٱلْقَوَاعِدَ مِنَ ٱلْبَيْتِ وَإِسْمَـٰعِيلُ رَبَّنَا تَقَبَّلْ مِنَّآ ۖ إِنَّكَ أَنتَ ٱلسَّمِيعُ ٱلْعَلِيمُ١٢٧
Waith yarfaʿu ibraheemu alqawaʿida mina albayti waismaʿeelu rabbana taqabbal minna innaka anta alssameeʿu alʿaleemu
En (herinner je) toen Ibraahiem en (zijn zoon Ismaël) de funderingen van het huis (de Ka’ba in Mekka) legden (zeggende): “Onze Heer, accepteer (deze dienst) van ons. Waarlijk! U bent de Alhorende, de Alwetende.
-
رَبَّنَا وَٱجْعَلْنَا مُسْلِمَيْنِ لَكَ وَمِن ذُرِّيَّتِنَآ أُمَّةً مُّسْلِمَةً لَّكَ وَأَرِنَا مَنَاسِكَنَا وَتُبْ عَلَيْنَآ ۖ إِنَّكَ أَنتَ ٱلتَّوَّابُ ٱلرَّحِيمُ١٢٨
Rabbana waijʿalna muslimayni laka wamin thurriyyatina ommatan muslimatan laka waarina manasikana watub ʿalayna innaka anta alttawwabu alrraheemu
Onze Heer! En laat ons aan U onderwerpen en ons nageslacht een natie van degenen zijn die zich aan U onderwerpen en laat aan ons onze rituelen van de hadj en accepteer ons berouw. Waarlijk, U bent de Ene Die berouw accepteert, de Genadevolle.
-
رَبَّنَا وَٱبْعَثْ فِيهِمْ رَسُولًا مِّنْهُمْ يَتْلُوا۟ عَلَيْهِمْ ءَايَـٰتِكَ وَيُعَلِّمُهُمُ ٱلْكِتَـٰبَ وَٱلْحِكْمَةَ وَيُزَكِّيهِمْ ۚ إِنَّكَ أَنتَ ٱلْعَزِيزُ ٱلْحَكِيمُ١٢٩
Rabbana waibʿath feehim rasoolan minhum yatloo ʿalayhim ayatika wayuʿallimuhumu alkitaba waalhikmata wayuzakkeehim innaka anta alʿazeezu alhakeemu
Onze Heer! Stuur onder hen een boodschapper van henzelf die aan hen Uw verzen zal reciteren en hen in het boek en volledige kennis van de Islamitische wet en jurisprudentie zal onderrichten en de wijsheid (de soennah). Waarlijk! U bent de Almachtige, de Alwijze.
-
وَمَن يَرْغَبُ عَن مِّلَّةِ إِبْرَٰهِـۧمَ إِلَّا مَن سَفِهَ نَفْسَهُۥ ۚ وَلَقَدِ ٱصْطَفَيْنَـٰهُ فِى ٱلدُّنْيَا ۖ وَإِنَّهُۥ فِى ٱلْـَٔاخِرَةِ لَمِنَ ٱلصَّـٰلِحِينَ١٣٠
Waman yarghabu ʿan millati ibraheema illa man safiha nafsahu walaqadi istafaynahu fee alddunya wainnahu fee alakhirati lamina alssaliheena
En wie keert zich van de godsdienst van Ibraahiem af anders dan hij die zichzelf voor de gek houdt? Waarlijk, Wij hebben hem in deze wereld uitgekozen en waarlijk, in het hiernamaals zal hij onder de rechtvaardigen zijn.
-
إِذْ قَالَ لَهُۥ رَبُّهُۥٓ أَسْلِمْ ۖ قَالَ أَسْلَمْتُ لِرَبِّ ٱلْعَـٰلَمِينَ١٣١
Ith qala lahu rabbuhu aslim qala aslamtu lirabbi alʿalameena
Toen zijn Heer tegen hem zei: “Onderwerp je!” zei hij: “Ik heb mijzelf onderworpen aan de Heer van de wereldwezens.”
-
وَوَصَّىٰ بِهَآ إِبْرَٰهِـۧمُ بَنِيهِ وَيَعْقُوبُ يَـٰبَنِىَّ إِنَّ ٱللَّهَ ٱصْطَفَىٰ لَكُمُ ٱلدِّينَ فَلَا تَمُوتُنَّ إِلَّا وَأَنتُم مُّسْلِمُونَ١٣٢
Wawassa biha ibraheemu baneehi wayaʿqoobu ya baniyya inna Allaha istafa lakumu alddeena fala tamootunna illa waantum muslimoona
En dit was door Ibraahiem aan zijn zonen opgelegd (en dat deed) Jacoeb (ook, zeggende): “O mijn zonen! Allah heeft voor jullie de ware godsdienst uitgekozen en sterf niet tenzij je moslim bent.”
-
أَمْ كُنتُمْ شُهَدَآءَ إِذْ حَضَرَ يَعْقُوبَ ٱلْمَوْتُ إِذْ قَالَ لِبَنِيهِ مَا تَعْبُدُونَ مِنۢ بَعْدِى قَالُوا۟ نَعْبُدُ إِلَـٰهَكَ وَإِلَـٰهَ ءَابَآئِكَ إِبْرَٰهِـۧمَ وَإِسْمَـٰعِيلَ وَإِسْحَـٰقَ إِلَـٰهًا وَٰحِدًا وَنَحْنُ لَهُۥ مُسْلِمُونَ١٣٣
Am kuntum shuhadaa ith hadara yaʿqooba almawtu ith qala libaneehi ma taʿbudoona min baʿdee qaloo naʿbudu ilahaka wailaha abaika ibraheema waismaʿeela waishaqa ilahan wahidan wanahnu lahu muslimoona
Of was je getuige toen de dood Jacoeb benaderde? Toen hij tegen zijn zonen zei: “Wat zullen jullie na mij aanbidden?” Zij zeiden: “Wij zullen jouw ‘Illah (De enige echte ware God, Allah) aanbidden, de Illah van je vaderen, Ibraahiem, Ismaël en Isaac, Eén Illah en aan Hem onderwerpen wij ons.”
-
تِلْكَ أُمَّةٌ قَدْ خَلَتْ ۖ لَهَا مَا كَسَبَتْ وَلَكُم مَّا كَسَبْتُمْ ۖ وَلَا تُسْـَٔلُونَ عَمَّا كَانُوا۟ يَعْمَلُونَ١٣٤
Tilka ommatun qad khalat laha ma kasabat walakum ma kasabtum wala tusaloona ʿamma kano yaʿmaloona
Dat is een natie die nu uitgestorven is. Zij zullen de beloning krijgen van wat zij verdiend hebben en jullie van wat jullie verdiend hebben. En jullie zullen niet ondervraagd worden over wat zij gewoonlijk deden.
-
وَقَالُوا۟ كُونُوا۟ هُودًا أَوْ نَصَـٰرَىٰ تَهْتَدُوا۟ ۗ قُلْ بَلْ مِلَّةَ إِبْرَٰهِـۧمَ حَنِيفًا ۖ وَمَا كَانَ مِنَ ٱلْمُشْرِكِينَ١٣٥
Waqaloo koonoo hoodan aw nasara tahtadoo qul bal millata ibraheema haneefan wama kana mina almushrikeena
En zij zeggen: “Wees joden of christenen, dan zullen jullie geleid zijn.” Zeg: “Nee (wij volgen) de godsdienst van Ibraahiem, ‘Hanifan (het zuivere monotheïsme)’ en hij was nooit onder degenen die deelgenoten aan Allah toekenden!”
-
قُولُوٓا۟ ءَامَنَّا بِٱللَّهِ وَمَآ أُنزِلَ إِلَيْنَا وَمَآ أُنزِلَ إِلَىٰٓ إِبْرَٰهِـۧمَ وَإِسْمَـٰعِيلَ وَإِسْحَـٰقَ وَيَعْقُوبَ وَٱلْأَسْبَاطِ وَمَآ أُوتِىَ مُوسَىٰ وَعِيسَىٰ وَمَآ أُوتِىَ ٱلنَّبِيُّونَ مِن رَّبِّهِمْ لَا نُفَرِّقُ بَيْنَ أَحَدٍ مِّنْهُمْ وَنَحْنُ لَهُۥ مُسْلِمُونَ١٣٦
Qooloo amanna biAllahi wama onzila ilayna wama onzila ila ibraheema waismaʿeela waishaqa wayaʿqooba waalasbati wama ootiya moosa waʿeesa wama ootiya alnnabiyyoona min rabbihim la nufarriqu bayna ahadin minhum wanahnu lahu muslimoona
Zeg: “Wij geloven in Allah en datgene wat Hij aan ons neergezonden heeft en dat wat aan Ibrahiem, Ismael, Isaac en de stammen is gegeven en dat wat aan Moesa gegeven is en aan Isa, en dat wat aan de profeten van hun Heer gegeven is. Wij maken geen onderscheid tussen hen en aan Hem hebben wij ons onderworpen.”
-
فَإِنْ ءَامَنُوا۟ بِمِثْلِ مَآ ءَامَنتُم بِهِۦ فَقَدِ ٱهْتَدَوا۟ ۖ وَّإِن تَوَلَّوْا۟ فَإِنَّمَا هُمْ فِى شِقَاقٍ ۖ فَسَيَكْفِيكَهُمُ ٱللَّهُ ۚ وَهُوَ ٱلسَّمِيعُ ٱلْعَلِيمُ١٣٧
Fain amanoo bimithli ma amantum bihi faqadi ihtadaw wain tawallaw fainnama hum fee shiqaqin fasayakfeekahumu Allahu wahuwa alssameeʿu alʿaleemu
En als zij (de mensen in algemeenheid) geloven in hetzelfde als waarin jullie1 geloven, (pas) dan zijn zij recht geleid. Maar als zij zich afwenden, dan zijn ze slechts in vijandschap. Allah (belooft) dat Hij voor jullie voldoende zal zijn tegen hen (die zich vijandig opstellen tegenover de waarheid waarmee Mohammed is gekomen). En Hij is de Alhorende, de Alwetende.
Voetnoten
[1] De verwijzing hier is naar de sahaabah t. -
صِبْغَةَ ٱللَّهِ ۖ وَمَنْ أَحْسَنُ مِنَ ٱللَّهِ صِبْغَةً ۖ وَنَحْنُ لَهُۥ عَـٰبِدُونَ١٣٨
Sibghata Allahi waman ahsanu mina Allahi sibghatan wanahnu lahu ʿabidoona
Onze godsdienst is de godsdienst van Allah en welke godsdienst is beter dan die van Allah. En wij zijn Zijn aanbidders.
-
قُلْ أَتُحَآجُّونَنَا فِى ٱللَّهِ وَهُوَ رَبُّنَا وَرَبُّكُمْ وَلَنَآ أَعْمَـٰلُنَا وَلَكُمْ أَعْمَـٰلُكُمْ وَنَحْنُ لَهُۥ مُخْلِصُونَ١٣٩
Qul atuhajjoonana fee Allahi wahuwa rabbuna warabbukum walana aʿmaluna walakum aʿmalukum wanahnu lahu mukhlisoona
Zeg: “Redetwisten jullie met ons over Allah terwijl Hij onze Heer en jullie Heer is? En wij zullen voor onze daden beloond worden en jullie voor jullie daden. En wij zijn in onze aanbidding en gehoorzaamheid voor Hem oprecht.
-
أَمْ تَقُولُونَ إِنَّ إِبْرَٰهِـۧمَ وَإِسْمَـٰعِيلَ وَإِسْحَـٰقَ وَيَعْقُوبَ وَٱلْأَسْبَاطَ كَانُوا۟ هُودًا أَوْ نَصَـٰرَىٰ ۗ قُلْ ءَأَنتُمْ أَعْلَمُ أَمِ ٱللَّهُ ۗ وَمَنْ أَظْلَمُ مِمَّن كَتَمَ شَهَـٰدَةً عِندَهُۥ مِنَ ٱللَّهِ ۗ وَمَا ٱللَّهُ بِغَـٰفِلٍ عَمَّا تَعْمَلُونَ١٤٠
Am taqooloona inna ibraheema waismaʿeela waishaqa wayaʿqooba waalasbata kanoo hoodan aw nasara qul aantum aʿlamu ami Allahu waman athlamu mimman katama shahadatan ʿindahu mina Allahi wama Allahu bighafilin ʿamma taʿmaloona
Of zeggen jullie dat Ibraahiem, Ismaël, Isaac, Jacoeb en de stammen joden en christenen waren? Zeg: “Weten jullie het beter of (weet) Allah (het beter)? En wie is onrechtvaardiger dan degene die de getuigenis die hij van Allah heeft gekregen verbergt? En Allah is niet onachtzaam overwat jullie doen.”
-
تِلْكَ أُمَّةٌ قَدْ خَلَتْ ۖ لَهَا مَا كَسَبَتْ وَلَكُم مَّا كَسَبْتُمْ ۖ وَلَا تُسْـَٔلُونَ عَمَّا كَانُوا۟ يَعْمَلُونَ١٤١
Tilka ommatun qad khalat laha ma kasabat walakum ma kasabtum wala tusaloona ʿamma kanoo yaʿmaloona
Dat is een volk dat uitgestorven is. Zij zullen de beloning krijgen die zij verdienden, en jullie zullen krijgen wat jullie verdienden. En jullie zullen niet ondervraagd worden wat zij deden.
-
۞ سَيَقُولُ ٱلسُّفَهَآءُ مِنَ ٱلنَّاسِ مَا وَلَّىٰهُمْ عَن قِبْلَتِهِمُ ٱلَّتِى كَانُوا۟ عَلَيْهَا ۚ قُل لِّلَّهِ ٱلْمَشْرِقُ وَٱلْمَغْرِبُ ۚ يَهْدِى مَن يَشَآءُ إِلَىٰ صِرَٰطٍ مُّسْتَقِيمٍ١٤٢
Sayaqoolu alssufahao mina alnnasi ma wallahum ʿan qiblatihimu allatee kanoo ʿalayha qul lillahi almashriqu waalmaghribu yahdee man yashao ila siratin mustaqeemin
De dwazen onder het volk zullen zeggen: “Wat heeft hen van de gebedsrichting richting Jeruzalem af laten keren, waartoe zij gewend waren zich te richten.” Zeg: “Aan Allah behoort zowel het Oosten als het Westen toe, Hij leidt wie Hij wil op het rechte pad.”
-
وَكَذَٰلِكَ جَعَلْنَـٰكُمْ أُمَّةً وَسَطًا لِّتَكُونُوا۟ شُهَدَآءَ عَلَى ٱلنَّاسِ وَيَكُونَ ٱلرَّسُولُ عَلَيْكُمْ شَهِيدًا ۗ وَمَا جَعَلْنَا ٱلْقِبْلَةَ ٱلَّتِى كُنتَ عَلَيْهَآ إِلَّا لِنَعْلَمَ مَن يَتَّبِعُ ٱلرَّسُولَ مِمَّن يَنقَلِبُ عَلَىٰ عَقِبَيْهِ ۚ وَإِن كَانَتْ لَكَبِيرَةً إِلَّا عَلَى ٱلَّذِينَ هَدَى ٱللَّهُ ۗ وَمَا كَانَ ٱللَّهُ لِيُضِيعَ إِيمَـٰنَكُمْ ۚ إِنَّ ٱللَّهَ بِٱلنَّاسِ لَرَءُوفٌ رَّحِيمٌ١٤٣
Wakathalika jaʿalnakum ommatan wasatan litakoonoo shuhadaa ʿala alnnasi wayakoona alrrasoolu ʿalaykum shaheedan wama jaʿalna alqiblata allatee kunta ʿalayha illa linaʿlama man yattabiʿu alrrasoola mimman yanqalibu ʿala ʿaqibayhi wain kanat lakabeeratan illa ʿala allatheena hada Allahu wama kana Allahu liyudeeʿa eemanakum inna Allaha bialnnasi laraoofun raheemun
Dus hebben Wij van jullie een rechtvaardig volk gemaakt (de oemmah van Mohammed), dat je getuige zal zijn voor de mensheid en de boodschapper is de getuige voor jullie. En We hebben de gebedsrichting richting Jeruzalem slechts gemaakt om degene die de boodschapper volgt te onderscheiden van degene die op zijn hielen terugkeert. Waarlijk, het was groot behalve voor degene die Allah heeft geleid. En Allah zal jullie geloof nooit verloren laten gaan. Waarlijk, Allah is vol vriendelijkheid, de meest Genadevolle voor de mensheid.
-
قَدْ نَرَىٰ تَقَلُّبَ وَجْهِكَ فِى ٱلسَّمَآءِ ۖ فَلَنُوَلِّيَنَّكَ قِبْلَةً تَرْضَىٰهَا ۚ فَوَلِّ وَجْهَكَ شَطْرَ ٱلْمَسْجِدِ ٱلْحَرَامِ ۚ وَحَيْثُ مَا كُنتُمْ فَوَلُّوا۟ وُجُوهَكُمْ شَطْرَهُۥ ۗ وَإِنَّ ٱلَّذِينَ أُوتُوا۟ ٱلْكِتَـٰبَ لَيَعْلَمُونَ أَنَّهُ ٱلْحَقُّ مِن رَّبِّهِمْ ۗ وَمَا ٱللَّهُ بِغَـٰفِلٍ عَمَّا يَعْمَلُونَ١٤٤
Qad nara taqalluba wajhika fee alssamai falanuwalliyannaka qiblatan tardaha fawalli wajhaka shatra almasjidi alharami wahaythu ma kuntum fawalloo wujoohakum shatrahu wainna allatheena ootoo alkitaba layaʿlamoona annahu alhaqqu min rabbihim wama Allahu bighafilin ʿamma yaʿmaloona
Waarlijk! Wij hebben gezien dat jij je gezicht naar de hemel toe keerde. Zeker, Wij zullen je tot een gebedsrichting laten keren waar je tevreden over bent, richt je gezicht dus in de richting van de Masdjied al-Haram. En waar je mensen ook zijn, richt jullie gezichten in die richting. Waarlijk de mensen die het schrift is gegeven, weten goed wat de waarheid van jullie Heer is. En Allah is niet onachtzaam overwat jullie doen.
-
وَلَئِنْ أَتَيْتَ ٱلَّذِينَ أُوتُوا۟ ٱلْكِتَـٰبَ بِكُلِّ ءَايَةٍ مَّا تَبِعُوا۟ قِبْلَتَكَ ۚ وَمَآ أَنتَ بِتَابِعٍ قِبْلَتَهُمْ ۚ وَمَا بَعْضُهُم بِتَابِعٍ قِبْلَةَ بَعْضٍ ۚ وَلَئِنِ ٱتَّبَعْتَ أَهْوَآءَهُم مِّنۢ بَعْدِ مَا جَآءَكَ مِنَ ٱلْعِلْمِ ۙ إِنَّكَ إِذًا لَّمِنَ ٱلظَّـٰلِمِينَ١٤٥
Walain atayta allatheena ootoo alkitaba bikulli ayatin ma tabiʿoo qiblataka wama anta bitabiʿin qiblatahum wama baʿduhum bitabiʿin qiblata baʿdin walaini ittabaʿta ahwaahum min baʿdi ma jaaka mina alʿilmi innaka ithan lamina alththalimeena
En zelfs als je de mensen van het boek alle tekenen had gebracht, zouden zij jouw gebedsrichting niet volgen, noch zal jij hun gebedsrichting volgen en zij volgen ook niet elkaars gebedsrichting. Waarlijk, als je hun wensen volgt, nadat je kennis hebt gekregen dan ben je waarlijk één van de onrechtvaardigen.
-
ٱلَّذِينَ ءَاتَيْنَـٰهُمُ ٱلْكِتَـٰبَ يَعْرِفُونَهُۥ كَمَا يَعْرِفُونَ أَبْنَآءَهُمْ ۖ وَإِنَّ فَرِيقًا مِّنْهُمْ لَيَكْتُمُونَ ٱلْحَقَّ وَهُمْ يَعْلَمُونَ١٤٦
Allatheena ataynahumu alkitaba yaʿrifoonahu kama yaʿrifoona abnaahum wainna fareeqan minhum layaktumoona alhaqqa wahum yaʿlamoona
Degenen die Wij de Schrift hebben gegeven herkennen hem zoals zij hun zonen herkennen, waarlijk een deel van hen bedekt de waarheid terwijl zij die kennen.
-
ٱلْحَقُّ مِن رَّبِّكَ ۖ فَلَا تَكُونَنَّ مِنَ ٱلْمُمْتَرِينَ١٤٧
Alhaqqu min rabbika fala takoonanna mina almumtareena
Dit is de Waarheid van jullie Heer. Behoor dus niet bij degenen die twijfelen.
-
وَلِكُلٍّ وِجْهَةٌ هُوَ مُوَلِّيهَا ۖ فَٱسْتَبِقُوا۟ ٱلْخَيْرَٰتِ ۚ أَيْنَ مَا تَكُونُوا۟ يَأْتِ بِكُمُ ٱللَّهُ جَمِيعًا ۚ إِنَّ ٱللَّهَ عَلَىٰ كُلِّ شَىْءٍ قَدِيرٌ١٤٨
Walikullin wijhatun huwa muwalleeha faistabiqoo alkhayrati ayna ma takoonoo yati bikumu Allahu jameeʿan inna Allaha ʿala kulli shayin qadeerun
Voor ieder volk is een richting waar zij hun gezicht toe wenden. Haast jullie dus tot al wat goed is. Waar jullie ook zijn, Allah zal jullie samenbrengen. Waarlijk Allah is tot alle dingen in staat.
-
وَمِنْ حَيْثُ خَرَجْتَ فَوَلِّ وَجْهَكَ شَطْرَ ٱلْمَسْجِدِ ٱلْحَرَامِ ۖ وَإِنَّهُۥ لَلْحَقُّ مِن رَّبِّكَ ۗ وَمَا ٱللَّهُ بِغَـٰفِلٍ عَمَّا تَعْمَلُونَ١٤٩
Wamin haythu kharajta fawalli wajhaka shatra almasjidi alharami wainnahu lalhaqqu min rabbika wama Allahu bighafilin ʿamma taʿmaloona
En waar u uw gebeden ook begint, wend uw gezicht in de richting van de Masdjied al-Haram, dat is zeker de waarheid van uw Heer. En Allah is niet onachtzaam overwat jullie doen.
-
وَمِنْ حَيْثُ خَرَجْتَ فَوَلِّ وَجْهَكَ شَطْرَ ٱلْمَسْجِدِ ٱلْحَرَامِ ۚ وَحَيْثُ مَا كُنتُمْ فَوَلُّوا۟ وُجُوهَكُمْ شَطْرَهُۥ لِئَلَّا يَكُونَ لِلنَّاسِ عَلَيْكُمْ حُجَّةٌ إِلَّا ٱلَّذِينَ ظَلَمُوا۟ مِنْهُمْ فَلَا تَخْشَوْهُمْ وَٱخْشَوْنِى وَلِأُتِمَّ نِعْمَتِى عَلَيْكُمْ وَلَعَلَّكُمْ تَهْتَدُونَ١٥٠
Wamin haythu kharajta fawalli wajhaka shatra almasjidi alharami wahaythu ma kuntum fawalloo wujoohakum shatrahu lialla yakoona lilnnasi ʿalaykum hujjatun illa allatheena thalamoo minhum fala takhshawhum waikhshawnee waliotimma niʿmatee ʿalaykum walaʿallakum tahtadoona
En waar jij ook vandaan vertrekt, wend jouw gezicht in de richting van de Masdjied al-Haram (de moskee van Mekkah) en waar jullie ook zijn richt jullie er naartoe, zodat de mensen geen argumenten tegen jullie hebben, behalve degenen die zondaren zijn, vrees hen dus niet, maar vrees Mij! Zo heb Ik Mijn zegeningen over jullie voltooid en dat jullie geleid mogen worden.
-
كَمَآ أَرْسَلْنَا فِيكُمْ رَسُولًا مِّنكُمْ يَتْلُوا۟ عَلَيْكُمْ ءَايَـٰتِنَا وَيُزَكِّيكُمْ وَيُعَلِّمُكُمُ ٱلْكِتَـٰبَ وَٱلْحِكْمَةَ وَيُعَلِّمُكُم مَّا لَمْ تَكُونُوا۟ تَعْلَمُونَ١٥١
Kama arsalna feekum rasoolan minkum yatloo ʿalaykum ayatina wayuzakkeekum wayuʿallimukumu alkitaba waalhikmata wayuʿallimukum ma lam takoonoo taʿlamoona
Zoals wij jullie een boodschapper uit jullie midden zonden, aan jullie Onze verzen reciterend en jullie reinigt en jullie het boek en de wijsheid onderwijst en jullie leerden wat jullie niet wisten.
-
فَٱذْكُرُونِىٓ أَذْكُرْكُمْ وَٱشْكُرُوا۟ لِى وَلَا تَكْفُرُونِ١٥٢
Faothkuroonee athkurkum waoshkuroo lee wala takfurooni
Gedenk Mij (o.a. in jullie gebeden), (dan) zal Ik jullie gedenken, en wees Mij dankbaar (voor de gunsten door gehoorzaamheid) en wees Mij nooit ondankbaar (door zondigheid).
-
يَـٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ ٱسْتَعِينُوا۟ بِٱلصَّبْرِ وَٱلصَّلَوٰةِ ۚ إِنَّ ٱللَّهَ مَعَ ٱلصَّـٰبِرِينَ١٥٣
Ya ayyuha allatheena amanoo istaʿeenoo bialssabri waalssalati inna Allaha maʿa alssabireena
O gij die gelooft! Zoek hulp in geduld en gebed. Waarlijk. Allah is met de geduldigen.
-
وَلَا تَقُولُوا۟ لِمَن يُقْتَلُ فِى سَبِيلِ ٱللَّهِ أَمْوَٰتٌۢ ۚ بَلْ أَحْيَآءٌ وَلَـٰكِن لَّا تَشْعُرُونَ١٥٤
Wala taqooloo liman yuqtalu fee sabeeli Allahi amwatun bal ahyaon walakin la tashʿuroona
En zeg niet van degenen die op Allah Zijn weg zijn gedood: “Zij zijn dood.” Nee, zij leven, maar jullie beseffen (het) niet.
-
وَلَنَبْلُوَنَّكُم بِشَىْءٍ مِّنَ ٱلْخَوْفِ وَٱلْجُوعِ وَنَقْصٍ مِّنَ ٱلْأَمْوَٰلِ وَٱلْأَنفُسِ وَٱلثَّمَرَٰتِ ۗ وَبَشِّرِ ٱلصَّـٰبِرِينَ١٥٥
Walanabluwannakum bishayin mina alkhawfi waaljooʿi wanaqsin mina alamwali waalanfusi waalththamarati wabashshiri alssabireena
En waarlijk, Wij zullen jullie beproeven met wat angst, honger; (maar ook) verlies van rijkdommen, levens (nl. tijdens veldslagen, de dood en ziektes) en vruchten (die voortvloeien uit jullie arbeid), maar verkondig blijde tijdingen (van het paradijs) aan de geduldigen (met hun beproevingen).
-
ٱلَّذِينَ إِذَآ أَصَـٰبَتْهُم مُّصِيبَةٌ قَالُوٓا۟ إِنَّا لِلَّهِ وَإِنَّآ إِلَيْهِ رَٰجِعُونَ١٥٦
Allatheena itha asabathum museebatun qaloo inna lillahi wainna ilayhi rajiʿoona
En als zij door een (beproevende) ramp worden getroffen, zeggen zij: “Waarlijk, aan Allah behoren wij (dus doet Hij met ons wat Hij wenst), en het is tot Hem dat wij zullen terugkeren (in het hiernamaals).”
-
أُو۟لَـٰٓئِكَ عَلَيْهِمْ صَلَوَٰتٌ مِّن رَّبِّهِمْ وَرَحْمَةٌ ۖ وَأُو۟لَـٰٓئِكَ هُمُ ٱلْمُهْتَدُونَ١٥٧
Olaika ʿalayhim salawatun min rabbihim warahmatun waolaika humu almuhtadoona
Het zijn zij die vergiffenis worden geschonken door hun Heer, en Zijn genade (en gunsten) ontvangen. Zij zijn de rechtgeleiden.
-
۞ إِنَّ ٱلصَّفَا وَٱلْمَرْوَةَ مِن شَعَآئِرِ ٱللَّهِ ۖ فَمَنْ حَجَّ ٱلْبَيْتَ أَوِ ٱعْتَمَرَ فَلَا جُنَاحَ عَلَيْهِ أَن يَطَّوَّفَ بِهِمَا ۚ وَمَن تَطَوَّعَ خَيْرًا فَإِنَّ ٱللَّهَ شَاكِرٌ عَلِيمٌ١٥٨
Inna alssafa waalmarwata min shaʿairi Allahi faman hajja albayta awi iʿtamara fala junaha ʿalayhi an yattawwafa bihima waman tatawwaʿa khayran fainna Allaha shakirun ʿaleemun
Waarlijk! As-Safa en Al-Marwa zijn symbolen van Allah. Het is dus geen zonde voor degenen die Hadj of Oemra verrichten van het huis om het lopen daartussen te verrichten. En ieder die vrijwillig goed doet, dan waarlijk, Allah is de Herkenner van alles, de Alwetende.
-
إِنَّ ٱلَّذِينَ يَكْتُمُونَ مَآ أَنزَلْنَا مِنَ ٱلْبَيِّنَـٰتِ وَٱلْهُدَىٰ مِنۢ بَعْدِ مَا بَيَّنَّـٰهُ لِلنَّاسِ فِى ٱلْكِتَـٰبِ ۙ أُو۟لَـٰٓئِكَ يَلْعَنُهُمُ ٱللَّهُ وَيَلْعَنُهُمُ ٱللَّـٰعِنُونَ١٥٩
Inna allatheena yaktumoona ma anzalna mina albayyinati waalhuda min baʿdi ma bayyannahu lilnnasi fee alkitabi olaika yalʿanuhumu Allahu wayalʿanuhumu allaʿinoona
Waarlijk, degenen die duidelijke bewijzen verhullen, en de aanwijzingen en de leiding die Wij naar beneden hebben gezonden, nadat Wij het voor de mensen van het boek duidelijk hebben gemaakt, zij zijn degenen die door Allah vervloekt zijn en vervloekt door de vervloekers.
-
إِلَّا ٱلَّذِينَ تَابُوا۟ وَأَصْلَحُوا۟ وَبَيَّنُوا۟ فَأُو۟لَـٰٓئِكَ أَتُوبُ عَلَيْهِمْ ۚ وَأَنَا ٱلتَّوَّابُ ٱلرَّحِيمُ١٦٠
Illa allatheena taboo waaslahoo wabayyanoo faolaika atoobu ʿalayhim waana alttawwabu alrraheemu
Behalve degenen die berouw hebben en goede daden verrichten en openlijk verklaren. Van dezen zal Ik het berouw aanvaarden. En Ik ben degenen Die het berouw aanvaardt, de Genadevolle.
-
إِنَّ ٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ وَمَاتُوا۟ وَهُمْ كُفَّارٌ أُو۟لَـٰٓئِكَ عَلَيْهِمْ لَعْنَةُ ٱللَّهِ وَٱلْمَلَـٰٓئِكَةِ وَٱلنَّاسِ أَجْمَعِينَ١٦١
Inna allatheena kafaroo wamatoo wahum kuffarun olaika ʿalayhim laʿnatu Allahi waalmalaikati waalnnasi ajmaʿeena
Waarlijk, degenen die ongelovig zijn en sterven als zij ongelovig zijn, op hen ligt de vloek van Allah en van de engelen en mensheid samen.
-
خَـٰلِدِينَ فِيهَا ۖ لَا يُخَفَّفُ عَنْهُمُ ٱلْعَذَابُ وَلَا هُمْ يُنظَرُونَ١٦٢
Khalideena feeha la yukhaffafu ʿanhumu alʿathabu wala hum yuntharoona
Zij zullen daarin verblijven (onder de vervloeking van de hel) hun bestraffing zal niet verlicht worden, noch zullen zij kwijtschelding krijgen.
-
وَإِلَـٰهُكُمْ إِلَـٰهٌ وَٰحِدٌ ۖ لَّآ إِلَـٰهَ إِلَّا هُوَ ٱلرَّحْمَـٰنُ ٱلرَّحِيمُ١٦٣
Wailahukum ilahun wahidun la ilaha illa huwa alrrahmanu alrraheemu
En jullie God is één God, er is geen Die het recht tot aanbidding heeft behalve Hij, de Barmhartigste, de Genadevolle.
-
إِنَّ فِى خَلْقِ ٱلسَّمَـٰوَٰتِ وَٱلْأَرْضِ وَٱخْتِلَـٰفِ ٱلَّيْلِ وَٱلنَّهَارِ وَٱلْفُلْكِ ٱلَّتِى تَجْرِى فِى ٱلْبَحْرِ بِمَا يَنفَعُ ٱلنَّاسَ وَمَآ أَنزَلَ ٱللَّهُ مِنَ ٱلسَّمَآءِ مِن مَّآءٍ فَأَحْيَا بِهِ ٱلْأَرْضَ بَعْدَ مَوْتِهَا وَبَثَّ فِيهَا مِن كُلِّ دَآبَّةٍ وَتَصْرِيفِ ٱلرِّيَـٰحِ وَٱلسَّحَابِ ٱلْمُسَخَّرِ بَيْنَ ٱلسَّمَآءِ وَٱلْأَرْضِ لَـَٔايَـٰتٍ لِّقَوْمٍ يَعْقِلُونَ١٦٤
Inna fee khalqi alssamawati waalardi waikhtilafi allayli waalnnahari waalfulki allatee tajree fee albahri bima yanfaʿu alnnasa wama anzala Allahu mina alssamai min main faahya bihi alarda baʿda mawtiha wabaththa feeha min kulli dabbatin watasreefi alrriyahi waalssahabi almusakhkhari bayna alssamai waalardi laayatin liqawmin yaʿqiloona
Waarlijk! In de schepping van de hemelen en de aarde, in de afwisseling van de nacht en de dag, en de schepen die op zee zeilen en die tot nut van de mensheid zijn, en in de regen die Allah uit de hemel naar beneden stuurt en de aarde tot leven brengt, nadat zij dood was. En in de beweging van allerlei soorten schepselen die Hij verspreid heeft en in het draaien van de wind en de wolken die tussen de hemel en de aarde dienstbaar zijn gemaakt, zijn zeker tekenen voor de mensen met verstand.
-
وَمِنَ ٱلنَّاسِ مَن يَتَّخِذُ مِن دُونِ ٱللَّهِ أَندَادًا يُحِبُّونَهُمْ كَحُبِّ ٱللَّهِ ۖ وَٱلَّذِينَ ءَامَنُوٓا۟ أَشَدُّ حُبًّا لِّلَّهِ ۗ وَلَوْ يَرَى ٱلَّذِينَ ظَلَمُوٓا۟ إِذْ يَرَوْنَ ٱلْعَذَابَ أَنَّ ٱلْقُوَّةَ لِلَّهِ جَمِيعًا وَأَنَّ ٱللَّهَ شَدِيدُ ٱلْعَذَابِ١٦٥
Wamina alnnasi man yattakhithu min dooni Allahi andadan yuhibboonahum kahubbi Allahi waallatheena amanoo ashaddu hubban lillahi walaw yara allatheena thalamoo ith yarawna alʿathaba anna alquwwata lillahi jameeʿan waanna Allaha shadeedu alʿathabi
En van de mensheid zijn er die anderen naast Allah als deelgenoten aannemen. Zij houden van hen zoals zij van Allah houden. Maar degenen die geloven houden meer van Allah. Als degenen die onrecht plegen maar konden zien, als zij de marteling konden zien en dat alle macht aan Allah toebehoort en dat Allah streng in de bestraffing is.
-
إِذْ تَبَرَّأَ ٱلَّذِينَ ٱتُّبِعُوا۟ مِنَ ٱلَّذِينَ ٱتَّبَعُوا۟ وَرَأَوُا۟ ٱلْعَذَابَ وَتَقَطَّعَتْ بِهِمُ ٱلْأَسْبَابُ١٦٦
Ith tabarraa allatheena ittubiʿoo mina allatheena ittabaʿoo waraawoo alʿathaba wataqattaʿat bihimu alasbabu
Als degenen die gevolgd werden degenen die hen volgen verwerpen, en zij de bestraffing zien, dan zullen alle relaties met hen worden verbroken.
-
وَقَالَ ٱلَّذِينَ ٱتَّبَعُوا۟ لَوْ أَنَّ لَنَا كَرَّةً فَنَتَبَرَّأَ مِنْهُمْ كَمَا تَبَرَّءُوا۟ مِنَّا ۗ كَذَٰلِكَ يُرِيهِمُ ٱللَّهُ أَعْمَـٰلَهُمْ حَسَرَٰتٍ عَلَيْهِمْ ۖ وَمَا هُم بِخَـٰرِجِينَ مِنَ ٱلنَّارِ١٦٧
Waqala allatheena ittabaʿoo law anna lana karratan fanatabarraa minhum kama tabarraoo minna kathalika yureehimu Allahu aʿmalahum hasaratin ʿalayhim wama hum bikharijeena mina alnnari
En degenen die gevolgd worden zullen zeggen: “Als we nog maar meer kansen hadden dan zouden wij hen verwerpen, zoals zij ons verworpen hebben.” Dus Allah zal hen hun daden als spijt voor hen tonen. En zij zullen het vuur nooit verlaten.
-
يَـٰٓأَيُّهَا ٱلنَّاسُ كُلُوا۟ مِمَّا فِى ٱلْأَرْضِ حَلَـٰلًا طَيِّبًا وَلَا تَتَّبِعُوا۟ خُطُوَٰتِ ٱلشَّيْطَـٰنِ ۚ إِنَّهُۥ لَكُمْ عَدُوٌّ مُّبِينٌ١٦٨
Ya ayyuha alnnasu kuloo mimma fee alardi halalan tayyiban wala tattabiʿoo khutuwati alshshaytani innahu lakum ʿaduwwun mubeenun
O jullie mensen! Eet op aarde van al wat toegestaan en goed is, en volg in geen geval de ‘verfraaide’ wegen van de duivelse manipulator. Want waarlijk, zijn vijandschap t.o.v. jullie is zonneklaar.
-
إِنَّمَا يَأْمُرُكُم بِٱلسُّوٓءِ وَٱلْفَحْشَآءِ وَأَن تَقُولُوا۟ عَلَى ٱللَّهِ مَا لَا تَعْلَمُونَ١٦٩
Innama yamurukum bialssooi waalfahshai waan taqooloo ʿala Allahi ma la taʿlamoona
Waarlijk, (Shaytaan) beveelt jullie slechts het kwade en onzedelijke, en dat jullie over Allah zullen zeggen wat jullie niet weten (nl. door te verbieden wat Hij heeft toegestaan en andersom).
-
وَإِذَا قِيلَ لَهُمُ ٱتَّبِعُوا۟ مَآ أَنزَلَ ٱللَّهُ قَالُوا۟ بَلْ نَتَّبِعُ مَآ أَلْفَيْنَا عَلَيْهِ ءَابَآءَنَآ ۗ أَوَلَوْ كَانَ ءَابَآؤُهُمْ لَا يَعْقِلُونَ شَيْـًٔا وَلَا يَهْتَدُونَ١٧٠
Waitha qeela lahumu ittabiʿoo ma anzala Allahu qaloo bal nattabiʿu ma alfayna ʿalayhi abaana awalaw kana abaohum la yaʿqiloona shayan wala yahtadoona
Als er tegen hen gezegd wordt: “Volg wat Allah naar beneden heeft gezonden.” Zeggen zij: “Nee! Wij zullen volgen wat onze vaders gevolgd hebben.” Zelfs als hun vaders van niets verstand hadden en niet geleid waren?
-
وَمَثَلُ ٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ كَمَثَلِ ٱلَّذِى يَنْعِقُ بِمَا لَا يَسْمَعُ إِلَّا دُعَآءً وَنِدَآءً ۚ صُمٌّۢ بُكْمٌ عُمْىٌ فَهُمْ لَا يَعْقِلُونَ١٧١
Wamathalu allatheena kafaroo kamathali allathee yanʿiqu bima la yasmaʿu illa duʿaan wanidaan summun bukmun ʿumyun fahum la yaʿqiloona
En het voorbeeld van degenen die ongelovig zijn is net als degenen die naar (een kudde schapen) schreeuwt die niets hoort behalfe naar een roep. (Zij zijn) doof, dom en blind. Daarom begrijpen zij niet.
-
يَـٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ كُلُوا۟ مِن طَيِّبَـٰتِ مَا رَزَقْنَـٰكُمْ وَٱشْكُرُوا۟ لِلَّهِ إِن كُنتُمْ إِيَّاهُ تَعْبُدُونَ١٧٢
Ya ayyuha allatheena amanoo kuloo min tayyibati ma razaqnakum waoshkuroo lillahi in kuntum iyyahu taʿbudoona
O jullie die geloven! Eet van de wettige zaken waarvan Wij jullie voorzien hebben en wees Allah dankbaar, als het echt Hem is Die jullie aanbidden.
-
إِنَّمَا حَرَّمَ عَلَيْكُمُ ٱلْمَيْتَةَ وَٱلدَّمَ وَلَحْمَ ٱلْخِنزِيرِ وَمَآ أُهِلَّ بِهِۦ لِغَيْرِ ٱللَّهِ ۖ فَمَنِ ٱضْطُرَّ غَيْرَ بَاغٍ وَلَا عَادٍ فَلَآ إِثْمَ عَلَيْهِ ۚ إِنَّ ٱللَّهَ غَفُورٌ رَّحِيمٌ١٧٣
Innama harrama ʿalaykumu almaytata waalddama walahma alkhinzeeri wama ohilla bihi lighayri Allahi famani idturra ghayra baghin wala ʿadin fala ithma ʿalayhi inna Allaha ghafoorun raheemun
Hij heeft jullie slechts de dode dieren en bloed verboden en het vlees van het varken en dat wat is geslacht als offer voor een ander dan Allah. Maar als iemand gedwongen is door noodzaak, zonder vrijwillige ongehoorzaamheid, noch om de grenzen te overtreden, dan is er geen zonde voor hem. Waarlijk, Allah is de vaak Vergevende, de Genadevolle.
-
إِنَّ ٱلَّذِينَ يَكْتُمُونَ مَآ أَنزَلَ ٱللَّهُ مِنَ ٱلْكِتَـٰبِ وَيَشْتَرُونَ بِهِۦ ثَمَنًا قَلِيلًا ۙ أُو۟لَـٰٓئِكَ مَا يَأْكُلُونَ فِى بُطُونِهِمْ إِلَّا ٱلنَّارَ وَلَا يُكَلِّمُهُمُ ٱللَّهُ يَوْمَ ٱلْقِيَـٰمَةِ وَلَا يُزَكِّيهِمْ وَلَهُمْ عَذَابٌ أَلِيمٌ١٧٤
Inna allatheena yaktumoona ma anzala Allahu mina alkitabi wayashtaroona bihi thamanan qaleelan olaika ma yakuloona fee butoonihim illa alnnara wala yukallimuhumu Allahu yawma alqiyamati wala yuzakkeehim walahum ʿathabun aleemun
Waarlijk, degenen die verbergen wat Allah van het boek neer heeft gezonden en een kleine winst daarvan krijgen, vullen hun buiken met niets anders dan vuur. Allah zal op de dag der opstanding niet met hen spreken, noch hen reinigen en zij zullen een pijnlijke bestraffing hebben.
-
أُو۟لَـٰٓئِكَ ٱلَّذِينَ ٱشْتَرَوُا۟ ٱلضَّلَـٰلَةَ بِٱلْهُدَىٰ وَٱلْعَذَابَ بِٱلْمَغْفِرَةِ ۚ فَمَآ أَصْبَرَهُمْ عَلَى ٱلنَّارِ١٧٥
Olaika allatheena ishtarawoo alddalalata bialhuda waalʿathaba bialmaghfirati fama asbarahum ʿala alnnari
Zij zijn degenen die dwaling hebben gekocht tegen de prijs van de leiding en de marteling tegen de prijs van de Vergiffenis. Hoe geduldig zullen zij zijn in het vuur.
-
ذَٰلِكَ بِأَنَّ ٱللَّهَ نَزَّلَ ٱلْكِتَـٰبَ بِٱلْحَقِّ ۗ وَإِنَّ ٱلَّذِينَ ٱخْتَلَفُوا۟ فِى ٱلْكِتَـٰبِ لَفِى شِقَاقٍۭ بَعِيدٍ١٧٦
Thalika bianna Allaha nazzala alkitaba bialhaqqi wainna allatheena ikhtalafoo fee alkitabi lafee shiqaqin baʿeedin
Dat is omdat Allah het boek met de waarheid naar beneden heeft gezonden. En waarlijk, degenen die redetwisten over het boek zijn in grote verdeeldheid.
-
۞ لَّيْسَ ٱلْبِرَّ أَن تُوَلُّوا۟ وُجُوهَكُمْ قِبَلَ ٱلْمَشْرِقِ وَٱلْمَغْرِبِ وَلَـٰكِنَّ ٱلْبِرَّ مَنْ ءَامَنَ بِٱللَّهِ وَٱلْيَوْمِ ٱلْـَٔاخِرِ وَٱلْمَلَـٰٓئِكَةِ وَٱلْكِتَـٰبِ وَٱلنَّبِيِّـۧنَ وَءَاتَى ٱلْمَالَ عَلَىٰ حُبِّهِۦ ذَوِى ٱلْقُرْبَىٰ وَٱلْيَتَـٰمَىٰ وَٱلْمَسَـٰكِينَ وَٱبْنَ ٱلسَّبِيلِ وَٱلسَّآئِلِينَ وَفِى ٱلرِّقَابِ وَأَقَامَ ٱلصَّلَوٰةَ وَءَاتَى ٱلزَّكَوٰةَ وَٱلْمُوفُونَ بِعَهْدِهِمْ إِذَا عَـٰهَدُوا۟ ۖ وَٱلصَّـٰبِرِينَ فِى ٱلْبَأْسَآءِ وَٱلضَّرَّآءِ وَحِينَ ٱلْبَأْسِ ۗ أُو۟لَـٰٓئِكَ ٱلَّذِينَ صَدَقُوا۟ ۖ وَأُو۟لَـٰٓئِكَ هُمُ ٱلْمُتَّقُونَ١٧٧
Laysa albirra an tuwalloo wujoohakum qibala almashriqi waalmaghribi walakinna albirra man amana biAllahi waalyawmi alakhiri waalmalaikati waalkitabi waalnnabiyyeena waata almala ʿala hubbihi thawee alqurba waalyatama waalmasakeena waibna alssabeeli waalssaileena wafee alrriqabi waaqama alssalata waata alzzakata waalmoofoona biʿahdihim itha ʿahadoo waalssabireena fee albasai waalddarrai waheena albasi olaika allatheena sadaqoo waolaika humu almuttaqoona
Het is niet vroomheid dat jullie, jullie gezichten naar het oosten en (of) het westen laten keren, maar vroomheid is (het niveau) van degene die in Allah gelooft, in de laatste dag, de engelen, het boek, de profeten en zijn rijkdommen geeft ondanks de liefde daarvoor, aan zijn verwanten, aan de wezen en aan de armen die bedelen en aan de reiziger en aan degenen die daarom vragen en die slaven bevrijden en de gebeden volmaakt verrichten en de zakaat betalen en die hun belofte nakomen nadat zij dat overeengekomen zijn, en die in uitzonderlijke armoede en ziekten geduldig zijn en tijdens de gevechten. Dit zijn de mensen van de waarheid en zij zijn de godvrezenden.
-
يَـٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ كُتِبَ عَلَيْكُمُ ٱلْقِصَاصُ فِى ٱلْقَتْلَى ۖ ٱلْحُرُّ بِٱلْحُرِّ وَٱلْعَبْدُ بِٱلْعَبْدِ وَٱلْأُنثَىٰ بِٱلْأُنثَىٰ ۚ فَمَنْ عُفِىَ لَهُۥ مِنْ أَخِيهِ شَىْءٌ فَٱتِّبَاعٌۢ بِٱلْمَعْرُوفِ وَأَدَآءٌ إِلَيْهِ بِإِحْسَـٰنٍ ۗ ذَٰلِكَ تَخْفِيفٌ مِّن رَّبِّكُمْ وَرَحْمَةٌ ۗ فَمَنِ ٱعْتَدَىٰ بَعْدَ ذَٰلِكَ فَلَهُۥ عَذَابٌ أَلِيمٌ١٧٨
Ya ayyuha allatheena amanoo kutiba ʿalaykumu alqisasu fee alqatla alhurru bialhurri waalʿabdu bialʿabdi waalontha bialontha faman ʿufiya lahu min akheehi shayon faittibaʿun bialmaʿroofi waadaon ilayhi biihsanin thalika takhfeefun min rabbikum warahmatun famani iʿtada baʿda thalika falahu ʿathabun aleemun
O jullie die geloven! De vergelding is jullie voorgeschreven in het geval van moord: een vrije voor een vrije, een slaaf voor een slaaf en een vrouw voor een vrouw. Maar als de verwanten van de vermoorde (persoon) hun broeder iets vergeven, dan moeten de verwanten (van de vermoorde persoon) op een redelijke manier het bloedgeld eisen, en de moordenaar moet dat vrijgevig betalen. Dit is een verlichting en een Genade van jullie Heer. Als hierna iemand de grenzen overtreedt, zal hij een pijnlijke bestraffing krijgen.
-
وَلَكُمْ فِى ٱلْقِصَاصِ حَيَوٰةٌ يَـٰٓأُو۟لِى ٱلْأَلْبَـٰبِ لَعَلَّكُمْ تَتَّقُونَ١٧٩
Walakum fee alqisasi hayatun ya olee alalbabi laʿallakum tattaqoona
En in de vergelding is (het sparen van) een leven, o mensen van begrip, dat jullie godvrezend zullen worden.
-
كُتِبَ عَلَيْكُمْ إِذَا حَضَرَ أَحَدَكُمُ ٱلْمَوْتُ إِن تَرَكَ خَيْرًا ٱلْوَصِيَّةُ لِلْوَٰلِدَيْنِ وَٱلْأَقْرَبِينَ بِٱلْمَعْرُوفِ ۖ حَقًّا عَلَى ٱلْمُتَّقِينَ١٨٠
Kutiba ʿalaykum itha hadara ahadakumu almawtu in taraka khayran alwasiyyatu lilwalidayni waalaqrabeena bialmaʿroofi haqqan ʿala almuttaqeena
Het is jullie voorgeschreven dat als de dood één van jullie benadert, als hij weelde bezit, hij op een redelijke manier een testament voor zijn ouders en naaste verwanten maakt. (Dit is) een plicht voor de godvrezenden.
-
فَمَنۢ بَدَّلَهُۥ بَعْدَ مَا سَمِعَهُۥ فَإِنَّمَآ إِثْمُهُۥ عَلَى ٱلَّذِينَ يُبَدِّلُونَهُۥٓ ۚ إِنَّ ٱللَّهَ سَمِيعٌ عَلِيمٌ١٨١
Faman baddalahu baʿdama samiʿahu fainnama ithmuhu ʿala allatheena yubaddiloonahu inna Allaha sameeʿun ʿaleemun
Als iemand het testament dan verandert, nadat hij het gehoord heeft, zal de zonde zijn bij degenen die de verandering maakten. Waarlijk, Allah is de Alhorende, de Alwetende.
-
فَمَنْ خَافَ مِن مُّوصٍ جَنَفًا أَوْ إِثْمًا فَأَصْلَحَ بَيْنَهُمْ فَلَآ إِثْمَ عَلَيْهِ ۚ إِنَّ ٱللَّهَ غَفُورٌ رَّحِيمٌ١٨٢
Faman khafa min moosin janafan aw ithman faaslaha baynahum fala ithma ʿalayhi inna Allaha ghafoorun raheemun
Maar hij die bang is dat de maker van het testament onrechtmatig handelt of iets verkeerd doet, en daarna vrede sluit tussen de betreffende partijen, zal geen zonde gepleegd hebben. Zeker, Allah is de Vaak-Vergevende, de Genadevolle.
-
يَـٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ كُتِبَ عَلَيْكُمُ ٱلصِّيَامُ كَمَا كُتِبَ عَلَى ٱلَّذِينَ مِن قَبْلِكُمْ لَعَلَّكُمْ تَتَّقُونَ١٨٣
Ya ayyuha allatheena amanoo kutiba ʿalaykumu alssiyamu kama kutiba ʿala allatheena min qablikum laʿallakum tattaqoona
O jullie die geloven! Het vasten is jullie voorgeschreven, zoals het ook degenen die vóór jullie waren voorgeschreven was, dat jullie godvrezend worden1.
Voetnoten
[1] de essentie van alle aanbiedingen is het verkrijgen van Tawah dus godsvrees. -
أَيَّامًا مَّعْدُودَٰتٍ ۚ فَمَن كَانَ مِنكُم مَّرِيضًا أَوْ عَلَىٰ سَفَرٍ فَعِدَّةٌ مِّنْ أَيَّامٍ أُخَرَ ۚ وَعَلَى ٱلَّذِينَ يُطِيقُونَهُۥ فِدْيَةٌ طَعَامُ مِسْكِينٍ ۖ فَمَن تَطَوَّعَ خَيْرًا فَهُوَ خَيْرٌ لَّهُۥ ۚ وَأَن تَصُومُوا۟ خَيْرٌ لَّكُمْ ۖ إِن كُنتُمْ تَعْلَمُونَ١٨٤
Ayyaman maʿdoodatin faman kana minkum mareedan aw ʿala safarin faʿiddatun min ayyamin okhara waʿala allatheena yuteeqoonahu fidyatun taʿamu miskeenin faman tatawwaʿa khayran fahuwa khayrun lahu waan tasoomoo khayrun lakum in kuntum taʿlamoona
(Vast) het bepaald aantal dagen (van Ramadhaan), maar als één van jullie ziek is of zich op reis bevindt, dan kan hetzelfde aantal dagen (worden ingehaald) op andere dagen. En voor degenen die het niet aankunnen (door ouderdom of ziekte), hebben (een keuze om al dan niet te vasten maar hij moet wel voor elke dag dat niet vast een arme voeden). (Zo niet, hoort men voor elke gegeten dag) een arme te voeden. Maar diegene die meer doet (dan slechts de aflossing), (weet) dat dit beter is voor hem. En dat jullie vasten (i.p.v. te eten en nadien te moeten aflossen) is beter voor jullie, als jullie het hadden geweten.
-
شَهْرُ رَمَضَانَ ٱلَّذِىٓ أُنزِلَ فِيهِ ٱلْقُرْءَانُ هُدًى لِّلنَّاسِ وَبَيِّنَـٰتٍ مِّنَ ٱلْهُدَىٰ وَٱلْفُرْقَانِ ۚ فَمَن شَهِدَ مِنكُمُ ٱلشَّهْرَ فَلْيَصُمْهُ ۖ وَمَن كَانَ مَرِيضًا أَوْ عَلَىٰ سَفَرٍ فَعِدَّةٌ مِّنْ أَيَّامٍ أُخَرَ ۗ يُرِيدُ ٱللَّهُ بِكُمُ ٱلْيُسْرَ وَلَا يُرِيدُ بِكُمُ ٱلْعُسْرَ وَلِتُكْمِلُوا۟ ٱلْعِدَّةَ وَلِتُكَبِّرُوا۟ ٱللَّهَ عَلَىٰ مَا هَدَىٰكُمْ وَلَعَلَّكُمْ تَشْكُرُونَ١٨٥
Shahru ramadana allathee onzila feehi alquranu hudan lilnnasi wabayyinatin mina alhuda waalfurqani faman shahida minkumu alshshahra falyasumhu waman kana mareedan aw ʿala safarin faʿiddatun min ayyamin okhara yureedu Allahu bikumu alyusra wala yureedu bikumu alʿusra walitukmiloo alʿiddata walitukabbiroo Allaha ʿala ma hadakum walaʿallakum tashkuroona
De maand Ramadhaan (is de maand) waarin de Koran, een leiding voor de mensheid en duidelijke bewijzen voor de leiding en het onderscheid, geopenbaard is. Dus wie van jullie de (nieuwe maan van de eerste nacht) van de maand Ramadhaan ziet, moet die maand vasten en iedereen die ziek is of op reis, moet hetzelfde aantal dagen (inhalen) op andere dagen. Allah heeft het gemakkelijke met jullie voor, en Hij wil voor jullie de dingen (absoluut) niet bemoeilijken. (Hij wil dat jullie) hetzelfde aantal dagen volmaken en dat jullie Allah moeten verheerlijken bij het zien van de nieuwe maan, omdat Hij jullie zo heeft geleid opdat jullie dankbaar mogen zijn.
-
وَإِذَا سَأَلَكَ عِبَادِى عَنِّى فَإِنِّى قَرِيبٌ ۖ أُجِيبُ دَعْوَةَ ٱلدَّاعِ إِذَا دَعَانِ ۖ فَلْيَسْتَجِيبُوا۟ لِى وَلْيُؤْمِنُوا۟ بِى لَعَلَّهُمْ يَرْشُدُونَ١٨٦
Waitha saalaka ʿibadee ʿannee fainnee qareebun ojeebu daʿwata alddaʿi itha daʿani falyastajeeboo lee walyuminoo bee laʿallahum yarshudoona
(O Mohammed, als jouw metgezellen) en dus Mijn dienaren jou over Mij ondervragen (aangaande de manier van aanroeping, antwoord hen dan) dat Ik (de Alhorende) zeker in de buurt ben (d.m.v. Mijn allesomvattende kennis). (Dus alleen) Ik verhoor de smeekbeden van de aanbidder wanneer hij Mij aanroept. Laat hen dus Mij gehoorzamen en in Mij geloven, zodat velen recht geleid zullen zijn.
-
أُحِلَّ لَكُمْ لَيْلَةَ ٱلصِّيَامِ ٱلرَّفَثُ إِلَىٰ نِسَآئِكُمْ ۚ هُنَّ لِبَاسٌ لَّكُمْ وَأَنتُمْ لِبَاسٌ لَّهُنَّ ۗ عَلِمَ ٱللَّهُ أَنَّكُمْ كُنتُمْ تَخْتَانُونَ أَنفُسَكُمْ فَتَابَ عَلَيْكُمْ وَعَفَا عَنكُمْ ۖ فَٱلْـَٔـٰنَ بَـٰشِرُوهُنَّ وَٱبْتَغُوا۟ مَا كَتَبَ ٱللَّهُ لَكُمْ ۚ وَكُلُوا۟ وَٱشْرَبُوا۟ حَتَّىٰ يَتَبَيَّنَ لَكُمُ ٱلْخَيْطُ ٱلْأَبْيَضُ مِنَ ٱلْخَيْطِ ٱلْأَسْوَدِ مِنَ ٱلْفَجْرِ ۖ ثُمَّ أَتِمُّوا۟ ٱلصِّيَامَ إِلَى ٱلَّيْلِ ۚ وَلَا تُبَـٰشِرُوهُنَّ وَأَنتُمْ عَـٰكِفُونَ فِى ٱلْمَسَـٰجِدِ ۗ تِلْكَ حُدُودُ ٱللَّهِ فَلَا تَقْرَبُوهَا ۗ كَذَٰلِكَ يُبَيِّنُ ٱللَّهُ ءَايَـٰتِهِۦ لِلنَّاسِ لَعَلَّهُمْ يَتَّقُونَ١٨٧
Ohilla lakum laylata alssiyami alrrafathu ila nisaikum hunna libasun lakum waantum libasun lahunna ʿalima Allahu annakum kuntum takhtanoona anfusakum fataba ʿalaykum waʿafa ʿankum faalana bashiroohunna waibtaghoo ma kataba Allahu lakum wakuloo waishraboo hatta yatabayyana lakumu alkhaytu alabyadu mina alkhayti alaswadi mina alfajri thumma atimmoo alssiyama ila allayli wala tubashiroohunna waantum ʿakifoona fee almasajidi tilka hudoodu Allahi fala taqrabooha kathalika yubayyinu Allahu ayatihi lilnnasi laʿallahum yattaqoona
Het is voor jullie wettig gemaakt om seksueel contact met jullie echtgenoten te hebben in de nachten van het vasten. Zij zijn lichaamsbedekking (of levensvreugde) voor jullie en jullie zijn hetzelfde voor hen. Allah wist dat jullie jezelf bedriegen, dus Hij wendt zich tot jullie en vergaf jullie. Heb (vanaf) nu dus wel omgang (met jullie vrouwen tijdens de nachten van Ramadhaan) en zoek naar datgene wat Allah voor jullie heeft bepaald (en hoop op de verwekking van een kind), en eet en drink totdat je de witte draad van de ochtendstond van de zwarte draad kan onderscheiden, voltooi dan jullie vasten tot de schemering. En heb geen omgang met hen als jullie jezelf geheel afzonderen voor gebeden en smeekbeden in de moskee en de wereldlijke activiteiten achter zich laten, dit zijn de grenzen die door Allah (gesteld zijn), kom dus niet in hun buurt. Allah maakt dus in Zijn tekenen aan de mensheid duidelijk, zodat zij godvrezend kunnen worden.
-
وَلَا تَأْكُلُوٓا۟ أَمْوَٰلَكُم بَيْنَكُم بِٱلْبَـٰطِلِ وَتُدْلُوا۟ بِهَآ إِلَى ٱلْحُكَّامِ لِتَأْكُلُوا۟ فَرِيقًا مِّنْ أَمْوَٰلِ ٱلنَّاسِ بِٱلْإِثْمِ وَأَنتُمْ تَعْلَمُونَ١٨٨
Wala takuloo amwalakum baynakum bialbatili watudloo biha ila alhukkami litakuloo fareeqan min amwali alnnasi bialithmi waantum taʿlamoona
En eet niet iemands anders bezittingen onrechtmatig op, en geef geen omkoopsommen aan de heersers. Dat jullie willens en wetens een deel van de bezittingen van een ander opeten is zondig.
-
۞ يَسْـَٔلُونَكَ عَنِ ٱلْأَهِلَّةِ ۖ قُلْ هِىَ مَوَٰقِيتُ لِلنَّاسِ وَٱلْحَجِّ ۗ وَلَيْسَ ٱلْبِرُّ بِأَن تَأْتُوا۟ ٱلْبُيُوتَ مِن ظُهُورِهَا وَلَـٰكِنَّ ٱلْبِرَّ مَنِ ٱتَّقَىٰ ۗ وَأْتُوا۟ ٱلْبُيُوتَ مِنْ أَبْوَٰبِهَا ۚ وَٱتَّقُوا۟ ٱللَّهَ لَعَلَّكُمْ تُفْلِحُونَ١٨٩
Yasaloonaka ʿani alahillati qul hiya mawaqeetu lilnnasi waalhajji walaysa albirru bian tatoo albuyoota min thuhooriha walakinna albirra mani ittaqa watoo albuyoota min abwabiha waittaqoo Allaha laʿallakum tuflihoona
Zij vragen jou over de nieuwe manen. Zeg: “Het zijn tekenen om een bepaalde tijdsperiode voor de mensheid en voor de bedevaart te markeren. Het is niet vroom dat jullie de huizen van de achterkant binnengaan, maar het is vroom dat men Allah vreest. Treed de huizen dus door de juiste deur binnen, en vreest Allah zodat jullie succes mogen hebben.
-
وَقَـٰتِلُوا۟ فِى سَبِيلِ ٱللَّهِ ٱلَّذِينَ يُقَـٰتِلُونَكُمْ وَلَا تَعْتَدُوٓا۟ ۚ إِنَّ ٱللَّهَ لَا يُحِبُّ ٱلْمُعْتَدِينَ١٩٠
Waqatiloo fee sabeeli Allahi allatheena yuqatiloonakum wala taʿtadoo inna Allaha la yuhibbu almuʿtadeena
(Zuiver je intentie om Allah Zijn woord te verheffen) en bestrijd op het pad van Allah – (dat naar Zijn tevredenheid leidt) – degenen die jullie (provoceren en vervolgens) bestrijden, maar overtreedt de grenzen niet (door ook hun vrouwen en kinderen het leven te ontnemen). Waarlijk, Allah houdt niet van de overtreders.
-
وَٱقْتُلُوهُمْ حَيْثُ ثَقِفْتُمُوهُمْ وَأَخْرِجُوهُم مِّنْ حَيْثُ أَخْرَجُوكُمْ ۚ وَٱلْفِتْنَةُ أَشَدُّ مِنَ ٱلْقَتْلِ ۚ وَلَا تُقَـٰتِلُوهُمْ عِندَ ٱلْمَسْجِدِ ٱلْحَرَامِ حَتَّىٰ يُقَـٰتِلُوكُمْ فِيهِ ۖ فَإِن قَـٰتَلُوكُمْ فَٱقْتُلُوهُمْ ۗ كَذَٰلِكَ جَزَآءُ ٱلْكَـٰفِرِينَ١٩١
Waoqtuloohum haythu thaqiftumoohum waakhrijoohum min haythu akhrajookum waalfitnatu ashaddu mina alqatli wala tuqatiloohum ʿinda almasjidi alharami hatta yuqatilookum feehi fain qatalookum faoqtuloohum kathalika jazao alkafireena
En dood hen waar jullie ze ook kunnen vinden, en haal hen daar vandaan waar zij jullie vandaan hebben gehaald. En Al-Fitnah is erger dan moorden. En bevecht hen niet in Al-Masjied al-Haram tenzij zij eerst tegen jullie vechten. Maar als zij jullie aanvallen, dood hen dan. Dit is de vergoeding van de ongelovigen.
-
فَإِنِ ٱنتَهَوْا۟ فَإِنَّ ٱللَّهَ غَفُورٌ رَّحِيمٌ١٩٢
Faini intahaw fainna Allaha ghafoorun raheemun
Maar als zij zich overgeven, dan is Allah de Alvergevende, de Genadevolle.
-
وَقَـٰتِلُوهُمْ حَتَّىٰ لَا تَكُونَ فِتْنَةٌ وَيَكُونَ ٱلدِّينُ لِلَّهِ ۖ فَإِنِ ٱنتَهَوْا۟ فَلَا عُدْوَٰنَ إِلَّا عَلَى ٱلظَّـٰلِمِينَ١٩٣
Waqatiloohum hatta la takoona fitnatun wayakoona alddeenu lillahi faini intahaw fala ʿudwana illa ʿala alththalimeena
En bestrijd hen totdat er geen fitnah (ongeloof en polytheïsme) meer is en dat (alle) aanbidding voor Allah (alléén) is. Maar als zij zich overgeven laat er dan geen overschrijding zijn behalve tegen de onrechtvaardigen.
-
ٱلشَّهْرُ ٱلْحَرَامُ بِٱلشَّهْرِ ٱلْحَرَامِ وَٱلْحُرُمَـٰتُ قِصَاصٌ ۚ فَمَنِ ٱعْتَدَىٰ عَلَيْكُمْ فَٱعْتَدُوا۟ عَلَيْهِ بِمِثْلِ مَا ٱعْتَدَىٰ عَلَيْكُمْ ۚ وَٱتَّقُوا۟ ٱللَّهَ وَٱعْلَمُوٓا۟ أَنَّ ٱللَّهَ مَعَ ٱلْمُتَّقِينَ١٩٤
Alshshahru alharamu bialshshahri alharami waalhurumatu qisasun famani iʿtada ʿalaykum faiʿtadoo ʿalayhi bimithli ma iʿtada ʿalaykum waittaqoo Allaha waiʿlamoo anna Allaha maʿa almuttaqeena
De heilige maand is voor de heilige maand en voor de verboden zaken is er de Wet van Gelijkheid. Wie dan ook (tijdens de verboden maanden) in overtreding is met jullie (door jullie te bestrijden), beantwoord hun (overtreding) dan in gelijke mate. En vrees Allah en weet dat Allah met de godvrezenden is.
-
وَأَنفِقُوا۟ فِى سَبِيلِ ٱللَّهِ وَلَا تُلْقُوا۟ بِأَيْدِيكُمْ إِلَى ٱلتَّهْلُكَةِ ۛ وَأَحْسِنُوٓا۟ ۛ إِنَّ ٱللَّهَ يُحِبُّ ٱلْمُحْسِنِينَ١٩٥
Waanfiqoo fee sabeeli Allahi wala tulqoo biaydeekum ila alttahlukati waahsinoo inna Allaha yuhibbu almuhsineena
En besteed voor Allah Zijn zaak en werp jezelf niet in de vernieling en verricht goede daden. Waarlijk, Allah heeft weldoeners lief.
-
وَأَتِمُّوا۟ ٱلْحَجَّ وَٱلْعُمْرَةَ لِلَّهِ ۚ فَإِنْ أُحْصِرْتُمْ فَمَا ٱسْتَيْسَرَ مِنَ ٱلْهَدْىِ ۖ وَلَا تَحْلِقُوا۟ رُءُوسَكُمْ حَتَّىٰ يَبْلُغَ ٱلْهَدْىُ مَحِلَّهُۥ ۚ فَمَن كَانَ مِنكُم مَّرِيضًا أَوْ بِهِۦٓ أَذًى مِّن رَّأْسِهِۦ فَفِدْيَةٌ مِّن صِيَامٍ أَوْ صَدَقَةٍ أَوْ نُسُكٍ ۚ فَإِذَآ أَمِنتُمْ فَمَن تَمَتَّعَ بِٱلْعُمْرَةِ إِلَى ٱلْحَجِّ فَمَا ٱسْتَيْسَرَ مِنَ ٱلْهَدْىِ ۚ فَمَن لَّمْ يَجِدْ فَصِيَامُ ثَلَـٰثَةِ أَيَّامٍ فِى ٱلْحَجِّ وَسَبْعَةٍ إِذَا رَجَعْتُمْ ۗ تِلْكَ عَشَرَةٌ كَامِلَةٌ ۗ ذَٰلِكَ لِمَن لَّمْ يَكُنْ أَهْلُهُۥ حَاضِرِى ٱلْمَسْجِدِ ٱلْحَرَامِ ۚ وَٱتَّقُوا۟ ٱللَّهَ وَٱعْلَمُوٓا۟ أَنَّ ٱللَّهَ شَدِيدُ ٱلْعِقَابِ١٩٦
Waatimmoo alhajja waalʿumrata lillahi fain ohsirtum fama istaysara mina alhadyi wala tahliqoo ruoosakum hatta yablugha alhadyu mahillahu faman kana minkum mareedan aw bihi athan min rasihi fafidyatun min siyamin aw sadaqatin aw nusukin faitha amintum faman tamattaʿa bialʿumrati ila alhajji fama istaysara mina alhadyi faman lam yajid fasiyamu thalathati ayyamin fee alhajji wasabʿatin itha rajaʿtum tilka ʿasharatun kamilatun thalika liman lam yakun ahluhu hadiree almasjidi alharami waittaqoo Allaha waiʿlamoo anna Allaha shadeedu alʿiqabi
En verricht de hadj en de oemra voor Allah. Maar als je wordt weerhouden (om hem te voltooien) offer dan een offerdier dat je je kan veroorloven, en scheer jullie hoofden niet voordat het offerdier de slachtplaats bereikt. En iedereen van jullie die ziek is of aan een kwaal lijdt aan het hoofd moet losgeld betalen of drie dagen vasten of het geven van aalmoes of een offerdier brengen. Als jullie dan in veiligheid zijn en iedereen die de oemra verricht in de maanden van de hadj voordat de hadj (verricht wordt) moet een offerdier slachten wat hij zich kan veroorloven, maar als hij het zich niet kan veroorloven moet hij drie dagen tijdens de hadj vasten en zeven dagen bij zijn thuiskomst, om de tien dagen vol te maken. Dit geldt voor degene wiens gezin niet aanwezig is in de Masdjied al-Haram. En vrees Allah diep en weet dat Allah streng is in de bestraffing.
-
ٱلْحَجُّ أَشْهُرٌ مَّعْلُومَـٰتٌ ۚ فَمَن فَرَضَ فِيهِنَّ ٱلْحَجَّ فَلَا رَفَثَ وَلَا فُسُوقَ وَلَا جِدَالَ فِى ٱلْحَجِّ ۗ وَمَا تَفْعَلُوا۟ مِنْ خَيْرٍ يَعْلَمْهُ ٱللَّهُ ۗ وَتَزَوَّدُوا۟ فَإِنَّ خَيْرَ ٱلزَّادِ ٱلتَّقْوَىٰ ۚ وَٱتَّقُونِ يَـٰٓأُو۟لِى ٱلْأَلْبَـٰبِ١٩٧
Alhajju ashhurun maʿloomatun faman farada feehinna alhajja fala rafatha wala fusooqa wala jidala fee alhajji wama tafʿaloo min khayrin yaʿlamhu Allahu watazawwadoo fainna khayra alzzadi alttaqwa waittaqooni ya olee alalbabi
De hadj is in de bekende (maan) maanden. Iedereen die zich dus voorgenomen heeft om de hadj te verrichten, zal geen geslachtsgemeenschap hebben, noch een zonde begaan, noch vijandigheid koesteren tijdens de hadj. En van al het goede dat je doet, (zeer zeker) heeft Allah daar weet van. En neem proviand mee voor de reis, maar de beste proviand is godsvrees. Vrees Mij dus, o mensen met (gezond) verstand!
-
لَيْسَ عَلَيْكُمْ جُنَاحٌ أَن تَبْتَغُوا۟ فَضْلًا مِّن رَّبِّكُمْ ۚ فَإِذَآ أَفَضْتُم مِّنْ عَرَفَـٰتٍ فَٱذْكُرُوا۟ ٱللَّهَ عِندَ ٱلْمَشْعَرِ ٱلْحَرَامِ ۖ وَٱذْكُرُوهُ كَمَا هَدَىٰكُمْ وَإِن كُنتُم مِّن قَبْلِهِۦ لَمِنَ ٱلضَّآلِّينَ١٩٨
Laysa ʿalaykum junahun an tabtaghoo fadlan min rabbikum faitha afadtum min ʿarafatin faothkuroo Allaha ʿinda almashʿari alharami waothkuroohu kama hadakum wain kuntum min qablihi lamina alddalleena
Het is geen zonde voor jullie als jullie de weldaad van jullie Heer zoeken. Als jullie Arafat dan verlaten, gedenk Allah bij de masjied al-Haraam (een bekende moskee in Mekkah). En gedenk Hem want Hij heeft jullie geleid en waarlijk, jullie waren daarvoor degenen die dwaalden.
-
ثُمَّ أَفِيضُوا۟ مِنْ حَيْثُ أَفَاضَ ٱلنَّاسُ وَٱسْتَغْفِرُوا۟ ٱللَّهَ ۚ إِنَّ ٱللَّهَ غَفُورٌ رَّحِيمٌ١٩٩
Thumma afeedoo min haythu afada alnnasu waistaghfiroo Allaha inna Allaha ghafoorun raheemun
Verlaat deze plaats wanneer alle mensen het verlaten en vraag Allah om Zijn vergeving. Waarlijk, Allah is de Vaak-vergevende, de Genadevolle.
-
فَإِذَا قَضَيْتُم مَّنَـٰسِكَكُمْ فَٱذْكُرُوا۟ ٱللَّهَ كَذِكْرِكُمْ ءَابَآءَكُمْ أَوْ أَشَدَّ ذِكْرًا ۗ فَمِنَ ٱلنَّاسِ مَن يَقُولُ رَبَّنَآ ءَاتِنَا فِى ٱلدُّنْيَا وَمَا لَهُۥ فِى ٱلْـَٔاخِرَةِ مِنْ خَلَـٰقٍ٢٠٠
Faitha qadaytum manasikakum faothkuroo Allaha kathikrikum abaakum aw ashadda thikran famina alnnasi man yaqoolu rabbana atina fee alddunya wama lahu fee alakhirati min khalaqin
Als jullie dus de rituelen van de hadj hebben voltooid, gedenk Allah dan zoals jullie je vader gedenken of intenser. Maar tot hen (de mensheid) behoort degene die zegt: “Onze Heer! Geef ons in deze wereld!” En hij zal geen deel hebben in het hiernamaals.
-
وَمِنْهُم مَّن يَقُولُ رَبَّنَآ ءَاتِنَا فِى ٱلدُّنْيَا حَسَنَةً وَفِى ٱلْـَٔاخِرَةِ حَسَنَةً وَقِنَا عَذَابَ ٱلنَّارِ٢٠١
Waminhum man yaqoolu rabbana atina fee alddunya hasanatan wafee alakhirati hasanatan waqina ʿathaba alnnari
En van hen is hij die zegt: “Onze Heer, schenk ons de goede (gunsten) in dit leven en de goede (gunsten) in het hiernamaals, en bescherm ons tegen de kwellingen van het vuur.”
-
أُو۟لَـٰٓئِكَ لَهُمْ نَصِيبٌ مِّمَّا كَسَبُوا۟ ۚ وَٱللَّهُ سَرِيعُ ٱلْحِسَابِ٢٠٢
Olaika lahum naseebun mimma kasaboo waAllahu sareeʿu alhisabi
Voor hen zal een deel toegekend worden van wat zij verdiend hebben. En Allah is snel in de berekening.
-
۞ وَٱذْكُرُوا۟ ٱللَّهَ فِىٓ أَيَّامٍ مَّعْدُودَٰتٍ ۚ فَمَن تَعَجَّلَ فِى يَوْمَيْنِ فَلَآ إِثْمَ عَلَيْهِ وَمَن تَأَخَّرَ فَلَآ إِثْمَ عَلَيْهِ ۚ لِمَنِ ٱتَّقَىٰ ۗ وَٱتَّقُوا۟ ٱللَّهَ وَٱعْلَمُوٓا۟ أَنَّكُمْ إِلَيْهِ تُحْشَرُونَ٢٠٣
Waothkuroo Allaha fee ayyamin maʿdoodatin faman taʿajjala fee yawmayni fala ithma ʿalayhi waman taakhkhara fala ithma ʿalayhi limani ittaqa waittaqoo Allaha waiʿlamoo annakum ilayhi tuhsharoona
En gedenk Allah tijdens de aangewezen dagen. Maar wie zich haast om na twee dagen weg te gaan, pleegt daar geen zonde mee, en wie blijft, pleegt daar geen zonde mee, als hij tot doel heeft Allah te vrezen, en weet dat jullie zeker onder Hem zullen worden verzameld.
-
وَمِنَ ٱلنَّاسِ مَن يُعْجِبُكَ قَوْلُهُۥ فِى ٱلْحَيَوٰةِ ٱلدُّنْيَا وَيُشْهِدُ ٱللَّهَ عَلَىٰ مَا فِى قَلْبِهِۦ وَهُوَ أَلَدُّ ٱلْخِصَامِ٢٠٤
Wamina alnnasi man yuʿjibuka qawluhu fee alhayati alddunya wayushhidu Allaha ʿala ma fee qalbihi wahuwa aladdu alkhisami
En onder de mensheid is er degene wiens spraak je zult verblijden in het wereldse leven en hij roept Allah tot getuige voor wat in zijn hart is1, maar hij is van alle tegenstanders de ergste.
Voetnoten
[1]Maar houdt zichzelf voor de gek omdat hij een hypocriet is die haat draagt namens de Islam. Daarom heeft een gelovige maar één gezicht. -
وَإِذَا تَوَلَّىٰ سَعَىٰ فِى ٱلْأَرْضِ لِيُفْسِدَ فِيهَا وَيُهْلِكَ ٱلْحَرْثَ وَٱلنَّسْلَ ۗ وَٱللَّهُ لَا يُحِبُّ ٱلْفَسَادَ٢٠٥
Waitha tawalla saʿa fee alardi liyufsida feeha wayuhlika alhartha waalnnasla waAllahu la yuhibbu alfasada
En wanneer hij zich afkeert, is zijn inspanning om het meeste verderf in het land te zaaien en om de oogst te vernietigen en het vee, en Allah houdt niet van het verderf.
-
وَإِذَا قِيلَ لَهُ ٱتَّقِ ٱللَّهَ أَخَذَتْهُ ٱلْعِزَّةُ بِٱلْإِثْمِ ۚ فَحَسْبُهُۥ جَهَنَّمُ ۚ وَلَبِئْسَ ٱلْمِهَادُ٢٠٦
Waitha qeela lahu ittaqi Allaha akhathathu alʿizzatu bialithmi fahasbuhu jahannamu walabisa almihadu
En als tegen hem gezegd wordt: “Vrees Allah”, pleegt hij in zijn arrogantie nog meer misdaden. Voor hem is de hel genoeg, en dat is zeker de slechtste rustplaats!
-
وَمِنَ ٱلنَّاسِ مَن يَشْرِى نَفْسَهُ ٱبْتِغَآءَ مَرْضَاتِ ٱللَّهِ ۗ وَٱللَّهُ رَءُوفٌۢ بِٱلْعِبَادِ٢٠٧
Wamina alnnasi man yashree nafsahu ibtighaa mardati Allahi waAllahu raoofun bialʿibadi
En onder de mensen is er degene die zichzelf verkopen wil, om de tevredenheid van Allah te zoeken. En Allah is vol vriendelijkheid voor (Zijn) slaven.
-
يَـٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ ٱدْخُلُوا۟ فِى ٱلسِّلْمِ كَآفَّةً وَلَا تَتَّبِعُوا۟ خُطُوَٰتِ ٱلشَّيْطَـٰنِ ۚ إِنَّهُۥ لَكُمْ عَدُوٌّ مُّبِينٌ٢٠٨
Ya ayyuha allatheena amanoo odkhuloo fee alssilmi kaffatan wala tattabiʿoo khutuwati alshshaytani innahu lakum ʿaduwwun mubeenun
O jullie die geloven! Ga de Islam in zijn volledigheid binnen1, en treed (vooral) niet in de voetstappen van Shaytaan (de duivel). Want waarlijk, hij is een duidelijke vijand voor jullie.
Voetnoten
[1]dus niet een deel van het geloof wel en een ander deel niet want dat is de eigenschap van de huigelaar maar geef je geheel aan Allah sht over, helaas zijn er sekten binnen de Islam die naast Allah ook aan sommige mensen die blinde overgave geven en erna uitnodigen daar zijn de metgezellen natuurlijk vrij van. -
فَإِن زَلَلْتُم مِّنۢ بَعْدِ مَا جَآءَتْكُمُ ٱلْبَيِّنَـٰتُ فَٱعْلَمُوٓا۟ أَنَّ ٱللَّهَ عَزِيزٌ حَكِيمٌ٢٠٩
Fain zalaltum min baʿdi ma jaatkumu albayyinatu faiʿlamoo anna Allaha ʿazeezun hakeemun
Als jullie terugvallen nadat de duidelijke tekenen (van de waarheid) jullie hebben bereikt, weet dan dat Allah de Almachtige, de Alwijze is.
-
هَلْ يَنظُرُونَ إِلَّآ أَن يَأْتِيَهُمُ ٱللَّهُ فِى ظُلَلٍ مِّنَ ٱلْغَمَامِ وَٱلْمَلَـٰٓئِكَةُ وَقُضِىَ ٱلْأَمْرُ ۚ وَإِلَى ٱللَّهِ تُرْجَعُ ٱلْأُمُورُ٢١٠
Hal yanthuroona illa an yatiyahumu Allahu fee thulalin mina alghamami waalmalaikatu waqudiya alamru waila Allahi turjaʿu alomooru
Wachten zij dan op iets anders dan dat Allah tot hen zal komen in de schaduw van de wolken en de engelen? (Dan) zal de zaak reeds berecht zijn. En tot Allah zullen alle zaken terugkeren.
-
سَلْ بَنِىٓ إِسْرَٰٓءِيلَ كَمْ ءَاتَيْنَـٰهُم مِّنْ ءَايَةٍۭ بَيِّنَةٍ ۗ وَمَن يُبَدِّلْ نِعْمَةَ ٱللَّهِ مِنۢ بَعْدِ مَا جَآءَتْهُ فَإِنَّ ٱللَّهَ شَدِيدُ ٱلْعِقَابِ٢١١
Sal banee israeela kam ataynahum min ayatin bayyinatin waman yubaddil niʿmata Allahi min baʿdi ma jaathu fainna Allaha shadeedu alʿiqabi
Vraag de Kinderen van Israël hoeveel duidelijke tekenen Wij hen gegeven hebben. En iedereen die Allah Zijn gunsten hierna veranderd, nadat zij tot hen gekomen zijn, dan zeker, Allah is streng in de bestraffing.
-
زُيِّنَ لِلَّذِينَ كَفَرُوا۟ ٱلْحَيَوٰةُ ٱلدُّنْيَا وَيَسْخَرُونَ مِنَ ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ ۘ وَٱلَّذِينَ ٱتَّقَوْا۟ فَوْقَهُمْ يَوْمَ ٱلْقِيَـٰمَةِ ۗ وَٱللَّهُ يَرْزُقُ مَن يَشَآءُ بِغَيْرِ حِسَابٍ٢١٢
Zuyyina lillatheena kafaroo alhayatu alddunya wayaskharoona mina allatheena amanoo waallatheena ittaqaw fawqahum yawma alqiyamati waAllahu yarzuqu man yashao bighayri hisabin
Het leven voor degenen die niet geloven is in deze wereld prachtig, en zij bespotten degenen die geloven. Maar degenen die zich aan Allah Zijn bevelen houden en wegblijven van wat Hij verboden heeft, zullen boven hen staan op de dag der opstanding. En Allah geeft grenzeloos aan wie Hij wil.
-
كَانَ ٱلنَّاسُ أُمَّةً وَٰحِدَةً فَبَعَثَ ٱللَّهُ ٱلنَّبِيِّـۧنَ مُبَشِّرِينَ وَمُنذِرِينَ وَأَنزَلَ مَعَهُمُ ٱلْكِتَـٰبَ بِٱلْحَقِّ لِيَحْكُمَ بَيْنَ ٱلنَّاسِ فِيمَا ٱخْتَلَفُوا۟ فِيهِ ۚ وَمَا ٱخْتَلَفَ فِيهِ إِلَّا ٱلَّذِينَ أُوتُوهُ مِنۢ بَعْدِ مَا جَآءَتْهُمُ ٱلْبَيِّنَـٰتُ بَغْيًۢا بَيْنَهُمْ ۖ فَهَدَى ٱللَّهُ ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ لِمَا ٱخْتَلَفُوا۟ فِيهِ مِنَ ٱلْحَقِّ بِإِذْنِهِۦ ۗ وَٱللَّهُ يَهْدِى مَن يَشَآءُ إِلَىٰ صِرَٰطٍ مُّسْتَقِيمٍ٢١٣
Kana alnnasu ommatan wahidatan fabaʿatha Allahu alnnabiyyeena mubashshireena wamunthireena waanzala maʿahumu alkitaba bialhaqqi liyahkuma bayna alnnasi feema ikhtalafoo feehi wama ikhtalafa feehi illa allatheena ootoohu min baʿdi ma jaathumu albayyinatu baghyan baynahum fahada Allahu allatheena amanoo lima ikhtalafoo feehi mina alhaqqi biithnihi waAllahu yahdee man yashao ila siratin mustaqeemin
De mensheid was één gemeenschap en Allah heeft profeten met goede berichten en waarschuwingen gestuurd en met hen stuurde Hij het boek om in waarheid tussen de mensen te oordelen over zaken, waarin zij van mening verschillen. En slechts degenen aan wie (het boek) is gegeven en daarover van mening verschillen nadat duidelijke bewijzen tot hen gekomen door onderlinge haat. Dan leidt Allah door Zijn leiding degenen die geloven in de waarheid van datgene waarover zij met elkaar van mening verschillen. En Allah leidt hen die Hij wil, op het rechte pad.
-
أَمْ حَسِبْتُمْ أَن تَدْخُلُوا۟ ٱلْجَنَّةَ وَلَمَّا يَأْتِكُم مَّثَلُ ٱلَّذِينَ خَلَوْا۟ مِن قَبْلِكُم ۖ مَّسَّتْهُمُ ٱلْبَأْسَآءُ وَٱلضَّرَّآءُ وَزُلْزِلُوا۟ حَتَّىٰ يَقُولَ ٱلرَّسُولُ وَٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ مَعَهُۥ مَتَىٰ نَصْرُ ٱللَّهِ ۗ أَلَآ إِنَّ نَصْرَ ٱللَّهِ قَرِيبٌ٢١٤
Am hasibtum an tadkhuloo aljannata walamma yatikum mathalu allatheena khalaw min qablikum massathumu albasao waalddarrao wazulziloo hatta yaqoola alrrasoolu waallatheena amanoo maʿahu mata nasru Allahi ala inna nasra Allahi qareebun
Denken jullie dat jullie het Paradijs zullen binnentreden zonder dat zulke (beproevingen) tot jullie komen zoals zij tot degene die vóór jullie zijn heengegaan, zijn gekomen? Zij werden getroffen door zware armoede en ziekten en waren zo geschokt dat zelfs de Boodschapper en degenen die ook met hem geloofden zeiden: “Wanneer (komt) de Hulp van Allah?” Jazeker! De hulp van Allah is nabij!
-
يَسْـَٔلُونَكَ مَاذَا يُنفِقُونَ ۖ قُلْ مَآ أَنفَقْتُم مِّنْ خَيْرٍ فَلِلْوَٰلِدَيْنِ وَٱلْأَقْرَبِينَ وَٱلْيَتَـٰمَىٰ وَٱلْمَسَـٰكِينِ وَٱبْنِ ٱلسَّبِيلِ ۗ وَمَا تَفْعَلُوا۟ مِنْ خَيْرٍ فَإِنَّ ٱللَّهَ بِهِۦ عَلِيمٌ٢١٥
Yasaloonaka matha yunfiqoona qul ma anfaqtum min khayrin falilwalidayni waalaqrabeena waalyatama waalmasakeeni waibni alssabeeli wama tafʿaloo min khayrin fainna Allaha bihi ʿaleemun
Zij zullen je vragen wat je moet uitgeven. Zeg: “Alles wat je voor het goede uitgeeft moet voor de ouders, de verwanten, de wezen, de armen die bedelen en de reiziger zijn, en alles wat je aan goede daden verricht, waarlijk, Allah weet het goed.
-
كُتِبَ عَلَيْكُمُ ٱلْقِتَالُ وَهُوَ كُرْهٌ لَّكُمْ ۖ وَعَسَىٰٓ أَن تَكْرَهُوا۟ شَيْـًٔا وَهُوَ خَيْرٌ لَّكُمْ ۖ وَعَسَىٰٓ أَن تُحِبُّوا۟ شَيْـًٔا وَهُوَ شَرٌّ لَّكُمْ ۗ وَٱللَّهُ يَعْلَمُ وَأَنتُمْ لَا تَعْلَمُونَ٢١٦
Kutiba ʿalaykumu alqitalu wahuwa kurhun lakum waʿasa an takrahoo shayan wahuwa khayrun lakum waʿasa an tuhibboo shayan wahuwa sharrun lakum waAllahu yaʿlamu waantum la taʿlamoona
Het vechten1 is aan jullie (moslims) opgelegd, hoewel jullie daar een afkeer van hebben en het kan zo zijn dat jullie een afkeer hebben van iets terwijl het jullie juist goed voor jullie is, maar het kan ook zo zijn dat jullie van iets houden terwijl dat slecht voor jullie is. (En omdat) Allah deze dingen weet en jullie niet2.
Voetnoten
[1]oorlog uit zelfverdediging ,jihad. [2]horen jullie Hem onvoorwaardelijk te gehoorzamen in Zijn bevelen. -
يَسْـَٔلُونَكَ عَنِ ٱلشَّهْرِ ٱلْحَرَامِ قِتَالٍ فِيهِ ۖ قُلْ قِتَالٌ فِيهِ كَبِيرٌ ۖ وَصَدٌّ عَن سَبِيلِ ٱللَّهِ وَكُفْرٌۢ بِهِۦ وَٱلْمَسْجِدِ ٱلْحَرَامِ وَإِخْرَاجُ أَهْلِهِۦ مِنْهُ أَكْبَرُ عِندَ ٱللَّهِ ۚ وَٱلْفِتْنَةُ أَكْبَرُ مِنَ ٱلْقَتْلِ ۗ وَلَا يَزَالُونَ يُقَـٰتِلُونَكُمْ حَتَّىٰ يَرُدُّوكُمْ عَن دِينِكُمْ إِنِ ٱسْتَطَـٰعُوا۟ ۚ وَمَن يَرْتَدِدْ مِنكُمْ عَن دِينِهِۦ فَيَمُتْ وَهُوَ كَافِرٌ فَأُو۟لَـٰٓئِكَ حَبِطَتْ أَعْمَـٰلُهُمْ فِى ٱلدُّنْيَا وَٱلْـَٔاخِرَةِ ۖ وَأُو۟لَـٰٓئِكَ أَصْحَـٰبُ ٱلنَّارِ ۖ هُمْ فِيهَا خَـٰلِدُونَ٢١٧
Yasaloonaka ʿani alshshahri alharami qitalin feehi qul qitalun feehi kabeerun wasaddun ʿan sabeeli Allahi wakufrun bihi waalmasjidi alharami waikhraju ahlihi minhu akbaru ʿinda Allahi waalfitnatu akbaru mina alqatli wala yazaloona yuqatiloonakum hatta yaruddookum ʿan deenikum ini istataʿoo waman yartadid minkum ʿan deenihi fayamut wahuwa kafirun faolaika habitat aʿmaluhum fee alddunya waalakhirati waolaika ashabu alnnari hum feeha khalidoona
Zij vragen jullie over het vechten in de heilige maanden. Zeg: “Vechten daarin is een grote (overtreding) maar een grotere (overtreding) in het Aangezicht van Allah is de mensheid te weerhouden het pad van Allah te volgen, niet in Hem te geloven, te voorkomen dat men de Madjied al-Haram (in Mekka) binnentreedt en zijn inwoners verdrijven en de verzoeking is erger dan doden. En zij zullen nooit stoppen jullie te bevechten totdat zij jullie van jullie religie hebben doen afkeren, als zij dat kunnen. En ieder van jullie die zich van de religie afkeert en als ongelovige sterft daarvan zullen zijn daden in dit leven en in het hiernamaals verloren gaan en zij zullen de bewoners van het vuur zijn. Zij zullen daarin voor altijd verblijven.
-
إِنَّ ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ وَٱلَّذِينَ هَاجَرُوا۟ وَجَـٰهَدُوا۟ فِى سَبِيلِ ٱللَّهِ أُو۟لَـٰٓئِكَ يَرْجُونَ رَحْمَتَ ٱللَّهِ ۚ وَٱللَّهُ غَفُورٌ رَّحِيمٌ٢١٨
Inna allatheena amanoo waallatheena hajaroo wajahadoo fee sabeeli Allahi olaika yarjoona rahmata Allahi waAllahu ghafoorun raheemun
Waarlijk, degene die geloofd hebben en die geëmigreerd zijn, en hard streven op het pad van Allah, hopen allen op Allah Zijn Genade. En Allah is de Vaak-vergevende, de Genadevolle.
-
۞ يَسْـَٔلُونَكَ عَنِ ٱلْخَمْرِ وَٱلْمَيْسِرِ ۖ قُلْ فِيهِمَآ إِثْمٌ كَبِيرٌ وَمَنَـٰفِعُ لِلنَّاسِ وَإِثْمُهُمَآ أَكْبَرُ مِن نَّفْعِهِمَا ۗ وَيَسْـَٔلُونَكَ مَاذَا يُنفِقُونَ قُلِ ٱلْعَفْوَ ۗ كَذَٰلِكَ يُبَيِّنُ ٱللَّهُ لَكُمُ ٱلْـَٔايَـٰتِ لَعَلَّكُمْ تَتَفَكَّرُونَ٢١٩
Yasaloonaka ʿani alkhamri waalmaysiri qul feehima ithmun kabeerun wamanafiʿu lilnnasi waithmuhuma akbaru min nafʿihima wayasaloonaka matha yunfiqoona quli alʿafwa kathalika yubayyinu Allahu lakumu alayati laʿallakum tatafakkaroona
Zij vragen je over alcoholische dranken en gokken. Zeg: “Daarin is een grote zonde, en ook (wat) nut voor de mens, maar de zonde daarvan is groter dan hun nut.” En zij vragen je wat zij moeten besteden. Zeg: “Dat wat buiten jullie noodzaak ligt.” Dus Allah maakt Zijn wetten duidelijk voor jullie, zodat jullie daaraan denken.”
-
فِى ٱلدُّنْيَا وَٱلْـَٔاخِرَةِ ۗ وَيَسْـَٔلُونَكَ عَنِ ٱلْيَتَـٰمَىٰ ۖ قُلْ إِصْلَاحٌ لَّهُمْ خَيْرٌ ۖ وَإِن تُخَالِطُوهُمْ فَإِخْوَٰنُكُمْ ۚ وَٱللَّهُ يَعْلَمُ ٱلْمُفْسِدَ مِنَ ٱلْمُصْلِحِ ۚ وَلَوْ شَآءَ ٱللَّهُ لَأَعْنَتَكُمْ ۚ إِنَّ ٱللَّهَ عَزِيزٌ حَكِيمٌ٢٢٠
Fee alddunya waalakhirati wayasaloonaka ʿani alyatama qul islahun lahum khayrun wain tukhalitoohum faikhwanukum waAllahu yaʿlamu almufsida mina almuslihi walaw shaa Allahu laaʿnatakum inna Allaha ʿazeezun hakeemun
In dit wereldse leven en het hiernamaals. En zij vragen jullie over de wezen. Zeg: “Het beste is om eerlijk hun eigendommen te beheren en als jullie jullie zaken met hun zaken vermengen, dan zijn zij jullie broeders. En Allah kent degenen die bedrog voor ogen heeft en degene die het goed bedoelt. En als Allah het gewild had, had Hij jullie moeilijkheden kunnen bezorgen. Waarlijk, Allah is de Almachtige, de Alwijze.
-
وَلَا تَنكِحُوا۟ ٱلْمُشْرِكَـٰتِ حَتَّىٰ يُؤْمِنَّ ۚ وَلَأَمَةٌ مُّؤْمِنَةٌ خَيْرٌ مِّن مُّشْرِكَةٍ وَلَوْ أَعْجَبَتْكُمْ ۗ وَلَا تُنكِحُوا۟ ٱلْمُشْرِكِينَ حَتَّىٰ يُؤْمِنُوا۟ ۚ وَلَعَبْدٌ مُّؤْمِنٌ خَيْرٌ مِّن مُّشْرِكٍ وَلَوْ أَعْجَبَكُمْ ۗ أُو۟لَـٰٓئِكَ يَدْعُونَ إِلَى ٱلنَّارِ ۖ وَٱللَّهُ يَدْعُوٓا۟ إِلَى ٱلْجَنَّةِ وَٱلْمَغْفِرَةِ بِإِذْنِهِۦ ۖ وَيُبَيِّنُ ءَايَـٰتِهِۦ لِلنَّاسِ لَعَلَّهُمْ يَتَذَكَّرُونَ٢٢١
Wala tankihoo almushrikati hatta yuminna walaamatun muminatun khayrun min mushrikatin walaw aʿjabatkum wala tunkihoo almushrikeena hatta yuminoo walaʿabdun muminun khayrun min mushrikin walaw aʿjabakum olaika yadʿoona ila alnnari waAllahu yadʿoo ila aljannati waalmaghfirati biithnihi wayubayyinu ayatihi lilnnasi laʿallahum yatathakkaroona
En trouw niet met de afgodaanbidsters tot zij geloven. En waarlijk, een slavin die gelooft is beter dan een (vrije) afgodaanbidster, zelfs als zij jullie aanstaat. En geef (jullie dochters) niet ten huwelijk (wel met hun goedkeuring, uithuwelijken is streng verboden binnen de Islam) aan (afgodenaanbidders) tot zij geloven en waarlijk, een gelovige slaaf is beter dan een (vrije) afgodenaanbidder zelfs als hij jullie aanstaat. Zij nodigen jullie uit tot het vuur maar Allah nodigt (jullie) uit tot het paradijs en (en Hij geeft) Vergiffenis door Zijn verlof en maakt Zijn tekenen duidelijk voor de mensheid, zodat zij het zich herinneren.
-
وَيَسْـَٔلُونَكَ عَنِ ٱلْمَحِيضِ ۖ قُلْ هُوَ أَذًى فَٱعْتَزِلُوا۟ ٱلنِّسَآءَ فِى ٱلْمَحِيضِ ۖ وَلَا تَقْرَبُوهُنَّ حَتَّىٰ يَطْهُرْنَ ۖ فَإِذَا تَطَهَّرْنَ فَأْتُوهُنَّ مِنْ حَيْثُ أَمَرَكُمُ ٱللَّهُ ۚ إِنَّ ٱللَّهَ يُحِبُّ ٱلتَّوَّٰبِينَ وَيُحِبُّ ٱلْمُتَطَهِّرِينَ٢٢٢
Wayasaloonaka ʿani almaheedi qul huwa athan faiʿtaziloo alnnisaa fee almaheedi wala taqraboohunna hatta yathurna faitha tatahharna fatoohunna min haythu amarakumu Allahu inna Allaha yuhibbu alttawwabeena wayuhibbu almutatahhireena
Zij vragen jullie over de menstruatie. Zeg: “Dat is een vervelende aangelegenheid (voor de man en de vrouw bij de gemeenschap). Blijf daarom tijdens de menstruatie van de vrouwen weg, tot zij zich gereinigd hebben. En als zij zich gereinigd hebben, kom dan tot hen zoals Allah jullie dat verordend heeft. Waarlijk, Allah heeft degenen lief die zich in berouw tot Hem keren en die zich reinigen.
-
نِسَآؤُكُمْ حَرْثٌ لَّكُمْ فَأْتُوا۟ حَرْثَكُمْ أَنَّىٰ شِئْتُمْ ۖ وَقَدِّمُوا۟ لِأَنفُسِكُمْ ۚ وَٱتَّقُوا۟ ٱللَّهَ وَٱعْلَمُوٓا۟ أَنَّكُم مُّلَـٰقُوهُ ۗ وَبَشِّرِ ٱلْمُؤْمِنِينَ٢٢٣
Nisaokum harthun lakum fatoo harthakum anna shitum waqaddimoo lianfusikum waittaqoo Allaha waiʿlamoo annakum mulaqoohu wabashshiri almumineena
Jullie vrouwen zijn een akker voor jullie, kom dus naar jullie akker (seksueel contact met jullie vrouwen), wanneer en hoe jullie maar willen en stuur voor jullie goede daden vooruit. En vrees Allah en weet dat jullie Hem zullen ontmoeten en geef het goede nieuws aan de gelovigen.
-
وَلَا تَجْعَلُوا۟ ٱللَّهَ عُرْضَةً لِّأَيْمَـٰنِكُمْ أَن تَبَرُّوا۟ وَتَتَّقُوا۟ وَتُصْلِحُوا۟ بَيْنَ ٱلنَّاسِ ۗ وَٱللَّهُ سَمِيعٌ عَلِيمٌ٢٢٤
Wala tajʿaloo Allaha ʿurdatan liaymanikum an tabarroo watattaqoo watuslihoo bayna alnnasi waAllahu sameeʿun ʿaleemun
En neem Allah (Zijn naam) niet als excuus aan in jullie eden om geen goede daden te verrichten en vroom te handelen, en vrede onder de mensheid te stichten. En Allah is de Alhorende, de Alwetende.
-
لَّا يُؤَاخِذُكُمُ ٱللَّهُ بِٱللَّغْوِ فِىٓ أَيْمَـٰنِكُمْ وَلَـٰكِن يُؤَاخِذُكُم بِمَا كَسَبَتْ قُلُوبُكُمْ ۗ وَٱللَّهُ غَفُورٌ حَلِيمٌ٢٢٥
La yuakhithukumu Allahu biallaghwi fee aymanikum walakin yuakhithukum bima kasabat quloobukum waAllahu ghafoorun haleemun
En Allah zal jullie niet ter verantwoording roepen voor datgene wat jullie onbedoeld in jullie eden afleggen, maar Hij zal jullie ter verantwoording roepen voor datgene wat jullie harten verdiend hebben. En Allah is de Vaak-Vergevende, de Genadevolle.
-
لِّلَّذِينَ يُؤْلُونَ مِن نِّسَآئِهِمْ تَرَبُّصُ أَرْبَعَةِ أَشْهُرٍ ۖ فَإِن فَآءُو فَإِنَّ ٱللَّهَ غَفُورٌ رَّحِيمٌ٢٢٦
Lillatheena yuloona min nisaihim tarabbusu arbaʿati ashhurin fain faoo fainna Allaha ghafoorun raheemun
Degenen die een eed afleggen om geen geslachtsgemeenschap met hun vrouwen te hebben, moeten vier maanden wachten. Als zij dan terugkeren, waarlijk, Allah is de Vaak-Vergevende, de Genadevolle.
-
وَإِنْ عَزَمُوا۟ ٱلطَّلَـٰقَ فَإِنَّ ٱللَّهَ سَمِيعٌ عَلِيمٌ٢٢٧
Wain ʿazamoo alttalaqa fainna Allaha sameeʿun ʿaleemun
En als zij tot echtscheiding besluiten, dan is Allah de Alhorende, de Alwetende.
-
وَٱلْمُطَلَّقَـٰتُ يَتَرَبَّصْنَ بِأَنفُسِهِنَّ ثَلَـٰثَةَ قُرُوٓءٍ ۚ وَلَا يَحِلُّ لَهُنَّ أَن يَكْتُمْنَ مَا خَلَقَ ٱللَّهُ فِىٓ أَرْحَامِهِنَّ إِن كُنَّ يُؤْمِنَّ بِٱللَّهِ وَٱلْيَوْمِ ٱلْـَٔاخِرِ ۚ وَبُعُولَتُهُنَّ أَحَقُّ بِرَدِّهِنَّ فِى ذَٰلِكَ إِنْ أَرَادُوٓا۟ إِصْلَـٰحًا ۚ وَلَهُنَّ مِثْلُ ٱلَّذِى عَلَيْهِنَّ بِٱلْمَعْرُوفِ ۚ وَلِلرِّجَالِ عَلَيْهِنَّ دَرَجَةٌ ۗ وَٱللَّهُ عَزِيزٌ حَكِيمٌ٢٢٨
Waalmutallaqatu yatarabbasna bianfusihinna thalathata qurooin wala yahillu lahunna an yaktumna ma khalaqa Allahu fee arhamihinna in kunna yuminna biAllahi waalyawmi alakhiri wabuʿoolatuhunna ahaqqu biraddihinna fee thalika in aradoo islahan walahunna mithlu allathee ʿalayhinna bialmaʿroofi walilrrijali ʿalayhinna darajatun waAllahu ʿazeezun hakeemun
En de gescheiden vrouwen zullen een periode van drie maandstonden wachten en het is niet wettig voor hen om te verbergen wat Allah in haar baarmoeder heeft verborgen, als zij in Allah en in de laatste dag geloven. En hun echtgenoten hebben een groter recht om hen in deze periode terug te nemen, als zij tot verzoening besluiten. En zij hebben rechten gelijkwaardig van wat redelijk is, maar de mannen hebben een graad meer over hen1. En Allah is Almachtig, Alwijs.
Voetnoten
[1]omdat de man verantwoordelijk is voor de vrouw, zowel op economisch als sociaal gebied, zo hoeft de vrouw niet te werken binnen de Islam en is het de plicht van de man om zijn vrouw te onderhouden en hij mag haar niet onderdrukken. -
ٱلطَّلَـٰقُ مَرَّتَانِ ۖ فَإِمْسَاكٌۢ بِمَعْرُوفٍ أَوْ تَسْرِيحٌۢ بِإِحْسَـٰنٍ ۗ وَلَا يَحِلُّ لَكُمْ أَن تَأْخُذُوا۟ مِمَّآ ءَاتَيْتُمُوهُنَّ شَيْـًٔا إِلَّآ أَن يَخَافَآ أَلَّا يُقِيمَا حُدُودَ ٱللَّهِ ۖ فَإِنْ خِفْتُمْ أَلَّا يُقِيمَا حُدُودَ ٱللَّهِ فَلَا جُنَاحَ عَلَيْهِمَا فِيمَا ٱفْتَدَتْ بِهِۦ ۗ تِلْكَ حُدُودُ ٱللَّهِ فَلَا تَعْتَدُوهَا ۚ وَمَن يَتَعَدَّ حُدُودَ ٱللَّهِ فَأُو۟لَـٰٓئِكَ هُمُ ٱلظَّـٰلِمُونَ٢٢٩
Alttalaqu marratani faimsakun bimaʿroofin aw tasreehun biihsanin wala yahillu lakum an takhuthoo mimma ataytumoohunna shayan illa an yakhafa alla yuqeema hudooda Allahi fain khiftum alla yuqeema hudooda Allahi fala junaha ʿalayhima feema iftadat bihi tilka hudoodu Allahi fala taʿtadooha waman yataʿadda hudooda Allahi faolaika humu alththalimoona
De echtscheiding is tweemaal, hierna houden jullie haar onder redelijke voorwaarden of laten jullie haar in vriendelijkheid los(In de Islam heeft de vrouw zelf na de scheiding rechten voor haar zelf en haar kinderen de rede daarvoor is dat de vrouw binnen de Islam een hooge belangrijke status heeft). En het is niet wettig voor jullie (mannen) om iets van jullie bruidsschat (van jullie vrouwen) van wat jullie gegeven hebben terug te nemen, behalve als beide partijen vrezen dat jullie niet in staat zijn om de grenzen die Allah gesteld heeft te handhaven. Als jullie vrezen dat jullie de grenzen die Allah gesteld heeft, niet kunnen handhaven, dan is het geen zonde voor jullie beiden als zij het teruggeeft voor haar echtscheiding, (aangevraagd door de vrouw). Dit zijn de grenzen die Allah gesteld heeft, overtreed hen niet. En iedereen die de grenzen overtreedt die Allah gesteld heeft, die behoort tot de onrechtvaardigen.
-
فَإِن طَلَّقَهَا فَلَا تَحِلُّ لَهُۥ مِنۢ بَعْدُ حَتَّىٰ تَنكِحَ زَوْجًا غَيْرَهُۥ ۗ فَإِن طَلَّقَهَا فَلَا جُنَاحَ عَلَيْهِمَآ أَن يَتَرَاجَعَآ إِن ظَنَّآ أَن يُقِيمَا حُدُودَ ٱللَّهِ ۗ وَتِلْكَ حُدُودُ ٱللَّهِ يُبَيِّنُهَا لِقَوْمٍ يَعْلَمُونَ٢٣٠
Fain tallaqaha fala tahillu lahu min baʿdu hatta tankiha zawjan ghayrahu fain tallaqaha fala junaha ʿalayhima an yatarajaʿa in thanna an yuqeema hudooda Allahi watilka hudoodu Allahi yubayyinuha liqawmin yaʿlamoona
En als hij van haar gescheiden is, dan is zij niet meer wettig voor hem tot zij een andere man getrouwd heeft. Als dan de andere man van haar scheidt is het geen zonde voor hen beiden als zij zich verenigen, mits zij voelen dat zij zich aan de grenzen die Allah gesteld heeft, kunnen houden. Dit zijn de grenzen van Allah, die Hij duidelijk maakt voor de mensen die kennis hebben.
-
وَإِذَا طَلَّقْتُمُ ٱلنِّسَآءَ فَبَلَغْنَ أَجَلَهُنَّ فَأَمْسِكُوهُنَّ بِمَعْرُوفٍ أَوْ سَرِّحُوهُنَّ بِمَعْرُوفٍ ۚ وَلَا تُمْسِكُوهُنَّ ضِرَارًا لِّتَعْتَدُوا۟ ۚ وَمَن يَفْعَلْ ذَٰلِكَ فَقَدْ ظَلَمَ نَفْسَهُۥ ۚ وَلَا تَتَّخِذُوٓا۟ ءَايَـٰتِ ٱللَّهِ هُزُوًا ۚ وَٱذْكُرُوا۟ نِعْمَتَ ٱللَّهِ عَلَيْكُمْ وَمَآ أَنزَلَ عَلَيْكُم مِّنَ ٱلْكِتَـٰبِ وَٱلْحِكْمَةِ يَعِظُكُم بِهِۦ ۚ وَٱتَّقُوا۟ ٱللَّهَ وَٱعْلَمُوٓا۟ أَنَّ ٱللَّهَ بِكُلِّ شَىْءٍ عَلِيمٌ٢٣١
Waitha tallaqtumu alnnisaa fabalaghna ajalahunna faamsikoohunna bimaʿroofin aw sarrihoohunna bimaʿroofin wala tumsikoohunna diraran litaʿtadoo waman yafʿal thalika faqad thalama nafsahu wala tattakhithoo ayati Allahi huzuwan waothkuroo niʿmata Allahi ʿalaykum wama anzala ʿalaykum mina alkitabi waalhikmati yaʿithukum bihi waittaqoo Allaha waiʿlamoo anna Allaha bikulli shayin ʿaleemun
En als jullie gescheiden vrouwen hebben en zij hebben de periode die hen voorgeschreven is vervuld, neem hen dan onder redelijke voorwaarden terug of laat hen vrij op een redelijke basis. Maar neem hen niet terug om hen te schaden, en iedereen die dat doet, heeft zichzelf kwaad aangedaan. En bespot de verzen van Allah niet, maar gedenk Allah Zijn gunsten aan jullie en dat wat Hij aan jullie van het Boek heeft neergezonden en de wijsheid1, waarin Hij jullie aanwijzingen geeft. En vrees Allah en weet dat Allah zich van alle zaken bewust is.
Voetnoten
[1]hier wordt verwezen naar de Soennah van de Profeet Mohammed vrede en zegeningen zij met hem: zijn uitspraken, handelingen, en goedkeuringen. -
وَإِذَا طَلَّقْتُمُ ٱلنِّسَآءَ فَبَلَغْنَ أَجَلَهُنَّ فَلَا تَعْضُلُوهُنَّ أَن يَنكِحْنَ أَزْوَٰجَهُنَّ إِذَا تَرَٰضَوْا۟ بَيْنَهُم بِٱلْمَعْرُوفِ ۗ ذَٰلِكَ يُوعَظُ بِهِۦ مَن كَانَ مِنكُمْ يُؤْمِنُ بِٱللَّهِ وَٱلْيَوْمِ ٱلْـَٔاخِرِ ۗ ذَٰلِكُمْ أَزْكَىٰ لَكُمْ وَأَطْهَرُ ۗ وَٱللَّهُ يَعْلَمُ وَأَنتُمْ لَا تَعْلَمُونَ٢٣٢
Waitha tallaqtumu alnnisaa fabalaghna ajalahunna fala taʿduloohunna an yankihna azwajahunna itha taradaw baynahum bialmaʿroofi thalika yooʿathu bihi man kana minkum yuminu biAllahi waalyawmi alakhiri thalikum azka lakum waatharu waAllahu yaʿlamu waantum la taʿlamoona
En als jullie gescheiden vrouwen hebben en zij hebben de periode die hen voorgeschreven is vervuld, weerhoud hen er dan niet van hun echtgenoten te huwen, als zij gezamenlijk op redelijke basis hiertoe besluiten. Deze aanwijzing is een waarschuwing voor degenen onder jullie die in Allah en in de laatste dag geloven. Dat is deugdzamer en zuiverder voor jullie. Allah weet het en jullie weten het niet.
-
۞ وَٱلْوَٰلِدَٰتُ يُرْضِعْنَ أَوْلَـٰدَهُنَّ حَوْلَيْنِ كَامِلَيْنِ ۖ لِمَنْ أَرَادَ أَن يُتِمَّ ٱلرَّضَاعَةَ ۚ وَعَلَى ٱلْمَوْلُودِ لَهُۥ رِزْقُهُنَّ وَكِسْوَتُهُنَّ بِٱلْمَعْرُوفِ ۚ لَا تُكَلَّفُ نَفْسٌ إِلَّا وُسْعَهَا ۚ لَا تُضَآرَّ وَٰلِدَةٌۢ بِوَلَدِهَا وَلَا مَوْلُودٌ لَّهُۥ بِوَلَدِهِۦ ۚ وَعَلَى ٱلْوَارِثِ مِثْلُ ذَٰلِكَ ۗ فَإِنْ أَرَادَا فِصَالًا عَن تَرَاضٍ مِّنْهُمَا وَتَشَاوُرٍ فَلَا جُنَاحَ عَلَيْهِمَا ۗ وَإِنْ أَرَدتُّمْ أَن تَسْتَرْضِعُوٓا۟ أَوْلَـٰدَكُمْ فَلَا جُنَاحَ عَلَيْكُمْ إِذَا سَلَّمْتُم مَّآ ءَاتَيْتُم بِٱلْمَعْرُوفِ ۗ وَٱتَّقُوا۟ ٱللَّهَ وَٱعْلَمُوٓا۟ أَنَّ ٱللَّهَ بِمَا تَعْمَلُونَ بَصِيرٌ٢٣٣
Waalwalidatu yurdiʿna awladahunna hawlayni kamilayni liman arada an yutimma alrradaʿata waʿala almawloodi lahu rizquhunna wakiswatuhunna bialmaʿroofi la tukallafu nafsun illa wusʿaha la tudarra walidatun biwaladiha wala mawloodun lahu biwaladihi waʿala alwarithi mithlu thalika fain arada fisalan ʿan taradin minhuma watashawurin fala junaha ʿalayhima wain aradtum an tastardiʿoo awladakum fala junaha ʿalaykum itha sallamtum ma ataytum bialmaʿroofi waittaqoo Allaha waiʿlamoo anna Allaha bima taʿmaloona baseerun
De moeders zullen hun kinderen twee volle jaren zogen, (dat is) voor die (ouders) die de zoogtijd willen voltooien, maar de vader van het kind moet de kosten van de voeding en kleding van de moeder dragen op een redelijke basis. Niemand zal een last zwaarder te dragen hebben dan hij kan. Geen moeder zal oneerlijk behandeld worden voor haar kind, noch een vader voor zijn kind. En op de erfgenamen rust dezelfde plicht. Als zij beiden tot het spenen besluiten, door gezamenlijke overeenstemming en goed overleg, dan berust daar geen zonde voor hen in. En als jullie beslissen tot een minimum (zoogmoeder) voor jullie kinderen is daar geen zonde voor jullie in, mits jullie (het minimum) redelijk betalen wat jullie overeengekomen zijn (om haar te geven). En vrees Allah en weet dat Allah de Alziende is van wat jullie doen.
-
وَٱلَّذِينَ يُتَوَفَّوْنَ مِنكُمْ وَيَذَرُونَ أَزْوَٰجًا يَتَرَبَّصْنَ بِأَنفُسِهِنَّ أَرْبَعَةَ أَشْهُرٍ وَعَشْرًا ۖ فَإِذَا بَلَغْنَ أَجَلَهُنَّ فَلَا جُنَاحَ عَلَيْكُمْ فِيمَا فَعَلْنَ فِىٓ أَنفُسِهِنَّ بِٱلْمَعْرُوفِ ۗ وَٱللَّهُ بِمَا تَعْمَلُونَ خَبِيرٌ٢٣٤
Waallatheena yutawaffawna minkum wayatharoona azwajan yatarabbasna bianfusihinna arbaʿata ashhurin waʿashran faitha balaghna ajalahunna fala junaha ʿalaykum feema faʿalna fee anfusihinna bialmaʿroofi waAllahu bima taʿmaloona khabeerun
En degenen van jullie die sterven en vrouwen achter laten, zij zullen vier maanden en tien dagen wachten, als zij de periode voltooid hebben, is er geen zonde voor jullie of hen om beschikbaar te zijn (voor het huwelijk) als dit op een rechtvaardige en eerbare manier gebeurd. En Allah is Welbewust van wat jullie doen.
-
وَلَا جُنَاحَ عَلَيْكُمْ فِيمَا عَرَّضْتُم بِهِۦ مِنْ خِطْبَةِ ٱلنِّسَآءِ أَوْ أَكْنَنتُمْ فِىٓ أَنفُسِكُمْ ۚ عَلِمَ ٱللَّهُ أَنَّكُمْ سَتَذْكُرُونَهُنَّ وَلَـٰكِن لَّا تُوَاعِدُوهُنَّ سِرًّا إِلَّآ أَن تَقُولُوا۟ قَوْلًا مَّعْرُوفًا ۚ وَلَا تَعْزِمُوا۟ عُقْدَةَ ٱلنِّكَاحِ حَتَّىٰ يَبْلُغَ ٱلْكِتَـٰبُ أَجَلَهُۥ ۚ وَٱعْلَمُوٓا۟ أَنَّ ٱللَّهَ يَعْلَمُ مَا فِىٓ أَنفُسِكُمْ فَٱحْذَرُوهُ ۚ وَٱعْلَمُوٓا۟ أَنَّ ٱللَّهَ غَفُورٌ حَلِيمٌ٢٣٥
Wala junaha ʿalaykum feema ʿarradtum bihi min khitbati alnnisai aw aknantum fee anfusikum ʿalima Allahu annakum satathkuroonahunna walakin la tuwaʿidoohunna sirran illa an taqooloo qawlan maʿroofan wala taʿzimoo ʿuqdata alnnikahi hatta yablugha alkitabu ajalahu waiʿlamoo anna Allaha yaʿlamu ma fee anfusikum faihtharoohu waiʿlamoo anna Allaha ghafoorun haleemun
En er is geen zonde voor jullie als jullie naar een verloving verwijzen of het in jullie zelf verbergen, Allah weet dat jullie aan hen zullen denken, maar sluit niet in het geheim een contract met hen af, behalve als je op een eerbare manier volgens de Islamitische wet spreekt, en consumeer het huwelijk niet voordat de voorgeschreven periode verstreken is. En weet dat Allah weet wat in jullie gedachten is, vrees Hem dus. En weet dat Allah de Vaak-vergevende, de Genadevolle is.
-
لَّا جُنَاحَ عَلَيْكُمْ إِن طَلَّقْتُمُ ٱلنِّسَآءَ مَا لَمْ تَمَسُّوهُنَّ أَوْ تَفْرِضُوا۟ لَهُنَّ فَرِيضَةً ۚ وَمَتِّعُوهُنَّ عَلَى ٱلْمُوسِعِ قَدَرُهُۥ وَعَلَى ٱلْمُقْتِرِ قَدَرُهُۥ مَتَـٰعًۢا بِٱلْمَعْرُوفِ ۖ حَقًّا عَلَى ٱلْمُحْسِنِينَ٢٣٦
La junaha ʿalaykum in tallaqtumu alnnisaa ma lam tamassoohunna aw tafridoo lahunna fareedatan wamattiʿoohunna ʿala almoosiʿi qadaruhu waʿala almuqtiri qadaruhu mataʿan bialmaʿroofi haqqan ʿala almuhsineena
Er is geen zonde voor jullie als jullie van vrouwen scheiden, voordat jullie ze hebben aangeraakt noch voordat hun bruidsschat bepaald is. Maar geef hen, de rijken volgens hun vermogen en de armen volgens hun vermogen, een redelijke gift is verplicht voor de weldoeners.
-
وَإِن طَلَّقْتُمُوهُنَّ مِن قَبْلِ أَن تَمَسُّوهُنَّ وَقَدْ فَرَضْتُمْ لَهُنَّ فَرِيضَةً فَنِصْفُ مَا فَرَضْتُمْ إِلَّآ أَن يَعْفُونَ أَوْ يَعْفُوَا۟ ٱلَّذِى بِيَدِهِۦ عُقْدَةُ ٱلنِّكَاحِ ۚ وَأَن تَعْفُوٓا۟ أَقْرَبُ لِلتَّقْوَىٰ ۚ وَلَا تَنسَوُا۟ ٱلْفَضْلَ بَيْنَكُمْ ۚ إِنَّ ٱللَّهَ بِمَا تَعْمَلُونَ بَصِيرٌ٢٣٧
Wain tallaqtumoohunna min qabli an tamassoohunna waqad faradtum lahunna fareedatan fanisfu ma faradtum illa an yaʿfoona aw yaʿfuwa allathee biyadihi ʿuqdatu alnnikahi waan taʿfoo aqrabu lilttaqwa wala tansawoo alfadla baynakum inna Allaha bima taʿmaloona baseerun
En als jullie hen scheiden voordat jullie hen hebben aangeraakt en jullie de bruidsschat hebben bepaald, betaal daar de helft van tenzij zij besluiten om daarvan af te zien of hij in wiens handen de huwelijksband ligt, besluit om daarvan af te zien en haar de hele mahr te betalen. En er van af zien en haar de hele bepaalde bruidsschat te betalen, is dichter bij vroomheid. En vergeet niet de vrijgevigheid tussen elkaar. Waarlijk, Allah is de Alziende van wat jullie doen.
-
حَـٰفِظُوا۟ عَلَى ٱلصَّلَوَٰتِ وَٱلصَّلَوٰةِ ٱلْوُسْطَىٰ وَقُومُوا۟ لِلَّهِ قَـٰنِتِينَ٢٣٨
Hafithoo ʿala alssalawati waalssalati alwusta waqoomoo lillahi qaniteena
Behoed nauw de gebeden en speciaal het middelste gebed. En sta in gehoorzaamheid voor Allah.
-
فَإِنْ خِفْتُمْ فَرِجَالًا أَوْ رُكْبَانًا ۖ فَإِذَآ أَمِنتُمْ فَٱذْكُرُوا۟ ٱللَّهَ كَمَا عَلَّمَكُم مَّا لَمْ تَكُونُوا۟ تَعْلَمُونَ٢٣٩
Fain khiftum farijalan aw rukbanan faitha amintum faothkuroo Allaha kama ʿallamakum ma lam takoonoo taʿlamoona
En als jullie voor een (vijand) vrezen, bid te voet of rijdend. En als jullie weer in veiligheid verkeren verricht het gebed op de manier zoals Hij jullie dat geleerd heeft wat jullie niet wisten.
-
وَٱلَّذِينَ يُتَوَفَّوْنَ مِنكُمْ وَيَذَرُونَ أَزْوَٰجًا وَصِيَّةً لِّأَزْوَٰجِهِم مَّتَـٰعًا إِلَى ٱلْحَوْلِ غَيْرَ إِخْرَاجٍ ۚ فَإِنْ خَرَجْنَ فَلَا جُنَاحَ عَلَيْكُمْ فِى مَا فَعَلْنَ فِىٓ أَنفُسِهِنَّ مِن مَّعْرُوفٍ ۗ وَٱللَّهُ عَزِيزٌ حَكِيمٌ٢٤٠
Waallatheena yutawaffawna minkum wayatharoona azwajan wasiyyatan liazwajihim mataʿan ila alhawli ghayra ikhrajin fain kharajna fala junaha ʿalaykum fee ma faʿalna fee anfusihinna min maʿroofin waAllahu ʿazeezun hakeemun
En degenen onder jullie die sterven en vrouwen nalaten moeten voor hun vrouwen een onderhoud van een jaar vermaken en hen huisvesten zonder hen uit het huis te zetten, maar als zij weggaan, is er geen zonde voor jullie want dat doen zij zelf, mits het eerbaar is. En Allah is de Almachtige, de Alwijze.
-
وَلِلْمُطَلَّقَـٰتِ مَتَـٰعٌۢ بِٱلْمَعْرُوفِ ۖ حَقًّا عَلَى ٱلْمُتَّقِينَ٢٤١
Walilmutallaqati mataʿun bialmaʿroofi haqqan ʿala almuttaqeena
En voor de gescheiden vrouwen (moet) redelijk onderhoud (verzorgd worden). Dit is een plicht voor godvrezenden.
-
كَذَٰلِكَ يُبَيِّنُ ٱللَّهُ لَكُمْ ءَايَـٰتِهِۦ لَعَلَّكُمْ تَعْقِلُونَ٢٤٢
Kathalika yubayyinu Allahu lakum ayatihi laʿallakum taʿqiloona
Allah maakt dus Zijn wetten voor jullie duidelijk om jullie het te laten begrijpen.
-
۞ أَلَمْ تَرَ إِلَى ٱلَّذِينَ خَرَجُوا۟ مِن دِيَـٰرِهِمْ وَهُمْ أُلُوفٌ حَذَرَ ٱلْمَوْتِ فَقَالَ لَهُمُ ٱللَّهُ مُوتُوا۟ ثُمَّ أَحْيَـٰهُمْ ۚ إِنَّ ٱللَّهَ لَذُو فَضْلٍ عَلَى ٱلنَّاسِ وَلَـٰكِنَّ أَكْثَرَ ٱلنَّاسِ لَا يَشْكُرُونَ٢٤٣
Alam tara ila allatheena kharajoo min diyarihim wahum oloofun hathara almawti faqala lahumu Allahu mootoo thumma ahyahum inna Allaha lathoo fadlin ʿala alnnasi walakinna akthara alnnasi la yashkuroona
Heb jij niet gedacht over degenen die uit hun huizen wegetrokken zijn met duizenden tegelijk, de dood vrezend? Allah zei tegen hen: “Sterf”. En toen bracht Hij hen weer tot leven. Waarlijk, Allah is vol gaven voor de mensheid, maar de meeste mensen bedanken niet.
-
وَقَـٰتِلُوا۟ فِى سَبِيلِ ٱللَّهِ وَٱعْلَمُوٓا۟ أَنَّ ٱللَّهَ سَمِيعٌ عَلِيمٌ٢٤٤
Waqatiloo fee sabeeli Allahi waiʿlamoo anna Allaha sameeʿun ʿaleemun
En vecht op het pad van Allah en weet dat Allah de Alhorende, de Alwetende is.
-
مَّن ذَا ٱلَّذِى يُقْرِضُ ٱللَّهَ قَرْضًا حَسَنًا فَيُضَـٰعِفَهُۥ لَهُۥٓ أَضْعَافًا كَثِيرَةً ۚ وَٱللَّهُ يَقْبِضُ وَيَبْصُۜطُ وَإِلَيْهِ تُرْجَعُونَ٢٤٥
Man tha allathee yuqridu Allaha qardan hasanan fayudaʿifahu lahu adʿafan katheeratan waAllahu yaqbidu wayabsutu wailayhi turjaʿoona
Wie is degene die aan Allah een goede lening leent (goede daden zoals uitgeven op de weg van Allah), zodat Hij hem het in veelvoud terug zal geven. En het is Allah die vermindert of vermeerdert, en tot Hem zullen jullie terugkeren.
-
أَلَمْ تَرَ إِلَى ٱلْمَلَإِ مِنۢ بَنِىٓ إِسْرَٰٓءِيلَ مِنۢ بَعْدِ مُوسَىٰٓ إِذْ قَالُوا۟ لِنَبِىٍّ لَّهُمُ ٱبْعَثْ لَنَا مَلِكًا نُّقَـٰتِلْ فِى سَبِيلِ ٱللَّهِ ۖ قَالَ هَلْ عَسَيْتُمْ إِن كُتِبَ عَلَيْكُمُ ٱلْقِتَالُ أَلَّا تُقَـٰتِلُوا۟ ۖ قَالُوا۟ وَمَا لَنَآ أَلَّا نُقَـٰتِلَ فِى سَبِيلِ ٱللَّهِ وَقَدْ أُخْرِجْنَا مِن دِيَـٰرِنَا وَأَبْنَآئِنَا ۖ فَلَمَّا كُتِبَ عَلَيْهِمُ ٱلْقِتَالُ تَوَلَّوْا۟ إِلَّا قَلِيلًا مِّنْهُمْ ۗ وَٱللَّهُ عَلِيمٌۢ بِٱلظَّـٰلِمِينَ٢٤٦
Alam tara ila almalai min banee israeela min baʿdi moosa ith qaloo linabiyyin lahumu ibʿath lana malikan nuqatil fee sabeeli Allahi qala hal ʿasaytum in kutiba ʿalaykumu alqitalu alla tuqatiloo qaloo wama lana alla nuqatila fee sabeeli Allahi waqad okhrijna min diyarina waabnaina falamma kutiba ʿalayhimu alqitalu tawallaw illa qaleelan minhum waAllahu ʿaleemun bialththalimeena
Hebben jullie niet gedacht aan de groep van de Kinderen van Israël na Moesa? Toen zij tegen een profeet van hen zeiden: “Wijs voor ons een koning aan en wij zullen op het pad van Allah strijden.” Hij zei: “Zullen jullie je dan van het strijden afhouden, als het strijden jullie voorgeschreven is?” Zij zeiden: “Waarom zullen wij niet op het pad van Allah strijden als wij uit onze huizen zijn verdreven en van onze kinderen?” Maar toen het strijden hen geboden was, keerden zij zich ervan af, allen behalve een paar van hen. En Allah is zich goed bewust van de onrechtvaardigen.
-
وَقَالَ لَهُمْ نَبِيُّهُمْ إِنَّ ٱللَّهَ قَدْ بَعَثَ لَكُمْ طَالُوتَ مَلِكًا ۚ قَالُوٓا۟ أَنَّىٰ يَكُونُ لَهُ ٱلْمُلْكُ عَلَيْنَا وَنَحْنُ أَحَقُّ بِٱلْمُلْكِ مِنْهُ وَلَمْ يُؤْتَ سَعَةً مِّنَ ٱلْمَالِ ۚ قَالَ إِنَّ ٱللَّهَ ٱصْطَفَىٰهُ عَلَيْكُمْ وَزَادَهُۥ بَسْطَةً فِى ٱلْعِلْمِ وَٱلْجِسْمِ ۖ وَٱللَّهُ يُؤْتِى مُلْكَهُۥ مَن يَشَآءُ ۚ وَٱللَّهُ وَٰسِعٌ عَلِيمٌ٢٤٧
Waqala lahum nabiyyuhum inna Allaha qad baʿatha lakum taloota malikan qaloo anna yakoonu lahu almulku ʿalayna wanahnu ahaqqu bialmulki minhu walam yuta saʿatan mina almali qala inna Allaha istafahu ʿalaykum wazadahu bastatan fee alʿilmi waaljismi waAllahu yutee mulkahu man yashao waAllahu wasiʿun ʿaleemun
En hun profeet zei tegen hen: “Waarlijk Allah heeft Taloet voor jullie als koning aangewezen.” Zij zeiden: “Hoe kan hij een koning voor ons zijn als wij beter voor het koningsschap geschikt zijn dan hij en hem is niet genoeg weelde gegeven.” Hij zei: “Waarlijk, Allah heeft hem boven jullie uitverkoren en heeft hem overvloedig in kennis en lichaamskracht laten toenemen. En Allah geeft Zijn koningschap aan wie Hij wil. En Allah is wel voldoende voor de noden van Zijn schepselen, de Alwetende.
-
وَقَالَ لَهُمْ نَبِيُّهُمْ إِنَّ ءَايَةَ مُلْكِهِۦٓ أَن يَأْتِيَكُمُ ٱلتَّابُوتُ فِيهِ سَكِينَةٌ مِّن رَّبِّكُمْ وَبَقِيَّةٌ مِّمَّا تَرَكَ ءَالُ مُوسَىٰ وَءَالُ هَـٰرُونَ تَحْمِلُهُ ٱلْمَلَـٰٓئِكَةُ ۚ إِنَّ فِى ذَٰلِكَ لَـَٔايَةً لَّكُمْ إِن كُنتُم مُّؤْمِنِينَ٢٤٨
Waqala lahum nabiyyuhum inna ayata mulkihi an yatiyakumu alttabootu feehi sakeenatun min rabbikum wabaqiyyatun mimma taraka alu moosa waalu haroona tahmiluhu almalaikatu inna fee thalika laayatan lakum in kuntum mumineena
En hun profeet zei tegen hen: “Waarlijk! Het teken van Zijn koningsschap is dat er tot jullie de ark des verbonds komt, waarin vrede en zekerheid is van jullie Heer en een overblijfsel van wat Moesa en Haaroen achter is gelaten, gedragen door engelen. Waarlijk, dit is een teken voor jullie die waarlijk gelovigen zijn.
-
فَلَمَّا فَصَلَ طَالُوتُ بِٱلْجُنُودِ قَالَ إِنَّ ٱللَّهَ مُبْتَلِيكُم بِنَهَرٍ فَمَن شَرِبَ مِنْهُ فَلَيْسَ مِنِّى وَمَن لَّمْ يَطْعَمْهُ فَإِنَّهُۥ مِنِّىٓ إِلَّا مَنِ ٱغْتَرَفَ غُرْفَةًۢ بِيَدِهِۦ ۚ فَشَرِبُوا۟ مِنْهُ إِلَّا قَلِيلًا مِّنْهُمْ ۚ فَلَمَّا جَاوَزَهُۥ هُوَ وَٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ مَعَهُۥ قَالُوا۟ لَا طَاقَةَ لَنَا ٱلْيَوْمَ بِجَالُوتَ وَجُنُودِهِۦ ۚ قَالَ ٱلَّذِينَ يَظُنُّونَ أَنَّهُم مُّلَـٰقُوا۟ ٱللَّهِ كَم مِّن فِئَةٍ قَلِيلَةٍ غَلَبَتْ فِئَةً كَثِيرَةًۢ بِإِذْنِ ٱللَّهِ ۗ وَٱللَّهُ مَعَ ٱلصَّـٰبِرِينَ٢٤٩
Falamma fasala talootu bialjunoodi qala inna Allaha mubtaleekum binaharin faman shariba minhu falaysa minnee waman lam yatʿamhu fainnahu minnee illa mani ightarafa ghurfatan biyadihi fashariboo minhu illa qaleelan minhum falamma jawazahu huwa waallatheena amanoo maʿahu qaloo la taqata lana alyawma bijaloota wajunoodihi qala allatheena yathunnoona annahum mulaqoo Allahi kam min fiatin qaleelatin ghalabat fiatan katheeratan biithni Allahi waAllahu maʿa alssabireena
Toen Taloet met zijn leger optrok, zei hij: “Waarlijk! Allah zal jullie bij een rivier beproeven. Wie daarvan drinkt, behoort niet tot mij en wie daarvan niet proeft, behoort tot mij, behalve degene die daarvan neemt in de holte van zijn hand.” Maar toch dronken zij daarvan, behalve een paar van hen. Dus toen hij het (de rivier) was overgestoken, hij en degenen die hem geloofden, zeiden zij: “Deze dag hebben wij geen macht tegen Djaloet en de zijnen.” Maar degenen die met zekerheid wisten dat zij hun Heer zouden ontmoeten, zeiden: “Hoe vaak heeft een kleine groep al een machtig leger verslagen met Allah Zijn hulp?” En Allah staat aan de kant van de geduldigen (want Zijn hulp komt samen met geduld).
-
وَلَمَّا بَرَزُوا۟ لِجَالُوتَ وَجُنُودِهِۦ قَالُوا۟ رَبَّنَآ أَفْرِغْ عَلَيْنَا صَبْرًا وَثَبِّتْ أَقْدَامَنَا وَٱنصُرْنَا عَلَى ٱلْقَوْمِ ٱلْكَـٰفِرِينَ٢٥٠
Walamma barazoo lijaloota wajunoodihi qaloo rabbana afrigh ʿalayna sabran wathabbit aqdamana waonsurna ʿala alqawmi alkafireena
En toen zij naderden om Djaloet met zijn leger te ontmoeten, riepen zij: “Onze Heer! Geef ons geduld en maak ons de overwinnaars over de ongelovige mensen.”
-
فَهَزَمُوهُم بِإِذْنِ ٱللَّهِ وَقَتَلَ دَاوُۥدُ جَالُوتَ وَءَاتَىٰهُ ٱللَّهُ ٱلْمُلْكَ وَٱلْحِكْمَةَ وَعَلَّمَهُۥ مِمَّا يَشَآءُ ۗ وَلَوْلَا دَفْعُ ٱللَّهِ ٱلنَّاسَ بَعْضَهُم بِبَعْضٍ لَّفَسَدَتِ ٱلْأَرْضُ وَلَـٰكِنَّ ٱللَّهَ ذُو فَضْلٍ عَلَى ٱلْعَـٰلَمِينَ٢٥١
Fahazamoohum biithni Allahi waqatala dawoodu jaloota waatahu Allahu almulka waalhikmata waʿallamahu mimma yashao walawla dafʿu Allahi alnnasa baʿdahum bibaʿdin lafasadati alardu walakinna Allaha thoo fadlin ʿala alʿalameena
Dus versloegen zij hen met Allah Zijn hulp en Dawoed doodde Djaloet en Allah gaf hem het koninkrijk en wijsheid en onderwees hem in wat Hij wilde. En als Allah niet een groep mensen door middel van een ander controleert, zal de aarde waarlijk vol ellende zijn. Maar Allah is vol Gave is de bezitter van gunsten voor de wereldwezens.
-
تِلْكَ ءَايَـٰتُ ٱللَّهِ نَتْلُوهَا عَلَيْكَ بِٱلْحَقِّ ۚ وَإِنَّكَ لَمِنَ ٱلْمُرْسَلِينَ٢٥٢
Tilka ayatu Allahi natlooha ʿalayka bialhaqqi wainnaka lamina almursaleena
Dit zijn de verzen van Allah, Wij reciteren het aan jou met waarheid en waarlijk, jij bent één van de boodschappers.
-
۞ تِلْكَ ٱلرُّسُلُ فَضَّلْنَا بَعْضَهُمْ عَلَىٰ بَعْضٍ ۘ مِّنْهُم مَّن كَلَّمَ ٱللَّهُ ۖ وَرَفَعَ بَعْضَهُمْ دَرَجَـٰتٍ ۚ وَءَاتَيْنَا عِيسَى ٱبْنَ مَرْيَمَ ٱلْبَيِّنَـٰتِ وَأَيَّدْنَـٰهُ بِرُوحِ ٱلْقُدُسِ ۗ وَلَوْ شَآءَ ٱللَّهُ مَا ٱقْتَتَلَ ٱلَّذِينَ مِنۢ بَعْدِهِم مِّنۢ بَعْدِ مَا جَآءَتْهُمُ ٱلْبَيِّنَـٰتُ وَلَـٰكِنِ ٱخْتَلَفُوا۟ فَمِنْهُم مَّنْ ءَامَنَ وَمِنْهُم مَّن كَفَرَ ۚ وَلَوْ شَآءَ ٱللَّهُ مَا ٱقْتَتَلُوا۟ وَلَـٰكِنَّ ٱللَّهَ يَفْعَلُ مَا يُرِيدُ٢٥٣
Tilka alrrusulu faddalna baʿdahum ʿala baʿdin minhum man kallama Allahu warafaʿa baʿdahum darajatin waatayna ʿeesa ibna maryama albayyinati waayyadnahu biroohi alqudusi walaw shaa Allahu ma iqtatala allatheena min baʿdihim min baʿdi ma jaathumu albayyinatu walakini ikhtalafoo faminhum man amana waminhum man kafara walaw shaa Allahu ma iqtataloo walakinna Allaha yafʿalu ma yureedu
Dat zijn de Boodschappers! Wij hebben sommigen van hun boven de anderen uitverkoren; tegen sommigen van hen heeft Allah gesproken; anderen heeft Hij in graden verheven; en aan Isa, de zoon van Maryam hebben Wij duidelijke bewijzen gegeven, en hem met de geest der heiligheid ondersteund de heilige geest; hiermee wordt de engel Gabriel bedoel die Allah naar elke profeet gestuurd heeft met de openbaring. En als Allah het gewild had, dan hadden opeenvolgende generaties niet met elkaar gevochten nadat de duidelijke verzen van Allah tot hen gekomen waren, maar zij verschillen van mening – sommigen van hen geloven en anderen geloven niet. Als Allah het gewild had dan hadden zij niet tegen elkaar gevochten, maar Allah doet wat Hij wil.
-
يَـٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوٓا۟ أَنفِقُوا۟ مِمَّا رَزَقْنَـٰكُم مِّن قَبْلِ أَن يَأْتِىَ يَوْمٌ لَّا بَيْعٌ فِيهِ وَلَا خُلَّةٌ وَلَا شَفَـٰعَةٌ ۗ وَٱلْكَـٰفِرُونَ هُمُ ٱلظَّـٰلِمُونَ٢٥٤
Ya ayyuha allatheena amanoo anfiqoo mimma razaqnakum min qabli an yatiya yawmun la bayʿun feehi wala khullatun wala shafaʿatun waalkafiroona humu alththalimoona
O jullie die geloven! Geef bijdragen waarmee Wij jullie voorzien hebben, want er zal een dag aanbreken waarin geen onderhandeling, geen vriendschap of bemiddeling zal zijn. En het zijn de ongelovigen die onrechtvaardig zijn.
-
ٱللَّهُ لَآ إِلَـٰهَ إِلَّا هُوَ ٱلْحَىُّ ٱلْقَيُّومُ ۚ لَا تَأْخُذُهُۥ سِنَةٌ وَلَا نَوْمٌ ۚ لَّهُۥ مَا فِى ٱلسَّمَـٰوَٰتِ وَمَا فِى ٱلْأَرْضِ ۗ مَن ذَا ٱلَّذِى يَشْفَعُ عِندَهُۥٓ إِلَّا بِإِذْنِهِۦ ۚ يَعْلَمُ مَا بَيْنَ أَيْدِيهِمْ وَمَا خَلْفَهُمْ ۖ وَلَا يُحِيطُونَ بِشَىْءٍ مِّنْ عِلْمِهِۦٓ إِلَّا بِمَا شَآءَ ۚ وَسِعَ كُرْسِيُّهُ ٱلسَّمَـٰوَٰتِ وَٱلْأَرْضَ ۖ وَلَا يَـُٔودُهُۥ حِفْظُهُمَا ۚ وَهُوَ ٱلْعَلِىُّ ٱلْعَظِيمُ٢٥٥
Allahu la ilaha illa huwa alhayyu alqayyoomu la takhuthuhu sinatun wala nawmun lahu ma fee alssamawati wama fee alardi man tha allathee yashfaʿu ʿindahu illa biithnihi yaʿlamu ma bayna aydeehim wama khalfahum wala yuheetoona bishayin min ʿilmihi illa bima shaa wasiʿa kursiyyuhu alssamawati waalarda wala yaooduhu hifthuhuma wahuwa alʿaliyyu alʿatheemu
Allah! Er is geen godheid dan Hij (die het recht heeft aanbeden te worden), de eeuwig Levende, de Zelfstandige. Sluimer noch slaap overmant Hem. Hij is de Bezitter van de hemelen en de aarde, en al wat er zich in bevindt. Wie kan bij Hem bemiddelen zonder Zijn toestemming? Hij is niet alleen op de hoogte van hun openlijke daden maar ook van hun stiekem gedrag. Zij kunnen niets van Zijn kennis onthullen, tenzij Hij dat wil. Zijn troon strekt zich uit (ver) over de hemelen en de aarde, (maar) het waken hierover vermoeit Hem helemaal niet. Hij is de meest Verhevene, de Almachtige.
-
لَآ إِكْرَاهَ فِى ٱلدِّينِ ۖ قَد تَّبَيَّنَ ٱلرُّشْدُ مِنَ ٱلْغَىِّ ۚ فَمَن يَكْفُرْ بِٱلطَّـٰغُوتِ وَيُؤْمِنۢ بِٱللَّهِ فَقَدِ ٱسْتَمْسَكَ بِٱلْعُرْوَةِ ٱلْوُثْقَىٰ لَا ٱنفِصَامَ لَهَا ۗ وَٱللَّهُ سَمِيعٌ عَلِيمٌ٢٥٦
La ikraha fee alddeeni qad tabayyana alrrushdu mina alghayyi faman yakfur bialttaghooti wayumin biAllahi faqadi istamsaka bialʿurwati alwuthqa la infisama laha waAllahu sameeʿun ʿaleemun
Er is geen dwang in de godsdienst. Waarlijk, het rechte pad is duidelijk te onderscheiden van het pad dat doet afdwalen. Iedereen die niet in afgoden gelooft, en in Allah gelooft heeft het waardevolste handvat gegrepen dat nooit zal afbreken. En Allah is de Alhorende, de Alwetende.
-
ٱللَّهُ وَلِىُّ ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ يُخْرِجُهُم مِّنَ ٱلظُّلُمَـٰتِ إِلَى ٱلنُّورِ ۖ وَٱلَّذِينَ كَفَرُوٓا۟ أَوْلِيَآؤُهُمُ ٱلطَّـٰغُوتُ يُخْرِجُونَهُم مِّنَ ٱلنُّورِ إِلَى ٱلظُّلُمَـٰتِ ۗ أُو۟لَـٰٓئِكَ أَصْحَـٰبُ ٱلنَّارِ ۖ هُمْ فِيهَا خَـٰلِدُونَ٢٥٧
Allahu waliyyu allatheena amanoo yukhrijuhum mina alththulumati ila alnnoori waallatheena kafaroo awliyaohumu alttaghootu yukhrijoonahum mina alnnoori ila alththulumati olaika ashabu alnnari hum feeha khalidoona
Allah is de behoeder van degenen die geloven. Hij brengt hen uit de duisternis naar het licht. (En voor) de ongelovigen zijn er bondgenoten van de taaghoet. Zij leiden hen van het licht naar de duisternis (zoals de joden die Mohammed niet erkenden). Zij zijn de bewoners van het hellevuur, waarin zij eeuwig en altijd zullen verblijven.
-
أَلَمْ تَرَ إِلَى ٱلَّذِى حَآجَّ إِبْرَٰهِـۧمَ فِى رَبِّهِۦٓ أَنْ ءَاتَىٰهُ ٱللَّهُ ٱلْمُلْكَ إِذْ قَالَ إِبْرَٰهِـۧمُ رَبِّىَ ٱلَّذِى يُحْىِۦ وَيُمِيتُ قَالَ أَنَا۠ أُحْىِۦ وَأُمِيتُ ۖ قَالَ إِبْرَٰهِـۧمُ فَإِنَّ ٱللَّهَ يَأْتِى بِٱلشَّمْسِ مِنَ ٱلْمَشْرِقِ فَأْتِ بِهَا مِنَ ٱلْمَغْرِبِ فَبُهِتَ ٱلَّذِى كَفَرَ ۗ وَٱللَّهُ لَا يَهْدِى ٱلْقَوْمَ ٱلظَّـٰلِمِينَ٢٥٨
Alam tara ila allathee hajja ibraheema fee rabbihi an atahu Allahu almulka ith qala ibraheemu rabbiya allathee yuhyee wayumeetu qala ana ohyee waomeetu qala ibraheemu fainna Allaha yatee bialshshamsi mina almashriqi fati biha mina almaghribi fabuhita allathee kafara waAllahu la yahdee alqawma alththalimeena
Hebt u niet nagedacht over degene die met Ibraahiem redetwistte over zijn Heer, omdat Allah hem het koninkrijk gegeven had? Toen Ibraahiem tegen hem zei: “Mijn Heer is Degene Die het leven geeft en de dood veroorzaakt.” Hij zei: “Ik geef het leven en veroorzaak de dood.” Ibraahiem zei: “Waarlijk! Allah laat de zon in het oosten opkomen, laat u hem dan van het westen opkomen.” De ongelovige werd zo dus verpletterend verslagen. En Allah leidt niet de mensen die onrechtvaardig zijn.
-
أَوْ كَٱلَّذِى مَرَّ عَلَىٰ قَرْيَةٍ وَهِىَ خَاوِيَةٌ عَلَىٰ عُرُوشِهَا قَالَ أَنَّىٰ يُحْىِۦ هَـٰذِهِ ٱللَّهُ بَعْدَ مَوْتِهَا ۖ فَأَمَاتَهُ ٱللَّهُ مِا۟ئَةَ عَامٍ ثُمَّ بَعَثَهُۥ ۖ قَالَ كَمْ لَبِثْتَ ۖ قَالَ لَبِثْتُ يَوْمًا أَوْ بَعْضَ يَوْمٍ ۖ قَالَ بَل لَّبِثْتَ مِا۟ئَةَ عَامٍ فَٱنظُرْ إِلَىٰ طَعَامِكَ وَشَرَابِكَ لَمْ يَتَسَنَّهْ ۖ وَٱنظُرْ إِلَىٰ حِمَارِكَ وَلِنَجْعَلَكَ ءَايَةً لِّلنَّاسِ ۖ وَٱنظُرْ إِلَى ٱلْعِظَامِ كَيْفَ نُنشِزُهَا ثُمَّ نَكْسُوهَا لَحْمًا ۚ فَلَمَّا تَبَيَّنَ لَهُۥ قَالَ أَعْلَمُ أَنَّ ٱللَّهَ عَلَىٰ كُلِّ شَىْءٍ قَدِيرٌ٢٥٩
Aw kaallathee marra ʿala qaryatin wahiya khawiyatun ʿala ʿurooshiha qala anna yuhyee hathihi Allahu baʿda mawtiha faamatahu Allahu miata ʿamin thumma baʿathahu qala kam labithta qala labithtu yawman aw baʿda yawmin qala bal labithta miata ʿamin faonthur ila taʿamika washarabika lam yatasannah waonthur ila himarika walinajʿalaka ayatan lilnnasi waonthur ila alʿithami kayfa nunshizuha thumma naksooha lahman falamma tabayyana lahu qala aʿlamu anna Allaha ʿala kulli shayin qadeerun
Of (gedenk) degene die langs een (verlaten) stad kwam die volledig uit ruïnes bestond. Hij zei: “Oh! Hoe zal Allah (deze stad) doen herleven na haar dood?” Daarop liet Allah hem sterven voor honderd jaar, waarna Hij hem deed herleven. Vervolgens vroeg de engel hem: “Hoe lang heb je hier doorgebracht?” Hij antwoordde: “Misschien was ik hier een dag of een deel van de dag.” Hij zei: “Wel nee, jij hebt hier honderd jaar doorgebracht. Kijk (maar) naar je eten en drinken (nl. een mand vijgen en wat druivensap) – (en toch) zijn ze (na een volle eeuw) niet bedorven (noch van kleur veranderd). En kijk naar je ezel (waarvan enkel nog het geraamte rest, een duidelijk bewijs van het wonder) en zo hebben Wij van jou een teken (van de heropstanding) gemaakt voor de mensen. Kijk naar de beenderen (van jouw ezel), hoe Wij ze (terug) samenbrengen en met vlees bedekken.” Zodra hem alles duidelijk werd, zei hij: “(Nu) ben ik vast en zeker overtuigd dat Allah tot alle dingen in staat is.”
-
وَإِذْ قَالَ إِبْرَٰهِـۧمُ رَبِّ أَرِنِى كَيْفَ تُحْىِ ٱلْمَوْتَىٰ ۖ قَالَ أَوَلَمْ تُؤْمِن ۖ قَالَ بَلَىٰ وَلَـٰكِن لِّيَطْمَئِنَّ قَلْبِى ۖ قَالَ فَخُذْ أَرْبَعَةً مِّنَ ٱلطَّيْرِ فَصُرْهُنَّ إِلَيْكَ ثُمَّ ٱجْعَلْ عَلَىٰ كُلِّ جَبَلٍ مِّنْهُنَّ جُزْءًا ثُمَّ ٱدْعُهُنَّ يَأْتِينَكَ سَعْيًا ۚ وَٱعْلَمْ أَنَّ ٱللَّهَ عَزِيزٌ حَكِيمٌ٢٦٠
Waith qala ibraheemu rabbi arinee kayfa tuhyee almawta qala awalam tumin qala bala walakin liyatmainna qalbee qala fakhuth arbaʿatan mina alttayri fasurhunna ilayka thumma ijʿal ʿala kulli jabalin minhunna juzan thumma odʿuhunna yateenaka saʿyan waiʿlam anna Allaha ʿazeezun hakeemun
En (gedenk) toen Ibraahiem (zonder argwaan of twijfels) zei: “Mijn Heer! Toon mij (in levenden lijve) hoe U de doden weer tot leven wekt.” Hij zei: “Geloof je dan niet (met je hart)?” Hij zei: “Zeker wel (want ik weet best dat U tot alles in staat bent), maar (ik vraag dit enkel) om sterker in mijn geloof te worden (en mijn hart rust in te boezemen).” Hij zei: “Neem vier (verschillende) vogels: slacht ze, snij (de dode vogels) in stukken, (haal ze door elkaar en maak er vier porties van). Verdeel hen vervolgens over (vier verschillende) bergen. Roep hen op (met de vogelkoppen in de hand), en (de verschillende stukken) zullen zich haasten en naar jou toekomen (om zich aan de kop te hechten en weer een volledige levende vogel te vormen). En weet dat Allah Almachtig is, Alwijs (aan wie niets of niemand kan tippen).
-
مَّثَلُ ٱلَّذِينَ يُنفِقُونَ أَمْوَٰلَهُمْ فِى سَبِيلِ ٱللَّهِ كَمَثَلِ حَبَّةٍ أَنۢبَتَتْ سَبْعَ سَنَابِلَ فِى كُلِّ سُنۢبُلَةٍ مِّا۟ئَةُ حَبَّةٍ ۗ وَٱللَّهُ يُضَـٰعِفُ لِمَن يَشَآءُ ۗ وَٱللَّهُ وَٰسِعٌ عَلِيمٌ٢٦١
Mathalu allatheena yunfiqoona amwalahum fee sabeeli Allahi kamathali habbatin anbatat sabʿa sanabila fee kulli sunbulatin miatu habbatin waAllahu yudaʿifu liman yashao waAllahu wasiʿun ʿaleemun
De gelijkenis van degenen die van zijn rijkdommen uitgeeft op het pad van Allah is als de gelijkenis van een graankorrel; het groeit in zeven aren en iedere aar heeft honderd korrels. Allah geeft het veelvoudige aan degenen waarover Hij tevreden is. En Allah is voldoende voor de noden van Zijn schepselen, Alwetend.
-
ٱلَّذِينَ يُنفِقُونَ أَمْوَٰلَهُمْ فِى سَبِيلِ ٱللَّهِ ثُمَّ لَا يُتْبِعُونَ مَآ أَنفَقُوا۟ مَنًّا وَلَآ أَذًى ۙ لَّهُمْ أَجْرُهُمْ عِندَ رَبِّهِمْ وَلَا خَوْفٌ عَلَيْهِمْ وَلَا هُمْ يَحْزَنُونَ٢٦٢
Allatheena yunfiqoona amwalahum fee sabeeli Allahi thumma la yutbiʿoona ma anfaqoo mannan wala athan lahum ajruhum ʿinda rabbihim wala khawfun ʿalayhim wala hum yahzanoona
Degenen die hun rijkdommen uitgeven voor Allah en hun giften niet laten opvolgen door de herinnering van hun vrijgevendheid of door kwetsuren, hun beloning is bij hun Heer. Zij zullen geen vrees hebben, noch zullen zij bedroefd zijn.
-
۞ قَوْلٌ مَّعْرُوفٌ وَمَغْفِرَةٌ خَيْرٌ مِّن صَدَقَةٍ يَتْبَعُهَآ أَذًى ۗ وَٱللَّهُ غَنِىٌّ حَلِيمٌ٢٦٣
Qawlun maʿroofun wamaghfiratun khayrun min sadaqatin yatbaʿuha athan waAllahu ghaniyyun haleemun
Vriendelijke woorden en de vergeving van zonden zijn beter dan een liefdadigheid die door kwetsen gevolgd wordt. En Allah is Rijk en Hij is de Verdraagzaamste.
-
يَـٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ لَا تُبْطِلُوا۟ صَدَقَـٰتِكُم بِٱلْمَنِّ وَٱلْأَذَىٰ كَٱلَّذِى يُنفِقُ مَالَهُۥ رِئَآءَ ٱلنَّاسِ وَلَا يُؤْمِنُ بِٱللَّهِ وَٱلْيَوْمِ ٱلْـَٔاخِرِ ۖ فَمَثَلُهُۥ كَمَثَلِ صَفْوَانٍ عَلَيْهِ تُرَابٌ فَأَصَابَهُۥ وَابِلٌ فَتَرَكَهُۥ صَلْدًا ۖ لَّا يَقْدِرُونَ عَلَىٰ شَىْءٍ مِّمَّا كَسَبُوا۟ ۗ وَٱللَّهُ لَا يَهْدِى ٱلْقَوْمَ ٱلْكَـٰفِرِينَ٢٦٤
Ya ayyuha allatheena amanoo la tubtiloo sadaqatikum bialmanni waalatha kaallathee yunfiqu malahu riaa alnnasi wala yuminu biAllahi waalyawmi alakhiri famathaluhu kamathali safwanin ʿalayhi turabun faasabahu wabilun fatarakahu saldan la yaqdiroona ʿala shayin mimma kasaboo waAllahu la yahdee alqawma alkafireena
O jullie die geloven. Overhandig niet in verwaandheid jullie liefdadigheid door jullie vrijgevendheid te gedenken of door te kwetsen, zoals degene die zijn weelde uitgeeft om door de mensen gezien te worden. En hij gelooft niet in Allah, noch in de laatste dag. Zijn gelijkenis is de gelijkenis van een gladde rots waar een beetje aarde op ligt, daarop valt een zware regenbui, die hem kaal achterlaat. Zij zijn niet in staat om iets te doen met wat zij verdiend hebben. En Allah leidt de ongelovige mensen niet.
-
وَمَثَلُ ٱلَّذِينَ يُنفِقُونَ أَمْوَٰلَهُمُ ٱبْتِغَآءَ مَرْضَاتِ ٱللَّهِ وَتَثْبِيتًا مِّنْ أَنفُسِهِمْ كَمَثَلِ جَنَّةٍۭ بِرَبْوَةٍ أَصَابَهَا وَابِلٌ فَـَٔاتَتْ أُكُلَهَا ضِعْفَيْنِ فَإِن لَّمْ يُصِبْهَا وَابِلٌ فَطَلٌّ ۗ وَٱللَّهُ بِمَا تَعْمَلُونَ بَصِيرٌ٢٦٥
Wamathalu allatheena yunfiqoona amwalahumu ibtighaa mardati Allahi watathbeetan min anfusihim kamathali jannatin birabwatin asabaha wabilun faatat okulaha diʿfayni fain lam yusibha wabilun fatallun waAllahu bima taʿmaloona baseerun
En de gelijkenis van degenen die hun welvaart besteden om Allah Zijn genoegen te zoeken, terwijl zij er van overtuigd zijn dat Allah hen zal belonen, is als de gelijkenis van een tuin op een hoogte, zware regen valt daarop en laat de oogst verdubbelen. En als het geen zware regen ontvangt, is lichte regen voldoende. En Allah is de Alziende (weet goed) wat jullie doen.
-
أَيَوَدُّ أَحَدُكُمْ أَن تَكُونَ لَهُۥ جَنَّةٌ مِّن نَّخِيلٍ وَأَعْنَابٍ تَجْرِى مِن تَحْتِهَا ٱلْأَنْهَـٰرُ لَهُۥ فِيهَا مِن كُلِّ ٱلثَّمَرَٰتِ وَأَصَابَهُ ٱلْكِبَرُ وَلَهُۥ ذُرِّيَّةٌ ضُعَفَآءُ فَأَصَابَهَآ إِعْصَارٌ فِيهِ نَارٌ فَٱحْتَرَقَتْ ۗ كَذَٰلِكَ يُبَيِّنُ ٱللَّهُ لَكُمُ ٱلْـَٔايَـٰتِ لَعَلَّكُمْ تَتَفَكَّرُونَ٢٦٦
Ayawaddu ahadukum an takoona lahu jannatun min nakheelin waaʿnabin tajree min tahtiha alanharu lahu feeha min kulli alththamarati waasabahu alkibaru walahu thurriyyatun duʿafao faasabaha iʿsarun feehi narun faihtaraqat kathalika yubayyinu Allahu lakumu alayati laʿallakum tatafakkaroona
Zou één van jullie wensen een tuin te bezitten met dadelpalmen en druivenstokken, met rivieren die daar onderdoor stromen, en met allerlei soorten fruit voor hem daarin, terwijl hij een hoge leeftijd heeft behaald en zijn kinderen zwak zijn, terwijl het dan door een hevige wervelwind wordt getroffen met daarin vuur1, zodat het verbrand. Zo maakt Allah Zijn tekenen duidelijk aan jullie zodat jullie moge nadenken!
Voetnoten
[1]sinds enkele jaren is het wetenschappelijk bewezen dat er wervelwinden bestaan met daarin vuur, hoe is het mogelijk dat de Koran hier ruim 1400 jaar geleden over spreekt? Omdat dit Boek werkelijk van de Schepper afkomstig is. -
يَـٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوٓا۟ أَنفِقُوا۟ مِن طَيِّبَـٰتِ مَا كَسَبْتُمْ وَمِمَّآ أَخْرَجْنَا لَكُم مِّنَ ٱلْأَرْضِ ۖ وَلَا تَيَمَّمُوا۟ ٱلْخَبِيثَ مِنْهُ تُنفِقُونَ وَلَسْتُم بِـَٔاخِذِيهِ إِلَّآ أَن تُغْمِضُوا۟ فِيهِ ۚ وَٱعْلَمُوٓا۟ أَنَّ ٱللَّهَ غَنِىٌّ حَمِيدٌ٢٦٧
Ya ayyuha allatheena amanoo anfiqoo min tayyibati ma kasabtum wamimma akhrajna lakum mina alardi wala tayammamoo alkhabeetha minhu tunfiqoona walastum biakhitheehi illa an tughmidoo feehi waiʿlamoo anna Allaha ghaniyyun hameedun
O jullie die geloven! Besteed van de goede dingen die jullie eerlijk verdiend hebben en van waar Wij jullie van de aarde hebben voorzien en neem jullie niet voor om van het slechte te besteden, (hoewel) jullie het niet accepteren behalve als jullie jullie ogen sluiten en het toestaan. En weet dat Allah rijk is en alle lofuitingen waard.
-
ٱلشَّيْطَـٰنُ يَعِدُكُمُ ٱلْفَقْرَ وَيَأْمُرُكُم بِٱلْفَحْشَآءِ ۖ وَٱللَّهُ يَعِدُكُم مَّغْفِرَةً مِّنْهُ وَفَضْلًا ۗ وَٱللَّهُ وَٰسِعٌ عَلِيمٌ٢٦٨
Alshshaytanu yaʿidukumu alfaqra wayamurukum bialfahshai waAllahu yaʿidukum maghfiratan minhu wafadlan waAllahu wasiʿun ʿaleemun
Sjaitaan bedreigt jullie met armoede (tijdens het geven van liefdadigheid) en spoort jullie aan tot onzedelijkheid (nl. gierigheid door de zakaat achter te houden) Terwijl Allah jullie (vanwege jullie uitgaven) vergeving belooft (voor jullie zonden), alsook overvloedige voorzieningen Zijnerzijds. En de overvloed en Allah is voldoende voor de noden van al Zijn schepselen, Alwetend.
-
يُؤْتِى ٱلْحِكْمَةَ مَن يَشَآءُ ۚ وَمَن يُؤْتَ ٱلْحِكْمَةَ فَقَدْ أُوتِىَ خَيْرًا كَثِيرًا ۗ وَمَا يَذَّكَّرُ إِلَّآ أُو۟لُوا۟ ٱلْأَلْبَـٰبِ٢٦٩
Yutee alhikmata man yashao waman yuta alhikmata faqad ootiya khayran katheeran wama yaththakkaru illa oloo alalbabi
Hij geeft wijsheid aan wie Hij wil en degene die de wijsheid heeft gekregen, heeft zeker een overvloedig goed gekregen. Maar niemand herinnert dan de mensen van begrip.
-
وَمَآ أَنفَقْتُم مِّن نَّفَقَةٍ أَوْ نَذَرْتُم مِّن نَّذْرٍ فَإِنَّ ٱللَّهَ يَعْلَمُهُۥ ۗ وَمَا لِلظَّـٰلِمِينَ مِنْ أَنصَارٍ٢٧٠
Wama anfaqtum min nafaqatin aw nathartum min nathrin fainna Allaha yaʿlamuhu wama lilththalimeena min ansarin
En alles wat jullie uitgeven of welke eed jullie ook afleggen, wees er zeker van dat Allah alles weet. En voor de onrechtvaardigen zijn geen helpers.
-
إِن تُبْدُوا۟ ٱلصَّدَقَـٰتِ فَنِعِمَّا هِىَ ۖ وَإِن تُخْفُوهَا وَتُؤْتُوهَا ٱلْفُقَرَآءَ فَهُوَ خَيْرٌ لَّكُمْ ۚ وَيُكَفِّرُ عَنكُم مِّن سَيِّـَٔاتِكُمْ ۗ وَٱللَّهُ بِمَا تَعْمَلُونَ خَبِيرٌ٢٧١
In tubdoo alssadaqati faniʿimma hiya wain tukhfooha watutooha alfuqaraa fahuwa khayrun lakum wayukaffiru ʿankum min sayyiatikum waAllahu bima taʿmaloona khabeerun
Als jullie het geven van liefdadigheid laten zien, is dat goed, maar als jullie het verbergen en het aan de armen geven, is dat beter voor jullie. (Allah) zal jullie wat van jullie zonden vergeven. En Allah is zich welbewust van wat jullie doen.
-
۞ لَّيْسَ عَلَيْكَ هُدَىٰهُمْ وَلَـٰكِنَّ ٱللَّهَ يَهْدِى مَن يَشَآءُ ۗ وَمَا تُنفِقُوا۟ مِنْ خَيْرٍ فَلِأَنفُسِكُمْ ۚ وَمَا تُنفِقُونَ إِلَّا ٱبْتِغَآءَ وَجْهِ ٱللَّهِ ۚ وَمَا تُنفِقُوا۟ مِنْ خَيْرٍ يُوَفَّ إِلَيْكُمْ وَأَنتُمْ لَا تُظْلَمُونَ٢٧٢
Laysa ʿalayka hudahum walakinna Allaha yahdee man yashao wama tunfiqoo min khayrin falianfusikum wama tunfiqoona illa ibtighaa wajhi Allahi wama tunfiqoo min khayrin yuwaffa ilaykum waantum la tuthlamoona
Niet aan jou is hun leiding, maar Allah leidt hen die Hij wil. En al het goede dat je besteedt is voor jezelf, als je het niet anders besteedt dan voor het zoeken van Allah Zijn goedkeuring. En al het goede dat je besteedt zal jullie volledig terugbetaald worden en jullie zal geen onrecht aangedaan worden.
-
لِلْفُقَرَآءِ ٱلَّذِينَ أُحْصِرُوا۟ فِى سَبِيلِ ٱللَّهِ لَا يَسْتَطِيعُونَ ضَرْبًا فِى ٱلْأَرْضِ يَحْسَبُهُمُ ٱلْجَاهِلُ أَغْنِيَآءَ مِنَ ٱلتَّعَفُّفِ تَعْرِفُهُم بِسِيمَـٰهُمْ لَا يَسْـَٔلُونَ ٱلنَّاسَ إِلْحَافًا ۗ وَمَا تُنفِقُوا۟ مِنْ خَيْرٍ فَإِنَّ ٱللَّهَ بِهِۦ عَلِيمٌ٢٧٣
Lilfuqarai allatheena ohsiroo fee sabeeli Allahi la yastateeʿoona darban fee alardi yahsabuhumu aljahilu aghniyaa mina alttaʿaffufi taʿrifuhum biseemahum la yasaloona alnnasa ilhafan wama tunfiqoo min khayrin fainna Allaha bihi ʿaleemun
(Liefdadigheid is) voor de armen, die op de weg van Allah zijn weerhouden en zich niet door het land kunnen bewegen. Degene die hen niet kent, denkt dat zij rijk zijn vanwege hun bescheidenheid. Jullie kunnen hen door hun tekenen kennen, zij bedelen helemaal niet bij de mensen. En al het goede dat jullie uitgeven, waarlijk Allah weet het goed.
-
ٱلَّذِينَ يُنفِقُونَ أَمْوَٰلَهُم بِٱلَّيْلِ وَٱلنَّهَارِ سِرًّا وَعَلَانِيَةً فَلَهُمْ أَجْرُهُمْ عِندَ رَبِّهِمْ وَلَا خَوْفٌ عَلَيْهِمْ وَلَا هُمْ يَحْزَنُونَ٢٧٤
Allatheena yunfiqoona amwalahum biallayli waalnnahari sirran waʿalaniyatan falahum ajruhum ʿinda rabbihim wala khawfun ʿalayhim wala hum yahzanoona
Degenen die hun rijkdom uitgeven ’s nachts en overdag, in het geheim en in het openbaar, hebben hun beloning bij hun Heer. Voor hen zal er geen vrees zijn, noch zullen zij bedroefd zijn.
-
ٱلَّذِينَ يَأْكُلُونَ ٱلرِّبَوٰا۟ لَا يَقُومُونَ إِلَّا كَمَا يَقُومُ ٱلَّذِى يَتَخَبَّطُهُ ٱلشَّيْطَـٰنُ مِنَ ٱلْمَسِّ ۚ ذَٰلِكَ بِأَنَّهُمْ قَالُوٓا۟ إِنَّمَا ٱلْبَيْعُ مِثْلُ ٱلرِّبَوٰا۟ ۗ وَأَحَلَّ ٱللَّهُ ٱلْبَيْعَ وَحَرَّمَ ٱلرِّبَوٰا۟ ۚ فَمَن جَآءَهُۥ مَوْعِظَةٌ مِّن رَّبِّهِۦ فَٱنتَهَىٰ فَلَهُۥ مَا سَلَفَ وَأَمْرُهُۥٓ إِلَى ٱللَّهِ ۖ وَمَنْ عَادَ فَأُو۟لَـٰٓئِكَ أَصْحَـٰبُ ٱلنَّارِ ۖ هُمْ فِيهَا خَـٰلِدُونَ٢٧٥
Allatheena yakuloona alrriba la yaqoomoona illa kama yaqoomu allathee yatakhabbatuhu alshshaytanu mina almassi thalika biannahum qaloo innama albayʿu mithlu alrriba waahalla Allahu albayʿa waharrama alrriba faman jaahu mawʿithatun min rabbihi faintaha falahu ma salafa waamruhu ila Allahi waman ʿada faolaika ashabu alnnari hum feeha khalidoona
Degenen die rente verteren, zullen op geen andere wijze (uit hun graven) herrijzen dan als iemand die door de duivel werd bezeten, die hen in waanzin leidt. Dat is omdat zij zeggen: “Handel is als rente” maar Allah heeft de handel toegestaan en de rente verboden. Iedereen die dus een vermaning van zijn Heer ontvangt en stopt met het verteren van rente, zal niet voor het verleden gestraft worden; zijn zaak ligt voor Allah, maar iedereen die terugkeert, zijn de bewoners van het vuur – zij zullen daarin altijd verblijven.
-
يَمْحَقُ ٱللَّهُ ٱلرِّبَوٰا۟ وَيُرْبِى ٱلصَّدَقَـٰتِ ۗ وَٱللَّهُ لَا يُحِبُّ كُلَّ كَفَّارٍ أَثِيمٍ٢٧٦
Yamhaqu Allahu alrriba wayurbee alssadaqati waAllahu la yuhibbu kulla kaffarin atheemin
Allah zal de rente verwoesten en zal daden van liefdadigheid doen toenemen. En Allah houdt niet van de ongelovigen, de zondaren.
-
إِنَّ ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ وَعَمِلُوا۟ ٱلصَّـٰلِحَـٰتِ وَأَقَامُوا۟ ٱلصَّلَوٰةَ وَءَاتَوُا۟ ٱلزَّكَوٰةَ لَهُمْ أَجْرُهُمْ عِندَ رَبِّهِمْ وَلَا خَوْفٌ عَلَيْهِمْ وَلَا هُمْ يَحْزَنُونَ٢٧٧
Inna allatheena amanoo waʿamiloo alssalihati waaqamoo alssalata waatawoo alzzakata lahum ajruhum ʿinda rabbihim wala khawfun ʿalayhim wala hum yahzanoona
Waarlijk degenen die geloven en goede daden verrichten en hun gebeden perfect verrichten en zakaat geven, zij zullen hun beloning bij hun Heer hebben. En zij zullen niet vrezen, noch zullen zij bedroefd zijn.
-
يَـٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ ٱتَّقُوا۟ ٱللَّهَ وَذَرُوا۟ مَا بَقِىَ مِنَ ٱلرِّبَوٰٓا۟ إِن كُنتُم مُّؤْمِنِينَ٢٧٨
Ya ayyuha allatheena amanoo ittaqoo Allaha watharoo ma baqiya mina alrriba in kuntum mumineena
O, jullie die geloven. Vrees Allah en geef op wat overblijft van de rente, als jullie ware gelovigen zijn!
-
فَإِن لَّمْ تَفْعَلُوا۟ فَأْذَنُوا۟ بِحَرْبٍ مِّنَ ٱللَّهِ وَرَسُولِهِۦ ۖ وَإِن تُبْتُمْ فَلَكُمْ رُءُوسُ أَمْوَٰلِكُمْ لَا تَظْلِمُونَ وَلَا تُظْلَمُونَ٢٧٩
Fain lam tafʿaloo fathanoo biharbin mina Allahi warasoolihi wain tubtum falakum ruoosu amwalikum la tathlimoona wala tuthlamoona
En als jullie dat niet doen, hoed jullie dan voor de aankondiging van oorlog van Allah en Zijn boodschapper, maar als jullie berouw hebben, zullen jullie je geldelijke som behouden. Handel niet onrechtmatig en jullie zullen niet onrechtvaardig behandeld worden.
-
وَإِن كَانَ ذُو عُسْرَةٍ فَنَظِرَةٌ إِلَىٰ مَيْسَرَةٍ ۚ وَأَن تَصَدَّقُوا۟ خَيْرٌ لَّكُمْ ۖ إِن كُنتُمْ تَعْلَمُونَ٢٨٠
Wain kana thoo ʿusratin fanathiratun ila maysaratin waan tasaddaqoo khayrun lakum in kuntum taʿlamoona
En als de schuldenaar in moeilijkheden verkeert, geef hem dan uitstel van betaling totdat hij wél kan betalen. Maar als jullie het als liefdadigheid kwijtschelden is dat beter voor jullie, als jullie dat maar wisten.
-
وَٱتَّقُوا۟ يَوْمًا تُرْجَعُونَ فِيهِ إِلَى ٱللَّهِ ۖ ثُمَّ تُوَفَّىٰ كُلُّ نَفْسٍ مَّا كَسَبَتْ وَهُمْ لَا يُظْلَمُونَ٢٨١
Waittaqoo yawman turjaʿoona feehi ila Allahi thumma tuwaffa kullu nafsin ma kasabat wahum la yuthlamoona
En vrees de dag waarop jullie tot Allah worden teruggebracht. Dan zal elk persoon betaald krijgen wat hij verdiend heeft en zij zullen niet onrechtvaardig behandeld worden.
-
يَـٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوٓا۟ إِذَا تَدَايَنتُم بِدَيْنٍ إِلَىٰٓ أَجَلٍ مُّسَمًّى فَٱكْتُبُوهُ ۚ وَلْيَكْتُب بَّيْنَكُمْ كَاتِبٌۢ بِٱلْعَدْلِ ۚ وَلَا يَأْبَ كَاتِبٌ أَن يَكْتُبَ كَمَا عَلَّمَهُ ٱللَّهُ ۚ فَلْيَكْتُبْ وَلْيُمْلِلِ ٱلَّذِى عَلَيْهِ ٱلْحَقُّ وَلْيَتَّقِ ٱللَّهَ رَبَّهُۥ وَلَا يَبْخَسْ مِنْهُ شَيْـًٔا ۚ فَإِن كَانَ ٱلَّذِى عَلَيْهِ ٱلْحَقُّ سَفِيهًا أَوْ ضَعِيفًا أَوْ لَا يَسْتَطِيعُ أَن يُمِلَّ هُوَ فَلْيُمْلِلْ وَلِيُّهُۥ بِٱلْعَدْلِ ۚ وَٱسْتَشْهِدُوا۟ شَهِيدَيْنِ مِن رِّجَالِكُمْ ۖ فَإِن لَّمْ يَكُونَا رَجُلَيْنِ فَرَجُلٌ وَٱمْرَأَتَانِ مِمَّن تَرْضَوْنَ مِنَ ٱلشُّهَدَآءِ أَن تَضِلَّ إِحْدَىٰهُمَا فَتُذَكِّرَ إِحْدَىٰهُمَا ٱلْأُخْرَىٰ ۚ وَلَا يَأْبَ ٱلشُّهَدَآءُ إِذَا مَا دُعُوا۟ ۚ وَلَا تَسْـَٔمُوٓا۟ أَن تَكْتُبُوهُ صَغِيرًا أَوْ كَبِيرًا إِلَىٰٓ أَجَلِهِۦ ۚ ذَٰلِكُمْ أَقْسَطُ عِندَ ٱللَّهِ وَأَقْوَمُ لِلشَّهَـٰدَةِ وَأَدْنَىٰٓ أَلَّا تَرْتَابُوٓا۟ ۖ إِلَّآ أَن تَكُونَ تِجَـٰرَةً حَاضِرَةً تُدِيرُونَهَا بَيْنَكُمْ فَلَيْسَ عَلَيْكُمْ جُنَاحٌ أَلَّا تَكْتُبُوهَا ۗ وَأَشْهِدُوٓا۟ إِذَا تَبَايَعْتُمْ ۚ وَلَا يُضَآرَّ كَاتِبٌ وَلَا شَهِيدٌ ۚ وَإِن تَفْعَلُوا۟ فَإِنَّهُۥ فُسُوقٌۢ بِكُمْ ۗ وَٱتَّقُوا۟ ٱللَّهَ ۖ وَيُعَلِّمُكُمُ ٱللَّهُ ۗ وَٱللَّهُ بِكُلِّ شَىْءٍ عَلِيمٌ٢٨٢
Ya ayyuha allatheena amanoo itha tadayantum bidaynin ila ajalin musamman faoktuboohu walyaktub baynakum katibun bialʿadli wala yaba katibun an yaktuba kama ʿallamahu Allahu falyaktub walyumlili allathee ʿalayhi alhaqqu walyattaqi Allaha rabbahu wala yabkhas minhu shayan fain kana allathee ʿalayhi alhaqqu safeehan aw daʿeefan aw la yastateeʿu an yumilla huwa falyumlil waliyyuhu bialʿadli waistashhidoo shaheedayni min rijalikum fain lam yakoona rajulayni farajulun waimraatani mimman tardawna mina alshshuhadai an tadilla ihdahuma fatuthakkira ihdahuma alokhra wala yaba alshshuhadao itha ma duʿoo wala tasamoo an taktuboohu sagheeran aw kabeeran ila ajalihi thalikum aqsatu ʿinda Allahi waaqwamu lilshshahadati waadna alla tartaboo illa an takoona tijaratan hadiratan tudeeroonaha baynakum falaysa ʿalaykum junahun alla taktubooha waashhidoo itha tabayaʿtum wala yudarra katibun wala shaheedun wain tafʿaloo fainnahu fusooqun bikum waittaqoo Allaha wayuʿallimukumu Allahu waAllahu bikulli shayin ʿaleemun
O jullie die geloven! Als jullie een overeenkomst van een schuld voor een bepaalde tijd vastleggen, schrijf het dan op. Laat een schrijver het op een rechtvaardige manier tussen jullie opschrijven. Laat de schrijver niet weigeren het te noteren zoals Allah hem onderwezen heeft, laat het hem dus noteren. Laat hij, die aansprakelijk is, dicteren, en hij moet Allah, zijn Heer vrezen en niet iets van zijn bezit achterhouden. Maar als de schuldenaar zwak van begrip is, of zwak, of niet in staat is om het zelf te dicteren, laat dan zijn voogd het in rechtvaardigheid dicteren. En jullie nemen twee getuigen van jullie eigen mannen. En als er geen twee mannen (beschikbaar zijn) neem dan een man en twee vrouwen, zoals jullie voor de getuigenis eens zijn, als één (van de twee vrouwen) zich vergist kan de ander haar corrigeren. En de getuigen mogen niet weigeren wanneer zij worden opgeroepen. Jullie moeten niet nalatig worden om het te noteren, of het nu klein of groot is, want het is een vaste voorwaarde, dat is rechtvaardiger in het Aangezicht van Allah; een beter bewijs, en passender om twijfel onder jullie te voorkomen behalve als het een handel is die jullie op de plaats tussen elkaar afsluiten, dan begaan jullie geen zonden als jullie het niet noteren. Maar neem getuigen als jullie een handelscontract afsluiten. Laat de schrijver of de getuigen geen schade leiden, maar als jullie hen schaden, dan is dat valsheid van jullie. Vrees Allah dus; en Allah onderricht jullie. En Allah is de Kenner van alle zaken.
-
۞ وَإِن كُنتُمْ عَلَىٰ سَفَرٍ وَلَمْ تَجِدُوا۟ كَاتِبًا فَرِهَـٰنٌ مَّقْبُوضَةٌ ۖ فَإِنْ أَمِنَ بَعْضُكُم بَعْضًا فَلْيُؤَدِّ ٱلَّذِى ٱؤْتُمِنَ أَمَـٰنَتَهُۥ وَلْيَتَّقِ ٱللَّهَ رَبَّهُۥ ۗ وَلَا تَكْتُمُوا۟ ٱلشَّهَـٰدَةَ ۚ وَمَن يَكْتُمْهَا فَإِنَّهُۥٓ ءَاثِمٌ قَلْبُهُۥ ۗ وَٱللَّهُ بِمَا تَعْمَلُونَ عَلِيمٌ٢٨٣
Wain kuntum ʿala safarin walam tajidoo katiban farihanun maqboodatun fain amina baʿdukum baʿdan falyuaddi allathee itumina amanatahu walyattaqi Allaha rabbahu wala taktumoo alshshahadata waman yaktumha fainnahu athimun qalbuhu waAllahu bima taʿmaloona ʿaleemun
En als jullie op reis zijn en geen schrijver kunnen vinden, laat er dan een eed worden afgelegd met een onderpand, als jullie elkaar dan vertrouwen, laat dan degene die vertrouwd wordt, het onderpand opgeven en laat hem Allah vrezen, Zijn Heer. En bedek het bewijs niet, want degene die het verbergt, heeft waarlijk een zondig hart. En Allah is Alwetend van wat jullie doen.
-
لِّلَّهِ مَا فِى ٱلسَّمَـٰوَٰتِ وَمَا فِى ٱلْأَرْضِ ۗ وَإِن تُبْدُوا۟ مَا فِىٓ أَنفُسِكُمْ أَوْ تُخْفُوهُ يُحَاسِبْكُم بِهِ ٱللَّهُ ۖ فَيَغْفِرُ لِمَن يَشَآءُ وَيُعَذِّبُ مَن يَشَآءُ ۗ وَٱللَّهُ عَلَىٰ كُلِّ شَىْءٍ قَدِيرٌ٢٨٤
Lillahi ma fee alssamawati wama fee alardi wain tubdoo ma fee anfusikum aw tukhfoohu yuhasibkum bihi Allahu fayaghfiru liman yashao wayuʿaththibu man yashao waAllahu ʿala kulli shayin qadeerun
Aan Allah behoort alles wat in de hemelen is en wat op aarde is. Of jullie laten zien wat jullie denken of jullie dat verbergen, Allah zal jullie daarvoor ter verantwoording roepen. Dan vergeeft Hij wie Hij wil en straft degenen die Hij wil. En Allah is tot alle zaken in staat.
-
ءَامَنَ ٱلرَّسُولُ بِمَآ أُنزِلَ إِلَيْهِ مِن رَّبِّهِۦ وَٱلْمُؤْمِنُونَ ۚ كُلٌّ ءَامَنَ بِٱللَّهِ وَمَلَـٰٓئِكَتِهِۦ وَكُتُبِهِۦ وَرُسُلِهِۦ لَا نُفَرِّقُ بَيْنَ أَحَدٍ مِّن رُّسُلِهِۦ ۚ وَقَالُوا۟ سَمِعْنَا وَأَطَعْنَا ۖ غُفْرَانَكَ رَبَّنَا وَإِلَيْكَ ٱلْمَصِيرُ٢٨٥
Amana alrrasoolu bima onzila ilayhi min rabbihi waalmuminoona kullun amana biAllahi wamalaikatihi wakutubihi warusulihi la nufarriqu bayna ahadin min rusulihi waqaloo samiʿna waataʿna ghufranaka rabbana wailayka almaseeru
De boodschapper Mohammed (bevestigt) en gelooft in (de Koran) die naar hem werd gezonden door zijn Heer. En dit doen de gelovigen ook. Ieder van hen gelooft in Allah, Zijn engelen, Zijn boeken en Zijn boodschappers. Zij zeggen: “Wij maken geen onderscheid tussen Zijn boodschappers (i.t.t. de joden en de christenen).” En zij zeggen: “Wij geven gehoor (aan hun bevelen) en aanvaarden het gehoorzaam. Wij vragen om Uw vergeving, onze Heer. En tot U zullen (allen) terugkeren (nl. na de Wederopstanding).”
-
لَا يُكَلِّفُ ٱللَّهُ نَفْسًا إِلَّا وُسْعَهَا ۚ لَهَا مَا كَسَبَتْ وَعَلَيْهَا مَا ٱكْتَسَبَتْ ۗ رَبَّنَا لَا تُؤَاخِذْنَآ إِن نَّسِينَآ أَوْ أَخْطَأْنَا ۚ رَبَّنَا وَلَا تَحْمِلْ عَلَيْنَآ إِصْرًا كَمَا حَمَلْتَهُۥ عَلَى ٱلَّذِينَ مِن قَبْلِنَا ۚ رَبَّنَا وَلَا تُحَمِّلْنَا مَا لَا طَاقَةَ لَنَا بِهِۦ ۖ وَٱعْفُ عَنَّا وَٱغْفِرْ لَنَا وَٱرْحَمْنَآ ۚ أَنتَ مَوْلَىٰنَا فَٱنصُرْنَا عَلَى ٱلْقَوْمِ ٱلْكَـٰفِرِينَ٢٨٦
La yukallifu Allahu nafsan illa wusʿaha laha ma kasabat waʿalayha ma iktasabat rabbana la tuakhithna in naseena aw akhtana rabbana wala tahmil ʿalayna isran kama hamaltahu ʿala allatheena min qablina rabbana wala tuhammilna ma la taqata lana bihi waoʿfu ʿanna waighfir lana wairhamna anta mawlana faonsurna ʿala alqawmi alkafireena
Allah belast niemand boven zijn vermogen. Hij ontvangt beloning voor het (goede) wat hij verricht heeft en (alléén) hij wordt belast met de zonden die hijzelf heeft begaan. “Onze Heer! Straf ons niet voor wat wij (onopzettelijk) vergaten of wat wij fout hebben gedaan. Onze Heer! Leg ons geen last op zoals U wel hebt gedaan bij diegenen die ons zijn voorgegaan. Onze Heer! Leg ons geen lasten (en beproevingen) op groter dan de kracht die wij hebben om het te (ver)dragen. Wis onze zonden uit en schenk ons vergiffenis op basis van Uw barmhartigheid. U bent onze Beschermer en Behoeder. Laat ons (daarom) de overwinning behalen op de ongelovigen, (in woord en daad).”
Veelgestelde vragen
Wat betekent de naam van soera Al-Baqara?
Al-Baqara betekent ‘De koe’.
In welke juz staat soera Al-Baqara?
Soera Al-Baqara strekt zich uit over juz 1, 2 en 3.
Hoeveel verzen heeft soera Al-Baqara?
Soera Al-Baqara telt 286 verzen.
Is soera Al-Baqara Mekkaans of Medinaans?
Soera Al-Baqara is een Medinaanse soera.
Welk nummer heeft soera Al-Baqara?
Al-Baqara is de 2e soera van de Koran.
Bronnen
- Arabic text: Tanzil Quran Text (Uthmani) (Tanzil Project, CC BY 3.0), reproduced without changes.
- Translation: Dutch Islamic Center, from QuranEnc.com, version 2.0.10, reproduced without changes.
- Transliteration: Tanzil.net English transliteration.
- Recitation: Mishary Rashid Alafasy, via QuranicAudio.com and EveryAyah.com.
- Word by word: recordings and meanings from Quran.com (Quran Foundation), played when you tap a word.
- Madinah and IndoPak fonts (Settings): the text in those scripts and their fonts come from the Quran Foundation (Quran.com); the Madinah font is the King Fahd Glorious Quran Printing Complex's Uthmanic Hafs font.
Found a mistake? Report a mistake and we will check it against the source.