سورة آل عمران
Soera Al-Imran in het Nederlands
De familie van Imran
- 3
- 200 verzen
- Medinaans
- Juz 3–4
- Pagina’s 50–76
Mishary Rashid AlafasyMP3 downloadenPDF downloaden
Soera Al-Imran (آل عمران) is de 3e soera van de Koran en telt 200 verzen. De naam betekent ‘De familie van Imran’. Het is een Medinaanse soera, geopenbaard in Medina na de Hidjra, en ze strekt zich uit over juz 3 en 4.
Op deze pagina lees je soera Al-Imran volledig in het Arabisch, vers voor vers met de Nederlandse vertaling van het Dutch Islamic Center en de transliteratie, en kun je naar de recitatie luisteren.
Soera Al-Imran volledig: Arabisch, Nederlandse vertaling en transliteratie
بِسْمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحْمَـٰنِ ٱلرَّحِيمِ
-
الٓمٓ١
Aliflammeem
Alif, lam, miem.1
Voetnoten
[1] Bekijk de voetnoten van vers 1 van Soera Al-Baqarah. -
ٱللَّهُ لَآ إِلَـٰهَ إِلَّا هُوَ ٱلْحَىُّ ٱلْقَيُّومُ٢
Allahu la ilaha illa huwa alhayyu alqayyoomu
Allah! Er is niemand die het recht heeft aanbeden te worden behalve Hij, de Eeuwig levende, de Ene die alles wat bestaat onderhoudt en beschermt.
-
نَزَّلَ عَلَيْكَ ٱلْكِتَـٰبَ بِٱلْحَقِّ مُصَدِّقًا لِّمَا بَيْنَ يَدَيْهِ وَأَنزَلَ ٱلتَّوْرَىٰةَ وَٱلْإِنجِيلَ٣
Nazzala ʿalayka alkitaba bialhaqqi musaddiqan lima bayna yadayhi waanzala alttawrata waalinjeela
Hij is het die het Boek met waarheid aan jou heeft neergezonden, bevestigend wat hiervoor kwam. En Hij heeft de Thora en de Indjiel neergezonden.
-
مِن قَبْلُ هُدًى لِّلنَّاسِ وَأَنزَلَ ٱلْفُرْقَانَ ۗ إِنَّ ٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ بِـَٔايَـٰتِ ٱللَّهِ لَهُمْ عَذَابٌ شَدِيدٌ ۗ وَٱللَّهُ عَزِيزٌ ذُو ٱنتِقَامٍ٤
Min qablu hudan lilnnasi waanzala alfurqana inna allatheena kafaroo biayati Allahi lahum ʿathabun shadeedun waAllahu ʿazeezun thoo intiqamin
Vroeger, als Leiding voor de mensheid, en Hij heeft de Onderscheider (de Koran) neergezonden. Waarlijk, degenen die niet in de tekenen van Allah geloven, voor hen is er een zware bestraffing en Allah is Almachtig, wel in staat tot de Vergelding.
-
إِنَّ ٱللَّهَ لَا يَخْفَىٰ عَلَيْهِ شَىْءٌ فِى ٱلْأَرْضِ وَلَا فِى ٱلسَّمَآءِ٥
Inna Allaha la yakhfa ʿalayhi shayon fee alardi wala fee alssamai
Waarlijk, niets is voor Allah op de aarde of in de hemelen verborgen.
-
هُوَ ٱلَّذِى يُصَوِّرُكُمْ فِى ٱلْأَرْحَامِ كَيْفَ يَشَآءُ ۚ لَآ إِلَـٰهَ إِلَّا هُوَ ٱلْعَزِيزُ ٱلْحَكِيمُ٦
Huwa allathee yusawwirukum fee alarhami kayfa yashao la ilaha illa huwa alʿazeezu alhakeemu
Hij is het die jullie in de baarmoeder gevormd heeft zoals Hij wil. Er is er geen één die het recht heeft aanbeden te worden behalve Hij, de Almachtige, de Alwijze.
-
هُوَ ٱلَّذِىٓ أَنزَلَ عَلَيْكَ ٱلْكِتَـٰبَ مِنْهُ ءَايَـٰتٌ مُّحْكَمَـٰتٌ هُنَّ أُمُّ ٱلْكِتَـٰبِ وَأُخَرُ مُتَشَـٰبِهَـٰتٌ ۖ فَأَمَّا ٱلَّذِينَ فِى قُلُوبِهِمْ زَيْغٌ فَيَتَّبِعُونَ مَا تَشَـٰبَهَ مِنْهُ ٱبْتِغَآءَ ٱلْفِتْنَةِ وَٱبْتِغَآءَ تَأْوِيلِهِۦ ۗ وَمَا يَعْلَمُ تَأْوِيلَهُۥٓ إِلَّا ٱللَّهُ ۗ وَٱلرَّٰسِخُونَ فِى ٱلْعِلْمِ يَقُولُونَ ءَامَنَّا بِهِۦ كُلٌّ مِّنْ عِندِ رَبِّنَا ۗ وَمَا يَذَّكَّرُ إِلَّآ أُو۟لُوا۟ ٱلْأَلْبَـٰبِ٧
Huwa allathee anzala ʿalayka alkitaba minhu ayatun muhkamatun hunna ommu alkitabi waokharu mutashabihatun faamma allatheena fee quloobihim zayghun fayattabiʿoona ma tashabaha minhu ibtighaa alfitnati waibtighaa taweelihi wama yaʿlamu taweelahu illa Allahu waalrrasikhoona fee alʿilmi yaqooloona amanna bihi kullun min ʿindi rabbina wama yaththakkaru illa oloo alalbabi
Hij is het Die aan jou het Boek heeft neergezonden. Daarin zijn verzen die volkomen eenduidig zijn, dat is de basis van het Boek; en anderen die meerduidig zijn. Dus voor degenen in wiens harten een afwijking (van de waarheid) is, zij volgen wat geheel meerduidig is, zoekend naar verwarring (bij de mensen) en zoekend naar de verdraaiingen (van betekenissen), maar niemand kent de ware betekenissen behalve Allah. En degenen die grondig geschoold in de kennis zijn, zeggen: “Wij geloven erin, in het geheel van onze Heer.” En niemand ontvangt een vermaning behalve de mensen van begrip.
-
رَبَّنَا لَا تُزِغْ قُلُوبَنَا بَعْدَ إِذْ هَدَيْتَنَا وَهَبْ لَنَا مِن لَّدُنكَ رَحْمَةً ۚ إِنَّكَ أَنتَ ٱلْوَهَّابُ٨
Rabbana la tuzigh quloobana baʿda ith hadaytana wahab lana min ladunka rahmatan innaka anta alwahhabu
Zij zeggen: “Onze Heer! Doe onze harten niet van de waarheid afdwalen, nadat U ons (daar naartoe) heeft geleid en schenk ons van Uw zijde genade. Waarlijk, U bent de Schenker.”
-
رَبَّنَآ إِنَّكَ جَامِعُ ٱلنَّاسِ لِيَوْمٍ لَّا رَيْبَ فِيهِ ۚ إِنَّ ٱللَّهَ لَا يُخْلِفُ ٱلْمِيعَادَ٩
Rabbana innaka jamiʿu alnnasi liyawmin la rayba feehi inna Allaha la yukhlifu almeeʿada
Onze Heer! Waarlijk U bent het Die de mensheid op de dag waarover geen twijfel is, verzamelt. Waarlijk, Allah breekt nooit Zijn belofte.”
-
إِنَّ ٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ لَن تُغْنِىَ عَنْهُمْ أَمْوَٰلُهُمْ وَلَآ أَوْلَـٰدُهُم مِّنَ ٱللَّهِ شَيْـًٔا ۖ وَأُو۟لَـٰٓئِكَ هُمْ وَقُودُ ٱلنَّارِ١٠
Inna allatheena kafaroo lan tughniya ʿanhum amwaluhum wala awladuhum mina Allahi shayan waolaika hum waqoodu alnnari
Waarlijk, (voor) degenen die ongelovig zijn baten noch hun eigendommen noch hun nageslacht of wat dan ook tegen Allah; en zij zijn het die brandstof voor het vuur zijn.
-
كَدَأْبِ ءَالِ فِرْعَوْنَ وَٱلَّذِينَ مِن قَبْلِهِمْ ۚ كَذَّبُوا۟ بِـَٔايَـٰتِنَا فَأَخَذَهُمُ ٱللَّهُ بِذُنُوبِهِمْ ۗ وَٱللَّهُ شَدِيدُ ٱلْعِقَابِ١١
Kadabi ali firʿawna waallatheena min qablihim kaththaboo biayatina faakhathahumu Allahu bithunoobihim waAllahu shadeedu alʿiqabi
(Hun gedrag is) als dat van de mensen van de Farao en van degenen vóór hen; zij ontkennen Onze tekenen; dus Allah vernietigt hen voor hun zonden. En Allah is streng in de bestraffing.
-
قُل لِّلَّذِينَ كَفَرُوا۟ سَتُغْلَبُونَ وَتُحْشَرُونَ إِلَىٰ جَهَنَّمَ ۚ وَبِئْسَ ٱلْمِهَادُ١٢
Qul lillatheena kafaroo satughlaboona watuhsharoona ila jahannama wabisa almihadu
Zeg tegen degenen die ongelovig zijn: “Jullie zullen verslagen worden en tezamen in de hel verzameld worden en dat is zeker de slechtste rustplaats.”
-
قَدْ كَانَ لَكُمْ ءَايَةٌ فِى فِئَتَيْنِ ٱلْتَقَتَا ۖ فِئَةٌ تُقَـٰتِلُ فِى سَبِيلِ ٱللَّهِ وَأُخْرَىٰ كَافِرَةٌ يَرَوْنَهُم مِّثْلَيْهِمْ رَأْىَ ٱلْعَيْنِ ۚ وَٱللَّهُ يُؤَيِّدُ بِنَصْرِهِۦ مَن يَشَآءُ ۗ إِنَّ فِى ذَٰلِكَ لَعِبْرَةً لِّأُو۟لِى ٱلْأَبْصَـٰرِ١٣
Qad kana lakum ayatun fee fiatayni iltaqata fiatun tuqatilu fee sabeeli Allahi waokhra kafiratun yarawnahum mithlayhim raya alʿayni waAllahu yuayyidu binasrihi man yashao inna fee thalika laʿibratan liolee alabsari
Er is reeds een teken vóór jullie geweest in de twee legers die elkaar ontmoetten (in de strijd): een vocht er voor de zaak van Allah en het andere leger was van de ongelovigen. Zij zagen hen met hun eigen ogen twee maal hun aantal. En Allah ondersteunt hen met Zijn overwinning die Hij wil. Waarlijk, hierin is een les voor degenen die begrijpen.
-
زُيِّنَ لِلنَّاسِ حُبُّ ٱلشَّهَوَٰتِ مِنَ ٱلنِّسَآءِ وَٱلْبَنِينَ وَٱلْقَنَـٰطِيرِ ٱلْمُقَنطَرَةِ مِنَ ٱلذَّهَبِ وَٱلْفِضَّةِ وَٱلْخَيْلِ ٱلْمُسَوَّمَةِ وَٱلْأَنْعَـٰمِ وَٱلْحَرْثِ ۗ ذَٰلِكَ مَتَـٰعُ ٱلْحَيَوٰةِ ٱلدُّنْيَا ۖ وَٱللَّهُ عِندَهُۥ حُسْنُ ٱلْمَـَٔابِ١٤
Zuyyina lilnnasi hubbu alshshahawati mina alnnisai waalbaneena waalqanateeri almuqantarati mina alththahabi waalfiddati waalkhayli almusawwamati waalanʿami waalharthi thalika mataʿu alhayati alddunya waAllahu ʿindahu husnu almaabi
Schoonschijnend (en beproevend) is de liefde voor begeerlijke zaken (in de ogen) van de mens, waaronder: vrouwen (in eerste instantie), kinderen, hopen geld, goud en zilver, (en ook) gebrandmerkte mooie raspaarden, vee (nl. kamelen, koeien en schapen) en (vruchtbare) gronden (voor akkers en plantages). Dit zijn de geneugten van het huidige wereldse leven; maar Allah heeft een uitmuntend alternatief bij Hem.
-
۞ قُلْ أَؤُنَبِّئُكُم بِخَيْرٍ مِّن ذَٰلِكُمْ ۚ لِلَّذِينَ ٱتَّقَوْا۟ عِندَ رَبِّهِمْ جَنَّـٰتٌ تَجْرِى مِن تَحْتِهَا ٱلْأَنْهَـٰرُ خَـٰلِدِينَ فِيهَا وَأَزْوَٰجٌ مُّطَهَّرَةٌ وَرِضْوَٰنٌ مِّنَ ٱللَّهِ ۗ وَٱللَّهُ بَصِيرٌۢ بِٱلْعِبَادِ١٥
Qul aonabbiokum bikhayrin min thalikum lillatheena ittaqaw ʿinda rabbihim jannatun tajree min tahtiha alanharu khalideena feeha waazwajun mutahharatun waridwanun mina Allahi waAllahu baseerun bialʿibadi
Zeg: “Zal ik jullie iets vertellen dat veel beter is dan dit? Voor de godvrezenden zijn er tuinen bij hun Heer, daar onderdoor stromen rivieren. Daarin (is hun) eeuwige (verblijfplaats) en reine echtgenotes. En Allah zal tevreden met hen zijn. En Allah is de Alziende over (Zijn) slaven.”
-
ٱلَّذِينَ يَقُولُونَ رَبَّنَآ إِنَّنَآ ءَامَنَّا فَٱغْفِرْ لَنَا ذُنُوبَنَا وَقِنَا عَذَابَ ٱلنَّارِ١٦
Allatheena yaqooloona rabbana innana amanna faighfir lana thunoobana waqina ʿathaba alnnari
Degenen die zeggen: “Onze Heer! Wij hebben waarlijk geloofd, vergeef dus onze zonden en bescherm ons tegen de bestraffing van het vuur.”
-
ٱلصَّـٰبِرِينَ وَٱلصَّـٰدِقِينَ وَٱلْقَـٰنِتِينَ وَٱلْمُنفِقِينَ وَٱلْمُسْتَغْفِرِينَ بِٱلْأَسْحَارِ١٧
Alssabireena waalssadiqeena waalqaniteena waalmunfiqeena waalmustaghfireena bialashari
(Dat zijn) degenen die geduldig zijn, degenen die waarachtig zijn, en gehoorzaam met een oprechte toewijding in de aanbidding tot Allah. Degenen die bijdragen leveren en degenen die bidden en om Allahs vergeving smeken in de laatste uren van de nacht.
-
شَهِدَ ٱللَّهُ أَنَّهُۥ لَآ إِلَـٰهَ إِلَّا هُوَ وَٱلْمَلَـٰٓئِكَةُ وَأُو۟لُوا۟ ٱلْعِلْمِ قَآئِمًۢا بِٱلْقِسْطِ ۚ لَآ إِلَـٰهَ إِلَّا هُوَ ٱلْعَزِيزُ ٱلْحَكِيمُ١٨
Shahida Allahu annahu la ilaha illa huwa waalmalaikatu waoloo alʿilmi qaiman bialqisti la ilaha illa huwa alʿazeezu alhakeemu
Allah getuigt dat niemand het recht heeft om aanbeden te worden behalve Hij, en de engelen en degenen die kennis hebben (getuigen ook); (Hij) onderhoudt (altijd) rechtvaardig Zijn schepping. Niemand heeft het recht om aanbeden te worden behalve Hij, de Almachtige, de Alwijze.
-
إِنَّ ٱلدِّينَ عِندَ ٱللَّهِ ٱلْإِسْلَـٰمُ ۗ وَمَا ٱخْتَلَفَ ٱلَّذِينَ أُوتُوا۟ ٱلْكِتَـٰبَ إِلَّا مِنۢ بَعْدِ مَا جَآءَهُمُ ٱلْعِلْمُ بَغْيًۢا بَيْنَهُمْ ۗ وَمَن يَكْفُرْ بِـَٔايَـٰتِ ٱللَّهِ فَإِنَّ ٱللَّهَ سَرِيعُ ٱلْحِسَابِ١٩
Inna alddeena ʿinda Allahi alislamu wama ikhtalafa allatheena ootoo alkitaba illa min baʿdi ma jaahumu alʿilmu baghyan baynahum waman yakfur biayati Allahi fainna Allaha sareeʿu alhisabi
Waarlijk, de (geaccepteerde) godsdienst bij Allah is de Islam. Degenen die het Boek is gegeven verschilden niet behalve toen kennis tot hen gekomen was, door jaloezie en overtreding onder henzelf. En iedereen die niet in de tekenen van Allah gelooft, waarlijk, Allah is snel in de verrekening.
-
فَإِنْ حَآجُّوكَ فَقُلْ أَسْلَمْتُ وَجْهِىَ لِلَّهِ وَمَنِ ٱتَّبَعَنِ ۗ وَقُل لِّلَّذِينَ أُوتُوا۟ ٱلْكِتَـٰبَ وَٱلْأُمِّيِّـۧنَ ءَأَسْلَمْتُمْ ۚ فَإِنْ أَسْلَمُوا۟ فَقَدِ ٱهْتَدَوا۟ ۖ وَّإِن تَوَلَّوْا۟ فَإِنَّمَا عَلَيْكَ ٱلْبَلَـٰغُ ۗ وَٱللَّهُ بَصِيرٌۢ بِٱلْعِبَادِ٢٠
Fain hajjooka faqul aslamtu wajhiya lillahi wamani ittabaʿani waqul lillatheena ootoo alkitaba waalommiyyeena aaslamtum fain aslamoo faqadi ihtadaw wain tawallaw fainnama ʿalayka albalaghu waAllahu baseerun bialʿibadi
Als zij dus met jou redetwisten, zeg: “Ik heb mijzelf aan Allah onderworpen en (dat hebben ook) degenen die mij volgen.” En zeg tegen degenen die het Boek gekregen hebben en tegen degenen die ongeletterd zijn: “Onderwerpen jullie je ook?” Als zij dat doen, dan zijn ze rechtgeleid, maar als zij zich ervan afkeren, is jouw plicht slechts om de boodschap te verkondigen; en Allah is de Alziende over (Zijn) slaven!
-
إِنَّ ٱلَّذِينَ يَكْفُرُونَ بِـَٔايَـٰتِ ٱللَّهِ وَيَقْتُلُونَ ٱلنَّبِيِّـۧنَ بِغَيْرِ حَقٍّ وَيَقْتُلُونَ ٱلَّذِينَ يَأْمُرُونَ بِٱلْقِسْطِ مِنَ ٱلنَّاسِ فَبَشِّرْهُم بِعَذَابٍ أَلِيمٍ٢١
Inna allatheena yakfuroona biayati Allahi wayaqtuloona alnnabiyyeena bighayri haqqin wayaqtuloona allatheena yamuroona bialqisti mina alnnasi fabashshirhum biʿathabin aleemin
Waarlijk! Degenen die de tekenen van Allah niet geloven en de profeten zonder recht vermoorden en de mensen vermoorden die het eerlijk handelen bevelen, kondig hen een pijnlijke bestraffing aan.
-
أُو۟لَـٰٓئِكَ ٱلَّذِينَ حَبِطَتْ أَعْمَـٰلُهُمْ فِى ٱلدُّنْيَا وَٱلْـَٔاخِرَةِ وَمَا لَهُم مِّن نَّـٰصِرِينَ٢٢
Olaika allatheena habitat aʿmaluhum fee alddunya waalakhirati wama lahum min nasireena
Dat zijn degenen wiens daden verloren raken in deze wereld en in het hiernamaals en zij hebben geen helpers.
-
أَلَمْ تَرَ إِلَى ٱلَّذِينَ أُوتُوا۟ نَصِيبًا مِّنَ ٱلْكِتَـٰبِ يُدْعَوْنَ إِلَىٰ كِتَـٰبِ ٱللَّهِ لِيَحْكُمَ بَيْنَهُمْ ثُمَّ يَتَوَلَّىٰ فَرِيقٌ مِّنْهُمْ وَهُم مُّعْرِضُونَ٢٣
Alam tara ila allatheena ootoo naseeban mina alkitabi yudʿawna ila kitabi Allahi liyahkuma baynahum thumma yatawalla fareequn minhum wahum muʿridoona
Hebt u niet degenen gezien die een deel van het Boek is gegeven? Zij worden tot het Boek van Allah uitgenodigd om hun meningsverschil bij te leggen, dan keert een deel van hen zich daarvan af en zij zijn er tegen.
-
ذَٰلِكَ بِأَنَّهُمْ قَالُوا۟ لَن تَمَسَّنَا ٱلنَّارُ إِلَّآ أَيَّامًا مَّعْدُودَٰتٍ ۖ وَغَرَّهُمْ فِى دِينِهِم مَّا كَانُوا۟ يَفْتَرُونَ٢٤
Thalika biannahum qaloo lan tamassana alnnaru illa ayyaman maʿdoodatin wagharrahum fee deenihim ma kanoo yaftaroona
Dit is, omdat zij zeggen: “Het vuur zal ons niet aanraken behalve maar voor een aantal dagen.” En datgene wat zij over hun godsdienst bedachten heeft hen misleid.
-
فَكَيْفَ إِذَا جَمَعْنَـٰهُمْ لِيَوْمٍ لَّا رَيْبَ فِيهِ وَوُفِّيَتْ كُلُّ نَفْسٍ مَّا كَسَبَتْ وَهُمْ لَا يُظْلَمُونَ٢٥
Fakayfa itha jamaʿnahum liyawmin la rayba feehi wawuffiyat kullu nafsin ma kasabat wahum la yuthlamoona
Hoe (zal het zijn) als Wij hen verzamelen op een dag waarover geen twijfel is en ieder persoon volledig betalen zal voor wat hij heeft verdiend? En zij zullen niet onrechtvaardig behandeld worden.
-
قُلِ ٱللَّهُمَّ مَـٰلِكَ ٱلْمُلْكِ تُؤْتِى ٱلْمُلْكَ مَن تَشَآءُ وَتَنزِعُ ٱلْمُلْكَ مِمَّن تَشَآءُ وَتُعِزُّ مَن تَشَآءُ وَتُذِلُّ مَن تَشَآءُ ۖ بِيَدِكَ ٱلْخَيْرُ ۖ إِنَّكَ عَلَىٰ كُلِّ شَىْءٍ قَدِيرٌ٢٦
Quli allahumma malika almulki tutee almulka man tashao watanziʿu almulka mimman tashao watuʿizzu man tashao watuthillu man tashao biyadika alkhayru innaka ʿala kulli shayin qadeerun
Zeg: “O Allah! Eigenaar van het Koninkrijk, U geeft het Koninkrijk aan wie U wilt en U neemt het Koninkrijk van wie U wilt en U eert degenen wie U wilt, en U vernedert degenen wie U wilt. In Uw hand is het goede. Waarlijk, U bent in staat om alles te doen.
-
تُولِجُ ٱلَّيْلَ فِى ٱلنَّهَارِ وَتُولِجُ ٱلنَّهَارَ فِى ٱلَّيْلِ ۖ وَتُخْرِجُ ٱلْحَىَّ مِنَ ٱلْمَيِّتِ وَتُخْرِجُ ٱلْمَيِّتَ مِنَ ٱلْحَىِّ ۖ وَتَرْزُقُ مَن تَشَآءُ بِغَيْرِ حِسَابٍ٢٧
Tooliju allayla fee alnnahari watooliju alnnahara fee allayli watukhriju alhayya mina almayyiti watukhriju almayyita mina alhayyi watarzuqu man tashao bighayri hisabin
U laat de nacht overgaan in de dag en U laat de dag overgaan in de nacht. U brengt de levenden uit de doden en U brengt de doden uit de levenden. En U geeft weelde en onderhoudt wie U wilt, zonder enige beperking.
-
لَّا يَتَّخِذِ ٱلْمُؤْمِنُونَ ٱلْكَـٰفِرِينَ أَوْلِيَآءَ مِن دُونِ ٱلْمُؤْمِنِينَ ۖ وَمَن يَفْعَلْ ذَٰلِكَ فَلَيْسَ مِنَ ٱللَّهِ فِى شَىْءٍ إِلَّآ أَن تَتَّقُوا۟ مِنْهُمْ تُقَىٰةً ۗ وَيُحَذِّرُكُمُ ٱللَّهُ نَفْسَهُۥ ۗ وَإِلَى ٱللَّهِ ٱلْمَصِيرُ٢٨
La yattakhithi almuminoona alkafireena awliyaa min dooni almumineena waman yafʿal thalika falaysa mina Allahi fee shayin illa an tattaqoo minhum tuqatan wayuhaththirukumu Allahu nafsahu waila Allahi almaseeru
Laat de gelovigen de ongelovigen niet als helpers nemen in plaats van de gelovigen en iedereen die dat doet zal nooit door Allah op wat voor manier dan ook geholpen worden; behalve als jullie echt bang zijn voor een gevaar van hen. En Allah waarschuwt jullie voor Hemzelf en tot Allah is de uiteindelijke terugkeer.
-
قُلْ إِن تُخْفُوا۟ مَا فِى صُدُورِكُمْ أَوْ تُبْدُوهُ يَعْلَمْهُ ٱللَّهُ ۗ وَيَعْلَمُ مَا فِى ٱلسَّمَـٰوَٰتِ وَمَا فِى ٱلْأَرْضِ ۗ وَٱللَّهُ عَلَىٰ كُلِّ شَىْءٍ قَدِيرٌ٢٩
Qul in tukhfoo ma fee sudoorikum aw tubdoohu yaʿlamhu Allahu wayaʿlamu ma fee alssamawati wama fee alardi waAllahu ʿala kulli shayin qadeerun
Zeg: “Of jullie nu verbergen wat in jullie borsten is of het openbaar maken, Allah weet het, en Hij weet wat in de hemelen en op aarde is. En Allah is tot alles in staat.”
-
يَوْمَ تَجِدُ كُلُّ نَفْسٍ مَّا عَمِلَتْ مِنْ خَيْرٍ مُّحْضَرًا وَمَا عَمِلَتْ مِن سُوٓءٍ تَوَدُّ لَوْ أَنَّ بَيْنَهَا وَبَيْنَهُۥٓ أَمَدًۢا بَعِيدًا ۗ وَيُحَذِّرُكُمُ ٱللَّهُ نَفْسَهُۥ ۗ وَٱللَّهُ رَءُوفٌۢ بِٱلْعِبَادِ٣٠
Yawma tajidu kullu nafsin ma ʿamilat min khayrin muhdaran wama ʿamilat min sooin tawaddu law anna baynaha wabaynahu amadan baʿeedan wayuhaththirukumu Allahu nafsahu waAllahu raoofun bialʿibadi
Op de dag waarop iedereen geconfronteerd zal worden met al het goede wat hij gedaan heeft en met al het slechte wat hij gedaan heeft, zal hij wensen dat er een grote afstand tussen hem en het kwaad is. En Allah waarschuwt jullie tegen Hemzelf en Allah is vol vriendelijkheid voor (Zijn) slaven.
-
قُلْ إِن كُنتُمْ تُحِبُّونَ ٱللَّهَ فَٱتَّبِعُونِى يُحْبِبْكُمُ ٱللَّهُ وَيَغْفِرْ لَكُمْ ذُنُوبَكُمْ ۗ وَٱللَّهُ غَفُورٌ رَّحِيمٌ٣١
Qul in kuntum tuhibboona Allaha faittabiʿoonee yuhbibkumu Allahu wayaghfir lakum thunoobakum waAllahu ghafoorun raheemun
Zeg: “Als jullie (echt) van Allah houden, volg mij (de weg van de Profeet Mohamed zijn Soenah) dan, Allah zal van jullie houden en jullie je zonden vergeven. En Allah is de meest Barmhartige, de meest Genadevolle.
-
قُلْ أَطِيعُوا۟ ٱللَّهَ وَٱلرَّسُولَ ۖ فَإِن تَوَلَّوْا۟ فَإِنَّ ٱللَّهَ لَا يُحِبُّ ٱلْكَـٰفِرِينَ٣٢
Qul ateeʿoo Allaha waalrrasoola fain tawallaw fainna Allaha la yuhibbu alkafireena
Zeg: “Gehoorzaam Allah en Zijn boodschapper.” Maar als zij zich afkeren, dan houdt Allah niet van de ongelovigen!”
-
۞ إِنَّ ٱللَّهَ ٱصْطَفَىٰٓ ءَادَمَ وَنُوحًا وَءَالَ إِبْرَٰهِيمَ وَءَالَ عِمْرَٰنَ عَلَى ٱلْعَـٰلَمِينَ٣٣
Inna Allaha istafa adama wanoohan waala ibraheema waala ʿimrana ʿala alʿalameena
Allah heeft Adam, Noeh, de familie van Ibraahiem en de familie van ‘Imran boven de wereldwezens uitverkoren.
-
ذُرِّيَّةًۢ بَعْضُهَا مِنۢ بَعْضٍ ۗ وَٱللَّهُ سَمِيعٌ عَلِيمٌ٣٤
Thurriyyatan baʿduha min baʿdin waAllahu sameeʿun ʿaleemun
Nageslacht, de één van de ander, en Allah is de Alhorende, de Alwetende.
-
إِذْ قَالَتِ ٱمْرَأَتُ عِمْرَٰنَ رَبِّ إِنِّى نَذَرْتُ لَكَ مَا فِى بَطْنِى مُحَرَّرًا فَتَقَبَّلْ مِنِّىٓ ۖ إِنَّكَ أَنتَ ٱلسَّمِيعُ ٱلْعَلِيمُ٣٥
Ith qalati imraatu ʿimrana rabbi innee nathartu laka ma fee batnee muharraran fataqabbal minnee innaka anta alssameeʿu alʿaleemu
(Weet dan) toen de vrouw van ‘Imran zei: “O Mijn Heer! Ik heb aan U beloofd om wat in mijn baarmoeder is aan Uw diensten toe te weiden, neem dit dus van mij aan. Waarlijk, U bent de Alhorende, de Alwetende.”
-
فَلَمَّا وَضَعَتْهَا قَالَتْ رَبِّ إِنِّى وَضَعْتُهَآ أُنثَىٰ وَٱللَّهُ أَعْلَمُ بِمَا وَضَعَتْ وَلَيْسَ ٱلذَّكَرُ كَٱلْأُنثَىٰ ۖ وَإِنِّى سَمَّيْتُهَا مَرْيَمَ وَإِنِّىٓ أُعِيذُهَا بِكَ وَذُرِّيَّتَهَا مِنَ ٱلشَّيْطَـٰنِ ٱلرَّجِيمِ٣٦
Falamma wadaʿatha qalat rabbi innee wadaʿtuha ontha waAllahu aʿlamu bima wadaʿat walaysa alththakaru kaalontha wainnee sammaytuha maryama wainnee oʿeethuha bika wathurriyyataha mina alshshaytani alrrajeemi
Nadat ze haar kind (Maryam) ter wereld had gebracht, zei ze: “O, Mijn Heer! Ik ben bevallen van een meisje – en Allah wist beter van wie zij was bevallen, maar het mannelijke (waar zij om had gesmeekt) is niet zoals het vrouwelijke – en ik heb haar Maryam genoemd. Ik zoek mijn toevlucht bij U voor haar en voor haar nageslacht tegen Shaytaan, de verworpene.”
-
فَتَقَبَّلَهَا رَبُّهَا بِقَبُولٍ حَسَنٍ وَأَنۢبَتَهَا نَبَاتًا حَسَنًا وَكَفَّلَهَا زَكَرِيَّا ۖ كُلَّمَا دَخَلَ عَلَيْهَا زَكَرِيَّا ٱلْمِحْرَابَ وَجَدَ عِندَهَا رِزْقًا ۖ قَالَ يَـٰمَرْيَمُ أَنَّىٰ لَكِ هَـٰذَا ۖ قَالَتْ هُوَ مِنْ عِندِ ٱللَّهِ ۖ إِنَّ ٱللَّهَ يَرْزُقُ مَن يَشَآءُ بِغَيْرِ حِسَابٍ٣٧
Fataqabbalaha rabbuha biqaboolin hasanin waanbataha nabatan hasanan wakaffalaha zakariyya kullama dakhala ʿalayha zakariyya almihraba wajada ʿindaha rizqan qala ya maryamu anna laki hatha qalat huwa min ʿindi Allahi inna Allaha yarzuqu man yashao bighayri hisabin
Dus accepteerde haar Heer haar met vriendelijkheid. Hij liet haar op een goede manier opgroeien en bracht haar onder de hoede van Zacharias. Ieder keer als hij haar kamer binnen kwam om haar te bezoeken, ontdekte hij dat zij voorzien was van levensonderhoud. Hij zei: “O Maryam! Waar heb je dat vandaan?” Zij zei: “Van Allah.” Waarlijk Allah voorziet degenen die Hij wil van levensonderhoud, zonder beperking.
-
هُنَالِكَ دَعَا زَكَرِيَّا رَبَّهُۥ ۖ قَالَ رَبِّ هَبْ لِى مِن لَّدُنكَ ذُرِّيَّةً طَيِّبَةً ۖ إِنَّكَ سَمِيعُ ٱلدُّعَآءِ٣٨
Hunalika daʿa zakariyya rabbahu qala rabbi hab lee min ladunka thurriyyatan tayyibatan innaka sameeʿu aldduʿai
In die tijd riep Zacharias zijn Heer aan, zeggende: “O mijn Heer! Geef mij van U een goed nageslacht. U bent waarlijk de Alhorende van de oproep.”
-
فَنَادَتْهُ ٱلْمَلَـٰٓئِكَةُ وَهُوَ قَآئِمٌ يُصَلِّى فِى ٱلْمِحْرَابِ أَنَّ ٱللَّهَ يُبَشِّرُكَ بِيَحْيَىٰ مُصَدِّقًۢا بِكَلِمَةٍ مِّنَ ٱللَّهِ وَسَيِّدًا وَحَصُورًا وَنَبِيًّا مِّنَ ٱلصَّـٰلِحِينَ٣٩
Fanadathu almalaikatu wahuwa qaimun yusallee fee almihrabi anna Allaha yubashshiruka biyahya musaddiqan bikalimatin mina Allahi wasayyidan wahasooran wanabiyyan mina alssaliheena
Toen hij in zijn gebedskamer in gebed stond riepen de engelen hem, zeggende: “Allah geeft jou het goede bericht van Yahya, gelovend in het woord van Allah: Wees en het was, (d.w.z. Isa zoon van Maryam) edel, zich verre houdend van geslachtsgemeenschap met vrouwen, een profeet en één van de rechtvaardigen.”
-
قَالَ رَبِّ أَنَّىٰ يَكُونُ لِى غُلَـٰمٌ وَقَدْ بَلَغَنِىَ ٱلْكِبَرُ وَٱمْرَأَتِى عَاقِرٌ ۖ قَالَ كَذَٰلِكَ ٱللَّهُ يَفْعَلُ مَا يَشَآءُ٤٠
Qala rabbi anna yakoonu lee ghulamun waqad balaghaniya alkibaru waimraatee ʿaqirun qala kathalika Allahu yafʿalu ma yashao
Hij zei: “O mijn Heer! Hoe kan ik een zoon hebben, terwijl ik een heel oude man ben en mijn vrouw onvruchtbaar is? Allah zei: “Zo doet Allah wat Hij wil.”
-
قَالَ رَبِّ ٱجْعَل لِّىٓ ءَايَةً ۖ قَالَ ءَايَتُكَ أَلَّا تُكَلِّمَ ٱلنَّاسَ ثَلَـٰثَةَ أَيَّامٍ إِلَّا رَمْزًا ۗ وَٱذْكُر رَّبَّكَ كَثِيرًا وَسَبِّحْ بِٱلْعَشِىِّ وَٱلْإِبْكَـٰرِ٤١
Qala rabbi ijʿal lee ayatan qala ayatuka alla tukallima alnnasa thalathata ayyamin illa ramzan waothkur rabbaka katheeran wasabbih bialʿashiyyi waalibkari
Hij zei: “O mijn Heer! Geef mij een teken.” Allah zei: “Je teken zal zijn dat je gedurende drie dagen niet tegen de mensen kan spreken behalve door gebarentaal. En gedenk uw Heer veel en verheerlijk (Hem) in de namiddag en in de ochtend.”
-
وَإِذْ قَالَتِ ٱلْمَلَـٰٓئِكَةُ يَـٰمَرْيَمُ إِنَّ ٱللَّهَ ٱصْطَفَىٰكِ وَطَهَّرَكِ وَٱصْطَفَىٰكِ عَلَىٰ نِسَآءِ ٱلْعَـٰلَمِينَ٤٢
Waith qalati almalaikatu ya maryamu inna Allaha istafaki watahharaki waistafaki ʿala nisai alʿalameena
En (weet) dat de engelen zeiden: “O Maryam! Waarlijk, Allah heeft jou uitgekozen, jou gereinigd en heeft jou boven alle vrouwen van de wereldwezens uitverkoren.
-
يَـٰمَرْيَمُ ٱقْنُتِى لِرَبِّكِ وَٱسْجُدِى وَٱرْكَعِى مَعَ ٱلرَّٰكِعِينَ٤٣
Ya maryamu oqnutee lirabbiki waosjudee wairkaʿee maʿa alrrakiʿeena
O Maryam! “Onderwerp jezelf met gehoorzaamheid aan jouw Heer en kniel neer en buig met degenen die dat ook hebben gedaan.”
-
ذَٰلِكَ مِنْ أَنۢبَآءِ ٱلْغَيْبِ نُوحِيهِ إِلَيْكَ ۚ وَمَا كُنتَ لَدَيْهِمْ إِذْ يُلْقُونَ أَقْلَـٰمَهُمْ أَيُّهُمْ يَكْفُلُ مَرْيَمَ وَمَا كُنتَ لَدَيْهِمْ إِذْ يَخْتَصِمُونَ٤٤
Thalika min anbai alghaybi nooheehi ilayka wama kunta ladayhim ith yulqoona aqlamahum ayyuhum yakfulu maryama wama kunta ladayhim ith yakhtasimoona
Dit is een deel van het nieuws van het onwaarneembare die Wij jou mee hebben geopenbaard. Jij was niet bij hen toen zij loten trokken met hun pennen, wie van hen de zorg voor Maryam zou hebben, noch was jij bij hen toen zij redetwistten.
-
إِذْ قَالَتِ ٱلْمَلَـٰٓئِكَةُ يَـٰمَرْيَمُ إِنَّ ٱللَّهَ يُبَشِّرُكِ بِكَلِمَةٍ مِّنْهُ ٱسْمُهُ ٱلْمَسِيحُ عِيسَى ٱبْنُ مَرْيَمَ وَجِيهًا فِى ٱلدُّنْيَا وَٱلْـَٔاخِرَةِ وَمِنَ ٱلْمُقَرَّبِينَ٤٥
Ith qalati almalaikatu ya maryamu inna Allaha yubashshiruki bikalimatin minhu ismuhu almaseehu ʿeesa ibnu maryama wajeehan fee alddunya waalakhirati wamina almuqarrabeena
(O Mohammed, gedenk) wanneer de engelen zeiden: “O Maryam! Waarlijk, Allah brengt jou de blijde tijding (van een zoon op basis) van Zijn woord ("Koen!" – Wees!). Zijn naam zal ‘Al-Mesieh ‘Isa – Jezus de Messias’ zijn, zoon van Maryam. Niet alleen geëerd in deze wereld maar evenzo in het hiernamaals, en hij zal één van degenen zijn die in Allah Zijn nabijheid (mogen) verkeren.”
-
وَيُكَلِّمُ ٱلنَّاسَ فِى ٱلْمَهْدِ وَكَهْلًا وَمِنَ ٱلصَّـٰلِحِينَ٤٦
Wayukallimu alnnasa fee almahdi wakahlan wamina alssaliheena
Hij zal vanuit de wieg en als volwassene tot de mensen spreken, en hij zal één van de rechtvaardigen zijn.
-
قَالَتْ رَبِّ أَنَّىٰ يَكُونُ لِى وَلَدٌ وَلَمْ يَمْسَسْنِى بَشَرٌ ۖ قَالَ كَذَٰلِكِ ٱللَّهُ يَخْلُقُ مَا يَشَآءُ ۚ إِذَا قَضَىٰٓ أَمْرًا فَإِنَّمَا يَقُولُ لَهُۥ كُن فَيَكُونُ٤٧
Qalat rabbi anna yakoonu lee waladun walam yamsasnee basharun qala kathaliki Allahu yakhluqu ma yashao itha qada amran fainnama yaqoolu lahu kun fayakoonu
Zij zei: “O mijn Heer! Hoe kan ik een kind krijgen als geen man mij heeft aangeraakt.” Hij zei: “Zo (zal het zijn), want Allah schept wat Hij wil. Als Hij tot iets besloten heeft, zegt Hij slechts: “Wees!” En het is.
-
وَيُعَلِّمُهُ ٱلْكِتَـٰبَ وَٱلْحِكْمَةَ وَٱلتَّوْرَىٰةَ وَٱلْإِنجِيلَ٤٨
Wayuʿallimuhu alkitaba waalhikmata waalttawrata waalinjeela
En Hij zal hem (Isa) het boek en de wijsheid, (en) de Thora en de Indjiel onderwijzen.
-
وَرَسُولًا إِلَىٰ بَنِىٓ إِسْرَٰٓءِيلَ أَنِّى قَدْ جِئْتُكُم بِـَٔايَةٍ مِّن رَّبِّكُمْ ۖ أَنِّىٓ أَخْلُقُ لَكُم مِّنَ ٱلطِّينِ كَهَيْـَٔةِ ٱلطَّيْرِ فَأَنفُخُ فِيهِ فَيَكُونُ طَيْرًۢا بِإِذْنِ ٱللَّهِ ۖ وَأُبْرِئُ ٱلْأَكْمَهَ وَٱلْأَبْرَصَ وَأُحْىِ ٱلْمَوْتَىٰ بِإِذْنِ ٱللَّهِ ۖ وَأُنَبِّئُكُم بِمَا تَأْكُلُونَ وَمَا تَدَّخِرُونَ فِى بُيُوتِكُمْ ۚ إِنَّ فِى ذَٰلِكَ لَـَٔايَةً لَّكُمْ إِن كُنتُم مُّؤْمِنِينَ٤٩
Warasoolan ila banee israeela annee qad jitukum biayatin min rabbikum annee akhluqu lakum mina altteeni kahayati alttayri faanfukhu feehi fayakoonu tayran biithni Allahi waobrio alakmaha waalabrasa waohyee almawta biithni Allahi waonabbiokum bima takuloona wama taddakhiroona fee buyootikum inna fee thalika laayatan lakum in kuntum mumineena
En Hij (Isa) zal als boodschapper naar de kinderen van Israël gestuurd worden (zeggende): “Ik ben tot jullie gekomen met een teken van jullie Heer, dat ik voor jullie uit klei heb ontworpen, als ware het een vogel en ademde daarin en het werd met Allah Zijn toestemming een vogel. En ik genees degene die blind geboren was en de melaatse en ik breng de doden met Allah Zijn toestemming tot leven. En ik vertel jullie wat jullie eten en wat jullie in jullie huizen bewaren. Zeker, daarin is een teken voor jullie, als jullie geloven.
-
وَمُصَدِّقًا لِّمَا بَيْنَ يَدَىَّ مِنَ ٱلتَّوْرَىٰةِ وَلِأُحِلَّ لَكُم بَعْضَ ٱلَّذِى حُرِّمَ عَلَيْكُمْ ۚ وَجِئْتُكُم بِـَٔايَةٍ مِّن رَّبِّكُمْ فَٱتَّقُوا۟ ٱللَّهَ وَأَطِيعُونِ٥٠
Wamusaddiqan lima bayna yadayya mina alttawrati waliohilla lakum baʿda allathee hurrima ʿalaykum wajitukum biayatin min rabbikum faittaqoo Allaha waateeʿooni
En ik ben gekomen om te bevestigen wat voor mij was van de Thora en om voor jullie een deel wettig te maken wat verboden was, en ik ben tot jullie gekomen met een bewijs van jullie Heer. Vrees Allah dus en gehoorzaam mij.
-
إِنَّ ٱللَّهَ رَبِّى وَرَبُّكُمْ فَٱعْبُدُوهُ ۗ هَـٰذَا صِرَٰطٌ مُّسْتَقِيمٌ٥١
Inna Allaha rabbee warabbukum faoʿbudoohu hatha siratun mustaqeemun
Waarlijk! Allah is mijn Heer en jullie Heer, aanbid Hem dus (alleen). Dit is het rechte pad.
-
۞ فَلَمَّآ أَحَسَّ عِيسَىٰ مِنْهُمُ ٱلْكُفْرَ قَالَ مَنْ أَنصَارِىٓ إِلَى ٱللَّهِ ۖ قَالَ ٱلْحَوَارِيُّونَ نَحْنُ أَنصَارُ ٱللَّهِ ءَامَنَّا بِٱللَّهِ وَٱشْهَدْ بِأَنَّا مُسْلِمُونَ٥٢
Falamma ahassa ʿeesa minhumu alkufra qala man ansaree ila Allahi qala alhawariyyoona nahnu ansaru Allahi amanna biAllahi waishhad bianna muslimoona
Toen Isa hun ongeloof ontdekte, zei hij: “Wie zullen mijn helpers zijn in de zaak van Allah?” De apostelen zeiden: “Wij zijn de helpers van Allah; wij geloven in Allah en getuigen dat wij moslims zijn.
-
رَبَّنَآ ءَامَنَّا بِمَآ أَنزَلْتَ وَٱتَّبَعْنَا ٱلرَّسُولَ فَٱكْتُبْنَا مَعَ ٱلشَّـٰهِدِينَ٥٣
Rabbana amanna bima anzalta waittabaʿna alrrasoola faoktubna maʿa alshshahideena
Onze Heer! Wij geloven in wat U neer heeft gezonden en wij volgen de boodschapper (Isa): noteer ons dan bij degenen die getuigen.
-
وَمَكَرُوا۟ وَمَكَرَ ٱللَّهُ ۖ وَٱللَّهُ خَيْرُ ٱلْمَـٰكِرِينَ٥٤
Wamakaroo wamakara Allahu waAllahu khayru almakireena
En zij (de ongelovigen) smeedden een complot om hem te doden en Allah heeft ook een plan gesmeed. En Allah is de beste plannenmaker.
-
إِذْ قَالَ ٱللَّهُ يَـٰعِيسَىٰٓ إِنِّى مُتَوَفِّيكَ وَرَافِعُكَ إِلَىَّ وَمُطَهِّرُكَ مِنَ ٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ وَجَاعِلُ ٱلَّذِينَ ٱتَّبَعُوكَ فَوْقَ ٱلَّذِينَ كَفَرُوٓا۟ إِلَىٰ يَوْمِ ٱلْقِيَـٰمَةِ ۖ ثُمَّ إِلَىَّ مَرْجِعُكُمْ فَأَحْكُمُ بَيْنَكُمْ فِيمَا كُنتُمْ فِيهِ تَخْتَلِفُونَ٥٥
Ith qala Allahu ya ʿeesa innee mutawaffeeka warafiʿuka ilayya wamutahhiruka mina allatheena kafaroo wajaʿilu allatheena ittabaʿooka fawqa allatheena kafaroo ila yawmi alqiyamati thumma ilayya marjiʿukum faahkumu baynakum feema kuntum feehi takhtalifoona
En (gedenk) toen Allah zei: “O Isa! Ik zal je nemen en tot Mij, je verheffen1 en je reinigen van degenen die ongelovig zijn, en Ik zal degenen die jou volgen verheffen boven degenen die ongelovig zijn tot de dag der opstanding. Dan zal je tot Mij terugkeren en Ik zal tussen jullie oordelen over de zaken waarover jullie van mening verschilden.
Voetnoten
[1]hij is verheven en niet gestorven aan het kruis, wel een slecht persoon die Allah op hem deed lijken, en zo heeft Allah zijn Profeet beschermt tegen een harde marteling en niet in de steek gelaten zoals staat in de Bijbel omdat Allah de profeten steunt en beschermt. -
فَأَمَّا ٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ فَأُعَذِّبُهُمْ عَذَابًا شَدِيدًا فِى ٱلدُّنْيَا وَٱلْـَٔاخِرَةِ وَمَا لَهُم مِّن نَّـٰصِرِينَ٥٦
Faamma allatheena kafaroo faoʿaththibuhum ʿathaban shadeedan fee alddunya waalakhirati wama lahum min nasireena
En voor de ongelovigen: Ik zal ze met een zware bestraffing in deze wereld en in het hiernamaals bestraffen en zij zullen geen helpers hebben.
-
وَأَمَّا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ وَعَمِلُوا۟ ٱلصَّـٰلِحَـٰتِ فَيُوَفِّيهِمْ أُجُورَهُمْ ۗ وَٱللَّهُ لَا يُحِبُّ ٱلظَّـٰلِمِينَ٥٧
Waamma allatheena amanoo waʿamiloo alssalihati fayuwaffeehim ojoorahum waAllahu la yuhibbu alththalimeena
En voor de gelovigen en degenen die goede daden verrichten, Allah zal hen hun beloning volledig geven. En Allah houdt niet van de onrechtvaardigen.
-
ذَٰلِكَ نَتْلُوهُ عَلَيْكَ مِنَ ٱلْـَٔايَـٰتِ وَٱلذِّكْرِ ٱلْحَكِيمِ٥٨
Thalika natloohu ʿalayka mina alayati waalththikri alhakeemi
Dit wat Wij aan jou openbaren van de verzen en een wijze herinnering.
-
إِنَّ مَثَلَ عِيسَىٰ عِندَ ٱللَّهِ كَمَثَلِ ءَادَمَ ۖ خَلَقَهُۥ مِن تُرَابٍ ثُمَّ قَالَ لَهُۥ كُن فَيَكُونُ٥٩
Inna mathala ʿeesa ʿinda Allahi kamathali adama khalaqahu min turabin thumma qala lahu kun fayakoonu
Waarlijk, (de schepping van) ‘Isa is bij Allah zoals (de schepping van) Adam. Hij schiep hem uit aarde, vervolgens beval (Hij) hem: “Wees!” En hij was.
-
ٱلْحَقُّ مِن رَّبِّكَ فَلَا تَكُن مِّنَ ٱلْمُمْتَرِينَ٦٠
Alhaqqu min rabbika fala takun mina almumtareena
(Dit is) de waarheid van jullie Heer, wees niet één van degenen die twijfelen.
-
فَمَنْ حَآجَّكَ فِيهِ مِنۢ بَعْدِ مَا جَآءَكَ مِنَ ٱلْعِلْمِ فَقُلْ تَعَالَوْا۟ نَدْعُ أَبْنَآءَنَا وَأَبْنَآءَكُمْ وَنِسَآءَنَا وَنِسَآءَكُمْ وَأَنفُسَنَا وَأَنفُسَكُمْ ثُمَّ نَبْتَهِلْ فَنَجْعَل لَّعْنَتَ ٱللَّهِ عَلَى ٱلْكَـٰذِبِينَ٦١
Faman hajjaka feehi min baʿdi ma jaaka mina alʿilmi faqul taʿalaw nadʿu abnaana waabnaakum wanisaana wanisaakum waanfusana waanfusakum thumma nabtahil fanajʿal laʿnata Allahi ʿala alkathibeena
Dan iedereen die met jou redetwist over hem (Isa) na (al deze) kennis die tot jullie is gekomen, zeg: “Kom, laten wij onze zonen en jullie zonen, onze vrouwen en jullie vrouwen, onszelf en jullie roepen - dan bidden wij en roepen (oprecht) een vloek van Allah af over degenen die liegen.”
-
إِنَّ هَـٰذَا لَهُوَ ٱلْقَصَصُ ٱلْحَقُّ ۚ وَمَا مِنْ إِلَـٰهٍ إِلَّا ٱللَّهُ ۚ وَإِنَّ ٱللَّهَ لَهُوَ ٱلْعَزِيزُ ٱلْحَكِيمُ٦٢
Inna hatha lahuwa alqasasu alhaqqu wama min ilahin illa Allahu wainna Allaha lahuwa alʿazeezu alhakeemu
Waarlijk! Dit is een waar verhaal en dat niemand het recht heeft aanbeden te worden dan Allah. En zeker, Allah is de Almachtige, de Alwijze.
-
فَإِن تَوَلَّوْا۟ فَإِنَّ ٱللَّهَ عَلِيمٌۢ بِٱلْمُفْسِدِينَ٦٣
Fain tawallaw fainna Allaha ʿaleemun bialmufsideena
En als zij zich afkeren, dan zeker, is Allah zich bewust van degenen die ellende veroorzaken.
-
قُلْ يَـٰٓأَهْلَ ٱلْكِتَـٰبِ تَعَالَوْا۟ إِلَىٰ كَلِمَةٍ سَوَآءٍۭ بَيْنَنَا وَبَيْنَكُمْ أَلَّا نَعْبُدَ إِلَّا ٱللَّهَ وَلَا نُشْرِكَ بِهِۦ شَيْـًٔا وَلَا يَتَّخِذَ بَعْضُنَا بَعْضًا أَرْبَابًا مِّن دُونِ ٱللَّهِ ۚ فَإِن تَوَلَّوْا۟ فَقُولُوا۟ ٱشْهَدُوا۟ بِأَنَّا مُسْلِمُونَ٦٤
Qul ya ahla alkitabi taʿalaw ila kalimatin sawain baynana wabaynakum alla naʿbuda illa Allaha wala nushrika bihi shayan wala yattakhitha baʿduna baʿdan arbaban min dooni Allahi fain tawallaw faqooloo ishhadoo bianna muslimoona
Zeg: “O Mensen van het Boek, kom tot het gelijkluidende woord dat tussen jullie en ons is, namelijk dat wij geen ander aanbidden dan Allah en dat wij Hem geen deelgenoten toekennen. En dat wij elkaar – naast Allah – zeker niet als heren plaatsen.” Als zij zich dan afkeren, zeg: “Wees getuigen dat wij moslims zijn.”
-
يَـٰٓأَهْلَ ٱلْكِتَـٰبِ لِمَ تُحَآجُّونَ فِىٓ إِبْرَٰهِيمَ وَمَآ أُنزِلَتِ ٱلتَّوْرَىٰةُ وَٱلْإِنجِيلُ إِلَّا مِنۢ بَعْدِهِۦٓ ۚ أَفَلَا تَعْقِلُونَ٦٥
Ya ahla alkitabi lima tuhajjoona fee ibraheema wama onzilati alttawratu waalinjeelu illa min baʿdihi afala taʿqiloona
O mensen van het boek, waarom redetwisten jullie over Ibraahiem, want de Thora en de Indjiel werden pas na hem geopenbaard. Hebben jullie geen verstand?
-
هَـٰٓأَنتُمْ هَـٰٓؤُلَآءِ حَـٰجَجْتُمْ فِيمَا لَكُم بِهِۦ عِلْمٌ فَلِمَ تُحَآجُّونَ فِيمَا لَيْسَ لَكُم بِهِۦ عِلْمٌ ۚ وَٱللَّهُ يَعْلَمُ وَأَنتُمْ لَا تَعْلَمُونَ٦٦
Haantum haolai hajajtum feema lakum bihi ʿilmun falima tuhajjoona feema laysa lakum bihi ʿilmun waAllahu yaʿlamu waantum la taʿlamoona
Waarlijk, jullie zijn degenen die redetwistten over datgene waarover jullie kennis hebben. Waarom redetwistten jullie niet over datgene, waarover jullie geen kennis hebben. Allah weet het en jullie weten het niet.
-
مَا كَانَ إِبْرَٰهِيمُ يَهُودِيًّا وَلَا نَصْرَانِيًّا وَلَـٰكِن كَانَ حَنِيفًا مُّسْلِمًا وَمَا كَانَ مِنَ ٱلْمُشْرِكِينَ٦٧
Ma kana ibraheemu yahoodiyyan wala nasraniyyan walakin kana haneefan musliman wama kana mina almushrikeena
Ibraahiem was geen jood, noch een christen, maar hij was een ware moslim (Hanifan) – en verenigde niemand in de aanbidding van Allah.
-
إِنَّ أَوْلَى ٱلنَّاسِ بِإِبْرَٰهِيمَ لَلَّذِينَ ٱتَّبَعُوهُ وَهَـٰذَا ٱلنَّبِىُّ وَٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ ۗ وَٱللَّهُ وَلِىُّ ٱلْمُؤْمِنِينَ٦٨
Inna awla alnnasi biibraheema lallatheena ittabaʿoohu wahatha alnnabiyyu waallatheena amanoo waAllahu waliyyu almumineena
Waarlijk, onder de mensheid zijn degenen die de grootste claim op Ibraahiem legden, degenen die hem volgden en deze profeet. En Allah is de beschermer van de gelovigen.
-
وَدَّت طَّآئِفَةٌ مِّنْ أَهْلِ ٱلْكِتَـٰبِ لَوْ يُضِلُّونَكُمْ وَمَا يُضِلُّونَ إِلَّآ أَنفُسَهُمْ وَمَا يَشْعُرُونَ٦٩
Waddat taifatun min ahli alkitabi law yudilloonakum wama yudilloona illa anfusahum wama yashʿuroona
Een deel van de mensen van het boek wensen jullie op een dwaalweg te leiden. Maar zij kunnen niemand laten dwalen behalve zichzelf en zij beseffen het niet.
-
يَـٰٓأَهْلَ ٱلْكِتَـٰبِ لِمَ تَكْفُرُونَ بِـَٔايَـٰتِ ٱللَّهِ وَأَنتُمْ تَشْهَدُونَ٧٠
Ya ahla alkitabi lima takfuroona biayati Allahi waantum tashhadoona
O mensen van het boek, waarom geloven jullie deze tekenen van Allah niet, terwijl jullie daarvan zelf getuigen.
-
يَـٰٓأَهْلَ ٱلْكِتَـٰبِ لِمَ تَلْبِسُونَ ٱلْحَقَّ بِٱلْبَـٰطِلِ وَتَكْتُمُونَ ٱلْحَقَّ وَأَنتُمْ تَعْلَمُونَ٧١
Ya ahla alkitabi lima talbisoona alhaqqa bialbatili wataktumoona alhaqqa waantum taʿlamoona
O mensen van het boek, waarom mengen jullie de waarheid met de leugen en bedekken jullie de waarheid, terwijl jullie die kennen?
-
وَقَالَت طَّآئِفَةٌ مِّنْ أَهْلِ ٱلْكِتَـٰبِ ءَامِنُوا۟ بِٱلَّذِىٓ أُنزِلَ عَلَى ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ وَجْهَ ٱلنَّهَارِ وَٱكْفُرُوٓا۟ ءَاخِرَهُۥ لَعَلَّهُمْ يَرْجِعُونَ٧٢
Waqalat taifatun min ahli alkitabi aminoo biallathee onzila ʿala allatheena amanoo wajha alnnahari waokfuroo akhirahu laʿallahum yarjiʿoona
En een deel van de mensen van het boek zeggen: “Geloof in de ochtend in datgene wat aan de gelovigen geopenbaard is en verwerp het aan het einde van de dag, zodat zij terug mogen keren."
-
وَلَا تُؤْمِنُوٓا۟ إِلَّا لِمَن تَبِعَ دِينَكُمْ قُلْ إِنَّ ٱلْهُدَىٰ هُدَى ٱللَّهِ أَن يُؤْتَىٰٓ أَحَدٌ مِّثْلَ مَآ أُوتِيتُمْ أَوْ يُحَآجُّوكُمْ عِندَ رَبِّكُمْ ۗ قُلْ إِنَّ ٱلْفَضْلَ بِيَدِ ٱللَّهِ يُؤْتِيهِ مَن يَشَآءُ ۗ وَٱللَّهُ وَٰسِعٌ عَلِيمٌ٧٣
Wala tuminoo illa liman tabiʿa deenakum qul inna alhuda huda Allahi an yuta ahadun mithla ma ooteetum aw yuhajjookum ʿinda rabbikum qul inna alfadla biyadi Allahi yuteehi man yashao waAllahu wasiʿun ʿaleemun
En geloof alleen degene die jouw religie volgt. Zeg: “Waarlijk! De juiste leiding is de Leiding van Allah”, en geloof niet dat iemand dat kan ontvangen van wat jij hebt ontvangen, behalve als ze jouw godsdienst volgen, anders zullen zij voor jouw Heer met jou argumenteren. Zeg: “Alle weelde is in de Hand van Allah; Hij geeft aan wie Hij wil. En Allah is voldoende voor de noden van Zijn schepselen, de Alwetende.
-
يَخْتَصُّ بِرَحْمَتِهِۦ مَن يَشَآءُ ۗ وَٱللَّهُ ذُو ٱلْفَضْلِ ٱلْعَظِيمِ٧٤
Yakhtassu birahmatihi man yashao waAllahu thoo alfadli alʿatheemi
Hij kiest voor Zijn genade uit wie Hij wil en Allah is de Eigenaar van een grote weelde.
-
۞ وَمِنْ أَهْلِ ٱلْكِتَـٰبِ مَنْ إِن تَأْمَنْهُ بِقِنطَارٍ يُؤَدِّهِۦٓ إِلَيْكَ وَمِنْهُم مَّنْ إِن تَأْمَنْهُ بِدِينَارٍ لَّا يُؤَدِّهِۦٓ إِلَيْكَ إِلَّا مَا دُمْتَ عَلَيْهِ قَآئِمًا ۗ ذَٰلِكَ بِأَنَّهُمْ قَالُوا۟ لَيْسَ عَلَيْنَا فِى ٱلْأُمِّيِّـۧنَ سَبِيلٌ وَيَقُولُونَ عَلَى ٱللَّهِ ٱلْكَذِبَ وَهُمْ يَعْلَمُونَ٧٥
Wamin ahli alkitabi man in tamanhu biqintarin yuaddihi ilayka waminhum man in tamanhu bideenarin la yuaddihi ilayka illa ma dumta ʿalayhi qaiman thalika biannahum qaloo laysa ʿalayna fee alommiyyeena sabeelun wayaqooloona ʿala Allahi alkathiba wahum yaʿlamoona
Onder de mensen van het boek bevindt zich degene, als je hem een grote hoeveelheid goud toevertrouwt, hij bereid is het terug te geven. En onder hen is iemand, die een enkele toevertrouwde zilveren munt niet teruggeeft, tenzij je hem er op aandringt, omdat zij zeggen: “Het is geen schande voor ons om te bedriegen en de eigendommen van de analfabeten in te nemen.” Maar zij vertellen een leugen over Allah terwijl zij dat weten.
-
بَلَىٰ مَنْ أَوْفَىٰ بِعَهْدِهِۦ وَٱتَّقَىٰ فَإِنَّ ٱللَّهَ يُحِبُّ ٱلْمُتَّقِينَ٧٦
Bala man awfa biʿahdihi waittaqa fainna Allaha yuhibbu almuttaqeena
Welzeker, iedereen die zijn belofte vervult beloont Allah zeer; waarlijk, dan houdt Allah van degenen die godvrezend zijn.
-
إِنَّ ٱلَّذِينَ يَشْتَرُونَ بِعَهْدِ ٱللَّهِ وَأَيْمَـٰنِهِمْ ثَمَنًا قَلِيلًا أُو۟لَـٰٓئِكَ لَا خَلَـٰقَ لَهُمْ فِى ٱلْـَٔاخِرَةِ وَلَا يُكَلِّمُهُمُ ٱللَّهُ وَلَا يَنظُرُ إِلَيْهِمْ يَوْمَ ٱلْقِيَـٰمَةِ وَلَا يُزَكِّيهِمْ وَلَهُمْ عَذَابٌ أَلِيمٌ٧٧
Inna allatheena yashtaroona biʿahdi Allahi waaymanihim thamanan qaleelan olaika la khalaqa lahum fee alakhirati wala yukallimuhumu Allahu wala yanthuru ilayhim yawma alqiyamati wala yuzakkeehim walahum ʿathabun aleemun
Waarlijk, degenen die een kleine winst maken ten koste van het verbond met Allah en hun eden, zullen geen deel hebben in het hiernamaals. Noch zal Allah tot hen spreken of op de dag der opstanding naar hen kijken, noch zal Hij hen reinigen en zij zullen een pijnlijke bestraffing hebben.
-
وَإِنَّ مِنْهُمْ لَفَرِيقًا يَلْوُۥنَ أَلْسِنَتَهُم بِٱلْكِتَـٰبِ لِتَحْسَبُوهُ مِنَ ٱلْكِتَـٰبِ وَمَا هُوَ مِنَ ٱلْكِتَـٰبِ وَيَقُولُونَ هُوَ مِنْ عِندِ ٱللَّهِ وَمَا هُوَ مِنْ عِندِ ٱللَّهِ وَيَقُولُونَ عَلَى ٱللَّهِ ٱلْكَذِبَ وَهُمْ يَعْلَمُونَ٧٨
Wainna minhum lafareeqan yalwoona alsinatahum bialkitabi litahsaboohu mina alkitabi wama huwa mina alkitabi wayaqooloona huwa min ʿindi Allahi wama huwa min ʿindi Allahi wayaqooloona ʿala Allahi alkathiba wahum yaʿlamoona
En waarlijk, onder hen is een deel die het boek met hun tongen verdraaien, zodat jullie wellicht denken dat het van het boek is, maar het is niet van het boek is, en zij zeggen: “Dit is van Allah,” maar het is niet van Allah en zij vertellen een leugen over Allah, terwijl zij dat weten.
-
مَا كَانَ لِبَشَرٍ أَن يُؤْتِيَهُ ٱللَّهُ ٱلْكِتَـٰبَ وَٱلْحُكْمَ وَٱلنُّبُوَّةَ ثُمَّ يَقُولَ لِلنَّاسِ كُونُوا۟ عِبَادًا لِّى مِن دُونِ ٱللَّهِ وَلَـٰكِن كُونُوا۟ رَبَّـٰنِيِّـۧنَ بِمَا كُنتُمْ تُعَلِّمُونَ ٱلْكِتَـٰبَ وَبِمَا كُنتُمْ تَدْرُسُونَ٧٩
Ma kana libasharin an yutiyahu Allahu alkitaba waalhukma waalnnubuwwata thumma yaqoola lilnnasi koonoo ʿibadan lee min dooni Allahi walakin koonoo rabbaniyyeena bima kuntum tuʿallimoona alkitaba wabima kuntum tadrusoona
Het is voor niemand aan wie Allah het Boek en kennis en begrip van de wetten en het profeetschap heeft gegeven (mogelijk) om tegen de mensen te zeggen: “Wees maar mijn aanbidders in plaats van die van Allah.” In tegendeel (hij zou zeggen): “Wees godsdienstgeleerden die hun kennis in de praktijk brengen en ook voor anderen preken, want jullie is het Boek onderwezen en jullie bestuderen het.
-
وَلَا يَأْمُرَكُمْ أَن تَتَّخِذُوا۟ ٱلْمَلَـٰٓئِكَةَ وَٱلنَّبِيِّـۧنَ أَرْبَابًا ۗ أَيَأْمُرُكُم بِٱلْكُفْرِ بَعْدَ إِذْ أَنتُم مُّسْلِمُونَ٨٠
Wala yamurakum an tattakhithoo almalaikata waalnnabiyyeena arbaban ayamurukum bialkufri baʿda ith antum muslimoona
Noch zal Hij jullie bevelen om engelen en profeten voor heren (als goden) aan te nemen. Zou hij jullie bevelen ongelovig te zijn, nadat jullie je aan Allah Zijn wil onderworpen hebben?
-
وَإِذْ أَخَذَ ٱللَّهُ مِيثَـٰقَ ٱلنَّبِيِّـۧنَ لَمَآ ءَاتَيْتُكُم مِّن كِتَـٰبٍ وَحِكْمَةٍ ثُمَّ جَآءَكُمْ رَسُولٌ مُّصَدِّقٌ لِّمَا مَعَكُمْ لَتُؤْمِنُنَّ بِهِۦ وَلَتَنصُرُنَّهُۥ ۚ قَالَ ءَأَقْرَرْتُمْ وَأَخَذْتُمْ عَلَىٰ ذَٰلِكُمْ إِصْرِى ۖ قَالُوٓا۟ أَقْرَرْنَا ۚ قَالَ فَٱشْهَدُوا۟ وَأَنَا۠ مَعَكُم مِّنَ ٱلشَّـٰهِدِينَ٨١
Waith akhatha Allahu meethaqa alnnabiyyeena lama ataytukum min kitabin wahikmatin thumma jaakum rasoolun musaddiqun lima maʿakum latuminunna bihi walatansurunnahu qala aaqrartum waakhathtum ʿala thalikum isree qaloo aqrarna qala faishhadoo waana maʿakum mina alshshahideena
En (gedenk) toen Allah het verbond van de profeten afgenomen had, zeggende: “Neem alles wat Ik jullie heb gegeven van het Boek en het begrip van de wetten van Allah en daarna zal er een boodschapper tot jullie komen bevestigend hetgeen wat bij jullie is, jullie moeten hem geloven en hem helpen.” Allah zei: “Hebben jullie dit erkend en zullen jullie je aan Mijn verbond houden?” Zij zeiden: “Wij gaan akkoord”. Hij zei: “Getuig dan van en Ik behoor met jullie tot degenen die (hiervan) getuigen.”
-
فَمَن تَوَلَّىٰ بَعْدَ ذَٰلِكَ فَأُو۟لَـٰٓئِكَ هُمُ ٱلْفَـٰسِقُونَ٨٢
Faman tawalla baʿda thalika faolaika humu alfasiqoona
Dan iedereen die zich hierna hiervan afkeert, zij zijn de verdorvenen.
-
أَفَغَيْرَ دِينِ ٱللَّهِ يَبْغُونَ وَلَهُۥٓ أَسْلَمَ مَن فِى ٱلسَّمَـٰوَٰتِ وَٱلْأَرْضِ طَوْعًا وَكَرْهًا وَإِلَيْهِ يُرْجَعُونَ٨٣
Afaghayra deeni Allahi yabghoona walahu aslama man fee alssamawati waalardi tawʿan wakarhan wailayhi yurjaʿoona
Zoeken zij dan iets anders dan de religie van Allah, terwijl allen in de hemelen en op aarde zich gewillig of ongewillig aan Allah onderworpen heeft. En tot Hem zullen zij allen terugkeren.
-
قُلْ ءَامَنَّا بِٱللَّهِ وَمَآ أُنزِلَ عَلَيْنَا وَمَآ أُنزِلَ عَلَىٰٓ إِبْرَٰهِيمَ وَإِسْمَـٰعِيلَ وَإِسْحَـٰقَ وَيَعْقُوبَ وَٱلْأَسْبَاطِ وَمَآ أُوتِىَ مُوسَىٰ وَعِيسَىٰ وَٱلنَّبِيُّونَ مِن رَّبِّهِمْ لَا نُفَرِّقُ بَيْنَ أَحَدٍ مِّنْهُمْ وَنَحْنُ لَهُۥ مُسْلِمُونَ٨٤
Qul amanna biAllahi wama onzila ʿalayna wama onzila ʿala ibraheema waismaʿeela waishaqa wayaʿqooba waalasbati wama ootiya moosa waʿeesa waalnnabiyyoona min rabbihim la nufarriqu bayna ahadin minhum wanahnu lahu muslimoona
Zeg: “Wij geloven in Allah en wat aan ons is neergezonden en wat aan Ibraahiem, Ismaël, Isaac, Yacoeb en de zonen van Yacoeb is neergezonden en wat aan Moesa, Isa en de profeten van hun Heer is gegeven. Wij maken geen onderscheid tussen hen en voor Hem onderwerpen wij ons.
-
وَمَن يَبْتَغِ غَيْرَ ٱلْإِسْلَـٰمِ دِينًا فَلَن يُقْبَلَ مِنْهُ وَهُوَ فِى ٱلْـَٔاخِرَةِ مِنَ ٱلْخَـٰسِرِينَ٨٥
Waman yabtaghi ghayra alislami deenan falan yuqbala minhu wahuwa fee alakhirati mina alkhasireena
En éénieder die een andere godsdienst dan de Islam zoekt, het zal nooit van hem geaccepteerd worden en in het hiernamaals zal hij één van de verliezers (in de hel) zijn.
-
كَيْفَ يَهْدِى ٱللَّهُ قَوْمًا كَفَرُوا۟ بَعْدَ إِيمَـٰنِهِمْ وَشَهِدُوٓا۟ أَنَّ ٱلرَّسُولَ حَقٌّ وَجَآءَهُمُ ٱلْبَيِّنَـٰتُ ۚ وَٱللَّهُ لَا يَهْدِى ٱلْقَوْمَ ٱلظَّـٰلِمِينَ٨٦
Kayfa yahdee Allahu qawman kafaroo baʿda eemanihim washahidoo anna alrrasoola haqqun wajaahumu albayyinatu waAllahu la yahdee alqawma alththalimeena
Hoe zal Allah een volk leiden dat ongelovig is na geloofd te hebben en nadat zij getuigden dat de boodschapper oprecht was en nadat er duidelijke bewijzen tot hen gekomen waren. En Allah leidt niet de mensen die onrechtvaardig zijn.
-
أُو۟لَـٰٓئِكَ جَزَآؤُهُمْ أَنَّ عَلَيْهِمْ لَعْنَةَ ٱللَّهِ وَٱلْمَلَـٰٓئِكَةِ وَٱلنَّاسِ أَجْمَعِينَ٨٧
Olaika jazaohum anna ʿalayhim laʿnata Allahi waalmalaikati waalnnasi ajmaʿeena
Zij zijn degenen wiens vergoeding het is dat op hen de vloek van Allah, van de engelen en de mensheid (rust).
-
خَـٰلِدِينَ فِيهَا لَا يُخَفَّفُ عَنْهُمُ ٱلْعَذَابُ وَلَا هُمْ يُنظَرُونَ٨٨
Khalideena feeha la yukhaffafu ʿanhumu alʿathabu wala hum yuntharoona
Zij zullen daarin verblijven. Noch zal hun bestraffing verlicht worden noch zal het vertraagd of uitgesteld worden.
-
إِلَّا ٱلَّذِينَ تَابُوا۟ مِنۢ بَعْدِ ذَٰلِكَ وَأَصْلَحُوا۟ فَإِنَّ ٱللَّهَ غَفُورٌ رَّحِيمٌ٨٩
Illa allatheena taboo min baʿdi thalika waaslahoo fainna Allaha ghafoorun raheemun
Behalve voor degenen die hierna berouw hebben en goede daden verrichten. Waarlijk, Allah is de Vaak-Vergevende de Genadevolle.
-
إِنَّ ٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ بَعْدَ إِيمَـٰنِهِمْ ثُمَّ ٱزْدَادُوا۟ كُفْرًا لَّن تُقْبَلَ تَوْبَتُهُمْ وَأُو۟لَـٰٓئِكَ هُمُ ٱلضَّآلُّونَ٩٠
Inna allatheena kafaroo baʿda eemanihim thumma izdadoo kufran lan tuqbala tawbatuhum waolaika humu alddalloona
Waarlijk, degenen die ongelovig zijn, nadat zij geloofd hebben en hierna doorgingen in het vermeerderen van hun ongeloof daarvan zal het berouw nooit geaccepteerd worden. En zij zijn het die dwalen.
-
إِنَّ ٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ وَمَاتُوا۟ وَهُمْ كُفَّارٌ فَلَن يُقْبَلَ مِنْ أَحَدِهِم مِّلْءُ ٱلْأَرْضِ ذَهَبًا وَلَوِ ٱفْتَدَىٰ بِهِۦٓ ۗ أُو۟لَـٰٓئِكَ لَهُمْ عَذَابٌ أَلِيمٌ وَمَا لَهُم مِّن نَّـٰصِرِينَ٩١
Inna allatheena kafaroo wamatoo wahum kuffarun falan yuqbala min ahadihim milo alardi thahaban walawi iftada bihi olaika lahum ʿathabun aleemun wama lahum min nasireena
Waarlijk, degenen die ongelovig zijn en sterven terwijl zij ongelovig zijn, daarvan zal de (hele) aarde vol goud niet van worden geaccepteerd ook al zou hij zich hiermee willen vrijkopen Voor hen is er een pijnlijke bestraffing en zij hebben geen helpers.
-
لَن تَنَالُوا۟ ٱلْبِرَّ حَتَّىٰ تُنفِقُوا۟ مِمَّا تُحِبُّونَ ۚ وَمَا تُنفِقُوا۟ مِن شَىْءٍ فَإِنَّ ٱللَّهَ بِهِۦ عَلِيمٌ٩٢
Lan tanaloo albirra hatta tunfiqoo mimma tuhibboona wama tunfiqoo min shayin fainna Allaha bihi ʿaleemun
Met geen enkele mogelijkheid zullen jullie de beloning van Allah, namelijk het verkrijgen van het paradijs, tenzij jullie voor de zaak van Allah datgene besteden wat jullie liefhebben; en van al het goede wat je uitgeeft, is Allah goed op de hoogte.
-
۞ كُلُّ ٱلطَّعَامِ كَانَ حِلًّا لِّبَنِىٓ إِسْرَٰٓءِيلَ إِلَّا مَا حَرَّمَ إِسْرَٰٓءِيلُ عَلَىٰ نَفْسِهِۦ مِن قَبْلِ أَن تُنَزَّلَ ٱلتَّوْرَىٰةُ ۗ قُلْ فَأْتُوا۟ بِٱلتَّوْرَىٰةِ فَٱتْلُوهَآ إِن كُنتُمْ صَـٰدِقِينَ٩٣
Kullu alttaʿami kana hillan libanee israeela illa ma harrama israeelu ʿala nafsihi min qabli an tunazzala alttawratu qul fatoo bialttawrati faotlooha in kuntum sadiqeena
Al het voedsel was voor de kinderen van Israël wettig, behalve wat Israël onwettig voor zichzelf had gemaakt, voordat de Thora geopenbaard was. Zeg: “Breng de Thora hier en reciteer het, als jullie waarachtig zijn.”
-
فَمَنِ ٱفْتَرَىٰ عَلَى ٱللَّهِ ٱلْكَذِبَ مِنۢ بَعْدِ ذَٰلِكَ فَأُو۟لَـٰٓئِكَ هُمُ ٱلظَّـٰلِمُونَ٩٤
Famani iftara ʿala Allahi alkathiba min baʿdi thalika faolaika humu althalimoona
Dan zal iedereen die daarna een leugen over Allah verzint, zeker tot de onrechtvaardigen behoren.
-
قُلْ صَدَقَ ٱللَّهُ ۗ فَٱتَّبِعُوا۟ مِلَّةَ إِبْرَٰهِيمَ حَنِيفًا وَمَا كَانَ مِنَ ٱلْمُشْرِكِينَ٩٥
Qul sadaqa Allahu faittabiʿoo millata ibraheema haneefan wama kana mina almushrikeena
Zeg: “Allah heeft de waarheid gesproken; volg de godsdienst van Ibraahiem. Hij aanbad alleen Allah en hij behoorde niet tot de afgodendienaren.
-
إِنَّ أَوَّلَ بَيْتٍ وُضِعَ لِلنَّاسِ لَلَّذِى بِبَكَّةَ مُبَارَكًا وَهُدًى لِّلْعَـٰلَمِينَ٩٦
Inna awwala baytin wudiʿa lilnnasi lallathee bibakkata mubarakan wahudan lilʿalameena
Waarlijk, het eerste huis is voor de mensheid in Bakka aangewezen, vol zegeningen en een Leiding voor de wereldwezens.
-
فِيهِ ءَايَـٰتٌۢ بَيِّنَـٰتٌ مَّقَامُ إِبْرَٰهِيمَ ۖ وَمَن دَخَلَهُۥ كَانَ ءَامِنًا ۗ وَلِلَّهِ عَلَى ٱلنَّاسِ حِجُّ ٱلْبَيْتِ مَنِ ٱسْتَطَاعَ إِلَيْهِ سَبِيلًا ۚ وَمَن كَفَرَ فَإِنَّ ٱللَّهَ غَنِىٌّ عَنِ ٱلْعَـٰلَمِينَ٩٧
Feehi ayatun bayyinatun maqamu ibraheema waman dakhalahu kana aminan walillahi ʿala alnnasi hijju albayti mani istataʿa ilayhi sabeelan waman kafara fainna Allaha ghaniyyun ʿani alʿalameena
Daarin zijn duidelijke tekenen (bijvoorbeeld) de plaats van Ibraahiem. Wie daar ook binnengaat, hij is in veiligheid. En de hadj naar het Huis is Allah Zijn recht over de mensen, voor degene die het zich kan veroorloven. En voor degene die ongelovig is (in Allah of Zijn bevel omtrent de hadj), (moet beseffen) dat Allah geen behoefte heeft aan de wereldwezens (nl. de mensen, de djinn en de engelen).
-
قُلْ يَـٰٓأَهْلَ ٱلْكِتَـٰبِ لِمَ تَكْفُرُونَ بِـَٔايَـٰتِ ٱللَّهِ وَٱللَّهُ شَهِيدٌ عَلَىٰ مَا تَعْمَلُونَ٩٨
Qul ya ahla alkitabi lima takfuroona biayati Allahi waAllahu shaheedun ʿala ma taʿmaloona
Zeg: “O mensen van het boek. Waarom verwerpen jullie de tekenen van Allah, terwijl Allah getuige is van alles wat jullie doen?”
-
قُلْ يَـٰٓأَهْلَ ٱلْكِتَـٰبِ لِمَ تَصُدُّونَ عَن سَبِيلِ ٱللَّهِ مَنْ ءَامَنَ تَبْغُونَهَا عِوَجًا وَأَنتُمْ شُهَدَآءُ ۗ وَمَا ٱللَّهُ بِغَـٰفِلٍ عَمَّا تَعْمَلُونَ٩٩
Qul ya ahla alkitabi lima tasuddoona ʿan sabeeli Allahi man amana tabghoonaha ʿiwajan waantum shuhadao wama Allahu bighafilin ʿamma taʿmaloona
Zeg: “O mensen van het boek, waarom houden jullie degenen die gelooft op het pad van Allah tegen, het krom proberen te maken, terwijl jullie (zelf) getuigen? En Allah is zich bewust van wat jullie doen.”
-
يَـٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوٓا۟ إِن تُطِيعُوا۟ فَرِيقًا مِّنَ ٱلَّذِينَ أُوتُوا۟ ٱلْكِتَـٰبَ يَرُدُّوكُم بَعْدَ إِيمَـٰنِكُمْ كَـٰفِرِينَ١٠٠
Ya ayyuha allatheena amanoo in tuteeʿoo fareeqan mina allatheena ootoo alkitaba yaruddookum baʿda eemanikum kafireena
O jullie die geloven! Als jullie een groep gehoorzamen van degenen aan wie het boek gegeven is, zij zouden jullie (zeker) ongelovig laten worden, nadat jullie geloofd hebben!
-
وَكَيْفَ تَكْفُرُونَ وَأَنتُمْ تُتْلَىٰ عَلَيْكُمْ ءَايَـٰتُ ٱللَّهِ وَفِيكُمْ رَسُولُهُۥ ۗ وَمَن يَعْتَصِم بِٱللَّهِ فَقَدْ هُدِىَ إِلَىٰ صِرَٰطٍ مُّسْتَقِيمٍ١٠١
Wakayfa takfuroona waantum tutla ʿalaykum ayatu Allahi wafeekum rasooluhu waman yaʿtasim biAllahi faqad hudiya ila siratin mustaqeemin
En hoe kunnen jullie ongelovig zijn, terwijl er aan jullie verzen van Allah gereciteerd worden en onder jullie Zijn boodschapper is? En iedereen die zich ferm aan Allah vasthoudt, wordt zeker op het rechte pad geleid.
-
يَـٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ ٱتَّقُوا۟ ٱللَّهَ حَقَّ تُقَاتِهِۦ وَلَا تَمُوتُنَّ إِلَّا وَأَنتُم مُّسْلِمُونَ١٠٢
Ya ayyuha allatheena amanoo ittaqoo Allaha haqqa tuqatihi wala tamootunna illa waantum muslimoona
O jullie die geloven! Vrees Allah zoals Hij gevreesd behoort te worden en sterf niet, behalve als oprechte moslims (in volledige onderwerping aan Allah Zijn éénheid).
-
وَٱعْتَصِمُوا۟ بِحَبْلِ ٱللَّهِ جَمِيعًا وَلَا تَفَرَّقُوا۟ ۚ وَٱذْكُرُوا۟ نِعْمَتَ ٱللَّهِ عَلَيْكُمْ إِذْ كُنتُمْ أَعْدَآءً فَأَلَّفَ بَيْنَ قُلُوبِكُمْ فَأَصْبَحْتُم بِنِعْمَتِهِۦٓ إِخْوَٰنًا وَكُنتُمْ عَلَىٰ شَفَا حُفْرَةٍ مِّنَ ٱلنَّارِ فَأَنقَذَكُم مِّنْهَا ۗ كَذَٰلِكَ يُبَيِّنُ ٱللَّهُ لَكُمْ ءَايَـٰتِهِۦ لَعَلَّكُمْ تَهْتَدُونَ١٠٣
Waiʿtasimoo bihabli Allahi jameeʿan wala tafarraqoo waothkuroo niʿmata Allahi ʿalaykum ith kuntum aʿdaan faallafa bayna quloobikum faasbahtum biniʿmatihi ikhwanan wakuntum ʿala shafa hufratin mina alnnari faanqathakum minha kathalika yubayyinu Allahu lakum ayatihi laʿallakum tahtadoona
En houd jullie allen (stevig) vast aan het (godsdienstige) touw1 van Allah , en laat er geen verdeeldheid onder jullie heersen nadat de Islam jullie heeft bereikt en gedenk Allah Zijn gunsten voor jullie, want jullie waren vijanden en Hij heeft jullie harten met elkaar verenigd, zodat jullie door Zijn genade broeders werden, en jullie waren aan de rand van de afgrond van het vuur en Hij heeft jullie daarvan gered. Dus Allah heeft jullie Zijn tekenen duidelijk gemaakt, dat jullie geleid mogen worden.
Voetnoten
[1]het touw is de Koran & de Soennah volgens het begrip van de metgezellen (zonder het te misbruiken zoals veel gebeurd moge Allah sht ons hiervoor beschermen), dus Ahlus-Sunnah wal-Djamaa’ah. -
وَلْتَكُن مِّنكُمْ أُمَّةٌ يَدْعُونَ إِلَى ٱلْخَيْرِ وَيَأْمُرُونَ بِٱلْمَعْرُوفِ وَيَنْهَوْنَ عَنِ ٱلْمُنكَرِ ۚ وَأُو۟لَـٰٓئِكَ هُمُ ٱلْمُفْلِحُونَ١٠٤
Waltakun minkum ommatun yadʿoona ila alkhayri wayamuroona bialmaʿroofi wayanhawna ʿani almunkari waolaika humu almuflihoona
Laat er uit jullie een groep mensen opstaan die allen tot het goede uitnodigen, het goede aanbevelen en het verwerpelijke verbieden. En dat zijn degenen die zullen slagen.
-
وَلَا تَكُونُوا۟ كَٱلَّذِينَ تَفَرَّقُوا۟ وَٱخْتَلَفُوا۟ مِنۢ بَعْدِ مَا جَآءَهُمُ ٱلْبَيِّنَـٰتُ ۚ وَأُو۟لَـٰٓئِكَ لَهُمْ عَذَابٌ عَظِيمٌ١٠٥
Wala takoonoo kaallatheena tafarraqoo waikhtalafoo min baʿdi ma jaahumu albayyinatu waolaika lahum ʿathabun ʿatheemun
En wees niet zoals degenen die verdeeld zijn en met elkaar van mening verschillen, nadat er duidelijke bewijzen tot hen zijn gekomen. Voor hen is er een vreselijke bestraffing.
-
يَوْمَ تَبْيَضُّ وُجُوهٌ وَتَسْوَدُّ وُجُوهٌ ۚ فَأَمَّا ٱلَّذِينَ ٱسْوَدَّتْ وُجُوهُهُمْ أَكَفَرْتُم بَعْدَ إِيمَـٰنِكُمْ فَذُوقُوا۟ ٱلْعَذَابَ بِمَا كُنتُمْ تَكْفُرُونَ١٠٦
Yawma tabyaddu wujoohun wataswaddu wujoohun faamma allatheena iswaddat wujoohuhum akafartum baʿda eemanikum fathooqoo alʿathaba bima kuntum takfuroona
Op de dag waarop sommige gezichten wit worden en andere gezichten zwart worden, tegen degenen wiens gezichten zwart worden (zal gezegd worden): “Hebben jullie het geloof verworpen nadat er duidelijke bewijzen tot jullie gekomen zijn? Proef dan de bestraffing voor het verwerpen van het geloof."
-
وَأَمَّا ٱلَّذِينَ ٱبْيَضَّتْ وُجُوهُهُمْ فَفِى رَحْمَةِ ٱللَّهِ هُمْ فِيهَا خَـٰلِدُونَ١٠٧
Waamma allatheena ibyaddat wujoohuhum fafee rahmati Allahi hum feeha khalidoona
En voor degenen wiens gezichten wit worden, zij zullen in Allah Zijn genade verkeren, daarin zullen zij voor altijd verblijven.
-
تِلْكَ ءَايَـٰتُ ٱللَّهِ نَتْلُوهَا عَلَيْكَ بِٱلْحَقِّ ۗ وَمَا ٱللَّهُ يُرِيدُ ظُلْمًا لِّلْعَـٰلَمِينَ١٠٨
Tilka ayatu Allahi natlooha ʿalayka bialhaqqi wama Allahu yureedu thulman lilʿalameena
Dit zijn de verzen van Allah: “Wij reciteren ze voor jou in waarheid en Allah pleegt geen onrechtvaardigheid voor de wereldwezens.”
-
وَلِلَّهِ مَا فِى ٱلسَّمَـٰوَٰتِ وَمَا فِى ٱلْأَرْضِ ۚ وَإِلَى ٱللَّهِ تُرْجَعُ ٱلْأُمُورُ١٠٩
Walillahi ma fee alssamawati wama fee alardi waila Allahi turjaʿu alomooru
En aan Allah behoort alles wat in de hemelen en de aarde is. En alle zaken keren terug tot Allah.
-
كُنتُمْ خَيْرَ أُمَّةٍ أُخْرِجَتْ لِلنَّاسِ تَأْمُرُونَ بِٱلْمَعْرُوفِ وَتَنْهَوْنَ عَنِ ٱلْمُنكَرِ وَتُؤْمِنُونَ بِٱللَّهِ ۗ وَلَوْ ءَامَنَ أَهْلُ ٱلْكِتَـٰبِ لَكَانَ خَيْرًا لَّهُم ۚ مِّنْهُمُ ٱلْمُؤْمِنُونَ وَأَكْثَرُهُمُ ٱلْفَـٰسِقُونَ١١٠
Kuntum khayra ommatin okhrijat lilnnasi tamuroona bialmaʿroofi watanhawna ʿani almunkari watuminoona biAllahi walaw amana ahlu alkitabi lakana khayran lahum minhumu almuminoona waaktharuhumu alfasiqoona
Jullie zijn het beste volk dat ooit onder de mensheid verscheen, jullie bevelen het goede aan en verbieden het verwerpelijke en jullie geloven in Allah. En hadden de mensen van het boek geloofd, dan zou dat beter voor hen geweest zijn, onder hen zijn er die geloofd hebben maar de meesten zijn verdorvenen.
-
لَن يَضُرُّوكُمْ إِلَّآ أَذًى ۖ وَإِن يُقَـٰتِلُوكُمْ يُوَلُّوكُمُ ٱلْأَدْبَارَ ثُمَّ لَا يُنصَرُونَ١١١
Lan yadurrookum illa athan wain yuqatilookum yuwallookumu aladbara thumma la yunsaroona
Zij zullen jullie geen kwaad doen behalve een kleine ergernis en als zij tegen jullie vechten, zullen zij jullie hun ruggen laten zien en zij zullen niet geholpen worden.
-
ضُرِبَتْ عَلَيْهِمُ ٱلذِّلَّةُ أَيْنَ مَا ثُقِفُوٓا۟ إِلَّا بِحَبْلٍ مِّنَ ٱللَّهِ وَحَبْلٍ مِّنَ ٱلنَّاسِ وَبَآءُو بِغَضَبٍ مِّنَ ٱللَّهِ وَضُرِبَتْ عَلَيْهِمُ ٱلْمَسْكَنَةُ ۚ ذَٰلِكَ بِأَنَّهُمْ كَانُوا۟ يَكْفُرُونَ بِـَٔايَـٰتِ ٱللَّهِ وَيَقْتُلُونَ ٱلْأَنۢبِيَآءَ بِغَيْرِ حَقٍّ ۚ ذَٰلِكَ بِمَا عَصَوا۟ وَّكَانُوا۟ يَعْتَدُونَ١١٢
Duribat ʿalayhimu alththillatu ayna ma thuqifoo illa bihablin mina Allahi wahablin mina alnnasi wabaoo bighadabin mina Allahi waduribat ʿalayhimu almaskanatu thalika biannahum kanoo yakfuroona biayati Allahi wayaqtuloona alanbiyaa bighayri haqqin thalika bima ʿasaw wakanoo yaʿtadoona
Schande wordt over hen uitgeworpen, waar zij ook zijn, behalve als zij onder een verbond van Allah zijn. En van de mensen; zij hebben over zichzelf de toorn van Allah afgeroepen en vernietiging is over hen uitgebracht. Dit is omdat zij ongelovig waren in de tekenen van Allah en onrechtmatig de profeten gedood hebben. Dit is omdat zij ongehoorzaam waren en de grenzen die Allah gesteld heeft overtraden.
-
۞ لَيْسُوا۟ سَوَآءً ۗ مِّنْ أَهْلِ ٱلْكِتَـٰبِ أُمَّةٌ قَآئِمَةٌ يَتْلُونَ ءَايَـٰتِ ٱللَّهِ ءَانَآءَ ٱلَّيْلِ وَهُمْ يَسْجُدُونَ١١٣
Laysoo sawaan min ahli alkitabi ommatun qaimatun yatloona ayati Allahi anaa allayli wahum yasjudoona
Zij zijn niet allen gelijk; een deel van de mensen van het boek is rechtvaardig, zij reciteren de verzen van Allah in de uren van de nacht en knielen neer in gebed.
-
يُؤْمِنُونَ بِٱللَّهِ وَٱلْيَوْمِ ٱلْـَٔاخِرِ وَيَأْمُرُونَ بِٱلْمَعْرُوفِ وَيَنْهَوْنَ عَنِ ٱلْمُنكَرِ وَيُسَـٰرِعُونَ فِى ٱلْخَيْرَٰتِ وَأُو۟لَـٰٓئِكَ مِنَ ٱلصَّـٰلِحِينَ١١٤
Yuminoona biAllahi waalyawmi alakhiri wayamuroona bialmaʿroofi wayanhawna ʿani almunkari wayusariʿoona fee alkhayrati waolaika mina alssaliheena
Zij geloven in Allah en de laatste dag, zij moedigen aan tot het goede en verbieden het verwerpelijke en zij haasten zich om de goede werken te verrichten; en zij zijn onder de rechtvaardigen.
-
وَمَا يَفْعَلُوا۟ مِنْ خَيْرٍ فَلَن يُكْفَرُوهُ ۗ وَٱللَّهُ عَلِيمٌۢ بِٱلْمُتَّقِينَ١١٥
Wama yafʿaloo min khayrin falan yukfaroohu waAllahu ʿaleemun bialmuttaqeena
En van het goede wat zij doen zal er niets verworpen worden, want Allah kent degenen die godvrezend zijn goed.
-
إِنَّ ٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ لَن تُغْنِىَ عَنْهُمْ أَمْوَٰلُهُمْ وَلَآ أَوْلَـٰدُهُم مِّنَ ٱللَّهِ شَيْـًٔا ۖ وَأُو۟لَـٰٓئِكَ أَصْحَـٰبُ ٱلنَّارِ ۚ هُمْ فِيهَا خَـٰلِدُونَ١١٦
Inna allatheena kafaroo lan tughniya ʿanhum amwaluhum wala awladuhum mina Allahi shayan waolaika ashabu alnnari hum feeha khalidoona
Zeker degenen die het geloof verwerpen, noch hun eigendommen, noch hun nageslacht zal hen baten bij Allah. Zij zijn de bewoners van het vuur, daarin zullen zij verblijven.
-
مَثَلُ مَا يُنفِقُونَ فِى هَـٰذِهِ ٱلْحَيَوٰةِ ٱلدُّنْيَا كَمَثَلِ رِيحٍ فِيهَا صِرٌّ أَصَابَتْ حَرْثَ قَوْمٍ ظَلَمُوٓا۟ أَنفُسَهُمْ فَأَهْلَكَتْهُ ۚ وَمَا ظَلَمَهُمُ ٱللَّهُ وَلَـٰكِنْ أَنفُسَهُمْ يَظْلِمُونَ١١٧
Mathalu ma yunfiqoona fee hathihi alhayati alddunya kamathali reehin feeha sirrun asabat hartha qawmin thalamoo anfusahum faahlakathu wama thalamahumu Allahu walakin anfusahum yathlimoona
De gelijkenis voor wat zij in deze wereld besteden is als de gelijkenis van de wind die bijzonder koud is, het blaast over de oogst van een volk dat zichzelf kwaad heeft aangedaan en verwoest het. Allah doet hen geen kwaad, maar zij doen zichzelf kwaad.
-
يَـٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ لَا تَتَّخِذُوا۟ بِطَانَةً مِّن دُونِكُمْ لَا يَأْلُونَكُمْ خَبَالًا وَدُّوا۟ مَا عَنِتُّمْ قَدْ بَدَتِ ٱلْبَغْضَآءُ مِنْ أَفْوَٰهِهِمْ وَمَا تُخْفِى صُدُورُهُمْ أَكْبَرُ ۚ قَدْ بَيَّنَّا لَكُمُ ٱلْـَٔايَـٰتِ ۖ إِن كُنتُمْ تَعْقِلُونَ١١٨
Ya ayyuha allatheena amanoo la tattakhithoo bitanatan min doonikum la yaloonakum khabalan waddoo ma ʿanittum qad badati albaghdao min afwahihim wama tukhfee sudooruhum akbaru qad bayyanna lakumu alayati in kuntum taʿqiloona
O jullie die geloven! Neem niet degenen die buiten jullie godsdienst staan tot adviseurs want zij zullen niet stoppen met pogingen om jullie kwaad te doen. Zij wensen om jullie erg te kwetsen. Haat is al uit hun monden gekomen, maar wat hun borsten verbergen is veel erger. Zeker, Wij hebben de tekenen voor jullie duidelijk gemaakt, als jullie (maar) begrijpen.
-
هَـٰٓأَنتُمْ أُو۟لَآءِ تُحِبُّونَهُمْ وَلَا يُحِبُّونَكُمْ وَتُؤْمِنُونَ بِٱلْكِتَـٰبِ كُلِّهِۦ وَإِذَا لَقُوكُمْ قَالُوٓا۟ ءَامَنَّا وَإِذَا خَلَوْا۟ عَضُّوا۟ عَلَيْكُمُ ٱلْأَنَامِلَ مِنَ ٱلْغَيْظِ ۚ قُلْ مُوتُوا۟ بِغَيْظِكُمْ ۗ إِنَّ ٱللَّهَ عَلِيمٌۢ بِذَاتِ ٱلصُّدُورِ١١٩
Haantum olai tuhibboonahum wala yuhibboonakum watuminoona bialkitabi kullihi waitha laqookum qaloo amanna waitha khalaw ʿaddoo ʿalaykumu alanamila mina alghaythi qul mootoo bighaythikum inna Allaha ʿaleemun bithati alssudoori
Zie! Jullie zijn degenen die van hen houden, maar zij houden niet van jullie, en jullie geloven in alle boeken. En als zij jullie ontmoeten, zeggen zij: “Wij geloven”. Maar als zij alleen zijn, bijten zij op hun vingertoppen in woede voor jullie. Zeg: “Sterf in jullie woede.” Zeker, Allah weet wat in de borsten is.”
-
إِن تَمْسَسْكُمْ حَسَنَةٌ تَسُؤْهُمْ وَإِن تُصِبْكُمْ سَيِّئَةٌ يَفْرَحُوا۟ بِهَا ۖ وَإِن تَصْبِرُوا۟ وَتَتَّقُوا۟ لَا يَضُرُّكُمْ كَيْدُهُمْ شَيْـًٔا ۗ إِنَّ ٱللَّهَ بِمَا يَعْمَلُونَ مُحِيطٌ١٢٠
In tamsaskum hasanatun tasuhum wain tusibkum sayyiatun yafrahoo biha wain tasbiroo watattaqoo la yadurrukum kayduhum shayan inna Allaha bima yaʿmaloona muheetun
Als jullie iets goeds overkomt, treuren zij hierom, maar als jullie iets kwaads overkomt, verheugen zij zich daar over. Maar als jullie geduldig blijven en godvrezend worden, kan het geringste kwaad jullie niet treffen. Waarlijk, Allah omringt alles wat zij doen.
-
وَإِذْ غَدَوْتَ مِنْ أَهْلِكَ تُبَوِّئُ ٱلْمُؤْمِنِينَ مَقَـٰعِدَ لِلْقِتَالِ ۗ وَٱللَّهُ سَمِيعٌ عَلِيمٌ١٢١
Waith ghadawta min ahlika tubawwio almumineena maqaʿida lilqitali waAllahu sameeʿun ʿaleemun
En (gedenk) wanneer jij je huis in de ochtend verliet om de gelovigen hun plaats voor het gevecht te wijzen. En Allah is Alhorend, Alwetend.
-
إِذْ هَمَّت طَّآئِفَتَانِ مِنكُمْ أَن تَفْشَلَا وَٱللَّهُ وَلِيُّهُمَا ۗ وَعَلَى ٱللَّهِ فَلْيَتَوَكَّلِ ٱلْمُؤْمِنُونَ١٢٢
Ith hammat taifatani minkum an tafshala waAllahu waliyyuhuma waʿala Allahi falyatawakkali almuminoona
Toen twee groepen van jullie dreigden te verzwakken, maar Allah was hun beschermer. En in Allah moeten de gelovigen hun vertrouwen leggen.
-
وَلَقَدْ نَصَرَكُمُ ٱللَّهُ بِبَدْرٍ وَأَنتُمْ أَذِلَّةٌ ۖ فَٱتَّقُوا۟ ٱللَّهَ لَعَلَّكُمْ تَشْكُرُونَ١٢٣
Walaqad nasarakumu Allahu bibadrin waantum athillatun faittaqoo Allaha laʿallakum tashkuroona
En Allah heeft jullie al in Badr overwinnaars gemaakt, toen jullie een zwak leger waren. Vrees Allah dus diep en dat jullie dankbaar mogen zijn.
-
إِذْ تَقُولُ لِلْمُؤْمِنِينَ أَلَن يَكْفِيَكُمْ أَن يُمِدَّكُمْ رَبُّكُم بِثَلَـٰثَةِ ءَالَـٰفٍ مِّنَ ٱلْمَلَـٰٓئِكَةِ مُنزَلِينَ١٢٤
Ith taqoolu lilmumineena alan yakfiyakum an yumiddakum rabbukum bithalathati alafin mina almalaikati munzaleena
(Gedenk) wanneer jij tegen de gelovigen zei: “Is het voor jullie niet voldoende dat jullie Heer jullie helpt met drieduizend engelen, die naar beneden zijn gestuurd?”
-
بَلَىٰٓ ۚ إِن تَصْبِرُوا۟ وَتَتَّقُوا۟ وَيَأْتُوكُم مِّن فَوْرِهِمْ هَـٰذَا يُمْدِدْكُمْ رَبُّكُم بِخَمْسَةِ ءَالَـٰفٍ مِّنَ ٱلْمَلَـٰٓئِكَةِ مُسَوِّمِينَ١٢٥
Bala in tasbiroo watattaqoo wayatookum min fawrihim hatha yumdidkum rabbukum bikhamsati alafin mina almalaikati musawwimeena
“Jazeker, als jullie geduldig blijven en vroom en de vijand op jullie af komt stormen, zal jullie Heer jullie helpen met vijfduizend engelen die tekenen hebben.”
-
وَمَا جَعَلَهُ ٱللَّهُ إِلَّا بُشْرَىٰ لَكُمْ وَلِتَطْمَئِنَّ قُلُوبُكُم بِهِۦ ۗ وَمَا ٱلنَّصْرُ إِلَّا مِنْ عِندِ ٱللَّهِ ٱلْعَزِيزِ ٱلْحَكِيمِ١٢٦
Wama jaʿalahu Allahu illa bushra lakum walitatmainna quloobukum bihi wama alnnasru illa min ʿindi Allahi alʿazeezi alhakeemi
Allah heeft jullie alleen maar goed nieuws willen geven als bevestiging voor jullie harten. De overwinning wordt slecht behaald met Allah Zijn verlof (en niet zozeer door een troepenovermacht); want Hij is de Almachtige, de Alwijze.
-
لِيَقْطَعَ طَرَفًا مِّنَ ٱلَّذِينَ كَفَرُوٓا۟ أَوْ يَكْبِتَهُمْ فَيَنقَلِبُوا۟ خَآئِبِينَ١٢٧
Liyaqtaʿa tarafan mina allatheena kafaroo aw yakbitahum fayanqaliboo khaibeena
Dat Hij een deel van degenen die ongelovig zijn, moge afsnijden, of hen aan schande blootstellen zodat zij zich in vernedering terugtrekken.
-
لَيْسَ لَكَ مِنَ ٱلْأَمْرِ شَىْءٌ أَوْ يَتُوبَ عَلَيْهِمْ أَوْ يُعَذِّبَهُمْ فَإِنَّهُمْ ظَـٰلِمُونَ١٢٨
Laysa laka mina alamri shayon aw yatooba ʿalayhim aw yuʿaththibahum fainnahum thalimoona
Niet aan jou, maar aan Allah is de beslissing. Of Hij hen genadig is om hen (te vergeven) of te bestraffen, waarlijk zij zijn de onrechtvaardigen.
-
وَلِلَّهِ مَا فِى ٱلسَّمَـٰوَٰتِ وَمَا فِى ٱلْأَرْضِ ۚ يَغْفِرُ لِمَن يَشَآءُ وَيُعَذِّبُ مَن يَشَآءُ ۚ وَٱللَّهُ غَفُورٌ رَّحِيمٌ١٢٩
Walillahi ma fee alssamawati wama fee alardi yaghfiru liman yashao wayuʿaththibu man yashao waAllahu ghafoorun raheemun
En aan Allah behoort alles wat in de hemelen en wat op aarde is. Hij vergeeft hen die Hij wil en straft hen die Hij wil. En Allah is de meest Genadevolle, de meest Barmhartige.
-
يَـٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ لَا تَأْكُلُوا۟ ٱلرِّبَوٰٓا۟ أَضْعَـٰفًا مُّضَـٰعَفَةً ۖ وَٱتَّقُوا۟ ٱللَّهَ لَعَلَّكُمْ تُفْلِحُونَ١٣٠
Ya ayyuha allatheena amanoo la takuloo alrriba adʿafan mudaʿafatan waittaqoo Allaha laʿallakum tuflihoona
O jullie die geloven! Eet de rente verdubbeld en vermeervoudigd niet, maar vrees Allah en dat jullie mogen slagen!
-
وَٱتَّقُوا۟ ٱلنَّارَ ٱلَّتِىٓ أُعِدَّتْ لِلْكَـٰفِرِينَ١٣١
Waittaqoo alnnara allatee oʿiddat lilkafireena
En vrees het vuur dat voor de ongelovigen is voorbereid.
-
وَأَطِيعُوا۟ ٱللَّهَ وَٱلرَّسُولَ لَعَلَّكُمْ تُرْحَمُونَ١٣٢
Waateeʿoo Allaha waalrrasoola laʿallakum turhamoona
En gehoorzaam Allah en de boodschapper en dat jullie genade mogen verkrijgen.
-
۞ وَسَارِعُوٓا۟ إِلَىٰ مَغْفِرَةٍ مِّن رَّبِّكُمْ وَجَنَّةٍ عَرْضُهَا ٱلسَّمَـٰوَٰتُ وَٱلْأَرْضُ أُعِدَّتْ لِلْمُتَّقِينَ١٣٣
Wasariʿoo ila maghfiratin min rabbikum wajannatin ʿarduha alssamawatu waalardu oʿiddat lilmuttaqeena
En wees snel in de wedstrijd om vergiffenis van jullie Heer en om het Paradijs, zo wijd als de hemelen en de aarde, dat voor de godvrezenden is voorbereid, te verkrijgen.
-
ٱلَّذِينَ يُنفِقُونَ فِى ٱلسَّرَّآءِ وَٱلضَّرَّآءِ وَٱلْكَـٰظِمِينَ ٱلْغَيْظَ وَٱلْعَافِينَ عَنِ ٱلنَّاسِ ۗ وَٱللَّهُ يُحِبُّ ٱلْمُحْسِنِينَ١٣٤
Allatheena yunfiqoona fee alssarrai waalddarrai waalkathimeena alghaytha waalʿafeena ʿani alnnasi waAllahu yuhibbu almuhsineena
Degenen die in voor- en tegenspoed besteden, die de woede onderdrukken en die de mensen vergeven, waarlijk, Allah houdt van degenen die het goede doen.
-
وَٱلَّذِينَ إِذَا فَعَلُوا۟ فَـٰحِشَةً أَوْ ظَلَمُوٓا۟ أَنفُسَهُمْ ذَكَرُوا۟ ٱللَّهَ فَٱسْتَغْفَرُوا۟ لِذُنُوبِهِمْ وَمَن يَغْفِرُ ٱلذُّنُوبَ إِلَّا ٱللَّهُ وَلَمْ يُصِرُّوا۟ عَلَىٰ مَا فَعَلُوا۟ وَهُمْ يَعْلَمُونَ١٣٥
Waallatheena itha faʿaloo fahishatan aw thalamoo anfusahum thakaroo Allaha faistaghfaroo lithunoobihim waman yaghfiru alththunooba illa Allahu walam yusirroo ʿala ma faʿaloo wahum yaʿlamoona
En degenen die, als zij een verdorvenheid1 hebben verricht, of zichzelf kwaad hebben aangedaan, en daarna Allah gedenken en om vergeving voor hun zonden vragen – en wie kan zonden vergeven behalve Allah? – En blijf niet hardnekkig vasthouden aan het (slechte) dat zij gedaan hebben terwijl zij dat weten.
Voetnoten
[1] dat kan een verdorvenheid zijn met de tong zoals roddelen, fysiek overspel plegen of met het hart zoals het verrichten van shirk. -
أُو۟لَـٰٓئِكَ جَزَآؤُهُم مَّغْفِرَةٌ مِّن رَّبِّهِمْ وَجَنَّـٰتٌ تَجْرِى مِن تَحْتِهَا ٱلْأَنْهَـٰرُ خَـٰلِدِينَ فِيهَا ۚ وَنِعْمَ أَجْرُ ٱلْعَـٰمِلِينَ١٣٦
Olaika jazaohum maghfiratun min rabbihim wajannatun tajree min tahtiha alanharu khalideena feeha waniʿma ajru alʿamileena
Hiervoor is de beloning vergeving van hun Heer en tuinen waar rivieren onderdoor stromen, waarin zij voor altijd zullen verblijven. Hoe uitmuntend is hun beloning voor de daders.
-
قَدْ خَلَتْ مِن قَبْلِكُمْ سُنَنٌ فَسِيرُوا۟ فِى ٱلْأَرْضِ فَٱنظُرُوا۟ كَيْفَ كَانَ عَـٰقِبَةُ ٱلْمُكَذِّبِينَ١٣٧
Qad khalat min qablikum sunanun faseeroo fee alardi faonthuroo kayfa kana ʿaqibatu almukaththibeena
Vele wegen (en tegenslagen in het leven) kregen verschillende volkeren te verduren en zij zijn voor jullie overleden, reis dus over de aarde en zie wat het einde van de ongelovigen is geweest.
-
هَـٰذَا بَيَانٌ لِّلنَّاسِ وَهُدًى وَمَوْعِظَةٌ لِّلْمُتَّقِينَ١٣٨
Hatha bayanun lilnnasi wahudan wamawʿithatun lilmuttaqeena
Dit is een duidelijke uitspraak voor de mensheid, een Leiding en een aanwijzing voor degenen die godvrezend zijn.
-
وَلَا تَهِنُوا۟ وَلَا تَحْزَنُوا۟ وَأَنتُمُ ٱلْأَعْلَوْنَ إِن كُنتُم مُّؤْمِنِينَ١٣٩
Wala tahinoo wala tahzanoo waantumu alaʿlawna in kuntum mumineena
Verzwak niet en treur niet (over het voorval te Oehoed) want jullie zullen hen zeker overwinnen, indien jullie oprechte gelovigen zijn1.
Voetnoten
[1]in jullie strijd tegen het onrecht in alle vormen, onrecht tegen de mensen, zoals de vrouwen en de wees. Maar ook onrecht tegen dieren zelf tegen insecten. De Islam heeft alle soorten onrechtvaardigheid verboden vooral tegen de zwakkere. -
إِن يَمْسَسْكُمْ قَرْحٌ فَقَدْ مَسَّ ٱلْقَوْمَ قَرْحٌ مِّثْلُهُۥ ۚ وَتِلْكَ ٱلْأَيَّامُ نُدَاوِلُهَا بَيْنَ ٱلنَّاسِ وَلِيَعْلَمَ ٱللَّهُ ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ وَيَتَّخِذَ مِنكُمْ شُهَدَآءَ ۗ وَٱللَّهُ لَا يُحِبُّ ٱلظَّـٰلِمِينَ١٤٠
In yamsaskum qarhun faqad massa alqawma qarhun mithluhu watilka alayyamu nudawiluha bayna alnnasi waliyaʿlama Allahu allatheena amanoo wayattakhitha minkum shuhadaa waAllahu la yuhibbu alththalimeena
Als jullie een wond werd toegebracht (te Oehoed), wees er dan zeker van dat een zelfde wond de (ongelovigen) werd toegebracht (te Badr). En zo verlopen de dagen, die Wij aan de mens bij toerbeurt geven, opdat Allah de gelovigen moge testen (in hun oprechtheid), en jullie moge begunstigen met het martelaarschap. En Allah houdt niet van de onrechtplegers.
-
وَلِيُمَحِّصَ ٱللَّهُ ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ وَيَمْحَقَ ٱلْكَـٰفِرِينَ١٤١
Waliyumahhisa Allahu allatheena amanoo wayamhaqa alkafireena
En dat Allah de gelovigen moge zuiveren (van hun begane zonden), en de ongelovigen moge vernietigen.
-
أَمْ حَسِبْتُمْ أَن تَدْخُلُوا۟ ٱلْجَنَّةَ وَلَمَّا يَعْلَمِ ٱللَّهُ ٱلَّذِينَ جَـٰهَدُوا۟ مِنكُمْ وَيَعْلَمَ ٱلصَّـٰبِرِينَ١٤٢
Am hasibtum an tadkhuloo aljannata walamma yaʿlami Allahu allatheena jahadoo minkum wayaʿlama alssabireena
Denken jullie dat jullie het paradijs zullen binnentreden, voordat Allah jullie heeft getest: (zowel) degenen die (voor Zijn zaak) hebben gestreden, (als) degenen die geduldig bleven (in tijden van ontbering).
-
وَلَقَدْ كُنتُمْ تَمَنَّوْنَ ٱلْمَوْتَ مِن قَبْلِ أَن تَلْقَوْهُ فَقَدْ رَأَيْتُمُوهُ وَأَنتُمْ تَنظُرُونَ١٤٣
Walaqad kuntum tamannawna almawta min qabli an talqawhu faqad raaytumoohu waantum tanthuroona
Jullie hebben naar de dood (d.w.z. naar martelaarschap) verlangd, voordat jullie het tegengekomen zijn. Nu hebben jullie het openlijk met open ogen gezien.
-
وَمَا مُحَمَّدٌ إِلَّا رَسُولٌ قَدْ خَلَتْ مِن قَبْلِهِ ٱلرُّسُلُ ۚ أَفَإِي۟ن مَّاتَ أَوْ قُتِلَ ٱنقَلَبْتُمْ عَلَىٰٓ أَعْقَـٰبِكُمْ ۚ وَمَن يَنقَلِبْ عَلَىٰ عَقِبَيْهِ فَلَن يَضُرَّ ٱللَّهَ شَيْـًٔا ۗ وَسَيَجْزِى ٱللَّهُ ٱلشَّـٰكِرِينَ١٤٤
Wama muhammadun illa rasoolun qad khalat min qablihi alrrusulu afain mata aw qutila inqalabtum ʿala aʿqabikum waman yanqalib ʿala ʿaqibayhi falan yadurra Allaha shayan wasayajzee Allahu alshshakireena
Mohammed is niet meer dan een boodschapper en zeker (vele) boodschappers zijn voor hem overleden. Als hij sterft of gedood wordt, zullen jullie dan op jullie hielen terugkeren1 en degene die op zijn stappen terugkeert, zal nog de minste schade aan Allah toebrengen. En Allah geeft een beloning aan degenen die dankbaar zijn.
Voetnoten
[1]naar achteren in geloof met als excuus het gaat nu moeilijk; geen baan, problemen thuis, een geliefde verloren ect. Allah leert ons het geloof op nummer één te zetten, wat er ook gebeurt. De reis naar Allah moet op tempo blijven doorgaan en door niks worden verzwakt. En daarom is kennis opdoen bij de juiste mensen zo belangrijk omdat je daarmee je Imaan (geloof) laat groeien, of iemand net moslim is geworden of al heel lang dat doet er niet toe. -
وَمَا كَانَ لِنَفْسٍ أَن تَمُوتَ إِلَّا بِإِذْنِ ٱللَّهِ كِتَـٰبًا مُّؤَجَّلًا ۗ وَمَن يُرِدْ ثَوَابَ ٱلدُّنْيَا نُؤْتِهِۦ مِنْهَا وَمَن يُرِدْ ثَوَابَ ٱلْـَٔاخِرَةِ نُؤْتِهِۦ مِنْهَا ۚ وَسَنَجْزِى ٱلشَّـٰكِرِينَ١٤٥
Wama kana linafsin an tamoota illa biithni Allahi kitaban muajjalan waman yurid thawaba alddunya nutihi minha waman yurid thawaba alakhirati nutihi minha wasanajzee alshshakireena
En geen mens kan sterven behalve met Allah Zijn toestemming en op de aangewezen tijd. En iedereen die in (deze) wereld een beloning wenst, zullen Wij hem dat geven; en iedereen die een beloning in het hiernamaals wenst, zullen Wij dat geven. En Wij zullen de dankbaren belonen.
-
وَكَأَيِّن مِّن نَّبِىٍّ قَـٰتَلَ مَعَهُۥ رِبِّيُّونَ كَثِيرٌ فَمَا وَهَنُوا۟ لِمَآ أَصَابَهُمْ فِى سَبِيلِ ٱللَّهِ وَمَا ضَعُفُوا۟ وَمَا ٱسْتَكَانُوا۟ ۗ وَٱللَّهُ يُحِبُّ ٱلصَّـٰبِرِينَ١٤٦
Wakaayyin min nabiyyin qatala maʿahu ribbiyyoona katheerun fama wahanoo lima asabahum fee sabeeli Allahi wama daʿufoo wama istakanoo waAllahu yuhibbu alssabireena
En vele profeten vochten zij aan zij met grote groepen. Maar zij verloren nooit de moed door datgene wat hen op Allah Zijn pad overkwam, noch verzwakten of vernederden ze zichzelf. En Allah houdt van de geduldigen.
-
وَمَا كَانَ قَوْلَهُمْ إِلَّآ أَن قَالُوا۟ رَبَّنَا ٱغْفِرْ لَنَا ذُنُوبَنَا وَإِسْرَافَنَا فِىٓ أَمْرِنَا وَثَبِّتْ أَقْدَامَنَا وَٱنصُرْنَا عَلَى ٱلْقَوْمِ ٱلْكَـٰفِرِينَ١٤٧
Wama kana qawlahum illa an qaloo rabbana ighfir lana thunoobana waisrafana fee amrina wathabbit aqdamana waonsurna ʿala alqawmi alkafireena
En zij zeiden niets anders dan: “Onze Heer! Vergeef ons onze zonden en onze overschrijdingen, maak onze voeten stevig en geef ons de overwinning over het ongelovige volk.”
-
فَـَٔاتَىٰهُمُ ٱللَّهُ ثَوَابَ ٱلدُّنْيَا وَحُسْنَ ثَوَابِ ٱلْـَٔاخِرَةِ ۗ وَٱللَّهُ يُحِبُّ ٱلْمُحْسِنِينَ١٤٨
Faatahumu Allahu thawaba alddunya wahusna thawabi alakhirati waAllahu yuhibbu almuhsineena
Dus gaf Allah hen hun beloning van deze wereld en een uitmuntende beloning in het hiernamaals. En Allah houdt van de weldoeners.
-
يَـٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوٓا۟ إِن تُطِيعُوا۟ ٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ يَرُدُّوكُمْ عَلَىٰٓ أَعْقَـٰبِكُمْ فَتَنقَلِبُوا۟ خَـٰسِرِينَ١٤٩
Ya ayyuha allatheena amanoo in tuteeʿoo allatheena kafaroo yaruddookum ʿala aʿqabikum fatanqaliboo khasireena
O jullie die geloven! Als jullie de ongelovigen gehoorzamen, dan laten zij jullie op jullie hielen terugkeren en jullie keren je als verliezers van het geloof af.
-
بَلِ ٱللَّهُ مَوْلَىٰكُمْ ۖ وَهُوَ خَيْرُ ٱلنَّـٰصِرِينَ١٥٠
Bali Allahu mawlakum wahuwa khayru alnnasireena
Welnee, Allah is jullie beschermer en Hij is de beste Helper.
-
سَنُلْقِى فِى قُلُوبِ ٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ ٱلرُّعْبَ بِمَآ أَشْرَكُوا۟ بِٱللَّهِ مَا لَمْ يُنَزِّلْ بِهِۦ سُلْطَـٰنًا ۖ وَمَأْوَىٰهُمُ ٱلنَّارُ ۚ وَبِئْسَ مَثْوَى ٱلظَّـٰلِمِينَ١٥١
Sanulqee fee quloobi allatheena kafaroo alrruʿba bima ashrakoo biAllahi ma lam yunazzil bihi sultanan wamawahumu alnnaru wabisa mathwa alththalimeena
Wij zullen angst veroorzaken in de harten van de ongelovigen, omdat zij anderen in de aanbidding tot Allah hebben verenigd, hiervoor heeft Hij hen geen gezag gegeven, hun verblijfplaats zal het vuur zijn en hoe slecht is de verblijfplaats van de onrechtvaardigen.
-
وَلَقَدْ صَدَقَكُمُ ٱللَّهُ وَعْدَهُۥٓ إِذْ تَحُسُّونَهُم بِإِذْنِهِۦ ۖ حَتَّىٰٓ إِذَا فَشِلْتُمْ وَتَنَـٰزَعْتُمْ فِى ٱلْأَمْرِ وَعَصَيْتُم مِّنۢ بَعْدِ مَآ أَرَىٰكُم مَّا تُحِبُّونَ ۚ مِنكُم مَّن يُرِيدُ ٱلدُّنْيَا وَمِنكُم مَّن يُرِيدُ ٱلْـَٔاخِرَةَ ۚ ثُمَّ صَرَفَكُمْ عَنْهُمْ لِيَبْتَلِيَكُمْ ۖ وَلَقَدْ عَفَا عَنكُمْ ۗ وَٱللَّهُ ذُو فَضْلٍ عَلَى ٱلْمُؤْمِنِينَ١٥٢
Walaqad sadaqakumu Allahu waʿdahu ith tahussoonahum biithnihi hatta itha fashiltum watanazaʿtum fee alamri waʿasaytum min baʿdi ma arakum ma tuhibboona minkum man yureedu alddunya waminkum man yureedu alakhirata thumma sarafakum ʿanhum liyabtaliyakum walaqad ʿafa ʿankum waAllahu thoo fadlin ʿala almumineena
En Allah heeft zeer zeker Zijn belofte (van hulp) tegenover jullie waargemaakt, zodat jullie hen hebben kunnen doden met Zijn toestemming. Tot aan (het moment) dat jullie (door zwakheid en liefde voor het wereldse) de moed zijn gaan verliezen en over het (doorslaggevende) bevel (om op de berg te blijven) gingen discussiëren en (vervolgens) ongehoorzaam waren (aan dit profetisch bevel), nadat Hij jullie heeft laten zien, waar jullie van hielden (d.w.z. de buit). Onder jullie bevinden zich enkele (dienaren) die van deze wereld houden (ten koste van het geloof), en andere die (ondanks hun rechtmatig deel van de buit) van het hiernamaals houden. En zodra hun (omsingeling jullie te benauwd werd) liet Hij jullie (in wanorde) van (het strijdtoneel) vluchten, waardoor Hij jullie (daarmee) heeft mogen testen (op jullie oprechtheid en geduld). Maar voorzeker, Hij vergaf jullie (en stelde jullie zelfs veilig voor de totale afslachting) want Allah is de (ware) gelovigen gunstig gezind (en dus altijd bereid om hen te vergeven).
-
۞ إِذْ تُصْعِدُونَ وَلَا تَلْوُۥنَ عَلَىٰٓ أَحَدٍ وَٱلرَّسُولُ يَدْعُوكُمْ فِىٓ أُخْرَىٰكُمْ فَأَثَـٰبَكُمْ غَمًّۢا بِغَمٍّ لِّكَيْلَا تَحْزَنُوا۟ عَلَىٰ مَا فَاتَكُمْ وَلَا مَآ أَصَـٰبَكُمْ ۗ وَٱللَّهُ خَبِيرٌۢ بِمَا تَعْمَلُونَ١٥٣
Ith tusʿidoona wala talwoona ʿala ahadin waalrrasoolu yadʿookum fee okhrakum faathabakum ghamman bighammin likayla tahzanoo ʿala ma fatakum wala ma asabakum waAllahu khabeerun bima taʿmaloona
(En gedenk) wanneer jullie wegrenden zonder maar op iemand een blik te werpen en de boodschapper was in jullie achterhoede en riep jullie terug. Daar gaf Allah jullie het ene leed na het andere door vergelding, om jullie te onderwijzen niet bedroefd te zijn vanwege datgene waar jullie ontsnapt aan zijn, noch over datgene wat jullie overkomen is. En Allah is zich welbewust van wat jullie doen.
-
ثُمَّ أَنزَلَ عَلَيْكُم مِّنۢ بَعْدِ ٱلْغَمِّ أَمَنَةً نُّعَاسًا يَغْشَىٰ طَآئِفَةً مِّنكُمْ ۖ وَطَآئِفَةٌ قَدْ أَهَمَّتْهُمْ أَنفُسُهُمْ يَظُنُّونَ بِٱللَّهِ غَيْرَ ٱلْحَقِّ ظَنَّ ٱلْجَـٰهِلِيَّةِ ۖ يَقُولُونَ هَل لَّنَا مِنَ ٱلْأَمْرِ مِن شَىْءٍ ۗ قُلْ إِنَّ ٱلْأَمْرَ كُلَّهُۥ لِلَّهِ ۗ يُخْفُونَ فِىٓ أَنفُسِهِم مَّا لَا يُبْدُونَ لَكَ ۖ يَقُولُونَ لَوْ كَانَ لَنَا مِنَ ٱلْأَمْرِ شَىْءٌ مَّا قُتِلْنَا هَـٰهُنَا ۗ قُل لَّوْ كُنتُمْ فِى بُيُوتِكُمْ لَبَرَزَ ٱلَّذِينَ كُتِبَ عَلَيْهِمُ ٱلْقَتْلُ إِلَىٰ مَضَاجِعِهِمْ ۖ وَلِيَبْتَلِىَ ٱللَّهُ مَا فِى صُدُورِكُمْ وَلِيُمَحِّصَ مَا فِى قُلُوبِكُمْ ۗ وَٱللَّهُ عَلِيمٌۢ بِذَاتِ ٱلصُّدُورِ١٥٤
Thumma anzala ʿalaykum min baʿdi alghammi amanatan nuʿasan yaghsha taifatan minkum wataifatun qad ahammathum anfusuhum yathunnoona biAllahi ghayra alhaqqi thanna aljahiliyyati yaqooloona hal lana mina alamri min shayin qul inna alamra kullahu lillahi yukhfoona fee anfusihim ma la yubdoona laka yaqooloona law kana lana mina alamri shayon ma qutilna hahuna qul law kuntum fee buyootikum labaraza allatheena kutiba ʿalayhimu alqatlu ila madajiʿihim waliyabtaliya Allahu ma fee sudoorikum waliyumahhisa ma fee quloobikum waAllahu ʿaleemun bithati alssudoori
Na de moeilijkheden stuurt Hij jullie zekerheid (in de vorm van sluimering) De sluimer heeft een deel van jullie getroffen terwijl een ander deel (de huichelaars: moenafiqeen) aan zichzelf dacht en verkeerde gedachten over Allah had – de gedachten van de onwetendheid. Zij zeiden: “Treft deze zaak ons ook?” Je moet zeggen: “Waarlijk, deze zaak behoort geheel aan Allah toe.” Zij verbergen in zichzelf wat zij niet aan jou durven te openbaren, zeggende: “Als wij iets met deze zaak te maken hadden dan zou niemand van ons hier gedood worden.” (O Mohammed), zeg: “Zelfs als jullie (huichelaars) in jullie huizen zouden verblijven, dan nog zouden (de achterblijvers) voor wie de dood werd bepaald dit lot ondergaan – al was het in hun ‘veilige’ slaapverblijven,” maar dat Allah moge testen wat in jullie harten is en om te verwijderen wat in jullie harten is en Allah is Alwetend wat in jullie harten is. (daarom zijn beproevingen allen in ons voordeel, en dit geldt alleen voor de gelovigen)
-
إِنَّ ٱلَّذِينَ تَوَلَّوْا۟ مِنكُمْ يَوْمَ ٱلْتَقَى ٱلْجَمْعَانِ إِنَّمَا ٱسْتَزَلَّهُمُ ٱلشَّيْطَـٰنُ بِبَعْضِ مَا كَسَبُوا۟ ۖ وَلَقَدْ عَفَا ٱللَّهُ عَنْهُمْ ۗ إِنَّ ٱللَّهَ غَفُورٌ حَلِيمٌ١٥٥
Inna allatheena tawallaw minkum yawma iltaqa aljamʿani innama istazallahumu alshshaytanu bibaʿdi ma kasaboo walaqad ʿafa Allahu ʿanhum inna Allaha ghafoorun haleemun
Degenen van jullie die op de dag dat de twee legers elkaar ontmoetten, zich omkeerden, Shaytaan was degene die ervoor zorgde dat zij afgleden vanwege enige (zonden) die zij gepleegd hadden. Maar Allah heeft hen waarlijk vergeven. Zeker, Allah is de Vaak-Vergevende, de Genadevolle.
-
يَـٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ لَا تَكُونُوا۟ كَٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ وَقَالُوا۟ لِإِخْوَٰنِهِمْ إِذَا ضَرَبُوا۟ فِى ٱلْأَرْضِ أَوْ كَانُوا۟ غُزًّى لَّوْ كَانُوا۟ عِندَنَا مَا مَاتُوا۟ وَمَا قُتِلُوا۟ لِيَجْعَلَ ٱللَّهُ ذَٰلِكَ حَسْرَةً فِى قُلُوبِهِمْ ۗ وَٱللَّهُ يُحْىِۦ وَيُمِيتُ ۗ وَٱللَّهُ بِمَا تَعْمَلُونَ بَصِيرٌ١٥٦
Ya ayyuha allatheena amanoo la takoonoo kaallatheena kafaroo waqaloo liikhwanihim itha daraboo fee alardi aw kanoo ghuzzan law kanoo ʿindana ma matoo wama qutiloo liyajʿala Allahu thalika hasratan fee quloobihim waAllahu yuhyee wayumeetu waAllahu bima taʿmaloona baseerun
O jullie die geloven! Wees niet zoals degenen die ongelovig zijn en die tegen hun broeders zeggen, wanneer deze over de aarde reizen of voor een gevecht erop uit trekken: “Als zij bij ons gebleven waren dan waren zij niet gestorven of gedood,” zodat Allah het tot reden van spijt in hun harten maakt. Het is Allah, die het leven geeft en de dood veroorzaakt. En Allah is Alziende over wat jullie doen.
-
وَلَئِن قُتِلْتُمْ فِى سَبِيلِ ٱللَّهِ أَوْ مُتُّمْ لَمَغْفِرَةٌ مِّنَ ٱللَّهِ وَرَحْمَةٌ خَيْرٌ مِّمَّا يَجْمَعُونَ١٥٧
Walain qutiltum fee sabeeli Allahi aw muttum lamaghfiratun mina Allahi warahmatun khayrun mimma yajmaʿoona
En als jullie gedood worden of op de weg van Allah sterven, (dan zijn) vergeving en genade van Allah veel beter dan alles wat zij bezitten.
-
وَلَئِن مُّتُّمْ أَوْ قُتِلْتُمْ لَإِلَى ٱللَّهِ تُحْشَرُونَ١٥٨
Walain muttum aw qutiltum laila Allahi tuhsharoona
En of jullie nu zullen sterven of gedood worden, waarlijk, tot Allah zullen jullie allen verzameld worden.
-
فَبِمَا رَحْمَةٍ مِّنَ ٱللَّهِ لِنتَ لَهُمْ ۖ وَلَوْ كُنتَ فَظًّا غَلِيظَ ٱلْقَلْبِ لَٱنفَضُّوا۟ مِنْ حَوْلِكَ ۖ فَٱعْفُ عَنْهُمْ وَٱسْتَغْفِرْ لَهُمْ وَشَاوِرْهُمْ فِى ٱلْأَمْرِ ۖ فَإِذَا عَزَمْتَ فَتَوَكَّلْ عَلَى ٱللَّهِ ۚ إِنَّ ٱللَّهَ يُحِبُّ ٱلْمُتَوَكِّلِينَ١٥٩
Fabima rahmatin mina Allahi linta lahum walaw kunta faththan ghaleetha alqalbi lainfaddoo min hawlika faoʿfu ʿanhum waistaghfir lahum washawirhum fee alamri faitha ʿazamta fatawakkal ʿala Allahi inna Allaha yuhibbu almutawakkileena
En door de Genade van Allah ging jij (de Profeet Mohammed) vriendelijk (en liefdevol) met hen om. (Maar) als je streng en hardvochtig tegen hen was geweest, dan hadden zij zich (ongetwijfeld in groepjes) van je afgekeerd. Vergeef dus hun (fouten op basis van dit verheven karakter) en vraag (Allah vervolgens om) vergiffenis voor hen (zodat je) hen (van dan af) kunt raadplegen bij het nemen van beslissingen. En als je een besluit hebt genomen, stel dan je vertrouwen in Allah. (Want) voorzeker, Allah houdt van degenen die (onbeperkt) vertrouwen hebben (in Hem alleen).
-
إِن يَنصُرْكُمُ ٱللَّهُ فَلَا غَالِبَ لَكُمْ ۖ وَإِن يَخْذُلْكُمْ فَمَن ذَا ٱلَّذِى يَنصُرُكُم مِّنۢ بَعْدِهِۦ ۗ وَعَلَى ٱللَّهِ فَلْيَتَوَكَّلِ ٱلْمُؤْمِنُونَ١٦٠
In yansurkumu Allahu fala ghaliba lakum wain yakhthulkum faman tha allathee yansurukum min baʿdihi waʿala Allahi falyatawakkali almuminoona
Als Allah jullie helpt, kan niemand jullie overwinnen en als Hij jullie aan jullie lot overlaat, wie is er na Hem die jullie kan helpen? En (alleen) in Allah hebben de gelovigen hun vertrouwen.
-
وَمَا كَانَ لِنَبِىٍّ أَن يَغُلَّ ۚ وَمَن يَغْلُلْ يَأْتِ بِمَا غَلَّ يَوْمَ ٱلْقِيَـٰمَةِ ۚ ثُمَّ تُوَفَّىٰ كُلُّ نَفْسٍ مَّا كَسَبَتْ وَهُمْ لَا يُظْلَمُونَ١٦١
Wama kana linabiyyin an yaghulla waman yaghlul yati bima ghalla yawma alqiyamati thumma tuwaffa kullu nafsin ma kasabat wahum la yuthlamoona
Geen enkele profeet mag onwettig een deel van de oorlogsbuit nemen en iedereen die zijn metgezellen bedriegt als het over de oorlogsbuit gaat, zal op de dag der opstanding datgene wat hij nam, meenemen. Dan zal iedereen volledig betalen, wat hij verdiend heeft en zij zullen niet onrechtvaardig behandeld worden.
-
أَفَمَنِ ٱتَّبَعَ رِضْوَٰنَ ٱللَّهِ كَمَنۢ بَآءَ بِسَخَطٍ مِّنَ ٱللَّهِ وَمَأْوَىٰهُ جَهَنَّمُ ۚ وَبِئْسَ ٱلْمَصِيرُ١٦٢
Afamani ittabaʿa ridwana Allahi kaman baa bisakhatin mina Allahi wamawahu jahannamu wabisa almaseeru
Is dan degene die de tevredenheid van Allah volgt, gelijk aan degene die de toorn van Allah over zichzelf uitroept – zijn woonplaats is de hel - en dat is zeker de slechtste bestemming!
-
هُمْ دَرَجَـٰتٌ عِندَ ٱللَّهِ ۗ وَٱللَّهُ بَصِيرٌۢ بِمَا يَعْمَلُونَ١٦٣
Hum darajatun ʿinda Allahi waAllahu baseerun bima yaʿmaloona
In het aangezicht van Allah zijn zij van een verschillend niveau en Allah is de Alziende van wat zij doen.
-
لَقَدْ مَنَّ ٱللَّهُ عَلَى ٱلْمُؤْمِنِينَ إِذْ بَعَثَ فِيهِمْ رَسُولًا مِّنْ أَنفُسِهِمْ يَتْلُوا۟ عَلَيْهِمْ ءَايَـٰتِهِۦ وَيُزَكِّيهِمْ وَيُعَلِّمُهُمُ ٱلْكِتَـٰبَ وَٱلْحِكْمَةَ وَإِن كَانُوا۟ مِن قَبْلُ لَفِى ضَلَـٰلٍ مُّبِينٍ١٦٤
Laqad manna Allahu ʿala almumineena ith baʿatha feehim rasoolan min anfusihim yatloo ʿalayhim ayatihi wayuzakkeehim wayuʿallimuhumu alkitaba waalhikmata wain kanoo min qablu lafee dalalin mubeenin
Zeker, Allah heeft de gelovigen een grote gunst gegeven toen Hij onder hen een Boodschapper stuurde, voor hen, Zijn verzen reciteerde, hen reinigde, en hen onderwees in het boek en de wijsheid, terwijl zij hiervoor in onwetendheid verkeerden.
-
أَوَلَمَّآ أَصَـٰبَتْكُم مُّصِيبَةٌ قَدْ أَصَبْتُم مِّثْلَيْهَا قُلْتُمْ أَنَّىٰ هَـٰذَا ۖ قُلْ هُوَ مِنْ عِندِ أَنفُسِكُمْ ۗ إِنَّ ٱللَّهَ عَلَىٰ كُلِّ شَىْءٍ قَدِيرٌ١٦٥
Awalamma asabatkum museebatun qad asabtum mithlayha qultum anna hatha qul huwa min ʿindi anfusikum inna Allaha ʿala kulli shayin qadeerun
(Wat scheelt jullie?) Als een enkele ramp jullie treft, terwijl jullie (jullie vijanden) met twee keer zo’n grote ramp treffen, zeggen jullie: “Waar vandaan kwam dit tot ons?” Zeg: “Het komt van jullie zelf.” En Allah heeft macht over alle zaken.
-
وَمَآ أَصَـٰبَكُمْ يَوْمَ ٱلْتَقَى ٱلْجَمْعَانِ فَبِإِذْنِ ٱللَّهِ وَلِيَعْلَمَ ٱلْمُؤْمِنِينَ١٦٦
Wama asabakum yawma iltaqa aljamʿani fabiithni Allahi waliyaʿlama almumineena
En wat jullie overkwam op de dag toen de twee legers elkaar troffen, kwam met de toestemming van Allah, zodat Hij de gelovigen moge testen.
-
وَلِيَعْلَمَ ٱلَّذِينَ نَافَقُوا۟ ۚ وَقِيلَ لَهُمْ تَعَالَوْا۟ قَـٰتِلُوا۟ فِى سَبِيلِ ٱللَّهِ أَوِ ٱدْفَعُوا۟ ۖ قَالُوا۟ لَوْ نَعْلَمُ قِتَالًا لَّٱتَّبَعْنَـٰكُمْ ۗ هُمْ لِلْكُفْرِ يَوْمَئِذٍ أَقْرَبُ مِنْهُمْ لِلْإِيمَـٰنِ ۚ يَقُولُونَ بِأَفْوَٰهِهِم مَّا لَيْسَ فِى قُلُوبِهِمْ ۗ وَٱللَّهُ أَعْلَمُ بِمَا يَكْتُمُونَ١٦٧
Waliyaʿlama allatheena nafaqoo waqeela lahum taʿalaw qatiloo fee sabeeli Allahi awi idfaʿoo qaloo law naʿlamu qitalan laittabaʿnakum hum lilkufri yawmaithin aqrabu minhum lileemani yaqooloona biafwahihim ma laysa fee quloobihim waAllahu aʿlamu bima yaktumoona
En dat Hij de hypocrieten moge testen, tegen hen werd gezegd: “Kom, vecht voor de zaak van Allah of verdedig jullie zelf (tenminste).” Zij zeiden: “Als we geweten hadden dat er gevochten zou worden, dan waren we je zeker gevolgd.” Op die dag stonden zij dichter bij het ongeloof dan bij het geloof, met hun mond zeggend wat niet in hun harten was. En Allah heeft alle kennis over datgene wat zij verbergen.
-
ٱلَّذِينَ قَالُوا۟ لِإِخْوَٰنِهِمْ وَقَعَدُوا۟ لَوْ أَطَاعُونَا مَا قُتِلُوا۟ ۗ قُلْ فَٱدْرَءُوا۟ عَنْ أَنفُسِكُمُ ٱلْمَوْتَ إِن كُنتُمْ صَـٰدِقِينَ١٦٨
Allatheena qaloo liikhwanihim waqaʿadoo law ataʿoona ma qutiloo qul faidraoo ʿan anfusikumu almawta in kuntum sadiqeena
(Zij zijn) degenen die over hun vermoorde broeder zeggen terwijl zij (thuis) zaten: “Als zij maar naar ons geluisterd hadden, dan waren zij niet gedood.” Zeg: “Weer de dood van jullie zelf af, als jullie de waarheid spreken.”
-
وَلَا تَحْسَبَنَّ ٱلَّذِينَ قُتِلُوا۟ فِى سَبِيلِ ٱللَّهِ أَمْوَٰتًۢا ۚ بَلْ أَحْيَآءٌ عِندَ رَبِّهِمْ يُرْزَقُونَ١٦٩
Wala tahsabanna allatheena qutiloo fee sabeeli Allahi amwatan bal ahyaon ʿinda rabbihim yurzaqoona
Denk maar niet dat degenen die om het leven kwamen op het pad van Allah (omwille van hun godsdienst), daadwerkelijk zijn gestorven. Zeker niet! zijn verkeren in levende staat bij hun Heer en worden voorzien (van hemelse vruchten).
-
فَرِحِينَ بِمَآ ءَاتَىٰهُمُ ٱللَّهُ مِن فَضْلِهِۦ وَيَسْتَبْشِرُونَ بِٱلَّذِينَ لَمْ يَلْحَقُوا۟ بِهِم مِّنْ خَلْفِهِمْ أَلَّا خَوْفٌ عَلَيْهِمْ وَلَا هُمْ يَحْزَنُونَ١٧٠
Fariheena bima atahumu Allahu min fadlihi wayastabshiroona biallatheena lam yalhaqoo bihim min khalfihim alla khawfun ʿalayhim wala hum yahzanoona
Zij verheugen zich op wat Allah voor hen voorzien heeft van Zijn overvloed, verheugend voor degenen die zich nog niet bij hen hebben gevoegd maar achter zijn gebleven dat zij geen vrees zullen hebben, noch dat zij bedroefd zijn.
-
۞ يَسْتَبْشِرُونَ بِنِعْمَةٍ مِّنَ ٱللَّهِ وَفَضْلٍ وَأَنَّ ٱللَّهَ لَا يُضِيعُ أَجْرَ ٱلْمُؤْمِنِينَ١٧١
Yastabshiroona biniʿmatin mina Allahi wafadlin waanna Allaha la yudeeʿu ajra almumineena
Zij verheugen zich in de gratie en de overvloed van Allah en dat Allah niet de beloning voor de gelovigen verspilt.
-
ٱلَّذِينَ ٱسْتَجَابُوا۟ لِلَّهِ وَٱلرَّسُولِ مِنۢ بَعْدِ مَآ أَصَابَهُمُ ٱلْقَرْحُ ۚ لِلَّذِينَ أَحْسَنُوا۟ مِنْهُمْ وَٱتَّقَوْا۟ أَجْرٌ عَظِيمٌ١٧٢
Allatheena istajaboo lillahi waalrrasooli min baʿdi ma asabahumu alqarhu lillatheena ahsanoo minhum waittaqaw ajrun ʿatheemun
Degenen die de oproep van Allah en de boodschapper beantwoorden, nadat zij gewond zijn geraakt; voor degenen die goede daden verrichten en Allah vrezen is een grote beloning.
-
ٱلَّذِينَ قَالَ لَهُمُ ٱلنَّاسُ إِنَّ ٱلنَّاسَ قَدْ جَمَعُوا۟ لَكُمْ فَٱخْشَوْهُمْ فَزَادَهُمْ إِيمَـٰنًا وَقَالُوا۟ حَسْبُنَا ٱللَّهُ وَنِعْمَ ٱلْوَكِيلُ١٧٣
Allatheena qala lahumu alnnasu inna alnnasa qad jamaʿoo lakum faikhshawhum fazadahum eemanan waqaloo hasbuna Allahu waniʿma alwakeelu
Die (hypocrieten) die tegen de mensen zeggen: “Waarlijk, de mensen hebben zich tegen jullie verzameld, vrees hen daarom.” Maar het deed hen (slechts) vermeerderen in het geloof en zij zeiden: “Allah (alleen) is ons voldoende en Hij is de beste Bewindvoerder aangaande onze (af te handelen) zaken.”
-
فَٱنقَلَبُوا۟ بِنِعْمَةٍ مِّنَ ٱللَّهِ وَفَضْلٍ لَّمْ يَمْسَسْهُمْ سُوٓءٌ وَٱتَّبَعُوا۟ رِضْوَٰنَ ٱللَّهِ ۗ وَٱللَّهُ ذُو فَضْلٍ عَظِيمٍ١٧٤
Fainqalaboo biniʿmatin mina Allahi wafadlin lam yamsashum sooon waittabaʿoo ridwana Allahi waAllahu thoo fadlin ʿatheemin
Dus kwamen ze met gratie en overvloed van Allah terug. Geen kwaad was hen gedaan en zij volgden het genoegen van Allah. En Allah is de Eigenaar van een grote overvloed.
-
إِنَّمَا ذَٰلِكُمُ ٱلشَّيْطَـٰنُ يُخَوِّفُ أَوْلِيَآءَهُۥ فَلَا تَخَافُوهُمْ وَخَافُونِ إِن كُنتُم مُّؤْمِنِينَ١٧٥
Innama thalikumu alshshaytanu yukhawwifu awliyaahu fala takhafoohum wakhafooni in kuntum mumineena
Het is slechts Shaytaan die jullie vrees inboezemt voor zijn ‘awlijaa1, Dus vrees hen niet (want dat leidt tot overtreding van Mijn geboden), maar vrees alléén Mij als jullie ware gelovigen zijn.
Voetnoten
[1]dit zijn niet alleen zijn trawanten en handlangers maar ook de polytheïsten en ongelovigen. -
وَلَا يَحْزُنكَ ٱلَّذِينَ يُسَـٰرِعُونَ فِى ٱلْكُفْرِ ۚ إِنَّهُمْ لَن يَضُرُّوا۟ ٱللَّهَ شَيْـًٔا ۗ يُرِيدُ ٱللَّهُ أَلَّا يَجْعَلَ لَهُمْ حَظًّا فِى ٱلْـَٔاخِرَةِ ۖ وَلَهُمْ عَذَابٌ عَظِيمٌ١٧٦
Wala yahzunka allatheena yusariʿoona fee alkufri innahum lan yadurroo Allaha shayan yureedu Allahu alla yajʿala lahum haththan fee alakhirati walahum ʿathabun ʿatheemun
En laat degenen die zich in haast tot het ongeloof wenden, jou niet bedroeven; zij zullen Allah niet de minste schade kunnen berokkenen. En het is Allah Zijn wil, dat Hij ze geen deel in het hiernamaals geeft. Voor hen is een grote bestraffing.
-
إِنَّ ٱلَّذِينَ ٱشْتَرَوُا۟ ٱلْكُفْرَ بِٱلْإِيمَـٰنِ لَن يَضُرُّوا۟ ٱللَّهَ شَيْـًٔا وَلَهُمْ عَذَابٌ أَلِيمٌ١٧٧
Inna allatheena ishtarawoo alkufra bialeemani lan yadurroo Allaha shayan walahum ʿathabun aleemun
Waarlijk degenen die het ongeloof tegen de prijs van het geloof kopen, kunnen Allah niet het minste kwaad doen. Voor hen is er een pijnlijke bestraffing.
-
وَلَا يَحْسَبَنَّ ٱلَّذِينَ كَفَرُوٓا۟ أَنَّمَا نُمْلِى لَهُمْ خَيْرٌ لِّأَنفُسِهِمْ ۚ إِنَّمَا نُمْلِى لَهُمْ لِيَزْدَادُوٓا۟ إِثْمًا ۚ وَلَهُمْ عَذَابٌ مُّهِينٌ١٧٨
Wala yahsabanna allatheena kafaroo annama numlee lahum khayrun lianfusihim innama numlee lahum liyazdadoo ithman walahum ʿathabun muheenun
En laat de ongelovigen niet denken dat Ons uitstel van hun bestraffing goed voor hen is. Wij stellen de bestraffing slechts uit omdat zij zo hun zonden laten toenemen. En voor hen is er een vernederende bestraffing.
-
مَّا كَانَ ٱللَّهُ لِيَذَرَ ٱلْمُؤْمِنِينَ عَلَىٰ مَآ أَنتُمْ عَلَيْهِ حَتَّىٰ يَمِيزَ ٱلْخَبِيثَ مِنَ ٱلطَّيِّبِ ۗ وَمَا كَانَ ٱللَّهُ لِيُطْلِعَكُمْ عَلَى ٱلْغَيْبِ وَلَـٰكِنَّ ٱللَّهَ يَجْتَبِى مِن رُّسُلِهِۦ مَن يَشَآءُ ۖ فَـَٔامِنُوا۟ بِٱللَّهِ وَرُسُلِهِۦ ۚ وَإِن تُؤْمِنُوا۟ وَتَتَّقُوا۟ فَلَكُمْ أَجْرٌ عَظِيمٌ١٧٩
Ma kana Allahu liyathara almumineena ʿala ma antum ʿalayhi hatta yameeza alkhabeetha mina alttayyibi wama kana Allahu liyutliʿakum ʿala alghaybi walakinna Allaha yajtabee min rusulihi man yashao faaminoo biAllahi warusulihi wain tuminoo watattaqoo falakum ajrun ʿatheemun
En Allah zal de gelovigen niet in deze (gemengde) toestand laten waarin jullie nu verkeren, totdat Hij de goeden (en de oprechte gelovigen) van de slechten (en de huichelaars) heeft onderscheiden. Noch zal Allah de geheimen van het onzichtbare voor jullie verbergen, maar Allah kiest van Zijn boodschappers wie Hij wil. Geloof dus in Allah en Zijn boodschappers. En als jullie geloven en Allah vrezen, dan is er voor jullie een grote beloning.
-
وَلَا يَحْسَبَنَّ ٱلَّذِينَ يَبْخَلُونَ بِمَآ ءَاتَىٰهُمُ ٱللَّهُ مِن فَضْلِهِۦ هُوَ خَيْرًا لَّهُم ۖ بَلْ هُوَ شَرٌّ لَّهُمْ ۖ سَيُطَوَّقُونَ مَا بَخِلُوا۟ بِهِۦ يَوْمَ ٱلْقِيَـٰمَةِ ۗ وَلِلَّهِ مِيرَٰثُ ٱلسَّمَـٰوَٰتِ وَٱلْأَرْضِ ۗ وَٱللَّهُ بِمَا تَعْمَلُونَ خَبِيرٌ١٨٠
Wala yahsabanna allatheena yabkhaloona bima atahummu Allahu min fadlihi huwa khayran lahum bal huwa sharrun lahum sayutawwaqoona ma bakhiloo bihi yawma alqiyamati walillahi meerathu alssamawati waalardi waAllahu bima taʿmaloona khabeerun
En laat niet degenen die gierig zijn wat Allah hen van Zijn overvloed heeft gegeven, denken dat dit goed voor hen is. Welnee, het zal erger voor hen zijn. De dingen die zij begerig achterhouden zullen aan hun nekken vastgebonden worden als een ketting op de dag der opstanding. En aan Allah behoort de erfenis van de hemelen en de aarde, en Allah is zich welbewust van alles wat jullie doen.
-
لَّقَدْ سَمِعَ ٱللَّهُ قَوْلَ ٱلَّذِينَ قَالُوٓا۟ إِنَّ ٱللَّهَ فَقِيرٌ وَنَحْنُ أَغْنِيَآءُ ۘ سَنَكْتُبُ مَا قَالُوا۟ وَقَتْلَهُمُ ٱلْأَنۢبِيَآءَ بِغَيْرِ حَقٍّ وَنَقُولُ ذُوقُوا۟ عَذَابَ ٱلْحَرِيقِ١٨١
Laqad samiʿa Allahu qawla allatheena qaloo inna Allaha faqeerun wanahnu aghniyaon sanaktubu ma qaloo waqatlahumu alanbiyaa bighayri haqqin wanaqoolu thooqoo ʿathaba alhareeqi
Waarlijk, Allah heeft de uitspraak van die (joden) gehoord die zeggen: “Waarlijk Allah is arm en wij zijn rijk!”. Wij zullen noteren wat zij zeggen en het onrechtmatig doden van de profeten en Wij zullen zeggen: “Jullie kunnen de bestraffing van het brandende (vuur) proeven.”
-
ذَٰلِكَ بِمَا قَدَّمَتْ أَيْدِيكُمْ وَأَنَّ ٱللَّهَ لَيْسَ بِظَلَّامٍ لِّلْعَبِيدِ١٨٢
Thalika bima qaddamat aydeekum waanna Allaha laysa bithallamin lilʿabeedi
Dat is voor het (slechte) wat jullie handen vooruit hebben gestuurd. En zeker, Allah is nooit onrechtvaardig voor (Zijn) dienaren.
-
ٱلَّذِينَ قَالُوٓا۟ إِنَّ ٱللَّهَ عَهِدَ إِلَيْنَآ أَلَّا نُؤْمِنَ لِرَسُولٍ حَتَّىٰ يَأْتِيَنَا بِقُرْبَانٍ تَأْكُلُهُ ٱلنَّارُ ۗ قُلْ قَدْ جَآءَكُمْ رُسُلٌ مِّن قَبْلِى بِٱلْبَيِّنَـٰتِ وَبِٱلَّذِى قُلْتُمْ فَلِمَ قَتَلْتُمُوهُمْ إِن كُنتُمْ صَـٰدِقِينَ١٨٣
Allatheena qaloo inna Allaha ʿahida ilayna alla numina lirasoolin hatta yatiyana biqurbanin takuluhu alnnaru qul qad jaakum rusulun min qablee bialbayyinati wabiallathee qultum falima qataltumoohum in kutum sadiqeena
(Hetzelfde zijn) die (joden) die zeggen: “Waarlijk, Allah heeft van ons een belofte gekregen om in geen enkele boodschapper te geloven tenzij hij ons een offer brengt dat door het vuur (uit de hemel) verzwolgen wordt.” Zeg: "Waarlijk, voor mij kwamen er boodschappers tot jullie met duidelijke tekenen en zelfs met datgene waarover jullie spreken; waarom hebben jullie hen gedood als jullie waarachtig zijn?”
-
فَإِن كَذَّبُوكَ فَقَدْ كُذِّبَ رُسُلٌ مِّن قَبْلِكَ جَآءُو بِٱلْبَيِّنَـٰتِ وَٱلزُّبُرِ وَٱلْكِتَـٰبِ ٱلْمُنِيرِ١٨٤
Fain kaththabooka faqad kuththiba rusulun min qablika jaoo bialbayyinati waalzzuburi waalkitabi almuneeri
Als zij jou dan verwerpen, voorzeker zij hebben boodschappers die voor jou kwamen ook verworpen, die met duidelijke tekenen, de geschriften en het boek van de verlichting kwamen.
-
كُلُّ نَفْسٍ ذَآئِقَةُ ٱلْمَوْتِ ۗ وَإِنَّمَا تُوَفَّوْنَ أُجُورَكُمْ يَوْمَ ٱلْقِيَـٰمَةِ ۖ فَمَن زُحْزِحَ عَنِ ٱلنَّارِ وَأُدْخِلَ ٱلْجَنَّةَ فَقَدْ فَازَ ۗ وَمَا ٱلْحَيَوٰةُ ٱلدُّنْيَآ إِلَّا مَتَـٰعُ ٱلْغُرُورِ١٨٥
Kullu nafsin thaiqatu almawti wainnama tuwaffawna ojoorakum yawma alqiyamati faman zuhziha ʿani alnnari waodkhila aljannata faqad faza wama alhayatu alddunya illa mataʿu alghuroori
(Het is een universele belofte dat) iedereen (en zonder uitzondering) – (of het nu om een mens, engel, djinn of dier gaat) – de dood (willens of onwillens) zal proeven. (En omdat niemand onrecht zal worden aangedaan) zullen jullie het (volledige eind)resultaat, (dat aan jullie daden is gekoppeld, pas ondervinden) op de dag der opstanding. En al wie van het (angstaanjagende en allesverterende) vuur wordt weggehouden en (de begeerlijke tuinen van) het paradijs wordt toegewezen, zal (met absoluut succes) slagen. (Want het schijnsucces van) het (vergankelijke) wereldse leven is slechts de (kortstondige) genieting van een (verliesgevend) waandenkbeeld.
-
۞ لَتُبْلَوُنَّ فِىٓ أَمْوَٰلِكُمْ وَأَنفُسِكُمْ وَلَتَسْمَعُنَّ مِنَ ٱلَّذِينَ أُوتُوا۟ ٱلْكِتَـٰبَ مِن قَبْلِكُمْ وَمِنَ ٱلَّذِينَ أَشْرَكُوٓا۟ أَذًى كَثِيرًا ۚ وَإِن تَصْبِرُوا۟ وَتَتَّقُوا۟ فَإِنَّ ذَٰلِكَ مِنْ عَزْمِ ٱلْأُمُورِ١٨٦
Latublawunna fee amwalikum waanfusikum walatasmaʿunna mina allatheena ootoo alkitaba min qablikum wamina allatheena ashrakoo athan katheeran wain tasbiroo watattaqoo fainna thalika min ʿazmi alomoori
Jullie zullen zeker beproefd en getest worden met jullie welvaart, eigendommen en jullie persoonlijke situatie. En jullie zullen zeker veel horen wat jullie bedroeven van degenen die het boek voor jullie hebben gekregen en van degenen die deelgenoten aan Allah toekennen, maar als jullie volharden in het geduld en godvrezend worden dan zal dat zeker de bepalende factor in alle zaken worden en dat is van groot belang.
-
وَإِذْ أَخَذَ ٱللَّهُ مِيثَـٰقَ ٱلَّذِينَ أُوتُوا۟ ٱلْكِتَـٰبَ لَتُبَيِّنُنَّهُۥ لِلنَّاسِ وَلَا تَكْتُمُونَهُۥ فَنَبَذُوهُ وَرَآءَ ظُهُورِهِمْ وَٱشْتَرَوْا۟ بِهِۦ ثَمَنًا قَلِيلًا ۖ فَبِئْسَ مَا يَشْتَرُونَ١٨٧
Waith akhatha Allahu meethaqa allatheena ootoo alkitaba latubayyinunnahu lilnnasi wala taktumoonahu fanabathoohu waraa thuhoorihim waishtaraw bihi thamanan qaleelan fabisa ma yashtaroona
(En gedenk) toen Allah een verbond afsloot met degenen die het boek was gegeven om het nieuws te verkondigen. En aan de mensheid duidelijk te maken om het niet te verbergen. Maar zij gooiden het weg achter hun ruggen en verkochten het tegen een ellendige winst! En zeker is dat het slechtste wat zij kochten.
-
لَا تَحْسَبَنَّ ٱلَّذِينَ يَفْرَحُونَ بِمَآ أَتَوا۟ وَّيُحِبُّونَ أَن يُحْمَدُوا۟ بِمَا لَمْ يَفْعَلُوا۟ فَلَا تَحْسَبَنَّهُم بِمَفَازَةٍ مِّنَ ٱلْعَذَابِ ۖ وَلَهُمْ عَذَابٌ أَلِيمٌ١٨٨
La tahsabanna allatheena yafrahoona bima ataw wayuhibboona an yuhmadoo bima lam yafʿaloo fala tahsabannahum bimafazatin mina alʿathabi walahum ʿathabun aleemun
Denk niet dat degenen die zich verheugen in wat zij gedaan hebben en er van houden om geprezen te worden voor wat zij niet hebben gedaan, denken jullie maar niet dat zij gered zijn van de bestraffing en voor hen is er een pijnlijke bestraffing.
-
وَلِلَّهِ مُلْكُ ٱلسَّمَـٰوَٰتِ وَٱلْأَرْضِ ۗ وَٱللَّهُ عَلَىٰ كُلِّ شَىْءٍ قَدِيرٌ١٨٩
Walillahi mulku alssamawati waalardi waAllahu ʿala kulli shayin qadeerun
En aan Allah behoort het rijk van de hemelen en de aarde en Allah heeft macht over alle zaken.
-
إِنَّ فِى خَلْقِ ٱلسَّمَـٰوَٰتِ وَٱلْأَرْضِ وَٱخْتِلَـٰفِ ٱلَّيْلِ وَٱلنَّهَارِ لَـَٔايَـٰتٍ لِّأُو۟لِى ٱلْأَلْبَـٰبِ١٩٠
Inna fee khalqi alssamawati waalardi waikhtilafi allayli waalnnahari laayatin liolee alalbabi
Waarlijk! In de schepping van de hemelen en de aarde en in de afwisseling van de nacht en de dag zijn er waarlijk tekenen voor mensen van begrip.
-
ٱلَّذِينَ يَذْكُرُونَ ٱللَّهَ قِيَـٰمًا وَقُعُودًا وَعَلَىٰ جُنُوبِهِمْ وَيَتَفَكَّرُونَ فِى خَلْقِ ٱلسَّمَـٰوَٰتِ وَٱلْأَرْضِ رَبَّنَا مَا خَلَقْتَ هَـٰذَا بَـٰطِلًا سُبْحَـٰنَكَ فَقِنَا عَذَابَ ٱلنَّارِ١٩١
Allatheena yathkuroona Allaha qiyaman waquʿoodan waʿala junoobihim wayatafakkaroona fee khalqi alssamawati waalardi rabbana ma khalaqta hatha batilan subhanaka faqina ʿathaba alnnari
Degenen die Allah gedenken, staand, zittend en liggend op hun zij en diep over de schepping van de hemelen en de aarde nadenken (zeggende): “Onze Heer! U hebt dit alles niet zonder doel geschapen, verheerlijkt zij U. Red ons van de bestraffing van het vuur."
-
رَبَّنَآ إِنَّكَ مَن تُدْخِلِ ٱلنَّارَ فَقَدْ أَخْزَيْتَهُۥ ۖ وَمَا لِلظَّـٰلِمِينَ مِنْ أَنصَارٍ١٩٢
Rabbana innaka man tudkhili alnnara faqad akhzaytahu wama lilththalimeena min ansarin
Onze Heer! Waarlijk, degenen die U naar het vuur verwijst, heeft U waarlijk vernederd en nooit zullen de onrechtvaardigen helpers vinden.
-
رَّبَّنَآ إِنَّنَا سَمِعْنَا مُنَادِيًا يُنَادِى لِلْإِيمَـٰنِ أَنْ ءَامِنُوا۟ بِرَبِّكُمْ فَـَٔامَنَّا ۚ رَبَّنَا فَٱغْفِرْ لَنَا ذُنُوبَنَا وَكَفِّرْ عَنَّا سَيِّـَٔاتِنَا وَتَوَفَّنَا مَعَ ٱلْأَبْرَارِ١٩٣
Rabbana innana samiʿna munadiyan yunadee lileemani an aminoo birabbikum faamanna rabbana faighfir lana thunoobana wakaffir ʿanna sayyiatina watawaffana maʿa alabrari
Onze Heer! Waarlijk, wij hebben de roep van één gehoord, roepend tot het geloof: “Geloof in jullie Heer” en wij hebben geloofd. Onze Heer! Vergeef ons onze zonden en scheld ons onze kwade daden kwijt en laat ons in een toestand van rechtvaardigheid sterven tezamen met degenen die gehoorzaam zijn aan Allah en nauwgezet Zijn bevelen volgen.
-
رَبَّنَا وَءَاتِنَا مَا وَعَدتَّنَا عَلَىٰ رُسُلِكَ وَلَا تُخْزِنَا يَوْمَ ٱلْقِيَـٰمَةِ ۗ إِنَّكَ لَا تُخْلِفُ ٱلْمِيعَادَ١٩٤
Rabbana waatina ma waʿadtana ʿala rusulika wala tukhzina yawma alqiyamati innaka la tukhlifu almeeʿada
Onze Heer! Geef ons wat U ons aan Uw boodschappers beloofd heeft en verneder ons niet op de dag der opstanding, want U breekt nooit (Uw) belofte.
-
فَٱسْتَجَابَ لَهُمْ رَبُّهُمْ أَنِّى لَآ أُضِيعُ عَمَلَ عَـٰمِلٍ مِّنكُم مِّن ذَكَرٍ أَوْ أُنثَىٰ ۖ بَعْضُكُم مِّنۢ بَعْضٍ ۖ فَٱلَّذِينَ هَاجَرُوا۟ وَأُخْرِجُوا۟ مِن دِيَـٰرِهِمْ وَأُوذُوا۟ فِى سَبِيلِى وَقَـٰتَلُوا۟ وَقُتِلُوا۟ لَأُكَفِّرَنَّ عَنْهُمْ سَيِّـَٔاتِهِمْ وَلَأُدْخِلَنَّهُمْ جَنَّـٰتٍ تَجْرِى مِن تَحْتِهَا ٱلْأَنْهَـٰرُ ثَوَابًا مِّنْ عِندِ ٱللَّهِ ۗ وَٱللَّهُ عِندَهُۥ حُسْنُ ٱلثَّوَابِ١٩٥
Faistajaba lahum rabbuhum annee la odeeʿu ʿamala ʿamilin minkum min thakarin aw ontha baʿdukum min baʿdin faallatheena hajaroo waokhrijoo min diyarihim waoothoo fee sabeelee waqataloo waqutiloo laokaffiranna ʿanhum sayyiatihim walaodkhilannahum jannatin tajree min tahtiha alanharu thawaban min ʿindi Allahi waAllahu ʿindahu husnu alththawabi
Dus hun Heer accepteerde van hen (hun smeekbeden en antwoordde hen): “Nooit zal Ik het toestaan dat (de goede) werken van iemand van jullie verloren zal gaan, of het nu om een man of een vrouw gaat. Jullie zijn (lid) van elkaar, dus voor degenen die emigreren en uit hun huizen zijn gedreven, en vanwege Mijn zaak kwaad is gedaan, en degenen die vochten en voor Mijn zaak gedood zijn, waarlijk Ik scheld zijn slechte daden kwijt en verwijs hem naar de tuinen, waar rivieren onderdoor stromen en waar een beloning van Allah te wachten staat, en bij Allah zijn de beste beloningen.”
-
لَا يَغُرَّنَّكَ تَقَلُّبُ ٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ فِى ٱلْبِلَـٰدِ١٩٦
La yaghurrannaka taqallubu allatheena kafaroo fee albiladi
Laat het rondreizen van de ongelovigen in het land jullie niet bedriegen.
-
مَتَـٰعٌ قَلِيلٌ ثُمَّ مَأْوَىٰهُمْ جَهَنَّمُ ۚ وَبِئْسَ ٱلْمِهَادُ١٩٧
Mataʿun qaleelun thumma mawahum jahannamu wabisa almihadu
Een kort plezier, dan zal hun uiteindelijke verblijfplaats de hel zijn, en dat is zeker de slechtste rustplaats.
-
لَـٰكِنِ ٱلَّذِينَ ٱتَّقَوْا۟ رَبَّهُمْ لَهُمْ جَنَّـٰتٌ تَجْرِى مِن تَحْتِهَا ٱلْأَنْهَـٰرُ خَـٰلِدِينَ فِيهَا نُزُلًا مِّنْ عِندِ ٱللَّهِ ۗ وَمَا عِندَ ٱللَّهِ خَيْرٌ لِّلْأَبْرَارِ١٩٨
Lakini allatheena ittaqaw rabbahum lahum jannatun tajree min tahtiha alanharu khalideena feeha nuzulan min ʿindi Allahi wama ʿinda Allahi khayrun lilabrari
Maar voor degenen die hun Heer vrezen, zijn er tuinen waar rivieren onderdoor stromen en vermaak van Allah; en datgene wat bij Allah is, is het beste voor degenen die Allah gehoorzamen.
-
وَإِنَّ مِنْ أَهْلِ ٱلْكِتَـٰبِ لَمَن يُؤْمِنُ بِٱللَّهِ وَمَآ أُنزِلَ إِلَيْكُمْ وَمَآ أُنزِلَ إِلَيْهِمْ خَـٰشِعِينَ لِلَّهِ لَا يَشْتَرُونَ بِـَٔايَـٰتِ ٱللَّهِ ثَمَنًا قَلِيلًا ۗ أُو۟لَـٰٓئِكَ لَهُمْ أَجْرُهُمْ عِندَ رَبِّهِمْ ۗ إِنَّ ٱللَّهَ سَرِيعُ ٱلْحِسَابِ١٩٩
Wainna min ahli alkitabi laman yuminu biAllahi wama onzila ilaykum wama onzila ilayhim khashiʿeena lillahi la yashtaroona biayati Allahi thamanan qaleelan olaika lahum ajruhum ʿinda rabbihim inna Allaha sareeʿu alhisabi
En er zijn zeker onder de mensen van het boek, personen die in Allah geloven en in wat aan jou geopenbaard is en in wat aan hen geopenbaard is, zichzelf voor Allah nederig opstellen. Zij verkopen de verzen van Allah niet voor een kleine prijs, voor hen is er een beloning van hun Heer. Zeker, Allah is snel in de verrekening.
-
يَـٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ ٱصْبِرُوا۟ وَصَابِرُوا۟ وَرَابِطُوا۟ وَٱتَّقُوا۟ ٱللَّهَ لَعَلَّكُمْ تُفْلِحُونَ٢٠٠
Ya ayyuha allatheena amanoo isbiroo wasabiroo warabitoo waittaqoo Allaha laʿallakum tuflihoona
O jullie die geloven! Heb geduld1 en wees standvastig2 . En dicht de kloven in jullie ‘territorium’3). En vrees Allah opdat jullie zullen slagen.
Voetnoten
[1]met je eigen ego en zijn driften d.m.v. gehoorzaamheid aan Allah. [2]Op de Weg van Allah, dus blijf kennis op doen van Zijn zaak en zorg dat je zo dicht mogelijk bij Allah komt door erna te handelen en val je in een zonde maak het dan gelijk goed door Tawbah (berouw) te verichten zodat Allah sht de zonde uitwist. [3]zowel letterlijk als figuurlijk dus ook de kloven van jullie harten middels kennis op te doen en de aanbiddingen met liefde te verrichten.
Veelgestelde vragen
Wat betekent de naam van soera Al-Imran?
Al-Imran betekent ‘De familie van Imran’.
In welke juz staat soera Al-Imran?
Soera Al-Imran strekt zich uit over juz 3 en 4.
Hoeveel verzen heeft soera Al-Imran?
Soera Al-Imran telt 200 verzen.
Is soera Al-Imran Mekkaans of Medinaans?
Soera Al-Imran is een Medinaanse soera.
Welk nummer heeft soera Al-Imran?
Al-Imran is de 3e soera van de Koran.
Bronnen
- Arabic text: Tanzil Quran Text (Uthmani) (Tanzil Project, CC BY 3.0), reproduced without changes.
- Translation: Dutch Islamic Center, from QuranEnc.com, version 2.0.10, reproduced without changes.
- Transliteration: Tanzil.net English transliteration.
- Recitation: Mishary Rashid Alafasy, via QuranicAudio.com and EveryAyah.com.
- Word by word: recordings and meanings from Quran.com (Quran Foundation), played when you tap a word.
- Madinah and IndoPak fonts (Settings): the text in those scripts and their fonts come from the Quran Foundation (Quran.com); the Madinah font is the King Fahd Glorious Quran Printing Complex's Uthmanic Hafs font.
Found a mistake? Report a mistake and we will check it against the source.