سورة الفرقان

Soera Al-Furqan in het Nederlands

Het onderscheid

Mushaf

Mishary Rashid AlafasyMP3 downloadenPDF downloaden

Soera Al-Furqan (الفرقان) is de 25e soera van de Koran en telt 77 verzen. De naam betekent ‘Het onderscheid’. Het is een Mekkaanse soera, geopenbaard in Mekka vóór de Hidjra, en ze strekt zich uit over juz 18 en 19.

Op deze pagina lees je soera Al-Furqan volledig in het Arabisch, vers voor vers met de Nederlandse vertaling van het Dutch Islamic Center en de transliteratie, en kun je naar de recitatie luisteren.

Soera Al-Furqan volledig: Arabisch, Nederlandse vertaling en transliteratie

بِسْمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحْمَـٰنِ ٱلرَّحِيمِ

  1. تَبَارَكَ ٱلَّذِى نَزَّلَ ٱلْفُرْقَانَ عَلَىٰ عَبْدِهِۦ لِيَكُونَ لِلْعَـٰلَمِينَ نَذِيرًا۝١

    Tabaraka allathee nazzala alfurqana ʿala ʿabdihi liyakoona lilʿalameena natheeran

    Gezegend is Hij (Allah) Die het onderscheid (de Koran) naar beneden heeft gezonden aan Zijn dienaar (Mohammed) zodat hij een waarschuwer voor de werelden zal zijn.

  2. ٱلَّذِى لَهُۥ مُلْكُ ٱلسَّمَـٰوَٰتِ وَٱلْأَرْضِ وَلَمْ يَتَّخِذْ وَلَدًا وَلَمْ يَكُن لَّهُۥ شَرِيكٌ فِى ٱلْمُلْكِ وَخَلَقَ كُلَّ شَىْءٍ فَقَدَّرَهُۥ تَقْدِيرًا۝٢

    Allathee lahu mulku alssamawati waalardi walam yattakhith waladan walam yakun lahu shareekun fee almulki wakhalaqa kulla shayin faqaddarahu taqdeeran

    Hij aan Wie het rijk van de hemelen en de aarde toebehoort en hij heeft zich geen kind genomen noch heeft hij een deelgenoot in zijn rijk. En Hij heeft alles geschapen en heeft het precies bepaald .

  3. وَٱتَّخَذُوا۟ مِن دُونِهِۦٓ ءَالِهَةً لَّا يَخْلُقُونَ شَيْـًٔا وَهُمْ يُخْلَقُونَ وَلَا يَمْلِكُونَ لِأَنفُسِهِمْ ضَرًّا وَلَا نَفْعًا وَلَا يَمْلِكُونَ مَوْتًا وَلَا حَيَوٰةً وَلَا نُشُورًا۝٣

    Waittakhathoo min doonihi alihatan la yakhluqoona shayan wahum yukhlaqoona wala yamlikoona lianfusihim darran wala nafʿan wala yamlikoona mawtan wala hayatan wala nushooran

    Toch hebben zij naast Hem andere goden aangenomen die niets geschapen hebben maar zelf geschapen zijn en zelf niet kunnen schaden of baat brengen en geen macht hebben om de dood (te veroorzaken), of het leven (te geven) noch om de doden te laten herrijzen.

  4. وَقَالَ ٱلَّذِينَ كَفَرُوٓا۟ إِنْ هَـٰذَآ إِلَّآ إِفْكٌ ٱفْتَرَىٰهُ وَأَعَانَهُۥ عَلَيْهِ قَوْمٌ ءَاخَرُونَ ۖ فَقَدْ جَآءُو ظُلْمًا وَزُورًا۝٤

    Waqala allatheena kafaroo in hatha illa ifkun iftarahu waaʿanahu ʿalayhi qawmun akharoona faqad jaoo thulman wazooran

    Degenen die ongelovig zijn zeggen: “Dit is niets anders dan een leugen die hij bedacht heeft, en anderen hebben hem daarmee geholpen." Zodat zij iets onrechtvaardigs en een leugen gemaakt hebben.

  5. وَقَالُوٓا۟ أَسَـٰطِيرُ ٱلْأَوَّلِينَ ٱكْتَتَبَهَا فَهِىَ تُمْلَىٰ عَلَيْهِ بُكْرَةً وَأَصِيلًا۝٥

    Waqaloo asateeru alawwaleena iktatabaha fahiya tumla ʿalayhi bukratan waaseelan

    En zij zeggen: “Verhalen van de ouderen, die hij heeft op geschrevenen zij dicteren het hem in de ochtend en de middag.”

  6. قُلْ أَنزَلَهُ ٱلَّذِى يَعْلَمُ ٱلسِّرَّ فِى ٱلسَّمَـٰوَٰتِ وَٱلْأَرْضِ ۚ إِنَّهُۥ كَانَ غَفُورًا رَّحِيمًا۝٦

    Qul anzalahu allathee yaʿlamu alssirra fee alssamawati waalardi innahu kana ghafooran raheeman

    Zeg: “Het is door Hem neergezonden Die de geheimen van de hemelen en de aarde kent. Waarlijk! Hij is meest Vergevend, meest Genadevol."

  7. وَقَالُوا۟ مَالِ هَـٰذَا ٱلرَّسُولِ يَأْكُلُ ٱلطَّعَامَ وَيَمْشِى فِى ٱلْأَسْوَاقِ ۙ لَوْلَآ أُنزِلَ إِلَيْهِ مَلَكٌ فَيَكُونَ مَعَهُۥ نَذِيرًا۝٧

    Waqaloo mali hatha alrrasooli yakulu alttaʿama wayamshee fee alaswaqi lawla onzila ilayhi malakun fayakoona maʿahu natheeran

    En zij zeggen: “Waarom eet deze boodschapper voedsel en loopt hij over markten. Waarom wordt er voor hem geen engel naar beneden gestuurd om samen met hem een waarschuwer te zijn?

  8. أَوْ يُلْقَىٰٓ إِلَيْهِ كَنزٌ أَوْ تَكُونُ لَهُۥ جَنَّةٌ يَأْكُلُ مِنْهَا ۚ وَقَالَ ٱلظَّـٰلِمُونَ إِن تَتَّبِعُونَ إِلَّا رَجُلًا مَّسْحُورًا۝٨

    Aw yulqa ilayhi kanzun aw takoonu lahu jannatun yakulu minha waqala alththalimoona in tattabiʿoona illa rajulan mashooran

    Of is hem geen schat gegeven, of waarom heeft hij geen tuin waarvan hij mag eten?” En de onrechtvaardigen zeggen: “Jullie volgen niemand anders dan een behekste man.”

  9. ٱنظُرْ كَيْفَ ضَرَبُوا۟ لَكَ ٱلْأَمْثَـٰلَ فَضَلُّوا۟ فَلَا يَسْتَطِيعُونَ سَبِيلًا۝٩

    Onthur kayfa daraboo laka alamthala fadalloo fala yastateeʿoona sabeelan

    Zie hoe zij voor jullie een vergelijking verzinnen, zodat zij afdwalen en zij kunnen het goede pad niet vinden.

  10. تَبَارَكَ ٱلَّذِىٓ إِن شَآءَ جَعَلَ لَكَ خَيْرًا مِّن ذَٰلِكَ جَنَّـٰتٍ تَجْرِى مِن تَحْتِهَا ٱلْأَنْهَـٰرُ وَيَجْعَل لَّكَ قُصُورًۢا۝١٠

    Tabaraka allathee in shaa jaʿala laka khayran min thalika jannatin tajree min tahtiha alanharu wayajʿal laka qusooran

    Gezegend is Hij Die, als Hij wil, jou iets beters toekent dan (al) die tuinen waar rivieren onderdoor stromen en jou paleizen zal toekennen.

  11. بَلْ كَذَّبُوا۟ بِٱلسَّاعَةِ ۖ وَأَعْتَدْنَا لِمَن كَذَّبَ بِٱلسَّاعَةِ سَعِيرًا۝١١

    Bal kaththaboo bialssaʿati waaʿtadna liman kaththaba bialssaʿati saʿeeran

    Welnee, zij ontkennen het Uur en voor degenen die het Uur ontkennen hebben Wij een vlammend vuur voorbereid.

  12. إِذَا رَأَتْهُم مِّن مَّكَانٍۭ بَعِيدٍ سَمِعُوا۟ لَهَا تَغَيُّظًا وَزَفِيرًا۝١٢

    Itha raathum min makanin baʿeedin samiʿoo laha taghayyuthan wazafeeran

    Wanneer het (het vuur) hen van verre ziet, dan zullen zij de woede horen en het bulderen daarvan.

  13. وَإِذَآ أُلْقُوا۟ مِنْهَا مَكَانًا ضَيِّقًا مُّقَرَّنِينَ دَعَوْا۟ هُنَالِكَ ثُبُورًا۝١٣

    Waitha olqoo minha makanan dayyiqan muqarraneena daʿaw hunalika thubooran

    En als zij in een nauwe plaats daarvan gegooid worden, aan elkaar geketend, dan zullen zij daar om hun eigen vernietiging smeken.

  14. لَّا تَدْعُوا۟ ٱلْيَوْمَ ثُبُورًا وَٰحِدًا وَٱدْعُوا۟ ثُبُورًا كَثِيرًا۝١٤

    La tadʿoo alyawma thubooran wahidan waodʿoo thubooran katheeran

    Smeek niet om één vernietiging maar smeek om vele vernietigingen.

  15. قُلْ أَذَٰلِكَ خَيْرٌ أَمْ جَنَّةُ ٱلْخُلْدِ ٱلَّتِى وُعِدَ ٱلْمُتَّقُونَ ۚ كَانَتْ لَهُمْ جَزَآءً وَمَصِيرًا۝١٥

    Qul athalika khayrun am jannatu alkhuldi allatee wuʿida almuttaqoona kanat lahum jazaan wamaseeran

    Zeg: “Is die (bestraffing) beter of de eeuwige tuinen die aan de godvrezenden beloofd zijn. Aan hen zal de beloning zijn en de uiteindelijke bestemming."

  16. لَّهُمْ فِيهَا مَا يَشَآءُونَ خَـٰلِدِينَ ۚ كَانَ عَلَىٰ رَبِّكَ وَعْدًا مَّسْـُٔولًا۝١٦

    Lahum feeha ma yashaoona khalideena kana ʿala rabbika waʿdan masoolan

    Voor hen zal daar alles zijn wat zij wensen zijn en zij zullen (daar) eeuwig verblijven. Het is een belofte van jouw Heer waarover gevraagd zal worden.

  17. وَيَوْمَ يَحْشُرُهُمْ وَمَا يَعْبُدُونَ مِن دُونِ ٱللَّهِ فَيَقُولُ ءَأَنتُمْ أَضْلَلْتُمْ عِبَادِى هَـٰٓؤُلَآءِ أَمْ هُمْ ضَلُّوا۟ ٱلسَّبِيلَ۝١٧

    Wayawma yahshuruhum wama yaʿbudoona min dooni Allahi fayaqoolu aantum adlaltum ʿibadee haolai am hum dalloo alssabeela

    En op de Dag waarop Hij hen verzamelt en dat wat zij naast Allah aanbidden, zal Hij zeggen: “Waren het jullie die Mijn slaven misleidt hebben of zijn zij zelf van het (juiste) pad afgedwaald?”

  18. قَالُوا۟ سُبْحَـٰنَكَ مَا كَانَ يَنۢبَغِى لَنَآ أَن نَّتَّخِذَ مِن دُونِكَ مِنْ أَوْلِيَآءَ وَلَـٰكِن مَّتَّعْتَهُمْ وَءَابَآءَهُمْ حَتَّىٰ نَسُوا۟ ٱلذِّكْرَ وَكَانُوا۟ قَوْمًۢا بُورًا۝١٨

    Qaloo subhanaka ma kana yanbaghee lana an nattakhitha min doonika min awliyaa walakin mattaʿtahum waabaahum hatta nasoo alththikra wakanoo qawman booran

    Zij zullen zeggen: “Verheerlijkt bent U! Het was niet aan ons om een helper naast U te nemen, maar U gaf hen en hun vaderen gemak tot zij de waarschuwing vergeten waren en een verloren volk werden.

  19. فَقَدْ كَذَّبُوكُم بِمَا تَقُولُونَ فَمَا تَسْتَطِيعُونَ صَرْفًا وَلَا نَصْرًا ۚ وَمَن يَظْلِم مِّنكُمْ نُذِقْهُ عَذَابًا كَبِيرًا۝١٩

    Faqad kaththabookum bima taqooloona fama tastateeʿoona sarfan wala nasran waman yathlim minkum nuthiqhu ʿathaban kabeeran

    Dus zij hebben jullie verloochend betreft wat jullie uitgesproken hebben, dan kunnen zij noch (de bestraffing) ontwijken, noch hulp krijgen. En ieder onder jullie die onrecht begaat zullen Wij een zware bestraffing laten proeven."

  20. وَمَآ أَرْسَلْنَا قَبْلَكَ مِنَ ٱلْمُرْسَلِينَ إِلَّآ إِنَّهُمْ لَيَأْكُلُونَ ٱلطَّعَامَ وَيَمْشُونَ فِى ٱلْأَسْوَاقِ ۗ وَجَعَلْنَا بَعْضَكُمْ لِبَعْضٍ فِتْنَةً أَتَصْبِرُونَ ۗ وَكَانَ رَبُّكَ بَصِيرًا۝٢٠

    Wama arsalna qablaka mina almursaleena illa innahum layakuloona alttaʿama wayamshoona fee alaswaqi wajaʿalna baʿdakum libaʿdin fitnatan atasbiroona wakana rabbuka baseeran

    En Wij hebben voor jou geen boodschappers gezonden of zij aten gewoon voedsel en liepen over de markt. En Wij maakten enkelen van jullie tot een beproeving voor anderen; zullen jullie geduldig zijn? En jullie Heer is Alziend (van alles).

  21. ۞ وَقَالَ ٱلَّذِينَ لَا يَرْجُونَ لِقَآءَنَا لَوْلَآ أُنزِلَ عَلَيْنَا ٱلْمَلَـٰٓئِكَةُ أَوْ نَرَىٰ رَبَّنَا ۗ لَقَدِ ٱسْتَكْبَرُوا۟ فِىٓ أَنفُسِهِمْ وَعَتَوْ عُتُوًّا كَبِيرًا۝٢١

    Waqala allatheena la yarjoona liqaana lawla onzila ʿalayna almalaikatu aw nara rabbana laqadi istakbaroo fee anfusihim waʿataw ʿutuwwan kabeeran

    En degenen die geen ontmoeting met Ons wensen (verwachten) zeggen: “Waarom zijn er geen engelen voor ons naar beneden gestuurd, of waarom kunnen wij onze Heer niet zien?” Voorwaar zij achten zichzelf te hoog en zijn schandalig met grote trots.

  22. يَوْمَ يَرَوْنَ ٱلْمَلَـٰٓئِكَةَ لَا بُشْرَىٰ يَوْمَئِذٍ لِّلْمُجْرِمِينَ وَيَقُولُونَ حِجْرًا مَّحْجُورًا۝٢٢

    Yawma yarawna almalaikata la bushra yawmaithin lilmujrimeena wayaqooloona hijran mahjooran

    Op de Dag zullen zij de engelen zien, - er zal daar geen goed nieuws voor de misdadigers zijn die dag. En de engelen zullen zeggen: “Alle soorten goed nieuws zijn voor jullie verboden.”

  23. وَقَدِمْنَآ إِلَىٰ مَا عَمِلُوا۟ مِنْ عَمَلٍ فَجَعَلْنَـٰهُ هَبَآءً مَّنثُورًا۝٢٣

    Waqadimna ila ma ʿamiloo min ʿamalin fajaʿalnahu habaan manthooran

    En Wij keren Ons naar wat voor daden zij ook verricht hebben en Wij zullen die daden maken als verspreide stofdeeltjes.

  24. أَصْحَـٰبُ ٱلْجَنَّةِ يَوْمَئِذٍ خَيْرٌ مُّسْتَقَرًّا وَأَحْسَنُ مَقِيلًا۝٢٤

    Ashabu aljannati yawmaithin khayrun mustaqarran waahsanu maqeelan

    De bewoners van het paradijs zullen op die Dag de beste plaats hebben en zij hebben de beste rustplaats.

  25. وَيَوْمَ تَشَقَّقُ ٱلسَّمَآءُ بِٱلْغَمَـٰمِ وَنُزِّلَ ٱلْمَلَـٰٓئِكَةُ تَنزِيلًا۝٢٥

    Wayawma tashaqqaqu alssamao bialghamami wanuzzila almalaikatu tanzeelan

    En (gedenkt) de Dag waarop de hemel in wolken uit elkaar valt en de engelen naar beneden worden gestuurd met een grote afdaling.

  26. ٱلْمُلْكُ يَوْمَئِذٍ ٱلْحَقُّ لِلرَّحْمَـٰنِ ۚ وَكَانَ يَوْمًا عَلَى ٱلْكَـٰفِرِينَ عَسِيرًا۝٢٦

    Almulku yawmaithin alhaqqu lilrrahmani wakana yawman ʿala alkafireena ʿaseeran

    De ware koningschap van die Dag zal toebehoren aan de meest Barmhartige en het zal een zware dag voor de ongelovigen worden.

  27. وَيَوْمَ يَعَضُّ ٱلظَّالِمُ عَلَىٰ يَدَيْهِ يَقُولُ يَـٰلَيْتَنِى ٱتَّخَذْتُ مَعَ ٱلرَّسُولِ سَبِيلًا۝٢٧

    Wayawma yaʿaddu alththalimu ʿala yadayhi yaqoolu ya laytanee ittakhathtu maʿa alrrasooli sabeelan

    En (gedenk) de dag waarop de onrechtvaardige in zijn handen zal bijten en zal zeggen: “O! Had ik maar het pad met de Boodschapper genomen!”

  28. يَـٰوَيْلَتَىٰ لَيْتَنِى لَمْ أَتَّخِذْ فُلَانًا خَلِيلًا۝٢٨

    Ya waylata laytanee lam attakhith fulanan khaleelan

    Ah! Wee mij! Had ik die-en-die maar niet tot vriend genomen1.

    Voetnoten
    [1]Hierom leert de Profeet, vrede zij met hem, ons dat de moslim de mensen die God vrezen als vrienden neemt, zie hoofdstuk 18, vers 28.
  29. لَّقَدْ أَضَلَّنِى عَنِ ٱلذِّكْرِ بَعْدَ إِذْ جَآءَنِى ۗ وَكَانَ ٱلشَّيْطَـٰنُ لِلْإِنسَـٰنِ خَذُولًا۝٢٩

    Laqad adallanee ʿani alththikri baʿda ith jaanee wakana alshshaytanu lilinsani khathoolan

    Hij heeft mij zeker laten afdwalen van de vermaning (de Islam) nadat deze tot mij gekomen is. En de Shaytaan laat altijd degenen in het uur van de nood in de steek.”

  30. وَقَالَ ٱلرَّسُولُ يَـٰرَبِّ إِنَّ قَوْمِى ٱتَّخَذُوا۟ هَـٰذَا ٱلْقُرْءَانَ مَهْجُورًا۝٣٠

    Waqala alrrasoolu ya rabbi inna qawmee ittakhathoo hatha alqurana mahjooran

    En de Boodschapper zal zeggen: “O mijn Heer! Waarlijk, mijn volk heeft deze Koran verlaten1."

    Voetnoten
    [1]Door het niet dagelijks te lezen, te leren of erna te handelen.
  31. وَكَذَٰلِكَ جَعَلْنَا لِكُلِّ نَبِىٍّ عَدُوًّا مِّنَ ٱلْمُجْرِمِينَ ۗ وَكَفَىٰ بِرَبِّكَ هَادِيًا وَنَصِيرًا۝٣١

    Wakathalika jaʿalna likulli nabiyyin ʿaduwwan mina almujrimeena wakafa birabbika hadiyan wanaseeran

    En zo hebben Wij voor iedere profeet een vijand onder de misdadigers gemaakt. En jullie Heer is voldoende voor jullie als leider en helper.

  32. وَقَالَ ٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ لَوْلَا نُزِّلَ عَلَيْهِ ٱلْقُرْءَانُ جُمْلَةً وَٰحِدَةً ۚ كَذَٰلِكَ لِنُثَبِّتَ بِهِۦ فُؤَادَكَ ۖ وَرَتَّلْنَـٰهُ تَرْتِيلًا۝٣٢

    Waqala allatheena kafaroo lawla nuzzila ʿalayhi alquranu jumlatan wahidatan kathalika linuthabbita bihi fuadaka warattalnahu tarteelan

    En degenen die ongelovig zijn zeggen: “Waarom is de Koran niet in één keer aan hem geopenbaard?” Dat is zodat Wij jouw hart daarmee versterkt hebben. En Wij hebben het geleidelijk aan jou geopenbaard, in gedeelten.

  33. وَلَا يَأْتُونَكَ بِمَثَلٍ إِلَّا جِئْنَـٰكَ بِٱلْحَقِّ وَأَحْسَنَ تَفْسِيرًا۝٣٣

    Wala yatoonaka bimathalin illa jinaka bialhaqqi waahsana tafseeran

    En zij geven geen voorbeeld of gelijkenis, of Wij hebben aan jou de waarheid geopenbaard en een betere uitleg daarvan1.

    Voetnoten
    [1]de Soennah van de Profeet Mohammed, vrede zij met hem.
  34. ٱلَّذِينَ يُحْشَرُونَ عَلَىٰ وُجُوهِهِمْ إِلَىٰ جَهَنَّمَ أُو۟لَـٰٓئِكَ شَرٌّ مَّكَانًا وَأَضَلُّ سَبِيلًا۝٣٤

    Allatheena yuhsharoona ʿala wujoohihim ila jahannama olaika sharrun makanan waadallu sabeelan

    Degenen die in de hel verzameld zullen worden (vooroverliggend) op hun gezichten, zij zullen in de kwade toestand verkeren en ver verwijderd van het (rechte) pad zijn.

  35. وَلَقَدْ ءَاتَيْنَا مُوسَى ٱلْكِتَـٰبَ وَجَعَلْنَا مَعَهُۥٓ أَخَاهُ هَـٰرُونَ وَزِيرًا۝٣٥

    Walaqad atayna moosa alkitaba wajaʿalna maʿahu akhahu haroona wazeeran

    En voorwaar, Wij hebben aan Moesa het Boek gegeven en zijn broeder Haaroen naast hem geplaatst als helper.

  36. فَقُلْنَا ٱذْهَبَآ إِلَى ٱلْقَوْمِ ٱلَّذِينَ كَذَّبُوا۟ بِـَٔايَـٰتِنَا فَدَمَّرْنَـٰهُمْ تَدْمِيرًا۝٣٦

    Faqulna ithhaba ila alqawmi allatheena kaththaboo biayatina fadammarnahum tadmeeran

    En Wij zeiden: “Gaan jullie beiden naar het volk dat Onze tekenen heeft ontkend.” Toen vernietigden Wij hen met een ultieme vernietiging.

  37. وَقَوْمَ نُوحٍ لَّمَّا كَذَّبُوا۟ ٱلرُّسُلَ أَغْرَقْنَـٰهُمْ وَجَعَلْنَـٰهُمْ لِلنَّاسِ ءَايَةً ۖ وَأَعْتَدْنَا لِلظَّـٰلِمِينَ عَذَابًا أَلِيمًا۝٣٧

    Waqawma noohin lamma kaththaboo alrrusula aghraqnahum wajaʿalnahum lilnnasi ayatan waaʿtadna lilththalimeena ʿathaban aleeman

    En Noeh’s volk verdronken Wij toen zij de boodschappers ontkenden, en Wij maakten hen tot een teken voor de mensheid. En Wij hebben voor de onrechtvaardigen een pijnlijke bestraffing voorbereid.

  38. وَعَادًا وَثَمُودَا۟ وَأَصْحَـٰبَ ٱلرَّسِّ وَقُرُونًۢا بَيْنَ ذَٰلِكَ كَثِيرًا۝٣٨

    Waʿadan wathamooda waashaba alrrassi waquroonan bayna thalika katheeran

    En (ook) ‘Ad en Thamoed en de bewoners van Ar-Rass, en vele generaties daartussen.

  39. وَكُلًّا ضَرَبْنَا لَهُ ٱلْأَمْثَـٰلَ ۖ وَكُلًّا تَبَّرْنَا تَتْبِيرًا۝٣٩

    Wakullan darabna lahu alamthala wakullan tabbarna tatbeeran

    En voor ieder van hen hebben Wij voorbeelden gegeven, en voor ieder (van hen) brachten Wij de absolute vernietiging.

  40. وَلَقَدْ أَتَوْا۟ عَلَى ٱلْقَرْيَةِ ٱلَّتِىٓ أُمْطِرَتْ مَطَرَ ٱلسَّوْءِ ۚ أَفَلَمْ يَكُونُوا۟ يَرَوْنَهَا ۚ بَلْ كَانُوا۟ لَا يَرْجُونَ نُشُورًا۝٤٠

    Walaqad ataw ʿala alqaryati allatee omtirat matara alssawi afalam yakoonoo yarawnaha bal kanoo la yarjoona nushooran

    En voorwaar, zij (de ongelovigen) zijn bij de stad gekomen waarop de kwade regen was gevallen. Hebben zij het dan niet gezien? Nee! Maar zij wensen niet opgewekt te worden.

  41. وَإِذَا رَأَوْكَ إِن يَتَّخِذُونَكَ إِلَّا هُزُوًا أَهَـٰذَا ٱلَّذِى بَعَثَ ٱللَّهُ رَسُولًا۝٤١

    Waitha raawka in yattakhithoonaka illa huzuwan ahatha allathee baʿatha Allahu rasoolan

    En als zij (de ongelovigen) jou zien, bespotten zij jou (zeggende): “Is dit degene die Allah als Boodschapper heeft gestuurd?

  42. إِن كَادَ لَيُضِلُّنَا عَنْ ءَالِهَتِنَا لَوْلَآ أَن صَبَرْنَا عَلَيْهَا ۚ وَسَوْفَ يَعْلَمُونَ حِينَ يَرَوْنَ ٱلْعَذَابَ مَنْ أَضَلُّ سَبِيلًا۝٤٢

    In kada layudilluna ʿan alihatina lawla an sabarna ʿalayha wasawfa yaʿlamoona heena yarawna alʿathaba man adallu sabeelan

    Bijna zou hij ons van onze goden misleiden, als het niet zo was geweest dat wij geduldig zijn en in onze aanbidding volhouden!” En zij zullen het weten als zij de bestraffing zien, wie degenen is die het meeste van het (rechte) pad is afgedwaald!

  43. أَرَءَيْتَ مَنِ ٱتَّخَذَ إِلَـٰهَهُۥ هَوَىٰهُ أَفَأَنتَ تَكُونُ عَلَيْهِ وَكِيلًا۝٤٣

    Araayta mani ittakhatha ilahahu hawahu afaanta takoonu ʿalayhi wakeelan

    Heb jij degene gezien die zijn eigen begeerten (lusten) als god heeft genomen? Zou jij dan een waarnemer voor hem zijn?

  44. أَمْ تَحْسَبُ أَنَّ أَكْثَرَهُمْ يَسْمَعُونَ أَوْ يَعْقِلُونَ ۚ إِنْ هُمْ إِلَّا كَٱلْأَنْعَـٰمِ ۖ بَلْ هُمْ أَضَلُّ سَبِيلًا۝٤٤

    Am tahsabu anna aktharahum yasmaʿoona aw yaʿqiloona in hum illa kaalanʿami bal hum adallu sabeelan

    Of denk je dat de meesten van hen kunnen horen of begrijpen? Zij zijn als vee; - nee, zij zijn veel verder afgedwaald van het pad.

  45. أَلَمْ تَرَ إِلَىٰ رَبِّكَ كَيْفَ مَدَّ ٱلظِّلَّ وَلَوْ شَآءَ لَجَعَلَهُۥ سَاكِنًا ثُمَّ جَعَلْنَا ٱلشَّمْسَ عَلَيْهِ دَلِيلًا۝٤٥

    Alam tara ila rabbika kayfa madda alththilla walaw shaa lajaʿalahu sakinan thumma jaʿalna alshshamsa ʿalayhi daleelan

    Heb jij niet gezien hoe jouw Heer de schaduw heeft uitgespreid. Als Hij wil, dan zou Hij het toch stil gezet hebben – vervolgens hebben Wij de zon als zijn gids gemaakt (voor de schaduw).

  46. ثُمَّ قَبَضْنَـٰهُ إِلَيْنَا قَبْضًا يَسِيرًا۝٤٦

    Thumma qabadnahu ilayna qabdan yaseeran

    Daarna trekken Wij het (de schaduwen) naar Ons terug.

  47. وَهُوَ ٱلَّذِى جَعَلَ لَكُمُ ٱلَّيْلَ لِبَاسًا وَٱلنَّوْمَ سُبَاتًا وَجَعَلَ ٱلنَّهَارَ نُشُورًا۝٤٧

    Wahuwa allathee jaʿala lakumu allayla libasan waalnnawma subatan wajaʿala alnnahara nushooran

    En Hij is het die de nacht als een bedekking voor jullie maakt en de slaap (als) een rust, en de dag gemaakt om te ontwaken (uit de slaap, daarom is het slapen ook een groote gunst waarbij de moslim stil bij moet staan, en dankbaar voor moet zijn en dat doe je door salat al-Fajr op tijd te verrichten (het ochtendgebed)).

  48. وَهُوَ ٱلَّذِىٓ أَرْسَلَ ٱلرِّيَـٰحَ بُشْرًۢا بَيْنَ يَدَىْ رَحْمَتِهِۦ ۚ وَأَنزَلْنَا مِنَ ٱلسَّمَآءِ مَآءً طَهُورًا۝٤٨

    Wahuwa allathee arsala alrriyaha bushran bayna yaday rahmatihi waanzalna mina alssamai maan tahooran

    En Hij is het Die de winden als aankondiging van verheugende tijdingen, voor Zijn genade (uitgaand) en Wij sturen zuiver water uit de hemel, -

  49. لِّنُحْـِۧىَ بِهِۦ بَلْدَةً مَّيْتًا وَنُسْقِيَهُۥ مِمَّا خَلَقْنَآ أَنْعَـٰمًا وَأَنَاسِىَّ كَثِيرًا۝٤٩

    Linuhyiya bihi baldatan maytan wanusqiyahu mimma khalaqna anʿaman waanasiyya katheeran

    Om daarmee leven aan een dood land mogen geven en Wij geven daarvan het vele vee en de mensen te drinken die Wij geschapen hebben.

  50. وَلَقَدْ صَرَّفْنَـٰهُ بَيْنَهُمْ لِيَذَّكَّرُوا۟ فَأَبَىٰٓ أَكْثَرُ ٱلنَّاسِ إِلَّا كُفُورًا۝٥٠

    Walaqad sarrafnahu baynahum liyaththakkaroo faaba aktharu alnnasi illa kufooran

    En voorwaar, Wij hebben het (de regen) verdeeld onder hen zodat zij de gunst van Allah mogen gedenken, maar de meeste mensen weigeren en en zijn ondankbaar.

  51. وَلَوْ شِئْنَا لَبَعَثْنَا فِى كُلِّ قَرْيَةٍ نَّذِيرًا۝٥١

    Walaw shina labaʿathna fee kulli qaryatin natheeran

    En als Wij het gewild hadden, hadden Wij in iedere stad een boodschapper doen opstaan.

  52. فَلَا تُطِعِ ٱلْكَـٰفِرِينَ وَجَـٰهِدْهُم بِهِۦ جِهَادًا كَبِيرًا۝٥٢

    Fala tutiʿi alkafireena wajahidhum bihi jihadan kabeeran

    Gehoorzaam de ongelovigen dus niet en ga daarmee (met de Koran) de uiterste strijd met hen aan.

  53. ۞ وَهُوَ ٱلَّذِى مَرَجَ ٱلْبَحْرَيْنِ هَـٰذَا عَذْبٌ فُرَاتٌ وَهَـٰذَا مِلْحٌ أُجَاجٌ وَجَعَلَ بَيْنَهُمَا بَرْزَخًا وَحِجْرًا مَّحْجُورًا۝٥٣

    Wahuwa allathee maraja albahrayni hatha ʿathbun furatun wahatha milhun ojajun wajaʿala baynahuma barzakhan wahijran mahjooran

    En Hij is het Die de twee zeeën met elkaar heeft gemengd, de ene is zoet en de ander zout en Hij heeft een volledige afscheiding tussen hen geplaatst, en een barrière.

  54. وَهُوَ ٱلَّذِى خَلَقَ مِنَ ٱلْمَآءِ بَشَرًا فَجَعَلَهُۥ نَسَبًا وَصِهْرًا ۗ وَكَانَ رَبُّكَ قَدِيرًا۝٥٤

    Wahuwa allathee khalaqa mina almai basharan fajaʿalahu nasaban wasihran wakana rabbuka qadeeran

    En Hij is het Die de mens uit water heeft geschapen, en voor hem verwanten door het bloed heeft aangewezen, en verwanten door het huwelijk. En jullie Heer is Almachtig (om te doen wat Hij wil).

  55. وَيَعْبُدُونَ مِن دُونِ ٱللَّهِ مَا لَا يَنفَعُهُمْ وَلَا يَضُرُّهُمْ ۗ وَكَانَ ٱلْكَافِرُ عَلَىٰ رَبِّهِۦ ظَهِيرًا۝٥٥

    Wayaʿbudoona min dooni Allahi ma la yanfaʿuhum wala yadurruhum wakana alkafiru ʿala rabbihi thaheeran

    En zij aanbidden naast Allah, datgene wat hen niet baat en hen niet schaadt, en de ongelovigen is altijd een helper (van Shaytaan) tegen zijn Heer.

  56. وَمَآ أَرْسَلْنَـٰكَ إِلَّا مُبَشِّرًا وَنَذِيرًا۝٥٦

    Wama arsalnaka illa mubashshiran wanatheeran

    En Wij hebben jou gestuurd als drager van goed nieuws en als waarschuwer.

  57. قُلْ مَآ أَسْـَٔلُكُمْ عَلَيْهِ مِنْ أَجْرٍ إِلَّا مَن شَآءَ أَن يَتَّخِذَ إِلَىٰ رَبِّهِۦ سَبِيلًا۝٥٧

    Qul ma asalukum ʿalayhi min ajrin illa man shaa an yattakhitha ila rabbihi sabeelan

    Zeg (o Mohammed vrede zij met hem): “Ik vraag jullie niet om een beloning hiervoor behalve dan dat wie het wil het pad naar zijn Heer kan nemen.”

  58. وَتَوَكَّلْ عَلَى ٱلْحَىِّ ٱلَّذِى لَا يَمُوتُ وَسَبِّحْ بِحَمْدِهِۦ ۚ وَكَفَىٰ بِهِۦ بِذُنُوبِ عِبَادِهِۦ خَبِيرًا۝٥٨

    Watawakkal ʿala alhayyi allathee la yamootu wasabbih bihamdihi wakafa bihi bithunoobi ʿibadihi khabeeran

    En leg je vertrouwen in de Levende, Die nooit sterft, en verheerlijk hem en Hij is voldoende als de Alwetende van de zonden van Zijn slaven.

  59. ٱلَّذِى خَلَقَ ٱلسَّمَـٰوَٰتِ وَٱلْأَرْضَ وَمَا بَيْنَهُمَا فِى سِتَّةِ أَيَّامٍ ثُمَّ ٱسْتَوَىٰ عَلَى ٱلْعَرْشِ ۚ ٱلرَّحْمَـٰنُ فَسْـَٔلْ بِهِۦ خَبِيرًا۝٥٩

    Allathee khalaqa alssamawati waalarda wama baynahuma fee sittati ayyamin thumma istawa ʿala alʿarshi alrrahmanu faisal bihi khabeeran

    Degene die de hemelen en de aarde en alles wat daar tussen is in zes dagen heeft geschapen. Vervolgens verhief Hij zich boven de troon. De Barmhartige! Vraag Hem, want Hij is De Alwetende van alles.

  60. وَإِذَا قِيلَ لَهُمُ ٱسْجُدُوا۟ لِلرَّحْمَـٰنِ قَالُوا۟ وَمَا ٱلرَّحْمَـٰنُ أَنَسْجُدُ لِمَا تَأْمُرُنَا وَزَادَهُمْ نُفُورًا ۩۝٦٠

    Waitha qeela lahumu osjudoo lilrrahmani qaloo wama alrrahmanu anasjudu lima tamuruna wazadahum nufooran

    En als er tegen hen gezegd wordt: “Kniel neer voor de Barmhartige!" Zeggen zij: “En wie is de Barmhartige? Moeten wij neerknielen voor datgene waarvoor jij ons beveelt?” En het laat hen slechts in hun weerstand toenemen.

  61. تَبَارَكَ ٱلَّذِى جَعَلَ فِى ٱلسَّمَآءِ بُرُوجًا وَجَعَلَ فِيهَا سِرَٰجًا وَقَمَرًا مُّنِيرًا۝٦١

    Tabaraka allathee jaʿala fee alssamai buroojan wajaʿala feeha sirajan waqamaran muneeran

    Gezegend is Hij Die in de hemel grote sterren geplaatst heeft, en daarin een grote lamp (de zon) geplaatst heeft en een maan die licht geeft.

  62. وَهُوَ ٱلَّذِى جَعَلَ ٱلَّيْلَ وَٱلنَّهَارَ خِلْفَةً لِّمَنْ أَرَادَ أَن يَذَّكَّرَ أَوْ أَرَادَ شُكُورًا۝٦٢

    Wahuwa allathee jaʿala allayla waalnnahara khilfatan liman arada an yaththakkara aw arada shukooran

    En Hij is het Die de nacht en de dag in elkaars opvolging heeft geplaatst, voor degenen die wensen te gedenken of die hun dankbaarheid wensen te tonen.

  63. وَعِبَادُ ٱلرَّحْمَـٰنِ ٱلَّذِينَ يَمْشُونَ عَلَى ٱلْأَرْضِ هَوْنًا وَإِذَا خَاطَبَهُمُ ٱلْجَـٰهِلُونَ قَالُوا۟ سَلَـٰمًا۝٦٣

    Waʿibadu alrrahmani allatheena yamshoona ʿala alardi hawnan waitha khatabahumu aljahiloona qaloo salaman

    En de slaven van de Barmhartige zijn degenen die nederig en kalm over de aarde lopen, en als de onwetenden hen aanspreken antwoorden zij met "Salaam" (met milde woorden of vriendelijkheid).

  64. وَٱلَّذِينَ يَبِيتُونَ لِرَبِّهِمْ سُجَّدًا وَقِيَـٰمًا۝٦٤

    Waallatheena yabeetoona lirabbihim sujjadan waqiyaman

    En degenen die de nacht voor hun Heer knielend en staand doorbrengen

  65. وَٱلَّذِينَ يَقُولُونَ رَبَّنَا ٱصْرِفْ عَنَّا عَذَابَ جَهَنَّمَ ۖ إِنَّ عَذَابَهَا كَانَ غَرَامًا۝٦٥

    Waallatheena yaqooloona rabbana isrif ʿanna ʿathaba jahannama inna ʿathabaha kana gharaman

    En degenen die zeggen: “Onze Heer! Behoed ons van de bestraffing van de hel.” Waarlijk! Haar bestraffing is altijd een ondeelbare, voortdurende bestraffing.

  66. إِنَّهَا سَآءَتْ مُسْتَقَرًّا وَمُقَامًا۝٦٦

    Innaha saat mustaqarran wamuqaman

    Slecht is het, zeker als een verblijfplaats en als een plaats om te wonen.

  67. وَٱلَّذِينَ إِذَآ أَنفَقُوا۟ لَمْ يُسْرِفُوا۟ وَلَمْ يَقْتُرُوا۟ وَكَانَ بَيْنَ ذَٰلِكَ قَوَامًا۝٦٧

    Waallatheena itha anfaqoo lam yusrifoo walam yaqturoo wakana bayna thalika qawaman

    En degenen die als zij geld uit geven noch uitbundig noch gierig zijn, maar het midden houden tussen deze twee.

  68. وَٱلَّذِينَ لَا يَدْعُونَ مَعَ ٱللَّهِ إِلَـٰهًا ءَاخَرَ وَلَا يَقْتُلُونَ ٱلنَّفْسَ ٱلَّتِى حَرَّمَ ٱللَّهُ إِلَّا بِٱلْحَقِّ وَلَا يَزْنُونَ ۚ وَمَن يَفْعَلْ ذَٰلِكَ يَلْقَ أَثَامًا۝٦٨

    Waallatheena la yadʿoona maʿa Allahi ilahan akhara wala yaqtuloona alnnafsa allatee harrama Allahu illa bialhaqqi wala yaznoona waman yafʿal thalika yalqa athaman

    En degenen die geen andere god naast Allah aanroepen, noch dat leven doden wat Allah verboden heeft, behalve voor een gerechtelijke zaak, noch ontucht begaan – en iedereen die dit doet zal een bestraffing ontvangen!

  69. يُضَـٰعَفْ لَهُ ٱلْعَذَابُ يَوْمَ ٱلْقِيَـٰمَةِ وَيَخْلُدْ فِيهِۦ مُهَانًا۝٦٩

    Yudaʿaf lahu alʿathabu yawma alqiyamati wayakhlud feehi muhanan

    De bestraffing zal voor hem op de Dag der Opstanding verdubbeld worden en hij zal daarin met schande verblijven.

  70. إِلَّا مَن تَابَ وَءَامَنَ وَعَمِلَ عَمَلًا صَـٰلِحًا فَأُو۟لَـٰٓئِكَ يُبَدِّلُ ٱللَّهُ سَيِّـَٔاتِهِمْ حَسَنَـٰتٍ ۗ وَكَانَ ٱللَّهُ غَفُورًا رَّحِيمًا۝٧٠

    Illa man taba waamana waʿamila ʿamalan salihan faolaika yubaddilu Allahu sayyiatihim hasanatin wakana Allahu ghafooran raheeman

    Behalve degenen die berouw toont en geloven en goede daden verrichten voor die (mensen) zal Allah hun zonden in goede daden veranderen (daarom is het uitstellen van berouw na elke zonden de eigenschap van de onrechtplegers) en Allah is vergevingsgezind, meest Barmhartig.

  71. وَمَن تَابَ وَعَمِلَ صَـٰلِحًا فَإِنَّهُۥ يَتُوبُ إِلَى ٱللَّهِ مَتَابًا۝٧١

    Waman taba waʿamila salihan fainnahu yatoobu ila Allahi mataban

    En iedereen die berouw heeft en goede daden verricht, dan waarlijk, hij vertoont met oprechte spijt berouw aan Allah.

  72. وَٱلَّذِينَ لَا يَشْهَدُونَ ٱلزُّورَ وَإِذَا مَرُّوا۟ بِٱللَّغْوِ مَرُّوا۟ كِرَامًا۝٧٢

    Waallatheena la yashhadoona alzzoora waitha marroo biallaghwi marroo kiraman

    En degenen die geen valse getuigenissen afleggen en als zij voorbij mensen gaan die zich schuldig maken aan nutteloos gepraat (roddelen, muziek, liegen ect) dan lopen zij edelmoedig door.

  73. وَٱلَّذِينَ إِذَا ذُكِّرُوا۟ بِـَٔايَـٰتِ رَبِّهِمْ لَمْ يَخِرُّوا۟ عَلَيْهَا صُمًّا وَعُمْيَانًا۝٧٣

    Waallatheena itha thukkiroo biayati rabbihim lam yakhirroo ʿalayha summan waʿumyanan

    En degenen die, als zij aan de tekenen van hun Heer herinnerd worden, zich daartegenover niet doof of blind opstellen.

  74. وَٱلَّذِينَ يَقُولُونَ رَبَّنَا هَبْ لَنَا مِنْ أَزْوَٰجِنَا وَذُرِّيَّـٰتِنَا قُرَّةَ أَعْيُنٍ وَٱجْعَلْنَا لِلْمُتَّقِينَ إِمَامًا۝٧٤

    Waallatheena yaqooloona rabbana hab lana min azwajina wathurriyyatina qurrata aʿyunin waijʿalna lilmuttaqeena imaman

    En degenen die zeggen: “Onze Heer! Schenk ons van onze vrouwen en ons nageslacht een verkoeling voor onze ogen zijn en maak ons leiders van de godvrezenden.”

  75. أُو۟لَـٰٓئِكَ يُجْزَوْنَ ٱلْغُرْفَةَ بِمَا صَبَرُوا۟ وَيُلَقَّوْنَ فِيهَا تَحِيَّةً وَسَلَـٰمًا۝٧٥

    Olaika yujzawna alghurfata bima sabaroo wayulaqqawna feeha tahiyyatan wasalaman

    Degenen die met de hoogste plaats door hun geduld beloond zullen worden. Daarin zullen zij met groeten en woorden van vrede ontvangen worden.

  76. خَـٰلِدِينَ فِيهَا ۚ حَسُنَتْ مُسْتَقَرًّا وَمُقَامًا۝٧٦

    Khalideena feeha hasunat mustaqarran wamuqaman

    Daarin verblijvend – uitmuntend is het als verblijfplaats, als plaats om te wonen.

  77. قُلْ مَا يَعْبَؤُا۟ بِكُمْ رَبِّى لَوْلَا دُعَآؤُكُمْ ۖ فَقَدْ كَذَّبْتُمْ فَسَوْفَ يَكُونُ لِزَامًۢا۝٧٧

    Qul ma yaʿbao bikum rabbee lawla duʿaokum faqad kaththabtum fasawfa yakoonu lizaman

    Zeg (o Mohammed vrede zij met hem): "Wat zal mijn Heer met jullie doen, als jullie hem niet zouden aanroepen? Voorzeker, jullie hebben hem verloochend. Daarom zal de bestraffing spoedig worden opgelegd."

Veelgestelde vragen

Wat betekent de naam van soera Al-Furqan?

Al-Furqan betekent ‘Het onderscheid’.

In welke juz staat soera Al-Furqan?

Soera Al-Furqan strekt zich uit over juz 18 en 19.

Hoeveel verzen heeft soera Al-Furqan?

Soera Al-Furqan telt 77 verzen.

Is soera Al-Furqan Mekkaans of Medinaans?

Soera Al-Furqan is een Mekkaanse soera.

Welk nummer heeft soera Al-Furqan?

Al-Furqan is de 25e soera van de Koran.

Bronnen

  • Arabic text: Tanzil Quran Text (Uthmani) (Tanzil Project, CC BY 3.0), reproduced without changes.
  • Translation: Dutch Islamic Center, from QuranEnc.com, version 2.0.10, reproduced without changes.
  • Transliteration: Tanzil.net English transliteration.
  • Recitation: Mishary Rashid Alafasy, via QuranicAudio.com and EveryAyah.com.
  • Word by word: recordings and meanings from Quran.com (Quran Foundation), played when you tap a word.
  • Madinah and IndoPak fonts (Settings): the text in those scripts and their fonts come from the Quran Foundation (Quran.com); the Madinah font is the King Fahd Glorious Quran Printing Complex's Uthmanic Hafs font.

Found a mistake? Report a mistake and we will check it against the source.

Leesinstellingen

Koranlettertype
Lettergrootte Arabisch
100%
Lettergrootte vertaling
100%
Thema

Zet op beginscherm

ReadSurahOpen ReadSurah schermvullend vanaf je startscherm. Soera’s die je al hebt gelezen, openen ook zonder internet.

  1. Tik in Safari op de deelknop. Op nieuwere iPhones staat die in het •••-menu.
  2. Tik op ‘Zet op beginscherm’. Scrol omlaag als je het niet ziet.
  3. Tik op ‘Voeg toe’.