سورة النساء

Soera An-Nisa in het Nederlands

De vrouwen

Mushaf

Mishary Rashid AlafasyMP3 downloadenPDF downloaden

Soera An-Nisa (النساء) is de 4e soera van de Koran en telt 176 verzen. De naam betekent ‘De vrouwen’. Het is een Medinaanse soera, geopenbaard in Medina na de Hidjra, en ze strekt zich uit over juz 4, 5 en 6.

Op deze pagina lees je soera An-Nisa volledig in het Arabisch, vers voor vers met de Nederlandse vertaling van het Dutch Islamic Center en de transliteratie, en kun je naar de recitatie luisteren.

Soera An-Nisa volledig: Arabisch, Nederlandse vertaling en transliteratie

بِسْمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحْمَـٰنِ ٱلرَّحِيمِ

  1. يَـٰٓأَيُّهَا ٱلنَّاسُ ٱتَّقُوا۟ رَبَّكُمُ ٱلَّذِى خَلَقَكُم مِّن نَّفْسٍ وَٰحِدَةٍ وَخَلَقَ مِنْهَا زَوْجَهَا وَبَثَّ مِنْهُمَا رِجَالًا كَثِيرًا وَنِسَآءً ۚ وَٱتَّقُوا۟ ٱللَّهَ ٱلَّذِى تَسَآءَلُونَ بِهِۦ وَٱلْأَرْحَامَ ۚ إِنَّ ٱللَّهَ كَانَ عَلَيْكُمْ رَقِيبًا۝١

    Ya ayyuha alnnasu ittaqoo rabbakumu allathee khalaqakum min nafsin wahidatin wakhalaqa minha zawjaha wabaththa minhuma rijalan katheeran wanisaan waittaqoo Allaha allathee tasaaloona bihi waalarhama inna Allaha kana ʿalaykum raqeeban

    O mensheid! vrees jullie heer, die jullie uit één enkele ziel heeft geschapen en (vervolgens) daaruit zijn vrouwelijke wederhelft schiep. En uit hen beiden heeft Hij vele mannen en vrouwen voortgebracht. En vrees Allah omwille van Wie jullie jullie wederzijdse (behulpzaamheid) vragen en (verbreek) de bloedverwantschap niet. Voorzeker, Allah is altijd en overal oplettend over jullie (daden).

  2. وَءَاتُوا۟ ٱلْيَتَـٰمَىٰٓ أَمْوَٰلَهُمْ ۖ وَلَا تَتَبَدَّلُوا۟ ٱلْخَبِيثَ بِٱلطَّيِّبِ ۖ وَلَا تَأْكُلُوٓا۟ أَمْوَٰلَهُمْ إِلَىٰٓ أَمْوَٰلِكُمْ ۚ إِنَّهُۥ كَانَ حُوبًا كَبِيرًا۝٢

    Waatoo alyatama amwalahum wala tatabaddaloo alkhabeetha bialttayyibi wala takuloo amwalahum ila amwalikum innahu kana hooban kabeeran

    En geef de wezen hun bezittingen en vervang (jullie) slechte zaken niet door (hun) goede zaken, en verslind hun spullen niet door het bij jullie spullen te voegen. Zeker, dit is een grote zonde.

  3. وَإِنْ خِفْتُمْ أَلَّا تُقْسِطُوا۟ فِى ٱلْيَتَـٰمَىٰ فَٱنكِحُوا۟ مَا طَابَ لَكُم مِّنَ ٱلنِّسَآءِ مَثْنَىٰ وَثُلَـٰثَ وَرُبَـٰعَ ۖ فَإِنْ خِفْتُمْ أَلَّا تَعْدِلُوا۟ فَوَٰحِدَةً أَوْ مَا مَلَكَتْ أَيْمَـٰنُكُمْ ۚ ذَٰلِكَ أَدْنَىٰٓ أَلَّا تَعُولُوا۟۝٣

    Wain khiftum alla tuqsitoo fee alyatama fainkihoo ma taba lakum mina alnnisai mathna wathulatha warubaʿa fain khiftum alla taʿdiloo fawahidatan aw ma malakat aymanukum thalika adna alla taʿooloo

    En als jullie vrezen, dat jullie niet rechtvaardig met de wezenmeisjes kunnen handelen, trouw dan (andere) vrouwen naar keuze, twee of drie of vier, maar als jullie vrezen dat jullie niet rechtvaardig (met hen) kunnen handelen dan slechts één of wat jullie rechterhand bezit. Zo kunnen jullie beter voorkomen onrechtvaardig te handelen.

  4. وَءَاتُوا۟ ٱلنِّسَآءَ صَدُقَـٰتِهِنَّ نِحْلَةً ۚ فَإِن طِبْنَ لَكُمْ عَن شَىْءٍ مِّنْهُ نَفْسًا فَكُلُوهُ هَنِيٓـًٔا مَّرِيٓـًٔا۝٤

    Waatoo alnnisaa saduqatihinna nihlatan fain tibna lakum ʿan shayin minhu nafsan fakuloohu haneean mareean

    En geef de vrouwen (die jullie trouwen) hun bruidsschat als verplichte gift, maar als zij voor hun eigen genoegen, jou daar een deel van kwijtschelden1, neem het dan en geniet er zonder vrees of kwaad.

    Voetnoten
    [1]de man binnen de Islam mag de bruidschat niet terugvragen of vragen aan zijn vrouw direct of indirect of ze het kan kwijtschelden, omdat dit gezien wordt als een verboden vorm van druk op de vrouw. Helaas dat sommige mannen de Islam niet naleven jegens hun vrouwen, waardoor dit soms wel gebeurt.
  5. وَلَا تُؤْتُوا۟ ٱلسُّفَهَآءَ أَمْوَٰلَكُمُ ٱلَّتِى جَعَلَ ٱللَّهُ لَكُمْ قِيَـٰمًا وَٱرْزُقُوهُمْ فِيهَا وَٱكْسُوهُمْ وَقُولُوا۟ لَهُمْ قَوْلًا مَّعْرُوفًا۝٥

    Wala tutoo alssufahaa amwalakumu allatee jaʿala Allahu lakum qiyaman waorzuqoohum feeha waoksoohum waqooloo lahum qawlan maʿroofan

    En geef jullie eigendommen, die Allah als middel om jullie te onderhouden heeft gemaakt, niet aan de zwakzinnigen, maar voed en kleed hen daarmee en spreek vriendelijke en rechtvaardige woorden tot hen.

  6. وَٱبْتَلُوا۟ ٱلْيَتَـٰمَىٰ حَتَّىٰٓ إِذَا بَلَغُوا۟ ٱلنِّكَاحَ فَإِنْ ءَانَسْتُم مِّنْهُمْ رُشْدًا فَٱدْفَعُوٓا۟ إِلَيْهِمْ أَمْوَٰلَهُمْ ۖ وَلَا تَأْكُلُوهَآ إِسْرَافًا وَبِدَارًا أَن يَكْبَرُوا۟ ۚ وَمَن كَانَ غَنِيًّا فَلْيَسْتَعْفِفْ ۖ وَمَن كَانَ فَقِيرًا فَلْيَأْكُلْ بِٱلْمَعْرُوفِ ۚ فَإِذَا دَفَعْتُمْ إِلَيْهِمْ أَمْوَٰلَهُمْ فَأَشْهِدُوا۟ عَلَيْهِمْ ۚ وَكَفَىٰ بِٱللَّهِ حَسِيبًا۝٦

    Waibtaloo alyatama hatta itha balaghoo alnnikaha fain anastum minhum rushdan faidfaʿoo ilayhim amwalahum wala takulooha israfan wabidaran an yakbaroo waman kana ghaniyyan falyastaʿfif waman kana faqeeran falyakul bialmaʿroofi faitha dafaʿtum ilayhim amwalahum faashhidoo ʿalayhim wakafa biAllahi haseeban

    Beproef de wezen als zij de huwbare leeftijd hebben bereikt, als jullie ontdekken dat zij goed kunnen oordelen, geef hen dan hun eigendommen, maar verspil het niet in haast, opdat zij op zullen groeien. En wie onder hun voogden rijk is, moet geen loon nemen, maar als hij arm is, moet hij voor zichzelf nemen wat rechtvaardig en redelijk is. En als jullie hun eigendommen aan hen teruggeven, zorg dan dat er getuigen in hun aanwezigheid zijn. En Allah is voldoende in het vereffenen van de rekening.

  7. لِّلرِّجَالِ نَصِيبٌ مِّمَّا تَرَكَ ٱلْوَٰلِدَانِ وَٱلْأَقْرَبُونَ وَلِلنِّسَآءِ نَصِيبٌ مِّمَّا تَرَكَ ٱلْوَٰلِدَانِ وَٱلْأَقْرَبُونَ مِمَّا قَلَّ مِنْهُ أَوْ كَثُرَ ۚ نَصِيبًا مَّفْرُوضًا۝٧

    Lilrrijali naseebun mimma taraka alwalidani waalaqraboona walilnnisai naseebun mimma taraka alwalidani waalaqraboona mimma qalla minhu aw kathura naseeban mafroodan

    Er is een deel voor de mannen en een deel voor de vrouwen van wat door de ouders en degenen die het naast verwant zijn worden achtergelaten, of hun eigendommen nu groot of klein zijn, een wettig deel horen te krijgen.

  8. وَإِذَا حَضَرَ ٱلْقِسْمَةَ أُو۟لُوا۟ ٱلْقُرْبَىٰ وَٱلْيَتَـٰمَىٰ وَٱلْمَسَـٰكِينُ فَٱرْزُقُوهُم مِّنْهُ وَقُولُوا۟ لَهُمْ قَوْلًا مَّعْرُوفًا۝٨

    Waitha hadara alqismata oloo alqurba waalyatama waalmasakeenu faorzuqoohum minhu waqooloo lahum qawlan maʿroofan

    En als de verwanten en de wezen en de armen aanwezig zijn ten tijde van de verdeling, geef het van de eigendommen en spreek vriendelijke en rechtvaardige woorden tegen hen.

  9. وَلْيَخْشَ ٱلَّذِينَ لَوْ تَرَكُوا۟ مِنْ خَلْفِهِمْ ذُرِّيَّةً ضِعَـٰفًا خَافُوا۟ عَلَيْهِمْ فَلْيَتَّقُوا۟ ٱللَّهَ وَلْيَقُولُوا۟ قَوْلًا سَدِيدًا۝٩

    Walyakhsha allatheena law tarakoo min khalfihim thurriyyatan diʿafan khafoo ʿalayhim falyattaqoo Allaha walyaqooloo qawlan sadeedan

    En laat degenen vrezen die zich zorgen maken over hun zwakke nageslacht en hun zo achter laten. Laat hen dus Allah vrezen en rechtvaardig spreken.

  10. إِنَّ ٱلَّذِينَ يَأْكُلُونَ أَمْوَٰلَ ٱلْيَتَـٰمَىٰ ظُلْمًا إِنَّمَا يَأْكُلُونَ فِى بُطُونِهِمْ نَارًا ۖ وَسَيَصْلَوْنَ سَعِيرًا۝١٠

    Inna allatheena yakuloona amwala alyatama thulman innama yakuloona fee butoonihim naran wasayaslawna saʿeeran

    Waarlijk, degenen die onrechtmatig de eigendommen van de wezen eten, eten slechts tot er vuur in hun buiken komt en zij zullen verbrand worden in een laaiend vuur!

  11. يُوصِيكُمُ ٱللَّهُ فِىٓ أَوْلَـٰدِكُمْ ۖ لِلذَّكَرِ مِثْلُ حَظِّ ٱلْأُنثَيَيْنِ ۚ فَإِن كُنَّ نِسَآءً فَوْقَ ٱثْنَتَيْنِ فَلَهُنَّ ثُلُثَا مَا تَرَكَ ۖ وَإِن كَانَتْ وَٰحِدَةً فَلَهَا ٱلنِّصْفُ ۚ وَلِأَبَوَيْهِ لِكُلِّ وَٰحِدٍ مِّنْهُمَا ٱلسُّدُسُ مِمَّا تَرَكَ إِن كَانَ لَهُۥ وَلَدٌ ۚ فَإِن لَّمْ يَكُن لَّهُۥ وَلَدٌ وَوَرِثَهُۥٓ أَبَوَاهُ فَلِأُمِّهِ ٱلثُّلُثُ ۚ فَإِن كَانَ لَهُۥٓ إِخْوَةٌ فَلِأُمِّهِ ٱلسُّدُسُ ۚ مِنۢ بَعْدِ وَصِيَّةٍ يُوصِى بِهَآ أَوْ دَيْنٍ ۗ ءَابَآؤُكُمْ وَأَبْنَآؤُكُمْ لَا تَدْرُونَ أَيُّهُمْ أَقْرَبُ لَكُمْ نَفْعًا ۚ فَرِيضَةً مِّنَ ٱللَّهِ ۗ إِنَّ ٱللَّهَ كَانَ عَلِيمًا حَكِيمًا۝١١

    Yooseekumu Allahu fee awladikum lilththakari mithlu haththi alonthayayni fain kunna nisaan fawqa ithnatayni falahunna thulutha ma taraka wain kanat wahidatan falaha alnnisfu waliabawayhi likulli wahidin minhuma alssudusu mimma taraka in kana lahu waladun fain lam yakun lahu waladun wawarithahu abawahu faliommihi alththuluthu fain kana lahu ikhwatun faliommihi alssudusu min baʿdi wasiyyatin yoosee biha aw daynin abaokum waabnaokum la tadroona ayyuhum aqrabu lakum nafʿan fareedatan mina Allahi inna Allaha kana ʿaleeman hakeeman

    Allah beveelt jullie met betrekking tot de (erfenis) van de kinderen, voor een jongen een deel dat gelijk is aan dat van twee meisjes1. Als er slechts dochters zijn, twee of meer, dan delen zij tweederde van de erfenis; als er slechts één is, dan is haar deel de helft. Voor de ouders is er voor elk éénzesde deel van de erfenis van de kinderen; als er geen kinderen zijn en de ouders zijn (de enige) erfgenamen dan krijgt de moeder éénderde; als de overledenen broers of (zusters) nalaat, krijgt de moeder éénzesde. (De verdeling is in alle gevallen) na het uitbetalen van legaten die hij bezit of schulden. Jullie weten niet wie van hen, of jullie ouders of jullie kinderen jullie tot meer nut zijn, (deze vastgestelde bedragen) zijn door Allah bevolen. En Allah is voor altijd Alwetend, Alwijs.

    Voetnoten
    [1]vaak wordt dit punt verkeerd begrepen. Het is binnen de Islam zo dat de jongen twee keer zoveel erft als zijn zus. Dit omdat de vrouw in algemeen vaker erft dan de man, en omdat de man meer verantwoordelijkheden heeft richting de vrouw, zij ontvangt een volle bruidsschat en de man niet, Dus laat je niet gek maken door de media en volg hun vergif niet.
  12. ۞ وَلَكُمْ نِصْفُ مَا تَرَكَ أَزْوَٰجُكُمْ إِن لَّمْ يَكُن لَّهُنَّ وَلَدٌ ۚ فَإِن كَانَ لَهُنَّ وَلَدٌ فَلَكُمُ ٱلرُّبُعُ مِمَّا تَرَكْنَ ۚ مِنۢ بَعْدِ وَصِيَّةٍ يُوصِينَ بِهَآ أَوْ دَيْنٍ ۚ وَلَهُنَّ ٱلرُّبُعُ مِمَّا تَرَكْتُمْ إِن لَّمْ يَكُن لَّكُمْ وَلَدٌ ۚ فَإِن كَانَ لَكُمْ وَلَدٌ فَلَهُنَّ ٱلثُّمُنُ مِمَّا تَرَكْتُم ۚ مِّنۢ بَعْدِ وَصِيَّةٍ تُوصُونَ بِهَآ أَوْ دَيْنٍ ۗ وَإِن كَانَ رَجُلٌ يُورَثُ كَلَـٰلَةً أَوِ ٱمْرَأَةٌ وَلَهُۥٓ أَخٌ أَوْ أُخْتٌ فَلِكُلِّ وَٰحِدٍ مِّنْهُمَا ٱلسُّدُسُ ۚ فَإِن كَانُوٓا۟ أَكْثَرَ مِن ذَٰلِكَ فَهُمْ شُرَكَآءُ فِى ٱلثُّلُثِ ۚ مِنۢ بَعْدِ وَصِيَّةٍ يُوصَىٰ بِهَآ أَوْ دَيْنٍ غَيْرَ مُضَآرٍّ ۚ وَصِيَّةً مِّنَ ٱللَّهِ ۗ وَٱللَّهُ عَلِيمٌ حَلِيمٌ۝١٢

    Walakum nisfu ma taraka azwajukum in lam yakun lahunna waladun fain kana lahunna waladun falakumu alrrubuʿu mimma tarakna min baʿdi wasiyyatin yooseena biha aw daynin walahunna alrrubuʿu mimma taraktum in lam yakun lakum waladun fain kana lakum waladun falahunna alththumunu mimma taraktum min baʿdi wasiyyatin toosoona biha aw daynin wain kana rajulun yoorathu kalalatan awi imraatun walahu akhun aw okhtun falikulli wahidin minhuma alssudusu fain kanoo akthara min thalika fahum shurakao fee alththuluthi min baʿdi wasiyyatin yoosa biha aw daynin ghayra mudarrin wasiyyatan mina Allahi waAllahu ʿaleemun haleemun

    Datgene wat jullie echtgenotes achterlaten, is jullie deel de helft, als zij geen kinderen achterlaten; maar als zij een kind heeft is jullie deel een kwart van wat zij achterlaten na het betalen van legaten die zij bezitten of schulden. Datgene wat jij achterlaat, is hun deel (van jullie vrouwen) een kwart, als jullie geen kind achterlaten, maar als jullie een kind hebben, krijgen zij één achtste van wat jij achterlaat na betaling van legaten en schulden. Als de man of vrouw over wiens erfenis we het hebben geen ouders of kinderen nalaat, maar een broeder of een zuster nalaat, dan krijgt ieder van de twee een zesde, maar als het er meer dan twee zijn dan delen zij eenderde, na de betaling van legaten die hij (of zij) heeft en de schulden, zodat (niemand) enig verlies lijdt. Dit is een bevel van Allah; en Allah is voor altijd Alwetend, Genadevol.

  13. تِلْكَ حُدُودُ ٱللَّهِ ۚ وَمَن يُطِعِ ٱللَّهَ وَرَسُولَهُۥ يُدْخِلْهُ جَنَّـٰتٍ تَجْرِى مِن تَحْتِهَا ٱلْأَنْهَـٰرُ خَـٰلِدِينَ فِيهَا ۚ وَذَٰلِكَ ٱلْفَوْزُ ٱلْعَظِيمُ۝١٣

    Tilka hudoodu Allahi waman yutiʿi Allaha warasoolahu yudkhilhu jannatin tajree min tahtiha alanharu khalideena feeha wathalika alfawzu alʿatheemu

    Dit zijn de grenzen die door Allah (geplaatst) zijn en iedereen die Allah en Zijn boodschapper gehoorzaamt, zal naar de tuinen waar rivieren onderdoor stromen, verwezen worden om daarin te verblijven en dat zal een groot succes zijn.

  14. وَمَن يَعْصِ ٱللَّهَ وَرَسُولَهُۥ وَيَتَعَدَّ حُدُودَهُۥ يُدْخِلْهُ نَارًا خَـٰلِدًا فِيهَا وَلَهُۥ عَذَابٌ مُّهِينٌ۝١٤

    Waman yaʿsi Allaha warasoolahu wayataʿadda hudoodahu yudkhilhu naran khalidan feeha walahu ʿathabun muheenun

    En iedereen die ongehoorzaam is aan Allah en Zijn boodschapper en Zijn grenzen overtreedt, zal naar het vuur verbannen worden, om daarin te verblijven; en hij zal een vernederende bestraffing hebben.

  15. وَٱلَّـٰتِى يَأْتِينَ ٱلْفَـٰحِشَةَ مِن نِّسَآئِكُمْ فَٱسْتَشْهِدُوا۟ عَلَيْهِنَّ أَرْبَعَةً مِّنكُمْ ۖ فَإِن شَهِدُوا۟ فَأَمْسِكُوهُنَّ فِى ٱلْبُيُوتِ حَتَّىٰ يَتَوَفَّىٰهُنَّ ٱلْمَوْتُ أَوْ يَجْعَلَ ٱللَّهُ لَهُنَّ سَبِيلًا۝١٥

    Waallatee yateena alfahishata min nisaikum faistashhidoo ʿalayhinna arbaʿatan minkum fain shahidoo faamsikoohunna fee albuyooti hatta yatawaffahunna almawtu aw yajʿala Allahu lahunna sabeelan

    En degenen van jullie vrouwen die overspel plegen, neem voor het bewijs vier getuigen onder jullie tegen hen; en als zij hen schuldig verklaren, sluit hen dan in hun huizen op tot de dood tot hen komt of Allah voor hen een (andere) weg bevolen heeft1.

    Voetnoten
    [1]het oordeel is gelijk tussen de mannen en de vrouwen, maar omdat dit vers over de de rechten van de vrouw gaat, gaat het nu over een strafoordeel dat geldt voor beiden zowel de mannen als de vrouwen.
  16. وَٱلَّذَانِ يَأْتِيَـٰنِهَا مِنكُمْ فَـَٔاذُوهُمَا ۖ فَإِن تَابَا وَأَصْلَحَا فَأَعْرِضُوا۟ عَنْهُمَآ ۗ إِنَّ ٱللَّهَ كَانَ تَوَّابًا رَّحِيمًا۝١٦

    Waallathani yatiyaniha minkum faathoohuma fain taba waaslaha faaʿridoo ʿanhuma inna Allaha kana tawwaban raheeman

    En de twee personen onder jullie die overspel plegen, straf hen beiden. En als zij berouw tonen en goede daden verrichten, laat hen dan alleen. Waarlijk, Allah is altijd degene Die berouw accepteert (en Hij is) de Barmhartigste.

  17. إِنَّمَا ٱلتَّوْبَةُ عَلَى ٱللَّهِ لِلَّذِينَ يَعْمَلُونَ ٱلسُّوٓءَ بِجَهَـٰلَةٍ ثُمَّ يَتُوبُونَ مِن قَرِيبٍ فَأُو۟لَـٰٓئِكَ يَتُوبُ ٱللَّهُ عَلَيْهِمْ ۗ وَكَانَ ٱللَّهُ عَلِيمًا حَكِيمًا۝١٧

    Innama alttawbatu ʿala Allahi lillatheena yaʿmaloona alssooa bijahalatin thumma yatooboona min qareebin faolaika yatoobu Allahu ʿalayhim wakana Allahu ʿaleeman hakeeman

    En Allah accepteert slechts het berouw van degenen die in onwetendheid of in dwaasheid zondigen en snel daarna berouw vertonen; hen zal Allah vergeven, en Allah is voor altijd de Alwetende, de Alwijze.

  18. وَلَيْسَتِ ٱلتَّوْبَةُ لِلَّذِينَ يَعْمَلُونَ ٱلسَّيِّـَٔاتِ حَتَّىٰٓ إِذَا حَضَرَ أَحَدَهُمُ ٱلْمَوْتُ قَالَ إِنِّى تُبْتُ ٱلْـَٔـٰنَ وَلَا ٱلَّذِينَ يَمُوتُونَ وَهُمْ كُفَّارٌ ۚ أُو۟لَـٰٓئِكَ أَعْتَدْنَا لَهُمْ عَذَابًا أَلِيمًا۝١٨

    Walaysati alttawbatu lillatheena yaʿmaloona alssayyiati hatta itha hadara ahadahumu almawtu qala innee tubtu alana wala allatheena yamootoona wahum kuffarun olaika aʿtadna lahum ʿathaban aleeman

    En geen resultaat heeft het berouw van degenen die doorgaan met zondigen tot één van hen de dood in de ogen kijkt en zegt: “Nu heb ik berouw” noch van degenen die sterven terwijl zij ongelovig zijn. Voor hen hebben Wij een pijnlijke bestraffing voorbereid.

  19. يَـٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ لَا يَحِلُّ لَكُمْ أَن تَرِثُوا۟ ٱلنِّسَآءَ كَرْهًا ۖ وَلَا تَعْضُلُوهُنَّ لِتَذْهَبُوا۟ بِبَعْضِ مَآ ءَاتَيْتُمُوهُنَّ إِلَّآ أَن يَأْتِينَ بِفَـٰحِشَةٍ مُّبَيِّنَةٍ ۚ وَعَاشِرُوهُنَّ بِٱلْمَعْرُوفِ ۚ فَإِن كَرِهْتُمُوهُنَّ فَعَسَىٰٓ أَن تَكْرَهُوا۟ شَيْـًٔا وَيَجْعَلَ ٱللَّهُ فِيهِ خَيْرًا كَثِيرًا۝١٩

    Ya ayyuha allatheena amanoo la yahillu lakum an tarithoo alnnisaa karhan wala taʿduloohunna litathhaboo bibaʿdi ma ataytumoohunna illa an yateena bifahishatin mubayyinatin waʿashiroohunna bialmaʿroofi fain karihtumoohunna faʿasa an takrahoo shayan wayajʿala Allahu feehi khayran katheeran

    O jullie die geloven! Jullie is het verboden om vrouwen tegen hun wil te erven en jullie mogen hen niet wreed behandelen, dat jullie een deel van de bruidsschat wegnemen, die jullie hun zelf gegeven hebben, tenzij zij openlijk overspel plegen. En leef eerbaar met hen. Als jullie niet van hen houden dan kan het zijn dat jullie van iets niet houden waarin Allah veel goeds heeft gelegd.

  20. وَإِنْ أَرَدتُّمُ ٱسْتِبْدَالَ زَوْجٍ مَّكَانَ زَوْجٍ وَءَاتَيْتُمْ إِحْدَىٰهُنَّ قِنطَارًا فَلَا تَأْخُذُوا۟ مِنْهُ شَيْـًٔا ۚ أَتَأْخُذُونَهُۥ بُهْتَـٰنًا وَإِثْمًا مُّبِينًا۝٢٠

    Wain aradtumu istibdala zawjin makana zawjin waataytum ihdahunna qintaran fala takhuthoo minhu shayan atakhuthoonahu buhtanan waithman mubeenan

    Maar als jullie een vrouw door een andere vrouw willen vervangen (hier wordt de scheiding mee bedoeld) en jullie geven haar een erg groot bedrag als bruidsschat, neem daar helemaal niks van terug; Zullen jullie het onrechtmatig nemen zonder recht en een grote zonde plegen1?

    Voetnoten
    [1]tegen over jullie vrouwen ook al zijn zij jullie ex-partners vergeet niet de goede tijden.
  21. وَكَيْفَ تَأْخُذُونَهُۥ وَقَدْ أَفْضَىٰ بَعْضُكُمْ إِلَىٰ بَعْضٍ وَأَخَذْنَ مِنكُم مِّيثَـٰقًا غَلِيظًا۝٢١

    Wakayfa takhuthoonahu waqad afda baʿdukum ila baʿdin waakhathna minkum meethaqan ghaleethan

    En hoe kunnen jullie het terugnemen, terwijl jullie tot elkaar zijn gekomen en van jullie een sterk verdrag1.

    Voetnoten
    [1]In het verdrag staat vast dat zij goed voor elkaar dienen te zijn, de Profeet Mohammed vrede zij met hem leert ons nadrukkelijk dat we goed dienen te zijn tegenover de vrouw, dit zei hij zelfs op zijn sterfbed. De Profeet Mohammed vrede zij met hem was de eerste die kwam met vrouwenbescherming, maar ook dierenbescherming en kinderbescherming. Hoe onrechtvaardig is het dan ook dat er zoveel over de Islam en de profeet wordt gelogen.
  22. وَلَا تَنكِحُوا۟ مَا نَكَحَ ءَابَآؤُكُم مِّنَ ٱلنِّسَآءِ إِلَّا مَا قَدْ سَلَفَ ۚ إِنَّهُۥ كَانَ فَـٰحِشَةً وَمَقْتًا وَسَآءَ سَبِيلًا۝٢٢

    Wala tankihoo ma nakaha abaokum mina alnnisai illa ma qad salafa innahu kana fahishatan wamaqtan wasaa sabeelan

    En trouw niet de vrouwen die jullie vaders getrouwd hebben, behalve wat reeds gebeurd is; waarlijk het is een schande en iets wat het meest gehaat is en een kwade weg.

  23. حُرِّمَتْ عَلَيْكُمْ أُمَّهَـٰتُكُمْ وَبَنَاتُكُمْ وَأَخَوَٰتُكُمْ وَعَمَّـٰتُكُمْ وَخَـٰلَـٰتُكُمْ وَبَنَاتُ ٱلْأَخِ وَبَنَاتُ ٱلْأُخْتِ وَأُمَّهَـٰتُكُمُ ٱلَّـٰتِىٓ أَرْضَعْنَكُمْ وَأَخَوَٰتُكُم مِّنَ ٱلرَّضَـٰعَةِ وَأُمَّهَـٰتُ نِسَآئِكُمْ وَرَبَـٰٓئِبُكُمُ ٱلَّـٰتِى فِى حُجُورِكُم مِّن نِّسَآئِكُمُ ٱلَّـٰتِى دَخَلْتُم بِهِنَّ فَإِن لَّمْ تَكُونُوا۟ دَخَلْتُم بِهِنَّ فَلَا جُنَاحَ عَلَيْكُمْ وَحَلَـٰٓئِلُ أَبْنَآئِكُمُ ٱلَّذِينَ مِنْ أَصْلَـٰبِكُمْ وَأَن تَجْمَعُوا۟ بَيْنَ ٱلْأُخْتَيْنِ إِلَّا مَا قَدْ سَلَفَ ۗ إِنَّ ٱللَّهَ كَانَ غَفُورًا رَّحِيمًا۝٢٣

    Hurrimat ʿalaykum ommahatukum wabanatukum waakhawatukum waʿammatukum wakhalatukum wabanatu alakhi wabanatu alokhti waommahatukumu allatee ardaʿnakum waakhawatukum mina alrradaʿati waommahatu nisaikum warabaibukumu allatee fee hujoorikum min nisaikumu allatee dakhaltum bihinna fain lam takoonoo dakhaltum bihinna fala junaha ʿalaykum wahalailu abnaikumu allatheena min aslabikum waan tajmaʿoo bayna alokhtayni illa ma qad salafa inna Allaha kana ghafooran raheeman

    Verboden voor jullie zijn (voor een huwelijk): jullie moeders, jullie dochters, jullie zusters, jullie vaders zusters, jullie moeders zusters, jullie broeders dochters, jullie zusters dochters, jullie moeder die jullie gezoogd heeft, jullie melkzusters, jullie schoonmoeders, jullie stiefdochters die onder jullie voogdij vallen als en met wier moeders jullie gemeenschap mee hebben gehad binnen huwelijk – maar er is geen zonde voor jullie als jullie niet tot hen zijn gekomen middels gemeenschap en het huwelijk eindigt en ook verboden zijn voor jullie, jullie schoondochters van zonen die uit jullie lendenen voortkomen, en het tegelijkertijd huwen van twee zusters, behalve als dit reeds gebeurd is; waarlijk, Allah is de Vaak-Vergevende, de Genadevolle

  24. ۞ وَٱلْمُحْصَنَـٰتُ مِنَ ٱلنِّسَآءِ إِلَّا مَا مَلَكَتْ أَيْمَـٰنُكُمْ ۖ كِتَـٰبَ ٱللَّهِ عَلَيْكُمْ ۚ وَأُحِلَّ لَكُم مَّا وَرَآءَ ذَٰلِكُمْ أَن تَبْتَغُوا۟ بِأَمْوَٰلِكُم مُّحْصِنِينَ غَيْرَ مُسَـٰفِحِينَ ۚ فَمَا ٱسْتَمْتَعْتُم بِهِۦ مِنْهُنَّ فَـَٔاتُوهُنَّ أُجُورَهُنَّ فَرِيضَةً ۚ وَلَا جُنَاحَ عَلَيْكُمْ فِيمَا تَرَٰضَيْتُم بِهِۦ مِنۢ بَعْدِ ٱلْفَرِيضَةِ ۚ إِنَّ ٱللَّهَ كَانَ عَلِيمًا حَكِيمًا۝٢٤

    Waalmuhsanatu mina alnnisai illa ma malakat aymanukum kitaba Allahi ʿalaykum waohilla lakum ma waraa thalikum an tabtaghoo biamwalikum muhsineena ghayra musafiheena fama istamtaʿtum bihi minhunna faatoohunna ojoorahunna fareedatan wala junaha ʿalaykum feema taradaytum bihi min baʿdi alfareedati inna Allaha kana ʿaleeman hakeeman

    Ook (verboden) zijn vrouwen die reeds gehuwd zijn, behalve die, die uw rechterhand bezitten. Zo heeft Allah het voor jullie bepaald. Alle anderen zijn wettig, mits jullie hen met de bruidsschat uit jullie bezittingen ten huwelijk vragen, kuisheid wensen en geen onwettige geslachtsgemeenschap hebben. Dus met degenen met wie jullie geslachtsgemeenschap hebben genoten, moeten jullie hen de bruidsschat zoals voorgeschreven, geven, maar nadat er een bruidsschat bepaald is en jullie beiden besluiten rust daar geen kwaad in. Zeker, Allah is de Altijd Wetende, de Alwijze.

  25. وَمَن لَّمْ يَسْتَطِعْ مِنكُمْ طَوْلًا أَن يَنكِحَ ٱلْمُحْصَنَـٰتِ ٱلْمُؤْمِنَـٰتِ فَمِن مَّا مَلَكَتْ أَيْمَـٰنُكُم مِّن فَتَيَـٰتِكُمُ ٱلْمُؤْمِنَـٰتِ ۚ وَٱللَّهُ أَعْلَمُ بِإِيمَـٰنِكُم ۚ بَعْضُكُم مِّنۢ بَعْضٍ ۚ فَٱنكِحُوهُنَّ بِإِذْنِ أَهْلِهِنَّ وَءَاتُوهُنَّ أُجُورَهُنَّ بِٱلْمَعْرُوفِ مُحْصَنَـٰتٍ غَيْرَ مُسَـٰفِحَـٰتٍ وَلَا مُتَّخِذَٰتِ أَخْدَانٍ ۚ فَإِذَآ أُحْصِنَّ فَإِنْ أَتَيْنَ بِفَـٰحِشَةٍ فَعَلَيْهِنَّ نِصْفُ مَا عَلَى ٱلْمُحْصَنَـٰتِ مِنَ ٱلْعَذَابِ ۚ ذَٰلِكَ لِمَنْ خَشِىَ ٱلْعَنَتَ مِنكُمْ ۚ وَأَن تَصْبِرُوا۟ خَيْرٌ لَّكُمْ ۗ وَٱللَّهُ غَفُورٌ رَّحِيمٌ۝٢٥

    Waman lam yastatiʿ minkum tawlan an yankiha almuhsanati almuminati famin ma malakat aymanukum min fatayatikumu almuminati waAllahu aʿlamu bieemanikum baʿdukum min baʿdin fainkihoohunna biithni ahlihinna waatoohunna ojoorahunna bialmaʿroofi muhsanatin ghayra masafihatin wala muttakhithati akhdanin faitha ohsinna fain atayna bifahishatin faʿalayhinna nisfu ma ʿala almuhsanati mina alʿathabi thalika liman khashiya alʿanata minkum waan tasbiroo khayrun lakum waAllahu ghafoorun raheemun

    En degenen onder jullie die niet de middelen hebben om vrije gelovige vrouwen te huwen, die mogen gelovige niet vrije gelovigen vrouwen huwen, die hun rechterhand bezit en Allah heeft de volledige kennis over jullie geloof, jullie zijn van elkaar. Huw hen met de toestemming van hun eigen familie en geef hen de bruidsschat die aan redelijke voorwaarden voldoet; zij moeten kuis zijn, niet overspelig of mannelijke vrienden hebben. En, nadat zij gehuwd zijn en overspel plegen is hun straf gelijk aan de helft van die van vrije vrouwen. Dit geldt voor degenen die vreest voor ontucht te doen; maar als jullie geduldig zijn is dat beter voor jullie en Allah is de Vaak-Vergevende, de Genadevolle.

  26. يُرِيدُ ٱللَّهُ لِيُبَيِّنَ لَكُمْ وَيَهْدِيَكُمْ سُنَنَ ٱلَّذِينَ مِن قَبْلِكُمْ وَيَتُوبَ عَلَيْكُمْ ۗ وَٱللَّهُ عَلِيمٌ حَكِيمٌ۝٢٦

    Yureedu Allahu liyubayyina lakum wayahdiyakum sunana allatheena min qablikum wayatooba ʿalaykum waAllahu ʿaleemun hakeemun

    Allah wenst het duidelijk voor jullie te maken en jullie de wegen te laten zien van degenen vóór jullie en jullie berouw te accepteren en Allah is Alwetend, Alwijs.

  27. وَٱللَّهُ يُرِيدُ أَن يَتُوبَ عَلَيْكُمْ وَيُرِيدُ ٱلَّذِينَ يَتَّبِعُونَ ٱلشَّهَوَٰتِ أَن تَمِيلُوا۟ مَيْلًا عَظِيمًا۝٢٧

    WaAllahu yureedu an yatooba ʿalaykum wayureedu allatheena yattabiʿoona alshshahawati an tameeloo maylan ʿatheeman

    Allah wil jullie berouw accepteren, maar degenen die hun lusten volgen, wensen dat jullie ver zullen afdwalen van het rechte pad.

  28. يُرِيدُ ٱللَّهُ أَن يُخَفِّفَ عَنكُمْ ۚ وَخُلِقَ ٱلْإِنسَـٰنُ ضَعِيفًا۝٢٨

    Yureedu Allahu an yukhaffifa ʿankum wakhuliqa alinsanu daʿeefan

    Allah wenst (de last) voor jullie te verlichten; en de mens is zwak geschapen.

  29. يَـٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ لَا تَأْكُلُوٓا۟ أَمْوَٰلَكُم بَيْنَكُم بِٱلْبَـٰطِلِ إِلَّآ أَن تَكُونَ تِجَـٰرَةً عَن تَرَاضٍ مِّنكُمْ ۚ وَلَا تَقْتُلُوٓا۟ أَنفُسَكُمْ ۚ إِنَّ ٱللَّهَ كَانَ بِكُمْ رَحِيمًا۝٢٩

    Ya ayyuha allatheena amanoo la takuloo amwalakum baynakum bialbatili illa an takoona tijaratan ʿan taradin minkum wala taqtuloo anfusakum inna Allaha kana bikum raheeman

    O jullie die geloven! Eet jullie eigendommen niet onrechtmatig op, behalve als het handel met wederzijdse overeenstemming onder jullie is. En dood jezelf niet. Zeker, Allah is de Genadevolste voor jullie.

  30. وَمَن يَفْعَلْ ذَٰلِكَ عُدْوَٰنًا وَظُلْمًا فَسَوْفَ نُصْلِيهِ نَارًا ۚ وَكَانَ ذَٰلِكَ عَلَى ٱللَّهِ يَسِيرًا۝٣٠

    Waman yafʿal thalika ʿudwanan wathulman fasawfa nusleehi naran wakana thalika ʿala Allahi yaseeran

    En ieder die dat door agressiviteit of onrechtvaardigheid begaat, zullen Wij naar het vuur verbannen en dat is gemakkelijk voor Allah.

  31. إِن تَجْتَنِبُوا۟ كَبَآئِرَ مَا تُنْهَوْنَ عَنْهُ نُكَفِّرْ عَنكُمْ سَيِّـَٔاتِكُمْ وَنُدْخِلْكُم مُّدْخَلًا كَرِيمًا۝٣١

    In tajtaniboo kabaira ma tunhawna ʿanhu nukaffir ʿankum sayyiatikum wanudkhilkum mudkhalan kareeman

    Als jullie de grote zonden, die jullie verboden zijn te plegen, vermijden, dan zullen Wij jullie zonden vergeven en jullie naar een edele ingang verwijzen.

  32. وَلَا تَتَمَنَّوْا۟ مَا فَضَّلَ ٱللَّهُ بِهِۦ بَعْضَكُمْ عَلَىٰ بَعْضٍ ۚ لِّلرِّجَالِ نَصِيبٌ مِّمَّا ٱكْتَسَبُوا۟ ۖ وَلِلنِّسَآءِ نَصِيبٌ مِّمَّا ٱكْتَسَبْنَ ۚ وَسْـَٔلُوا۟ ٱللَّهَ مِن فَضْلِهِۦٓ ۗ إِنَّ ٱللَّهَ كَانَ بِكُلِّ شَىْءٍ عَلِيمًا۝٣٢

    Wala tatamannaw ma faddala Allahu bihi baʿdakum ʿala baʿdin lilrrijali naseebun mimma iktasaboo walilnnisai naseebun mimma iktasabna waisaloo Allaha min fadlihi inna Allaha kana bikulli shayin ʿaleeman

    En verlang niet naar die zaken waarmee Allah sommigen van jullie heeft laten uitblinken boven anderen. Voor mannen is er een beloning voor wat zij verdiend hebben en voor vrouwen ook. En vraag Allah om Zijn overvloed. Zeker, Allah is de altijd Wetende van alle zaken.

  33. وَلِكُلٍّ جَعَلْنَا مَوَٰلِىَ مِمَّا تَرَكَ ٱلْوَٰلِدَانِ وَٱلْأَقْرَبُونَ ۚ وَٱلَّذِينَ عَقَدَتْ أَيْمَـٰنُكُمْ فَـَٔاتُوهُمْ نَصِيبَهُمْ ۚ إِنَّ ٱللَّهَ كَانَ عَلَىٰ كُلِّ شَىْءٍ شَهِيدًا۝٣٣

    Walikullin jaʿalna mawaliya mimma taraka alwalidani waalaqraboona waallatheena ʿaqadat aymanukum faatoohum naseebahum inna Allaha kana ʿala kulli shayin shaheedan

    En voor iedereen hebben Wij erfgenamen aangewezen voor wat (eigendommen) wordt achtergelaten door ouders en verwanten. Ook voor degenen waarmee jullie een eed (broederschap) hebben afgelegd, moet een gepast gedeelte (worden achtergelaten). Waarlijk, Allah is de getuige van alle dingen.

  34. ٱلرِّجَالُ قَوَّٰمُونَ عَلَى ٱلنِّسَآءِ بِمَا فَضَّلَ ٱللَّهُ بَعْضَهُمْ عَلَىٰ بَعْضٍ وَبِمَآ أَنفَقُوا۟ مِنْ أَمْوَٰلِهِمْ ۚ فَٱلصَّـٰلِحَـٰتُ قَـٰنِتَـٰتٌ حَـٰفِظَـٰتٌ لِّلْغَيْبِ بِمَا حَفِظَ ٱللَّهُ ۚ وَٱلَّـٰتِى تَخَافُونَ نُشُوزَهُنَّ فَعِظُوهُنَّ وَٱهْجُرُوهُنَّ فِى ٱلْمَضَاجِعِ وَٱضْرِبُوهُنَّ ۖ فَإِنْ أَطَعْنَكُمْ فَلَا تَبْغُوا۟ عَلَيْهِنَّ سَبِيلًا ۗ إِنَّ ٱللَّهَ كَانَ عَلِيًّا كَبِيرًا۝٣٤

    Alrrijalu qawwamoona ʿala alnnisai bima faddala Allahu baʿdahum ʿala baʿdin wabima anfaqoo min amwalihim faalssalihatu qanitatun hafithatun lilghaybi bima hafitha Allahu waallatee takhafoona nushoozahunna faʿithoohunna waohjuroohunna fee almadajiʿi waidriboohunna fain ataʿnakum fala tabghoo ʿalayhinna sabeelan inna Allaha kana ʿaliyyan kabeeran

    Mannen zijn de beschermers en onderhouders van vrouwen, omdat Allah de ene van hen boven de ander heeft gesteld en omdat zij uitgeven uit hun middelen. Daarom zijn de goede vrouwen vroom en gehoorzaam en in afwezigheid van hun man waken zij over wat Allah hen bevolen heeft te bewaken. En als die vrouwen zich slecht gedragen, waarschuw hen (eerst), weiger (vervolgens) het bed met hen te delen, (en) sla1 hen (tenslotte) maar als zij weer gehoorzaam zijn, zoek dan niets tegen hen. Waarlijk, Allah is de Altijd Allerhoogste, de Allergrootste.

    Voetnoten
    [1]dit onderwerp wordt ook vaak uit context gehaald door mensen die haten wat zij niet snappen of niet willen snappen, Allah leert ons dat hij de Profeet gestuurd heeft om de Koran te verduidelijken als genade voor de schepselen , zodat niemand het naar zijn eigen hand gaat zetten dus om de Koran juist te begrijpen volgen we de Profeet in zijn handelingen of uitspraken en betreft deze vers leert de profeet ons dat hij de vrouwen altijd verdedigden, hun rechte gaf en zelf extra zelf tijdens de hadj preek vergat hij de recht van de vrouwen niet zelf op zijn sterfbed gaf hij het advies om het beste te zijn met de vrouw wetende dat de profeet vrede zij met hem nooit een vrouw nog een kind nog een slaaf heeft geslagen. En de handelingen van onze geliefde Profeet Mohammed vrede en zegeningen zij met hem is de interpretatie hoe de moslim de Koran moet interpreteren en niet via eigen inbreng of culturele instellingen.
  35. وَإِنْ خِفْتُمْ شِقَاقَ بَيْنِهِمَا فَٱبْعَثُوا۟ حَكَمًا مِّنْ أَهْلِهِۦ وَحَكَمًا مِّنْ أَهْلِهَآ إِن يُرِيدَآ إِصْلَـٰحًا يُوَفِّقِ ٱللَّهُ بَيْنَهُمَآ ۗ إِنَّ ٱللَّهَ كَانَ عَلِيمًا خَبِيرًا۝٣٥

    Wain khiftum shiqaqa baynihima faibʿathoo hakaman min ahlihi wahakaman min ahliha in yureeda islahan yuwaffiqi Allahu baynahuma inna Allaha kana ʿaleeman khabeeran

    Als jullie een breuk tussen hen vrezen, wijs dan bemiddelaars aan, één van zijn familie en de andere van haar familie; als zij beiden vrede wensen, Allah zal hun verzoening verzorgen. Waarlijk, Allah is voor altijd Alwetend, Goed bekend met alle zaken.

  36. ۞ وَٱعْبُدُوا۟ ٱللَّهَ وَلَا تُشْرِكُوا۟ بِهِۦ شَيْـًٔا ۖ وَبِٱلْوَٰلِدَيْنِ إِحْسَـٰنًا وَبِذِى ٱلْقُرْبَىٰ وَٱلْيَتَـٰمَىٰ وَٱلْمَسَـٰكِينِ وَٱلْجَارِ ذِى ٱلْقُرْبَىٰ وَٱلْجَارِ ٱلْجُنُبِ وَٱلصَّاحِبِ بِٱلْجَنۢبِ وَٱبْنِ ٱلسَّبِيلِ وَمَا مَلَكَتْ أَيْمَـٰنُكُمْ ۗ إِنَّ ٱللَّهَ لَا يُحِبُّ مَن كَانَ مُخْتَالًا فَخُورًا۝٣٦

    Waoʿbudoo Allaha wala tushrikoo bihi shayan wabialwalidayni ihsanan wabithee alqurba waalyatama waalmasakeeni waaljari thee alqurba waaljari aljunubi waalssahibi bialjanbi waibni alssabeeli wama malakat aymanukum inna Allaha la yuhibbu man kana mukhtalan fakhooran

    Aanbid Allah en ken Hem geen deelgenoten toe en behandel jullie ouders, jullie verwanten, wezen, armen die bedelen, de buur die verwant is, de buur die een vreemde is, de metgezel aan jullie zijde, de reiziger en degenen die jullie rechterhand bezit, goed. Waarlijk, Allah houdt niet van de hoogmoedigen die anderen de ogen uitsteken (met hun bezit).

  37. ٱلَّذِينَ يَبْخَلُونَ وَيَأْمُرُونَ ٱلنَّاسَ بِٱلْبُخْلِ وَيَكْتُمُونَ مَآ ءَاتَىٰهُمُ ٱللَّهُ مِن فَضْلِهِۦ ۗ وَأَعْتَدْنَا لِلْكَـٰفِرِينَ عَذَابًا مُّهِينًا۝٣٧

    Allatheena yabkhaloona wayamuroona alnnasa bialbukhli wayaktumoona ma atahumu Allahu min fadlihi waaʿtadna lilkafireena ʿathaban muheenan

    Degenen die gierig zijn en bij andere mensen gierigheid aansporen en verbergen wat Allah hen van Zijn overvloed heeft gegeven. Voor die ongelovigen hebben Wij een vernederende bestraffing bereid!

  38. وَٱلَّذِينَ يُنفِقُونَ أَمْوَٰلَهُمْ رِئَآءَ ٱلنَّاسِ وَلَا يُؤْمِنُونَ بِٱللَّهِ وَلَا بِٱلْيَوْمِ ٱلْـَٔاخِرِ ۗ وَمَن يَكُنِ ٱلشَّيْطَـٰنُ لَهُۥ قَرِينًا فَسَآءَ قَرِينًا۝٣٨

    Waallatheena yunfiqoona amwalahum riaa alnnasi wala yuminoona biAllahi wala bialyawmi alakhiri waman yakuni alshshaytanu lahu qareenan fasaa qareenan

    En (ook) voor degenen die omwille van het aanzien bij de mensen geld uitgeven en niet in Allah en de Laatste Dag geloven en iedereen die Shaytaan als een vertrouweling neemt; wat heeft hij dan voor een vreselijke vertrouweling!

  39. وَمَاذَا عَلَيْهِمْ لَوْ ءَامَنُوا۟ بِٱللَّهِ وَٱلْيَوْمِ ٱلْـَٔاخِرِ وَأَنفَقُوا۟ مِمَّا رَزَقَهُمُ ٱللَّهُ ۚ وَكَانَ ٱللَّهُ بِهِمْ عَلِيمًا۝٣٩

    Wamatha ʿalayhim law amanoo biAllahi waalyawmi alakhiri waanfaqoo mimma razaqahumu Allahu wakana Allahu bihim ʿaleeman

    En wat voor verlies zouden zij hebben gehad als zij in Allah geloofd hadden en in de laatste dag en uitgegeven zouden hebben van wat Allah hen voor onderhoud gegeven had? En Allah is de altijd wetende over hen.

  40. إِنَّ ٱللَّهَ لَا يَظْلِمُ مِثْقَالَ ذَرَّةٍ ۖ وَإِن تَكُ حَسَنَةً يُضَـٰعِفْهَا وَيُؤْتِ مِن لَّدُنْهُ أَجْرًا عَظِيمًا۝٤٠

    Inna Allaha la yathlimu mithqala tharratin wain taku hasanatan yudaʿifha wayuti min ladunhu ajran ʿatheeman

    Zeker! Allah doet zelfs geen kwaad ter grootte van een atoom, maar als er iets goeds (gedaan is) verdubbelt Hij het en geeft Hij een grote beloning.

  41. فَكَيْفَ إِذَا جِئْنَا مِن كُلِّ أُمَّةٍۭ بِشَهِيدٍ وَجِئْنَا بِكَ عَلَىٰ هَـٰٓؤُلَآءِ شَهِيدًا۝٤١

    Fakayfa itha jina min kulli ommatin bishaheedin wajina bika ʿala haolai shaheedan

    Hoe (zal het) dan (zijn) als Wij van ieder volk een getuige oproepen en Wij jou als getuige tegen deze mensen oproepen.

  42. يَوْمَئِذٍ يَوَدُّ ٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ وَعَصَوُا۟ ٱلرَّسُولَ لَوْ تُسَوَّىٰ بِهِمُ ٱلْأَرْضُ وَلَا يَكْتُمُونَ ٱللَّهَ حَدِيثًا۝٤٢

    Yawmaithin yawaddu allatheena kafaroo waʿasawoo alrrasoola law tusawwa bihimu alardu wala yaktumoona Allaha hadeethan

    Op die dag zullen degenen die niet in de boodschapper geloofden en hem ongehoorzaam waren, wensen dat zij in de aarde begraven waren, maar zij zullen nooit in staat zijn om maar een enkel feit voor Allah verborgen te houden.

  43. يَـٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ لَا تَقْرَبُوا۟ ٱلصَّلَوٰةَ وَأَنتُمْ سُكَـٰرَىٰ حَتَّىٰ تَعْلَمُوا۟ مَا تَقُولُونَ وَلَا جُنُبًا إِلَّا عَابِرِى سَبِيلٍ حَتَّىٰ تَغْتَسِلُوا۟ ۚ وَإِن كُنتُم مَّرْضَىٰٓ أَوْ عَلَىٰ سَفَرٍ أَوْ جَآءَ أَحَدٌ مِّنكُم مِّنَ ٱلْغَآئِطِ أَوْ لَـٰمَسْتُمُ ٱلنِّسَآءَ فَلَمْ تَجِدُوا۟ مَآءً فَتَيَمَّمُوا۟ صَعِيدًا طَيِّبًا فَٱمْسَحُوا۟ بِوُجُوهِكُمْ وَأَيْدِيكُمْ ۗ إِنَّ ٱللَّهَ كَانَ عَفُوًّا غَفُورًا۝٤٣

    Ya ayyuha allatheena amanoo la taqraboo alssalata waantum sukara hatta taʿlamoo ma taqooloona wala junuban illa ʿabiree sabeelin hatta taghtasiloo wain kuntum marda aw ʿala safarin aw jaa ahadun minkum mina alghaiti aw lamastumu alnnisaa falam tajidoo maan fatayammamoo saʿeedan tayyiban faimsahoo biwujoohikum waaydeekum inna Allaha kana ʿafuwwan ghafooran

    O jullie die geloven! Nader het gebed niet wanneer jullie in een dronken staat verkeren (of het verstand beneveld is), totdat jullie (nuchter zijn en) weer begrijpen wat jullie zeggen, noch wanneer jullie in de toestand van seksuele onreinheid verkeren en nog geen bad hebben genomen, tenzij jullie over de weg reizen (en geen water kunnen vinden), tot jullie het hele lichaam gewassen hebben. En als jullie ziek zijn, of op reis, of één van jullie zijn behoefte gedaan heeft, of jullie hebben contact met vrouwen gehad en jullie kunnen geen water vinden, neem dan voor jullie zelf schone aarde en wrijf daar jullie gezichten en jullie handen mee. Waarlijk, Allah is de Altijd Begenadigde en Vaak-Vergevende!

  44. أَلَمْ تَرَ إِلَى ٱلَّذِينَ أُوتُوا۟ نَصِيبًا مِّنَ ٱلْكِتَـٰبِ يَشْتَرُونَ ٱلضَّلَـٰلَةَ وَيُرِيدُونَ أَن تَضِلُّوا۟ ٱلسَّبِيلَ۝٤٤

    Alam tara ila allatheena ootoo naseeban mina alkitabi yashtaroona alddalalata wayureedoona an tadilloo alssabeela

    Heb jij diegenen niet gezien die een deel van het boek is gegeven, het foute pad volgen, en zij wensen dat jullie van het rechte pad afdwalen.

  45. وَٱللَّهُ أَعْلَمُ بِأَعْدَآئِكُمْ ۚ وَكَفَىٰ بِٱللَّهِ وَلِيًّا وَكَفَىٰ بِٱللَّهِ نَصِيرًا۝٤٥

    WaAllahu aʿlamu biaʿdaikum wakafa biAllahi waliyyan wakafa biAllahi naseeran

    Allah heeft alle kennis over jullie vijanden en Allah is voldoende als een beschermheer en Allah is voldoende als helper.

  46. مِّنَ ٱلَّذِينَ هَادُوا۟ يُحَرِّفُونَ ٱلْكَلِمَ عَن مَّوَاضِعِهِۦ وَيَقُولُونَ سَمِعْنَا وَعَصَيْنَا وَٱسْمَعْ غَيْرَ مُسْمَعٍ وَرَٰعِنَا لَيًّۢا بِأَلْسِنَتِهِمْ وَطَعْنًا فِى ٱلدِّينِ ۚ وَلَوْ أَنَّهُمْ قَالُوا۟ سَمِعْنَا وَأَطَعْنَا وَٱسْمَعْ وَٱنظُرْنَا لَكَانَ خَيْرًا لَّهُمْ وَأَقْوَمَ وَلَـٰكِن لَّعَنَهُمُ ٱللَّهُ بِكُفْرِهِمْ فَلَا يُؤْمِنُونَ إِلَّا قَلِيلًا۝٤٦

    Mina allatheena hadoo yuharrifoona alkalima ʿan mawadiʿihi wayaqooloona samiʿna waʿasayna waismaʿ ghayra musmaʿin waraʿina layyan bialsinatihim wataʿnan fee alddeeni walaw annahum qaloo samiʿna waataʿna waismaʿ waonthurna lakana khayran lahum waaqwama walakin laʿanahumu Allahu bikufrihim fala yuminoona illa qaleelan

    Onder degenen die joods zijn, zijn er een paar die de woorden verplaatsen van hun juiste plaats en zeggen: “Wij hoorden jouw woord en waren ongehoorzaam,” en “Hoor en laten jou, niets horen.”1 met een draai van hun tongen als bespotting op de godsdienst. En als zij maar gezegd hadden: “Wij horen en (gehoorzamen)”, en “Laat ons begrijpen” zou het beter voor hen geweest zijn en gepaster, maar Allah heeft hen voor hun ongeloof vervloekt, dus zij geloven niet, behalve een paar.

    Voetnoten
    [1]En Ra’ina (in het Arabisch betekent dit: Wees voorzichtig, luister naar ons En in het Hebreeuws betekent dit: een belediging.
  47. يَـٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ أُوتُوا۟ ٱلْكِتَـٰبَ ءَامِنُوا۟ بِمَا نَزَّلْنَا مُصَدِّقًا لِّمَا مَعَكُم مِّن قَبْلِ أَن نَّطْمِسَ وُجُوهًا فَنَرُدَّهَا عَلَىٰٓ أَدْبَارِهَآ أَوْ نَلْعَنَهُمْ كَمَا لَعَنَّآ أَصْحَـٰبَ ٱلسَّبْتِ ۚ وَكَانَ أَمْرُ ٱللَّهِ مَفْعُولًا۝٤٧

    Ya ayyuha allatheena ootoo alkitaba aminoo bima nazzalna musaddiqan lima maʿakum min qabli an natmisa wujoohan fanaruddaha ʿala adbariha aw nalʿanahum kama laʿanna ashaba alssabti wakana amru Allahi mafʿoolan

    O jullie die het boek is gegeven! Geloof in wat Wij hebben geopenbaard, bevestigend wat (reeds) bij jullie is, hiervoor hebben Wij gezichten uitgewist en hen naar achteren gekeerd en hen vervloekt zoals Wij de verbrekers van de sabbat hebben vervloekt. En de Bevelen van Allah worden altijd uitgevoerd.

  48. إِنَّ ٱللَّهَ لَا يَغْفِرُ أَن يُشْرَكَ بِهِۦ وَيَغْفِرُ مَا دُونَ ذَٰلِكَ لِمَن يَشَآءُ ۚ وَمَن يُشْرِكْ بِٱللَّهِ فَقَدِ ٱفْتَرَىٰٓ إِثْمًا عَظِيمًا۝٤٨

    Inna Allaha la yaghfiru an yushraka bihi wayaghfiru ma doona thalika liman yashao waman yushrik biAllahi faqadi iftara ithman ʿatheeman

    Waarlijk, Allah vergeeft het niet als er met Hem deelgenoten worden aanbeden, maar behalve dat vergeeft Hij wat Hij wil, en iedereen die Allah deelgenoten toekent, heeft zeker een afschuwelijke zonde begaan.

  49. أَلَمْ تَرَ إِلَى ٱلَّذِينَ يُزَكُّونَ أَنفُسَهُم ۚ بَلِ ٱللَّهُ يُزَكِّى مَن يَشَآءُ وَلَا يُظْلَمُونَ فَتِيلًا۝٤٩

    Alam tara ila allatheena yuzakkoona anfusahum bali Allahu yuzakkee man yashao wala yuthlamoona fateelan

    Heb jij niet diegenen gezien die heiligheid voor zichzelf toeëigenen? Nee – maar Allah reinigt degenen die Hij wil en zij zullen niet onrechtvaardig behandeld worden, zelfs niet gelijk de omvang van een een vezeltje op een dadelpit.

  50. ٱنظُرْ كَيْفَ يَفْتَرُونَ عَلَى ٱللَّهِ ٱلْكَذِبَ ۖ وَكَفَىٰ بِهِۦٓ إِثْمًا مُّبِينًا۝٥٠

    Onthur kayfa yaftaroona ʿala Allahi alkathiba wakafa bihi ithman mubeenan

    Kijk, hoe zij een leugen bedenken over Allah, en dat is als duidelijke zonde genoeg.

  51. أَلَمْ تَرَ إِلَى ٱلَّذِينَ أُوتُوا۟ نَصِيبًا مِّنَ ٱلْكِتَـٰبِ يُؤْمِنُونَ بِٱلْجِبْتِ وَٱلطَّـٰغُوتِ وَيَقُولُونَ لِلَّذِينَ كَفَرُوا۟ هَـٰٓؤُلَآءِ أَهْدَىٰ مِنَ ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ سَبِيلًا۝٥١

    Alam tara ila allatheena ootoo naseeban mina alkitabi yuminoona bialjibti waalttaghooti wayaqooloona lillatheena kafaroo haolai ahda mina allatheena amanoo sabeelan

    Heb jij degenen dan niet gezien die een gedeelte van de Schrift werd gegeven (verwijzend naar de joden)? Want zij geloven in de djibt en de taaghoet (in tovenarij en alles wat naast Allah wordt aanbeden) en zeggen tegen de ongelovigen dat zij beter geleid zijn dan de gelovigen.

  52. أُو۟لَـٰٓئِكَ ٱلَّذِينَ لَعَنَهُمُ ٱللَّهُ ۖ وَمَن يَلْعَنِ ٱللَّهُ فَلَن تَجِدَ لَهُۥ نَصِيرًا۝٥٢

    Olaika allatheena laʿanahumu Allahu waman yalʿani Allahu falan tajida lahu naseeran

    Dit zijn degenen die Allah vervloekt heeft, daar zal je geen helper voor vinden.

  53. أَمْ لَهُمْ نَصِيبٌ مِّنَ ٱلْمُلْكِ فَإِذًا لَّا يُؤْتُونَ ٱلنَّاسَ نَقِيرًا۝٥٣

    Am lahum naseebun mina almulki faithan la yutoona alnnasa naqeeran

    Of hebben zij een deel in het rijk? In dat geval zullen zij de mensheid nog niet een vlekje op de achterkant van een dadelpit geven.

  54. أَمْ يَحْسُدُونَ ٱلنَّاسَ عَلَىٰ مَآ ءَاتَىٰهُمُ ٱللَّهُ مِن فَضْلِهِۦ ۖ فَقَدْ ءَاتَيْنَآ ءَالَ إِبْرَٰهِيمَ ٱلْكِتَـٰبَ وَٱلْحِكْمَةَ وَءَاتَيْنَـٰهُم مُّلْكًا عَظِيمًا۝٥٤

    Am yahsudoona alnnasa ʿala ma atahumu Allahu min fadlihi faqad atayna ala ibraheema alkitaba waalhikmata waataynahum mulkan ʿatheeman

    Of zijn zij jaloers op mannen vanwege wat Allah hun van Zijn overvloed heeft gegeven? Dan hadden Wij de familie van Ibraahiem al het boek, de wijsheid en een groot koninkrijk geschonken.

  55. فَمِنْهُم مَّنْ ءَامَنَ بِهِۦ وَمِنْهُم مَّن صَدَّ عَنْهُ ۚ وَكَفَىٰ بِجَهَنَّمَ سَعِيرًا۝٥٥

    Faminhum man amana bihi waminhum man sadda ʿanhu wakafa bijahannama saʿeeran

    Van hen waren er (enigen) die in hem geloofd hebben en van hen waren (enigen) die hun gezicht van hem afkeerden; en de hel is voldoende om hen te verbranden.

  56. إِنَّ ٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ بِـَٔايَـٰتِنَا سَوْفَ نُصْلِيهِمْ نَارًا كُلَّمَا نَضِجَتْ جُلُودُهُم بَدَّلْنَـٰهُمْ جُلُودًا غَيْرَهَا لِيَذُوقُوا۟ ٱلْعَذَابَ ۗ إِنَّ ٱللَّهَ كَانَ عَزِيزًا حَكِيمًا۝٥٦

    Inna allatheena kafaroo biayatina sawfa nusleehim naran kullama nadijat julooduhum baddalnahum juloodan ghayraha liyathooqoo alʿathaba inna Allaha kana ʿazeezan hakeeman

    Zeker! Degenen die niet in Onze tekenen geloven, zullen Wij in het vuur verbranden en iedere keer als hun huid geroosterd is, zullen Wij hun huid vervangen, zodat zij de bestraffing zullen proeven. Waarlijk, Allah is de altijd allermachtigste, de Alwijze.

  57. وَٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ وَعَمِلُوا۟ ٱلصَّـٰلِحَـٰتِ سَنُدْخِلُهُمْ جَنَّـٰتٍ تَجْرِى مِن تَحْتِهَا ٱلْأَنْهَـٰرُ خَـٰلِدِينَ فِيهَآ أَبَدًا ۖ لَّهُمْ فِيهَآ أَزْوَٰجٌ مُّطَهَّرَةٌ ۖ وَنُدْخِلُهُمْ ظِلًّا ظَلِيلًا۝٥٧

    Waallatheena amanoo waʿamiloo alssalihati sanudkhiluhum jannatin tajree min tahtiha alanharu khalideena feeha abadan lahum feeha azwajun mutahharatun wanudkhiluhum thillan thaleelan

    Maar degenen die geloven en goede daden verrichten, zullen Wij naar de Tuinen verwijzen waar rivieren onder door stromen, daarin voor altijd verblijvend. Daar zullen zij reine vrouwen hebben en Wij zullen hen schaduwen geven die wijds en diep zijn.

  58. ۞ إِنَّ ٱللَّهَ يَأْمُرُكُمْ أَن تُؤَدُّوا۟ ٱلْأَمَـٰنَـٰتِ إِلَىٰٓ أَهْلِهَا وَإِذَا حَكَمْتُم بَيْنَ ٱلنَّاسِ أَن تَحْكُمُوا۟ بِٱلْعَدْلِ ۚ إِنَّ ٱللَّهَ نِعِمَّا يَعِظُكُم بِهِۦٓ ۗ إِنَّ ٱللَّهَ كَانَ سَمِيعًۢا بَصِيرًا۝٥٨

    Inna Allaha yamurukum an tuaddoo alamanati ila ahliha waitha hakamtum bayna alnnasi an tahkumoo bialʿadli inna Allaha niʿimma yaʿithukum bihi inna Allaha kana sameeʿan baseeran

    Waarlijk! Allah heeft jullie bevolen de onderpanden, die jullie zijn toevertrouwd, terug te geven aan de rechtmatige eigenaren. En als jullie tussen de mensen oordelen, oordeel dan rechtvaardig. Waarlijk, hoe uitmuntend is het onderricht dat Hij jullie geeft! Waarlijk, Allah is de altijd Horende, Alziende.

  59. يَـٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوٓا۟ أَطِيعُوا۟ ٱللَّهَ وَأَطِيعُوا۟ ٱلرَّسُولَ وَأُو۟لِى ٱلْأَمْرِ مِنكُمْ ۖ فَإِن تَنَـٰزَعْتُمْ فِى شَىْءٍ فَرُدُّوهُ إِلَى ٱللَّهِ وَٱلرَّسُولِ إِن كُنتُمْ تُؤْمِنُونَ بِٱللَّهِ وَٱلْيَوْمِ ٱلْـَٔاخِرِ ۚ ذَٰلِكَ خَيْرٌ وَأَحْسَنُ تَأْوِيلًا۝٥٩

    Ya ayyuha allatheena amanoo ateeʿoo Allaha waateeʿoo alrrasoola waolee alamri minkum fain tanazaʿtum fee shayin faruddoohu ila Allahi waalrrasooli in kuntum tuminoona biAllahi waalyawmi alakhiri thalika khayrun waahsanu taweelan

    O jullie die geloven! Gehoorzaam Allah en gehoorzaam de boodschapper en degenen van jullie die een gezagspositie hebben. (En) als jullie in iets van mening verschillen, keer dan terug tot Allah en Zijn boodschapper, als jullie in Allah en de laatste dag geloven. Dat is beter en gepaster voor de laatste bepaling.

  60. أَلَمْ تَرَ إِلَى ٱلَّذِينَ يَزْعُمُونَ أَنَّهُمْ ءَامَنُوا۟ بِمَآ أُنزِلَ إِلَيْكَ وَمَآ أُنزِلَ مِن قَبْلِكَ يُرِيدُونَ أَن يَتَحَاكَمُوٓا۟ إِلَى ٱلطَّـٰغُوتِ وَقَدْ أُمِرُوٓا۟ أَن يَكْفُرُوا۟ بِهِۦ وَيُرِيدُ ٱلشَّيْطَـٰنُ أَن يُضِلَّهُمْ ضَلَـٰلًۢا بَعِيدًا۝٦٠

    Alam tara ila allatheena yazʿumoona annahum amanoo bima onzila ilayka wama onzila min qablika yureedoona an yatahakamoo ila alttaghooti waqad omiroo an yakfuroo bihi wayureedu alshshaytanu an yudillahum dalalan baʿeedan

    Hebben jullie degenen gezien, die beweren dat zij in datgene wat naar beneden is gestuurd aan jou, geloven en zij een oordeel wensen (in hun geschillen) van (de taaghoet) de valse rechters (die niet de wetten van Allah hanteren), terwijl hun bevolen is deze te verwerpen, Maar Shaytaan wenst hen ver af te laten dwalen.

  61. وَإِذَا قِيلَ لَهُمْ تَعَالَوْا۟ إِلَىٰ مَآ أَنزَلَ ٱللَّهُ وَإِلَى ٱلرَّسُولِ رَأَيْتَ ٱلْمُنَـٰفِقِينَ يَصُدُّونَ عَنكَ صُدُودًا۝٦١

    Waitha qeela lahum taʿalaw ila ma anzala Allahu waila alrrasooli raayta almunafiqeena yasuddoona ʿanka sudoodan

    En wanneer tegen hen wordt gezegd: “Kom tot wat Allah neer heeft gezonden aan de boodschapper”, zie jij dat de hypocrieten zich weerzinnig van je afkeren (omdat de hypocrieten niet van het wetsoordeel van Allah en de Profeet houden door twijfel in hun zwarte harten).

  62. فَكَيْفَ إِذَآ أَصَـٰبَتْهُم مُّصِيبَةٌۢ بِمَا قَدَّمَتْ أَيْدِيهِمْ ثُمَّ جَآءُوكَ يَحْلِفُونَ بِٱللَّهِ إِنْ أَرَدْنَآ إِلَّآ إِحْسَـٰنًا وَتَوْفِيقًا۝٦٢

    Fakayfa itha asabathum museebatun bima qaddamat aydeehim thumma jaooka yahlifoona biAllahi in aradna illa ihsanan watawfeeqan

    Hoe kan het dan, wanneer een ramp hen getroffen heeft, dat datgene wat hun handen vooruit hebben gestuurd, zij tot jou komen en bij Allah zweren: “Wij hadden niets anders dan het goede en verzoening voor ogen!”

  63. أُو۟لَـٰٓئِكَ ٱلَّذِينَ يَعْلَمُ ٱللَّهُ مَا فِى قُلُوبِهِمْ فَأَعْرِضْ عَنْهُمْ وَعِظْهُمْ وَقُل لَّهُمْ فِىٓ أَنفُسِهِمْ قَوْلًۢا بَلِيغًا۝٦٣

    Olaika allatheena yaʿlamu Allahu ma fee quloobihim faaʿrid ʿanhum waʿithhum waqul lahum fee anfusihim qawlan baleeghan

    Dat zijn degenen waarvan Allah weet wat in hun harten is; keer je dus van hen af en waarschuw hen en spreek tegen hen in doeltreffende woorden om hun binnenste te treffen.

  64. وَمَآ أَرْسَلْنَا مِن رَّسُولٍ إِلَّا لِيُطَاعَ بِإِذْنِ ٱللَّهِ ۚ وَلَوْ أَنَّهُمْ إِذ ظَّلَمُوٓا۟ أَنفُسَهُمْ جَآءُوكَ فَٱسْتَغْفَرُوا۟ ٱللَّهَ وَٱسْتَغْفَرَ لَهُمُ ٱلرَّسُولُ لَوَجَدُوا۟ ٱللَّهَ تَوَّابًا رَّحِيمًا۝٦٤

    Wama arsalna min rasoolin illa liyutaʿa biithni Allahi walaw annahum ith thalamoo anfusahum jaooka faistaghfaroo Allaha waistaghfara lahumu alrrasoolu lawajadoo Allaha tawwaban raheeman

    We hebben een boodschapper gestuurd die met Allah Zijn toestemming gehoorzaamd moet worden. Als zij, nadat zij onrechtvaardig voor zichzelf waren, tot jou komen (dit mag niet na de dood van de profeet vrede zij met hem omdat het zal leiden naar shirk) en om Allah Zijn vergiffenis gesmeekt hadden en de Boodschapper voor hen gesmeekt heeft (dus de Profeet smeekt Allah dat Allah de moslims vergeeft en niet dat de moslim de Profeet aanbidt), dan zouden zij Allah zeker als de Alvergevende vinden, de Genadevolle.

  65. فَلَا وَرَبِّكَ لَا يُؤْمِنُونَ حَتَّىٰ يُحَكِّمُوكَ فِيمَا شَجَرَ بَيْنَهُمْ ثُمَّ لَا يَجِدُوا۟ فِىٓ أَنفُسِهِمْ حَرَجًا مِّمَّا قَضَيْتَ وَيُسَلِّمُوا۟ تَسْلِيمًا۝٦٥

    Fala warabbika la yuminoona hatta yuhakkimooka feema shajara baynahum thumma la yajidoo fee anfusihim harajan mimma qadayta wayusallimoo tasleeman

    Maar nee, bij jullie Heer, zij kunnen geen geloof hebben tot zij jou voor al hun geschillen tot hun rechter maken en bij zichzelf geen weerstand voelen in jouw beslissingen en (die) volledig accepteren.

  66. وَلَوْ أَنَّا كَتَبْنَا عَلَيْهِمْ أَنِ ٱقْتُلُوٓا۟ أَنفُسَكُمْ أَوِ ٱخْرُجُوا۟ مِن دِيَـٰرِكُم مَّا فَعَلُوهُ إِلَّا قَلِيلٌ مِّنْهُمْ ۖ وَلَوْ أَنَّهُمْ فَعَلُوا۟ مَا يُوعَظُونَ بِهِۦ لَكَانَ خَيْرًا لَّهُمْ وَأَشَدَّ تَثْبِيتًا۝٦٦

    Walaw anna katabna ʿalayhim ani oqtuloo anfusakum awi okhrujoo min diyarikum ma faʿaloohu illa qaleelun minhum walaw annahum faʿaloo ma yooʿathoona bihi lakana khayran lahum waashadda tathbeetan

    En als Wij hen hadden bevolen (zeggende): “Dood jullie zelf of verlaat jullie huizen,” dan zouden slechts weinig van hen dat gedaan hebben; maar als zij gedaan zouden hebben wat hun gezegd is, dan zou dat beter voor hen zijn geweest en het zou hun geloof gesterkt hebben.

  67. وَإِذًا لَّـَٔاتَيْنَـٰهُم مِّن لَّدُنَّآ أَجْرًا عَظِيمًا۝٦٧

    Waithan laataynahum min ladunna ajran ʿatheeman

    En waarlijk, Wij zouden hen dan van Ons een grote beloning gegeven hebben.

  68. وَلَهَدَيْنَـٰهُمْ صِرَٰطًا مُّسْتَقِيمًا۝٦٨

    Walahadaynahum siratan mustaqeeman

    En waarlijk, Wij zouden hen dan op het rechte pad geleid hebben.

  69. وَمَن يُطِعِ ٱللَّهَ وَٱلرَّسُولَ فَأُو۟لَـٰٓئِكَ مَعَ ٱلَّذِينَ أَنْعَمَ ٱللَّهُ عَلَيْهِم مِّنَ ٱلنَّبِيِّـۧنَ وَٱلصِّدِّيقِينَ وَٱلشُّهَدَآءِ وَٱلصَّـٰلِحِينَ ۚ وَحَسُنَ أُو۟لَـٰٓئِكَ رَفِيقًا۝٦٩

    Waman yutiʿi Allaha waalrrasoola faolaika maʿa allatheena anʿama Allahu ʿalayhim mina alnnabiyyeena waalssiddeeqeena waalshshuhadai waalssaliheena wahasuna olaika rafeeqan

    En degenen die Allah en de boodschapper gehoorzamen, zullen dan in het gezelschap verkeren van degenen aan Wie Allah Zijn gunst heeft verleend, van de Profeten, de oprechten, de martelaren en de rechtvaardigen. En uitmuntend zijn deze metgezellen.

  70. ذَٰلِكَ ٱلْفَضْلُ مِنَ ٱللَّهِ ۚ وَكَفَىٰ بِٱللَّهِ عَلِيمًا۝٧٠

    Thalika alfadlu mina Allahi wakafa biAllahi ʿaleeman

    Zo is de overvloed van Allah en Allah is voldoende als Alwetende.

  71. يَـٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ خُذُوا۟ حِذْرَكُمْ فَٱنفِرُوا۟ ثُبَاتٍ أَوِ ٱنفِرُوا۟ جَمِيعًا۝٧١

    Ya ayyuha allatheena amanoo khuthoo hithrakum fainfiroo thubatin awi infiroo jameeʿan

    O jullie die geloven! Neem jullie voorzorgsmaatregelen en trek er op uit in gedeelten of allen tezamen.

  72. وَإِنَّ مِنكُمْ لَمَن لَّيُبَطِّئَنَّ فَإِنْ أَصَـٰبَتْكُم مُّصِيبَةٌ قَالَ قَدْ أَنْعَمَ ٱللَّهُ عَلَىَّ إِذْ لَمْ أَكُن مَّعَهُمْ شَهِيدًا۝٧٢

    Wainna minkum laman layubattianna fain asabatkum museebatun qala qad anʿama Allahu ʿalayya ith lam akun maʿahum shaheedan

    Er is zeker iemand onder jullie die achterblijft. Als een ongeluk jullie treft zegt hij: “Waarlijk, Allah heeft mij begunstigd, zodat ik niet bij hen aanwezig was.”

  73. وَلَئِنْ أَصَـٰبَكُمْ فَضْلٌ مِّنَ ٱللَّهِ لَيَقُولَنَّ كَأَن لَّمْ تَكُنۢ بَيْنَكُمْ وَبَيْنَهُۥ مَوَدَّةٌ يَـٰلَيْتَنِى كُنتُ مَعَهُمْ فَأَفُوزَ فَوْزًا عَظِيمًا۝٧٣

    Walain asabakum fadlun mina Allahi layaqoolanna kaan lam takun baynakum wabaynahu mawaddatun ya laytanee kuntu maʿahum faafooza fawzan ʿatheeman

    Maar als een overvloed tot jullie van Allah komt, zou hij zeker zeggen – alsof er nooit vriendschapsbanden tussen jullie en hem bestonden – “O, ik wenste dat ik bij hen was; dan zou ik een groot succes hebben behaald.”

  74. ۞ فَلْيُقَـٰتِلْ فِى سَبِيلِ ٱللَّهِ ٱلَّذِينَ يَشْرُونَ ٱلْحَيَوٰةَ ٱلدُّنْيَا بِٱلْـَٔاخِرَةِ ۚ وَمَن يُقَـٰتِلْ فِى سَبِيلِ ٱللَّهِ فَيُقْتَلْ أَوْ يَغْلِبْ فَسَوْفَ نُؤْتِيهِ أَجْرًا عَظِيمًا۝٧٤

    Falyuqatil fee sabeeli Allahi allatheena yashroona alhayata alddunya bialakhirati waman yuqatil fee sabeeli Allahi fayuqtal aw yaghlib fasawfa nuteehi ajran ʿatheeman

    Laat die (gelovigen) die hun leven van deze wereld verkopen voor het hiernamaals voor de zaak van Allah vechten en degenen die voor de zaak van Allah vechten en gedood worden of de overwinning behalen die zullen Wij een grote beloning geven.

  75. وَمَا لَكُمْ لَا تُقَـٰتِلُونَ فِى سَبِيلِ ٱللَّهِ وَٱلْمُسْتَضْعَفِينَ مِنَ ٱلرِّجَالِ وَٱلنِّسَآءِ وَٱلْوِلْدَٰنِ ٱلَّذِينَ يَقُولُونَ رَبَّنَآ أَخْرِجْنَا مِنْ هَـٰذِهِ ٱلْقَرْيَةِ ٱلظَّالِمِ أَهْلُهَا وَٱجْعَل لَّنَا مِن لَّدُنكَ وَلِيًّا وَٱجْعَل لَّنَا مِن لَّدُنكَ نَصِيرًا۝٧٥

    Wama lakum la tuqatiloona fee sabeeli Allahi waalmustadʿafeena mina alrrijali waalnnisai waalwildani allatheena yaqooloona rabbana akhrijna min hathihi alqaryati alththalimi ahluha waijʿal lana min ladunka waliyyan waijʿal lana min ladunka naseeran

    En wat is er mis met jullie dat jullie niet voor de zaak van Allah vechten en voor die zwakke, slecht behandelden en onderdrukten onder de mannen, vrouwen en kinderen die roepen: “Onze Heer! Red ons van deze stad wiens bewoners onderdrukkers zijn; en laat van ons degenen verrijzen die U wilt beschermen, en laat van ons degenen verrijzen die U wilt helpen.”

  76. ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ يُقَـٰتِلُونَ فِى سَبِيلِ ٱللَّهِ ۖ وَٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ يُقَـٰتِلُونَ فِى سَبِيلِ ٱلطَّـٰغُوتِ فَقَـٰتِلُوٓا۟ أَوْلِيَآءَ ٱلشَّيْطَـٰنِ ۖ إِنَّ كَيْدَ ٱلشَّيْطَـٰنِ كَانَ ضَعِيفًا۝٧٦

    Allatheena amanoo yuqatiloona fee sabeeli Allahi waallatheena kafaroo yuqatiloona fee sabeeli alttaghooti faqatiloo awliyaa alshshaytani inna kayda alshshaytani kana daʿeefan

    Degenen die geloven, vechten op de weg van Allah en degenen die niet geloven, vechten op de weg van de taaghoet. Bestrijd dan de handlangers van Shaytaan! Want waarlijk, de samenzweringen van Shaytaan (tegen de gelovigen) zijn altijd zwak.

  77. أَلَمْ تَرَ إِلَى ٱلَّذِينَ قِيلَ لَهُمْ كُفُّوٓا۟ أَيْدِيَكُمْ وَأَقِيمُوا۟ ٱلصَّلَوٰةَ وَءَاتُوا۟ ٱلزَّكَوٰةَ فَلَمَّا كُتِبَ عَلَيْهِمُ ٱلْقِتَالُ إِذَا فَرِيقٌ مِّنْهُمْ يَخْشَوْنَ ٱلنَّاسَ كَخَشْيَةِ ٱللَّهِ أَوْ أَشَدَّ خَشْيَةً ۚ وَقَالُوا۟ رَبَّنَا لِمَ كَتَبْتَ عَلَيْنَا ٱلْقِتَالَ لَوْلَآ أَخَّرْتَنَآ إِلَىٰٓ أَجَلٍ قَرِيبٍ ۗ قُلْ مَتَـٰعُ ٱلدُّنْيَا قَلِيلٌ وَٱلْـَٔاخِرَةُ خَيْرٌ لِّمَنِ ٱتَّقَىٰ وَلَا تُظْلَمُونَ فَتِيلًا۝٧٧

    Alam tara ila allatheena qeela lahum kuffoo aydiyakum waaqeemoo alssalata waatoo alzzakata falamma kutiba ʿalayhimu alqitalu itha fareequn minhum yakhshawna alnnasa kakhashyati Allahi aw ashadda khashyatan waqaloo rabbana lima katabta ʿalayna alqitala lawla akhkhartana ila ajalin qareebin qul mataʿu alddunya qaleelun waalakhiratu khayrun limani ittaqa wala tuthlamoona fateelan

    Hebben jullie niet degenen gezien, die gezegd waren om hun handen af te houden. Maar toen het vechten hun bevolen was, zie! Een deel van hen vreesden de mensen, zoals zij Allah vreesden of zelfs nog meer. Zij zeiden: “Onze Heer! Waarom heeft U ons bevolen te vechten? Kunt U ons niet een korte tijd uitstel verlenen?” Zeg: “Kort is het vermaak in deze wereld. Het hiernamaals is veel beter voor degene die Allah vreest en jullie zullen zelfs niet zo onrechtvaardig behandeld worden gelijk aan een vezelige draad aan de lange kant van een dadelpit.

  78. أَيْنَمَا تَكُونُوا۟ يُدْرِككُّمُ ٱلْمَوْتُ وَلَوْ كُنتُمْ فِى بُرُوجٍ مُّشَيَّدَةٍ ۗ وَإِن تُصِبْهُمْ حَسَنَةٌ يَقُولُوا۟ هَـٰذِهِۦ مِنْ عِندِ ٱللَّهِ ۖ وَإِن تُصِبْهُمْ سَيِّئَةٌ يَقُولُوا۟ هَـٰذِهِۦ مِنْ عِندِكَ ۚ قُلْ كُلٌّ مِّنْ عِندِ ٱللَّهِ ۖ فَمَالِ هَـٰٓؤُلَآءِ ٱلْقَوْمِ لَا يَكَادُونَ يَفْقَهُونَ حَدِيثًا۝٧٨

    Aynama takoonoo yudrikkumu almawtu walaw kuntum fee buroojin mushayyadatin wain tusibhum hasanatun yaqooloo hathihi min ʿindi Allahi wain tusibhum sayyiatun yaqooloo hathihi min ʿindika qul kullun min ʿindi Allahi famali haolai alqawmi la yakadoona yafqahoona hadeethan

    “Waar jullie ook zijn, de dood zal jullie overmannen, zelfs al hebben jullie een machtig en hoog fort gebouwd!” En als hen wat goeds overkomt, zeggen zij: “Dit is van Allah,” maar als hen wat slechts gebeurt zeggen zij: “Dit komt van jou.” Zeg: “Alle zaken komen van Allah,” wat is er dus met deze mensen mis dat ze het woord maar niet willen begrijpen?

  79. مَّآ أَصَابَكَ مِنْ حَسَنَةٍ فَمِنَ ٱللَّهِ ۖ وَمَآ أَصَابَكَ مِن سَيِّئَةٍ فَمِن نَّفْسِكَ ۚ وَأَرْسَلْنَـٰكَ لِلنَّاسِ رَسُولًا ۚ وَكَفَىٰ بِٱللَّهِ شَهِيدًا۝٧٩

    Ma asabaka min hasanatin famina Allahi wama asabaka min sayyiatin famin nafsika waarsalnaka lilnnasi rasoolan wakafa biAllahi shaheedan

    Al het goede dat jullie bereikt heeft, is van Allah, maar het kwaad dat jullie bereikt, komt van jullie zelf. En Wij hebben jou als een boodschapper voor de mensheid gestuurd, en Allah is als getuige voldoende.

  80. مَّن يُطِعِ ٱلرَّسُولَ فَقَدْ أَطَاعَ ٱللَّهَ ۖ وَمَن تَوَلَّىٰ فَمَآ أَرْسَلْنَـٰكَ عَلَيْهِمْ حَفِيظًا۝٨٠

    Man yutiʿi alrrasoola faqad ataʿa Allaha waman tawalla fama arsalnaka ʿalayhim hafeethan

    Hij, die de boodschapper gehoorzaamt, heeft zeker Allah gehoorzaamd, maar degene die zich afkeert, hebben Wij niet jou als toezichthouder voor hem gestuurd.

  81. وَيَقُولُونَ طَاعَةٌ فَإِذَا بَرَزُوا۟ مِنْ عِندِكَ بَيَّتَ طَآئِفَةٌ مِّنْهُمْ غَيْرَ ٱلَّذِى تَقُولُ ۖ وَٱللَّهُ يَكْتُبُ مَا يُبَيِّتُونَ ۖ فَأَعْرِضْ عَنْهُمْ وَتَوَكَّلْ عَلَى ٱللَّهِ ۚ وَكَفَىٰ بِٱللَّهِ وَكِيلًا۝٨١

    Wayaqooloona taʿatun faitha barazoo min ʿindika bayyata taifatun minhum ghayra allathee taqoolu waAllahu yaktubu ma yubayyitoona faaʿrid ʿanhum watawakkal ʿala Allahi wakafa biAllahi wakeelan

    Zij zeggen: “Wij zijn gehoorzaam,” maar als zij bij jou weggaan, brengt een deel van hen de nacht door in het maken van plannen over andere zaken dan dat jij besproken hebt. Maar Allah noteert hun nachtelijke (samenzweringen). Keer je dus van hen af en leg jullie vertrouwen in Allah. En Allah is altijd voldoende als Regelaar van zaken (voor degenen die op Hem vertrouwen).

  82. أَفَلَا يَتَدَبَّرُونَ ٱلْقُرْءَانَ ۚ وَلَوْ كَانَ مِنْ عِندِ غَيْرِ ٱللَّهِ لَوَجَدُوا۟ فِيهِ ٱخْتِلَـٰفًا كَثِيرًا۝٨٢

    Afala yatadabbaroona alqurana walaw kana min ʿindi ghayri Allahi lawajadoo feehi ikhtilafan katheeran

    Bekijken zij de Qor’aan dan niet nauwkeurig? Als het niet van een ander dan van Allah was geweest, hadden zij daar zeker veel tegenstrijdigheden in gevonden.

  83. وَإِذَا جَآءَهُمْ أَمْرٌ مِّنَ ٱلْأَمْنِ أَوِ ٱلْخَوْفِ أَذَاعُوا۟ بِهِۦ ۖ وَلَوْ رَدُّوهُ إِلَى ٱلرَّسُولِ وَإِلَىٰٓ أُو۟لِى ٱلْأَمْرِ مِنْهُمْ لَعَلِمَهُ ٱلَّذِينَ يَسْتَنۢبِطُونَهُۥ مِنْهُمْ ۗ وَلَوْلَا فَضْلُ ٱللَّهِ عَلَيْكُمْ وَرَحْمَتُهُۥ لَٱتَّبَعْتُمُ ٱلشَّيْطَـٰنَ إِلَّا قَلِيلًا۝٨٣

    Waitha jaahum amrun mina alamni awi alkhawfi athaʿoo bihi walaw raddoohu ila alrrasooli waila olee alamri minhum laʿalimahu allatheena yastanbitoonahu minhum walawla fadlu Allahi ʿalaykum warahmatuhu laittabaʿtumu alshshaytana illa qaleelan

    Als er tot hen een zaak komt die de (openbare) veiligheid of angst betreft, zouden zij het zeker bekend hebben gemaakt, als zij het maar bij de Boodschapper of de gezagsdragers onder hen te berde hadden gebracht, zouden de juiste onderzoekers het begrepen hebben. Als het niet voor de gunsten en genade van Allah voor jullie geweest was, dan zouden jullie Shaytaan gevolgd hebben, enkelen uitgezonderd.

  84. فَقَـٰتِلْ فِى سَبِيلِ ٱللَّهِ لَا تُكَلَّفُ إِلَّا نَفْسَكَ ۚ وَحَرِّضِ ٱلْمُؤْمِنِينَ ۖ عَسَى ٱللَّهُ أَن يَكُفَّ بَأْسَ ٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ ۚ وَٱللَّهُ أَشَدُّ بَأْسًا وَأَشَدُّ تَنكِيلًا۝٨٤

    Faqatil fee sabeeli Allahi la tukallafu illa nafsaka waharridi almumineena ʿasa Allahu an yakuffa basa allatheena kafaroo waAllahu ashaddu basan waashaddu tankeelan

    Vecht dan voor de zaak van Allah, je bent niet verantwoordelijk behalve voor jezelf en moedig de gelovigen aan. Het zou kunnen zijn dat Allah de kwade macht van de ongelovigen aan banden zal leggen. En Allah is sterker in macht en sterker in de bestraffing.

  85. مَّن يَشْفَعْ شَفَـٰعَةً حَسَنَةً يَكُن لَّهُۥ نَصِيبٌ مِّنْهَا ۖ وَمَن يَشْفَعْ شَفَـٰعَةً سَيِّئَةً يَكُن لَّهُۥ كِفْلٌ مِّنْهَا ۗ وَكَانَ ٱللَّهُ عَلَىٰ كُلِّ شَىْءٍ مُّقِيتًا۝٨٥

    Man yashfaʿ shafaʿatan hasanatan yakun lahu naseebun minha waman yashfaʿ shafaʿatan sayyiatan yakun lahu kiflun minha wakana Allahu ʿala kulli shayin muqeetan

    Iedereen die voor een goede zaak bemiddelt, zal daar een beloning voor hebben en iedereen die voor een slechte zaak bemiddelt zal een deel in de last daarvan hebben. En Allah is altijd tot alles in staat.

  86. وَإِذَا حُيِّيتُم بِتَحِيَّةٍ فَحَيُّوا۟ بِأَحْسَنَ مِنْهَآ أَوْ رُدُّوهَآ ۗ إِنَّ ٱللَّهَ كَانَ عَلَىٰ كُلِّ شَىْءٍ حَسِيبًا۝٨٦

    Waitha huyyeetum bitahiyyatin fahayyoo biahsana minha aw ruddooha inna Allaha kana ʿala kulli shayin haseeban

    Als je met een groet gegroet wordt, groet dan terug met een groet die beter is of met een gelijkwaardige. Zeker Allah is altijd een nauwkeurige berekenaar van alle zaken.

  87. ٱللَّهُ لَآ إِلَـٰهَ إِلَّا هُوَ ۚ لَيَجْمَعَنَّكُمْ إِلَىٰ يَوْمِ ٱلْقِيَـٰمَةِ لَا رَيْبَ فِيهِ ۗ وَمَنْ أَصْدَقُ مِنَ ٱللَّهِ حَدِيثًا۝٨٧

    Allahu la ilaha illa huwa layajmaʿannakum ila yawmi alqiyamati la rayba feehi waman asdaqu mina Allahi hadeethan

    Allah! Er is geen die het recht heeft aanbeden te worden behalve Hij. Zeker, Hij zal jullie op de dag der opstanding, waarover geen twijfel is, verzamelen. En wie is er waarachtiger in Zijn uitspraken dan Allah.

  88. ۞ فَمَا لَكُمْ فِى ٱلْمُنَـٰفِقِينَ فِئَتَيْنِ وَٱللَّهُ أَرْكَسَهُم بِمَا كَسَبُوٓا۟ ۚ أَتُرِيدُونَ أَن تَهْدُوا۟ مَنْ أَضَلَّ ٱللَّهُ ۖ وَمَن يُضْلِلِ ٱللَّهُ فَلَن تَجِدَ لَهُۥ سَبِيلًا۝٨٨

    Fama lakum fee almunafiqeena fiatayni waAllahu arkasahum bima kasaboo atureedoona an tahdoo man adalla Allahu waman yudlili Allahu falan tajida lahu sabeelan

    Wat scheelt jullie dat jullie over de hypocrieten in twee partijen verdeeld zijn? Allah heeft hen teruggeworpen vanwege wat zij verdiend hebben. Willen jullie degene leiden die Allah heeft doen dwalen? En hij die Allah doet dwalen, daar kunnen jullie nooit een weg voor vinden.

  89. وَدُّوا۟ لَوْ تَكْفُرُونَ كَمَا كَفَرُوا۟ فَتَكُونُونَ سَوَآءً ۖ فَلَا تَتَّخِذُوا۟ مِنْهُمْ أَوْلِيَآءَ حَتَّىٰ يُهَاجِرُوا۟ فِى سَبِيلِ ٱللَّهِ ۚ فَإِن تَوَلَّوْا۟ فَخُذُوهُمْ وَٱقْتُلُوهُمْ حَيْثُ وَجَدتُّمُوهُمْ ۖ وَلَا تَتَّخِذُوا۟ مِنْهُمْ وَلِيًّا وَلَا نَصِيرًا۝٨٩

    Waddoo law takfuroona kama kafaroo fatakoonoona sawaan fala tattakhithoo minhum awliyaa hatta yuhajiroo fee sabeeli Allahi fain tawallaw fakhuthoohum waoqtuloohum haythu wajadtumoohum wala tattakhithoo minhum waliyyan wala naseeran

    Zij willen dat jullie het geloof verwerpen, zoals zij (het geloof) verwerpen en dat jullie gelijk worden. Neem hen dus niet tot bondgenoten, totdat zij op de weg van Allah zijn gekomen. Maar als zij zich (van de Islam) afkeren, houd hen dan (tegen) en dood hen waar jullie hen kunnen vinden en neem nooit bondgenoten van hen noch helpers1.

    Voetnoten
    [1] Vaak worden de zelfverdedigingsverzen uit context gehaald, terwijl de algemeenheid van harmonie met de moslims wordt vergeten. Ook de Islam kent rechten toe aan de ongelovigen, hieronder valt bijvoorbeeld het betalen van djizjah, dat gedaan wordt door de ongelovigen.
  90. إِلَّا ٱلَّذِينَ يَصِلُونَ إِلَىٰ قَوْمٍۭ بَيْنَكُمْ وَبَيْنَهُم مِّيثَـٰقٌ أَوْ جَآءُوكُمْ حَصِرَتْ صُدُورُهُمْ أَن يُقَـٰتِلُوكُمْ أَوْ يُقَـٰتِلُوا۟ قَوْمَهُمْ ۚ وَلَوْ شَآءَ ٱللَّهُ لَسَلَّطَهُمْ عَلَيْكُمْ فَلَقَـٰتَلُوكُمْ ۚ فَإِنِ ٱعْتَزَلُوكُمْ فَلَمْ يُقَـٰتِلُوكُمْ وَأَلْقَوْا۟ إِلَيْكُمُ ٱلسَّلَمَ فَمَا جَعَلَ ٱللَّهُ لَكُمْ عَلَيْهِمْ سَبِيلًا۝٩٠

    Illa allatheena yasiloona ila qawmin baynakum wabaynahum meethaqun aw jaookum hasirat sudooruhum an yuqatilookum aw yuqatiloo qawmahum walaw shaa Allahu lasallatahum ʿalaykum falaqatalookum faini iʿtazalookum falam yuqatilookum waalqaw ilaykumu alssalama fama jaʿala Allahu lakum ʿalayhim sabeelan

    Behalve degenen onder jullie die een groep vormen en met wie een (vredes)verdrag is, of degenen die jullie benaderen met hun harten, afkerig van het strijden tegen jullie of hun eigen mensen. Als Allah het gewild had, zou Hij zeker hen macht over jullie gegeven hebben en zij zouden jullie bevochten hebben. Als zij zich dus van jullie terugtrekken en niet tegen jullie vechten bied hen dan vrede aan, dan heeft Allah geen weg voor jullie tegen hen geopend.

  91. سَتَجِدُونَ ءَاخَرِينَ يُرِيدُونَ أَن يَأْمَنُوكُمْ وَيَأْمَنُوا۟ قَوْمَهُمْ كُلَّ مَا رُدُّوٓا۟ إِلَى ٱلْفِتْنَةِ أُرْكِسُوا۟ فِيهَا ۚ فَإِن لَّمْ يَعْتَزِلُوكُمْ وَيُلْقُوٓا۟ إِلَيْكُمُ ٱلسَّلَمَ وَيَكُفُّوٓا۟ أَيْدِيَهُمْ فَخُذُوهُمْ وَٱقْتُلُوهُمْ حَيْثُ ثَقِفْتُمُوهُمْ ۚ وَأُو۟لَـٰٓئِكُمْ جَعَلْنَا لَكُمْ عَلَيْهِمْ سُلْطَـٰنًا مُّبِينًا۝٩١

    Satajidoona akhareena yureedoona an yamanookum wayamanoo qawmahum kulla ma ruddoo ila alfitnati orkisoo feeha fain lam yaʿtazilookum wayulqoo ilaykumu alssalama wayakuffoo aydiyahum fakhuthoohum waoqtuloohum haythu thaqiftumoohum waolaikum jaʿalna lakum ʿalayhim sultanan mubeenan

    Jullie zullen anderen vinden die zekerheid van jullie wensen en zekerheid van hun eigen volk. Elke keer als zij in verleiding worden gebracht, zwichten zij daarvoor. Als zij zich niet van jullie terugtrekken of jullie vrede aanbieden en hun handen niet van jullie aftrekken, neem hen dan (gevangen) en dood hen waar jullie hen ook kunnen vinden. In hun geval hebben Wij jullie voorzien van een duidelijke vrijgeleide tegen hen.

  92. وَمَا كَانَ لِمُؤْمِنٍ أَن يَقْتُلَ مُؤْمِنًا إِلَّا خَطَـًٔا ۚ وَمَن قَتَلَ مُؤْمِنًا خَطَـًٔا فَتَحْرِيرُ رَقَبَةٍ مُّؤْمِنَةٍ وَدِيَةٌ مُّسَلَّمَةٌ إِلَىٰٓ أَهْلِهِۦٓ إِلَّآ أَن يَصَّدَّقُوا۟ ۚ فَإِن كَانَ مِن قَوْمٍ عَدُوٍّ لَّكُمْ وَهُوَ مُؤْمِنٌ فَتَحْرِيرُ رَقَبَةٍ مُّؤْمِنَةٍ ۖ وَإِن كَانَ مِن قَوْمٍۭ بَيْنَكُمْ وَبَيْنَهُم مِّيثَـٰقٌ فَدِيَةٌ مُّسَلَّمَةٌ إِلَىٰٓ أَهْلِهِۦ وَتَحْرِيرُ رَقَبَةٍ مُّؤْمِنَةٍ ۖ فَمَن لَّمْ يَجِدْ فَصِيَامُ شَهْرَيْنِ مُتَتَابِعَيْنِ تَوْبَةً مِّنَ ٱللَّهِ ۗ وَكَانَ ٱللَّهُ عَلِيمًا حَكِيمًا۝٩٢

    Wama kana limuminin an yaqtula muminan illa khataan waman qatala muminan khataan fatahreeru raqabatin muminatin wadiyatun musallamatun ila ahlihi illa an yassaddaqoo fain kana min qawmin ʿaduwwin lakum wahuwa muminun fatahreeru raqabatin muminatin wain kana min qawmin baynakum wabaynahum meethaqun fadiyatun musallamatun ila ahlihi watahreeru raqabatin muminatin faman lam yajid fasiyamu shahrayni mutatabiʿayni tawbatan mina Allahi wakana Allahu ʿaleeman hakeeman

    Het is niet voor een gelovige om een gelovige te doden behalve per vergissing en iedereen die per ongeluk een gelovige doodt (is bevolen om) een gelovige slaaf te bevrijden en compensatie te betalen aan de familie van de overledene, tenzij zij daarvan afzien. Als de overledene tot een volk behoort, waar jullie mee in oorlog zijn en hij een gelovige was, dan is het bevrijden van een gelovige slaaf (voorgeschreven) en als hij tot een volk behoort waar jullie een verdrag mee hebben, dan moet de compensatie aan zijn familie worden betaald en een gelovige slaaf moet bevrijd worden. En degene waarvoor (de straf van het bevrijden van een slaaf) te duur is, moet twee aaneengesloten maanden vasten om zo berouw jegens Allah te verkrijgen. En Allah is de Alwetende, de Alwijze.

  93. وَمَن يَقْتُلْ مُؤْمِنًا مُّتَعَمِّدًا فَجَزَآؤُهُۥ جَهَنَّمُ خَـٰلِدًا فِيهَا وَغَضِبَ ٱللَّهُ عَلَيْهِ وَلَعَنَهُۥ وَأَعَدَّ لَهُۥ عَذَابًا عَظِيمًا۝٩٣

    Waman yaqtul muminan mutaʿammidan fajazaohu jahannamu khalidan feeha waghadiba Allahu ʿalayhi walaʿanahu waaʿadda lahu ʿathaban ʿatheeman

    En iedereen die bewust een gelovige doodt, zijn vergoeding is de hel om daarin te verblijven en de woede en de vloek van Allah is over hem en een grote bestraffing wordt voor hem voorbereid.

  94. يَـٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوٓا۟ إِذَا ضَرَبْتُمْ فِى سَبِيلِ ٱللَّهِ فَتَبَيَّنُوا۟ وَلَا تَقُولُوا۟ لِمَنْ أَلْقَىٰٓ إِلَيْكُمُ ٱلسَّلَـٰمَ لَسْتَ مُؤْمِنًا تَبْتَغُونَ عَرَضَ ٱلْحَيَوٰةِ ٱلدُّنْيَا فَعِندَ ٱللَّهِ مَغَانِمُ كَثِيرَةٌ ۚ كَذَٰلِكَ كُنتُم مِّن قَبْلُ فَمَنَّ ٱللَّهُ عَلَيْكُمْ فَتَبَيَّنُوٓا۟ ۚ إِنَّ ٱللَّهَ كَانَ بِمَا تَعْمَلُونَ خَبِيرًا۝٩٤

    Ya ayyuha allatheena amanoo itha darabtum fee sabeeli Allahi fatabayyanoo wala taqooloo liman alqa ilaykumu alssalama lasta muminan tabtaghoona ʿarada alhayati alddunya faʿinda Allahi maghanimu katheeratun kathalika kuntum min qablu famanna Allahu ʿalaykum fatabayyanoo inna Allaha kana bima taʿmaloona khabeeran

    O jullie die geloven! Wanneer jullie gaan (vechten) voor de zaak van Allah, controleer dan (de waarheid) en vertel niemand wie jullie groet (door moslim te worden): jij bent geen gelovige, (door) het zoeken naar vergankelijke goederen van het wereldse leven. Er zijn veel meer voordelen en goederen bij Allah. Zoals hij nu is, waren jullie vroeger ook, tot Allah Zijn gunsten over jullie heeft uitgestort, wees daarom voorzichtig in het onderscheid. Allah is zich altijd bewust van wat jullie doen.

  95. لَّا يَسْتَوِى ٱلْقَـٰعِدُونَ مِنَ ٱلْمُؤْمِنِينَ غَيْرُ أُو۟لِى ٱلضَّرَرِ وَٱلْمُجَـٰهِدُونَ فِى سَبِيلِ ٱللَّهِ بِأَمْوَٰلِهِمْ وَأَنفُسِهِمْ ۚ فَضَّلَ ٱللَّهُ ٱلْمُجَـٰهِدِينَ بِأَمْوَٰلِهِمْ وَأَنفُسِهِمْ عَلَى ٱلْقَـٰعِدِينَ دَرَجَةً ۚ وَكُلًّا وَعَدَ ٱللَّهُ ٱلْحُسْنَىٰ ۚ وَفَضَّلَ ٱللَّهُ ٱلْمُجَـٰهِدِينَ عَلَى ٱلْقَـٰعِدِينَ أَجْرًا عَظِيمًا۝٩٥

    La yastawee alqaʿidoona mina almumineena ghayru olee alddarari waalmujahidoona fee sabeeli Allahi biamwalihim waanfusihim faddala Allahu almujahideena biamwalihim waanfusihim ʿala alqaʿideena darajatan wakullan waʿada Allahu alhusna wafaddala Allahu almujahideena ʿala alqaʿideena ajran ʿatheeman

    De (thuis) blijvers onder de gelovigen (m.b.t. de djihaad) – behalve degenen die daartoe niet in staat zijn – zijn niet gelijk aan degenen die met hun rijkdommen en hun levens hard streven en vechten voor de zaak van Allah. Allah heeft degenen die met hun rijkdommen en hun levens hard streven en vechten (volgens graad van intentie) bevoorrecht boven de (thuis) blijvers. En een ieder heeft Allah het goede beloofd, maar Allah begunstigt degenen die hard streven en vechten boven de (thuis) blijvers met een geweldige beloning.

  96. دَرَجَـٰتٍ مِّنْهُ وَمَغْفِرَةً وَرَحْمَةً ۚ وَكَانَ ٱللَّهُ غَفُورًا رَّحِيمًا۝٩٦

    Darajatin minhu wamaghfiratan warahmatan wakana Allahu ghafooran raheeman

    (Waardige verblijfplaatsen) van Hem volgens niveau, alsook vergeving en genade. En Allah is de Vaak-Vergevende (voor Zijn helpers), de Genadevolle (voor de gehoorzamen).

  97. إِنَّ ٱلَّذِينَ تَوَفَّىٰهُمُ ٱلْمَلَـٰٓئِكَةُ ظَالِمِىٓ أَنفُسِهِمْ قَالُوا۟ فِيمَ كُنتُمْ ۖ قَالُوا۟ كُنَّا مُسْتَضْعَفِينَ فِى ٱلْأَرْضِ ۚ قَالُوٓا۟ أَلَمْ تَكُنْ أَرْضُ ٱللَّهِ وَٰسِعَةً فَتُهَاجِرُوا۟ فِيهَا ۚ فَأُو۟لَـٰٓئِكَ مَأْوَىٰهُمْ جَهَنَّمُ ۖ وَسَآءَتْ مَصِيرًا۝٩٧

    Inna allatheena tawaffahumu almalaikatu thalimee anfusihim qaloo feema kuntum qaloo kunna mustadʿafeena fee alardi qaloo alam takun ardu Allahi wasiʿatan fatuhajiroo feeha faolaika mawahum jahannamu wasaat maseeran

    Waarlijk! Voor degenen die de engelen nemen, terwijl zij zichzelf onrecht hebben aangedaan, zeggen zij (de engelen) (tegen hen): “In wat voor een situatie waren jullie?” Zij antwoordden: “Wij waren zwak en onderdrukt op aarde.” Zij (de engelen) zeggen: “Was de aarde van Allah niet wijds genoeg voor jullie om te verhuizen? Zulke mensen vinden hun verblijfplaats in de hel – wat een kwade bestemming!

  98. إِلَّا ٱلْمُسْتَضْعَفِينَ مِنَ ٱلرِّجَالِ وَٱلنِّسَآءِ وَٱلْوِلْدَٰنِ لَا يَسْتَطِيعُونَ حِيلَةً وَلَا يَهْتَدُونَ سَبِيلًا۝٩٨

    Illa almustadʿafeena mina alrrijali waalnnisai waalwildani la yastateeʿoona heelatan wala yahtadoona sabeelan

    Behalve de zwakken onder de mannen, vrouwen en kinderen die niet in staat zijn om een plan te bedenken of om hun weg te bepalen.

  99. فَأُو۟لَـٰٓئِكَ عَسَى ٱللَّهُ أَن يَعْفُوَ عَنْهُمْ ۚ وَكَانَ ٱللَّهُ عَفُوًّا غَفُورًا۝٩٩

    Faolaika ʿasa Allahu an yaʿfuwa ʿanhum wakana Allahu ʿafuwwan ghafooran

    Voor hen is er hoop dat Allah hen zal vergeven, en Allah is de altijd Vergevingsgezinde, de Vaak-vergevende.

  100. ۞ وَمَن يُهَاجِرْ فِى سَبِيلِ ٱللَّهِ يَجِدْ فِى ٱلْأَرْضِ مُرَٰغَمًا كَثِيرًا وَسَعَةً ۚ وَمَن يَخْرُجْ مِنۢ بَيْتِهِۦ مُهَاجِرًا إِلَى ٱللَّهِ وَرَسُولِهِۦ ثُمَّ يُدْرِكْهُ ٱلْمَوْتُ فَقَدْ وَقَعَ أَجْرُهُۥ عَلَى ٱللَّهِ ۗ وَكَانَ ٱللَّهُ غَفُورًا رَّحِيمًا۝١٠٠

    Waman yuhajir fee sabeeli Allahi yajid fee alardi muraghaman katheeran wasaʿatan waman yakhruj min baytihi muhajiran ila Allahi warasoolihi thumma yudrikhu almawtu faqad waqaʿa ajruhu ʿala Allahi wakana Allahu ghafooran raheeman

    Hij die voor de zaak van Allah emigreert zal op de aarde veel verblijfplaatsen vinden en een overvloed om van te leven. En iedereen die zijn huis voor Allah en Zijn boodschapper verlaat en de dood overmant hem (daarna), zijn beloning is zeker bij Allah. En Allah is de Vaak-vergevende, de Genadevolle.

  101. وَإِذَا ضَرَبْتُمْ فِى ٱلْأَرْضِ فَلَيْسَ عَلَيْكُمْ جُنَاحٌ أَن تَقْصُرُوا۟ مِنَ ٱلصَّلَوٰةِ إِنْ خِفْتُمْ أَن يَفْتِنَكُمُ ٱلَّذِينَ كَفَرُوٓا۟ ۚ إِنَّ ٱلْكَـٰفِرِينَ كَانُوا۟ لَكُمْ عَدُوًّا مُّبِينًا۝١٠١

    Waitha darabtum fee alardi falaysa ʿalaykum junahun an taqsuroo mina alssalati in khiftum an yaftinakumu allatheena kafaroo inna alkafireena kanoo lakum ʿaduwwan mubeenan

    En als jullie (moslims) door het land reizen rust er voor jullie geen zonde op wanneer jullie het gebed verkorten als jullie bang zijn dat de ongelovigen jullie kunnen aanvallen, waarlijk, de ongelovigen zijn altijd een openlijke vijand voor jullie.

  102. وَإِذَا كُنتَ فِيهِمْ فَأَقَمْتَ لَهُمُ ٱلصَّلَوٰةَ فَلْتَقُمْ طَآئِفَةٌ مِّنْهُم مَّعَكَ وَلْيَأْخُذُوٓا۟ أَسْلِحَتَهُمْ فَإِذَا سَجَدُوا۟ فَلْيَكُونُوا۟ مِن وَرَآئِكُمْ وَلْتَأْتِ طَآئِفَةٌ أُخْرَىٰ لَمْ يُصَلُّوا۟ فَلْيُصَلُّوا۟ مَعَكَ وَلْيَأْخُذُوا۟ حِذْرَهُمْ وَأَسْلِحَتَهُمْ ۗ وَدَّ ٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ لَوْ تَغْفُلُونَ عَنْ أَسْلِحَتِكُمْ وَأَمْتِعَتِكُمْ فَيَمِيلُونَ عَلَيْكُم مَّيْلَةً وَٰحِدَةً ۚ وَلَا جُنَاحَ عَلَيْكُمْ إِن كَانَ بِكُمْ أَذًى مِّن مَّطَرٍ أَوْ كُنتُم مَّرْضَىٰٓ أَن تَضَعُوٓا۟ أَسْلِحَتَكُمْ ۖ وَخُذُوا۟ حِذْرَكُمْ ۗ إِنَّ ٱللَّهَ أَعَدَّ لِلْكَـٰفِرِينَ عَذَابًا مُّهِينًا۝١٠٢

    Waitha kunta feehim faaqamta lahumu alssalata faltaqum taifatun minhum maʿaka walyakhuthoo aslihatahum faitha sajadoo falyakoonoo min waraikum waltati taifatun okhra lam yusalloo falyusalloo maʿaka walyakhuthoo hithrahum waaslihatahum wadda allatheena kafaroo law taghfuloona ʿan aslihatikum waamtiʿatikum fayameeloona ʿalaykum maylatan wahidatan wala junaha ʿalaykum in kana bikum athan min matarin aw kuntum marda an tadaʿoo aslihatakum wakhuthoo hithrakum inna Allaha aʿadda lilkafireena ʿathaban muheenan

    Als jij bij hen bent en hen in het gebed leidt, laat dan een deel van hen bij jou staan (in gebed) en hun wapens meenemend; als zij met hun knielingen klaar zijn, laat zij dan achter plaatsnemen en laat de andere groep naar voren komen die nog niet gebeden heeft, en laat hen dan met jou bidden en als voorzorgsmaatregelen de wapens dragend. De ongelovigen wensen dat jullie, je wapens en bagage onbeheerd achterlaten, om jullie in een storm aan te vallen, maar het is geen zonde voor jullie als jullie je wapens afleggen omdat het ongemakkelijk is door de regen of omdat jullie ziek zijn, maar neem jullie voorzorgsmaatregelen voor jezelf. Waarlijk, Allah heeft een vernederende bestraffing voor de ongelovigen voorbereid.

  103. فَإِذَا قَضَيْتُمُ ٱلصَّلَوٰةَ فَٱذْكُرُوا۟ ٱللَّهَ قِيَـٰمًا وَقُعُودًا وَعَلَىٰ جُنُوبِكُمْ ۚ فَإِذَا ٱطْمَأْنَنتُمْ فَأَقِيمُوا۟ ٱلصَّلَوٰةَ ۚ إِنَّ ٱلصَّلَوٰةَ كَانَتْ عَلَى ٱلْمُؤْمِنِينَ كِتَـٰبًا مَّوْقُوتًا۝١٠٣

    Faitha qadaytumu alssalata faothkuroo Allaha qiyaman waquʿoodan waʿala junoobikum faitha itmanantum faaqeemoo alssalata inna alssalata kanat ʿala almumineena kitaban mawqootan

    Als jullie met het gebed klaar zijn, gedenkt Allah dan staand, zittend en liggend op jullie zijden, maar als jullie buiten gevaar zijn, verricht de gebeden dan correct. Waarlijk, het gebed is de gelovigen op verplichte tijden opgelegd.

  104. وَلَا تَهِنُوا۟ فِى ٱبْتِغَآءِ ٱلْقَوْمِ ۖ إِن تَكُونُوا۟ تَأْلَمُونَ فَإِنَّهُمْ يَأْلَمُونَ كَمَا تَأْلَمُونَ ۖ وَتَرْجُونَ مِنَ ٱللَّهِ مَا لَا يَرْجُونَ ۗ وَكَانَ ٱللَّهُ عَلِيمًا حَكِيمًا۝١٠٤

    Wala tahinoo fee ibtighai alqawmi in takoonoo talamoona fainnahum yalamoona kama talamoona watarjoona mina Allahi ma la yarjoona wakana Allahu ʿaleeman hakeeman

    En verslap niet in het vervolgen van de vijand – als jullie moeilijkheden hebben, hebben zij zeker (ook) moeilijkheden zoals jullie die hebben; maar jullie koesteren hoop (op de hulp en beloning) van Allah, waar zij geen hoop op hebben. En Allah is de Alwetende, de Alwijze.

  105. إِنَّآ أَنزَلْنَآ إِلَيْكَ ٱلْكِتَـٰبَ بِٱلْحَقِّ لِتَحْكُمَ بَيْنَ ٱلنَّاسِ بِمَآ أَرَىٰكَ ٱللَّهُ ۚ وَلَا تَكُن لِّلْخَآئِنِينَ خَصِيمًا۝١٠٥

    Inna anzalna ilayka alkitaba bialhaqqi litahkuma bayna alnnasi bima araka Allahu wala takun lilkhaineena khaseeman

    Zeker, Wij hebben aan jou het boek (deze Koran) in waarheid gestuurd, zodat jij tussen de mensen kunt oordelen door wat Allah jou heeft laten zien, wees dus geen pleitbezorger voor de verraders.

  106. وَٱسْتَغْفِرِ ٱللَّهَ ۖ إِنَّ ٱللَّهَ كَانَ غَفُورًا رَّحِيمًا۝١٠٦

    Waistaghfiri Allaha inna Allaha kana ghafooran raheeman

    En zoek Vergiffenis bij Allah, zeker, Allah is de altijd Vaak-vergevende, de Genadevolle.

  107. وَلَا تُجَـٰدِلْ عَنِ ٱلَّذِينَ يَخْتَانُونَ أَنفُسَهُمْ ۚ إِنَّ ٱللَّهَ لَا يُحِبُّ مَن كَانَ خَوَّانًا أَثِيمًا۝١٠٧

    Wala tujadil ʿani allatheena yakhtanoona anfusahum inna Allaha la yuhibbu man kana khawwanan atheeman

    En redetwist niet met degenen die zichzelf bedriegen. Waarlijk, Allah houdt niet van iemand die een verrader van Zijn onderpand is, en zich met misdaden bezig houdt.

  108. يَسْتَخْفُونَ مِنَ ٱلنَّاسِ وَلَا يَسْتَخْفُونَ مِنَ ٱللَّهِ وَهُوَ مَعَهُمْ إِذْ يُبَيِّتُونَ مَا لَا يَرْضَىٰ مِنَ ٱلْقَوْلِ ۚ وَكَانَ ٱللَّهُ بِمَا يَعْمَلُونَ مُحِيطًا۝١٠٨

    Yastakhfoona mina alnnasi wala yastakhfoona mina Allahi wahuwa maʿahum ith yubayyitoona ma la yarda mina alqawli wakana Allahu bima yaʿmaloona muheetan

    Zij kunnen (hun misdaden) voor de mensen verbergen, maar zij kunnen (het) niet voor Allah verbergen, want Hij is bij hen wanneer zij in de nacht samenzweren met woorden die Hij niet kan goedkeuren. En Allah bevat altijd wat zij doen.

  109. هَـٰٓأَنتُمْ هَـٰٓؤُلَآءِ جَـٰدَلْتُمْ عَنْهُمْ فِى ٱلْحَيَوٰةِ ٱلدُّنْيَا فَمَن يُجَـٰدِلُ ٱللَّهَ عَنْهُمْ يَوْمَ ٱلْقِيَـٰمَةِ أَم مَّن يَكُونُ عَلَيْهِمْ وَكِيلًا۝١٠٩

    Haantum haolai jadaltum ʿanhum fee alhayati alddunya faman yujadilu Allaha ʿanhum yawma alqiyamati am man yakoonu ʿalayhim wakeelan

    Zie! Jullie zijn degenen die voor hen spreken in het leven van deze wereld, maar wie zal voor hen spreken op de dag der opstanding tegen Allah, of wie zal hun verdediger zijn?

  110. وَمَن يَعْمَلْ سُوٓءًا أَوْ يَظْلِمْ نَفْسَهُۥ ثُمَّ يَسْتَغْفِرِ ٱللَّهَ يَجِدِ ٱللَّهَ غَفُورًا رَّحِيمًا۝١١٠

    Waman yaʿmal sooan aw yathlim nafsahu thumma yastaghfiri Allaha yajidi Allaha ghafooran raheeman

    En iedereen die kwaad doet of zichzelf onrecht aandoet en daarna Allah Zijn vergiffenis zoekt, zal Allah de Vaak-Vergevende, de Genadevolle vinden.

  111. وَمَن يَكْسِبْ إِثْمًا فَإِنَّمَا يَكْسِبُهُۥ عَلَىٰ نَفْسِهِۦ ۚ وَكَانَ ٱللَّهُ عَلِيمًا حَكِيمًا۝١١١

    Waman yaksib ithman fainnama yaksibuhu ʿala nafsihi wakana Allahu ʿaleeman hakeeman

    En iedereen die zonden verdient, verdient het slechts door zichzelf. En Allah is de Alwetende, de Alwijze.

  112. وَمَن يَكْسِبْ خَطِيٓـَٔةً أَوْ إِثْمًا ثُمَّ يَرْمِ بِهِۦ بَرِيٓـًٔا فَقَدِ ٱحْتَمَلَ بُهْتَـٰنًا وَإِثْمًا مُّبِينًا۝١١٢

    Waman yaksib khateeatan aw ithman thumma yarmi bihi bareean faqadi ihtamala buhtanan waithman mubeenan

    En iedereen die een fout of een zonde begaat en het daarna aan een onschuldige toeschrijft, heeft zichzelf zeker een valsheid en een duidelijke zonde opgelegd.

  113. وَلَوْلَا فَضْلُ ٱللَّهِ عَلَيْكَ وَرَحْمَتُهُۥ لَهَمَّت طَّآئِفَةٌ مِّنْهُمْ أَن يُضِلُّوكَ وَمَا يُضِلُّونَ إِلَّآ أَنفُسَهُمْ ۖ وَمَا يَضُرُّونَكَ مِن شَىْءٍ ۚ وَأَنزَلَ ٱللَّهُ عَلَيْكَ ٱلْكِتَـٰبَ وَٱلْحِكْمَةَ وَعَلَّمَكَ مَا لَمْ تَكُن تَعْلَمُ ۚ وَكَانَ فَضْلُ ٱللَّهِ عَلَيْكَ عَظِيمًا۝١١٣

    Walawla fadlu Allahi ʿalayka warahmatuhu lahammat taifatun minhum an yudillooka wama yudilloona illa anfusahum wama yadurroonaka min shayin waanzala Allahu ʿalayka alkitaba waalhikmata waʿallamaka ma lam takun taʿlamu wakana fadlu Allahi ʿalayka ʿatheeman

    En ware het niet vanwege de Gunst van Allah en Zijn Genade voor jou, dan had een deel van hen zeker het besluit genomen om jou te misleiden, maar (eigenlijk) misleiden zij niemand behalve zichzelf en zij zullen jullie nog het minste kwaad doen. Allah heeft aan jullie het boek gestuurd en wijsheid en onderwees jou wat jij niet wist. En de gunst van Allah is altijd groot voor jou.

  114. ۞ لَّا خَيْرَ فِى كَثِيرٍ مِّن نَّجْوَىٰهُمْ إِلَّا مَنْ أَمَرَ بِصَدَقَةٍ أَوْ مَعْرُوفٍ أَوْ إِصْلَـٰحٍۭ بَيْنَ ٱلنَّاسِ ۚ وَمَن يَفْعَلْ ذَٰلِكَ ٱبْتِغَآءَ مَرْضَاتِ ٱللَّهِ فَسَوْفَ نُؤْتِيهِ أَجْرًا عَظِيمًا۝١١٤

    La khayra fee katheerin min najwahum illa man amara bisadaqatin aw maʿroofin aw islahin bayna alnnasi waman yafʿal thalika ibtighaa mardati Allahi fasawfa nuteehi ajran ʿatheeman

    Er is geen goeds in het meeste van hun geheime gesprekken, behalve (bij) degene die de liefdadigheid in Allah Zijn naam beveelt of het goede of verzoening tussen de mensheid, en degene die dit doet, het genoegen van Allah zoekend, zullen Wij een grote beloning geven.

  115. وَمَن يُشَاقِقِ ٱلرَّسُولَ مِنۢ بَعْدِ مَا تَبَيَّنَ لَهُ ٱلْهُدَىٰ وَيَتَّبِعْ غَيْرَ سَبِيلِ ٱلْمُؤْمِنِينَ نُوَلِّهِۦ مَا تَوَلَّىٰ وَنُصْلِهِۦ جَهَنَّمَ ۖ وَسَآءَتْ مَصِيرًا۝١١٥

    Waman yushaqiqi alrrasoola min baʿdi ma tabayyana lahu alhuda wayattabiʿ ghayra sabeeli almumineena nuwallihi ma tawalla wanuslihi jahannama wasaat maseeran

    En al wie de Boodschapper dwarsboomt (door hem tegen te spreken of tegen te werken), nadat hem met zonneklare bewijzen werd aangetoond (dat hij de ware boodschapper is) die met de leiding is gekomen – en een ander pad opgaat dan de gelovigen1– zullen Wij op het spoor houden waarvoor hij zelf heeft gekozen. Vervolgens doen Wij hem branden in de (kwellende) hel – wat een grimmig lot en kwade bestemming!

    Voetnoten
    [1]dit is één van de bewijzen dat het verplicht is om de Koran en de Soennah te interpreteren zoals de metgezellen van de geliefde Profeet Mohammed vrede en zegeningen zij met hem dat ook hebben gedaan Dit vers bewijst ook dat het niet toegestaan is om As-Soennah wal Djamaa’ah te verlaten, om vervolgens een eigen sekte of groepering te beginnen.
  116. إِنَّ ٱللَّهَ لَا يَغْفِرُ أَن يُشْرَكَ بِهِۦ وَيَغْفِرُ مَا دُونَ ذَٰلِكَ لِمَن يَشَآءُ ۚ وَمَن يُشْرِكْ بِٱللَّهِ فَقَدْ ضَلَّ ضَلَـٰلًۢا بَعِيدًا۝١١٦

    Inna Allaha la yaghfiru an yushraka bihi wayaghfiru ma doona thalika liman yashao waman yushrik biAllahi faqad dalla dalalan baʿeedan

    Waarlijk! Allah vergeeft niet dat Hem deelgenoten toegekend worden maar Hij vergeeft daarbuiten degene die Hij wil en die andere zonden gepleegd heeft en iedereen die deelgenoten aan Allah toekent is zeker ver afgedwaald.

  117. إِن يَدْعُونَ مِن دُونِهِۦٓ إِلَّآ إِنَـٰثًا وَإِن يَدْعُونَ إِلَّا شَيْطَـٰنًا مَّرِيدًا۝١١٧

    In yadʿoona min doonihi illa inathan wain yadʿoona illa shaytanan mareedan

    Zij (de polytheïsten) roepen niets anders dan vrouwelijke afgodsbeelden (m.n. Laat, ‘Oezza en Manaat) naast (Allah) aan. En zij roepen (onlogischerwijs) niemand anders dan (de misleidende) Shaytaan aan (hun gezworen vijand en) volhardende opstandeling!

  118. لَّعَنَهُ ٱللَّهُ ۘ وَقَالَ لَأَتَّخِذَنَّ مِنْ عِبَادِكَ نَصِيبًا مَّفْرُوضًا۝١١٨

    Laʿanahu Allahu waqala laattakhithanna min ʿibadika naseeban mafroodan

    (En omdat) Allah hem (Zijn genade heeft ontzegd en) heeft vervloekt, zei (Shaytaan): “Ik zal een bepaald deel van Uw dienaren (voor mezelf) reserveren (door hen naar mijn gehoorzaamheid te leiden).” Of (en nadat Iblies weigerde om voor Adam te buigen) heeft Allah hem vervloekt (en uit Zijn genade verstoten). (Daarop zwoer Iblies een dure eed) en zei: “Ik zal een (groot) aangewezen deel van Uw dienaren (mee in de hel) sleuren (door hen van Uw aanbidding af te houden).

  119. وَلَأُضِلَّنَّهُمْ وَلَأُمَنِّيَنَّهُمْ وَلَـَٔامُرَنَّهُمْ فَلَيُبَتِّكُنَّ ءَاذَانَ ٱلْأَنْعَـٰمِ وَلَـَٔامُرَنَّهُمْ فَلَيُغَيِّرُنَّ خَلْقَ ٱللَّهِ ۚ وَمَن يَتَّخِذِ ٱلشَّيْطَـٰنَ وَلِيًّا مِّن دُونِ ٱللَّهِ فَقَدْ خَسِرَ خُسْرَانًا مُّبِينًا۝١١٩

    Walaodillannahum walaomanniyannahum walaamurannahum falayubattikunna athana alanʿami walaamurannahum falayughayyirunna khalqa Allahi waman yattakhithi alshshaytana waliyyan min dooni Allahi faqad khasira khusranan mubeenan

    Waarlijk, ik (de duivel) zal hen (onafgebroken) misleiden (en doen afdwalen van het rechte pad). En ik zal hen dwarsbomen en valse verlangens bij hen opwekken. En ik zal hen bevelen om in de oren van het vee te snijden (tegen de wetten van Allah in). En voorwaar, ik zal hen bevelen om Allah Zijn schepping te veranderen (en geweld aan te doen).” En al wie Shaytaan (blindelings en gehoorzaam) als beschermheer verkiest boven Allah, heeft zeker (en ongetwijfeld) een duidelijk verlies geleden (zowel in dit leven als in het hiernamaals).

  120. يَعِدُهُمْ وَيُمَنِّيهِمْ ۖ وَمَا يَعِدُهُمُ ٱلشَّيْطَـٰنُ إِلَّا غُرُورًا۝١٢٠

    Yaʿiduhum wayumanneehim wama yaʿiduhumu alshshaytanu illa ghurooran

    (Sjaitaan) belooft hen (meer levensjaren) en roept bij hen valse hoop op (om rijkdommen te verkrijgen waardoor ze de opstanding en de afrekening ontkennen). (Weet dat) deze (waardeloze) beloftes van Shaytaan slechts bedrog zijn.

  121. أُو۟لَـٰٓئِكَ مَأْوَىٰهُمْ جَهَنَّمُ وَلَا يَجِدُونَ عَنْهَا مَحِيصًا۝١٢١

    Olaika mawahum jahannamu wala yajidoona ʿanha maheesan

    De woning van zulke (mensen) is de hel en zij zullen daar geen ontsnappingsroute uit vinden.

  122. وَٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ وَعَمِلُوا۟ ٱلصَّـٰلِحَـٰتِ سَنُدْخِلُهُمْ جَنَّـٰتٍ تَجْرِى مِن تَحْتِهَا ٱلْأَنْهَـٰرُ خَـٰلِدِينَ فِيهَآ أَبَدًا ۖ وَعْدَ ٱللَّهِ حَقًّا ۚ وَمَنْ أَصْدَقُ مِنَ ٱللَّهِ قِيلًا۝١٢٢

    Waallatheena amanoo waʿamiloo alssalihati sanudkhiluhum jannatin tajree min tahtiha alanharu khalideena feeha abadan waʿda Allahi haqqan waman asdaqu mina Allahi qeelan

    Maar degenen die geloven en goede daden verrichten, zullen Wij naar de tuinen verwijzen waar rivieren onderdoor stromen om daarin voor altijd te verblijven. De belofte van Allah is de waarheid en welke woorden kunnen waarachtiger zijn dan die van Allah?

  123. لَّيْسَ بِأَمَانِيِّكُمْ وَلَآ أَمَانِىِّ أَهْلِ ٱلْكِتَـٰبِ ۗ مَن يَعْمَلْ سُوٓءًا يُجْزَ بِهِۦ وَلَا يَجِدْ لَهُۥ مِن دُونِ ٱللَّهِ وَلِيًّا وَلَا نَصِيرًا۝١٢٣

    Laysa biamaniyyikum wala amaniyyi ahli alkitabi man yaʿmal sooan yujza bihi wala yajid lahu min dooni Allahi waliyyan wala naseeran

    Het zal niet volgens jullie wensen zijn, noch van die van de mensen van het boek, iedereen die kwaad doet zal daarvoor gestraft worden en hij zal geen beschermer of helper vinden naast Allah.

  124. وَمَن يَعْمَلْ مِنَ ٱلصَّـٰلِحَـٰتِ مِن ذَكَرٍ أَوْ أُنثَىٰ وَهُوَ مُؤْمِنٌ فَأُو۟لَـٰٓئِكَ يَدْخُلُونَ ٱلْجَنَّةَ وَلَا يُظْلَمُونَ نَقِيرًا۝١٢٤

    Waman yaʿmal mina alssalihati min thakarin aw ontha wahuwa muminun faolaika yadkhuloona aljannata wala yuthlamoona naqeeran

    En iedereen die goede daden verricht, of hij nu een man of vrouw is en een ware gelovige is, zal het paradijs binnentreden en hen zal niet de kleinste onrechtvaardigheid ter grootte van een vlekje op de achterkant van een dadelpit gedaan worden.

  125. وَمَنْ أَحْسَنُ دِينًا مِّمَّنْ أَسْلَمَ وَجْهَهُۥ لِلَّهِ وَهُوَ مُحْسِنٌ وَٱتَّبَعَ مِلَّةَ إِبْرَٰهِيمَ حَنِيفًا ۗ وَٱتَّخَذَ ٱللَّهُ إِبْرَٰهِيمَ خَلِيلًا۝١٢٥

    Waman ahsanu deenan mimman aslama wajhahu lillahi wahuwa muhsinun waittabaʿa millata ibraheema haneefan waittakhatha Allahu ibraheema khaleelan

    En wie heeft er een betere godsdienst dan degene die zijn gezicht (zuiver en alléén) aan Allah onderwerpt, de (oprechte) weldoener en de godsdienst van Ibraahiem ‘Hanifa’ volgt. En Allah heeft Ibraahiem als boezemvriend genomen.

  126. وَلِلَّهِ مَا فِى ٱلسَّمَـٰوَٰتِ وَمَا فِى ٱلْأَرْضِ ۚ وَكَانَ ٱللَّهُ بِكُلِّ شَىْءٍ مُّحِيطًا۝١٢٦

    Walillahi ma fee alssamawati wama fee alardi wakana Allahu bikulli shayin muheetan

    En aan Allah behoort alles wat in de hemelen is en alles wat op aarde is. En Allah omvat altijd alle zaken.

  127. وَيَسْتَفْتُونَكَ فِى ٱلنِّسَآءِ ۖ قُلِ ٱللَّهُ يُفْتِيكُمْ فِيهِنَّ وَمَا يُتْلَىٰ عَلَيْكُمْ فِى ٱلْكِتَـٰبِ فِى يَتَـٰمَى ٱلنِّسَآءِ ٱلَّـٰتِى لَا تُؤْتُونَهُنَّ مَا كُتِبَ لَهُنَّ وَتَرْغَبُونَ أَن تَنكِحُوهُنَّ وَٱلْمُسْتَضْعَفِينَ مِنَ ٱلْوِلْدَٰنِ وَأَن تَقُومُوا۟ لِلْيَتَـٰمَىٰ بِٱلْقِسْطِ ۚ وَمَا تَفْعَلُوا۟ مِنْ خَيْرٍ فَإِنَّ ٱللَّهَ كَانَ بِهِۦ عَلِيمًا۝١٢٧

    Wayastaftoonaka fee alnnisai quli Allahu yufteekum feehinna wama yutla ʿalaykum fee alkitabi fee yatama alnnisai allatee la tutoonahunna ma kutiba lahunna watarghaboona an tankihoohunna waalmustadʿafeena mina alwildani waan taqoomoo lilyatama bialqisti wama tafʿaloo min khayrin fainna Allaha kana bihi ʿaleeman

    Zij vragen jouw oordeel te geven over de vrouwen, zeg: “Allah instrueert jullie wat in het boek is gereciteerd over de weesmeisjes die jullie niet het aangewezen recht hebben gegeven en over hen die jullie toch willen huwen, en (over) de kinderen die zwak en onderdrukt zijn en dat jullie ferm voor de rechtvaardigheid voor wezen staan. En al het goede dat jullie doen is Allah altijd goed bewust van.

  128. وَإِنِ ٱمْرَأَةٌ خَافَتْ مِنۢ بَعْلِهَا نُشُوزًا أَوْ إِعْرَاضًا فَلَا جُنَاحَ عَلَيْهِمَآ أَن يُصْلِحَا بَيْنَهُمَا صُلْحًا ۚ وَٱلصُّلْحُ خَيْرٌ ۗ وَأُحْضِرَتِ ٱلْأَنفُسُ ٱلشُّحَّ ۚ وَإِن تُحْسِنُوا۟ وَتَتَّقُوا۟ فَإِنَّ ٱللَّهَ كَانَ بِمَا تَعْمَلُونَ خَبِيرًا۝١٢٨

    Waini imraatun khafat min baʿliha nushoozan aw iʿradan fala junaha ʿalayhima an yusliha baynahuma sulhan waalssulhu khayrun waohdirati alanfusu alshshuhha wain tuhsinoo watattaqoo fainna Allaha kana bima taʿmaloona khabeeran

    En als een vrouw wreedheid of verwaarlozing van haar man vreest, is er geen zonde voor hen als zij beiden tot voorwaarden voor vrede tussen hen komen; en vredestichten is beter. En de aard van de mens is geneigd tot hebzucht. Maar als jullie het goede verrichten en van het kwade wegblijven, waarlijk Allah is altijd Goed-Bekend van wat jullie doen.

  129. وَلَن تَسْتَطِيعُوٓا۟ أَن تَعْدِلُوا۟ بَيْنَ ٱلنِّسَآءِ وَلَوْ حَرَصْتُمْ ۖ فَلَا تَمِيلُوا۟ كُلَّ ٱلْمَيْلِ فَتَذَرُوهَا كَٱلْمُعَلَّقَةِ ۚ وَإِن تُصْلِحُوا۟ وَتَتَّقُوا۟ فَإِنَّ ٱللَّهَ كَانَ غَفُورًا رَّحِيمًا۝١٢٩

    Walan tastateeʿoo an taʿdiloo bayna alnnisai walaw harastum fala tameeloo kulla almayli fatatharooha kaalmuʿallaqati wain tuslihoo watattaqoo fainna Allaha kana ghafooran raheeman

    Jullie zullen nooit volmaakt rechtvaardig tussen jullie vrouwen kunnen handelen al is dit jullie diepste wens, hang dus niet teveel aan één van hen (door haar meer van je tijd en je onderhoud te geven) en de andere aan haar lot over te laten (noch gescheiden, noch getrouwd). En als jullie rechtvaardig zijn en alles doen wat juist is en Allah vrezen door weg te blijven van wat verkeerd is, dan is Allah de altijd Vaak-Vergevende, de Genadevolle.

  130. وَإِن يَتَفَرَّقَا يُغْنِ ٱللَّهُ كُلًّا مِّن سَعَتِهِۦ ۚ وَكَانَ ٱللَّهُ وَٰسِعًا حَكِيمًا۝١٣٠

    Wain yatafarraqa yughni Allahu kullan min saʿatihi wakana Allahu wasiʿan hakeeman

    Maar als jullie scheiden (door echtscheiding) verzorgt Allah voldoende onderhoud voor elk van hen van Zijn overvloed. En Allah is altijd Voldoende voor de noden van Zijn schepselen, Alwijs.

  131. وَلِلَّهِ مَا فِى ٱلسَّمَـٰوَٰتِ وَمَا فِى ٱلْأَرْضِ ۗ وَلَقَدْ وَصَّيْنَا ٱلَّذِينَ أُوتُوا۟ ٱلْكِتَـٰبَ مِن قَبْلِكُمْ وَإِيَّاكُمْ أَنِ ٱتَّقُوا۟ ٱللَّهَ ۚ وَإِن تَكْفُرُوا۟ فَإِنَّ لِلَّهِ مَا فِى ٱلسَّمَـٰوَٰتِ وَمَا فِى ٱلْأَرْضِ ۚ وَكَانَ ٱللَّهُ غَنِيًّا حَمِيدًا۝١٣١

    Walillahi ma fee alssamawati wama fee alardi walaqad wassayna allatheena ootoo alkitaba min qablikum waiyyakum ani ittaqoo Allaha wain takfuroo fainna lillahi ma fee alssamawati wama fee alardi wakana Allahu ghaniyyan hameedan

    En aan Allah behoort alles wat in de hemelen is en alles wat op aarde is. En waarlijk, Wij hebben de mensen van het Boek vóór jullie aangeraden om Allah te vrezen en jullie plichten ten opzichte van Hem na te komen. Maar als jullie ongelovig zijn, dan behoort aan Allah alles wat in de hemelen is en alles wat op aarde is. En Allah is altijd rijk, waard om geprezen te worden.

  132. وَلِلَّهِ مَا فِى ٱلسَّمَـٰوَٰتِ وَمَا فِى ٱلْأَرْضِ ۚ وَكَفَىٰ بِٱللَّهِ وَكِيلًا۝١٣٢

    Walillahi ma fee alssamawati wama fee alardi wakafa biAllahi wakeelan

    En aan Allah behoort alles wat in de hemelen is en alles wat op aarde is. En Allah is altijd Voldoende en een Regelaar van alle zaken.

  133. إِن يَشَأْ يُذْهِبْكُمْ أَيُّهَا ٱلنَّاسُ وَيَأْتِ بِـَٔاخَرِينَ ۚ وَكَانَ ٱللَّهُ عَلَىٰ ذَٰلِكَ قَدِيرًا۝١٣٣

    In yasha yuthhibkum ayyuha alnnasu wayati biakhareena wakana Allahu ʿala thalika qadeeran

    Als Hij wil kan hij jullie wegnemen, o mensen en anderen brengen. En Allah is altijd almachtig hierover.

  134. مَّن كَانَ يُرِيدُ ثَوَابَ ٱلدُّنْيَا فَعِندَ ٱللَّهِ ثَوَابُ ٱلدُّنْيَا وَٱلْـَٔاخِرَةِ ۚ وَكَانَ ٱللَّهُ سَمِيعًۢا بَصِيرًا۝١٣٤

    Man kana yureedu thawaba alddunya faʿinda Allahi thawabu alddunya waalakhirati wakana Allahu sameeʿan baseeran

    Iedereen die een beloning in dit leven wenst, dat is met Allah de beloning voor dit wereldse leven en van het hiernamaals. En Allah is de altijd Alhorende, Alziende.

  135. ۞ يَـٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ كُونُوا۟ قَوَّٰمِينَ بِٱلْقِسْطِ شُهَدَآءَ لِلَّهِ وَلَوْ عَلَىٰٓ أَنفُسِكُمْ أَوِ ٱلْوَٰلِدَيْنِ وَٱلْأَقْرَبِينَ ۚ إِن يَكُنْ غَنِيًّا أَوْ فَقِيرًا فَٱللَّهُ أَوْلَىٰ بِهِمَا ۖ فَلَا تَتَّبِعُوا۟ ٱلْهَوَىٰٓ أَن تَعْدِلُوا۟ ۚ وَإِن تَلْوُۥٓا۟ أَوْ تُعْرِضُوا۟ فَإِنَّ ٱللَّهَ كَانَ بِمَا تَعْمَلُونَ خَبِيرًا۝١٣٥

    Ya ayyuha allatheena amanoo koonoo qawwameena bialqisti shuhadaa lillahi walaw ʿala anfusikum awi alwalidayni waalaqrabeena in yakun ghaniyyan aw faqeeran faAllahu awla bihima fala tattabiʿoo alhawa an taʿdiloo wain talwoo aw tuʿridoo fainna Allaha kana bima taʿmaloona khabeeran

    O jullie die geloven! Wees standvastig met betrekking tot de rechtvaardigheid als getuigen van Allah. Zelfs tegenover julliezelf, jullie ouders of jullie verwanten; of hij nu rijk of arm is. Allah heeft voorkeur over hun. Volg dus de lusten niet anders zouden jullie de rechtvaardigheid misschien mijden, en als jullie jullie getuigenis verdraaien of weigeren te getuigen, waarlijk, Allah is altijd welbekend van wat jullie doen!

  136. يَـٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوٓا۟ ءَامِنُوا۟ بِٱللَّهِ وَرَسُولِهِۦ وَٱلْكِتَـٰبِ ٱلَّذِى نَزَّلَ عَلَىٰ رَسُولِهِۦ وَٱلْكِتَـٰبِ ٱلَّذِىٓ أَنزَلَ مِن قَبْلُ ۚ وَمَن يَكْفُرْ بِٱللَّهِ وَمَلَـٰٓئِكَتِهِۦ وَكُتُبِهِۦ وَرُسُلِهِۦ وَٱلْيَوْمِ ٱلْـَٔاخِرِ فَقَدْ ضَلَّ ضَلَـٰلًۢا بَعِيدًا۝١٣٦

    Ya ayyuha allatheena amanoo aminoo biAllahi warasoolihi waalkitabi allathee nazzala ʿala rasoolihi waalkitabi allathee anzala min qablu waman yakfur biAllahi wamalaikatihi wakutubihi warusulihi waalyawmi alakhiri faqad dalla dalalan baʿeedan

    O jullie die geloven! Geloof in Allah en Zijn boodschapper, en het boek dat Hij aan Zijn boodschapper neer heeft gezonden, en in het boek dat Hij aan degenen voor (hem) heeft neergezonden, en iedereen die niet in Allah gelooft en Zijn engelen, Zijn boeken, Zijn boodschappers en de laatste dag, is zeker ver afgedwaald.

  137. إِنَّ ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ ثُمَّ كَفَرُوا۟ ثُمَّ ءَامَنُوا۟ ثُمَّ كَفَرُوا۟ ثُمَّ ٱزْدَادُوا۟ كُفْرًا لَّمْ يَكُنِ ٱللَّهُ لِيَغْفِرَ لَهُمْ وَلَا لِيَهْدِيَهُمْ سَبِيلًۢا۝١٣٧

    Inna allatheena amanoo thumma kafaroo thumma amanoo thumma kafaroo thumma izdadoo kufran lam yakuni Allahu liyaghfira lahum wala liyahdiyahum sabeelan

    Waarlijk, degenen die geloven, daarna niet geloven en dan (weer) geloven en dan niet meer geloven, en zo door gaan, daarvan neemt het ongeloof toe; Allah zal hen niet vergeven, noch hen op de rechte weg leiden.

  138. بَشِّرِ ٱلْمُنَـٰفِقِينَ بِأَنَّ لَهُمْ عَذَابًا أَلِيمًا۝١٣٨

    Bashshiri almunafiqeena bianna lahum ʿathaban aleeman

    Geef aan de hypocrieten het bericht dat er voor hen een pijnlijke bestraffing is!

  139. ٱلَّذِينَ يَتَّخِذُونَ ٱلْكَـٰفِرِينَ أَوْلِيَآءَ مِن دُونِ ٱلْمُؤْمِنِينَ ۚ أَيَبْتَغُونَ عِندَهُمُ ٱلْعِزَّةَ فَإِنَّ ٱلْعِزَّةَ لِلَّهِ جَمِيعًا۝١٣٩

    Allatheena yattakhithoona alkafireena awliyaa min dooni almumineena ayabtaghoona ʿindahumu alʿizzata fainna alʿizzata lillahi jameeʿan

    Degenen die ongelovigen tot bondgenoten nemen in plaats van gelovigen, zoeken eer bij hen? Waarlijk, alle eer is bij Allah (alleen).

  140. وَقَدْ نَزَّلَ عَلَيْكُمْ فِى ٱلْكِتَـٰبِ أَنْ إِذَا سَمِعْتُمْ ءَايَـٰتِ ٱللَّهِ يُكْفَرُ بِهَا وَيُسْتَهْزَأُ بِهَا فَلَا تَقْعُدُوا۟ مَعَهُمْ حَتَّىٰ يَخُوضُوا۟ فِى حَدِيثٍ غَيْرِهِۦٓ ۚ إِنَّكُمْ إِذًا مِّثْلُهُمْ ۗ إِنَّ ٱللَّهَ جَامِعُ ٱلْمُنَـٰفِقِينَ وَٱلْكَـٰفِرِينَ فِى جَهَنَّمَ جَمِيعًا۝١٤٠

    Waqad nazzala ʿalaykum fee alkitabi an itha samiʿtum ayati Allahi yukfaru biha wayustahzao biha fala taqʿudoo maʿahum hatta yakhoodoo fee hadeethin ghayrihi innakum ithan mithluhum inna Allaha jamiʿu almunafiqeena waalkafireena fee jahannama jameeʿan

    En het is al tot jullie geopenbaard in het boek: als jullie horen dat de verzen van Allah ontkend worden en bespot, zit dan niet met hen, tot zij over andere zaken spreken, anders zullen jullie in dat geval zeker zoals hen zijn. Zeker, Allah zal de hypocrieten en ongelovigen allen in de hel verzamelen.

  141. ٱلَّذِينَ يَتَرَبَّصُونَ بِكُمْ فَإِن كَانَ لَكُمْ فَتْحٌ مِّنَ ٱللَّهِ قَالُوٓا۟ أَلَمْ نَكُن مَّعَكُمْ وَإِن كَانَ لِلْكَـٰفِرِينَ نَصِيبٌ قَالُوٓا۟ أَلَمْ نَسْتَحْوِذْ عَلَيْكُمْ وَنَمْنَعْكُم مِّنَ ٱلْمُؤْمِنِينَ ۚ فَٱللَّهُ يَحْكُمُ بَيْنَكُمْ يَوْمَ ٱلْقِيَـٰمَةِ ۗ وَلَن يَجْعَلَ ٱللَّهُ لِلْكَـٰفِرِينَ عَلَى ٱلْمُؤْمِنِينَ سَبِيلًا۝١٤١

    Allatheena yatarabbasoona bikum fain kana lakum fathun mina Allahi qaloo alam nakun maʿakum wain kana lilkafireena naseebun qaloo alam nastahwith ʿalaykum wanamnaʿkum mina almumineena faAllahu yahkumu baynakum yawma alqiyamati walan yajʿala Allahu lilkafireena ʿala almumineena sabeelan

    Die (hypocrieten) die afwachten en jullie observeren, zeggen als jullie een overwinning van Allah behalen: “Waren wij niet bij jou”, maar als de ongelovigen een succes behalen, zeggen zij tegen hen: “Hebben wij geen heerschappij over jullie gewonnen en hebben wij jullie niet tegen de gelovigen beschermd?” Allah zal over jullie (allen) op de dag der opstanding oordelen. En nooit zal Allah de ongelovigen een weg geven over de gelovigen.

  142. إِنَّ ٱلْمُنَـٰفِقِينَ يُخَـٰدِعُونَ ٱللَّهَ وَهُوَ خَـٰدِعُهُمْ وَإِذَا قَامُوٓا۟ إِلَى ٱلصَّلَوٰةِ قَامُوا۟ كُسَالَىٰ يُرَآءُونَ ٱلنَّاسَ وَلَا يَذْكُرُونَ ٱللَّهَ إِلَّا قَلِيلًا۝١٤٢

    Inna almunafiqeena yukhadiʿoona Allaha wahuwa khadiʿuhum waitha qamoo ila alssalati qamoo kusala yuraoona alnnasa wala yathkuroona Allaha illa qaleelan

    Waarlijk, de hypocrieten proberen Allah te bedriegen, maar Hij is het Die hen bedriegt. En wanneer zij opstaan voor het gebed, staan zij lui op om door de mensen gezien te worden en zij gedenken Allah maar weinig.

  143. مُّذَبْذَبِينَ بَيْنَ ذَٰلِكَ لَآ إِلَىٰ هَـٰٓؤُلَآءِ وَلَآ إِلَىٰ هَـٰٓؤُلَآءِ ۚ وَمَن يُضْلِلِ ٱللَّهُ فَلَن تَجِدَ لَهُۥ سَبِيلًا۝١٤٣

    Muthabthabeena bayna thalika la ila haolai wala ila haolai waman yudlili Allahu falan tajida lahu sabeelan

    (Zij) zweven hiertussen en behoren noch tot deze noch tot het andere. En degene die Allah laat dwalen, daar vinden jullie nooit een weg voor.

  144. يَـٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ لَا تَتَّخِذُوا۟ ٱلْكَـٰفِرِينَ أَوْلِيَآءَ مِن دُونِ ٱلْمُؤْمِنِينَ ۚ أَتُرِيدُونَ أَن تَجْعَلُوا۟ لِلَّهِ عَلَيْكُمْ سُلْطَـٰنًا مُّبِينًا۝١٤٤

    Ya ayyuha allatheena amanoo la tattakhithoo alkafireena awliyaa min dooni almumineena atureedoona an tajʿaloo lillahi ʿalaykum sultanan mubeenan

    O, jullie die geloven. Neem niet de ongelovigen tot bondgenoten in plaats van gelovigen. Willen jullie bij Allah een duidelijk bewijs tegen jullie zelf geven?

  145. إِنَّ ٱلْمُنَـٰفِقِينَ فِى ٱلدَّرْكِ ٱلْأَسْفَلِ مِنَ ٱلنَّارِ وَلَن تَجِدَ لَهُمْ نَصِيرًا۝١٤٥

    Inna almunafiqeena fee alddarki alasfali mina alnnari walan tajida lahum naseeran

    Waarlijk, de hypocrieten zullen in de laagste diepte van het vuur zijn, jullie kunnen geen helper voor hen vinden.

  146. إِلَّا ٱلَّذِينَ تَابُوا۟ وَأَصْلَحُوا۟ وَٱعْتَصَمُوا۟ بِٱللَّهِ وَأَخْلَصُوا۟ دِينَهُمْ لِلَّهِ فَأُو۟لَـٰٓئِكَ مَعَ ٱلْمُؤْمِنِينَ ۖ وَسَوْفَ يُؤْتِ ٱللَّهُ ٱلْمُؤْمِنِينَ أَجْرًا عَظِيمًا۝١٤٦

    Illa allatheena taboo waaslahoo waiʿtasamoo biAllahi waakhlasoo deenahum lillahi faolaika maʿa almumineena wasawfa yuti Allahu almumineena ajran ʿatheeman

    Behalve degenen die berouw hebben, goede daden verrichten, zich aan Allah vasthouden en hun godsdienst voor Allah zuiveren (als dit het geval is) zullen met de gelovigen zijn. En Allah zal aan de gelovigen een grote beloning geven.

  147. مَّا يَفْعَلُ ٱللَّهُ بِعَذَابِكُمْ إِن شَكَرْتُمْ وَءَامَنتُمْ ۚ وَكَانَ ٱللَّهُ شَاكِرًا عَلِيمًا۝١٤٧

    Ma yafʿalu Allahu biʿathabikum in shakartum waamantum wakana Allahu shakiran ʿaleeman

    Wat heeft Allah er aan om jullie te straffen als jullie (hem) danken en in Hem geloven. En Allah is de altijd waarderende (van het goede), Alwetende.

  148. ۞ لَّا يُحِبُّ ٱللَّهُ ٱلْجَهْرَ بِٱلسُّوٓءِ مِنَ ٱلْقَوْلِ إِلَّا مَن ظُلِمَ ۚ وَكَانَ ٱللَّهُ سَمِيعًا عَلِيمًا۝١٤٨

    La yuhibbu Allahu aljahra bialssooi mina alqawli illa man thulima wakana Allahu sameeʿan ʿaleeman

    Allah houdt er niet van dat het kwaad in het openbaar uitgesproken wordt, behalve door hem die onrecht is aangedaan. En Allah is altijd Alhorend, Alwetend.

  149. إِن تُبْدُوا۟ خَيْرًا أَوْ تُخْفُوهُ أَوْ تَعْفُوا۟ عَن سُوٓءٍ فَإِنَّ ٱللَّهَ كَانَ عَفُوًّا قَدِيرًا۝١٤٩

    In tubdoo khayran aw tukhfoohu aw taʿfoo ʿan sooin fainna Allaha kana ʿafuwwan qadeeran

    Als jullie (de mensheid) een goede daad bekend maken of het verbergen of iets kwaads vergeven, waarlijk, Allah is altijd Vaak-Vergevend, de Almachtige.

  150. إِنَّ ٱلَّذِينَ يَكْفُرُونَ بِٱللَّهِ وَرُسُلِهِۦ وَيُرِيدُونَ أَن يُفَرِّقُوا۟ بَيْنَ ٱللَّهِ وَرُسُلِهِۦ وَيَقُولُونَ نُؤْمِنُ بِبَعْضٍ وَنَكْفُرُ بِبَعْضٍ وَيُرِيدُونَ أَن يَتَّخِذُوا۟ بَيْنَ ذَٰلِكَ سَبِيلًا۝١٥٠

    Inna allatheena yakfuroona biAllahi warusulihi wayureedoona an yufarriqoo bayna Allahi warusulihi wayaqooloona numinu bibaʿdin wanakfuru bibaʿdin wayureedoona an yattakhithoo bayna thalika sabeelan

    Waarlijk, degenen die niet in Allah geloven en Zijn boodschapper en een onderscheid wensen te maken tussen Allah en Zijn boodschappers zeggende: “Wij geloven in een paar en verwerpen anderen” en wij zoeken een middenweg.

  151. أُو۟لَـٰٓئِكَ هُمُ ٱلْكَـٰفِرُونَ حَقًّا ۚ وَأَعْتَدْنَا لِلْكَـٰفِرِينَ عَذَابًا مُّهِينًا۝١٥١

    Olaika humu alkafiroona haqqan waaʿtadna lilkafireena ʿathaban muheenan

    Zij zijn de werkelijke ongelovigen. En Wij hebben voor de ongelovigen een vernederende bestraffing voorbereid.

  152. وَٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ بِٱللَّهِ وَرُسُلِهِۦ وَلَمْ يُفَرِّقُوا۟ بَيْنَ أَحَدٍ مِّنْهُمْ أُو۟لَـٰٓئِكَ سَوْفَ يُؤْتِيهِمْ أُجُورَهُمْ ۗ وَكَانَ ٱللَّهُ غَفُورًا رَّحِيمًا۝١٥٢

    Waallatheena amanoo biAllahi warusulihi walam yufarriqoo bayna ahadin minhum olaika sawfa yuteehim ojoorahum wakana Allahu ghafooran raheeman

    En (voor) degenen die in Allah en Zijn boodschappers geloven en geen onderscheid tussen hen maken, zullen Wij hen hun beloning geven, en Allah is de Altijd Vaak-vergevende, de Genadevolle.

  153. يَسْـَٔلُكَ أَهْلُ ٱلْكِتَـٰبِ أَن تُنَزِّلَ عَلَيْهِمْ كِتَـٰبًا مِّنَ ٱلسَّمَآءِ ۚ فَقَدْ سَأَلُوا۟ مُوسَىٰٓ أَكْبَرَ مِن ذَٰلِكَ فَقَالُوٓا۟ أَرِنَا ٱللَّهَ جَهْرَةً فَأَخَذَتْهُمُ ٱلصَّـٰعِقَةُ بِظُلْمِهِمْ ۚ ثُمَّ ٱتَّخَذُوا۟ ٱلْعِجْلَ مِنۢ بَعْدِ مَا جَآءَتْهُمُ ٱلْبَيِّنَـٰتُ فَعَفَوْنَا عَن ذَٰلِكَ ۚ وَءَاتَيْنَا مُوسَىٰ سُلْطَـٰنًا مُّبِينًا۝١٥٣

    Yasaluka ahlu alkitabi an tunazzila ʿalayhim kitaban mina alssamai faqad saaloo moosa akbara min thalika faqaloo arina Allaha jahratan faakhathathumu alssaʿiqatu bithulmihim thumma ittakhathoo alʿijla min baʿdi ma jaathumu albayyinatu faʿafawna ʿan thalika waatayna moosa sultanan mubeenan

    De mensen van het boek vragen jou voor hen uit de hemel een boek neer te laten dalen. Voorwaar, Moesa hebben zij zelfs om iets groters dan dat gevraagd, toen zij zeiden: “Laat ons Allah zien,” maar zij werden met donder en bliksem voor hun slechtheid geslagen. Daarna aanbaden zij het kalf, zelfs nadat duidelijke bewijzen en tekenen tot hen gekomen waren. Zelfs toen vergaven Wij hen; en gaven Moesa een duidelijk bewijs van gezag.

  154. وَرَفَعْنَا فَوْقَهُمُ ٱلطُّورَ بِمِيثَـٰقِهِمْ وَقُلْنَا لَهُمُ ٱدْخُلُوا۟ ٱلْبَابَ سُجَّدًا وَقُلْنَا لَهُمْ لَا تَعْدُوا۟ فِى ٱلسَّبْتِ وَأَخَذْنَا مِنْهُم مِّيثَـٰقًا غَلِيظًا۝١٥٤

    Warafaʿna fawqahumu alttoora bimeethaqihim waqulna lahumu odkhuloo albaba sujjadan waqulna lahum la taʿdoo fee alssabti waakhathna minhum meethaqan ghaleethan

    En voor hun verbond lieten Wij voor hen een berg verrijzen, Wij zeiden: “Ga de poort nederig buigend binnen.” En Wij bevalen hen: “Verbreek de sabbat niet. En Wij hebben van hen een duidelijk verbond afgenomen.

  155. فَبِمَا نَقْضِهِم مِّيثَـٰقَهُمْ وَكُفْرِهِم بِـَٔايَـٰتِ ٱللَّهِ وَقَتْلِهِمُ ٱلْأَنۢبِيَآءَ بِغَيْرِ حَقٍّ وَقَوْلِهِمْ قُلُوبُنَا غُلْفٌۢ ۚ بَلْ طَبَعَ ٱللَّهُ عَلَيْهَا بِكُفْرِهِمْ فَلَا يُؤْمِنُونَ إِلَّا قَلِيلًا۝١٥٥

    Fabima naqdihim meethaqahum wakufrihim biayati Allahi waqatlihimu alanbiyaa bighayri haqqin waqawlihim quloobuna ghulfun bal tabaʿa Allahu ʿalayha bikufrihim fala yuminoona illa qaleelan

    Vanwege het verbreken van het verbond en voor het verwerpen van de tekenen van Allah en voor het onrechtmatig doden van de profeten en hun uitspraken: “Onze harten zijn bedekt.” – Nee, Allah heeft een zegel op hen gelegd vanwege hun ongeloof, zo geloven zij niet het minste.

  156. وَبِكُفْرِهِمْ وَقَوْلِهِمْ عَلَىٰ مَرْيَمَ بُهْتَـٰنًا عَظِيمًا۝١٥٦

    Wabikufrihim waqawlihim ʿala maryama buhtanan ʿatheeman

    En voor hun ongeloof en uitspraken tegen Maryam, een zware valse beschuldiging.

  157. وَقَوْلِهِمْ إِنَّا قَتَلْنَا ٱلْمَسِيحَ عِيسَى ٱبْنَ مَرْيَمَ رَسُولَ ٱللَّهِ وَمَا قَتَلُوهُ وَمَا صَلَبُوهُ وَلَـٰكِن شُبِّهَ لَهُمْ ۚ وَإِنَّ ٱلَّذِينَ ٱخْتَلَفُوا۟ فِيهِ لَفِى شَكٍّ مِّنْهُ ۚ مَا لَهُم بِهِۦ مِنْ عِلْمٍ إِلَّا ٱتِّبَاعَ ٱلظَّنِّ ۚ وَمَا قَتَلُوهُ يَقِينًۢا۝١٥٧

    Waqawlihim inna qatalna almaseeha ʿeesa ibna maryama rasoola Allahi wama qataloohu wama salaboohu walakin shubbiha lahum wainna allatheena ikhtalafoo feehi lafee shakkin minhu ma lahum bihi min ʿilmin illa ittibaʿa alththanni wama qataloohu yaqeenan

    En voor hun uitspraak: “Wij hebben de Messias, Isa de zoon van Maryam (aleihi salaam) gedood – maar zij hebben hem niet gedood, noch hem gekruisigd, maar de gelijkenis van Isa werd op een andere man gelegd, en degenen die daarin van mening verschillen zitten vol twijfel met geen kennis, zij volgen niets anders dan gissingen voor een zekerheid, zij doodden hem niet.

  158. بَل رَّفَعَهُ ٱللَّهُ إِلَيْهِ ۚ وَكَانَ ٱللَّهُ عَزِيزًا حَكِيمًا۝١٥٨

    Bal rafaʿahu Allahu ilayhi wakana Allahu ʿazeezan hakeeman

    Maar Allah heeft hem doen tot zich opgeheven. En Allah is altijd Almachtig, Alwijs.

  159. وَإِن مِّنْ أَهْلِ ٱلْكِتَـٰبِ إِلَّا لَيُؤْمِنَنَّ بِهِۦ قَبْلَ مَوْتِهِۦ ۖ وَيَوْمَ ٱلْقِيَـٰمَةِ يَكُونُ عَلَيْهِمْ شَهِيدًا۝١٥٩

    Wain min ahli alkitabi illa layuminanna bihi qabla mawtihi wayawma alqiyamati yakoonu ʿalayhim shaheedan

    En er is geen van de mensen van het Boek, behalve die in hem geloven als slechts een boodschapper van Allah en een mens voor zijn dood. En op de dag der opstanding zal hij tegen hen getuigen.

  160. فَبِظُلْمٍ مِّنَ ٱلَّذِينَ هَادُوا۟ حَرَّمْنَا عَلَيْهِمْ طَيِّبَـٰتٍ أُحِلَّتْ لَهُمْ وَبِصَدِّهِمْ عَن سَبِيلِ ٱللَّهِ كَثِيرًا۝١٦٠

    Fabithulmin mina allatheena hadoo harramna ʿalayhim tayyibatin ohillat lahum wabisaddihim ʿan sabeeli Allahi katheeran

    Door de zonden van de joden hebben Wij bepaalde soorten goed voedsel onwettig gemaakt, die wettig voor hen waren, en voor het tegenhouden van velen op het pad van Allah.

  161. وَأَخْذِهِمُ ٱلرِّبَوٰا۟ وَقَدْ نُهُوا۟ عَنْهُ وَأَكْلِهِمْ أَمْوَٰلَ ٱلنَّاسِ بِٱلْبَـٰطِلِ ۚ وَأَعْتَدْنَا لِلْكَـٰفِرِينَ مِنْهُمْ عَذَابًا أَلِيمًا۝١٦١

    Waakhthihimu alrriba waqad nuhoo ʿanhu waaklihim amwala alnnasi bialbatili waaʿtadna lilkafireena minhum ʿathaban aleeman

    En omdat zij rente hebben genomen, hoewel het hen verboden was en door hun onwettig verslinden van de provisie van de mens. En Wij hebben voor de ongelovigen onder hen een pijnlijke bestraffing voorbereid.

  162. لَّـٰكِنِ ٱلرَّٰسِخُونَ فِى ٱلْعِلْمِ مِنْهُمْ وَٱلْمُؤْمِنُونَ يُؤْمِنُونَ بِمَآ أُنزِلَ إِلَيْكَ وَمَآ أُنزِلَ مِن قَبْلِكَ ۚ وَٱلْمُقِيمِينَ ٱلصَّلَوٰةَ ۚ وَٱلْمُؤْتُونَ ٱلزَّكَوٰةَ وَٱلْمُؤْمِنُونَ بِٱللَّهِ وَٱلْيَوْمِ ٱلْـَٔاخِرِ أُو۟لَـٰٓئِكَ سَنُؤْتِيهِمْ أَجْرًا عَظِيمًا۝١٦٢

    Lakini alrrasikhoona fee alʿilmi minhum waalmuminoona yuminoona bima onzila ilayka wama onzila min qablika waalmuqeemeena alssalata waalmutoona alzzakata waalmuminoona biAllahi waalyawmi alakhiri olaika sanuteehim ajran ʿatheeman

    Maar degenen onder hen die een grondige kennis hebben en de gelovigen, die geloven in wat aan jou naar beneden is gestuurd en wat vóór jou naar beneden is gestuurd, en degenen die hun gebeden volmaakt verrichten en zakaat geven en in Allah en de laatste dag geloven, aan hen zullen Wij een grote beloning geven.

  163. ۞ إِنَّآ أَوْحَيْنَآ إِلَيْكَ كَمَآ أَوْحَيْنَآ إِلَىٰ نُوحٍ وَٱلنَّبِيِّـۧنَ مِنۢ بَعْدِهِۦ ۚ وَأَوْحَيْنَآ إِلَىٰٓ إِبْرَٰهِيمَ وَإِسْمَـٰعِيلَ وَإِسْحَـٰقَ وَيَعْقُوبَ وَٱلْأَسْبَاطِ وَعِيسَىٰ وَأَيُّوبَ وَيُونُسَ وَهَـٰرُونَ وَسُلَيْمَـٰنَ ۚ وَءَاتَيْنَا دَاوُۥدَ زَبُورًا۝١٦٣

    Inna awhayna ilayka kama awhayna ila noohin waalnnabiyyeena min baʿdihi waawhayna ila ibraheema waismaʿeela waishaqa wayaʿqooba waalasbati waʿeesa waayyooba wayoonusa waharoona wasulaymana waatayna dawooda zabooran

    Wij hebben (ook) Ibraahiem geïnspireerd en Ismaël en Isaac en Yacoeb, en de stammen, Isa, Job, Joenah, Haaroen en Soeleiman, en aan Dawoed gaven Wij de psalmen.

  164. وَرُسُلًا قَدْ قَصَصْنَـٰهُمْ عَلَيْكَ مِن قَبْلُ وَرُسُلًا لَّمْ نَقْصُصْهُمْ عَلَيْكَ ۚ وَكَلَّمَ ٱللَّهُ مُوسَىٰ تَكْلِيمًا۝١٦٤

    Warusulan qad qasasnahum ʿalayka min qablu warusulan lam naqsushum ʿalayka wakallama Allahu moosa takleeman

    En boodschappers die Wij aan jullie hiervoor hebben genoemd en boodschappers die Wij niet genoemd hebben – en Allah sprak direct tot Moesa.

  165. رُّسُلًا مُّبَشِّرِينَ وَمُنذِرِينَ لِئَلَّا يَكُونَ لِلنَّاسِ عَلَى ٱللَّهِ حُجَّةٌۢ بَعْدَ ٱلرُّسُلِ ۚ وَكَانَ ٱللَّهُ عَزِيزًا حَكِيمًا۝١٦٥

    Rusulan mubashshireena wamunthireena lialla yakoona lilnnasi ʿala Allahi hujjatun baʿda alrrusuli wakana Allahu ʿazeezan hakeeman

    Boodschappers zijn dragers van goed nieuws en van waarschuwingen om te zorgen dat de mensheid niet tegen Allah pleit, nadat de Boodschappers (gekomen zijn). En Allah is altijd Almachtig, Alwijs.

  166. لَّـٰكِنِ ٱللَّهُ يَشْهَدُ بِمَآ أَنزَلَ إِلَيْكَ ۖ أَنزَلَهُۥ بِعِلْمِهِۦ ۖ وَٱلْمَلَـٰٓئِكَةُ يَشْهَدُونَ ۚ وَكَفَىٰ بِٱللَّهِ شَهِيدًا۝١٦٦

    Lakini Allahu yashhadu bima anzala ilayka anzalahu biʿilmihi waalmalaikatu yashhadoona wakafa biAllahi shaheedan

    Maar Allah getuigt voor wat Hij naar beneden heeft gestuurd voor jou, Hij heeft het met Zijn kennis naar beneden gestuurd, en de engelen getuigen. En Allah is voldoende als getuige.

  167. إِنَّ ٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ وَصَدُّوا۟ عَن سَبِيلِ ٱللَّهِ قَدْ ضَلُّوا۟ ضَلَـٰلًۢا بَعِيدًا۝١٦٧

    Inna allatheena kafaroo wasaddoo ʿan sabeeli Allahi qad dalloo dalalan baʿeedan

    Waarlijk, degenen die ongelovig zijn en (de mensheid) tegenhouden op het pad van Allah, zij zijn zeker ver afgedwaald.

  168. إِنَّ ٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ وَظَلَمُوا۟ لَمْ يَكُنِ ٱللَّهُ لِيَغْفِرَ لَهُمْ وَلَا لِيَهْدِيَهُمْ طَرِيقًا۝١٦٨

    Inna allatheena kafaroo wathalamoo lam yakuni Allahu liyaghfira lahum wala liyahdiyahum tareeqan

    Waarlijk, degenen die ongelovig zijn en zonden begaan hebben, zal Allah niet vergeven, noch zal Hij hen op enige manier leiden.

  169. إِلَّا طَرِيقَ جَهَنَّمَ خَـٰلِدِينَ فِيهَآ أَبَدًا ۚ وَكَانَ ذَٰلِكَ عَلَى ٱللَّهِ يَسِيرًا۝١٦٩

    Illa tareeqa jahannama khalideena feeha abadan wakana thalika ʿala Allahi yaseeran

    Behalve naar de weg van de hel, om daarin voor altijd te verblijven en dit is zeer gemakkelijk voor Allah.

  170. يَـٰٓأَيُّهَا ٱلنَّاسُ قَدْ جَآءَكُمُ ٱلرَّسُولُ بِٱلْحَقِّ مِن رَّبِّكُمْ فَـَٔامِنُوا۟ خَيْرًا لَّكُمْ ۚ وَإِن تَكْفُرُوا۟ فَإِنَّ لِلَّهِ مَا فِى ٱلسَّمَـٰوَٰتِ وَٱلْأَرْضِ ۚ وَكَانَ ٱللَّهُ عَلِيمًا حَكِيمًا۝١٧٠

    Ya ayyuha alnnasu qad jaakumu alrrasoolu bialhaqqi min rabbikum faaminoo khayran lakum wain takfuroo fainna lillahi ma fee alssamawati waalardi wakana Allahu ʿaleeman hakeeman

    O Mensheid! Waarlijk, tot jullie is een boodschapper gekomen met de waarheid van jullie Heer, geloof hem dus, het is beter voor jullie. Maar als jullie ongelovig zijn, dan is het zeker dat aan Allah, alles wat in de hemel en de aarde is, toebehoort. En Allah is altijd Alwetend, Alwijs.

  171. يَـٰٓأَهْلَ ٱلْكِتَـٰبِ لَا تَغْلُوا۟ فِى دِينِكُمْ وَلَا تَقُولُوا۟ عَلَى ٱللَّهِ إِلَّا ٱلْحَقَّ ۚ إِنَّمَا ٱلْمَسِيحُ عِيسَى ٱبْنُ مَرْيَمَ رَسُولُ ٱللَّهِ وَكَلِمَتُهُۥٓ أَلْقَىٰهَآ إِلَىٰ مَرْيَمَ وَرُوحٌ مِّنْهُ ۖ فَـَٔامِنُوا۟ بِٱللَّهِ وَرُسُلِهِۦ ۖ وَلَا تَقُولُوا۟ ثَلَـٰثَةٌ ۚ ٱنتَهُوا۟ خَيْرًا لَّكُمْ ۚ إِنَّمَا ٱللَّهُ إِلَـٰهٌ وَٰحِدٌ ۖ سُبْحَـٰنَهُۥٓ أَن يَكُونَ لَهُۥ وَلَدٌ ۘ لَّهُۥ مَا فِى ٱلسَّمَـٰوَٰتِ وَمَا فِى ٱلْأَرْضِ ۗ وَكَفَىٰ بِٱللَّهِ وَكِيلًا۝١٧١

    Ya ahla alkitabi la taghloo fee deenikum wala taqooloo ʿala Allahi illa alhaqqa innama almaseehu ʿeesa ibnu maryama rasoolu Allahi wakalimatuhu alqaha ila maryama waroohun minhu faaminoo biAllahi warusulihi wala taqooloo thalathatun intahoo khayran lakum innama Allahu ilahun wahidun subhanahu an yakoona lahu waladun lahu ma fee alssamawati wama fee alardi wakafa biAllahi wakeelan

    O Mensen van het boek, overdrijf niet in jullie godsdienst, noch zeg over Allah niks anders dan de waarheid. De messias Isa, de zoon van Maryam was (niets meer) dan een boodschapper van Allah en Zijn woord (wees en het is) wat Hij Maryam heeft gegeven en de geest die door hem geschapen is; geloof dus in Allah en Zijn Boodschappers. Zeg niet: “Drie!” Stop! (Het is) beter voor jullie. Want Allah is (de enige) de Ene God, Verheerlijkt zij Hij (ver verheven is Hij) boven het hebben van een zoon. Aan Hem behoort alles wat in de hemelen is en alles wat op aarde is. En Allah is Voldoende voor de regeling van zaken.

  172. لَّن يَسْتَنكِفَ ٱلْمَسِيحُ أَن يَكُونَ عَبْدًا لِّلَّهِ وَلَا ٱلْمَلَـٰٓئِكَةُ ٱلْمُقَرَّبُونَ ۚ وَمَن يَسْتَنكِفْ عَنْ عِبَادَتِهِۦ وَيَسْتَكْبِرْ فَسَيَحْشُرُهُمْ إِلَيْهِ جَمِيعًا۝١٧٢

    Lan yastankifa almaseehu an yakoona ʿabdan lillahi wala almalaikatu almuqarraboona waman yastankif ʿan ʿibadatihi wayastakbir fasayahshuruhum ilayhi jameeʿan

    De Messiah zal nooit zo trots zijn om te ontkennen dat hij een slaaf van Allah is, noch de engelen die in de nabijheid (van Allah) zijn. En iedereen die Zijn aanbidding verwerpt en trots is, die zal Hij allen tezamen tot Hemzelf verzamelen.

  173. فَأَمَّا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ وَعَمِلُوا۟ ٱلصَّـٰلِحَـٰتِ فَيُوَفِّيهِمْ أُجُورَهُمْ وَيَزِيدُهُم مِّن فَضْلِهِۦ ۖ وَأَمَّا ٱلَّذِينَ ٱسْتَنكَفُوا۟ وَٱسْتَكْبَرُوا۟ فَيُعَذِّبُهُمْ عَذَابًا أَلِيمًا وَلَا يَجِدُونَ لَهُم مِّن دُونِ ٱللَّهِ وَلِيًّا وَلَا نَصِيرًا۝١٧٣

    Faamma allatheena amanoo waʿamiloo alssalihati fayuwaffeehim ojoorahum wayazeeduhum min fadlihi waamma allatheena istankafoo waistakbaroo fayuʿaththibuhum ʿathaban aleeman wala yajidoona lahum min dooni Allahi waliyyan wala naseeran

    Dus, voor degenen die geloven en goede daden verricht hebben, geeft Hij hun (verdiende) beloning en meer uit Zijn overvloed. Maar degenen die Zijn aanbidding weigeren en trots zijn, zal Hij met een pijnlijke bestraffing straffen. En zij zullen voor zichzelf naast Allah geen beschermer of helper vinden.

  174. يَـٰٓأَيُّهَا ٱلنَّاسُ قَدْ جَآءَكُم بُرْهَـٰنٌ مِّن رَّبِّكُمْ وَأَنزَلْنَآ إِلَيْكُمْ نُورًا مُّبِينًا۝١٧٤

    Ya ayyuha alnnasu qad jaakum burhanun min rabbikum waanzalna ilaykum nooran mubeenan

    O Mensheid! Waarlijk, tot jullie is een overtuigend bewijs gekomen van jullie Heer en Wij hebben tot jullie een duidelijk licht naar beneden gestuurd.

  175. فَأَمَّا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ بِٱللَّهِ وَٱعْتَصَمُوا۟ بِهِۦ فَسَيُدْخِلُهُمْ فِى رَحْمَةٍ مِّنْهُ وَفَضْلٍ وَيَهْدِيهِمْ إِلَيْهِ صِرَٰطًا مُّسْتَقِيمًا۝١٧٥

    Faamma allatheena amanoo biAllahi waiʿtasamoo bihi fasayudkhiluhum fee rahmatin minhu wafadlin wayahdeehim ilayhi siratan mustaqeeman

    Dus voor degenen die in Allah geloven en zich aan Hem vasthouden, zal Hij hen Zijn genade en gunst geven en hen naar Zichzelf leiden door het rechte pad.

  176. يَسْتَفْتُونَكَ قُلِ ٱللَّهُ يُفْتِيكُمْ فِى ٱلْكَلَـٰلَةِ ۚ إِنِ ٱمْرُؤٌا۟ هَلَكَ لَيْسَ لَهُۥ وَلَدٌ وَلَهُۥٓ أُخْتٌ فَلَهَا نِصْفُ مَا تَرَكَ ۚ وَهُوَ يَرِثُهَآ إِن لَّمْ يَكُن لَّهَا وَلَدٌ ۚ فَإِن كَانَتَا ٱثْنَتَيْنِ فَلَهُمَا ٱلثُّلُثَانِ مِمَّا تَرَكَ ۚ وَإِن كَانُوٓا۟ إِخْوَةً رِّجَالًا وَنِسَآءً فَلِلذَّكَرِ مِثْلُ حَظِّ ٱلْأُنثَيَيْنِ ۗ يُبَيِّنُ ٱللَّهُ لَكُمْ أَن تَضِلُّوا۟ ۗ وَٱللَّهُ بِكُلِّ شَىْءٍ عَلِيمٌۢ۝١٧٦

    Yastaftoonaka quli Allahu yufteekum fee alkalalati ini imruon halaka laysa lahu waladun walahu okhtun falaha nisfu ma taraka wahuwa yarithuha in lam yakun laha waladun fain kanata ithnatayni falahuma alththuluthani mimma taraka wain kanoo ikhwatan rijalan wanisaan falilththakari mithlu haththi alonthayayni yubayyinu Allahu lakum an tadilloo waAllahu bikulli shayin ʿaleemun

    Zij zullen je om een geldige uitspraak vragen. Zeg: “Allah geeft (dus) aanwijzingen over degenen die geen nageslacht of ouders als erfgenamen hebben. Als het een man is die overlijdt, die een zuster nalaat, maar geen kind, dan krijgt zij de helft van zijn erfenis. Als (de overledene) een vrouw is, die geen kind nalaat (dan neemt haar broer de erfenis). Als er twee zusters zijn, dan zullen zij tweederde van de erfenis hebben, de man zal tweemaal het deel van een vrouw krijgen. (Dus) heeft Allah het voor jullie duidelijk gemaakt, zodat jullie niet afdwalen. En Allah is de Alwetende van alles.

Veelgestelde vragen

Wat betekent de naam van soera An-Nisa?

An-Nisa betekent ‘De vrouwen’.

In welke juz staat soera An-Nisa?

Soera An-Nisa strekt zich uit over juz 4, 5 en 6.

Hoeveel verzen heeft soera An-Nisa?

Soera An-Nisa telt 176 verzen.

Is soera An-Nisa Mekkaans of Medinaans?

Soera An-Nisa is een Medinaanse soera.

Welk nummer heeft soera An-Nisa?

An-Nisa is de 4e soera van de Koran.

Bronnen

  • Arabic text: Tanzil Quran Text (Uthmani) (Tanzil Project, CC BY 3.0), reproduced without changes.
  • Translation: Dutch Islamic Center, from QuranEnc.com, version 2.0.10, reproduced without changes.
  • Transliteration: Tanzil.net English transliteration.
  • Recitation: Mishary Rashid Alafasy, via QuranicAudio.com and EveryAyah.com.
  • Word by word: recordings and meanings from Quran.com (Quran Foundation), played when you tap a word.
  • Madinah and IndoPak fonts (Settings): the text in those scripts and their fonts come from the Quran Foundation (Quran.com); the Madinah font is the King Fahd Glorious Quran Printing Complex's Uthmanic Hafs font.

Found a mistake? Report a mistake and we will check it against the source.

Leesinstellingen

Koranlettertype
Lettergrootte Arabisch
100%
Lettergrootte vertaling
100%
Thema

Zet op beginscherm

ReadSurahOpen ReadSurah schermvullend vanaf je startscherm. Soera’s die je al hebt gelezen, openen ook zonder internet.

  1. Tik in Safari op de deelknop. Op nieuwere iPhones staat die in het •••-menu.
  2. Tik op ‘Zet op beginscherm’. Scrol omlaag als je het niet ziet.
  3. Tik op ‘Voeg toe’.